Zoekresultaat: 6 artikelen

x
Jaar 2016 x
Artikel

Welvaart gemeten, verdeeld en verduurzaamd

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 4 2016
Trefwoorden Welfare economics, Asymmetrical information, Situational contracting, Political theory, Behaviourism
Auteurs Prof. dr. Dik Wolfson
SamenvattingAuteursinformatie

    This paper shows how interactive governance can be helpful in dealing with information asymmetries in the design and administration of public policy. It describes the checks and balances of a properly incentivized mechanism design of contextual or situational contracting that reveals information on diversity in demand for public intervention, deals with complexity, creates commitment to the public cause and disciplines uncooperative behavior. The contractual mode, moreover, discloses the actual trade-offs between rivalling criteria of good governance such as individual freedom, efficiency, distributional concerns and sustainability, deepening our insight in who gets – or pays for – what, when, where, how and why, as the key issues of policy analysis. Evidence from early applications is combined with suggestions for rolling out this new mode of relinking public policy, implementation and external control.


Prof. dr. Dik Wolfson
Prof. dr. Dik Wolfson is emeritus hoogleraar economie, en geniet gastvrijheid bij de afdeling Bestuurskunde en sociologie van de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Essay

Access_open De relatie tussen burgers en overheden: nu echt aan herijken toe!

Achtergrond en aanleiding

Tijdschrift Beleidsonderzoek Online, december 2016
Auteurs Tjeerd Bandringa en Rob van Engelenburg
SamenvattingAuteursinformatie

    Burgers willen meer en nadrukkelijker zelf invloed hebben op hun eigen en de collectieve leefomgeving. Overheden worstelen met dit, an sich legitieme, vraagstuk, met name hoe dit vorm en inhoud gegeven moet worden binnen de vastgelegde kaders. De huidige procesgang in de relatie tussen burgers en overheden bij leefomgevingsingrijpen is gebaseerd op het aloude vierluik (spoor 1): de overheid informeert de belanghebbende burgers over haar voornemens, burgers kunnen zienswijzen indienen, die al dan niet meegenomen worden, daarna bestaat de mogelijkheid van bezwaar aantekenen (niet bindend), en tot slot kan een beroepsprocedure bij de Raad van State worden doorlopen (wel bindend maar steeds minder effectief). Kortom, een erg defensieve en steeds minder resultaatgerichte benadering. De auteurs van deze bijdrage pleiten nu voor de ontwikkeling van een tweede spoor waarbij constructieve burgerparticipatie via samenspraak en samenwerking optrekt met het bevoegd gezag om vaak sneller en goedkoper tot projectresultaten met draagvlak te komen. Helaas zijn zowel aan de zijde van de burgers als bij veel overheden de noodzakelijke randvoorwaarden nog niet ingevuld om deze coproductie op voorhand succesvol te laten verlopen. De auteurs doen een oproep aan bestuurders en politici om hier invulling aan te geven. Praktijkervaringen wijzen uit dat constructieve burgerparticipatie veel meerwaarde heeft, met name ook voor overheden.


Tjeerd Bandringa
Tjeerd Bandringa heeft als werktuigbouwkundig ingenieur meer dan 30 jaar (inter)nationale projectervaring in de procesindustrie op het gebied van energie en utilities. Hij houdt zich bezig met burgerparticipatie bij infraprojecten.

Rob van Engelenburg
Rob van Engelenburg is afgestudeerd als economisch geograaf en bestuursplanoloog en is ruim 33 jaar werkzaam bij diverse brancheorganisaties en de Vereniging van Kamers van Koophandel, in de belangenbehartiging van het georganiseerd bedrijfsleven richting overheidsinstanties. Hij is als burger betrokken bij nationale, regionale en lokale projecten, veelal op infragebied.

    Energy planning and the realization of a new energetic infrastructure has become an issue for many actors. The local setting has become polycentric. Against this background the authors have tried to answer the question of the possible consequences of a polycentric local decision-making arena for the realization of sustainable energy transition, especially the implementation of smart grids. Polycentrism is characterised by configurations of units that are multi-level, multi-purpose, multi-sectoral and multi-functional. The impact of these configurations can be assessed using four criteria: control, efficiency, political representation and local self-determination. The authors used these criteria to analyse two cases. Both cases show that the consequences of polycentrism are variable and differ on the four criteria. The analysis shows tensions in polycentric configurations between control and efficiency on the one hand and local self-determination and political representation on the other. This outcome was a reason for the authors to argue for a better institutional design for the local polycentric arena with the help of the seven ‘rules-in-use’ of Elinor Ostrom. Her design is universal but requires specific local application. In this way more justice can be done to the local circumstances in order to be able to achieve effective results.


Imke Lammers MSc
I. Lammers MSc is als promovenda verbonden aan het Department of Governance and Technology for Sustainability (CSTM) van de Universiteit Twente.

Dr. Maarten Arentsen
Dr. M.J. Arentsen is als universitair hoofddocent verbonden aan het Department of Governance and Technology for Sustainability (CSTM) van de Universiteit Twente.
Artikel

Big data, grote vragen; een institutionele onderzoeksagenda

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 1 2016
Trefwoorden big data, institutions, checks and balances, decision making, research agenda
Auteurs Prof. dr. Hans de Bruijn en Dr. Haiko van der Voort
SamenvattingAuteursinformatie

    In this final contribution we will summarize the main findings of this special issue. Moreover, we will think through the main consequences. The contributions all suggest major societal shifts. Organization of government is changing as a consequence of big data. They either reorganize or initiate new collaborations with businesses and knowledge institutions. What’s more, the processes of data generation, data processing and use are far from neutral. It requires more - at least other - technological knowledge and skills, which some possess and others not. New checks and balances are necessary, notably between data scientists and decision makers, between organizations that make big data their business and civilians, and maybe even between man and computer. Their relations might get reconfigured and those not familiar with the new big data methods will prove vulnerable. This final contribution contains an institutional research agenda that will meet these concerns.


Prof. dr. Hans de Bruijn
Prof.dr. J.A. de Bruijn is hoogleraar aan de Technische Universiteit Delft

Dr. Haiko van der Voort
Dr. H.G. van der Voort is universitair docent aan de Technische Universiteit Delft
Artikel

Big data en de onderzoeker: een gesprek met Michel van Eeten

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 1 2016
Auteurs Dr. Haiko van der Voort en prof.dr. Hans de Bruijn
Auteursinformatie

Dr. Haiko van der Voort
Dr. H.G. van der Voort is universitair docent aan de Technische Universiteit Delft

prof.dr. Hans de Bruijn
prof.dr. J.A. de Bruijn is hoogleraar aan de Technische Universiteit Delft

    With the term ‘system responsibility’ the authors (both working for the Dutch Scientific Council for Governmental Policy) mean the responsibility for the functioning of complex ‘administrative systems’. In these complex administrative systems supervision can have different roles: to assess the functioning one-sided from the perspective of the government, but also to put on reflective glasses (‘from afar glasses’) that aim at the bigger picture of divergent rationalities of the actors involved. In the second case, there is ‘system responsible supervision’. This essay explores the ‘what’ and the ‘how’ of the desirability of system responsible supervision in a society with complex, compound administrative systems. Such supervision can contribute to a somewhat better understanding of these systems and a somewhat better ability to adjust these complex systems. These supervisors can be seen as a necessary complement of the withdrawal of the government and the rise of ‘horizontal administration’, in which the hierarchical decision-power of the central government has gradually shifted to other actors. As unelected and as relatively independent actors they occupy a new, hybrid place in the ‘trias politica’, because on the one hand they have taken over functions of elected politicians and administrators and on the other hand they function in many respects as a quasi-judicial power.


Dr. Peter de Goede
Dr. P.J.M. de Goede is senior wetenschappelijk medewerker van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid. Hij is voormalig redactiesecretaris en hoofdredacteur van Bestuurswetenschappen.

Prof. dr. André Knottnerus
Prof. dr. J.A. Knottnerus is voorzitter van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid.
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.