Zoekresultaat: 10 artikelen

x
Article

The Impact of VAAs on Vote Switching at the 2019 Belgian Legislative Elections

More Switchers, but Making Their Own Choices

Tijdschrift Politics of the Low Countries, Aflevering 1 2021
Trefwoorden voting advice applications, vote switching, vote choice, elections and electoral behaviour, voters/citizens in Belgium, VAA
Auteurs David Talukder, Laura Uyttendaele, Isaïa Jennart e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    During electoral campaigns, the use of voting advice applications (VAAs) has become increasingly widespread. Consequently, scholars have examined both the patterns of usage and their effects on voting behaviour. However, existing studies lead to conflicting findings. In this article, we take a closer look at the effect of De Stemtest/Test électoral (a VAA developed by academics from the University of Louvain and the University of Antwerp, in partnership with Belgian media partners) on vote switching. More specifically, we divide this latter question into two sub-questions: (1) What is the impact of a (dis)confirming advice from the VAA on vote switching? (2) Do VAA users follow the voting advice provided by the VAA? Our study shows that receiving a disconfirming advice from the VAA increases the probability of users to switch their vote choice.


David Talukder
David Talukder is a PhD candidate at the Université libre de Bruxelles (ULB, Belgium). He works within the research project “Reforming Representative Democracy”. His main research interests are democratic innovations, political representation, and democratic reforms.

Laura Uyttendaele
Laura Uyttendaele is a PhD candidate at the University of Louvain (UCLouvain, Belgium). Her main research interests are Voting Advice Applications, Youth & politics, political attitudes and behaviours, and experimental methods.

Isaïa Jennart
Isaïa Jennart is a PhD candidate (Universiteit Antwerpen & VUB, Belgium) interested in public opinion, electoral campaigns, voting behaviour, Voting Advice Applications and political knowledge. He mainly studies citizens’ knowledge of parties’ issue positions.

Benoît Rihoux
Benoît Rihoux is full professor in political science at the University of Louvain (UCLouvain, Belgium). His research covers comparative methods (especially QCA) as well as diverse topics in comparative politics, political organizations and political behaviour.
Artikel

De invloed van contractuele en relationele aspecten op stakeholdermanagement

Een casusstudie van de A9 en A16 DBFM-infrastructuurprojecten

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 1 2021
Trefwoorden infrastructure projects, public-private partnerships, contractual governance, relational governance, stakeholder management
Auteurs Sander Philips MSc, Ir. Bert de Groot en Dr. Stefan Verweij
SamenvattingAuteursinformatie

    In the past decade, large infrastructure projects in the Netherlands have often been implemented through Public-Private Partnerships (PPPs), specifically using Design-Build-Finance-Maintain (DBFM) contracts. While the decision to implement projects through PPPs is based on expected advantages for internal parties – the public and private partners in the PPP –, there is a call for more focus on the advantages and disadvantages of PPPs for external stakeholders. External stakeholder management in DBFM projects is based on a contractual division of risks and responsibilities between the partners. However, it is clear from the literature that the contract does not guarantee successful stakeholder management. Relational aspects are important. Little research has been done, however, into the interplay of contractual and relational aspects in achieving successful stakeholder management. This article addresses this research need. A comparative case study was conducted into the PPP projects A9 Gaasperdammerweg and A16 Rotterdam. The study first shows that sanctions, when combined with a relational approach, have a positive effect on the relationships with stakeholders. Second, external stakeholder management cannot be simply outsourced to the private partner and continuous involvement of the public partner is important for success.


Sander Philips MSc
Sander Philips MSc volgde op het moment van schrijven de double degree master Environmental and Infrastructure Planning (Rijksuniversiteit Groningen) en Water and Coastal Management (Universität Oldenburg). Inmiddels is hij afgestudeerd.

Ir. Bert de Groot
Ir. Bert de Groot is senior adviseur projectbeheersing bij Rijkswaterstaat, ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, en external PhD bij de Rijksuniversiteit Groningen, faculteit Ruimtelijke Wetenschappen, basiseenheid Planologie.

Dr. Stefan Verweij
Dr. Stefan Verweij is universitair docent infrastructuurplanning, governance en methodologie aan de Rijksuniversiteit Groningen, faculteit Ruimtelijke Wetenschappen, basiseenheid Planologie.

    Participatory research is increasingly being perceived as a democratic and transformative approach to social situations by both academics and policymakers. The article reflects on what it means to do participatory research, what it contributes to broader knowledge building, and why mess may not only need to be present in participatory research but encouraged. The purposes of participation and mess as nourishment for critical enquiry and more radical learning opportunities are considered and illuminated using case study material from the Family Based Positive Support Project.

    Vooraf

    Participatief actieonderzoek en responsieve evaluatie staan volop in de belangstelling bij beleidsmakers en onderzoekers. Dit type beleidsonderzoek en -evaluatie beoogt democratisch, inclusief én impactvol te zijn. Het gaat om onderzoek mét in plaats van óver mensen. En het is actiegericht: onderzoek wil bijdragen aan concrete oplossingen door met betrokkenen gezamenlijke (verbeter)acties te ontwikkelen in de praktijk, en daarop te reflecteren en van te leren. Dit alles met het oog op sociale inclusie. Het zijn mooie idealen, maar wat betekent dit in de alledaagse, vaak weerbarstige onderzoekspraktijk?

    Op 20 januari 2020 organiseerde prof. Abma daarover een symposium, getiteld ‘Responsive, Participatory Research: Past, Present and Future Perspectives’ (Vrije Universiteit, Amsterdam). De rode draad op het symposium was de vraag wat goed en ethisch verantwoord participatief onderzoek is, en wat dit vraagt van onderzoekers en beleidsmakers. Drie lezingen op deze conferentie zijn nadien omgewerkt tot essays om lezers van Beleidsonderzoek Online vanuit verschillende perspectieven beter kennis te laten maken met deze vorm van onderzoek:

    Prof. Weerman en haar team focussen in hun bijdrage op het zich in de praktijk ontwikkelende onderzoeksdesign en het inzetten van creatieve methoden om participatie te bevorderen. Ze gaan na welke kwaliteitscriteria aan participatief actieonderzoek worden gesteld en hechten daarbij met name aan eisen ten aanzien van participatie, samen leren en verschil maken (zie BoO juli 2021). Ze benadrukken het belang van creativiteit en flexibiliteit.

    Prof. Abma bespreekt in haar artikel de normatieve dimensies en de ethiek van participatief actieonderzoek (zie BoO september 2020). Ze illustreert met een voorbeeld uit de crisishulpverlening aan GGZ-cliënten dat participatief actieonderzoek niet slechts een methodisch-technische exercitie is, maar een sociaal-politiek proces waarbij bestaande machtsverhoudingen verschuiven om ruimte te geven aan nieuwe stemmen en kennis. Dit omvat het zien van en stilstaan bij ethisch saillante dilemma’s en morele reflectie.

    De bijdrage van prof. Cook (zie BoO februari 2021) gaat over de weerbarstige praktijk van participatief actieonderzoek. Het doel is samen leren en voorbij geijkte oplossingen komen. Zij laat zien dat dit uitdagend is voor professionals die geconfronteerd worden met burgers die feedback geven en vragen om het (deels) loslaten van vaststaande professionele kaders. Er ontstaat dan ongemak en onzekerheid, maar zo beoogt en laat Cook overtuigend zien, deze ‘mess’ (niet meer goed weten wat goed en nodig is) is productief om te komen tot hernieuwde inzichten en innovaties.

    (Introductietekst opgesteld door prof. T. Abma)


Tina Cook
Tina Cook is a professor of education at Liverpool Hope University. At the core of her work is a focus on inclusive practice in research and evaluation. She is an executive committee member of the ICPHR, an editor of the International Journal of Educational Action Research, and a founder member of the UK Participatory Research Network. Her own research focus is with people with learning disabilities and people with cognitive impairment.

Dr. Rik Reussing
Dr. G.H. Reussing is onderwijscoördinator van de joint degree Public Governance across Borders aan de Universiteit Twente en redactiesecretaris van Bestuurswetenschappen.
Artikel

Particuliere uitbesteding van gemeentelijke handhavingstaken

Wat levert het de lokale overheid op?

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 2 2017
Trefwoorden Municipal law enforcement, Outsourcing, Local government
Auteurs Ronald van Steden, Leon Stougie en Dylan van Veldhoven
Samenvatting

    Various Dutch municipalities hire municipal law enforcement officers from private security companies. This process of outsourcing sometimes meets political resistance, because safety and security are central tasks of government that should not be carried out by commercial parties. At the same time, little is known about the actual pros and cons of private law enforcement officers in relation to their public colleagues. From the literature we expect differences in cost, flexibility, local knowledge, professional autonomy, job satisfaction and cooperation with the police. Our empirical research shows that these differences are smaller than initially assumed. Private law enforcement officers work longer hours under more or less the same working conditions (salary) as public law enforcement officers. Their turnover rate is also higher compared to public law enforcement officers, because of their lower career expectations. Overhead costs, including the costs of outsourcing processes, remain unknown.


Ronald van Steden

Leon Stougie

Dylan van Veldhoven

    This special issue contains five articles based on empirical research into energy transition at the local level. The focus is on the role of local authorities in the energy transition and on partnerships between local authorities (municipalities, provinces, regions) and local communities in the area of sustainable development. The three guest editors have also written an introduction and conclusion for this special issue.


Thomas Hoppe
Dr. T. Hoppe is als universitair hoofddocent verbonden aan de Multi-Actor Systems-vakgroep (MAS-POLG) van de Technische Universiteit Delft.

Ellen van Bueren
Prof. dr. E.M. van Bueren is als hoogleraar Urban Development Management verbonden aan de Technische Universiteit Delft.

Maurits Sanders
Dr. M.P.T. Sanders is associate lector governance bij Saxion Hogescholen, kerndocent Publiek-Private Samenwerking bij de Nyenrode Business Universiteit en partner bij ResetManagement.
Artikel

Nederlands klimaatmitigatiebeleid top-down of bottom-up?

Onderzoek naar de gemeentelijke sturingsrol binnen het klimaatmitigatiebeleid

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 3 2013
Trefwoorden multilevel governance, local climate mitigation policy, governance arrangements, environmental policy, process management, project management
Auteurs Harm Harmsen en Machiel Lamers
SamenvattingAuteursinformatie

    Our research question is: how do Dutch municipalities practice their local steering role within climate mitigation policy? Policy documents of twelve municipalities have been analysed and corresponding policymakers have been interviewed. Our research illustrates that the Dutch government is struggling with the changing relations with society and the growing dependency on it for reaching policy targets. According to literature, the governmental steering role of process management is expected to be more effective in situations of high dependency. However, the policy strategies of municipalities meet characteristics of project management. Meanwhile, the project targets are not controllably formulated and rely solely on actions of other local parties. The ministry has assigned municipalities to use this project management style, to implement the projects in a top-down manner, and to find partners after the implementation phase. Municipal policymakers indicate that they are facing problems afterwards, because the ‘partners’ have interests that do not correspond with the projects as formulated by the municipalities. It is more effective to negotiate with the other parties. This is necessary in order to formulate collective policy targets that meet the interests of all of the participating parties in accordance with the theory of network governance and process management.


Harm Harmsen
Ir. T.H. Harmsen is promovendus en docent bij de leerstoelgroep Milieubeleid van Wageningen UR.

Machiel Lamers
Dr. M.A.J. Lamers is universitair docent bij de leerstoelgroep Milieubeleid van Wageningen UR.
Artikel

Bewonersinitiatieven: partnerschap tussen burgers en overheid

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 4 2011
Trefwoorden citizen’s initiatives, activation policy, representativeness, partnership relation, competences
Auteurs Dr. Imrat Verhoeven en Prof. dr. Evelien Tonkens
SamenvattingAuteursinformatie

    In recent years the Dutch welfare state has invested substantial sums of money in activation of citizen’s initiatives in deprived neighbourhoods. As a policy concept citizen’s initiatives refers to enhancements by citizens to the quality of life in their neighbourhood. Is this activation policy productive or counterproductive for citizen participation? This question is answered by analyzing the representativeness of the activated citizens, the nature of their initiatives, the type of relations they develop with institutions, and whether they develop more competences due to their initiative(s). Our findings indicate that the activated citizens are more often female, below 50, lower educated, and 40 percent is migrant, which makes them more representative than the participation elite (male, 50+, white, and higher educated). They form a new vanguard that activates many participants through initiatives that focus on connecting people and on social problems such as anonymity, isolation and nuisance. Many contacts with professionals contribute for them to a partnership relation geared toward cooperation instead of consumerism or dissatisfaction. Also these citizens develop democratic, bureaucratic and social competences as well as social reflexivity and empathy for other citizens and institutions. We conclude that activation of citizen’s initiatives has positive effects on citizen participation.


Dr. Imrat Verhoeven
Imrat Verhoeven is postdoc onderzoeker aan de afdeling Sociologie en Antropologie, Universiteit van Amsterdam/AISSR. Correspondentiegegevens: Dr. I. Verhoeven, Oudezijds Achterburgwal 185, 1012 DK Amsterdam, i.verhoeven@uva.nl.

Prof. dr. Evelien Tonkens
Evelien Tonkens is hoogleraar actief burgerschap aan de afdeling Sociologie en Antropologie, Universiteit van Amsterdam/AISSR. Correspondentiegegevens: Prof. dr. E. Tonkens, Oudezijds Achterburgwal 185, 1012 DK Amsterdam, e.h.tonkens@uva.nl.

    This article discusses the changes in the safety policy in the Netherlands over about the last fifteen years. These changes are analysed as reactions to the problems that the police and other criminal justice agencies face and which result from the shift from a modern to a late modern society. Five main changes are distinguished: in the organisational and managerial arrangements of the police; in the relation between the state (police) and other (both public and private) agencies; the rise of extra-judicial instruments and the growing attention for the position of victims; the increasing use of technological instruments for surveillance and crime prevention; and a harsher and more punitive policy. These changes create new fundamental questions for a future safety policy.


Jan Terpstra
Dr.ir. J.B. Terpstra is werkzaam bij het Instituut voor Maatschappelijke Veiligheidsvraagstukken (ipit) van de Universiteit Twente. Hij verricht de laatste jaren vooral onderzoek rond politie, justitie en veiligheidszorg. Terpstra publiceerde eerder ook over onder meer maatschappelijke achterstand, sociale zekerheid en beleidsuitvoering. Recente publicaties hebben onder andere betrekking op samenwerking in de lokale veiligheidszorg, Justitie in de Buurt en sturing van politie en politiewerk. Adres: Instituut voor Maatschappelijke Veiligheidsvraagstukken (ipit), Universiteit Twente, Postbus 217, 7500 AE Enschede, e-mail: j.b.terpstra@utwente.nl

    Er bestaan duidelijke parallellen tussen de begrippen hybriditeit en netwerken en de daaraan gerelateerde discussies. Beide hebben betrekking op de fenomenen differentiatie en integratie, waarin ze in zekere zin elkaars spiegelbeeld zijn. In deze bijdrage wordt betoogd dat zowel de analyse van hybriditeit vanuit een netwerkperspectief als de analyse van netwerken vanuit een hybriditeitsperspectief interessante inzichten oplevert. Beide perspectieven zijn samen noodzakelijk om een gegronde analyse te maken van een hybride publiek bestel.


Patrick Kenis
Prof. dr. P. Kenis is hoogleraar Beleids- en Organisatiewetenschappen aan de Universiteit van Tilburg.
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.