Zoekresultaat: 5 artikelen

x
Jaar 2016 x

Dr. Els van der Pool
Dr. E. van der Pool is lector Human Communication Development bij de Hogeschool Arnhem en Nijmegen.

Dr. Guido Rijnja
Dr. G. Rijnja is coördinator algemeen communicatiebeleid bij de Rijksvoorlichtingsdienst.

    Een lerende overheid heeft behoefte aan beleidsevaluaties die niet alleen van betekenis zijn voor het onderwerp waarop deze primair gericht zijn, maar ook bijdragen aan bredere, systematische opbouw van kennis en ervaring. Het interdepartementaal verbinden van expertise verruimt daarbij het zicht op factoren die het leren bevorderen of belemmeren.
    Een centrale vraag is of de door het beleid beoogde publieke belangen inderdaad bevorderd worden. Beleidsevaluatie moet dan niet alleen gericht zijn op effectiviteit en doelmatigheid ten aanzien van relatief gemakkelijk meetbare indicatoren, maar ook op lastig te kwantificeren essentiële waarden zoals subjectief welzijn, rechtvaardigheid en maatschappelijke aanvaardbaarheid. Het verdient aanbeveling kostbare evaluatie-energie te concentreren op belangrijke kwesties waarover vooraf discussie of onzekerheid bestaat.
    Uit een oogpunt van doelmatige beleidsvoorbereiding, en omdat de uitwerking van wetgeving en beleid ex post niet altijd eenvoudig is vast te stellen, is veel aandacht nodig voor ex ante evaluatie. Van onderzoek naar werkingsmechanismen van beleidsmaatregelen wordt in dit verband terecht veel verwacht.
    Er is sprake van een paradoxaal spanningsveld tussen verwetenschappelijking en politisering van beleid. Daarom is stevig verankerde, onafhankelijke en onpartijdige beleidsevaluatie onmisbaar. Hoge methodologische kwaliteit biedt extra houvast om deze functie geloofwaardig te kunnen vervullen.
    In het streven naar systematische opbouw van kennis en ervaring naast dossier-specifieke doelbereiking kan het helpen als evaluaties zowel een specifiek als een breder geldend algemeen deel bevatten. Belangrijk is ook te sturen op een evenwichtige evaluatieportfolio per beleidsterrein, met aandacht voor ex ante en ex post methoden, uiteenlopende waarden, en verschillende informatiebronnen. Naast best practices moet daarbij ook minder geslaagd beleid in beeld worden gebracht. Voor de bruikbaarheid van evaluaties voor de praktijk is goede vertegenwoordiging van het bottom-up perspectief noodzakelijk.
    Evaluatie van beleid vereist gedegen inbedding binnen de nationale kennisinfrastructuur, effectieve samenwerking met kennisinstellingen en het up-to-date houden van het evalueren zelf. Dat is cruciaal voor het evaluatievermogen van de lerende overheid.


André Knottnerus
André Knottnerus is voorzitter van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid en hoogleraar Huisartsgeneeskunde aan de Universiteit Maastricht.
Boekbespreking

Een dubbele kijk op co-creatie

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 1 2016
Trefwoorden Co-creation
Auteurs Dr. Erik de Bakker en Dr. Hans Dagevos
SamenvattingAuteursinformatie

    This essay review discusses three publications on co-creation: ‘We, the government’ by Davied van Berlo (2012), ‘Co-creation of innovation’ by Corry Ehlen (2015), and ‘New Business Models’ by Jan Jonker et al. (2014). The theme of this essay is the specific character of co-creation compared to other buzzwords (e.g. participation, co-production, social responsibility) that can be heard in the search for a new balance between the state and civil society. We suggest that the distinctive character of co-creation lies in the active engagement of parties who work together to co-create. Co-creation means raising the bar of collaboration and dialogue. Openness, trust, equality and reciprocity are emphasised as essential elements in the process. It is literally about collectively creating multiple values in which there should be plenty of room for creativity and sharing ideas. Following on the publications of Ehlen and Jonker a dual vision on co-creation arises. In general terms, the potential of co-creation depends on the know-how, commitment and values of the actors involved (microscopic perspective) and on the social capital in the wider environment that they can draw upon to bolster the co-creation process (macroscopic perspective).


Dr. Erik de Bakker
Dr. E. de Bakker is senior onderzoeker bij onderzoeksinstituut LEI Wageningen UR.

Dr. Hans Dagevos
Dr. H. Dagevos is senior onderzoeker bij onderzoeksinstituut LEI Wageningen UR en lector aan Hogeschool Inholland.
Artikel

Gezocht: Burgerparticipatie (voor vaste relatie)

Een vergelijkende gevalsstudie naar 26 lokale netwerken in het sociale domein in de regio Arnhem

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 1 2016
Trefwoorden citizen participation, co-production, local networks, decentralization, collaboration
Auteurs Rigtje Passchier MSc en Dr. Jelmer Schalk
SamenvattingAuteursinformatie

    In 2015, Dutch local governments have become responsible for youth care, social welfare, employment and income assistance programs, as a result of decentralization. Many municipalities have set up service delivery networks and community teams, in which they collaborate with healthcare providers and civic organizations to build integrated care services. It is assumed that these networks will improve outcomes in terms of enhanced people’s self-reliance and healthcare cost control; by operating close to citizens they are in a position to know the client, activate a client’s social network and mobilize specialized professional expertise if necessary. However, a comparative case study of 26 emerging local networks in the Arnhem area indicates that healthcare providers use the networks mainly for presentation purposes in an effort to secure business continuity, that the role of local governments is fuzzy, and that citizen participation only thrives when actively encouraged in a climate of trust.


Rigtje Passchier MSc
R. Passchier MSc is interim manager voor de publieke zaak en promovenda aan de Universiteit Leiden.

Dr. Jelmer Schalk
Dr. J. Schalk is universitair docent aan de Universiteit Leiden.

    Since 2001 the Dutch province of Overijssel has its own knowledge centre in the area of urban society next to the national knowledge centres: the ‘KennisInstituut Stedelijke Samenleving’ (KISS). In a previous essay an overview of KISS-meetings dedicated to citizen participation was given. Examples were used from all over the world. This essay zooms in on Deventer, a municipality with almost 100.000 inhabitants in the east of the Netherlands, that can be considered a frontrunner in the area of innovative community and area development. This essay gives an impression of some KISS-meetings on physical community development (to give the inhabitants a say in the physical renewal of their neighbourhoods), social community development (to stimulate inhabitants to improve their own life chances) and economic community development (to give the inhabitants better opportunities on the labour market). This approach was implemented in a deprived neighbourhood (‘Rivierenbuurt’) for the first time and was accompanied by ‘verbal renewal’. The case of area development (‘Havenkwartier’) concerns the subject of temporarily landscapes (‘pauzelandschappen’) that are developed, because the original development plans have incurred a delay. Apart from its willingness to break new ground Deventer shows a lot of attention for issues of sustainability and the positive role of the art sector. In short it is a versatile ‘micropolis’ that uses the available ‘social capital’ and the ‘creative class’ well.


Dr. Rik Reussing
Dr. G.H. Reussing is onderwijscoördinator van de opleiding European Public Administration aan de Universiteit Twente en redactiesecretaris van Bestuurswetenschappen.
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.