Rp_0486-4700_2018_060_004_covr
Rss

Res Publica

Over dit tijdschrift  
Aflevering 4, 2011 Alle samenvattingen uitklappen
Article

Negen argumenten voor en tegen het verlagen van de kiesgerechtigde leeftijd

Trefwoorden voting age, political debate, enfranchisement
Auteurs Henk van der Kolk en Kees Aarts
SamenvattingAuteursinformatie

    Using literature, documents and parliamentary debates in Britain, Germany, The Netherlands, Austria, and Switzerland, nine arguments for and against lowering the voting age to sixteen are distinguished and critically assessed. The assessment is based on criteria such as logical consistency and empirical validity. It is argued that most arguments can hardly be defended with these criteria. However, this does not mean that the case for lowering the voting age is weak. This would only be the case if a voting age of eighteen is considered as valuable in its own right.


Henk van der Kolk
Henk van der Kolk is als universitair hoofddocent verbonden aan de faculteit Management en Bestuur van de Universiteit Twente. Hij geeft onderwijs in Methoden en Technieken en Politicologie. Hij publiceerde (samen met anderen) in onder meer PS, Electoral Studies en Local Government Studies. Hij is verder onder meer medeverantwoordelijk voor het Nationaal Kiezersonderzoek.

Kees Aarts
Kees Aarts is hoogleraar Politicologie aan de Universiteit Twente en wetenschappelijk directeur van het Institute for Innovation and Governance Studies (IGS). Zijn onderzoek richt zich op democratie, verkiezingen en kiesgedrag.
Article

Samen naar de kiezer

De vorming van pre-electorale allianties tussen CD&V en N-VA en tussen SP.a en Groen! bij de gemeenteraadsverkiezingen van 2006

Trefwoorden political parties, pre-electoral alliances, party strategies, local politics
Auteurs Tom Verthé en Kris Deschouwer
SamenvattingAuteursinformatie

    Political parties normally compete in elections individually. Yet, sometimes they join forces and form pre-electoral alliances. This rather unusual strategy contains both costs and benefits. In this article we try to identify those costs and benefits by opening up the black box of internal party decision making in considering pre-electoral alliance formation. We start by assuming that parties of different electoral sizes could have different motives to face the voter as one electoral list. Through in-depth interviews at the local level in Flanders, we have studied pre-electoral alliance formation for the municipal elections in 2006. We find that the arguments of large parties mainly focus on becoming the leading formation and thus claiming the initiative in coalition formation. Small parties have more varied motives for forming or failing to form a pre-electoral alliance.


Tom Verthé
Tom Verthé is aspirant van het Fonds Wetenschappelijk Onderzoek – Vlaanderen en doctoraatsstudent in de Vakgroep Politieke Wetenschappen van de Vrije Universiteit Brussel. Hij werkt over politieke partijen en verkiezingen en in het bijzonder over preelectorale alliantievorming.

Kris Deschouwer
Kris Deschouwer is onderzoeksprofessor in de Vakgroep Politieke Wetenschappen van de Vrije Universiteit Brussel. Hij werkt over politieke partijen, verkiezingen, federalisme en regionalisme en politieke besluitvorming in verdeelde samenlevingen.
Article

Vertegenwoordigende claims en de substantiële vertegenwoordiging van vrouwen in de Kamer

Trefwoorden political representation, representative claims, substantive representation of women, legislative behaviour
Auteurs Silvia Erzeel
SamenvattingAuteursinformatie

    Studies of women’s representation have often explored the link between women’s descriptive and women’s substantive representation in parliament, analyzing whether female representatives bring a unique – and often feminist – contribution to the representation of women’s interests. Doing so, however, these studies have failed to consider “how women’s substantive representation actually occurs” (Celis & Childs, 2008; Childs & Krook, 2009). Recent studies therefore propose to apply a claim-based framework, leaving open how, why and by whom women’s substantive representation occurs (Celis et al., 2008). In this article, we put this new claim-based approach to the empirical test. More in particular, we consider its added value by studying the variety of claims made about women in the Belgian Chamber of Representatives (1995-2007). We conclude that a claim-based framework indeed brings additional actors and perspectives to the fore, but that there are limits as to which claims are formulated and by whom.


Silvia Erzeel
Silvia Erzeel is doctoraatsstudente Politieke Wetenschappen aan de Vrije Universiteit Brussel. Haar onderzoek handelt over de descriptieve en substantiële vertegenwoordiging van vrouwen in parlementaire settings.
Essay

Heeft het klimaat nood aan consensus?

Pleidooi voor een politiek van het denkbare

Trefwoorden UN climate policy, constructivism, politics of the imaginable, politics of science, post-politics, matter of concern
Auteurs Gert Goeminne
SamenvattingAuteursinformatie

    In this essay, I argue that the alleged failure of the Copenhagen climate summit in December 2009, rather than labelling it as the collapse of climate politics, should be embraced as an essential political fact. Admittedly, Copenhagen was a failure, albeit of a populist consensual policy practice that invokes an apocalyptic doomsday scenario to make everybody toe the neo-liberal line. In my view, consensus-driven UN policy is running into its own limits as was clearly illustrated at the climate summit in Cancun (December 2010) where the blame was pinned on Bolivia for its fierce resistance against a weak agreement. The time has come to revive the climate and, by extension, the environment as a matter of genuine political concern, open to struggle and contestation, in this way constituting an essential component of social change.


Gert Goeminne
Gert Goeminne is als postdoctoraal onderzoeker van het FWO-Vlaanderen verbonden aan het Centrum Leo Apostel (VUB) en het Centrum voor Duurzame Ontwikkeling (UGent). In zijn onderzoek focust hij op de relatie tussen wetenschap en democratie.
Symposium

Besturen zonder regering?

Auteurs Marc Hooghe, Koen Schoors en Derk-Jan Eppink
Auteursinformatie

Marc Hooghe
Marc Hooghe is gewoon hoogleraar Politieke Wetenschappen aan de KU Leuven en Visiting Professor aan de Universiteiten van Lille-II en Mannheim. Hij publiceert vooral over politieke participatie en politiek vertrouwen.

Koen Schoors
Koen Schoors is hoogleraar Economie aan de Universiteit Gent en directeur van het Centre for Russian International Socio-Political and Economic Studies (Cerise).

Derk-Jan Eppink
Derk-Jan Eppink is lid van het Europees Parlement namens de Lijst Dedecker en van de fractie van de Europese Conservatieven en Hervormers (ECR) en auteur van De toren van Babel staat in Brussel: pleidooi voor een verenigd Europa van de Staten (Lannoo, 2010).

Rens Vliegenthart
Rens Vliegenthart is universitair hoofddocent Politieke Communicatie bij de Amsterdam School of Communication Research aan de Universiteit van Amsterdam. Hij publiceert over de interactie tussen politici en journalisten en over media-effecten.

Stefaan Walgrave
Stefaan Walgrave is professor Politieke Wetenschappen aan de Universiteit Antwerpen. Hij doet onderzoek naar media en politiek, agenda-setting, protest en publieke opinie.
Research Note

Vetospelers en kieshervorming in België

Auteurs Marc Hooghe en Kris Deschouwer
Auteursinformatie

Marc Hooghe
Marc Hooghe is gewoon hoogleraar Politieke Wetenschappen aan de KU Leuven en Visiting Professor aan de Universiteiten van Lille-II en Mannheim. Hij publiceert vooral over politieke participatie en politiek vertrouwen.

Kris Deschouwer
Kris Deschouwer is onderzoeksprofessor in de Vakgroep Politieke Wetenschappen van de Vrije Universiteit Brussel. Hij werkt over politieke partijen, verkiezingen, federalisme en regionalisme en politieke besluitvorming in verdeelde samenlevingen.

Hans Keman
Hans Keman is hoogleraar Vergelijkende Politicologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Hij heeft gepubliceerd op het gebied van partijen en partijsystemen, de vorming en het fungeren van partijregeringen, de verzorgingsstaat en economische ontwikkeling en op het terrein van de vergelijkende methode.