Zoekresultaat: 15 artikelen

x
Jaar 2010 x
Boekbespreking

Tocqueville voor thuis en op kantoor

Onder redactie van Marcel Hoogenboom

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 4 2010
Auteurs Duco Bannink
Auteursinformatie

Duco Bannink
Duco Bannink is universitair docent Bestuurswetenschappen aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Correspondentiegegevens: Dr. Duco Bannink Vrije Universiteit Amsterdam Faculteit der Sociale Wetenschappen Afdeling Bestuurswetenschappen De Boelelaan 1081 1081 HV Amsterdam d.b.d.bannink@vu.nl

Linze Schaap
Dr L. Schaap als Universitair Hoofddocent, L.J. de Graaf en J.J.C. van Ostaaijen als onderzoeker.

Laurens de Graaf

Julien van Ostaaijen

    This paper investigates the causal relationship between neighbourhood characteristics and the popularity of the political party 'Partij voor de Vrijheid (PVV)' during the municipal elections in The Hague on March 3rd 2010. The party, founded and led by Geert Wilders, also operates on the national level and can be characterized as anti-immigration and anti-establishment. During the municipal elections, it received support in different types of neighbourhoods, such as white working class areas from the early and mid 20th century, postwar housing estates, and brand new suburban neighbourhood on the city's periphery. Our analyses point to several neighbourhood characteristics which prove decisive in explaining PVV support. These characteristics are: the presence of older autochthonous Dutch (55 years and older), the presence of autochthonous families with children, a balanced mix between native Dutch and non-Western immigrant residents, and few high income households. These findings support the theoretical explanation of anxiety and insecurity among lower middle classes in an age of globalisation, crises and state retreat. In addition, they also point to dissatisfaction among older and less-mobile residents of rapidly changing inner-city neighbourhoods, who are become more socially isolated as their local social networks are diminishing. The paper concludes with a reflection on current urban policies which are unable to tackle dissatisfaction.


Wouter van Gent
Wouter van Gent is onderzoeker aan de afdeling Geografie, Planologie en Internationale Ontwikkelingsstudies, Universiteit van Amsterdam. Correspondentiegegevens: Dr. W.P.C. van Gent Universiteit van Amsterdam Afdeling Geografie, Planologie en Internationale Ontwikkelingsstudies Nieuwe Prinsengracht 130 1018 VZ Amsterdam w.p.c.vangent@uva.nl

Sako Musterd
Sako Musterd is hoogleraar sociale geografie aan de afdeling Geografie, Planologie en Internationale Ontwikkelingsstudies, Universiteit van Amsterdam.
Article

Anticipatie en reactie

Hoe en wanneer bestaande partijen voorstellen overnemen van nieuwe partijen

Tijdschrift Res Publica, Aflevering 4 2010
Trefwoorden new political parties, party positions, Dutch politics, party strategy, party behaviour
Auteurs Simon Otjes
SamenvattingAuteursinformatie

    Downs (1957) has proposed that new political parties may be formed in order to change the policy positions of established parties. Rather than seeking to implement their own manifestos directly from government office, some new parties may seek to influence the manifestos of established parties in order to see their policy goals realized. While the notion is old, it has not been studied extensively. This paper seeks to find out under what conditions established parties take over policy positions specific to new parties. It looks at two points in time when an established party can do so: in anticipation, i.e., before a new party enters parliament, and in reaction, i.e., after a new party has entered parliament. To this end, the paper will study the anticipatory behaviour and reactions of all established parties to all new parties entering the Dutch political system since 1946.


Simon Otjes
Simon Otjes (1984) is promovendus bij het Instituut Politieke Wetenschap van de Universiteit Leiden. Zijn promotie-onderzoek betreft het effect van nieuwe politieke partijen op bestaande politieke partijen. Zijn onderzoeksinteresse gaat uit naar partijposities, partijsystemen en parlementair gedrag.
Article

Kandidaatkeuze in advertenties

Wat bepaalt wie aandacht krijgt?

Tijdschrift Res Publica, Aflevering 3 2010
Trefwoorden election campaigns, advertisements, agenda setting, content analysis
Auteurs Jonas Lefevere en Régis Dandoy
SamenvattingAuteursinformatie

    In the run up to the elections, parties have several ways of communicating with voters. In the current paper, we focus on one piece of the puzzle: advertisements of political parties in the mass media. More specifically, we are interested in the choice of candidates within these ads. In countries where parties are the dominant actor, they are faced with a choice: not all candidates can be promoted in the campaign, as this would be too costly and inefficient. Thus, the first question we want to answer is what factors determine candidate choice in political ads? Secondly, does candidate choice in political ads have an effect on the subsequent coverage in media as well? Agenda setting research has shown that as far as issues are concerned, ads do set the media agenda. We investigate whether this also holds for candidate choice. The results indicate that both internal party hierarchy, as well as external visibility of candidates determines candidate choice in political ads. Furthermore, the agenda setting effect of political ads is confirmed as well.


Jonas Lefevere
Jonas Lefevere (1981) is doctoraatsstudent en lid van de onderzoeksgroep Media, Middenveld en Politiek (M2P) aan de Universiteit Antwerpen. Zijn voornaamste onderzoeksinteresses zijn verkiezingscampagnes en hun effecten, en onderzoek naar publieke opinie.

Régis Dandoy
Régis Dandoy (1977) is onderzoeker aan de Université Libre de Bruxelles. Zijn voornaamste onderzoeksinteresses zijn Belgische en Europese politiek, agenda setting en federalisme.
Article

Is het de moeite waard?

De karakteristieken en effectiviteit van partijwebsites in de campagne voor de Nederlandse gemeenteraadsverkiezingen van 2010

Tijdschrift Res Publica, Aflevering 3 2010
Trefwoorden local elections, Netherlands, websites, interactivity, content analysis
Auteurs Rens Vliegenthart en Guda van Noort
SamenvattingAuteursinformatie

    In this article, the use of interactive features on the websites of Dutch local (branches of) political parties during the campaign for the 2010 local elections is investigated. We distinguish between features that are directed to increase political discussion and those that are used for political mobilisation. A content analysis of 1403 party websites demonstrates that websites of the social-liberal party D66 are the most interactive, followed by the Socialist Party. Furthermore, for elections in larger municipalities, more interactivity is used on the parties’ websites. Overall, the use of both types of interactive features is rather limited. Finally, a positive association between interactivity and election results, while controlling for previous elections and national trends, is established. These results point to the importance of (online) political campaigning in the context of local elections.


Rens Vliegenthart
Rens Vliegenthart (1980) is universitair docent politieke communicatie bij de Amsterdam School of Communication Research (ASCoR) aan de Universiteit van Amsterdam. Zijn onderzoek gaat onder andere over de relatie tussen politici en journalisten, mediaeffecten en verkiezingscampagnes en het gebruik van econometrische tijdreeksanalyses in de communicatiewetenschap. Hij geeft les in politieke communicatie en methoden in de bachelor, master en research master Communicatiewetenschap.

Guda van Noort
Guda van Noort (1977) is universitair docent commerciële communicatie bij de Amsterdam School of Communication Research (ASCoR) aan de Universiteit van Amsterdam. Haar onderzoek is primair gericht op kwantitatieve onderzoeksmethoden in het domein van nieuwe media, online consumentengedrag en informatieverwerking. Naast haar onderzoek doceert zij seminars binnen het domein van de persuasieve communicatie en experimentele onderzoeksmethoden, zowel in de eindfase van de bachelor, als binnen de reguliere en research master Communicatiewetenschap.

Bram Wauters
Bram Wauters (1975) is doctor in de sociale wetenschappen. Hij is verbonden aan de Vakgroep Bestuur en Beleid van de Hogeschool Gent (associatie Universiteit Gent). Zijn onderzoeksinteresses bevinden zich op het raakvlak tussen vertegenwoordiging, politieke partijen en verkiezingen.

Jan Erk
Jan Erk (1970) is universitair hoofddocent vergelijkende politicologie aan de Universiteit Leiden. Hij is de auteur van Explaining Federalism: State Society and Congruence in Austria, Belgium, Canada, Germany and Switzerland (Londen: Routledge, 2008), en de mede-redacteur van New Directions in Federalism Studies (met Wilfried Swenden, Londen: Routledge, 2009) en The Paradox of Federalism: Does Self-Rule Accommodate or Exacerbate Ethnic Divisions? (met Lawrence M. Anderson, Londen: Routledge, 2010).

Edward Koning
Edward Koning (1982) is promovendus aan het departement Political Studies van Queen’s University in Kingston, Canada. Zijn dissertatieonderzoek is een analyse van het effect van immigratie op instituties van de verzorgingsstaat. Daarnaast is hij geïnteresseerd in bredere vraagstukken op het gebied van etnische en linguïstische diversiteit.

Peter Van Aelst
Peter Van Aelst (1974) is verbonden aan het Instituut Politieke Wetenschappen van de Universiteit Leiden. Zijn onderwijs en onderzoek situeert zich in het domein van de politieke communicatie en de politieke psychologie.
Article

Negatieve verkiezingscampagnes en de gevolgen op kiesintenties

De Vlaamse regionale verkiezingen van juni 2009

Tijdschrift Res Publica, Aflevering 3 2010
Trefwoorden negative campaigning, Flemish regional elections 2009, voter preferences
Auteurs Ruth Dassonneville
SamenvattingAuteursinformatie

    In this article we address two questions considering the Flemish regional elections of June 2009. First we determine whether this campaign can be called a negative campaign and what amount of negativity it contained. Second, we want to know what the consequences of negativity were on voter preferences. Our research, based on a newspaper analysis, shows that the campaign contained an average amount of negative campaign messages compared to campaigns in other political systems (United States, the Netherlands and Denmark). We calculated effects on voter preferences by means of the PartiRep Belgian Voter Survey of 2009, a survey with a unique three wave panel design. The results demonstrate that negative campaigning seems to have been effective in 2009. Parties with negative campaigns attracted more attention from voters and also seemed to gain during the campaign. Personal attacks on opponents, on the other hand, did not have an effect on the electoral appeal of a party. Incumbent parties even lost votes when they launched personal attacks. The results suggest that, in the Flemish context, an attack on the opponent’s program or governmental record can be effective, but that personal attacks are not rewarded by the voters.


Ruth Dassonneville
Ruth Dassonneville (1987) behaalde een master in de geschiedenis en een master in de vergelijkende en internationale politiek aan de KULeuven. Ze schreef een masterproef over negatieve campagnes met een focus op de Vlaamse verkiezingen van juni 2009. Zij is nu als wetenschappelijk medewerkster verbonden aan het Centrum voor Politicologie van de KULeuven.
Article

Negatieve campagnevoering in de Nederlandse consensusdemocratie: de ontwikkelingen sinds Fortuyn

Tijdschrift Res Publica, Aflevering 3 2010
Trefwoorden negative campaigning, consensus democracy, election campaign, political advertising, election debates
Auteurs Annemarie S. Walter
SamenvattingAuteursinformatie

    During the last decades, election campaigns in Western Europe have undergone major changes. In response to an altered electoral market, political parties have started to campaign more offensively, making use of campaign tactics such as negative campaigning. Negative campaigning strongly conflicts with the political culture of consensus and cooperation that is inherent to many West European political systems, especially in the Netherlands, in which coalition building has always been a necessity. Taking the Netherlands as a case-in-point, this article demonstrates that even in a consensual multiparty system like the Dutch one negative campaigning is on the rise. Indeed, by exploring the last four election campaigns this study demonstrates that negative campaigning is part-and-parcel of the Dutch electoral politics ever since 2002.


Annemarie S. Walter
Annemarie Walter (1985) is als promovenda verbonden aan de afdeling Politicologie van de Universiteit van Amsterdam en schrijft een proefschrift over negatieve campagnevoering in West-Europa. Haar onderzoeksinteresses liggen op het gebied van politieke communicatie en partijgedrag.
Research Note

Het eigen karakter van lokale politieke groeperingen

Tijdschrift Res Publica, Aflevering 2 2010
Auteurs Marcel Boogers en Gerrit Voerman
Auteursinformatie

Marcel Boogers
Marcel Boogers (1964) is als universitair hoofddocent verbonden aan de Tilburgse School voor Politiek en Bestuur van de Universiteit van Tilburg. Zijn onderzoek richt zich op lokale politiek, politieke elites en andere intermediairen tussen politiek en samenleving.

Gerrit Voerman
Gerrit Voerman (1957) is directeur van het Documentatiecentrum Nederlandse Politieke Partijen van de Rijksuniversiteit Groningen. Centrale thema’s in zijn onderzoek zijn partijgeschiedenissen, politiek leiderschap en verkiezingscampagnes.
Article

Partijen in spagaat?

Eensgezindheid en meningsverschillen onder leden van Nederlandse politieke partijen

Tijdschrift Res Publica, Aflevering 2 2010
Trefwoorden Political parties, party members, party members survey, unity within parties, representative democracy
Auteurs Josje den Ridder, Joop van Holsteyn en Ruud Koole
SamenvattingAuteursinformatie

    Political parties are the building blocks of representative democracy since they traditionally perform roles that are considered essential for the functioning and well-being of democracy. In the study and evaluation of the democratic system as a whole, as a general rule, parties are treated as unitary actors. Most political parties, however, are membership organizations and their external functioning is partly dependent on internal affairs, including the behavior and opinions of their members. In this paper we open the black box of parties and show on the basis of a 2008 survey among seven political parties how united or divided ordinary Dutch party members are with respect to various political issues and orientations. It is shown that most parties are rather united on most issues. They are least united on two of the most pertinent issues of today’s politics, i.e. the integration of ethnic minorities and European integration.


Josje den Ridder
Josje den Ridder (1982) is politicoloog en verbonden als onderzoekster aan het Sociaal en Cultureel Planbureau (project Continu Onderzoek Burgerperspectieven). Zij publiceert over verkiezingen en kiesgedrag, en over politieke partijen en partijleden. Zij werkt aan een dissertatieproject ‘Opvattingen en activisme van partijleden van Nederlandse politieke partijen rond de eeuwwisseling’.

Joop van Holsteyn
Joop van Holsteyn (1957) is neerlandicus en politicoloog. Hij is als universitair hoofddocent en bijzonder hoogleraar Kiezersonderzoek verbonden aan het Instituut voor Politieke Wetenschap, Universiteit Leiden. Hij publiceert over politieke participatie en electoraal gedrag, publieke opinie, opiniepeilingen en opinieonderzoek, extreem-rechts in Nederland en politieke cartoons.

Ruud Koole
Ruud Koole (1953) is historicus en politicoloog. Hij is als hoogleraar Politicologie, in het bijzonder met betrekking tot de Nederlandse politiek en haar institutionele ontwikkeling, verbonden aan het Instituut voor Politieke Wetenschap, Universiteit Leiden. Van dat instituut is hij de wetenschappelijk directeur. Hij publiceert over politieke partijen, interne partijdemocratie, partijfinanciën, en populisme.
Article

Tussen establishment en extremisme: populistische partijen in Nederland en Vlaanderen

Tijdschrift Res Publica, Aflevering 2 2010
Trefwoorden Extremism, populism, political parties, democracy
Auteurs Paul Lucardie
SamenvattingAuteursinformatie

    Populist parties are often associated with extremism. However, the term ‘extremism’ is usually ill-defined and value-laden. Conceptual analysis will help to define populism as well as extremism in a more precise and value-neutral sense. Empirical analysis of the programmes of six Dutch and three Flemish parties suggests that populism does not entail extremism, even if it can be combined with it. The Centre Party and Centre Democrats as well as the Socialist Party and the Flemish Bloc may have displayed extremist as well as populist tendencies at some point. Yet the (more or less) populist parties Liveable Netherlands (Leefbaar Nederland), the List Pim Fortuyn, the Freedom Party, the movement Proud of the Netherlands (Trots op Nederland) and the List Dedecker should not be considered extremist.


Paul Lucardie
Paul Lucardie (1946) is onderzoeker bij het Documentatiecentrum Nederlandse Politieke Partijen aan de Rijksuniversiteit Groningen. Hij doet onderzoek naar politieke partijen en ideologieën in Nederland (in mindere mate ook in Duitsland en Canada).
Article

Stemrecht, stemplicht, opkomstplicht: inleiding tot het debat

Tijdschrift Res Publica, Aflevering 1 2010
Trefwoorden compulsory voting, turnout, electoral participation, electoral systems, types of democracy
Auteurs Arend Lijphart
SamenvattingAuteursinformatie

    Compulsory voting was abolished in the Netherlands in 1970 without a thorough debate about the likely consequences. On several occasions, I have recommended its retention in countries that have it and its introduction in countries that do not have it. Compulsory voting has a positive effect on turnout and is a guarantee for equal electoral participation by different groups in society. However, the debate is far from closed. In particular, the relationship between compulsory voting and type of democracy (majoritarian vs consensus democracy, majoritarian vs proportional electoral systems) requires further research.


Arend Lijphart
Arend Lijphart (1936) is als onderzoeksprofessor emeritus verbonden aan de Universiteit van Californië, San Diego, USA. In 1963 promoveerde hij aan Yale University. Hij is auteur van een groot aantal gezaghebbende boeken en artikelen in het bijzonder op het terrein van de vergelijkende politicologie. In 1995-1996 was hij president van de American Political Science Association. In 2001 ontving hij een eredoctoraat van de Universiteit Leiden, in 2009 van de Universiteit Gent.
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.