Zoekresultaat: 240 artikelen

x

    Dutch social policies are aimed at the integration and participation of all people. This creates challenges for persons with a mental vulnerability and their neighbourhoods. Five municipalities in the province of Flevoland asked us to help them improve the move from protected living to living in the neighbourhood. We used an arts-based participatory action research design and we followed ‘hot topics’, topics that sparked people’s energy and emotion, and which led to empowerment and participation. Focusing on these topics, which initially might not seem to be closely connected to the main research topic, might produce more information, and energy to take action on it, rather than rigidly sticking with the initial research topics. In this article, we focus on the first phases of the project. The emotions that people with mental vulnerabilities expressed when talking about their dogs, led us to the core of what really mattered to them in terms of inclusive living and participation. The dog functioned as an unexpected ‘hot topic’. In a symbolic sense, ‘the dog’ stands for a diverse range of lifeworld topics that can act as a creative catalyst for social change.

    Vooraf

    Participatief actieonderzoek en responsieve evaluatie staan volop in de belangstelling bij beleidsmakers en onderzoekers. Dit type beleidsonderzoek en -evaluatie beoogt democratisch, inclusief én impactvol te zijn. Het gaat om onderzoek mét in plaats van óver mensen. En het is actiegericht: onderzoek wil bijdragen aan concrete oplossingen door met betrokkenen gezamenlijke (verbeter)acties te ontwikkelen in de praktijk, en daarop te reflecteren en van te leren. Dit alles met het oog op sociale inclusie. Het zijn mooie idealen, maar wat betekent dit in de alledaagse, vaak weerbarstige onderzoekspraktijk?

    Op 20 januari 2020 organiseerde prof. Abma daarover een symposium, getiteld ‘Responsive, Participatory Research: Past, Present and Future Perspectives’ (Vrije Universiteit, Amsterdam). De rode draad op het symposium was de vraag wat goed en ethisch verantwoord participatief onderzoek is, en wat dit vraagt van onderzoekers en beleidsmakers. Drie lezingen op deze conferentie zijn nadien omgewerkt tot essays om lezers van Beleidsonderzoek Online vanuit verschillende perspectieven beter kennis te laten maken met deze vorm van onderzoek:

    Prof. Weerman en haar team focussen in hun bijdrage op het zich in de praktijk ontwikkelende onderzoeksdesign en het inzetten van creatieve methoden om participatie te bevorderen. Ze gaan na welke kwaliteitscriteria aan participatief actieonderzoek worden gesteld en hechten daarbij met name aan eisen ten aanzien van participatie, samen leren en verschil maken (zie BoO juli 2021). Ze benadrukken het belang van creativiteit en flexibiliteit.

    Prof. Abma bespreekt in haar artikel de normatieve dimensies en de ethiek van participatief actieonderzoek (zie BoO september 2020). Ze illustreert met een voorbeeld uit de crisishulpverlening aan GGZ-cliënten dat participatief actieonderzoek niet slechts een methodisch-technische exercitie is, maar een sociaal-politiek proces waarbij bestaande machtsverhoudingen verschuiven om ruimte te geven aan nieuwe stemmen en kennis. Dit omvat het zien van en stilstaan bij ethisch saillante dilemma’s en morele reflectie.

    De bijdrage van prof. Cook (zie BoO februari 2021) gaat over de weerbarstige praktijk van participatief actieonderzoek. Het doel is samen leren en voorbij geijkte oplossingen komen. Zij laat zien dat dit uitdagend is voor professionals die geconfronteerd worden met burgers die feedback geven en vragen om het (deels) loslaten van vaststaande professionele kaders. Er ontstaat dan ongemak en onzekerheid, maar zo beoogt en laat Cook overtuigend zien, deze ‘mess’ (niet meer goed weten wat goed en nodig is) is productief om te komen tot hernieuwde inzichten en innovaties.

    (Introductietekst opgesteld door prof. T. Abma)


Alie Weerman
Alie Weerman is professor of Mental Health and Society at Windesheim University of Applied Sciences. Her PhD focused on the use of experiential knowledge of professional social workers and caretakers. She practices Participatory Health Research in several organizations in healthcare and social work. She always uses experiential knowledge as a valuable ‘third source of knowledge’ in the process and results of studies

Rosalie Metze
Rosalie Metze is associate professor of Mental Health and Society at Windesheim University of Applied Sciences. Her expertise lies in topics such as outreach work, experiential knowledge, self-efficacy, and strengthening the voice of those less heard. Her goal is to always work according to the PAR principles, and gain the necessary acknowledgement for this type of research.

Rik Reussing
Dr. G.H. Reussing is onderwijscoördinator van de joint degree Public Governance across Borders aan de Universiteit Twente en redactiesecretaris van Bestuurswetenschappen.

    The impact of audit office reports has received little attention in the scientific literature. In this article, various forms of impact have been distinguished with the help of Public Administration literature and factors that promote the use of evaluations have been distinguished. This theoretical framework was subsequently used for empirical research into the effect of audit office research. The extent to which the recommendations have had an impact was investigated in 20 Dutch municipalities with the aid of impact reports from audit institutions. Out of 176 publications, 94% of the 1216 recommendations were adopted by the city council. This means that the procedural impact is high. Of the 731 recommendations that could be checked at 17 municipalities, the local audit offices report that 58% had been fully implemented, 19% partially and 15% not or not tackled differently. The three categories of success factors from the scientific literature were visible in the practice of the audit offices. This applies most strongly to impact factors related to evaluation quality, in particular the factors related to communications standards, clear recommendations, timeliness and relevance to the decision maker. As far as research and decision-making factors are concerned, the commitment of the organization and the political climate are the most important factors for audit institutions. Finally, the involvement of stakeholders promotes the impact as a catalyst. The article concludes with practical lessons for promoting the processing of audit reports.


Sjoerd Keulen
Dr. S.J. Keulen is specialistisch adviseur bij de Algemene Rekenkamer. Daarnaast is hij extern lid van de Rekenkamer Utrecht.
Thema-artikel

Waarom burgers coproducent willen zijn

Een theoretisch model om de motivaties van coproducerende burgers te verklaren

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 2 2021
Auteurs Carola van Eijk en Trui Steen
Auteursinformatie

Carola van Eijk
Ten tijde van publicatie werkte C.J.A. van Eijk MSc. (research) als promovenda bij het Instituut Bestuurskunde, Universiteit Leiden.

Trui Steen
Dr. T.P.S. Steen was universitair hoofddocent bij het Instituut Bestuurskunde, Universiteit Leiden en bij KU Leuven Instituut voor de Overheid.
Thema-artikel

Wat motiveert burgers tot coproductie en burgerinitiatief?

Wetenschappelijke reflectie op ‘Waarom burgers coproducent willen zijn’ (2013)

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 2 2021
Auteurs Mirjan Oude Vrielink
Auteursinformatie

Mirjan Oude Vrielink
Dr. M.J. Oude Vrielink is onderzoeker bij Oude Vrielink Dienstverlening – Partner in kennis.
Article

The Impact of VAAs on Vote Switching at the 2019 Belgian Legislative Elections

More Switchers, but Making Their Own Choices

Tijdschrift Politics of the Low Countries, Aflevering 1 2021
Trefwoorden voting advice applications, vote switching, vote choice, elections and electoral behaviour, voters/citizens in Belgium, VAA
Auteurs David Talukder, Laura Uyttendaele, Isaïa Jennart e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    During electoral campaigns, the use of voting advice applications (VAAs) has become increasingly widespread. Consequently, scholars have examined both the patterns of usage and their effects on voting behaviour. However, existing studies lead to conflicting findings. In this article, we take a closer look at the effect of De Stemtest/Test électoral (a VAA developed by academics from the University of Louvain and the University of Antwerp, in partnership with Belgian media partners) on vote switching. More specifically, we divide this latter question into two sub-questions: (1) What is the impact of a (dis)confirming advice from the VAA on vote switching? (2) Do VAA users follow the voting advice provided by the VAA? Our study shows that receiving a disconfirming advice from the VAA increases the probability of users to switch their vote choice.


David Talukder
David Talukder is a PhD candidate at the Université libre de Bruxelles (ULB, Belgium). He works within the research project “Reforming Representative Democracy”. His main research interests are democratic innovations, political representation, and democratic reforms.

Laura Uyttendaele
Laura Uyttendaele is a PhD candidate at the University of Louvain (UCLouvain, Belgium). Her main research interests are Voting Advice Applications, Youth & politics, political attitudes and behaviours, and experimental methods.

Isaïa Jennart
Isaïa Jennart is a PhD candidate (Universiteit Antwerpen & VUB, Belgium) interested in public opinion, electoral campaigns, voting behaviour, Voting Advice Applications and political knowledge. He mainly studies citizens’ knowledge of parties’ issue positions.

Benoît Rihoux
Benoît Rihoux is full professor in political science at the University of Louvain (UCLouvain, Belgium). His research covers comparative methods (especially QCA) as well as diverse topics in comparative politics, political organizations and political behaviour.
Article

Interest Representation in Belgium

Mapping the Size and Diversity of an Interest Group Population in a Multi-layered Neo-corporatist Polity

Tijdschrift Politics of the Low Countries, Aflevering 1 2021
Trefwoorden interest groups, advocacy, access, advisory councils, media attention
Auteurs Evelien Willems, Jan Beyers en Frederik Heylen
SamenvattingAuteursinformatie

    This article assesses the size and diversity of Belgium’s interest group population by triangulating four data sources. Combining various sources allows us to describe which societal interests get mobilised, which interest organisations become politically active and who gains access to the policy process and obtains news media attention. Unique about the project is the systematic data collection, enabling us to compare interest representation at the national, Flemish and Francophone-Walloon government levels. We find that: (1) the national government level remains an important venue for interest groups, despite the continuous transfer of competences to the subnational and European levels, (2) neo-corporatist mobilisation patterns are a persistent feature of interest representation, despite substantial interest group diversity and (3) interest mobilisation substantially varies across government levels and political-administrative arenas.


Evelien Willems
Evelien Willems is a postdoctoral researcher at the Department of Political Science, University of Antwerp. Her research focuses on the interplay between interest groups, public opinion and public policy.

Jan Beyers
Jan Beyers is Full Professor of Political Science at the University of Antwerp. His current research projects focus on how interest groups represent citizens interests and to what extent the politicization of public opinion affects processes of organized interest representation in public policymaking.

Frederik Heylen
Frederik Heylen holds a PhD in Political Science from the University of Antwerp. His doctoral dissertation addresses the organizational development of civil society organizations and its internal and external consequences for interest representation. He is co-founder and CEO of Datamarinier.

    In this feature authors discuss recent research findings that are of interest to readers of Beleid en Maatschappij.


Tom van der Meer
Prof. dr. Tom van der Meer is hoogleraar politicologie aan de faculteit der Maatschappij- en Gedragswetenschappen aan de Universiteit van Amsterdam.

    In this feature authors discuss recent research findings that are of interest to readers of Beleid en Maatschappij.


Kristof Jacobs
Dr. Kristof Jacobs is universitair hoofddocent emperische politicologie op de afdeling politicologie aan de Radboud Universiteit Nijmegen.
Artikel

Access_open Ontwikkeling en institutionalisering van een anti-establishmentpartij

De casus Leefbaar Rotterdam

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 3 2021
Trefwoorden party institutionalization, political parties, local government, Governance, anti-establishment party
Auteurs Gideon Broekhuizen en Julien van Ostaaijen
SamenvattingAuteursinformatie

    There is much research available about the development and government participation of new political parties (e.g. Pedersen, 1982; Deschouwer, 2008). Scholars show that survival for new political parties is often difficult, as they in general had little time for party building (Bollyer & Bytzek, 2017). Moreover, the expectation for specific types of new parties, mainly anti-establishment parties, is that they pay a high(er) electoral price when participating in government (Van Spanje, 2011). The Dutch case of the local political party of ‘Leefbaar Rotterdam’ (Livable Rotterdam, LR) is a noteworthy exception to this rule. It won the Rotterdam local election in 2002 with almost 35 percent of the votes, only months after its establishment. Until this day, LR remains an electorally large and relevant political party, participating in Rotterdam government twice (2002-2006 and 2014-2018). The article shows that in comparison to some national new political parties, LR succeeded in building a solid party organization and that from a party institutionalization perspective, it can be considered an institutionalized party. Regarding theory, it provides some additions to party building literature, such as the importance of personal relations and the balance between organizational unity and member autonomy.


Gideon Broekhuizen
Gideon Broekhuizen MSc LLB is werkzaam als beleidsadviseur bij het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

Julien van Ostaaijen
Dr. Julien van Ostaaijen is werkzaam als universitair docent bestuurskunde aan Tilburg University en lector Recht en Veiligheid bij Avans Hogeschool.
Artikel

Gemeentelijke bestuurskracht in de energietransitie

Het operationaliseren en kwantificeren van een ongrijpbaar begrip

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 1 2021
Trefwoorden governing capacity, local energy policy, sustainability, climate governance
Auteurs Rick de Vries MSc, Dr. Kees Vringer en Dr. ir. Hans Visser
SamenvattingAuteursinformatie

    Municipalities play an important role in the Dutch energy transition. Therefore, they are expected to deal both sufficiently and timely with their tasks. The question is whether they have the capacity to do so (governing capacity). This study aims to assess whether improving governing capacity can be used to improve the policy performance. We operationalized governing capacity and built a model to assess the relation between several conditions for governing capacity and policy performance for three domains of the energy transition: built environment, mobility and renewables. We found no direct relationship between perceived governing capacity and energy transition policy output. However, we found relationships between conditions for governing capacity, and the policy output. About 25 percent of the total variance in policy performance could be attributed to population size. This percentage levels up to 55 to 60 percent if the motivation of the local administration, cooperation between municipalities and other governmental organisations and the participation of citizens and businesses are also taken into account. This contradicts the idea that enlarging municipalities is the most important way to achieve a higher policy performance.


Rick de Vries MSc
Rick de Vries MSc is onderzoeksmedewerker bij het Planbureau voor de Leefomgeving.

Dr. Kees Vringer
Dr. Kees Vringer is senior onderzoeker bij het Planbureau voor de Leefomgeving.

Dr. ir. Hans Visser
Dr. ir. Hans Visser is senior onderzoeker statistische analyses bij het Planbureau voor de Leefomgeving.
Artikel

De invloed van contractuele en relationele aspecten op stakeholdermanagement

Een casusstudie van de A9 en A16 DBFM-infrastructuurprojecten

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 1 2021
Trefwoorden infrastructure projects, public-private partnerships, contractual governance, relational governance, stakeholder management
Auteurs Sander Philips MSc, Ir. Bert de Groot en Dr. Stefan Verweij
SamenvattingAuteursinformatie

    In the past decade, large infrastructure projects in the Netherlands have often been implemented through Public-Private Partnerships (PPPs), specifically using Design-Build-Finance-Maintain (DBFM) contracts. While the decision to implement projects through PPPs is based on expected advantages for internal parties – the public and private partners in the PPP –, there is a call for more focus on the advantages and disadvantages of PPPs for external stakeholders. External stakeholder management in DBFM projects is based on a contractual division of risks and responsibilities between the partners. However, it is clear from the literature that the contract does not guarantee successful stakeholder management. Relational aspects are important. Little research has been done, however, into the interplay of contractual and relational aspects in achieving successful stakeholder management. This article addresses this research need. A comparative case study was conducted into the PPP projects A9 Gaasperdammerweg and A16 Rotterdam. The study first shows that sanctions, when combined with a relational approach, have a positive effect on the relationships with stakeholders. Second, external stakeholder management cannot be simply outsourced to the private partner and continuous involvement of the public partner is important for success.


Sander Philips MSc
Sander Philips MSc volgde op het moment van schrijven de double degree master Environmental and Infrastructure Planning (Rijksuniversiteit Groningen) en Water and Coastal Management (Universität Oldenburg). Inmiddels is hij afgestudeerd.

Ir. Bert de Groot
Ir. Bert de Groot is senior adviseur projectbeheersing bij Rijkswaterstaat, ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, en external PhD bij de Rijksuniversiteit Groningen, faculteit Ruimtelijke Wetenschappen, basiseenheid Planologie.

Dr. Stefan Verweij
Dr. Stefan Verweij is universitair docent infrastructuurplanning, governance en methodologie aan de Rijksuniversiteit Groningen, faculteit Ruimtelijke Wetenschappen, basiseenheid Planologie.
Vrij artikel

Weerbarstige lokale inpassing van geo-energieprojecten

‘Localism’ en ‘soft power’ als handelingsperspectief voor gemeenten?

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 1 2021
Trefwoorden subsoil interventions, network management, Localism, Participation
Auteurs Dr. ir. Geert Roovers en Dr. Mike Duijn
SamenvattingAuteursinformatie

    Subsoil interventions in the Netherlands are crucial elements in the transition to a sustainable energy future. These subsoil interventions concern reduction of fossil energy mining, extraction of thermal energy, energy storage and CSS storage. These geo projects cause tensions. Planning under the mining law leads to local resistance, debate and often delay or cancelling of initiatives. The central characteristics of this planning are an important cause. As the transition to sustainable energy asks for more interventions in the subsoil, these tensions get problematic, and hinder the transition. In this article we investigate this problematic nature of planning under the mining law. In examples we show the problems, and accordingly we analyse them. We explore a more prominent role of local actors, using localism and soft power. With this article we want contribute to national and international discussions about the planning and governance of subsoil initiatives and strengthening of local involvement in these.


Dr. ir. Geert Roovers
Dr. ir. G. Roovers is lector Bodem en ondergrond aan de Saxion hogeschool en senior adviseur bij Antea Group.

Dr. Mike Duijn
Dr. M. Duijn is senior onderzoeker en managing director GovernEUR, Erasmus Universiteit Rotterdam.

    Participatory research is increasingly being perceived as a democratic and transformative approach to social situations by both academics and policymakers. The article reflects on what it means to do participatory research, what it contributes to broader knowledge building, and why mess may not only need to be present in participatory research but encouraged. The purposes of participation and mess as nourishment for critical enquiry and more radical learning opportunities are considered and illuminated using case study material from the Family Based Positive Support Project.

    Vooraf

    Participatief actieonderzoek en responsieve evaluatie staan volop in de belangstelling bij beleidsmakers en onderzoekers. Dit type beleidsonderzoek en -evaluatie beoogt democratisch, inclusief én impactvol te zijn. Het gaat om onderzoek mét in plaats van óver mensen. En het is actiegericht: onderzoek wil bijdragen aan concrete oplossingen door met betrokkenen gezamenlijke (verbeter)acties te ontwikkelen in de praktijk, en daarop te reflecteren en van te leren. Dit alles met het oog op sociale inclusie. Het zijn mooie idealen, maar wat betekent dit in de alledaagse, vaak weerbarstige onderzoekspraktijk?

    Op 20 januari 2020 organiseerde prof. Abma daarover een symposium, getiteld ‘Responsive, Participatory Research: Past, Present and Future Perspectives’ (Vrije Universiteit, Amsterdam). De rode draad op het symposium was de vraag wat goed en ethisch verantwoord participatief onderzoek is, en wat dit vraagt van onderzoekers en beleidsmakers. Drie lezingen op deze conferentie zijn nadien omgewerkt tot essays om lezers van Beleidsonderzoek Online vanuit verschillende perspectieven beter kennis te laten maken met deze vorm van onderzoek:

    Prof. Weerman en haar team focussen in hun bijdrage op het zich in de praktijk ontwikkelende onderzoeksdesign en het inzetten van creatieve methoden om participatie te bevorderen. Ze gaan na welke kwaliteitscriteria aan participatief actieonderzoek worden gesteld en hechten daarbij met name aan eisen ten aanzien van participatie, samen leren en verschil maken (zie BoO juli 2021). Ze benadrukken het belang van creativiteit en flexibiliteit.

    Prof. Abma bespreekt in haar artikel de normatieve dimensies en de ethiek van participatief actieonderzoek (zie BoO september 2020). Ze illustreert met een voorbeeld uit de crisishulpverlening aan GGZ-cliënten dat participatief actieonderzoek niet slechts een methodisch-technische exercitie is, maar een sociaal-politiek proces waarbij bestaande machtsverhoudingen verschuiven om ruimte te geven aan nieuwe stemmen en kennis. Dit omvat het zien van en stilstaan bij ethisch saillante dilemma’s en morele reflectie.

    De bijdrage van prof. Cook (zie BoO februari 2021) gaat over de weerbarstige praktijk van participatief actieonderzoek. Het doel is samen leren en voorbij geijkte oplossingen komen. Zij laat zien dat dit uitdagend is voor professionals die geconfronteerd worden met burgers die feedback geven en vragen om het (deels) loslaten van vaststaande professionele kaders. Er ontstaat dan ongemak en onzekerheid, maar zo beoogt en laat Cook overtuigend zien, deze ‘mess’ (niet meer goed weten wat goed en nodig is) is productief om te komen tot hernieuwde inzichten en innovaties.

    (Introductietekst opgesteld door prof. T. Abma)


Tina Cook
Tina Cook is a professor of education at Liverpool Hope University. At the core of her work is a focus on inclusive practice in research and evaluation. She is an executive committee member of the ICPHR, an editor of the International Journal of Educational Action Research, and a founder member of the UK Participatory Research Network. Her own research focus is with people with learning disabilities and people with cognitive impairment.

Dr. Emily Miltenburg
Dr. Emily Miltenburg is onderzoeker bij het Sociaal en Cultureel Planbureau.
Artikel

Access_open Een ontspannen perspectief op residentiële segregatie

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 4 2020
Trefwoorden residential segregation, Framing, welfare regimes, structural factors, individual preferences
Auteurs Prof. dr. Sako Musterd
SamenvattingAuteursinformatie

    In the Netherlands and surrounding countries, there is reason to ask the question whether levels of segregation according to country of origin (mainly non-western) and in terms of socioeconomic position (mainly social arrears) are sufficiently high to legitimate anti-segregation policy. When will segregation become problematic? If segregation is regarded a problem, what, then, would be the best remedy? Spatial intervention? Or broader societal intervention? In this article developments and mechanisms will be discussed that lead to segregation; also political views on segregation and the framing of segregation will be scrutinized. A confrontation of knowledge, insights, visions, and framings offers material for new perspectives on residential segregation and is reason to argue for a more relaxed attitude towards segregation. We should acknowledge that the process of matching households to residential environments results in some – generally unproblematic – segregation. Only if segregation causes problems that pass certain intensity and/or a certain spatial range, non-spatial or spatial interventions are becoming a necessity. Levels of segregation are relatively moderate still. We ought to be more aware of the fact that strong negative framing actually stimulates segregation, social exclusion, division, discrimination, marginalisation, stigmatisation, fear, estrangement, and the development of first- and second-rate citizens.


Prof. dr. Sako Musterd
Prof. dr. Sako Musterd is hoogleraar stadsgeografie aan het Centre for Urban Studies, Universiteit van Amsterdam. www.uva.nl/profiel/s.musterd
Artikel

Access_open Inzet op omgevingsbewust en kwaliteitsbewust werken in beleidsonderzoek

Illustraties uit de lerende evaluatie van het Natuurpact van het Planbureau voor de Leefomgeving

Tijdschrift Beleidsonderzoek Online, november 2020
Auteurs Eva Kunseler, Lisa Verwoerd en Femke Verwest
SamenvattingAuteursinformatie

    Een reflexieve kijk op beleidsonderzoek gaat uit van continue dynamiek tussen kennisontwikkeling en beleids- en uitvoeringspraktijken. Beleidsonderzoekers zoeken naar houvast om gedegen en relevant onderzoek te blijven doen, onderwijl inspelend op onzekerheden, onvoorspelbaarheid en kritische geluiden die kenmerkend zijn voor de huidige kennissamenleving. Via omgevingsbewust werken kunnen zij hun onderzoeksaanpak leren afstemmen op de kenmerken en maatschappelijke context van beleidsdossiers. Via kwaliteitsbewust werken kunnen zij leren inspelen op de verwachtingen rondom een bepaalde expertrol en onderzoeksaanpak binnen de eigen contexten van onafhankelijkheid en wetenschappelijke verantwoording.
    Aan de hand van een casus – de lerende evaluatie van het Natuurpact, een innovatieve evaluatiestudie bij het Planbureau voor de Leefomgeving – laten we zien hoe een reflexieve aanpak helpt om onderzoek in de nabijheid van de dynamische beleidspraktijk uit te voeren. Doordat deze aanpak buiten de comfortzone van onderzoekers ligt, is omgevingsbewust en kwaliteitsbewust werken voor onderzoekers geen vanzelfsprekendheid. We roepen beleidsonderzoekers zelf, de organisaties waar ze werkzaam zijn en beleidsmedewerkers op om hun reflexieve vaardigheden verder te ontwikkelen via het inrichten van lerende processen, effectieve kennisdeling via Communities of Practice en leerwerktrajecten, en open en adaptieve kennis-beleidsarrangementen.


Eva Kunseler
Eva Kunseler is wetenschappelijk medewerker bij het Planbureau voor de Leefomgeving.

Lisa Verwoerd
Lisa Verwoerd is wetenschappelijk medewerker bij het Planbureau voor de Leefomgeving en onderzoeker bij het Athena Instituut, Vrije Universiteit Amsterdam.

Femke Verwest
Femke Verwest is plaatsvervangend sectorhoofd Natuur en Landelijk Gebied bij het Planbureau voor de Leefomgeving.
Article

Access_open Voters of Populist Parties and Support for Reforms of Representative Democracy in Belgium

Tijdschrift Politics of the Low Countries, Aflevering 3 2020
Trefwoorden Belgian politics, democratic reforms, elections, populist voters, representative democracy
Auteurs Lisa van Dijk, Thomas Legein, Jean-Benoit Pilet e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Recently, studies have burgeoned on the link between populism and demands for democratic reforms. In particular, scholars have been debating the link between populist citizens or voters and support for referendums. In this article, we examine voters of populist parties (Vlaams Belang (VB) and Parti du Travail de Belgique-Partij van de Arbeid (PTB-PVDA)) in Belgium in 2019 and we look at their attitudes towards various types of democratic reforms. We find that voters of populist parties differ from the non-populist electorate in their support for different kinds of reforms of representative democracy. Voters of VB and PTB-PVDA have in common stronger demands for limiting politicians’ prerogatives, for introducing binding referendums and for participatory budgeting. While Vlaams Belang voters are not significantly different from the non-populist electorate on advisory referendums, citizens’ forums or technocratic reform, PVDA-PTB voters seem more enthusiastic.


Lisa van Dijk
Lisa van Dijk (corresponding author), KU Leuven.

Thomas Legein
Thomas Legein, Université libre de Bruxelles (ULB).

Jean-Benoit Pilet
Jean-Benoit Pilet, Université libre de Bruxelles (ULB).

Sofie Marien
Sofie Marien, KU Leuven.
Thema-artikel

Spreidingsbeleid voor huisvesting van statushouders

Speelt de buurt een rol in de vroege integratie?

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 3 2020
Trefwoorden social integration, contact, refugees, neighborhood diversity, dispersion policy
Auteurs Dr. Meta van der Linden
SamenvattingAuteursinformatie

    The Netherlands has been struggling with the question of how to facilitate the integration of refugees who crossed into Europe during the 2015/2016 ‘refugee crisis’. Dutch municipalities aim for the dispersion of refugees over various neighborhoods under the assumption that the ethnic composition of the neighborhood is conducive to integration. In the current study, I test this assumption using a new and representative survey (N = 768 predominantly Syrian refugees living in 45 neighborhoods, response rate 85%) linked to neighborhood data situated in the most ethnically diverse city in the Netherlands; Rotterdam. Multilevel analyses revealed that, generally, a larger share of people without a migration background in the neighborhood was related to more frequent contact with neighbors without a migration background. A larger share of people with a Moroccan background was related to more frequent contact with people with a Moroccan background, but predominantly for Syrian refugees. The neighborhood was not related to contact with people from the same background of with people with a Turkish background. Hence, meeting opportunities in the neighborhood only appear to facilitate social integration if they coincide with refugees’ social preferences.


Dr. Meta van der Linden
Dr. M. van der Linden is postdoctoraal onderzoeker bij het Departement van Publieke Administratie en Sociologie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Daarnaast is ze als research manager verbonden aan het EUR Bridge-project, waar ze onderzoek doet naar het effect van integratieprogramma’s voor het integratieproces van statushouders in Rotterdam.
Thema-artikel

Van diversiteitsagenda’s tot participatietrajecten

Een vergelijking van lokaal vluchtelingenbeleid in zestien Nederlandse gemeenten

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 3 2020
Trefwoorden local governance, decentralization, refugees, immigrant integration, mainstreaming
Auteurs Ilona van Breugel MSc
SamenvattingAuteursinformatie

    This article describes the main trends in refugee policies in sixteen Dutch cities, offering an overview of the local approaches to the reception, housing and integration of refugees that the cities rapidly had to develop in response to the increased refugee inflow in 2015. In contrast to other studies that often focus on capital and gateway cities, this article illustrates the variety of local approaches to migration diversity and refugee integration. By illustrating the different positions municipalities take, the article shows the local power to innovate. In this article clusters of cities with comparable approaches to refugee policies are identified to aid cooperation and knowledge exchange between cities, in which the big cities are not necessarily always the relevant partners.


Ilona van Breugel MSc
I. van Breugel, MSc is postdoctoraal onderzoeker bij het departement Bestuurskunde en Sociologie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en docent bij de opleiding Ruimtelijke Ontwikkeling aan de Hogeschool Rotterdam. Zij doet onderzoek naar (lokaal) integratiebeleid.
Toont 1 - 20 van 240 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.