DOI: 10.5553/BenM/138900692020047002005

Beleid en MaatschappijAccess_open

Dossier

In wat voor land willen wij werken?

Auteurs
DOI
Toon PDF Toon volledige grootte
Auteursinformatie Statistiek Citeerwijze
Dit artikel is keer geraadpleegd.
Dit artikel is 0 keer gedownload.
Aanbevolen citeerwijze bij dit artikel
Fabian Dekker. (2020). In wat voor land willen wij werken?. Beleid en Maatschappij (47) 2, 169-171.

Dit artikel wordt geciteerd in

      In wat voor land willen wij werken? Dat is de titel van het eindrapport van de Commissie Regulering van Werk (2020) dat in januari van dit jaar werd gepresenteerd. Aanleiding was de vraag hoe de Nederlandse arbeidsmarkt veerkrachtig kan blijven in een wereld die snel verandert door technologische innovatie, mondialisering en demografische processen zoals vergrijzing. Volgens de commissie moet in ieder geval stevig worden ingezet op een basisverzekering voor alle werkenden, een leven lang leren, een gelijkere fiscale behandeling voor uiteenlopende groepen werkenden, een kleiner aantal contractvormen en minder complexe ontslagregels voor werkgevers. Juist de samenhang tussen dit type maatregelen spreekt veel partijen in de polder aan, hoewel er natuurlijk veel discussie is ontstaan over de concrete uitwerking.

      Het rapport past in een rijke poldertraditie van nadenken over het te voeren economisch en sociaal beleid. Hoewel nota’s en rapporten hun waarde op korte termijn snel kunnen verliezen onder druk van onvoorziene en ingrijpende gebeurtenissen – zoals de onwerkelijke coronacrisis tijdens het schrijven van deze inleiding – is het verstandig om onze institutionele wendbaarheid van tijd tot tijd onder de loep te leggen. Want zeker vraagstukken op onze arbeidsmarkt vragen om een reactie. Volgens de Organisation for Economic Cooperation and Development (OECD) (2019) doen we het gemiddeld genomen goed. We hebben een hoogopgeleide beroepsbevolking, prima netto participatiecijfers en een lage staatsschuld. Tegelijkertijd is dualisering op de arbeidsmarkt volgens diezelfde OECD niet langer vol te houden. Mede door flexibilisering van werk staan de kwaliteit van werk en innovatie onder druk, en de verschillen in fiscale behandeling tussen zzp’ers en anderswerkenden zorgen voor oneerlijke concurrentie en een dalende staatskas. Door toegenomen onzekerheid op de arbeidsmarkt voelen mensen zich bovendien onmachtig en gaan ze op zoek naar nieuwe zekerheden, waardoor bestaande instituties te maken krijgen met een groeiend legitimiteitsprobleem (Dekker, Ham & Van der Meer, 2020).

      In dit dossier van Beleid en Maatschappij hebben we aan verschillende auteurs en instanties gevraagd om hun visie te geven over de toekomst van onze arbeidsmarkt. Wat zijn de meest prangende ontwikkelingen en vraagstukken en hoe moet het verder?

      Allereerst concluderen Kim Putters en Maroesjka Versantvoort (Sociaal en Cultureel Planbureau) dat verschillende ontwikkelingen in onze samenleving mensen kwetsbaar maken. Onder andere door een toegenomen flexibilisering van werk, stijging van de pensioenleeftijd en beleidswijzigingen zoals de Participatiewet is het leven van kwetsbaren er niet altijd gemakkelijker op geworden. In het algemeen zijn de arbeidsmarktkansen van mensen die vallen onder de Participatiewet niet toegenomen en wanneer er een baan wordt gevonden, is deze vaak tijdelijk van aard. De positie van werkloze ouderen blijft eveneens een hardnekkig probleem en wanneer het gaat om scholing zien we een duidelijke kloof tussen mensen met vaste en die met flexibele dienstverbanden. Een interessante bevinding in deze bijdrage is dat beleidsaannames ver af kunnen staan van de leefwereld van mensen. Verschillen in startposities, capaciteiten en opvattingen van zowel werkenden als beleidsmakers en opdrachtgevers vragen om een realistischer beleidsperspectief. Naast het ontwikkelen van kennis voor beleid (‘hoe verwerken mensen informatie en hoe reageren zij op beleid’) moet er ook voldoende aandacht zijn voor ex ante beleidsonderzoek, waarbij verwachte effecten van beleidsinterventies worden meegenomen (kennis van beleid).

      Onderzoekers van het Rathenau Instituut zoomen in hun bijdrage specifiek in op de zorgen en mogelijkheden die nieuwe technologie ons biedt. Op de werkplek staan discussies en praktische toepassingen van nieuwe technologie weliswaar nog vaak in de kinderschoenen. Veel werkenden leven nog niet in een fundamenteel andere tijd dan pakweg tien jaar geleden. Tegelijkertijd zien we dat de technologie zelf zich in een snel tempo ontwikkelt en allerlei vragen oproept rondom het aannamebeleid, de ontwikkeling van mensen en controleprocessen van diezelfde werkenden. We moeten hierbij onder andere waken voor een toekomstbeeld waarin zaken die niet direct meetbaar zijn, als niet waardevol worden aangemerkt. En hoe staat het met onze privacy? Een maatschappelijke dialoog over de wenselijke inzet van data op de werkvloer is nodig.

      Wieteke Conen en Paul de Beer (Universiteit van Amsterdam) polsen de waarde van werk onder bijna 3500 Nederlanders. Inhoudelijk leuk werk, prettige mensen om mee te werken (beide intrinsieke aspecten van werk) en een goed salaris (een extrinsiek aspect) scoren –vanzelfsprekend – hoog. Met name interessant zijn de resultaten uit het tweede deel van hun bijdrage. Wanneer er een mismatch is tussen wat mensen belangrijk vinden in hun werk en wat feitelijk aanwezig is, neemt de arbeidstevredenheid snel af. De auteurs leggen de vraag neer of werknemers en werkgevers in de praktijk wel voldoende op de hoogte zijn van elkaars wensen; een opdracht voor het strategisch humanresourcesmanagement.

      Tot slot wordt een nieuw perspectief op de waardering van werk beschreven door Robert Went en Monique Kremer (Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid). In hun bijdrage en het onderliggende rapport Het betere werk roepen ze op om kritischer te kijken naar de kwaliteit van werk. Onder andere door een toegenomen snelheid van werken en ervaren werkdruk is deze in de afgelopen jaren meer en meer onder druk komen te staan. Net als de onderzoekers van het Rathenau Instituut leggen ook zij een focus op een bredere visie op welvaart en wat van waarde is. Daartoe onderscheiden ze drie condities voor goed werk en een set van twaalf indicatoren, waarvan inmiddels is toegezegd dat ze een plek krijgen in verdere discussies en metingen van waardevol werk.

      Literatuur
    • Commissie Regulering van Werk (2020). In wat voor land willen wij werken? Den Haag: Commissie Regulering van Werk.

    • Dekker, F., Ham, M., & Meer, J. van der (red.) (2020). Nieuwe zekerheden in onzekere tijden. Soest: BoekXpress.

    • OECD (2019). Input to the Netherlands Independent Commission on the Regulation of Work. Parijs: OECD.


Print dit artikel