Zoekresultaat: 11 artikelen

x
Jaar 2014 x
Artikel

Verder op weg naar een professie voor de beleidsambtenaar?

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 4 2014
Trefwoorden Civil servant, Professional autonomy, Professional standards, Professional behavior
Auteurs Drs. Hans Wilmink
SamenvattingAuteursinformatie

    A profession can be defined as a group of workers with shared knowledge, skills and quality standards. To maintain its professional status, the professional community needs to be relatively autonomous. However, while performing their tasks, many pressures jeopardize the professional worker’s autonomous position. Here, the professional community can make a difference.
    Subordination to the political principal characterizes the position of the civil servant. What margin of professional independence do political leaders allow their civil servants? Recent academic empirical reports in the Netherlands show conflicting outcomes.
    This essay describes how civil servants from a Dutch ministry deal with their professional standards and argues that, in the process of professionalization, more clarity is required with regard to how autonomy and independence for civil servants are safeguarded. This is especially relevant in a contemporary context where new ways to account for the professional behavior of civil servants need to be sought.


Drs. Hans Wilmink
Drs. H. Wilmink bekleedde diverse functies op het ministerie van Binnenlandse Zaken. Hij ging in 2013 met pensioen.
Artikel

Op weg naar een nieuwe ambtelijke status

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 4 2014
Trefwoorden Legal status, Civil servants, Normalization, Legislative proposal
Auteurs Mr. drs. Luc Janssen
SamenvattingAuteursinformatie

    After years of debate, the discussion concerning the legal status of civil servants has reached its climax. The abolition of special civil servant status has never been closer. In February 2014 the Dutch Parliament approved a proposal that is based on the view that the particular legal status of civil servants has to be ‘normalized’, and that the terms and conditions of employment in the public sector could be regulated in line with market sector standards. In this article, both the discussion and the proposal are considered. In addition, we reflect on the extent to which and the way in which the proposal could have a positive impact on the development of the professional competence of civil servants.


Mr. drs. Luc Janssen
Mr. drs. L.H. Janssen studeerde ondernemingsrecht, bestuurskunde en sociaal recht en sociale politiek aan de Universiteit van Tilburg. Daarna werkte hij als onderzoeker bij de Tilburgse School voor Politiek en Bestuur en als medewerker bezwaar bij UWV. Tegenwoordig is hij werkzaam bij Capra Advocaten.

    According to the policy makers of the Dutch police the more complex society for years requires a police organization that can operate as a network player, or even network director, in ever increasing local safety networks to fulfil the police functions of criminal investigation and maintenance of public order in an effective manner. This claim hardly seems to validated by empirical evidence. Validation is important because research shows that a lot of time is spent on the police network function within community based policing. The question is if this time is spent in an effective manner. Therefore this article addresses the question of the revenues of the police network function within community based policing for the core tasks maintenance of political order and criminal investigation. Based on a policy analysis, interviews and five weeks of participatory research in one police force in the Netherlands, the authors conclude that the policy of the police is only to ‘take’ out and not ‘give’ to local safety networks, although according to the practice and the network literature networkers from the police should give to be able to achieve results. Because the police network function does contribute to the quality of life and the social safety in the community, the authors believe that the community is best served by police officers that have a broad network function.


Jelle Groenendaal MSc
J. Groenendaal MSc is senior onderzoeker en promovendus bij Crisislab, dat het onderzoek van de leeropdracht Besturen van Veiligheid aan de Radboud Universiteit Nijmegen ondersteunt.

Prof. dr. Ira Helsloot
Prof. dr. I. Helsloot is hoogleraar Besturen van Veiligheid aan de faculteit Managementwetenschappen van de Radboud Universiteit Nijmegen.
Article

Politieke theorie en de Europese Unie: het braakliggend terrein van het normatief programma

Tijdschrift Res Publica, Aflevering 4 2014
Trefwoorden European Union, political theory, integration theory, European Studies, ideal theory
Auteurs Erik De Bom
SamenvattingAuteursinformatie

    In this article it will be argued that the contribution of political theory to European studies is rather one-sided and could be enriched by broadening the spectrum. To make this clear, the first part of this article will offer an overview of the contribution of political theory to European integration studies up to the present day. In the second part, avenues for further research will be presented with special attention to the importance of theories of justice for the EU. In close connection to this program, the value of ideal theory will be highlighted as a means to think about the further development of the EU and to critically assess the present functioning of the EU.


Erik De Bom
Erik De Bom verricht postdoctoraal onderzoek aan het Hoger Instituut voor Wijsbegeerte van de KU Leuven en is als senior onderzoeker verbonden aan het Leuven Centre for Global Governance Studies. Zijn onderzoek richt zich op het vroegmoderne politieke denken (16de-17de eeuw) en contemporaine politieke filosofie met bijzondere aandacht voor de Europese Unie.
Artikel

Access_open Monitoren en evalueren van integraal gezondheidsbeleid

Een practice-based verkenning

Tijdschrift Beleidsonderzoek Online, september 2014
Trefwoorden integraal gezondheidsbeleid, onderzoeksinstrumenten, monitoren en evalueren
Auteurs Ilse Storm, Marije van Koperen, Fons van der Lucht e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Integraal gezondheidsbeleid (IGB) kent in de lokale praktijk diverse verschijningsvormen en kenmerken waardoor het lastig is dit beleid te monitoren en evalueren. In een kennissynthese van Nederlandse kernpublicaties over IGB is gekeken wat op basis van ervaringen in de IGB-praktijk tot nu toe gezegd kan worden over monitoring en evaluatie. Bij deze practice-based verkenning naar IGB-kenmerken en bijbehorende praktische instrumenten is een indeling in drie categorieën gebruikt: context, processen en impact. Voorbeelden van relevante kenmerken zijn: type IGB en setting (context), verbinden beleid en activiteiten (proces), samenwerking sectoren (proces), draagvlak en verankering in organisatie (proces), en effecten op gezondheid of determinanten (impact). Op basis van de huidige IGB-praktijk lijkt het vooral haalbaar kennis te genereren over context en procesmaten, en minder over impactmaten. Uiteindelijk is een set kenmerken die meetbaar zijn met gevalideerde instrumenten wenselijk om grip te krijgen op de voortgang van IGB. Meer theoretische onderbouwing is dan wel noodzakelijk.


Ilse Storm
Ilse Storm is beleidsonderzoeker bij de afdeling Verkenningen Zorg en Preventie (VZP), centrum Gezondheid & Maatschappij (G&M), van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM).

Marije van Koperen
Marije van Koperen is onderzoeker bij de afdeling Gezondheidswetenschappen, Faculteit Aard- en Levenswetenschappen (FALW), van de Vrije Universiteit Amsterdam.

Fons van der Lucht
Fons van der Lucht is afdelingshoofd van de afdeling Verkenningen Volksgezondheid (VVG), centrum Gezondheid & Maatschappij, van het RIVM.

Hans van Oers
Hans van Oers is Chief Science Officer (CSO) Health System Assessment and Policy Support bij het RIVM en hoogleraar Public Health bij Universiteit van Tilburg (UvT)/Tranzo.

Jantine Schuit
Jantine Schuit is centrumhoofd Voeding, Preventie en Zorg bij het RIVM en hoogleraar Health Promotion and Policy bij de afdeling Gezondheidswetenschappen, Faculteit Aard- en Levenswetenschappen, van de Vrije Universiteit Amsterdam.

    Nowadays municipalities in the Netherlands work together more intensively with other municipalities in the region. Also cooperation with companies, institutions and societal organizations is more often looked for at the regional level. In practice this brings along many problems and difficulties. For several reasons it appears not to be easy to combine the implementation strengths of municipalities and societal partners. This article presents a new approach (based on the theory of ‘new regionalism’) to regional implementation strength. This approach is not only about designing regional administrations, but is mainly about the factors that induce administrations as well as companies and institutions to commit themselves jointly for the region. To increase the regional implementation strength more is needed than the formation of a regional administrative structure in which municipalities do not cooperate in a non-committal manner. To induce municipalities and societal partners to commit themselves jointly to handling new tasks or new challenges it is also necessary to have a clear strategic vision on these issues that binds parties and makes them enthusiastic and that regional cooperation is rooted in a societal breeding ground. It also asks for an administrative structure that does justice to the contribution every municipality and societal partner makes to the realization of the strategy and for a democratic involvement of municipal councils and sector-based interest groups.


Marcel Boogers
Prof. dr. M.J.G.J.A. Boogers is hoogleraar Innovatie en Regionaal Bestuur bij de vakgroep Bestuurskunde van de faculteit Management en Bestuur aan de Universiteit Twente en senior adviseur Openbaar Bestuur bij BMC.
Artikel

De Collectieve Horeca Ontzegging: uitsluiting uit de publieke ruimte?

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 1 2014
Trefwoorden Responsibilization, Collective Pub Ban, Selective exclusion, Security, Public space
Auteurs Dr. mr. Marc Schuilenburg en Dr. Ronald van Steden
SamenvattingAuteursinformatie

    The article provides a theoretical and empirical analysis of the Night Time Economy and how the Collective Pub Ban is applied in three Dutch cities: Utrecht, Amersfoort and Den Bosch. The Collective Pub Ban is a measure taken in the Netherlands in an effort to make pubs, bars and clubs co-responsible for maintaining security. Depending on the severity of the conduct, an offender can be denied of entry to these venues for five years. During this period, the offender is not allowed to enter the particular pub or any of the other pubs, bars and clubs that participate in this measure. On the basis of 84 interviews, we show how these venues fill out their new responsibilities with respect to the Collective Pub Ban-measure. Also, we answer the question what this new measure means for the quality of the public space.


Dr. mr. Marc Schuilenburg
Dr. mr. Marc Schuilenburg is universitair docent aan de afdeling Criminologie van de Vrije Universiteit Amsterdam. E-mail: m.b.schuilenburg@vu.nl.

Dr. Ronald van Steden
Dr. Ronald van Steden is universitair docent aan de afdeling Politicologie & Bestuurswetenschappen van de Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

Intergemeentelijk samenwerken: het kan ook licht

Een verkenning van lichte vormen van intergemeentelijke samenwerking

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 1 2014
Trefwoorden inter-municipal cooperation, light forms of cooperation, modes of cooperation
Auteurs Leon van den Dool en Linze Schaap
SamenvattingAuteursinformatie

    Many tasks will be decentralized to municipalities in the Netherlands in the coming years. To deal with these challenges, central government encourages municipal mergers, while municipalities often prefer a light form of cooperation. Since municipal boarders are converging less and less with the boarders inhabitants experience in their daily lives, municipalities feel free to cooperate in a variety of ways with other partners. This poses new challenges to democratic legitimacy, effectiveness and the role local authorities play. Local governments therefore do not need new regulations or legal forms of co-operations, but rather a repertoire fitting their role. We argue that local governments need to analyse their tasks, choose the form of cooperation that fits best and develop a repertoire for their cooperation. Light forms of cooperation are very important for developing a variety of cooperative forms and roles local governments need to play.


Leon van den Dool
Dr. L.T. van den Dool is senior onderzoeker bij de Tilburgse School voor Politiek en Bestuur (Universiteit van Tilburg) en daarnaast senior manager in de adviespraktijk voor binnenlands bestuur bij PwC. Hij richt zich op de lokale overheid en met name op stedelijke ontwikkeling, leerprocessen, goed bestuur, onafhankelijk onderzoek, bestuurskracht en samenwerkingsvraagstukken.

Linze Schaap
Dr. L. Schaap is universitair hoofddocent bij de Tilburgse School voor Politiek en Bestuur (Universiteit van Tilburg). Hij richt zich op democratisch besturen op lokaal, intergemeentelijk en regionaal niveau, schaalvraagstukken en bestuurskracht. Veel van zijn onderzoek heeft een internationaal vergelijkend karakter.
Artikel

Lessen en conclusies uit vier keer stelselwijziging

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 1 2014
Trefwoorden public management reform, governance arrangements
Auteurs Philip Marcel Karré en Cees Paardekooper
SamenvattingAuteursinformatie

    This concluding article of our special issue on public management reform in the Netherlands summarizes the information presented in the individual articles. We conclude that reform is often an incremental process, aimed at streamlining existing governance arrangements rather than creating and rolling out grand new designs.


Philip Marcel Karré
Dr. P.M. Karré is als programmaleider van de professional master Urban Management aan de Hogeschool van Amsterdam. Hij doet onderzoek naar de governance van hybride organisaties (www.hybrideorganisaties.nl).

Cees Paardekooper
Drs. C. Paardekooper is adviseur bij WagenaarHoes.
Artikel

Successen en rafelrandjes: Stelselwijzigingen in het Openbaar Vervoer

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 1 2014
Trefwoorden public transport, New Public Management
Auteurs Wijnand Veeneman
SamenvattingAuteursinformatie

    During the 1980s and 1990s, successive Dutch governments reformed public transport by introducing market-type mechanisms. However, these New Public Management-style reforms have only been introduced half-heartedly because governments also tried to avoid the negative effects of NPM. On some fronts, the reforms have undoubtedly led to improved quality (better and newer material) and more choice for governments regarding how to organize public transport because there are several new providers. But on other fronts, these positive effects have been hampered by fragmentation, leading to calls for another overhaul of the system. This article chronicles the developments in public transport and discusses which new steps could be taken.


Wijnand Veeneman
Dr. W.W. Veeneman is als universitair hoofddocent Organisatie & Management verbonden aan de Technische Universiteit Delft.

    In policy practice sometimes organizational arrangements appear that at first glance manifest itself as cooperative relations between private organizations, but about which on second thoughts the question can be asked if after all there is an active input from the side of the government. This is for instance the case in the construction of biogas infrastructures. In this article the authors discuss if we can talk about PPC after all. In the debate on governance this question is important because in the design of PPC the public interest involved must be sufficiently guaranteed in terms of control and accountability. On the basis of a confrontation between the results of a literature review and an empirical study of the case of a Green Gas pipeline in North-East Friesland (‘Biogasleiding Noordoost Fryslân’) in the Netherlands, the authors conclude that public steering in practice can take a form in disguise. Using ‘intermediate’ civil law legal persons, governmental influence indeed can be and is exercised during the cooperation. Especially law poses specific demands on control and accountability to take care of public interests, like the promotion of the use of renewable energy. Likewise in this kind of projects, especially in comparison with pure private-private cooperation, the public and if possible even the public law regulation must be safeguarded, for instance by transparency of form and content of steering. Of course this has to be done with preservation of the cooperative nature that is typical of PPC.


Maurits Sanders
Dr. M.P.T. Sanders is hoofddocent Bestuurskunde bij Saxion Hogescholen, zakelijk directeur van het Netherlands Institute of Government (NIG) en onlangs gepromoveerd aan de Faculteit Management en Bestuur van de Universiteit Twente.

Michiel Heldeweg
Prof. mr. dr. M.A. Heldeweg is hoogleraar Public Governance Law aan de Faculteit Management en Bestuur van de Universiteit Twente.
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.