Zoekresultaat: 2377 artikelen

x

    Wereldwijd staan overheden voor grote opgaven, zoals klimaatverandering en maatschappelijke ongelijkheid. Hoe kunnen zij zich beter toerusten voor deze opgaven? En welke rol kan evaluatieonderzoek hierbij spelen? Deze vragen staan centraal in het toegankelijk geschreven boek Changing bureaucracies: Adapting to uncertainty, and how evaluation can help (Abingdon/New York: Routledge 2021), onder eindredactie van Burt Perrin en Tony Tyrrell. Jedid-Jah Jonker bespreekt deze bundel en staat hierbij onder meer stil bij de relevantie van de inzichten uit het boek voor de Nederlandse overheid.


Jedid-Jah Jonker
Jedid-Jah Jonker is strateeg-onderzoeker bij de Algemene Rekenkamer.

    Dutch social policies are aimed at the integration and participation of all people. This creates challenges for persons with a mental vulnerability and their neighbourhoods. Five municipalities in the province of Flevoland asked us to help them improve the move from protected living to living in the neighbourhood. We used an arts-based participatory action research design and we followed ‘hot topics’, topics that sparked people’s energy and emotion, and which led to empowerment and participation. Focusing on these topics, which initially might not seem to be closely connected to the main research topic, might produce more information, and energy to take action on it, rather than rigidly sticking with the initial research topics. In this article, we focus on the first phases of the project. The emotions that people with mental vulnerabilities expressed when talking about their dogs, led us to the core of what really mattered to them in terms of inclusive living and participation. The dog functioned as an unexpected ‘hot topic’. In a symbolic sense, ‘the dog’ stands for a diverse range of lifeworld topics that can act as a creative catalyst for social change.

    Vooraf

    Participatief actieonderzoek en responsieve evaluatie staan volop in de belangstelling bij beleidsmakers en onderzoekers. Dit type beleidsonderzoek en -evaluatie beoogt democratisch, inclusief én impactvol te zijn. Het gaat om onderzoek mét in plaats van óver mensen. En het is actiegericht: onderzoek wil bijdragen aan concrete oplossingen door met betrokkenen gezamenlijke (verbeter)acties te ontwikkelen in de praktijk, en daarop te reflecteren en van te leren. Dit alles met het oog op sociale inclusie. Het zijn mooie idealen, maar wat betekent dit in de alledaagse, vaak weerbarstige onderzoekspraktijk?

    Op 20 januari 2020 organiseerde prof. Abma daarover een symposium, getiteld ‘Responsive, Participatory Research: Past, Present and Future Perspectives’ (Vrije Universiteit, Amsterdam). De rode draad op het symposium was de vraag wat goed en ethisch verantwoord participatief onderzoek is, en wat dit vraagt van onderzoekers en beleidsmakers. Drie lezingen op deze conferentie zijn nadien omgewerkt tot essays om lezers van Beleidsonderzoek Online vanuit verschillende perspectieven beter kennis te laten maken met deze vorm van onderzoek:

    Prof. Weerman en haar team focussen in hun bijdrage op het zich in de praktijk ontwikkelende onderzoeksdesign en het inzetten van creatieve methoden om participatie te bevorderen. Ze gaan na welke kwaliteitscriteria aan participatief actieonderzoek worden gesteld en hechten daarbij met name aan eisen ten aanzien van participatie, samen leren en verschil maken (zie BoO juli 2021). Ze benadrukken het belang van creativiteit en flexibiliteit.

    Prof. Abma bespreekt in haar artikel de normatieve dimensies en de ethiek van participatief actieonderzoek (zie BoO september 2020). Ze illustreert met een voorbeeld uit de crisishulpverlening aan GGZ-cliënten dat participatief actieonderzoek niet slechts een methodisch-technische exercitie is, maar een sociaal-politiek proces waarbij bestaande machtsverhoudingen verschuiven om ruimte te geven aan nieuwe stemmen en kennis. Dit omvat het zien van en stilstaan bij ethisch saillante dilemma’s en morele reflectie.

    De bijdrage van prof. Cook (zie BoO februari 2021) gaat over de weerbarstige praktijk van participatief actieonderzoek. Het doel is samen leren en voorbij geijkte oplossingen komen. Zij laat zien dat dit uitdagend is voor professionals die geconfronteerd worden met burgers die feedback geven en vragen om het (deels) loslaten van vaststaande professionele kaders. Er ontstaat dan ongemak en onzekerheid, maar zo beoogt en laat Cook overtuigend zien, deze ‘mess’ (niet meer goed weten wat goed en nodig is) is productief om te komen tot hernieuwde inzichten en innovaties.

    (Introductietekst opgesteld door prof. T. Abma)


Alie Weerman
Alie Weerman is professor of Mental Health and Society at Windesheim University of Applied Sciences. Her PhD focused on the use of experiential knowledge of professional social workers and caretakers. She practices Participatory Health Research in several organizations in healthcare and social work. She always uses experiential knowledge as a valuable ‘third source of knowledge’ in the process and results of studies

Rosalie Metze
Rosalie Metze is associate professor of Mental Health and Society at Windesheim University of Applied Sciences. Her expertise lies in topics such as outreach work, experiential knowledge, self-efficacy, and strengthening the voice of those less heard. Her goal is to always work according to the PAR principles, and gain the necessary acknowledgement for this type of research.
Article

Is Euroscepticism Contagious?

How Mainstream Parties React to Eurosceptic Challengers in Belgian Parliaments

Tijdschrift Politics of the Low Countries, Aflevering Online First 2021
Trefwoorden Euroscepticism, parliaments, party competition, Belgium, federalism
Auteurs Jordy Weyns en Peter Bursens
SamenvattingAuteursinformatie

    Euroscepticism has long been absent among Belgian political parties. However, since the start of the century, some Eurosceptic challengers have risen. This article examines the effect of Eurosceptic competition on the salience other parties give to the EU and on the positions these parties take in parliament. Using a sample of plenary debates in the federal and regional parliaments, we track each party’s evolution from 2000 until 2019. Our findings both contradict and qualify existing theories and findings on Eurosceptic competition. When facing Eurosceptic challengers, all parties raise salience fairly equally, but government and peripheral parties adopted (soft) Euroscepticism more often than other parties.


Jordy Weyns
Jordy Weyns is a recent graduate from Universiteit Antwerpen, and will soon start a PhD program at the European University Institute in Firenze.

Peter Bursens
Peter Bursens is professor of political science at Universiteit Antwerpen, at the research group Politics and Public Governance and the GOVTRUST Centre of Excellence.

    Since 2003, decentralized audit offices in the Netherlands have been authorized to investigate the regularity of the administration conducted. The definition of ‘regularity’ and the scope of the regularity investigation is not described in the law or in the literature. In this article, a regularity investigation is defined as ‘testing whether the administration has complied with applicable law’. That applicable law consists of written and unwritten rules of law, and case law. Audit offices examine regularity less often than efficiency and effectiveness. However, they have started researching it more often than in the past, according to this article. Of the administrative audit office reports in 2019, 42% contained a regularity finding, conclusion or recommendation. Accountants also investigate the regularity. They do this in the context of the annual audit and limit themselves to financial regularity. The regularity audit carried out by decentralized audit offices is broader. In addition to written legal rules, it also focuses on unwritten legal rules and case law, it is not limited to financial subjects and the investigation period can be longer than one reporting year. The findings and conclusions of the audit offices regarding the lawful unlawful actions of the administration concern the consequences for citizens and companies and the consequences for the efficiency and effectiveness of the administration’s actions.


Arjan Kok
Mr. drs. A. Kok RA is sinds 2004 werkzaam bij de Rekenkamer Metropool Amsterdam, is medeauteur van de Handreiking juridische vraagstukken van de NVRR (juli 2020) en doceert het onderdeel rechtmatigheidsonderzoek binnen de postacademische cursus Rekenkameronderzoek (Erasmus Universiteit Rotterdam).

Rik Reussing
Dr. G.H. Reussing is onderwijscoördinator van de joint degree Public Governance across Borders aan de Universiteit Twente en redactiesecretaris van Bestuurswetenschappen.

    In recent years there has been a lot of discussion about and movement in the position of local audit offices in the Netherlands, For example, there is currently a bill to strengthen the audit offices in the Dutch House of Representatives (‘Tweede Kamer’), and in recent years there have been drastic cuts in the budgets of many local audit offices. The development of local audit offices nationally is therefore strongly determined by politics. Partly for this reason, it is wise to look beyond national borders and gain insight into the development and position of the local audit institutions in other European countries. It is striking that the majority of the regional European audit offices are not only considerably larger and perform more tasks – in addition to performance audits, they also audit the annual accounts – but also that there are considerably fewer decentralized audit offices per country. In addition, there are major differences in powers. For example, regional audit offices in France can in some cases impose fines and take certain cases to court. Despite the large differences, however, there are also many similarities between the various European decentralized audit institutions. For example, all audit offices conduct performance audits and independence is almost always properly guaranteed by law. The article concludes with a plea for the Dutch situation to be somewhat more in line with the development of the European decentralized audit institutions.


Paul Hofstra
Drs. P. Hofstra is tot 1 juni 2021 directeur/bestuurder van de Rekenkamer Rotterdam. Hij is daarnaast voorzitter van de Rekenkamer Sint Eustatius.

    Dutch municipalities and provinces have been obliged to have an audit office or audit office function for about 20 years. How does the audit office work nowadays and what contribution does it make to decentralized administration? That is the question at the center of this article. To this end, the authors list the available knowledge about audit offices or committees and present the results of their own analysis of 982 audit reports from 234 audit offices or committees from 308 Dutch municipalities. The audit office or committee has been institutionalized in the vast majority of municipalities and in all provinces. Council members are increasingly less likely to (also) be members of this board and the output has increased slightly from approximately one to an average of one and a half surveys per year. Where initially mainly business management-oriented subjects were examined, some broadening to more policy-related themes has taken place. Municipal councilors are quite satisfied with their audit office or committee. At the same time, the actual social effects of policy are rarely measured in audit institutions. Moreover, council members make little use of audit reports in controlling the municipal board, and audit offices or committees also add little to their framework-setting role. Little is known about the extent to which the research of the audit offices makes a more objective contribution to the administration and strengthening of the functioning of the municipal council, which is also a theme for future research.


Klaartje Peters
Prof. dr. K. Peters is zelfstandig onderzoeker en publicist en bijzonder hoogleraar Lokaal en regionaal bestuur aan de Universiteit Maastricht; zij is voorzitter van de Rekenkamer Venlo en rekenkamerdirecteur in Beuningen, en redactielid van Bestuurswetenschappen.

Sabine van Zuydam
Dr. S. van Zuydam is onderzoeker bij Necker van Naem en is verbonden aan de Universiteit Twente; daarnaast is zij (plaatsvervangend) voorzitter van verschillende rekenkamercommissies en redactielid van Bestuurswetenschappen.

    In the more than 15 years that decentralized audit offices have existed in the Netherlands, little attention has been paid to the research methods they use. This article focuses on how the research methods used by decentralized audit offices have developed and to what extent they use new technology. New technology has changed a lot in 15 years, which offers new possibilities for research, but also raises new questions. Based on an empirical analysis of audit reports, it can be concluded that decentralized audit offices adopt a standard approach to document and file analysis and interviews, with only limited application of innovative technology. On the basis of a theoretical exploration of the relevant literature and a simple qualitative analysis of research by the Netherlands Court of Audit and the Rathenau Institute, a framework has been developed in which the opportunities and risks of the application of new technology in decentralized audit office research are described. This can provide a handle for future application. Decentralized audit offices can use this for (more) reflection on their research methods and innovation, in order to develop to maturity while remaining young.


Ard Schilder
Dr. N.A.C. Schilder is directeur-bestuurder van de Zuidelijke Rekenkamer.

Isabelle Fest
I. Fest MA is promovendus bij de Universiteit Utrecht, waar zij onderzoek uitvoert naar de toepassing van algoritmen bij de Nationale Politie.

Erik Schurer
E. Schurer MSc is als onderzoeker verbonden aan de Zuidelijke Rekenkamer.

    The impact of audit office reports has received little attention in the scientific literature. In this article, various forms of impact have been distinguished with the help of Public Administration literature and factors that promote the use of evaluations have been distinguished. This theoretical framework was subsequently used for empirical research into the effect of audit office research. The extent to which the recommendations have had an impact was investigated in 20 Dutch municipalities with the aid of impact reports from audit institutions. Out of 176 publications, 94% of the 1216 recommendations were adopted by the city council. This means that the procedural impact is high. Of the 731 recommendations that could be checked at 17 municipalities, the local audit offices report that 58% had been fully implemented, 19% partially and 15% not or not tackled differently. The three categories of success factors from the scientific literature were visible in the practice of the audit offices. This applies most strongly to impact factors related to evaluation quality, in particular the factors related to communications standards, clear recommendations, timeliness and relevance to the decision maker. As far as research and decision-making factors are concerned, the commitment of the organization and the political climate are the most important factors for audit institutions. Finally, the involvement of stakeholders promotes the impact as a catalyst. The article concludes with practical lessons for promoting the processing of audit reports.


Sjoerd Keulen
Dr. S.J. Keulen is specialistisch adviseur bij de Algemene Rekenkamer. Daarnaast is hij extern lid van de Rekenkamer Utrecht.

    This article focuses on the regularity audit carried out by decentralized audit offices in the Netherlands. Decentralized audit institutions have been given a limited task assignment from the legislator for this type of research. It was expressly not the intention that the audit office repeats the (financial) regularity audit done by the accountant, nor was the decentralized audit office given a role in the so-called indemnity procedure. The decentralized audit office’s role is primarily to carry out a system test of regularity. A positive side effect of this limited task assignment has been that decentralized audit institutions have not started to practice regularity audits as a separate activity. Monitoring the relationship between regularity, efficiency and effectiveness can protect an audit office from pitfalls. While this working method is maintained, new opportunities will arise for decentralized audit institutions. The accountant will soon no longer have primacy in assessing (financial) regularity, but the municipal and provincial Executive will instead report directly to the municipal and provincial council in an annex to the annual accounts. The accountant will continue to monitor whether what is stated in this annex about regularity is correct and complete. This offers new possibilities for the decentralized court of auditors to assist the council in its monitoring and contextualizing role, and in forming an opinion on regularity.


Jan van der Bij
Mr. dr. J. van der Bij is werkzaam bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, lid van het College van de Noordelijke Rekenkamer, lid van de commissie BBV en voorzitter van de commissie Bado.

Klaartje Peters
Prof. dr. K. Peters is zelfstandig onderzoeker en publicist en bijzonder hoogleraar Lokaal en regionaal bestuur aan de Universiteit Maastricht; zij is voorzitter van de Rekenkamer Venlo en rekenkamerdirecteur in Beuningen, en redactielid van Bestuurswetenschappen.

Sabine van Zuydam
Dr. S. van Zuydam is onderzoeker bij Necker van Naem en is verbonden aan de Universiteit Twente; daarnaast is zij (plaatsvervangend) voorzitter van verschillende rekenkamercommissies en redactielid van Bestuurswetenschappen.
Thema-artikel

‘Verzelfstandiging van overheidsdiensten’: nog altijd actueel

Wetenschappelijke reflectie op ‘Verzelfstandiging van overheidsdiensten’ (1992)

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 2 2021
Auteurs Sandra van Thiel
Auteursinformatie

Sandra van Thiel
Prof. dr. S. van Thiel is hoogleraar Publiek Management bij Bestuurskunde aan de Erasmus Universiteit en de Radboud Universiteit. Zij doet al 25 jaar onderzoek naar uitvoerings organisaties.
Thema-artikel

Omwille van déjà vues in het toezicht

Praktijkreflectie op ‘Omwille van effectief toezicht’ (2002)

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 2 2021
Auteurs Pieter Welp
Auteursinformatie

Pieter Welp
Drs. P. Welp is als senior wetenschappelijk onderzoeker verbonden aan de Inspectieraad en was coördinator van het WRR-advies ‘Toezien op publieke belangen’ uit 2013.
Thema-artikel

Big data, grote vragen: een bestuurlijke reflectie

Praktijkreflectie 1 op ‘Big data, grote vragen’ (2016)

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 2 2021
Auteurs Bas den Hollander, Shaif Ismail en Haye Hazenberg
Auteursinformatie

Bas den Hollander
Drs. B.D. den Hollander is directeur bij de directie Digitale Samenleving bij het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

Shaif Ismail
Mr. S.A. Ismail is senior beleidsmedewerker bij de directie Digitale Samenleving van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

Haye Hazenberg
Dr. H. Hazenberg is senior beleidsmedewerker bij de directie Digitale Samenleving van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
Thema-artikel

Geen naïef optimisme meer over digitalisering in de publieke sector: sadder but wiser

Wetenschappelijke reflectie op ‘Big data, grote vragen’ (2016)

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 2 2021
Auteurs Elise Renkema en Albert Meijer
Auteursinformatie

Elise Renkema
E.A. Renkema, BA is masterstudent in de onderzoeksmaster Public Administration and Organisational Science aan de Universiteit Utrecht. Daarnaast is ze onderzoeker bij de Datawerkplaats, onderdeel van de Universiteit Utrecht. Prof. dr. A.J. Meijer is hoogleraar Publiek Management aan de Universiteit Utrecht, Departement Bestuurs- en Organisatiewetenschap.

Albert Meijer
Thema-artikel

Pacificatie en polarisatie

Kentering en continuïteit in politiek en Bestuur in Nederland post 2002

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 2 2021
Auteurs Frank Hendriks en Mark Bovens
Auteursinformatie

Frank Hendriks
Ten tijde van publicatie was Frank Hendriks als hoogleraar Vergelijkende Bestuurskunde verbonden aan de Tilburgse School voor Politiek en Bestuur van de Universiteit van Tilburg.

Mark Bovens
Mark Bovens was hoogleraar Bestuurskunde en directeur Onderzoek aan de Utrechtse School voor Bestuurs- en Organisatiewetenschap.
Thema-artikel

Big data, grote vragen; een institutionele onderzoeksagenda

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 2 2021
Auteurs Hans de Bruijn en Haiko van der Voort
Auteursinformatie

Hans de Bruijn
Ten tijde van publicatie was prof. dr. J.A. de Bruijn hoogleraar aan de Technische Universiteit Delft.

Haiko van der Voort
Dr. H.G. van der Voort was universitair docent aan de Technische Universiteit Delft.
Thema-artikel

Grotestedenbeleid was de voorbode van de één-overheid-gedachte

Praktijkreflectie op ‘Het grotestedenbeleid’ (1999)

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 2 2021
Auteurs Rien Fraanje
Auteursinformatie

Rien Fraanje
Drs. M.J. Fraanje is secretaris-directeur van de Raad voor het Openbaar Bestuur.
Thema-artikel

Het grotestedenbeleid: rijk en gemeenten

De verhoudingen in het openbaar bestuur

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 2 2021
Auteurs S.A.H. Denters, H.M. de Jong en O. van Heffen
Auteursinformatie

S.A.H. Denters
Ten tijde van publicatie was dr. S.A.H. Denters werkzaam aan de Faculteit Bestuurskunde van de Universiteit Twente.

H.M. de Jong
Ten tijde van publicatie was prof. dr. H.M. de Jong werkzaam aan de Faculteit Bestuurskunde van de Universiteit Twente.

O. van Heffen
Ten tijde van publicatie was dr. O. van Heffen werkzaam aan de Faculteit Bestuurskunde van de Universiteit Twente.
Toont 1 - 20 van 2377 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9 49 50
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.