DOI: 10.5553/BenM/138900692021048001003

Beleid en MaatschappijAccess_open

Dossier

Inleiding: coronabeleid en democratie in lokaal, regionaal en internationaal perspectief

Auteurs
DOI
Toon PDF Toon volledige grootte
Auteursinformatie Statistiek Citeerwijze
Dit artikel is keer geraadpleegd.
Dit artikel is 0 keer gedownload.
Aanbevolen citeerwijze bij dit artikel
Dr. Tamara Metze en Prof. dr. Frank Hendriks. (2021). Inleiding: coronabeleid en democratie in lokaal, regionaal en internationaal perspectief. Beleid en Maatschappij (48) 1, 63-64.

Dit artikel wordt geciteerd in

      Terwijl we dit schrijven, zitten we midden in de tweede lockdown ter bestrijding van de coronacrisis. De avondklok wordt ingezet als paardenmiddel. Over een ‘intelligente’ lockdown rept niemand meer. Welke maatregelen zijn er sinds de corona-uitbraak eigenlijk ingevoerd, hoe zijn die ontvangen door de Nederlandse bevolking, wat doet dit met het vertrouwen in de politiek en de lokale en regionale democratie? En, waarom kiest Nederland deze maatregelen – en landen om ons heen dezelfde of andere?
      In dit dossier presenteren we de eerste beschrijvingen en analyses van de aanpak van deze crisis en de gevolgen van de coronapandemie vanuit lokaal, regionaal en internationaal democratisch perspectief. Dit dossier kwam tot stand in samenwerking met het ministerie van Binnenlandse Zaken en Platform 31. Zij startten het project ‘Coronapapers: pandemie, politiek en binnenlands bestuur’ en een bijbehorende website coronapapers.nl. Op deze website staan beschrijvingen, analyses, observaties en reflecties over de gevolgen van de coronapandemie voor politiek en bestuur en beleid.
      De drie bijdragen in dit dossier geven een eerste inkijkje en analyse van bestuur en democratie in tijden van crisis. In de eerste bijdrage beschrijven Dymanus e.a. de maatregelen die in Nederland getroffen zijn. Ze verdelen de pandemie in zes perioden. Daarbij geven ze steeds aan welke gevolgen die maatregelen voor lokale en regionale besluitvormingsprocessen en burgerparticipatie hadden. Een Tijdelijke Wet Digitale Beraadslaging en Besluitvorming provincies, gemeenten, waterschappen en openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba was nodig om de lokale en regionale democratie weer op gang te brengen via digitale interacties. Ook burgerparticipatie werd in de loop van april 2020 weer meer ingezet – al is een beeld van de kwaliteit van die online democratische besluitvorming en participatie op dit moment nog niet te geven.
      In de tweede bijdrage laten Vliegenthart e.a. zien wat deze maatregelen doen met het vertrouwen in de Nederlandse politiek. Politiek vertrouwen is een brede categorie. Feitelijk kijken de auteurs naar vertrouwen in de nationale regering en naar vertrouwen in het lokale bestuur. Dus niet naar vertrouwen in parlement of politieke partijen, of naar lokale politiek en het lokale bestuursapparaat in engere zin. Allereerst laten zij zien dat gedurende de bestudeerde periode april-september 2020 het mediagebruik licht afnam en dat in dezelfde periode het vertrouwen in de landelijke regering ook afnam. Interessant is dat de auteurs constateren dat vertrouwen in regering en lokaal bestuur positief samenhangt met het kijken naar de publieke omroep. Maar ook opvallend is dat het gebruik van sociale media geen directe relatie lijkt te hebben met afnemend vertrouwen. Terwijl we vaak horen dat de sociale media de ‘viruswappies’ voeden. Jammer dat we niet kunnen zien hoe gedacht wordt over het door sommigen voorgestelde uitstel van de Tweede Kamerverkiezingen in 2021, en dat we ook niet kunnen zien hoe er op de recent ingestelde avondklok gereageerd wordt. De VVD is tussen 22 december 2020 (Ipsos, EenVandaag) en 17 januari (Maurice de Hond) van 42 zetels gedaald naar 35. De PVV ging van 22 naar 25 zetels. We kunnen hier niet direct veranderingen in politiek vertrouwen aan aflezen, maar kiezers schuiven wel. Of dit aan de kinderopvangtoeslagaffaire ligt, kunnen we ook niet uit de cijfers aflezen. Zo blijft er in deze pandemie altijd wat te onderzoeken over.
      Tot slot bezien Dreef e.a. de belangrijkste verklarende variabelen voor de variatie in maatregelen tussen en binnen landen als Duitsland, Frankrijk, Italië, Nederland en het Verenigd Koninkrijk. Op basis van beschikbare data laten ze zien dat de verschillen in aanpak op regionaal niveau binnen een land zelfs groter kunnen zijn dan de verschillen in coronabeleid tussen landen. Ze laten ook zien dat ontwikkelingen in beleidsmaatregelen niet altijd gelijk op lopen met ontwikkelingen in het aantal besmettingen ter plaatse. De auteurs vragen zich af of en hoe de verschillen in coronabeleid op regionaal niveau verklaard kunnen worden door twee typen verklarende variabelen: de kwaliteit van de overheid (lees: een effectieve overheid met weinig corruptie en een goed functionerende rechtsstaat), en het institutioneel filter (de staatstraditie en nationale cultuur waarmee het openbaar bestuur te maken heeft). In reactie op eerdere studies, die deze factoren op nationale schaal onderzochten, stellen de auteurs dat meer en aanvullende aandacht voor regionale verschillen binnen landen nodig is. Ze formuleren daarvoor enkele te toetsen hypothesen voor een zich ontwikkelende onderzoeksagenda.
      Met dit dossier lopen we uiteraard achter de ontwikkelingen aan. Gelukkig kunt u op de website coronapapers.nl weer updates vinden.


Print dit artikel