Zoekresultaat: 11 artikelen

x
Jaar 2014 x
Artikel

Proactieve verkeersveiligheid in veranderende bestuurlijke verhoudingen

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 4 2014
Trefwoorden policy analysis, road safety
Auteurs Dr. Peter van der Knaap
SamenvattingAuteursinformatie

    The Netherlands enjoys a long-standing reputation in the field of road safety. Following the ‘Sustainable Road Safety’ program of the 1990s, the infrastructural layout considerably reduces the risk of accidents while at the same time many measures are in place to improve road user behavior. In recent years, however, there have been several developments that may affect the success of the approach. In addition to an ageing population, urbanization, and the rise of new technologies, there is a combination of decentralization, policy integration, and budgetary restraints.
    This contribution presents the philosophy behind the sustainable road safety program and describes its key elements. It discusses policy and societal developments, and the continuing need to improve road safety, especially at a decentralized level. The article argues in favor of a continued systematic approach towards safer road traffic, also in periods of decentralization and limited budgets. It presents a concrete perspective of the role of policy analysis and policy evaluation to develop a proactive approach to road safety under the new conditions. In this, evidence-based interventions, an active use of safety performance indicators, and a focus on success are key elements.


Dr. Peter van der Knaap
Dr. P. van der Knaap is directeur-bestuurder van de Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid (SWOV).

Dr. Rik Reussing
Dr. G.H. Reussing is redactiesecretaris van Bestuurswetenschappen en onderwijscoördinator van de opleiding European Public Administration aan de Universiteit Twente.
Artikel

Access_open Monitoren en evalueren van integraal gezondheidsbeleid

Een practice-based verkenning

Tijdschrift Beleidsonderzoek Online, september 2014
Trefwoorden integraal gezondheidsbeleid, onderzoeksinstrumenten, monitoren en evalueren
Auteurs Ilse Storm, Marije van Koperen, Fons van der Lucht e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Integraal gezondheidsbeleid (IGB) kent in de lokale praktijk diverse verschijningsvormen en kenmerken waardoor het lastig is dit beleid te monitoren en evalueren. In een kennissynthese van Nederlandse kernpublicaties over IGB is gekeken wat op basis van ervaringen in de IGB-praktijk tot nu toe gezegd kan worden over monitoring en evaluatie. Bij deze practice-based verkenning naar IGB-kenmerken en bijbehorende praktische instrumenten is een indeling in drie categorieën gebruikt: context, processen en impact. Voorbeelden van relevante kenmerken zijn: type IGB en setting (context), verbinden beleid en activiteiten (proces), samenwerking sectoren (proces), draagvlak en verankering in organisatie (proces), en effecten op gezondheid of determinanten (impact). Op basis van de huidige IGB-praktijk lijkt het vooral haalbaar kennis te genereren over context en procesmaten, en minder over impactmaten. Uiteindelijk is een set kenmerken die meetbaar zijn met gevalideerde instrumenten wenselijk om grip te krijgen op de voortgang van IGB. Meer theoretische onderbouwing is dan wel noodzakelijk.


Ilse Storm
Ilse Storm is beleidsonderzoeker bij de afdeling Verkenningen Zorg en Preventie (VZP), centrum Gezondheid & Maatschappij (G&M), van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM).

Marije van Koperen
Marije van Koperen is onderzoeker bij de afdeling Gezondheidswetenschappen, Faculteit Aard- en Levenswetenschappen (FALW), van de Vrije Universiteit Amsterdam.

Fons van der Lucht
Fons van der Lucht is afdelingshoofd van de afdeling Verkenningen Volksgezondheid (VVG), centrum Gezondheid & Maatschappij, van het RIVM.

Hans van Oers
Hans van Oers is Chief Science Officer (CSO) Health System Assessment and Policy Support bij het RIVM en hoogleraar Public Health bij Universiteit van Tilburg (UvT)/Tranzo.

Jantine Schuit
Jantine Schuit is centrumhoofd Voeding, Preventie en Zorg bij het RIVM en hoogleraar Health Promotion and Policy bij de afdeling Gezondheidswetenschappen, Faculteit Aard- en Levenswetenschappen, van de Vrije Universiteit Amsterdam.

Mevr. Ruth Prins
Mevr. R.S. Prins MSc is universitair docent aan het Instituut Bestuurskunde van de Universiteit Leiden, Campus Den Haag.

    The Dutch government aims at a participatory society, for example by striving for a larger amount of self-responsibility in providing social care, since the introduction of the Societal Support Law (in Dutch called ‘Wet maatschappelijke ondersteuning’ or in short Wmo). Does public opinion in the Netherlands reflect this change of mentality? This article investigates (a) how far public opinion on responsibility for social care for the elderly has changed between 2003 and 2010, (b) which factors explain why some people put most responsibility on the government and others on the family and (c) which factors explain intra-individual changes of attitude. This research has used survey data from the Netherlands Kinship Panel Study (2003, 2006/07, 2010). A shift in public opinion appears to have taken place in line with government policy: less responsibility for the government and more for the family. However, a majority of the Dutch population still puts most responsibility on the government. Attitudes appear to be connected with normative motives rather than with utilitarian motives. Intra-individual changes in attitudes in the direction of less government responsibility are mainly explained by normative factors and not by factors related to self-interest.


Mevr. dr. Ellen Verbakel
Mevr. dr. C.M.C. Verbakel is universitair docent bij de opleiding Sociologie van de Radboud Universiteit Nijmegen.

    While the belief in a socially engineered society has been renounced to a large extent, in cities actors continue to struggle with the question how their plans can be steered on goal achievement. This article addresses a steering philosophy that is based on an emergent adaptive urban development process. This means that urban strategies adapt during the process by connecting to initiatives from the market and civil society. The central question of this article is how specific projects are ‘made’ in accordance with the intentions of the actors involved and how these projects are connected to larger policy stories for the city. In this article perspectives are explored that have replaced the old thinking in terms of ‘social engineering’. On the basis of two case studies in the Netherlands (Brainport Eindhoven and Mainport Rotterdam) an emergent adaptive strategy is explored as a perspective for action. This perspective is not only about ‘social engineering’, but also about ‘social connecting’. An emergent adaptive strategy is not designed on the drawing table, but it emerges during the practice of project development out of an attitude that is conscious of the environment, connective and reflective.


Dr. Wouter Jan Verheul
Dr. Wouter Jan Verheul is verbonden aan de Technische Universiteit Delft, Faculty of Architecture & Built Environment, sectie Urban Development Management.

Dr. ir. Tom Daamen
Dr. ir. Tom Daamen is verbonden aan de Technische Universiteit Delft, Faculty of Architecture & Built Environment, sectie Urban Development Management.

    Na het aantreden van Rutte II heeft de bestuurlijke opschaling van gemeenten en provincies twintig maanden lang op de agenda gestaan. Zoals bekend hebben de plannen van het kabinet de eindstreep niet gehaald. Vooral bij de meest betrokken provincies bestond er kritiek op het ontbreken van een visie en onderbouwing. In dit artikel wordt onderzocht in hoeverre een netwerkanalyse van het verplaatsingsgedrag daarin zou kunnen voorzien. Voor een volgende ronde, die zich mogelijk al snel weer aandient. De uitkomsten van verschillende algoritmes voor netwerkanalyse worden vergeleken. Het begrip daily urban system, gekoppeld aan welvaartstheoretische inzichten (Tordoir), dient als inhoudelijke leidraad. Netwerkanalyse blijkt zakelijke argumenten op te leveren die behulpzaam kunnen zijn bij het trekken van (nieuwe) bestuurlijke grenzen, ook al zullen deze om verschillende redenen nooit alleenzaligmakend zijn.


Diederik Brouwer
Correspondentie: Diederik Brouwer, dbrouwer@onderzoekwerkt.nl.

    Nowadays municipalities in the Netherlands work together more intensively with other municipalities in the region. Also cooperation with companies, institutions and societal organizations is more often looked for at the regional level. In practice this brings along many problems and difficulties. For several reasons it appears not to be easy to combine the implementation strengths of municipalities and societal partners. This article presents a new approach (based on the theory of ‘new regionalism’) to regional implementation strength. This approach is not only about designing regional administrations, but is mainly about the factors that induce administrations as well as companies and institutions to commit themselves jointly for the region. To increase the regional implementation strength more is needed than the formation of a regional administrative structure in which municipalities do not cooperate in a non-committal manner. To induce municipalities and societal partners to commit themselves jointly to handling new tasks or new challenges it is also necessary to have a clear strategic vision on these issues that binds parties and makes them enthusiastic and that regional cooperation is rooted in a societal breeding ground. It also asks for an administrative structure that does justice to the contribution every municipality and societal partner makes to the realization of the strategy and for a democratic involvement of municipal councils and sector-based interest groups.


Marcel Boogers
Prof. dr. M.J.G.J.A. Boogers is hoogleraar Innovatie en Regionaal Bestuur bij de vakgroep Bestuurskunde van de faculteit Management en Bestuur aan de Universiteit Twente en senior adviseur Openbaar Bestuur bij BMC.
Artikel

Het probleem van laaggeschooldheid in België: een historisch-geografische analyse

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 2 2014
Trefwoorden human capital, unskilled, school dropout, geographical segregation
Auteurs Drs. Frederik Van Der Gucht en Prof. dr. Raf Vanderstraeten
SamenvattingAuteursinformatie

    This article presents an analysis of the geographical clustering at the bottom end of the human capital distribution within Belgium and its major political regions (namely, the Flemish and the Walloon Region). At the national level, there is both a clear decrease of the shares of unskilled and unqualified adults and of their regionally unequal distribution. However, this overall decrease goes along with growing divergences between Flanders and Wallonia. In Flanders the number of early school leavers has become small. In Wallonia economic problems – measured in terms of unemployment rates – go hand in hand with a comparatively high number of school dropouts. Our empirical findings suggest that the success of particular areas and regions in a knowledge-intensive economy depends not only on the presence of highly skilled and highly qualified human capital, but also suffers from the presence of relatively large shares of the less-skilled. We discuss some implications for political decision-making.


Drs. Frederik Van Der Gucht
Drs. Frederik Van Der Gucht is als onderzoeker verbonden aan de vakgroep Sociologie van de Universiteit Gent (België). E-mail: frederik.vandergucht@ugent.be.

Prof. dr. Raf Vanderstraeten
Prof. dr. Raf Vanderstraeten is als hoogleraar verbonden aan de vakgroep Sociologie van de Universiteit Gent (België) en als fellow aan het Helsinki Collegium for Advanced Studies (Finland). www.cst.ugent.be. E-mail: raf.vanderstraeten@ugent.be.
Article

Access_open Beleidsonderzoek benutten

Tijdschrift Beleidsonderzoek Online, april 2014
Auteurs Prof. dr. A.F.A. Korsten en drs. Anne Douwe van der Meer AC
SamenvattingAuteursinformatie

    Achter opdrachtresearch gaat de veronderstelling schuil dat de tussen- en eindresultaten van beleidsonderzoek vroeg of laat ook benut worden en onderdeel worden van een proces van bezinning op beleid. Dit artikel handelt hierover. Diverse aspecten van benutting van onderzoek komen aan bod, zoals de definitie en vormen van benutting. Er worden vier richtingen onderscheiden om de omvang en vorm van benutting of onderbenutting op te sporen. Het artikel geeft voorts verklaringen voor achterblijvende benutting en bevat adviezen om te komen tot meer benutting. Voor ambtenaren, bestuurders en partners in beleidsnetwerken biedt deze beschouwing aanknopingspunten om researchresultaten desgewenst beter te benutten. En voor onderzoekers bevat dit artikel tal van aanzetten tot hypothesevorming voor verder onderzoek.


Prof. dr. A.F.A. Korsten
Prof. dr. A.F.A. Korsten is honorair hoogleraar Bestuurskunde van de lagere overheden aan de Universiteit Maastricht en emeritus hoogleraar Bestuurskunde aan de Open Universiteit.

drs. Anne Douwe van der Meer AC
Drs. Anne Douwe van der Meer AC is bedrijfseconoom en controller. Hij was werkzaam bij onder andere de Arbeidsvoorziening, het ministerie van Defensie, de gemeentelijke overheid en Deloitte.
Artikel

De Collectieve Horeca Ontzegging: uitsluiting uit de publieke ruimte?

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 1 2014
Trefwoorden Responsibilization, Collective Pub Ban, Selective exclusion, Security, Public space
Auteurs Dr. mr. Marc Schuilenburg en Dr. Ronald van Steden
SamenvattingAuteursinformatie

    The article provides a theoretical and empirical analysis of the Night Time Economy and how the Collective Pub Ban is applied in three Dutch cities: Utrecht, Amersfoort and Den Bosch. The Collective Pub Ban is a measure taken in the Netherlands in an effort to make pubs, bars and clubs co-responsible for maintaining security. Depending on the severity of the conduct, an offender can be denied of entry to these venues for five years. During this period, the offender is not allowed to enter the particular pub or any of the other pubs, bars and clubs that participate in this measure. On the basis of 84 interviews, we show how these venues fill out their new responsibilities with respect to the Collective Pub Ban-measure. Also, we answer the question what this new measure means for the quality of the public space.


Dr. mr. Marc Schuilenburg
Dr. mr. Marc Schuilenburg is universitair docent aan de afdeling Criminologie van de Vrije Universiteit Amsterdam. E-mail: m.b.schuilenburg@vu.nl.

Dr. Ronald van Steden
Dr. Ronald van Steden is universitair docent aan de afdeling Politicologie & Bestuurswetenschappen van de Vrije Universiteit Amsterdam.
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.