Zoekresultaat: 14 artikelen

x
Jaar 2014 x
Artikel

De Verblijfsregeling Mensenhandel in de praktijk: over oneigenlijk gebruik en niet-gebruik

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 4 2014
Trefwoorden human trafficking, public policy, crime policy, policy misuse, non-take up
Auteurs Dr. Jeanine Klaver en Prof. dr. Joanne van der Leun
SamenvattingAuteursinformatie

    In line with international and national legislation, the Netherlands offers certain services, including a temporary residence permit, to third country nationals who have fallen prey to human traffickers. Over the years, concerns have been often expressed about the perceived misuse of this regulation by foreigners who aim at legalising their stay. Based on interviews and file analysis the present article seeks to provide insight into to what extent it is possible to measure this misuse and the policy implications of the findings. In addition, the authors take into account non-use of the programme. The article confirms existing worries about misuse, provides indicators for misuse, but also concludes that at the level of individual cases practitioners cannot discern misuse from rightful use. At the same time, there are also groups that fall outside the reach of the programme. The article concludes with some policy recommendations on the basis of the findings.


Dr. Jeanine Klaver
Dr. Jeanine Klaver is manager onderzoek bij Regioplan Beleidsonderzoek.

Prof. dr. Joanne van der Leun
Prof. dr. Joanne van der Leun is hoogleraar criminologie aan de Universiteit Leiden.

    Reflection and Debate initiates academically inspired discussions on issues that are on the current policy agenda.


Dr. Virginie Mamadouh
Dr. Virginie Mamadouh is universitair hoofddocent politieke en culturele geografie aan de Universiteit van Amsterdam. Zij is hoofdredacteur van het tijdschrift Geopolitics, te raadplegen via www.tandfonline.com/toc/fgeo20/current.

    This contribution gives an overview of the results of recent research into the role perception and the role behaviour of councillors. The research is the MAELG-survey (Municipal Assemblies in European Local Governance) carried out in 2007 and 2008 in 15 European countries and Israel. A special issue of Local Government Studies has been dedicated to this research. Three articles of this special issue are discussed intensively. These articles look at the role perception and the role behaviour of local councillors from the perspective of the tension between representative and participative democracy, the relation between participative democracy (also called citizen democracy) and the responsiveness of councillors and the influence of informal institutions on the representation style of local councils. Another recent article in Acta Politica looks specifically at the situation in Belgium. It is interesting that the authors do not apply the classic typology of representation styles (trustee and delegate), but an alternative typology (with delegation, responsiveness, authorization and accountability as four styles of representation) developed by the Dutch political scientists Andeweg and Thomassen.


Dr. Rik Reussing
Dr. G.H. Reussing is redactiesecretaris van Bestuurswetenschappen en onderwijscoördinator van de opleiding European Public Administration aan de Universiteit Twente.

    The focus of the diversity policy in the Dutch public sector has moved during the past decennia. In the eighties offering equal chances for the different target groups was the central policy goal, after the millennium this became the effective and efficient management of a diverse work force in order to arrive at a better performing public sector, also called the business case of diversity. This article investigates the question how far the Dutch cabinet has influenced the diversity policy of public organizations. The answer to the question is that there was limited influence from the Dutch cabinet on the arguments for diversity of public organizations, but there was greater influence on the diversity interventions, especially in three sectors: central government, municipalities and police. This influence on interventions of other (‘fellow’) governments is caused by the strong steering of the cabinet. The interventions undertaken therefore reflect to a more limited extent the business case of diversity and remain stuck in the old target group policy. However, public organizations with a longer history in diversity policy, that operate closer to society and see the necessity for diversity, are more inclined to embrace the business case and start interventions that are related to this new approach.


Drs. Saniye Celik
Drs. S. Celik is accountmanager voor de decentralisaties in het sociaal domein bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en buitenpromovenda aan het Instituut Bestuurskunde van de Universiteit Leiden, Campus Den Haag.

    This paper attempts a normative assessment of the input and output-oriented legitimacy of the present euro-rescuing regime on the basis of policy analyses examining the causes of present crises, the available policy options, and the impact of the policies actually chosen. Concluding that the regime lacks input-oriented legitimacy and that its claim to output-oriented legitimacy is ambivalent at best, the paper explores potential – majoritarian or unilateral – exits from the present institutional constellation that is characterized by the synthesis of a non-democratic expertocracy and an extremely asymmetric intergovernmental bargaining system.


Prof. dr. Fritz W. Scharpf
Prof. dr. Fritz W. Scharpf is emeritus director van het Max Planck Institute for the Studies of Societies.

    Reflection and Debate initiates academically inspired discussions on issues that are on the current policy agenda.


Prof. dr. Tannelie Blom
Prof. dr. Tannelie Blom is hoogleraar European Studies aan de Faculty of Arts and Social Sciences van de Universiteit Maastricht
Artikel

Access_open Monitoren en evalueren van integraal gezondheidsbeleid

Een practice-based verkenning

Tijdschrift Beleidsonderzoek Online, september 2014
Trefwoorden integraal gezondheidsbeleid, onderzoeksinstrumenten, monitoren en evalueren
Auteurs Ilse Storm, Marije van Koperen, Fons van der Lucht e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Integraal gezondheidsbeleid (IGB) kent in de lokale praktijk diverse verschijningsvormen en kenmerken waardoor het lastig is dit beleid te monitoren en evalueren. In een kennissynthese van Nederlandse kernpublicaties over IGB is gekeken wat op basis van ervaringen in de IGB-praktijk tot nu toe gezegd kan worden over monitoring en evaluatie. Bij deze practice-based verkenning naar IGB-kenmerken en bijbehorende praktische instrumenten is een indeling in drie categorieën gebruikt: context, processen en impact. Voorbeelden van relevante kenmerken zijn: type IGB en setting (context), verbinden beleid en activiteiten (proces), samenwerking sectoren (proces), draagvlak en verankering in organisatie (proces), en effecten op gezondheid of determinanten (impact). Op basis van de huidige IGB-praktijk lijkt het vooral haalbaar kennis te genereren over context en procesmaten, en minder over impactmaten. Uiteindelijk is een set kenmerken die meetbaar zijn met gevalideerde instrumenten wenselijk om grip te krijgen op de voortgang van IGB. Meer theoretische onderbouwing is dan wel noodzakelijk.


Ilse Storm
Ilse Storm is beleidsonderzoeker bij de afdeling Verkenningen Zorg en Preventie (VZP), centrum Gezondheid & Maatschappij (G&M), van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM).

Marije van Koperen
Marije van Koperen is onderzoeker bij de afdeling Gezondheidswetenschappen, Faculteit Aard- en Levenswetenschappen (FALW), van de Vrije Universiteit Amsterdam.

Fons van der Lucht
Fons van der Lucht is afdelingshoofd van de afdeling Verkenningen Volksgezondheid (VVG), centrum Gezondheid & Maatschappij, van het RIVM.

Hans van Oers
Hans van Oers is Chief Science Officer (CSO) Health System Assessment and Policy Support bij het RIVM en hoogleraar Public Health bij Universiteit van Tilburg (UvT)/Tranzo.

Jantine Schuit
Jantine Schuit is centrumhoofd Voeding, Preventie en Zorg bij het RIVM en hoogleraar Health Promotion and Policy bij de afdeling Gezondheidswetenschappen, Faculteit Aard- en Levenswetenschappen, van de Vrije Universiteit Amsterdam.

    The Dutch government aims at a participatory society, for example by striving for a larger amount of self-responsibility in providing social care, since the introduction of the Societal Support Law (in Dutch called ‘Wet maatschappelijke ondersteuning’ or in short Wmo). Does public opinion in the Netherlands reflect this change of mentality? This article investigates (a) how far public opinion on responsibility for social care for the elderly has changed between 2003 and 2010, (b) which factors explain why some people put most responsibility on the government and others on the family and (c) which factors explain intra-individual changes of attitude. This research has used survey data from the Netherlands Kinship Panel Study (2003, 2006/07, 2010). A shift in public opinion appears to have taken place in line with government policy: less responsibility for the government and more for the family. However, a majority of the Dutch population still puts most responsibility on the government. Attitudes appear to be connected with normative motives rather than with utilitarian motives. Intra-individual changes in attitudes in the direction of less government responsibility are mainly explained by normative factors and not by factors related to self-interest.


Mevr. dr. Ellen Verbakel
Mevr. dr. C.M.C. Verbakel is universitair docent bij de opleiding Sociologie van de Radboud Universiteit Nijmegen.
Artikel

Krachtig en kwetsbaar

De Nederlandse burgemeester en de staat van een hybride ambt

Tijdschrift Bestuurs­wetenschappen, Aflevering 3 2014
Auteurs Dr. Niels Karsten, Dr. Linze Schaap en Prof. dr. Frank Hendriks
SamenvattingAuteursinformatie

    This article describes, on the basis of a broad empirical research, the development of the office of mayor since 2002 (the year of the introduction of a dualist local system in the Netherlands) and the present state of the office. It shows a fundamental change in the office during the last decade and how the already existing hybrid nature of the office has continued to grow since 2002. The article describes the effects of this hybridization and identifies, on the basis of this description, eight power lines and vulnerabilities of the office of mayor. The authors relativize a number of issues that are frequently problematized in relation to the office of mayor, but they also point to new concerns amongst mayors. According to the mayors for example the presidency of the council and the presidency of the board of mayor and aldermen can be combined quite easily in practice. Mayors however, and with good reason, are concerned about the vulnerability of their authority and the sustainability of their neutral position ‘above the parties’, their most important source of authority. For this reason a reorientation of the office of mayor in the Netherlands is needed. This reorientation should start with an answer to the question which roles the mayor has to play in Dutch local government.


Dr. Niels Karsten
Dr. N. Karsten MA is universitair docent aan de Tilburgse School voor Politiek en Bestuur van de Tilburg University.

Dr. Linze Schaap
Dr. L. Schaap is universitair hoofddocent aan de Tilburgse School voor Politiek en Bestuur van de Tilburg University.

Prof. dr. Frank Hendriks
Prof. dr. F. Hendriks is hoogleraar en onderzoeksdirecteur aan de Tilburgse School voor Politiek en Bestuur van de Tilburg University.

    Nowadays municipalities in the Netherlands work together more intensively with other municipalities in the region. Also cooperation with companies, institutions and societal organizations is more often looked for at the regional level. In practice this brings along many problems and difficulties. For several reasons it appears not to be easy to combine the implementation strengths of municipalities and societal partners. This article presents a new approach (based on the theory of ‘new regionalism’) to regional implementation strength. This approach is not only about designing regional administrations, but is mainly about the factors that induce administrations as well as companies and institutions to commit themselves jointly for the region. To increase the regional implementation strength more is needed than the formation of a regional administrative structure in which municipalities do not cooperate in a non-committal manner. To induce municipalities and societal partners to commit themselves jointly to handling new tasks or new challenges it is also necessary to have a clear strategic vision on these issues that binds parties and makes them enthusiastic and that regional cooperation is rooted in a societal breeding ground. It also asks for an administrative structure that does justice to the contribution every municipality and societal partner makes to the realization of the strategy and for a democratic involvement of municipal councils and sector-based interest groups.


Marcel Boogers
Prof. dr. M.J.G.J.A. Boogers is hoogleraar Innovatie en Regionaal Bestuur bij de vakgroep Bestuurskunde van de faculteit Management en Bestuur aan de Universiteit Twente en senior adviseur Openbaar Bestuur bij BMC.

    Dit artikel bevat een uitvoerige samenvatting en een beoordeling van een nieuw boek van Furubo, Rist en Speer met als (in het Nederlands vertaalde) titel: ‘Evaluatie in turbulente tijden. Reflecties op een discipline in verwarring’. De aanleiding voor dit boek is dus de opvatting dat de meeste politieke en bestuurlijke contexten voor beleidsevaluatie zo sterk in beweging zijn geraakt dat ex-post beleidsevaluatie als discipline en vanzelfsprekend onderdeel van het proces van beleidsondersteuning in crisis is geraakt en bedreigd wordt. In het kort geeft dit boek als antwoord op deze dreiging: relativeer het ideaal van ‘evidence-based’ beleid, en ga voor ‘real-time’ evaluatie; verleg uw aandacht van ex-post evaluatie ten behoeve van verantwoording achteraf naar ex-ante evaluatie tijdens de beleidsformulering en ex-durante evaluatie parallel aan de beleidsimplementatie, met als doelen: ‘early warning’, beleidsleren, en flexibel reageren op snel veranderende omstandigheden. Natuurlijk heeft dat gevolgen voor rolopvattingen en taakverdelingen in de procesarchitectuur van het beleidsproces.


Rob Hoppe
Rob Hoppe is hoogleraar kennis en beleid Universiteit van Twente, Faculteit Management en Bestuur (MB), Vakgroep Science, Technology and Policy Studies (STePS).

    Deze terreinverkenning op basis van literatuuronderzoek handelt over een internationaal actueel, maar nationaal onderbelicht thema dat hier wordt aangeduid als ‘intersectorale governance voor gezondheid’. De verkenning is geschreven voor de landelijke beleidspraktijk, vanuit het perspectief van nationale beleidsambtenaren als potentiële dragers van intersectorale governance. In het licht van de bestuurlijke kernopdracht voor de komende jaren, werken aan een goede gezondheid, wordt aandacht besteed aan het belang van integrale beleidsvoering op centraal niveau en de hardnekkigheid waarmee het actief inzetten ervan uitblijft. Een focus op beleidsambtenaren als dragers van intersectorale governance biedt interessante mogelijkheden om uit die impasse te komen. Zeker als zij daarbij adequaat worden ondersteund door relevant onderzoek.


Wendy Reijmerink
Wendy Reijmerink is onderzoeker bij het lectoraat Public Management: Effectieve Complexe Governance Systemen van de Haagse Hogeschool. Zij is vele jaren werkzaam geweest als nationale beleidsambtenaar op het gebied van volksgezondheid, met speciale aandacht voor de connectie tussen kennis en beleid.
Artikel

De bestuurlijke organisatie in Nederland: spanningsvelden en veranderstrategieën

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 1 2014
Trefwoorden nation state, structural reforms, decentralisation
Auteurs Cees Paardekooper en Harry ter Braak
SamenvattingAuteursinformatie

    The Dutch Minister for the Interior Ronald Plasterk has proposed far-reaching reforms for the structuring of the Dutch nation state. These reforms include decentralising tasks to municipalities and merging several provinces. So far, these plans have met with criticism and derision. This article discusses the tensions included in Plasterk’s plans and proposes several strategies for how change could still be possible.


Cees Paardekooper
Drs. C. Paardekooper is adviseur bij WagenaarHoes.

Harry ter Braak
Drs. H. ter Braak is adviseur bij WagenaarHoes.
Artikel

De grote verbouwing

Een bestuurskundig perspectief op veranderingen in stelsels van publieke voorzieningen

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 1 2014
Trefwoorden public management reform, New Public Management, New Public Governance
Auteurs Philip Marcel Karré en Cees Paardekooper
SamenvattingAuteursinformatie

    The Netherlands is engaged in reforming several of its public service provision sectors by limiting their hybrid (mixed public/private) character. This special issue deals with these reforms. We have a closer look at the systems of transport, education and housing, and also discuss reforms of the Dutch nation state. Each article poses three basic questions: why has the sector evolved as it has? Why is change seen as necessary? And how does this process take place? By doing so, we draw general lessons on how the Netherlands deals with system change and public management reform.


Philip Marcel Karré
Dr. P.M. Karré is programmaleider van de professional master Urban Management aan de Hogeschool van Amsterdam. Hij doet onderzoek naar de governance van hybride organisaties (www.hybrideorganisaties.nl).

Cees Paardekooper
Drs. C. Paardekooper is adviseur bij WagenaarHoes.
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.