Zoekresultaat: 21 artikelen

x
Jaar 2021 x

    Since 2003, decentralized audit offices in the Netherlands have been authorized to investigate the regularity of the administration conducted. The definition of ‘regularity’ and the scope of the regularity investigation is not described in the law or in the literature. In this article, a regularity investigation is defined as ‘testing whether the administration has complied with applicable law’. That applicable law consists of written and unwritten rules of law, and case law. Audit offices examine regularity less often than efficiency and effectiveness. However, they have started researching it more often than in the past, according to this article. Of the administrative audit office reports in 2019, 42% contained a regularity finding, conclusion or recommendation. Accountants also investigate the regularity. They do this in the context of the annual audit and limit themselves to financial regularity. The regularity audit carried out by decentralized audit offices is broader. In addition to written legal rules, it also focuses on unwritten legal rules and case law, it is not limited to financial subjects and the investigation period can be longer than one reporting year. The findings and conclusions of the audit offices regarding the lawful unlawful actions of the administration concern the consequences for citizens and companies and the consequences for the efficiency and effectiveness of the administration’s actions.


Arjan Kok
Mr. drs. A. Kok RA is sinds 2004 werkzaam bij de Rekenkamer Metropool Amsterdam, is medeauteur van de Handreiking juridische vraagstukken van de NVRR (juli 2020) en doceert het onderdeel rechtmatigheidsonderzoek binnen de postacademische cursus Rekenkameronderzoek (Erasmus Universiteit Rotterdam).

Rik Reussing
Dr. G.H. Reussing is onderwijscoördinator van de joint degree Public Governance across Borders aan de Universiteit Twente en redactiesecretaris van Bestuurswetenschappen.

    This article focuses on the regularity audit carried out by decentralized audit offices in the Netherlands. Decentralized audit institutions have been given a limited task assignment from the legislator for this type of research. It was expressly not the intention that the audit office repeats the (financial) regularity audit done by the accountant, nor was the decentralized audit office given a role in the so-called indemnity procedure. The decentralized audit office’s role is primarily to carry out a system test of regularity. A positive side effect of this limited task assignment has been that decentralized audit institutions have not started to practice regularity audits as a separate activity. Monitoring the relationship between regularity, efficiency and effectiveness can protect an audit office from pitfalls. While this working method is maintained, new opportunities will arise for decentralized audit institutions. The accountant will soon no longer have primacy in assessing (financial) regularity, but the municipal and provincial Executive will instead report directly to the municipal and provincial council in an annex to the annual accounts. The accountant will continue to monitor whether what is stated in this annex about regularity is correct and complete. This offers new possibilities for the decentralized court of auditors to assist the council in its monitoring and contextualizing role, and in forming an opinion on regularity.


Jan van der Bij
Mr. dr. J. van der Bij is werkzaam bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, lid van het College van de Noordelijke Rekenkamer, lid van de commissie BBV en voorzitter van de commissie Bado.
Thema-artikel

Omwille van déjà vues in het toezicht

Praktijkreflectie op ‘Omwille van effectief toezicht’ (2002)

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 2 2021
Auteurs Pieter Welp
Auteursinformatie

Pieter Welp
Drs. P. Welp is als senior wetenschappelijk onderzoeker verbonden aan de Inspectieraad en was coördinator van het WRR-advies ‘Toezien op publieke belangen’ uit 2013.
Thema-artikel

Pacificatie en polarisatie

Kentering en continuïteit in politiek en Bestuur in Nederland post 2002

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 2 2021
Auteurs Frank Hendriks en Mark Bovens
Auteursinformatie

Frank Hendriks
Ten tijde van publicatie was Frank Hendriks als hoogleraar Vergelijkende Bestuurskunde verbonden aan de Tilburgse School voor Politiek en Bestuur van de Universiteit van Tilburg.

Mark Bovens
Mark Bovens was hoogleraar Bestuurskunde en directeur Onderzoek aan de Utrechtse School voor Bestuurs- en Organisatiewetenschap.
Thema-artikel

Het grotestedenbeleid: rijk en gemeenten

De verhoudingen in het openbaar bestuur

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 2 2021
Auteurs S.A.H. Denters, H.M. de Jong en O. van Heffen
Auteursinformatie

S.A.H. Denters
Ten tijde van publicatie was dr. S.A.H. Denters werkzaam aan de Faculteit Bestuurskunde van de Universiteit Twente.

H.M. de Jong
Ten tijde van publicatie was prof. dr. H.M. de Jong werkzaam aan de Faculteit Bestuurskunde van de Universiteit Twente.

O. van Heffen
Ten tijde van publicatie was dr. O. van Heffen werkzaam aan de Faculteit Bestuurskunde van de Universiteit Twente.
Thema-artikel

Een ander toezichtsland

Wetenschappelijke reflectie op ‘Omwille van effectief toezicht’ (2002)

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 2 2021
Auteurs Ko de Ridder
Auteursinformatie

Ko de Ridder
Prof. dr. J. de Ridder is emeritus hoogleraar Bestuurskunde aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Thema-artikel

Verzelfstandiging van overheidsdiensten

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 2 2021
Auteurs W.J.M. Kickert, N.P. Mol en A. Sorber
Auteursinformatie

W.J.M. Kickert
Ten tijde van publicatie was Prof. dr. W.J.M. Kickert hoogleraar bestuurskunde aan de Erasmus universiteit te Rotterdam.

N.P. Mol
Prof. dr. N.P. Mol was hoogleraar bedrijfskunde aan de KMA te Breda en universitair hoofddocent openbare financiën aan de Universiteit Twente.

A. Sorber
Drs. A. Sorber was hoofd van de afdeling Beleidsevaluatie en -instrumentatie van het ministerie van Financiën en ook secretaris van het bestuur van de Vereniging voor Bestuurskunde.
Thema-artikel

Access_open Het gereedheidspotentieel van (de) Bestuurskunde

Redactionele inleiding op het jubileumnummer

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 2 2021
Auteurs Shelena Keulemans, Marieke van Genugten en Jan-Kees Helderman
Auteursinformatie

Shelena Keulemans
Dr. S.A.C. Keulemans is universitair docent Bestuurskunde aan de Radboud Universiteit en redactiesecretaris van tijdschrift Bestuurskunde.

Marieke van Genugten
Dr. M.L. van Genugten is universitair hoofddocent Bestuurskunde aan de Radboud Universiteit en redactielid van tijdschrift Bestuurskunde.

Jan-Kees Helderman
Dr. J.K. Helderman is universitair hoofddocent Bestuurskunde aan de Radboud Universiteit en redactievoorzitter van tijdschrift Bestuurskunde.

    In this feature authors discuss recent research findings that are of interest to readers of Beleid en Maatschappij.


Frank Hendriks
Prof. dr. Frank Hendriks is hoogleraar vergelijkende bestuurskunde aan Tilburg University.

Marianne van Bochove
Dr. Marianne van Bochove is universitair docent, sectie Health Care Governance, Erasmus School of Health Policy & Management aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en senior onderzoeker aan De Haagse Hogeschool.

Katja Rusinovic
Dr. Katja Rusinovic is lector grootstedelijke ontwikkeling, faculteit Bestuurskunde, Recht & Veiligheid aan De Haagse Hogeschool.

Suzanna Koops-Boelaars
Suzanna Koops-Boelaars, MSc, is promovendus, sectie Health Care Governance, Erasmus School of Health Policy & Management aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

Access_open ‘We gaan het gewoon doen!’

Rebelse initiatieven in onderwijs en ouderenhuisvesting

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 2 2021
Trefwoorden rebellion, housing for older people, education, rules and regulations, room to manoeuvre
Auteurs Marianne van Bochove, Katja Rusinovic, Suzanna Koops-Boelaars e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Both education and housing are highly regulated sectors in the Netherlands. According to various stakeholders, regulations and formal and informal rules hinder the development of new initiatives aimed at providing attention to personal needs and wishes of children (in education) and older people (in housing). This article focuses on founders of initiatives in both sectors that, despite institutional obstacles, dare to do things differently. We adopt a rebellion perspective, which focuses on how individual and collective actors aim to create favorable circumstances for providing better services, even if this means they have to disrupt existing institutions. In-depth interviews were conducted with 22 founders of rebellious initiatives in education and housing for older people. According to the founders, what makes them different from others is having a dream, learning by doing, and critically assessing rules and regulations. Founders in both sectors not only interpret rules differently, but also try to change them. In order to do so, they need supportive internal and external contexts, which they create through personal contacts and social media. Although rebellion in both sectors has many similarities, sector-specific institutional settings and past events do shape its appearance.


Marianne van Bochove
Dr. Marianne van Bochove is universitair docent, sectie Health Care Governance, Erasmus School of Health Policy & Management aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en senior onderzoeker aan De Haagse Hogeschool.

Katja Rusinovic
Dr. Katja Rusinovic is lector grootstedelijke ontwikkeling, faculteit Bestuurskunde, Recht & Veiligheid aan De Haagse Hogeschool.

Suzanna Koops-Boelaars
Suzanna Koops-Boelaars, MSc, is promovendus, sectie Health Care Governance, Erasmus School of Health Policy & Management aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Joost van Hoof
Dr. ir. Joost van Hoof is lector urban ageing, faculteit Sociaal Werk & Educatie, aan De Haagse Hogeschool.
Dossier

Samen leven anno 2050

Meer dan koffiedikkijkerij?

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 3 2021
Auteurs Arjen Verweij
SamenvattingAuteursinformatie

    In this feature authors discuss recent research findings that are of interest to readers of Beleid en Maatschappij.


Arjen Verweij
Drs. Arjen Verweij is adviseur onderzoek bij de directie Samenleving en Integratie van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.
Dossier

WRR: Decennia integratie van migratieadvies

Grenzen van aanpassing en incorporatie

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 3 2021
Auteurs Mark van Ostaijen en Myrte Hoekstra
SamenvattingAuteursinformatie

    In this feature authors discuss recent research findings that are of interest to readers of Beleid en Maatschappij.


Mark van Ostaijen
Dr. Mark van Ostaijen is managing director van het LDE Centre Governance of Migration and Diversity en assistant professor aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Hij is tevens redacteur van Beleid en Maatschappij.

Myrte Hoekstra
Dr. Myrte Hoekstra is onderzoeker bij het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) en redacteur van Beleid en Maatschappij.
Artikel

Access_open Ontwikkeling en institutionalisering van een anti-establishmentpartij

De casus Leefbaar Rotterdam

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 3 2021
Trefwoorden party institutionalization, political parties, local government, Governance, anti-establishment party
Auteurs Gideon Broekhuizen en Julien van Ostaaijen
SamenvattingAuteursinformatie

    There is much research available about the development and government participation of new political parties (e.g. Pedersen, 1982; Deschouwer, 2008). Scholars show that survival for new political parties is often difficult, as they in general had little time for party building (Bollyer & Bytzek, 2017). Moreover, the expectation for specific types of new parties, mainly anti-establishment parties, is that they pay a high(er) electoral price when participating in government (Van Spanje, 2011). The Dutch case of the local political party of ‘Leefbaar Rotterdam’ (Livable Rotterdam, LR) is a noteworthy exception to this rule. It won the Rotterdam local election in 2002 with almost 35 percent of the votes, only months after its establishment. Until this day, LR remains an electorally large and relevant political party, participating in Rotterdam government twice (2002-2006 and 2014-2018). The article shows that in comparison to some national new political parties, LR succeeded in building a solid party organization and that from a party institutionalization perspective, it can be considered an institutionalized party. Regarding theory, it provides some additions to party building literature, such as the importance of personal relations and the balance between organizational unity and member autonomy.


Gideon Broekhuizen
Gideon Broekhuizen MSc LLB is werkzaam als beleidsadviseur bij het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

Julien van Ostaaijen
Dr. Julien van Ostaaijen is werkzaam als universitair docent bestuurskunde aan Tilburg University en lector Recht en Veiligheid bij Avans Hogeschool.
Dossier

Access_open Verschuivingen in informatievoorziening tijdens Covid-19

Gevolgen voor vertrouwen en democratische processen

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 1 2021
Trefwoorden Covid-19, Democracy, Trust, information environment
Auteurs Prof. dr. Rens Vliegenthart, Dr. Bert N. Bakker en Prof. dr. Claes de Vreese
SamenvattingAuteursinformatie

    Combatting the coronavirus politicians and policy makers have to continuously make a trade-off between public health and democratic rights. How do citizens’ attitudes towards democracy develop in a pandemic? In this study we test whether changes in the information environment affect citizens’ trust in the local and national government. Moreover, we study whether changes in the information environment are associated with the perceptions about the extent to which democratic processes are under pressure. We address these questions using a five wave panel study in the Netherlands conducted between April and September 2020. We find that during this period media use and political trust decreased. Moreover, Dutch citizens are worried about the effects of the corona crisis on local and national democracy. When it comes to the effects of media use on political trust and attitudes towards democracy, we find that media use has a limited effect on attitudes towards democracy. If anything, consuming news via the public broadcaster has a positive effect on political trust. To conclude, our study provides descriptive evidence about the development of attitudes towards democracy in the Netherlands during a major public health crisis. Dutch citizens are worried about democracy but media play a limited role in amplifying or reducing these worries.


Prof. dr. Rens Vliegenthart
Prof. dr. Rens Vliegenthart is hoogleraar media en samenleving en wetenschappelijk directeur van de Amsterdam School of Communication Research.

Dr. Bert N. Bakker
Dr. Bert N. Bakker is assistant professor aan de Amsterdam School of Communication Research.

Prof. dr. Claes de Vreese
Prof. dr. Cleas de Vreese is professor political communication aan de Amsterdam School of Communication Research.

    In this feature authors review recently published books on subjects of interest to readers of Beleid en Maatschappij.


Prof. dr. ir. Jan van Tatenhove
Prof. dr. ir. Jan van Tatenhove is hoogleraar marine governance and maritime spatial planning en hoofd van het Centre for Blue Governance aan de Universiteit van Aalborg in Denemarken. In zijn onderzoek richt hij zich op de institutionalisering van maritieme governance-arrangementen (bijvoorbeeld in diepzeebedmijnbouw, scheepvaart in de Arctische regio, en maritieme ecologische restoratie) en processen van regionalisering op het niveau van Europese zeeën (zoals grensoverschrijdende maritieme ruimtelijke ordening).
Thema-artikel

In de schaduw van prestige

De noodzakelijke behoefte aan een volwassen vastgoedorganisatie

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 1 2021
Trefwoorden public real estate agency, prestigious projects, project fiascoes, fraud, business maturity model
Auteurs Dr. Wouter Jan Verheul en Ir. Wicher Schönau
SamenvattingAuteursinformatie

    Some prestigious urban projects demonstrate many forms of misfit, misfortune, or mismanagement. Without big plans and high ambitions large projects don’t get off the ground, however, with a lack of attention for a diligent implementation and organization, fiascoes will follow. In the city of Rotterdam, the realization of a pop music hall, failed completely. In this case, the municipal public real estate agency played a central role in the failure of this urban project, and even a huge fraud that wasted millions of euros came out in the open. The main question in this article is: what can we learn from projects that fail during the implementation phase, and how can we professionalize public real estate agencies to avoid mistakes, fraud and other fiascoes? Such questions are relevant for public agencies that have to deal with both high and ever changing political and managerial ambitions, as well as with several commercial actors. This article offers insights behind the scenes of a public real estate agency, based on an in-depth case study. The authors demonstrate mechanisms of organizational vulnerability during the implementation of urban projects, as well as critical success factors of a professional, mature public real estate agency.


Dr. Wouter Jan Verheul
Dr. W.J. Verheul is universitair docent en onderzoeker aan de Technische Universiteit Delft en bestuurskundig adviseur te Rotterdam.

Ir. Wicher Schönau
Ir. W. Schönau is vastgoedkundig adviseur en partner bij TwynstraGudde.
Thema-artikel

Access_open Bestuurlijke manie bij prestigeprojecten: van maquette naar mislukking

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 1 2021
Trefwoorden managerial mania, prestigious projects, behavioural public administration, mega projects, checks and balances
Auteurs Dr. Wouter Jan Verheul en Dr. Meike Bokhorst
SamenvattingAuteursinformatie

    Prestigious urban projects demonstrate many insights in the functioning of public administration. Especially, prestigious urban projects can teach us about what we call ‘managerial mania’. Following the perspective of behavioural public administration, this article observes significant characteristics of managerial mania, such as elated behaviour, an exaggerated positive self-image, infectious enthusiasm, selective argumentation, tunnel vision, and an unsubstantiated faith that plans will succeed. As a consequence of managerial mania, prestigious projects are at risk of cost overruns, project fiascos, or underdelivering the expected outcomes promised by politicians or top-level managers. This article explores the phenomenon of managerial mania based on examples of large and controversial urban projects. Furthermore, this article describes and analyses the symptoms of managerial mania, its implications, and its mechanisms. Finally, the authors suggest some means of restraining the most extreme forms of managerial mania.


Dr. Wouter Jan Verheul
Dr. W.J. Verheul is als universitair docent en onderzoeker verbonden aan de afdeling Urban Development Management van de Technische Universiteit Delft en is daarnaast zelfstandig adviseur te Rotterdam.

Dr. Meike Bokhorst
Dr. A.M. Bokhorst is senior onderzoeker bij de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) en is tevens verbonden aan de Universiteit Utrecht.

    From 1964 (until around 1990), political science became the dominant approach within (local) administrative sciences in the Netherlands. This position was taken over from the legal approach. In this period, the concepts of politics, policy and decision-making were central to research and theory. In the period up to 1990, we still see a predominantly administration-centric or government-centric perspective among these political scientists, although we already see incentives from different authors for a broader perspective (the politics, policy and decision-making concepts remain relevant however) that will continue in the period thereafter. This broader perspective (on institutions, management and governance) took shape in the period after 1990, in which Public Administration would increasingly profile itself as an independent (inter)discipline. This essay tells the story of the (local) administrative sciences in this period as envisaged by twelve high-profile professors. The story starts in 1990 in Leiden with the (gradual) transition from classical to institutional Public administration, as is revealed in the inaugural lecture by Theo Toonen. This is followed by eleven other administrative scientists, who are divided into four ‘generations’ of three professors for convenience. In conclusion, the author of this essay argues that there is mainly a need for what he calls a (self-)critical Public Administration.


Rik Reussing
Dr. G.H. Reussing is onderwijscoördinator van de joint degree Public Governance across Borders aan de Universiteit Twente en redactiesecretaris van Bestuurswetenschappen.
Toont 1 - 20 van 21 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.