Zoekresultaat: 8 artikelen

x
Jaar 2014 x
Artikel

De Verblijfsregeling Mensenhandel in de praktijk: over oneigenlijk gebruik en niet-gebruik

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 4 2014
Trefwoorden human trafficking, public policy, crime policy, policy misuse, non-take up
Auteurs Dr. Jeanine Klaver en Prof. dr. Joanne van der Leun
SamenvattingAuteursinformatie

    In line with international and national legislation, the Netherlands offers certain services, including a temporary residence permit, to third country nationals who have fallen prey to human traffickers. Over the years, concerns have been often expressed about the perceived misuse of this regulation by foreigners who aim at legalising their stay. Based on interviews and file analysis the present article seeks to provide insight into to what extent it is possible to measure this misuse and the policy implications of the findings. In addition, the authors take into account non-use of the programme. The article confirms existing worries about misuse, provides indicators for misuse, but also concludes that at the level of individual cases practitioners cannot discern misuse from rightful use. At the same time, there are also groups that fall outside the reach of the programme. The article concludes with some policy recommendations on the basis of the findings.


Dr. Jeanine Klaver
Dr. Jeanine Klaver is manager onderzoek bij Regioplan Beleidsonderzoek.

Prof. dr. Joanne van der Leun
Prof. dr. Joanne van der Leun is hoogleraar criminologie aan de Universiteit Leiden.

    This paper attempts a normative assessment of the input and output-oriented legitimacy of the present euro-rescuing regime on the basis of policy analyses examining the causes of present crises, the available policy options, and the impact of the policies actually chosen. Concluding that the regime lacks input-oriented legitimacy and that its claim to output-oriented legitimacy is ambivalent at best, the paper explores potential – majoritarian or unilateral – exits from the present institutional constellation that is characterized by the synthesis of a non-democratic expertocracy and an extremely asymmetric intergovernmental bargaining system.


Prof. dr. Fritz W. Scharpf
Prof. dr. Fritz W. Scharpf is emeritus director van het Max Planck Institute for the Studies of Societies.
Article

Welke eurocrisis? Een vergelijkende analyse van de nieuwsverslaggeving in de Lage Landen

Tijdschrift Res Publica, Aflevering 4 2014
Trefwoorden content analysis, euro crisis, newspapers, EU news, framing
Auteurs Willem Joris en Leen d’Haenens
SamenvattingAuteursinformatie

    This article presents a comparative analysis of the news coverage on the euro crisis in Flanders (Dutch-speaking Belgium) and the Netherlands. The aim of the research was to identify how newspapers in the Low Countries have portrayed the roots of the crisis, the main victims, and those held responsible to solve the crisis, and ways to do so. This study also analyzed the differences across geographical contexts and types of newspapers. Furthermore, it examined how the coverage changed as the crisis continued. Research findings include that Flemish newspapers more often reported about the causes of the crisis, whereas the Dutch newspapers published more articles discussing the responses to it. Furthermore, financial newspapers provided more news stories searching for a solution, while popular newspapers usually published short, factual descriptions.


Willem Joris
Willem Joris is wetenschappelijk medewerker aan het Instituut voor Mediastudies, KU Leuven. Hij doet een doctoraatsonderzoek over de ‘eurocrisis in het nieuws’.

Leen d’Haenens
Leen d’Haenens is gewoon hoogleraar aan het Instituut voor Mediastudies, KU Leuven. Haar onderzoeks- en onderwijsinteresses omvatten westers mediabeleid, jongeren en (sociale) media, media en sociale bewegingen, mediadiversiteit, en journalism studies.

    More often it has been supposed that pride has important positive effects on the functioning of civil servants (performance) and the provision of services to citizens. To stimulate civil servants to be proud of their profession and regain their professional pride it is necessary to know what causes civil servants to be proud of their work. Little quantitative research has been done into the determinants of professional pride in the public sector and the research that has been carried out is characterized by a diversity of definitions and operationalizations of pride. This research analyses to what extent civil servants are proud and which factors determine the amount of professional pride. The data have been gathered in 2010 by the Dutch Department of Home Affairs in the Personnel and Mobility Monitor. The monitor shows that three out of ten Dutch civil servants are not proud of their own profession. This is not caused by personal characteristics like gender, age and education that cannot be influenced, but intrinsic characteristics of the relation between civil servant and work that have the largest effect on the amount of professional pride amongst civil servants. Those civil servants that feel attached to the organization, are satisfied with the organization, are satisfied with their work and are motivated, are much prouder than those civil servants which lack these characteristics.


Rick Borst
R.T. Borst is als student-assistent verbonden aan de opleiding Bestuurskunde van de Radboud Universiteit Nijmegen.

Dr. Christiaan Lako
Dr. C.J. Lako is als universitair docent verbonden aan de opleiding Bestuurskunde van de Radboud Universiteit Nijmegen.

Prof. dr. Michiel de Vries
Prof. dr. M.S. de Vries is als hoogleraar verbonden aan de opleiding Bestuurskunde van de Radboud Universiteit Nijmegen.

    De laatste jaren is de beleidsmatige en wetenschappelijke aandacht voor ex ante onderzoek toegenomen. De vraag is of dit ook is terug te zien in het aantal studies naar concrete plannen, en in het gebruik van de uitkomsten van ex ante studies in de beleidsontwikkeling. Om dit na te gaan verrichtten we een metastudie van ex ante onderzoeken over beleid op rijksniveau, verschenen in de periode 2005 tot en met 2011. In deze bijdrage beschrijven we eerst hoe vaak en met welk doel ex ante onderzoek wordt verricht en om wat voor typen studies het gaat. Daarna nemen we het gebruik in het beleidsontwikkelings- en besluitvormingsproces onder de loep door in te zoomen op vijf ex ante onderzoeken. Een eerste conclusie is dat er inmiddels een aanzienlijk aantal ex ante studies is verschenen; een tweede dat in alle vijf casus het onderzoek belangrijke actoren in het beleidsproces bereikt heeft, maar dat de uitkomsten niet altijd doorklinken in het uiteindelijke beleid.


Carolien Klein Haarhuis
Carolien Klein Haarhuis is onderzoeker bij de afdeling Rechtsbestel, Wetgeving en Internationale en vreemdelingenaangelegenheden (RWI) van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het ministerie van Veiligheid en Justitie.

Monika Smit
Monika Smit is afdelingshoofd bij de afdeling Rechtsbestel, Wetgeving en Internationale en vreemdelingenaangelegenheden (RWI) van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het ministerie van Veiligheid en Justitie.

Shelena Keulemans
Shelena Keulemans is als promovenda verbonden aan de vakgroep Bestuurskunde van de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Article

Access_open Beleidsonderzoek benutten

Tijdschrift Beleidsonderzoek Online, april 2014
Auteurs Prof. dr. A.F.A. Korsten en drs. Anne Douwe van der Meer AC
SamenvattingAuteursinformatie

    Achter opdrachtresearch gaat de veronderstelling schuil dat de tussen- en eindresultaten van beleidsonderzoek vroeg of laat ook benut worden en onderdeel worden van een proces van bezinning op beleid. Dit artikel handelt hierover. Diverse aspecten van benutting van onderzoek komen aan bod, zoals de definitie en vormen van benutting. Er worden vier richtingen onderscheiden om de omvang en vorm van benutting of onderbenutting op te sporen. Het artikel geeft voorts verklaringen voor achterblijvende benutting en bevat adviezen om te komen tot meer benutting. Voor ambtenaren, bestuurders en partners in beleidsnetwerken biedt deze beschouwing aanknopingspunten om researchresultaten desgewenst beter te benutten. En voor onderzoekers bevat dit artikel tal van aanzetten tot hypothesevorming voor verder onderzoek.


Prof. dr. A.F.A. Korsten
Prof. dr. A.F.A. Korsten is honorair hoogleraar Bestuurskunde van de lagere overheden aan de Universiteit Maastricht en emeritus hoogleraar Bestuurskunde aan de Open Universiteit.

drs. Anne Douwe van der Meer AC
Drs. Anne Douwe van der Meer AC is bedrijfseconoom en controller. Hij was werkzaam bij onder andere de Arbeidsvoorziening, het ministerie van Defensie, de gemeentelijke overheid en Deloitte.

    Dit artikel bevat een uitvoerige samenvatting en een beoordeling van een nieuw boek van Furubo, Rist en Speer met als (in het Nederlands vertaalde) titel: ‘Evaluatie in turbulente tijden. Reflecties op een discipline in verwarring’. De aanleiding voor dit boek is dus de opvatting dat de meeste politieke en bestuurlijke contexten voor beleidsevaluatie zo sterk in beweging zijn geraakt dat ex-post beleidsevaluatie als discipline en vanzelfsprekend onderdeel van het proces van beleidsondersteuning in crisis is geraakt en bedreigd wordt. In het kort geeft dit boek als antwoord op deze dreiging: relativeer het ideaal van ‘evidence-based’ beleid, en ga voor ‘real-time’ evaluatie; verleg uw aandacht van ex-post evaluatie ten behoeve van verantwoording achteraf naar ex-ante evaluatie tijdens de beleidsformulering en ex-durante evaluatie parallel aan de beleidsimplementatie, met als doelen: ‘early warning’, beleidsleren, en flexibel reageren op snel veranderende omstandigheden. Natuurlijk heeft dat gevolgen voor rolopvattingen en taakverdelingen in de procesarchitectuur van het beleidsproces.


Rob Hoppe
Rob Hoppe is hoogleraar kennis en beleid Universiteit van Twente, Faculteit Management en Bestuur (MB), Vakgroep Science, Technology and Policy Studies (STePS).
Artikel

De Collectieve Horeca Ontzegging: uitsluiting uit de publieke ruimte?

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 1 2014
Trefwoorden Responsibilization, Collective Pub Ban, Selective exclusion, Security, Public space
Auteurs Dr. mr. Marc Schuilenburg en Dr. Ronald van Steden
SamenvattingAuteursinformatie

    The article provides a theoretical and empirical analysis of the Night Time Economy and how the Collective Pub Ban is applied in three Dutch cities: Utrecht, Amersfoort and Den Bosch. The Collective Pub Ban is a measure taken in the Netherlands in an effort to make pubs, bars and clubs co-responsible for maintaining security. Depending on the severity of the conduct, an offender can be denied of entry to these venues for five years. During this period, the offender is not allowed to enter the particular pub or any of the other pubs, bars and clubs that participate in this measure. On the basis of 84 interviews, we show how these venues fill out their new responsibilities with respect to the Collective Pub Ban-measure. Also, we answer the question what this new measure means for the quality of the public space.


Dr. mr. Marc Schuilenburg
Dr. mr. Marc Schuilenburg is universitair docent aan de afdeling Criminologie van de Vrije Universiteit Amsterdam. E-mail: m.b.schuilenburg@vu.nl.

Dr. Ronald van Steden
Dr. Ronald van Steden is universitair docent aan de afdeling Politicologie & Bestuurswetenschappen van de Vrije Universiteit Amsterdam.
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.