Res Publica

Article

De substantiële vertegenwoordiging van moslimvrouwen

Vertegenwoordigende claims en responsiviteit in het Vlaamse hoofddoekendebat

Trefwoorden political representation, representative claims, responsiveness, women’s substantive representation, the headscarf debate, women’s interests
Auteurs Eline Severs, Karen Celis en Petra Meier
Auteursinformatie

Eline Severs
Eline Severs is postdoctoraal onderzoeker aan de Vakgroep Politieke Wetenschappen van de Vrije Universiteit Brussel en lid van RHEA, het Centrum voor Gender & Diversiteit (VUB). Ze is ook de wetenschappelijk coördinator van het Steunpunt Gelijke Kansenbeleid. Haar onderzoek spitst zich toe op vraagstukken van politieke vertegenwoordiging en vertegenwoordigende democratie (inclusie, legitimiteit en representativiteit).

Karen Celis
Karen Celis is als onderzoeksprofessor verbonden aan de Vakgroep Politieke Wetenschappen van de Vrije Universiteit Brussel en lid van RHEA, het Centrum voor Gender & Diversiteit van de Vrije Universiteit Brussel. Ze verricht theoretisch en empirisch onderzoek naar de politieke vertegenwoordiging van groepen, gelijkekansenbeleid en ‘staatsfeminisme’.

Petra Meier
Petra Meier is hoofddocent aan het Departement Politieke Wetenschappen van de Universiteit Antwerpen en promotor-coördinator van het Steunpunt Gelijke Kansenbeleid, een consortium van de vijf Vlaamse universiteiten. Haar onderzoek concentreert zich voornamelijk op de (re)presentatie van gender in politiek en beleid.
  • Samenvatting

      Recently, scholars have propagated a ‘claim-based’ approach towards the study of women’s substantive representation. In this article, we challenge the relativism of such a ‘claim-based’ approach and explore the relevance of the concept of ‘responsiveness’ as a democratic criterion. We do so, more specifically, through a study of Muslim women’s substantive representation in the Flemish headscarf debate. We identify claims to speak for Muslim women formulated by (1) political parties and (2) Muslim women and (minority) women’s associations and examine the congruence between their respective claims. The important incongruence found between the claims formulated by right-wing and liberal parties and those of Muslim women/women’s associations provides empirical backing to the acclaimed relevance of a relational evaluation of women’s substantive representation. We conclude that the criterion of responsiveness is invaluable because it allows us to evaluate if actors’ claims to speak for women account for women’s capacity to speak for themselves.

Om de rest van dit artikel te lezen moet u inloggen



Heeft u een registratiecode ontvangen maar nog geen toegang? Activeer dan hier uw code.

Weet u uw wachtwoord niet meer? Nieuw wachtwoord aanvragen.