Zoekresultaat: 6 artikelen

x
Jaar 2004 x

Bart Tromp
Prof. dr. B.A.G.M. Tromp is bijzonder hoogleraar in de theorie en geschiedenis van de internationale betrekkingen aan de Universiteit van Amsterdam, Senior Research Fellow aan het Nederlands Instituut voor Internationale Betrekkingen 'Clingendael', politiek columnist van Het Parool en De Gelderlander en commentator internationale politiek van Elsevier.

    This article discusses the changes in the safety policy in the Netherlands over about the last fifteen years. These changes are analysed as reactions to the problems that the police and other criminal justice agencies face and which result from the shift from a modern to a late modern society. Five main changes are distinguished: in the organisational and managerial arrangements of the police; in the relation between the state (police) and other (both public and private) agencies; the rise of extra-judicial instruments and the growing attention for the position of victims; the increasing use of technological instruments for surveillance and crime prevention; and a harsher and more punitive policy. These changes create new fundamental questions for a future safety policy.


Jan Terpstra
Dr.ir. J.B. Terpstra is werkzaam bij het Instituut voor Maatschappelijke Veiligheidsvraagstukken (ipit) van de Universiteit Twente. Hij verricht de laatste jaren vooral onderzoek rond politie, justitie en veiligheidszorg. Terpstra publiceerde eerder ook over onder meer maatschappelijke achterstand, sociale zekerheid en beleidsuitvoering. Recente publicaties hebben onder andere betrekking op samenwerking in de lokale veiligheidszorg, Justitie in de Buurt en sturing van politie en politiewerk. Adres: Instituut voor Maatschappelijke Veiligheidsvraagstukken (ipit), Universiteit Twente, Postbus 217, 7500 AE Enschede, e-mail: j.b.terpstra@utwente.nl

    The creation of quasi-autonomous organizations has spread throughout the western world. Flanders and the Netherlands both have a longstanding tradition of putting policy execution at arms' length, thereby creating so-called voi's and zbo's respectively. This raises the question whether there are comparable trajectories, forms, developments and political considerations. By comparing the developments in both countries the authors seek an answer to this question.

    The establishment of quangos was very popular until the mid 1990s. However, in both countries a countermovement can be seen. The creation of quangos is believed to lead to problems for political control. Both governments have taken several measures to solve these issues.

    The comparison shows that there are indeed many similarities, but also reveals interesting differences. There is no comprehensive convergence between the two neighbours. These differences are the result of differences in the politico-administrative system and the institutional culture.


Koen Verhoest
Dr. Koen Verhoest is onderzoeker en projectleider aan het Instituut voor de Overheid van de Katholieke Universiteit Leuven. Hij heeft diverse publicaties op zijn naam, onder meer over de sturing van verzelfstandigde organisaties (in het Vlaams Tijdschrift voor Overheidsmanagement en met Geert Bouckaert in een boek van Yvonne Fortin), over coƶrdinatie binnen de overheid (twee boeken bij Die Keure en Academia Press), over kerntaken tussen overheidsniveaus en tussen publieke en private actoren (twee boeken bij Academia Press en bij de Hoge Raad voor Binnenlands Bestuur). Adres: Instituut voor de Overheid, Van Evenstraat 2A, 3000 Leuven e-mail: verhoest@soc.kuleuven.ac.be

Sandra van Thiel
Dr. Sandra van Thiel is universitair docent Bestuurskunde aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Zij heeft diverse publicaties op haar naam over verzelfstandiging zowel over zbo's (met Van Buuren in Bestuurswetenschappen), agentschappen (met Smullen en Pollitt in b en m) als over gemeentelijke verzelfstandiging (in Beleidswetenschap). Adres: Erasmus Universiteit Rotterdam, postbus 1738, kamer M8-27, 3000 DR Rotterdam e-mail: vanthiel@fsw.eur.nl

    This article explores the shifting balance of health care values during the past thirty years. It becomes clear that in health care decision making the values and goals of the government policy gained weight in relation to those of the health care sector itself. The same is true for the health care insurances. The market ideology, the private aspects of health care insurances and in general the economical approach of health care appears to have gained influence compared to the medical approach, the public aspects of the health insurances and the professional interests of the health care sector. This article ends with a discussion about the possible implications of these shifts for the coming change of the health care insurance system.


Jan Kasdorp
Jan Kasdorp is jurist en projectleider bij de Raad voor de Volksgezondheid en Zorg. Hij heeft onder andere meegewerkt aan adviezen over marktwerking in de zorg, de samenhang tussen cure en care, de Europese dimensie van het zorgbeleid, maatschappelijk ondernemen, de toekomst van de AWBZ en de keuzeproblematiek in de zorg. Hij was secretaris van de commissie-Dunning. Adres: St. Huybertsgeregt 7, 2741 EM Waddinxveen 0182-619104.

    This paper addresses the question whether potentially conflicting health policy goals can explain the presence of multiple competing health policy programs. For more than fifteen years, successive government coalitions have proposed to replace the dominating policy program of supply and price regulation by the policy program of regulated competition. Due to its institutional and technical complexity, however, so far most efforts have been focused on the realization of the appropriate preconditions for regulated competition and the actual implementation is still in its infancy. The remarkable perseverance of the market-oriented policy program can be explained by the fact that it offers, at least in theory, a single comprehensive solution for satisfying both efficiency and equity goals. Even if the program succeeds in fostering efficiency while maintaining equity, several reasons are pointed out why the market-oriented program is unlikely to fully replace supply and price regulation. First, the market-oriented program does not seem suitable for all health sectors or even for all geographical markets within a specific sector. Second, the market-oriented program is unlikely to meet political objectives about the desired level of public health spending.


Erik Schut
Erik Schut is als bijzonder hoogleraar Gezondheids-beleid en Economie van de Gezondheidszorg verbonden aan het instituut Beleid en Management Gezondheidszorg (iBMG) van het Erasmus Universitair Medisch Centrum Rotterdam. Daar geeft hij onderwijs en verricht hij onderzoek op het terrein van de organisatie, financiƫring en economie van de gezondheidszorg. Hij is auteur van een groot aantal nationale en internationale publicaties over gezondheidseconomie en gezondheidszorgbeleid. Voorts was hij lid van diverse adviescommissies op het terrein van de ziektekostenverzekeringen, de ziekenhuissector en de financiering van de huisartsenzorg. Adres: Instituut Beleid en Management Gezondheidszorg, Erasmus Universiteit Rotterdam, Postbus 1738, 3000 DR Rotterdam, 010-4088544, Schut@bmg.eur.nl
Artikel

Stelsel-matig hervormen

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 4 2004
Auteurs Kim Putters, Jan-Kees Helderman en Tom van der Grinten
Samenvatting

    There is probably no other sector of the welfare state where the gap between citizen's expectations and government's opportunities is deepening so intensely and has such a complex and politicized reform agenda as the health care sector. Health care is a critical case par excellence to study the relation between efficiency and legitimization of welfare state reform. The leading question of this special issue of Beleid & Maatschappij is: how does the Dutch health care system and the connected public policymaking accommodate the different and often conflicting goals (input), organizing concepts (throughput) and outcomes (output)? With these questions in mind the dominant governance principles of Dutch health care, especially the system of regulated competition, are scrutinized. One of the findings is, that 'second best' solutions are the highest achievable in this field, a notion that reform policies should take into account.


Kim Putters

Jan-Kees Helderman

Tom van der Grinten
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.