Zoekresultaat: 34 artikelen

x
Jaar 2013 x

    Internationaal stijgt de aandacht voor evidence-based policy (EBP); de term duikt steeds vaker op in het beleidsdiscours. Het empirisch onderzoek naar kennisgebruik en doorwerking van wetenschappelijk onderzoek is evenwel eerder gelimiteerd, al bestaat er consensus dat de doorwerking van sociaalwetenschappelijk onderzoek beperkt is. De vraag stelt zich of het recente EBP-discours hierin verandering kan brengen. Kan EBP leiden tot meer doorwerking van sociaalwetenschappelijk onderzoek, gelet op de inherente kenmerken van beleid en wetenschappelijk onderzoek die belangrijke obstakels blijken te vormen voor kennisgebruik en doorwerking? Kunnen we in Vlaanderen reeds spreken over een EBP? Wat verstaan beleidsmakers onder ‘evidence-based’? Is een EBP überhaupt mogelijk? Wat zijn de belangrijkste obstakels voor kennisgebruik volgens beleidsmakers en wat zijn de belangrijkste gebruiksverhogende factoren? In dit artikel wordt aan de hand van een literatuurstudie, een bevraging van (Vlaamse) beleidsmakers en een citaats- en inhoudsanalyse van Vlaamse parlementaire bronnen gepoogd een antwoord te bieden op deze vragen.


Valérie Smet
Dr. Valérie Smet werkt als wetenschappelijk onderzoeker bij het IRCP (Institute for international Research on Criminal Policy), een onderzoeksinstituut van de vakgroep Strafrecht en Criminologie (Universiteit Gent).

    In this feature authors discuss recent research findings that are of interest to readers of Beleid en Maatschappij.


Mr. dr. Hans-Martien ten Napel
Hans-Martien ten Napel is als universitair hoofddocent verbonden aan de afdeling Staats- en bestuursrecht van de Universiteit Leiden, e-mail: h.m.t.d.tennapel@law.leidenuniv.nl.

Mr. drs. Jan Schrijver
Jan Schrijver is verkenner van governance, tot voor kort bij de directie Burgerschap en Informatiebeleid van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, nu nog als gastdocent bij de afdeling Politicologie van de Universiteit van Amsterdam, e-mail: jfschrijver@gmail.com.
Artikel

Klein maar fijn?

De effecten van kleinschaligheid op het karakter van politiek en democratie

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 4 2013
Trefwoorden State Size, Dutch Caribbean Islands, Democracy, Good Governance, Personalistic Politics
Auteurs Dr. Wouter Veenendaal
SamenvattingAuteursinformatie

    Whereas the six Dutch islands in the Caribbean all have a (very) limited population size, analyses of political problems on the islands rarely seem to take the variable of state size into account. The available academic literature demonstrates that the population size of states has a strong influence on the quality of democratic governance, although scholars disagree on the question whether smallness is an asset or an obstacle to democratic development. After a discussion of this theoretical literature, the present article proceeds with a presentation of field research in three small island states (St. Kitts and Nevis, Seychelles, and Palau) in which the political consequences of a limited population size are analyzed. This analysis reveals that a number of size-related effects can be observed in all three examined island states, among which a tendency to personalistic competition, strong polarization between parties and politicians, particularistic relationships between voters and their representatives, and a dominant position of the political executive vis-à-vis other institutions. A subsequent analysis of the contemporary political situation on the Dutch Caribbean islands shows that the observed problems also play a role on these islands, which indicates that smallness is perhaps of greater significance than is now often supposed.


Dr. Wouter Veenendaal
Wouter Veenendaal is docent bij het Instituut Politieke Wetenschap van de Universiteit Leiden. In de afgelopen drie jaar is hij als promovendus werkzaam geweest bij hetzelfde instituut. Zijn promotieonderzoek heeft betrekking op de invloed van bevolkingsgrootte op de ontwikkeling en consolidatie van democratie, met daarin een specifieke focus op politiek en democratie in microstaten. E-mail: veenendaalwp@fsw.leidenuniv.nl.

    In this feature authors discuss recent research findings that are of interest to readers of Beleid en Maatschappij.


Dr. Stephan Grimmelikhuijsen
Stephan Grimmelikhuijsen is onderzoeker en docent aan de Universiteit Utrecht, e-mail: s.g.grimmelikhuijsen@uu.nl.
Artikel

Veranderend lokaal gezag

De gezagsbronnen van burgemeesters en wethouders verkend

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 4 2013
Trefwoorden authority, political leadership, mayors, aldermen
Auteurs Dr. Niels Karsten MSc MA en Drs. Thijs Jansen
SamenvattingAuteursinformatie

    The traditional authority of mayors and aldermen is readily challenged. Formal positions do no longer constitute authority. For that reason, new political repertoires are being sought after and are being developed by local political-executive leaders. This article analyses and compares the sources of authority for mayors and aldermen: how can they develop, maintain, and strengthen their authority? It develops an innovative typology of sources of authority. A distinction is made between institutional, positional, and personal sources of authority. The model is applied to the mayors and aldermen in relation to relevant socio-political developments that affect the two offices. It is found that the authority of mayors rests on institutional sources of authority more so than that of aldermen. For the latter, positional and personal sources of authority are more important. At the same time, personal sources of authority have become very important for mayors as well as aldermen. The results call upon mayors and aldermen’s skills and competences to develop personal authority through persuasion.


Dr. Niels Karsten MSc MA
Niels Karsten is universitair docent aan de Tilburgse School voor Politiek en Bestuur van Tilburg University, e-mail: n.karsten@uvt.nl.

Drs. Thijs Jansen
Thijs Janssen is onderzoeker aan de Tilburgse School voor Politiek en Bestuur van Tilburg University, e-mail: thijs.jansen@uvt.nl.
Artikel

Hoe beoordelen topambtenaren veranderingen?

De bijzondere positie van de Nederlandse topambtenaar

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 4 2013
Trefwoorden senior officials, reforms, public sector, international comparison
Auteurs Steven Van de Walle, Stephan Dorsman en Tamara Homan
SamenvattingAuteursinformatie

    This article shows how top officials in ten European countries evaluate changes in the public sector based on a number of dimensions, such as quality, cost-efficiency, ethics, effectiveness and the attractiveness of the public sector as an employer. Senior public officials in the Netherlands are compared to their counterparts from 9 other European countries. The study is based on the large-scale academic COCOPS Top Executive Survey, and answers from 3,173 top public sector officials were used.
    Results show that senior public officials in the Netherlands are very positive about changes in cost-efficiency and service quality in the public sector. Yet they are concerned about the attractiveness of the public sector as an employer and public trust in government. At the same time, senior public officials in the Netherlands appear to be among the most positive all nationalities about recent changes in how the public sector operates. Only with regard to changes in the attractiveness of the public sector as an employer are senior Dutch public officials considerably less optimistic.


Steven Van de Walle
Prof. dr. S. Van de Walle is verbonden aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Stephan Dorsman
S.J. Dorsman MSc. is verbonden aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Tamara Homan
T. Homan is verbonden aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

Waarom burgers coproducent willen zijn

Een theoretisch model om de motivaties van coproducerende burgers te verklaren

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 4 2013
Trefwoorden Co-production, citizens, motivation
Auteurs Carola van Eijk en Trui Steen
SamenvattingAuteursinformatie

    In co-production processes, citizens and professionals both contribute to the provision of public services and try to enhance the quality of the services they produce. Although government offers several opportunities for co-production, not all citizens decide to actually take part. Current insights in citizens’ individual motivations offered by the co-production literature are limited. In this article, we integrate insights from different streams of literature to build a theoretical model that explains citizens’ motivations to co-produce. We test the model using empirical data of Dutch neighborhood watches.


Carola van Eijk
C.J.A. van Eijk MSc. (research) werkt als promovenda bij het Instituut Bestuurskunde, Universiteit Leiden.

Trui Steen
Dr. T.P.S. Steen is universitair hoofddocent bij het Instituut Bestuurskunde, Universiteit Leiden en bij KU Leuven Instituut voor de Overheid.
Artikel

Het commissierapport: inhoud als uitdrukking van een proces

Een nadere beschouwing van het rapport Samen werken met water van de Staatscommissie Duurzame Kustontwikkeling

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 4 2013
Trefwoorden commission, commission report, Veerman Commission, water safety
Auteurs Martin Schulz, Jony Ferket en Martijn van der Steen
SamenvattingAuteursinformatie

    In this contribution we analyze the content of the Veerman Commission’s report that in 2007/2008 advised the Dutch government on the necessity of measures to protect the coast against future rising waters and other climatological and environmental changes and challenges. We conclude that the content of the report is in itself an expression of the ongoing social and governmental debate and process that tries to create a sense of urgency since there is no real immediate crisis to facilitate changes. Thus the report is not only the result of the work of the commission (though its firm statements on the necessity of measures were clearly heard), but at the same time the reflection of an ongoing debate which also creates a new challenge for stakeholders in the water domain. The organizational recommendations of the commission to place the protection against rising waters as far away from day to day politics as possible have all been put into action, which is a noteworthy result. Still, it is the ongoing process between stakeholders that will determine the actual measures to be taken by the government water related bodies.


Martin Schulz
Dr. M. Schulz is zelfstandig onderzoeker en daarnaast verbonden aan de Nederlandse School voor Openbaar Bestuur (NSOB) in Den Haag en de Tilburgse School voor Politiek en Bestuur (TSPB) van de Universiteit van Tilburg.

Jony Ferket
J. Ferket MA is onderzoeker en leermanager bij de Nederlandse School voor Openbaar Bestuur (NSOB) in Den Haag.

Martijn van der Steen
Dr. M. van der Steen is codecaan en adjunct-directeur van de Nederlandse School voor Openbaar Bestuur (NSOB) in Den Haag.

    The 2008 Dutch Parliamentary Enquiry Commission on Innovations in Education researched policy making for three innovations in Dutch secondary education. These innovations have been implemented in the 1990’s, but form a continuous cause of public concern. The commission concluded that policy making fell short on many points; government had neglected its duty to provide educational quality. The commission formulated several conditions to improve policy making. This article analyses the line of reasoning of the Commission and its effect. By looking back it tried to understand the policy results at the time of the enquiry. The highly politicized context in which the enquiry took place and the political aims of the research have probably contributed to the Commission’s choice for this approach. However, such an approach does not explain the political-administrative context of the policy process and the behaviour of the policy makers involved. In recent years, policy attention for educational quality has grown, but the conditions formulated by the Commission have not been applied due to policy dynamics and time pressure.


Ria Bronneman-Helmers
Dr. H.M. Bronneman-Helmers was sinds 1976 werkzaam bij het Sociaal en Cultureel Planbureau. Ze ging eind 2011 met pensioen.
Artikel

Twee perspectieven op de eerste overheid

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 3 2013
Trefwoorden local government, new localism, modernization model, political community model
Auteurs Marcel Boogers en Bas Denters
SamenvattingAuteursinformatie

    Dutch local government is more and more regarded as a ‘first government’. Vision documents of the association of municipalities and national policy plans stress the importance of local government for improving public governance. This ‘new localism’ builds upon two conflicting perspectives to local government: the modernization model and the political community model. As a result, local governments are becoming overloaded by many new and conflicting demands. A debate about how both perspectives to the ‘first government’ can be balanced, is therefore needed.


Marcel Boogers
Prof. dr. M. Boogers is bijzonder hoogleraar Innovatie en Regionaal Bestuur aan de Universiteit Twente en senior adviseur bij BMC.

Bas Denters
Prof. dr. B. Denters is hoogleraar Bestuurskunde aan de Universiteit Twente en wetenschappelijk directeur van het Netherlands Institute of Government (NIG).
Boekbespreking

De overheid is een geluksmachine

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 3 2013
Trefwoorden happiness, government, policy, public policy, well-being
Auteurs Ad Bergsma en Jeroen Boelhouwer
SamenvattingAuteursinformatie

    This article is a critical review of four books: Bok, 2010 (‘The politics of happiness’); Van Campen, Bergsma, Boelhouwer, Boerefijn, & Bolier, 2012 (‘Sturen op geluk’); Diener, Lucas, Schimmack, & Helliwell, 2009 (‘Well-being for public policy’); Ott, 2012 (‘An eye on happiness’). Based on these works, we conclude that the quality of government is highly correlated with the happiness of citizens. In countries with high levels of freedom (economic, democracy, press), low levels of corruption and good public services, people appear to be the happiest. In this way governments can be seen as ‘happiness machines’. However, precise causal relationships need to be further clarified; which policies do improve happiness and which don’t? In this context, education is an important area in which government plays a role; people should leave school with the right set of competencies to be able to adequately cope with life. Governments cannot solve everybody’s unhappiness, though, but are important for creating the right circumstances.


Ad Bergsma
Ad Bergsma is psycholoog en spreker, en verbonden aan de Erasmus Happiness Economics Research Organisation (EHERO) van de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Jeroen Boelhouwer
Jeroen Boelhouwer is onderzoeker bij het Sociaal en Cultureel Planbureau.
Artikel

Co-regulering: niet doen! Of toch?

Een essay over de beoordeling van co-regulering vanuit twee interpretaties van governance

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 3 2013
Trefwoorden co-regulation, inspection, governance, assessment
Auteurs Haiko van der Voort
SamenvattingAuteursinformatie

    Public regulators and inspectorates are increasingly involved in self-regulatory initiatives. This contribution is about co-regulation, which are co-ordination efforts among public regulators and self-regulating institutions. In co-regulation arrangements typical regulation and oversight activities, such as standard setting, information gathering and sanctioning become subjects of co-ordination between public and private actors. Co-regulation arrangements are typically network efforts. At the same time ‘regulation’ has a hierarchical connotation. This paradox shows in interpretations of ‘governance’ and ‘the move from government to governance’, the latter being a popular phrase qualifying a change of the government’s role in society. Main question in this paper is what the changing role of government in society means for the assessment of co-regulation. Based on literature two implicit, but opposing interpretations of ‘governance’ and the change are described. This implicitness may cause unsound assessments of co-regulation, either too tough or too lenient. In this contribution the normative implications of both interpretations are made explicit for co-regulation. The argument is illustrated by the case of co-regulation in the Dutch coach travel industry.


Haiko van der Voort
Dr. H.G. van der Voort is docent bij de Faculteit Techniek, Bestuur en Management van de TU Delft. In juni is hij gepromoveerd op het onderwerp van dit artikel.
Artikel

Nederlands klimaatmitigatiebeleid top-down of bottom-up?

Onderzoek naar de gemeentelijke sturingsrol binnen het klimaatmitigatiebeleid

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 3 2013
Trefwoorden multilevel governance, local climate mitigation policy, governance arrangements, environmental policy, process management, project management
Auteurs Harm Harmsen en Machiel Lamers
SamenvattingAuteursinformatie

    Our research question is: how do Dutch municipalities practice their local steering role within climate mitigation policy? Policy documents of twelve municipalities have been analysed and corresponding policymakers have been interviewed. Our research illustrates that the Dutch government is struggling with the changing relations with society and the growing dependency on it for reaching policy targets. According to literature, the governmental steering role of process management is expected to be more effective in situations of high dependency. However, the policy strategies of municipalities meet characteristics of project management. Meanwhile, the project targets are not controllably formulated and rely solely on actions of other local parties. The ministry has assigned municipalities to use this project management style, to implement the projects in a top-down manner, and to find partners after the implementation phase. Municipal policymakers indicate that they are facing problems afterwards, because the ‘partners’ have interests that do not correspond with the projects as formulated by the municipalities. It is more effective to negotiate with the other parties. This is necessary in order to formulate collective policy targets that meet the interests of all of the participating parties in accordance with the theory of network governance and process management.


Harm Harmsen
Ir. T.H. Harmsen is promovendus en docent bij de leerstoelgroep Milieubeleid van Wageningen UR.

Machiel Lamers
Dr. M.A.J. Lamers is universitair docent bij de leerstoelgroep Milieubeleid van Wageningen UR.
Artikel

Geografische logica voor overheidsorganisatie

Daily urban systems als bestuurlijk perspectief

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 3 2013
Trefwoorden welfare theory, geographical theory, daily urban systems, territorial structure, spatial scale of local and regional government
Auteurs Pieter Tordoir
SamenvattingAuteursinformatie

    The debate on the territorial structure and scale of local and regional government is hardly supported by geographical theory and evidence. In this article, a geographical logic for collective action and the spatial structure of government is unfolded, based on the foundations of Welfare Theory. This logic accounts for the tension between inherently bordered area governance and borderless social and economic networks. Spatial scaling of area government thus involves complex trade-offs. The case is made for area government at the scale of daily urban systems, functional-spatial complexes that are typical for our advanced network society. The article concludes with a discussion of consequences for the spatial organisation of local and regional government.


Pieter Tordoir
Prof. dr. P.P. Tordoir is hoogleraar Economische Geografie en Planologie aan de Universiteit van Amsterdam, Research Fellow aan de Amsterdam School of Real Estate en directeur-eigenaar van adviespraktijk Ruimtelijk-Economisch Atelier Tordoir.

    This concluding article provides several suggestions on how municipalities can perform best in their role as ‘first governments’ and how they can deal with the tensions that this position produces.


Cees Paardekooper
Drs. C.M.M. Paardekooper is adviseur bij WagenaarHoes Organisatieadvies.

Marieke van Genugten
Dr. M.L. van Genugten is universitair docent bestuurskunde aan het Institute for Management Research, Radboud Universiteit Nijmegen.

Henk Wesseling
Drs. H.W.M. Wesseling is hoofd Taskforce Bestuur en informatieveiligheid Dienstverlening, verder verbonden met Berenschot.
Article

De wetgevende macht van de media?

Een kwantitatieve analyse van media-effecten op de behandeling van wetsvoorstellen

Tijdschrift Res Publica, Aflevering 4 2013
Trefwoorden media effects, legislation, policy process, lawmaking, Dutch politics, newspaper coverage
Auteurs Lotte Melenhorst
SamenvattingAuteursinformatie

    The media are a much-discussed subject in both the scientific and the public debate on the functioning of democracy. Nevertheless, there is relatively little empirical research on the effects of media on the most fundamental aspect of politics: the legislative process. However, this type of research is important because it helps us gain insight into the influence journalists exert. This study analyses the influence of media attention for bills on the legislative process in the Netherlands. A quantitative analysis of the newspaper coverage for recently discussed bills indicates that the parliamentary process is influenced by this coverage. This first study of media-effects on the Dutch legislative process suggests that more media-attention leads to the introduction of more amendments by both members of government and members of parliament.


Lotte Melenhorst
Lotte Melenhorst is promovenda bij het Instituut voor Politieke Wetenschap van de Universiteit Leiden. Haar onderzoek maakt deel uit van een door NWO gefinancierd VIDI-project over de relatie tussen media en politiek en concentreert zich op de rol van de media bij de totstandkoming van wetgeving.
Article

Een bijzonder meerderheidskabinet?

Parlementair gedrag tijdens het kabinet Rutte-I

Tijdschrift Res Publica, Aflevering 4 2013
Trefwoorden minority cabinet, majority cabinet, parliamentary behaviour, the Netherlands
Auteurs Simon Otjes en Tom Louwerse
SamenvattingAuteursinformatie

    This article studies how the presence of the supported minority government Rutte-I affected patterns of legislative behaviour. Based on the literature on minority cabinets one would expect that during supported minority cabinets parliamentary parties cooperate more often across the division between coalition and opposition than under multiparty majority cabinet rule. Examining almost 30,000 parliamentary votes between 1994 and 2012, this study finds that on a host of indicators of coalition-opposition-cooperation, there was less cooperation ‘across the aisle’ during the Rutte-I cabinet than during any cabinet before it. We explain this with reference to the comprehensive nature of the support agreement as well as the impact of the cabinets’ ideological composition.


Simon Otjes
Simon Otjes is onderzoeker bij het Documentatiecentrum Nederlandse Politieke Partijen van de Rijksuniversiteit Groningen. Zijn onderzoeksinteresse gaat met name uit naar partijen, partijsystemen en parlementair gedrag. Otjes is tevens werkzaam als onderzoeker bij het Landelijk Bureau van GroenLinks.

Tom Louwerse
Tom Louwerse is als universitair docent politicologie verbonden aan Trinity College Dublin, Ierland. Zijn onderzoeksinteresses omvatten politieke representatie, legitimiteit, politieke partijen en parlementaire politiek.
Artikel

Borging van het publiek belang in samenwerkingsverbanden

De rol van intermediairs bij de verlaging van de implementatiekosten van overheidsbeleid

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 3 2013
Trefwoorden public interest,, transaction costs, public private partnership, government information, intermediation
Auteurs Prof. dr. Frank Den Butter en Sjoerd Ten Wolde MSc S.A.
SamenvattingAuteursinformatie

    A public interest implies that government intervention is needed in order to enhance societal welfare. After the character of the public interest has been determined from the theoretical perspective of public economics, the government has the responsibility to safeguard the public interest at lowest societal costs. This article discusses the supportive role of intermediaries (or ‘middlemen’), using prescriptions from transaction management. A discussion of three case studies shows how in public private partnerships the knowledge of such intermediaries can be used in order to safeguard the public interest in an efficient manner.


Prof. dr. Frank Den Butter
Frank den Butter is hoogleraar Algemene Economie aan de Vrije Universiteit Amsterdam, f.a.g.den.butter@vu.nl.

Sjoerd Ten Wolde MSc S.A.
Sjoerd ten Wolde is onderzoeker aan het Research Institute for Trade and Transaction Management, Vrije Universiteit Amsterdam, sjoerdtenwolde@gmail.com.

Karen Celis
Karen Celis is als onderzoeksprofessor verbonden aan de Vakgroep Politieke Wetenschappen van de Vrije Universiteit Brussel en is lid van het RHEA Centrum voor Gender & Diversiteit. Ze verricht theoretisch en empirisch onderzoek naar de politieke vertegenwoordiging van groepen.

Sarah Childs
Sarah Childs is Professor of Politics and Gender aan de Universiteit van Bristol.
Toont 1 - 20 van 34 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.