Zoekresultaat: 6 artikelen

x
Jaar 2005 x

    This article is the introduction to this special issue in which the Europeanisation of Dutch polity, politics and policy forms the central focus of attention. The main question we address in this special issue is to what extent the Netherlands has changed under the influence of processes of Europeanisation. This article first discusses the state-of-the-art Europeanisation literature; then it sets out to discuss four problems with this literature. Based on the insights generated by the contributors to this special issue, the authors conclude that for a better understanding of processes of Europeanisation, the EU should no longer be seen as an actor, but rather as an (cluster of) arena(s) in which a variety of actors (member states, EU institutions, interest groups, et cetera) are trying to achieve their political goals.


Sebastiaan Princen
Verbonden aan de Utrechtse School voor Bestuurs- en Organisatiewetenschap van de Universiteit Utrecht Adres: Bijlhouwerstraat 6, 3511 ZC Utrecht, e-mail: s.princen@usg.uu.nl

Kutsal Yesilkagit
Verbonden aan de Utrechtse School voor Bestuurs- en Organisatiewetenschap van de Universiteit Utrecht Adres: Bijlhouwerstraat 6, 3511 ZC Utrecht, e-mail: k.yesilkagit@usg.uu.nl

    Child labor evokes deep emotions and is cause for growing international concern. What, if anything, should governments of liberal-democratic societies do to combat child labor?

    This paper discusses the possibilities and pitfalls of Western policies that seek to curb child labor abroad. Since such policies aim to combat practices in another society, policy makers should be aware of the many relevant differences between developing and developed countries. We discuss three issues that are central to this debate: socioeconomic causes of child labor, different conceptions of childhood, and the distinction between child work and child labor. Studying the historical example of the emergence and disappearance of child labor in nineteenth-century Netherlands broadens our analysis. We then evaluate the implications of these investigations and conclude the paper by suggesting five recommendations for Western policy makers that would avoid the pitfalls discussed.


Mijke Houwerzijl
Mijke Houwerzijl is juriste en als onderzoeker (NWO-SaRO project 'Flexicurity') verbonden aan het departement sociaal recht en sociale politiek, Universiteit van Tilburg. Adres: Departement encyclopedie en rechtsgeschiedenis, Faculteit Rechten, Universiteit van Tilburg, Postbus 90153, 5000 LE Tilburg, e-mail: m.s.houwerzijl@uvt.nl. Zij is begin 2005 gepromoveerd op een onderzoek naar de detachering van werknemers in de Europese Unie (De Detacheringsrichtlijn, Deventer: Kluwer 2005 (reeks Europese Monografieën, nr. 78). Eerder publiceerde zij over verschillende arbeidsrechtelijke en sociaal-politieke onderwerpen. Over kinderarbeid: 'Wettelijk minimumjeugdloon voor 13- en 14-jarige kinderen?' Arbeid Integraal 2003, p. 28-30. Een overzicht is te vinden op www.uvt.nl/webwijs/show.html?anr=527432).

Roland Pierik
Dr. Roland Pierik is universitair docent politieke theorie aan de Rechtenfaculteit van de Universiteit van Tilburg. In het voorjaar van 2005 was hij visiting scholar aan de filosofiefaculteit van University College Londen. Adres: Departement encyclopedie en rechtsgeschiedenis, Faculteit Rechten, Universiteit van Tilburg, Postbus 90153, 5000 LE Tilburg, e-mail: r.pierik@ uvt.nl, www.rolandpierik.nl. Recente publicaties:
Artikel

Hoe verkoop ik een spoorweg?

De lessen van het privatiseringsstreven bij de Betuweroute, HSL-Zuid en Zuiderzeelijn

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 3 2005
Auteurs Joop Koppenjan en Martijn Leijten
SamenvattingAuteursinformatie

    In December 2004, the report of the Dutch Parliamentary Investigation Committee on Infrastructural Projects was published. This committee investigated the budgets overruns of two large rail projects currently under construction in the Netherlands: the Betuwe Line and the High Speed Line (HSL)-South. The committee also looked at how mistakes that were made in the earlier projects had been avoided in the construction of the Zuiderzee Line, a project currently under preparation. The report provides a look inside the struggle of the Dutch national government from the beginning of the 1990s in their public-private partnership (PPP) efforts. In this contribution, we provide an analysis of the motives, approach and results of privatisation of these three projects on the bases of the detailed empirical analysis provided by the Committee. We seek explanations of how privatisation with these three projects evolved and what lessons can be drawn. It appears that practices have so far been far from good and instead of committing to the obligation to apply PPP in every large infrastructural project, the government should first find out how PPP in such projects should actually be carried out.


Joop Koppenjan
Joop Koppenjan is bestuurskundige en als universitair hoofddocent verbonden aan de faculteit Technologie, Bestuur en Management van de Technische Universiteit Delft. Hij doet onderzoek naar besluitvorming en sturing in beleidsnetwerken en publiek private samenwerking bij de totstandkoming en het beheer van publieke infrastructuur. In 2004 was hij als staflid betrokken bij de werkzaamheden van de Tijdelijke Commissie Infrastructuur en deed hij onderzoek naar de privatisering van de Betuweroute. Recente publicaties: Adres: Technische Universiteit Delft, sectie Beleidskunde/Organisatie en Management, Postbus 5015, 2600 GA Delft, e-mail: j.f.m.koppenjan@tbm.tudelft. nl

Martijn Leijten
Martijn Leijten is onderzoeker aan de Faculteit Techniek, Bestuur en Management van de Technische Universiteit Delft. Zijn onderzoek richt zich op organisatie en management van complexe infrastructuurprojecten. Hij maakt deel uit van het onderzoekscentrum Sustainable Urban Areas van de TU Delft. Martijn Leijten was in 2004 betrokken bij het onderzoek van de Tijdelijke Commissie Infrastructuurprojecten van de Tweede Kamer en droeg met name bij aan de reconstructie van de besluitvorming over de Zuiderzeelijn. Recente publicaties: Adres: Technische Universiteit Delft, sectie Beleidskunde/Organisatie en Management, Postbus 5015, 2600 GA Delft, e-mail: m.leijten@tbm.tudelft.nl

    This article distinguished between three fundamental processes of collective decision-making as collective production in social systems: (1) persuasion; (2) exchange and (3) coercion. The conditions under which these processes are dominant are described, as well as the type of network that is central to each of the processes. Corporatism and lobbyism appear to be two polarities of collective decision-making. In corporatism interest groups are directly involved in final decision making through formal and informal institutions whereas in lobbyism final decision making is delegated to independent persons. In corporatist decision-making, mutual interests dominate conflicting interests. Thus, a failure of reaching consensus becomes unattractive and consensus is guaranteed through the formal norm of majority decision-making and the informal norm of unanimity. When mutual interests dominate over conflicting interests, lobbyism is reflected by the interactions between lobby activists and civil servants and politicians who share the same position. Ad hoc lobbyism will arise when conflicts of interests dominate and a non-cooperative game exists in which (temporal) coalitions must be built.


Frans N. Stokman
Frans Stokman is als hoogleraar verbonden aan de capaciteitsgroep Sociologie van de Rijksuniversiteit Groningen en het Interuniversitair Centrum voor Sociaal-wetenschappelijke theorievorming en Methodenontwikkeling (ICS). Daarnaast is hij directeur van DECIDE B.V. Recente publicaties van zijn hand zijn: co-editor van The European Union Decides. Cambridge: Cambridge University Press (met Robert Thomson, Christopher Achen en Thomas König, te verschijnen in 2006), co-editor van Winners and Losers in the European Union, Special issue van European Union Politics Vol 5(1) (2004) en 'Frame Dependent Modeling of Influence Processes', in: Andreas Diekmann en Thomas Voss (Red.), Rational-Choice-Theorie in den Sozialwissenschaften. Anwendungen und Probleme. Festschrift für Rolf Ziegler, München: Oldenbourg (pp.113-127). Adres: Grote Rozenstraat 31, 9712 TG Groningen.
Artikel

In een groen, groen polderland

De mix tussen corporatisme en lobbyisme in het Nederlandse milieu-beleid

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 4 2005
Auteurs Dave Huitema
SamenvattingAuteursinformatie

    This article discusses the degree to which Dutch environmental policy exhibits a shift from corporatism to lobbyism. Based on a general analysis of environmental policy making in the Netherlands and two specific cases of environmental decision making, the author draws the conclusion that such a shift has not happened. At the level of policymaking it is rather the opposite: in the 1980s the Ministry of the Environment introduced a certain level of corporatism. This was possible because of a clear framework of environmental policy goals shaped by the National Institute for Public Health and Environment (RIVM), because the environmental movement began to see the Ministry as an ally and because business interests preferred self-regulation (one element of corporatism) to government regulations. In two concrete case of environmental decision-making that are discussed here, environmental goals are being discussed once more. During such discussion, it appears that Dutch ministries have close connection to 'their' target groups. For the coming years, environmental policy will 'Europeanize' further and Dutch economic interest groups, although being remarkably late in responding to this shift, will start to influence the Brussels policymaking game instead of the Dutch implementation game.


Dave Huitema
Dave Huitema is als senior-bestuurskundig onderzoeker verbonden aan het Instituut voor Milieuvraagstukken (IVM) van de Vrije Universiteit Amsterdam. Huitema is docent en modulecoördinator bij de masteropleiding 'Environment and Resource Management' (ERM) aan de VU en leidt het onderzoekscluster 'Water Governance and Economics' van het IVM. Recente publicaties zijn: Calculating the Political: Election Manifestoes as a Meeting Point for Experts and Politicians. The case of the RIVM (Amsterdam: Instituut voor Milieuvraagstukken) en Hazardous Decisions: Hazardous Waste Facility Siting in the UK, Netherlands and Canada: Institutions and Discourses (Dordrecht: Kluwer Academic Publishers). Adres: Instituut voor Milieuvraagstukken, Vrije Universiteit Amsterdam, De Boelelaan 1087, 1081 HV Amsterdam, e-mail: dave.huitema@ivm.vu.nl

    Er bestaan duidelijke parallellen tussen de begrippen hybriditeit en netwerken en de daaraan gerelateerde discussies. Beide hebben betrekking op de fenomenen differentiatie en integratie, waarin ze in zekere zin elkaars spiegelbeeld zijn. In deze bijdrage wordt betoogd dat zowel de analyse van hybriditeit vanuit een netwerkperspectief als de analyse van netwerken vanuit een hybriditeitsperspectief interessante inzichten oplevert. Beide perspectieven zijn samen noodzakelijk om een gegronde analyse te maken van een hybride publiek bestel.


Patrick Kenis
Prof. dr. P. Kenis is hoogleraar Beleids- en Organisatiewetenschappen aan de Universiteit van Tilburg.
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.