Zoekresultaat: 8 artikelen

x
Jaar 2005 x

    The displacement of political decision making from the classic bodies of representative democracy to non democratically legitimised arenas is a major threat to contemporary representative democracy. In this essay, three displacements are discussed: from parliamentary to deliberative processes, from political to professional decision making, and from national to international arenas. Several of the safeguards that have been developed in parliamentary democracy over the past centuries, such as representation, transparency, majority voting, and public accountability, are missing or are underdeveloped in these new arenas. The essay explores how these safeguards could be introduced into these new arenas and concludes that the displacement of politics should be attended by a dissemination of democracy.


Mark Bovens
Prof. dr Mark Bovens is als hoogleraar bestuurskunde verbonden aan de Utrechtse School voor Bestuurs- en Organisatiewetenschap van de Universiteit Utrecht. Zijn meest recente boek is: De digitale republiek: Democratie en rechtsstaat in de informatiemaatschappij (Amsterdam: Amsterdam University Press 2003). Dit essay markeert zijn afscheid als redactievoorzitter van B en M. Adres: Bijlhouwerstraat 6, 3511 ZC Utrecht, e-mail: m.bovens@usg.uu.nl
Artikel

Hoe verkoop ik een spoorweg?

De lessen van het privatiseringsstreven bij de Betuweroute, HSL-Zuid en Zuiderzeelijn

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 3 2005
Auteurs Joop Koppenjan en Martijn Leijten
SamenvattingAuteursinformatie

    In December 2004, the report of the Dutch Parliamentary Investigation Committee on Infrastructural Projects was published. This committee investigated the budgets overruns of two large rail projects currently under construction in the Netherlands: the Betuwe Line and the High Speed Line (HSL)-South. The committee also looked at how mistakes that were made in the earlier projects had been avoided in the construction of the Zuiderzee Line, a project currently under preparation. The report provides a look inside the struggle of the Dutch national government from the beginning of the 1990s in their public-private partnership (PPP) efforts. In this contribution, we provide an analysis of the motives, approach and results of privatisation of these three projects on the bases of the detailed empirical analysis provided by the Committee. We seek explanations of how privatisation with these three projects evolved and what lessons can be drawn. It appears that practices have so far been far from good and instead of committing to the obligation to apply PPP in every large infrastructural project, the government should first find out how PPP in such projects should actually be carried out.


Joop Koppenjan
Joop Koppenjan is bestuurskundige en als universitair hoofddocent verbonden aan de faculteit Technologie, Bestuur en Management van de Technische Universiteit Delft. Hij doet onderzoek naar besluitvorming en sturing in beleidsnetwerken en publiek private samenwerking bij de totstandkoming en het beheer van publieke infrastructuur. In 2004 was hij als staflid betrokken bij de werkzaamheden van de Tijdelijke Commissie Infrastructuur en deed hij onderzoek naar de privatisering van de Betuweroute. Recente publicaties: Adres: Technische Universiteit Delft, sectie Beleidskunde/Organisatie en Management, Postbus 5015, 2600 GA Delft, e-mail: j.f.m.koppenjan@tbm.tudelft. nl

Martijn Leijten
Martijn Leijten is onderzoeker aan de Faculteit Techniek, Bestuur en Management van de Technische Universiteit Delft. Zijn onderzoek richt zich op organisatie en management van complexe infrastructuurprojecten. Hij maakt deel uit van het onderzoekscentrum Sustainable Urban Areas van de TU Delft. Martijn Leijten was in 2004 betrokken bij het onderzoek van de Tijdelijke Commissie Infrastructuurprojecten van de Tweede Kamer en droeg met name bij aan de reconstructie van de besluitvorming over de Zuiderzeelijn. Recente publicaties: Adres: Technische Universiteit Delft, sectie Beleidskunde/Organisatie en Management, Postbus 5015, 2600 GA Delft, e-mail: m.leijten@tbm.tudelft.nl
Artikel

In een groen, groen polderland

De mix tussen corporatisme en lobbyisme in het Nederlandse milieu-beleid

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 4 2005
Auteurs Dave Huitema
SamenvattingAuteursinformatie

    This article discusses the degree to which Dutch environmental policy exhibits a shift from corporatism to lobbyism. Based on a general analysis of environmental policy making in the Netherlands and two specific cases of environmental decision making, the author draws the conclusion that such a shift has not happened. At the level of policymaking it is rather the opposite: in the 1980s the Ministry of the Environment introduced a certain level of corporatism. This was possible because of a clear framework of environmental policy goals shaped by the National Institute for Public Health and Environment (RIVM), because the environmental movement began to see the Ministry as an ally and because business interests preferred self-regulation (one element of corporatism) to government regulations. In two concrete case of environmental decision-making that are discussed here, environmental goals are being discussed once more. During such discussion, it appears that Dutch ministries have close connection to 'their' target groups. For the coming years, environmental policy will 'Europeanize' further and Dutch economic interest groups, although being remarkably late in responding to this shift, will start to influence the Brussels policymaking game instead of the Dutch implementation game.


Dave Huitema
Dave Huitema is als senior-bestuurskundig onderzoeker verbonden aan het Instituut voor Milieuvraagstukken (IVM) van de Vrije Universiteit Amsterdam. Huitema is docent en modulecoördinator bij de masteropleiding 'Environment and Resource Management' (ERM) aan de VU en leidt het onderzoekscluster 'Water Governance and Economics' van het IVM. Recente publicaties zijn: Calculating the Political: Election Manifestoes as a Meeting Point for Experts and Politicians. The case of the RIVM (Amsterdam: Instituut voor Milieuvraagstukken) en Hazardous Decisions: Hazardous Waste Facility Siting in the UK, Netherlands and Canada: Institutions and Discourses (Dordrecht: Kluwer Academic Publishers). Adres: Instituut voor Milieuvraagstukken, Vrije Universiteit Amsterdam, De Boelelaan 1087, 1081 HV Amsterdam, e-mail: dave.huitema@ivm.vu.nl

    Community workers traditionally have a tendency to be very critical towards their own profession. Especially in the 1970s and 1980s, many community workers were afraid that structural conditions would prevent them from fulfilling an emancipatory role or, worse, that they would become part of a system of social control. In the discussion about the profession, the work of philosophers played an important role. In this paper we examine interpretations of two philosophers who were particularly influential among community workers: Foucault and Habermas. We cast doubts about the way in which these philosophers were used to discredit community work and develop an alternative interpretation that does justice to the profession as well as the work of these philosophers.


Jan Willem Duyvendak
Jan Willem Duyvendak (1959), hoogleraar algemene sociologie aan de UvA, is socioloog en filosoof. Duyvendak was tot 2003 directeur van het Verwey-Jonker Instituut in Utrecht. Tot juli 2002 was hij tevens bijzonder hoogleraar 'Samenlevingsopbouw' aan de Erasmus Universiteit te Rotterdam. Zijn publicaties bestrijken een breed terrein van historische en sociaal-culturele studies. In 1992 promoveerde hij aan de Universiteit van Amsterdam op een proefschrift over nieuwe sociale bewegingen in Frankrijk. Zijn oraties handelden over sociale cohesie en multiculturaliteit (1996) en over de houdbaarheid van veronderstellingen rond individualisering en groepsgedrag (2004). Duyvendak publiceerde o.a. The Power of Politics. New Social Movements in France, Westview Press, Boulder (Co.), 1995; De planning van ontplooiing. Wetenschap, politiek en de maakbare samenleving, Den Haag, SDU, 1999; In het hart van de verzorgingsstaat, het Ministerie van Maatschappelijk Werk en zijn opvolgers (CRM, WVC, VWS), 1952-2002, 2002 (redactie met I. de Haan) en Kiezen voor de kudde. Lichte gemeenschappen en de nieuwe meerderheid, Van Gennep, Amsterdam, 2004 (red. met M. Hurenkamp). Adres: Amsterdamse School voor Sociaal-wetenschappelijk Onderzoek, Universiteit van Amsterdam, Kloveniersburgwal 48, 1012 CX Amsterdam, e-mail: w.g.j.duyvendak@uva.nl

Justus Uitermark
Justus Uitermark (1978), studeerde sociale geografie aan de Universiteit van Amsterdam. Momenteel is hij als promovendus verbonden aan de Amsterdamse School voor Sociaal-Wetenschappelijk Onderzoek. Uitermark heeft ruime ervaring met onderzoek naar achterstandsproblematiek, migrantenorganisaties, stedelijke vernieuwing en stedelijk bestuur. Hij publiceert in Nederlandstalige tijdschriften als Agora, Migrantenstudies, Rooilijn, Ruimte & Planning en het Tijdschrift voor de Sociale Sector. Internationaal publiceerde hij onder andere in Antipode, Belgeo, International Journal of Urban and Regional Research, International Journal of Drug Policy, Journal of Drug Issues, Journal of Housing and the Built Environment, Political Geography, Progress in Human Geography, Space & Polity en Urban Studies. Andere relevante publicaties op dit gebied zijn: De Sociale Controle van Achterstandswijken (Utrecht, KNAG, 2003) en De weg naar sociale insluiting. Over segregatie, spreiding en sociaal kapitaal (RMO-essay met Jan Willem Duyvendak). Adres: Amsterdamse School voor Sociaal-wetenschappelijk Onderzoek, Universiteit van Amsterdam, Kloveniersburgwal 48, 1012 CX Amsterdam, e-mail: j.l.uitermark@uva.nl

    The article deals with the relationship between Islamic fundamentalism and the political participation of women. Firstly, it is discussed at length which political role women play in theories on Islamic fundamentalism. According to some scholars, it is indeed paramount to eliminate where possible, existing stereotypes which state that women are solely ‘placed’ in the private domain by fundamentalists. Secondly, the article examines the extent of actual political participation in a context of Islamic fundamentalism, more specifically the Islamic Republic of Iran. Models of political participation are often implicitly based on formal (electoral) forms of participation. However, women often remain invisible in these kinds of models. Consequently, the article centres on a possible broadening of the notion ‘political participation’ and the incorporation of new forms of informal political activities in the analysis of political participation.


Silvia Erzeel
Wetenschappelijk medewerkster aan de Vakgroep Politieke wetenschappen aan de Vrije Universiteit Brussel.
Article

Populisme en de ambivalentie van het egalitarisme

Hoe rijmen sociaal zwakkeren een rechtse partijvoorkeur met hun sociaal-economische attitudes?

Tijdschrift Res Publica, Aflevering 4 2005
Auteurs Anton Derks
SamenvattingAuteursinformatie

    The decline of traditional class voting is at the centre of the Class Politics debate. From the framework of traditional class analysis a labourer’s right wing vote appears ‘unnatural’. A right wing vote is thought to damage the interests of the economically precarious groups. This paper attempts to understand the phenomenon of so-called unnatural voting behaviour starting from the populism concept. From a theoretical literature study we analyse the relationship between populism and attitudes regarding the economic left-right cleavage. We argue that right-wing populism appeals to a cry for equality, yet at the same time mobilises this sentiment against the institutions of the welfare state. In that way populist right parties succeed in attuning their economic discourse to the socio-economic attitudes of broad layers of the population, including economically precarious categories. The empirical relevance of this hypothesis is tested on the case of Flanders.


Anton Derks
Postdoctoraal Onderzoeker FWO-Vlaanderen aan de Vrije Universiteit Brussel.
Artikel

Het persoonsgebonden budget

Een mooi idee, een weerbarstige praktijk

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 4 2005
Auteurs Rudi Turksema, Paul Pestman en Mathijs van den Heuvel
SamenvattingAuteursinformatie

    De overheid heeft op een aantal beleidsterreinen een voorzichtig begin gemaakt met de invoering van vraagsturing. Vraagsturing moet er voor zorgen dat de aanbieders van bijvoorbeeld zorg of onderwijs, sectoren die een sterke traditie van aanbodsturing en -financiering kennen, meer oog krijgen voor de wensen van hun klanten. Uiteindelijk zou vraagsturing - naast meer klantentevredenheid - moeten leiden tot een doelmatiger en doeltreffender publieke dienstverlening. In dit artikel zetten we een drietal recente ervaringen met vraagsturing op een rij en gaan we na of ze in potentie kunnen leiden tot meer keuzevrijheid voor klanten en een vergrote doelmatigheid.


Rudi Turksema
Dr. R.W. Turksema, dr. P.K. Pestman en drs. M.J.J. van den Heuvel zijn als (senior)onderzoekers werkzaam bij de Algemene Rekenkamer. Het artikel is op persoonlijke titel geschreven en geeft geen standpunten van de Algemene Rekenkamer weer.

Paul Pestman
Dr. R.W. Turksema, dr. P.K. Pestman en drs. M.J.J. van den Heuvel zijn als (senior)onderzoekers werkzaam bij de Algemene Rekenkamer. Het artikel is op persoonlijke titel geschreven en geeft geen standpunten van de Algemene Rekenkamer weer.

Mathijs van den Heuvel
Dr. R.W. Turksema, dr. P.K. Pestman en drs. M.J.J. van den Heuvel zijn als (senior)onderzoekers werkzaam bij de Algemene Rekenkamer. Het artikel is op persoonlijke titel geschreven en geeft geen standpunten van de Algemene Rekenkamer weer.
Artikel

Morele verwarring in het openbaar bestuur

Het belang van expliciete aandacht voor waarden binnen overheidsorganisaties

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 3 2005
Auteurs Zeger van der Wal
SamenvattingAuteursinformatie

    Verschillende ontwikkelingen in het laatste decennium, zoals de vervaging van de reeds troebele scheidslijnen tussen de publieke en private sector en de introductie van bedrijfsmatige principes in overheidsorganisaties, vergroten de behoefte onder academici, bestuurders en politici aan heldere morele scheidslijnen en richtlijnen. Deze ontwikkelingen echter bemoeilijken nu juist een dergelijke verheldering. In dit artikel worden de genoemde ontwikkelingen beschreven en hun invloed op het denken over ambtelijke waarden geanalyseerd. Met behulp van twee cases wordt de morele verwarring in het openbaar bestuur zichtbaar gemaakt. Tevens worden suggesties gedaan voor een heldere publieke waardeset en verder onderzoek naar waarden.1


Zeger van der Wal
Drs. Zeger van der Wal is werkzaam bij de onderzoeksgroep Integriteit van Bestuur aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Hij werkt aan een proefschrift over de verschillen en overeenkomsten tussen de waarden in publieke en private organisaties, en mogelijke problemen die ontstaan bij waardevermenging.
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.