Zoekresultaat: 23 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift Beleidsonderzoek Online x

    Welke kennis is nodig om zicht te krijgen op de te verwachten effecten van beleid? Hiervoor moet worden ingeschat of een beleidsinterventie effectief zal zijn en binnen een bepaalde context zal uitwerken zoals beoogd. Twee typen kennisclaims zijn hierbij van belang, namelijk die over de verklarende mechanismes tussen interventie en uitkomst, en die over de ondersteunende factoren die voorwaardelijk zijn voor de uitkomst. Dit standpunt wordt geïllustreerd aan de hand van twee voorbeelden van beleidsinterventies in de praktijk: de inzet van kleinere schoolklassen en de publieke registratie van zedendelinquenten.


Gerdien van Eersel
Gerdien van Eersel is universitair docent Interdisciplinaire Sociale Wetenschap aan de Universiteit Utrecht. Ze was daarvoor onderzoeker bij de lokale overheid en heeft een achtergrond in de wetenschapsfilosofie.

    Participatory research is increasingly being perceived as a democratic and transformative approach to social situations by both academics and policymakers. The article reflects on what it means to do participatory research, what it contributes to broader knowledge building, and why mess may not only need to be present in participatory research but encouraged. The purposes of participation and mess as nourishment for critical enquiry and more radical learning opportunities are considered and illuminated using case study material from the Family Based Positive Support Project.

    Vooraf

    Participatief actieonderzoek en responsieve evaluatie staan volop in de belangstelling bij beleidsmakers en onderzoekers. Dit type beleidsonderzoek en -evaluatie beoogt democratisch, inclusief én impactvol te zijn. Het gaat om onderzoek mét in plaats van óver mensen. En het is actiegericht: onderzoek wil bijdragen aan concrete oplossingen door met betrokkenen gezamenlijke (verbeter)acties te ontwikkelen in de praktijk, en daarop te reflecteren en van te leren. Dit alles met het oog op sociale inclusie. Het zijn mooie idealen, maar wat betekent dit in de alledaagse, vaak weerbarstige onderzoekspraktijk?

    Op 20 januari 2020 organiseerde prof. Abma daarover een symposium, getiteld ‘Responsive, Participatory Research: Past, Present and Future Perspectives’ (Vrije Universiteit, Amsterdam). De rode draad op het symposium was de vraag wat goed en ethisch verantwoord participatief onderzoek is, en wat dit vraagt van onderzoekers en beleidsmakers. Drie lezingen op deze conferentie zijn nadien omgewerkt tot essays om lezers van Beleidsonderzoek Online vanuit verschillende perspectieven beter kennis te laten maken met deze vorm van onderzoek:

    Prof. Weerman en haar team focussen in hun bijdrage op het zich in de praktijk ontwikkelende onderzoeksdesign en het inzetten van creatieve methoden om participatie te bevorderen. Ze gaan na welke kwaliteitscriteria aan participatief actieonderzoek worden gesteld en hechten daarbij met name aan eisen ten aanzien van participatie, samen leren en verschil maken (zie BoO juli 2021). Ze benadrukken het belang van creativiteit en flexibiliteit.

    Prof. Abma bespreekt in haar artikel de normatieve dimensies en de ethiek van participatief actieonderzoek (zie BoO september 2020). Ze illustreert met een voorbeeld uit de crisishulpverlening aan GGZ-cliënten dat participatief actieonderzoek niet slechts een methodisch-technische exercitie is, maar een sociaal-politiek proces waarbij bestaande machtsverhoudingen verschuiven om ruimte te geven aan nieuwe stemmen en kennis. Dit omvat het zien van en stilstaan bij ethisch saillante dilemma’s en morele reflectie.

    De bijdrage van prof. Cook (zie BoO februari 2021) gaat over de weerbarstige praktijk van participatief actieonderzoek. Het doel is samen leren en voorbij geijkte oplossingen komen. Zij laat zien dat dit uitdagend is voor professionals die geconfronteerd worden met burgers die feedback geven en vragen om het (deels) loslaten van vaststaande professionele kaders. Er ontstaat dan ongemak en onzekerheid, maar zo beoogt en laat Cook overtuigend zien, deze ‘mess’ (niet meer goed weten wat goed en nodig is) is productief om te komen tot hernieuwde inzichten en innovaties.

    (Introductietekst opgesteld door prof. T. Abma)


Tina Cook
Tina Cook is a professor of education at Liverpool Hope University. At the core of her work is a focus on inclusive practice in research and evaluation. She is an executive committee member of the ICPHR, an editor of the International Journal of Educational Action Research, and a founder member of the UK Participatory Research Network. Her own research focus is with people with learning disabilities and people with cognitive impairment.
Artikel

Access_open Inzet op omgevingsbewust en kwaliteitsbewust werken in beleidsonderzoek

Illustraties uit de lerende evaluatie van het Natuurpact van het Planbureau voor de Leefomgeving

Tijdschrift Beleidsonderzoek Online, november 2020
Auteurs Eva Kunseler, Lisa Verwoerd en Femke Verwest
SamenvattingAuteursinformatie

    Een reflexieve kijk op beleidsonderzoek gaat uit van continue dynamiek tussen kennisontwikkeling en beleids- en uitvoeringspraktijken. Beleidsonderzoekers zoeken naar houvast om gedegen en relevant onderzoek te blijven doen, onderwijl inspelend op onzekerheden, onvoorspelbaarheid en kritische geluiden die kenmerkend zijn voor de huidige kennissamenleving. Via omgevingsbewust werken kunnen zij hun onderzoeksaanpak leren afstemmen op de kenmerken en maatschappelijke context van beleidsdossiers. Via kwaliteitsbewust werken kunnen zij leren inspelen op de verwachtingen rondom een bepaalde expertrol en onderzoeksaanpak binnen de eigen contexten van onafhankelijkheid en wetenschappelijke verantwoording.
    Aan de hand van een casus – de lerende evaluatie van het Natuurpact, een innovatieve evaluatiestudie bij het Planbureau voor de Leefomgeving – laten we zien hoe een reflexieve aanpak helpt om onderzoek in de nabijheid van de dynamische beleidspraktijk uit te voeren. Doordat deze aanpak buiten de comfortzone van onderzoekers ligt, is omgevingsbewust en kwaliteitsbewust werken voor onderzoekers geen vanzelfsprekendheid. We roepen beleidsonderzoekers zelf, de organisaties waar ze werkzaam zijn en beleidsmedewerkers op om hun reflexieve vaardigheden verder te ontwikkelen via het inrichten van lerende processen, effectieve kennisdeling via Communities of Practice en leerwerktrajecten, en open en adaptieve kennis-beleidsarrangementen.


Eva Kunseler
Eva Kunseler is wetenschappelijk medewerker bij het Planbureau voor de Leefomgeving.

Lisa Verwoerd
Lisa Verwoerd is wetenschappelijk medewerker bij het Planbureau voor de Leefomgeving en onderzoeker bij het Athena Instituut, Vrije Universiteit Amsterdam.

Femke Verwest
Femke Verwest is plaatsvervangend sectorhoofd Natuur en Landelijk Gebied bij het Planbureau voor de Leefomgeving.

    Nederland staat voor forse en complexe beleidsopgaven. Deze opgaven vragen om een bijzondere beleidsaanpak met een aansluitende wijze van beleidsevaluatie – namelijk één die leren ondersteunt om iteratief de kwaliteit van het beleid te verbeteren en de weg naar de beleidsambities te vinden. Beleidsonderzoekers en beleidsbetrokkenen werken in lerende evaluaties samen om kennis te produceren voor het gelijktijdig verantwoorden en leren van beleid. Verondersteld wordt dat de kwaliteit en bruikbaarheid van de geproduceerde kennis met deze benadering groter zijn dan bij reguliere, op verantwoording georiënteerde, evaluatiemethoden. Als gevolg daarvan zou lerend evalueren meer impact hebben op beleid voor complexe opgaven. In dit artikel wordt aandacht besteed aan de waarde van lerend evalueren vanuit het perspectief van beleidsbetrokkenen en beleidsonderzoekers van de lerende evaluatie van het Natuurpact (2014-2017), uitgevoerd door het PBL en de WUR. Geconcludeerd wordt dat lerend evalueren de kwaliteit, bruikbaarheid en impact (minder aantoonbaar) van de geproduceerde kennis vergroot, maar onder specifieke voorwaarden: namelijk wanneer onderzoekers erin slagen om leren en verantwoorden, met de bijbehorende rollen en kwaliteitsstandaarden, te benaderen als wederzijds versterkend in plaats van tegenstrijdig. Onderzoekers hebben voelsprieten nodig voor de wisselwerking tussen het proces van kennisproductie en de politiek-bestuurlijke context waarin deze kennis wordt gebruikt. Zowel in de beleids- als onderzoekspraktijk is ruimte nodig voor een verbrede kijk op de functie van beleidsevaluatie om lerend evalueren toe te kunnen passen.


Lisa Verwoerd
Lisa Verwoerd is werkzaam bij het Athena Instituut, Vrije Universiteit Amsterdam, en het Planbureau voor de Leefomgeving te Den Haag.

Pim Klaassen
Pim Klaassen is werkzaam bij het Athena Instituut, Vrije Universiteit Amsterdam.

Barbara J. Regeer
Barbara J. Regeer is werkzaam bij het Athena Instituut, Vrije Universiteit Amsterdam.

    Onder redactie van B. Guy Peters en Guillaume Fontaine verscheen in 2020 bij EE Publishers een handboek over vergelijkende beleidsanalyse. Dit terrein van onderzoek heeft stevige raakvlakken met beleidsevaluatie en beleidsanalyses (als die niet-vergelijkend zijn). Een breed en interessant spectrum van onderwerpen komt aan de orde, onder andere over methodologie(en), de rol van theorieën, diverse inhoudelijke onderwerpen en – voor wie het breed wil interpreteren – zelfs de groei van kennis op dit specialisme.


Frans L. Leeuw
Frans L. Leeuw is emeritus hoogleraar Recht, Openbaar Bestuur en Sociaalwetenschappelijk Onderzoek aan Maastricht University.
Artikel

Access_open Ethics work for good participatory action research

Engaging in a commitment to epistemic justice

Tijdschrift Beleidsonderzoek Online, september 2020
Auteurs Tineke Abma
SamenvattingAuteursinformatie

    Participatory and responsive approaches to research strive to be democratic, inclusive and impactful. Participatory researchers share a commitment to epistemic justice and actively engage citizens and users as well as other stakeholders in the co-creation of knowledge for social change. While more and more researchers and policymakers feel attracted to these approaches in practice, the normative ideals of social inclusion and justice are sometimes hard to realize, because of established interests, power relations and system requirements. In this article I argue that participatory researchers and evaluators have a moral responsibility to do ‘ethics work’. This is more than just following ethical principles and codes of conduct. ‘Ethics work’ entails the labour and effort one puts into recognizing ethically salient aspects of situations, developing oneself as a reflexive practitioner, paying attention to emotions and relationships, collaboratively working out the right course of action and reflecting in the company of critical friends. In this article I present the theory and ethics of participatory approaches, illustrate ethical issues and ethics work related to collaboration, politics and power, and share lessons based on ten years of practice in the field of health and social well-being.

    Vooraf

    Participatief actieonderzoek en responsieve evaluatie staan volop in de belangstelling bij beleidsmakers en onderzoekers. Dit type beleidsonderzoek en -evaluatie beoogt democratisch, inclusief én impactvol te zijn. Het gaat om onderzoek mét in plaats van óver mensen. En het is actiegericht: onderzoek wil bijdragen aan concrete oplossingen door met betrokkenen gezamenlijke (verbeter)acties te ontwikkelen in de praktijk, en daarop te reflecteren en van te leren. Dit alles met het oog op sociale inclusie. Het zijn mooie idealen, maar wat betekent dit in de alledaagse, vaak weerbarstige onderzoekspraktijk?

    Op 20 januari 2020 organiseerde prof. Abma daarover een symposium, getiteld ‘Responsive, Participatory Research: Past, Present and Future Perspectives’ (Vrije Universiteit, Amsterdam). De rode draad op het symposium was de vraag wat goed en ethisch verantwoord participatief onderzoek is, en wat dit vraagt van onderzoekers en beleidsmakers. Drie lezingen op deze conferentie zijn nadien omgewerkt tot essays om lezers van Beleidsonderzoek Online vanuit verschillende perspectieven beter kennis te laten maken met deze vorm van onderzoek:

    Prof. Weerman en haar team focussen in hun bijdrage op het zich in de praktijk ontwikkelende onderzoeksdesign en het inzetten van creatieve methoden om participatie te bevorderen. Ze gaan na welke kwaliteitscriteria aan participatief actieonderzoek worden gesteld en hechten daarbij met name aan eisen ten aanzien van participatie, samen leren en verschil maken (zie BoO juli 2021). Ze benadrukken het belang van creativiteit en flexibiliteit.

    Prof. Abma bespreekt in haar artikel de normatieve dimensies en de ethiek van participatief actieonderzoek (zie BoO september 2020). Ze illustreert met een voorbeeld uit de crisishulpverlening aan GGZ-cliënten dat participatief actieonderzoek niet slechts een methodisch-technische exercitie is, maar een sociaal-politiek proces waarbij bestaande machtsverhoudingen verschuiven om ruimte te geven aan nieuwe stemmen en kennis. Dit omvat het zien van en stilstaan bij ethisch saillante dilemma’s en morele reflectie.

    De bijdrage van prof. Cook (zie BoO februari 2021) gaat over de weerbarstige praktijk van participatief actieonderzoek. Het doel is samen leren en voorbij geijkte oplossingen komen. Zij laat zien dat dit uitdagend is voor professionals die geconfronteerd worden met burgers die feedback geven en vragen om het (deels) loslaten van vaststaande professionele kaders. Er ontstaat dan ongemak en onzekerheid, maar zo beoogt en laat Cook overtuigend zien, deze ‘mess’ (niet meer goed weten wat goed en nodig is) is productief om te komen tot hernieuwde inzichten en innovaties.

    (Introductietekst opgesteld door prof. T. Abma)


Tineke Abma
Tineke A. Abma is Professor Participation & Diversity Amsterdam University Medical Centres, Amsterdam, and Executive Director of Leyden Academy on Vitality and Ageing, Leiden.
Artikel

Access_open Nudging in perspectief

De verbreding van gedragsinzichten in beleid

Tijdschrift Beleidsonderzoek Online, juni 2020
Auteurs Pieter Raymaekers en Marleen Brans
SamenvattingAuteursinformatie

    Theorieën en methoden uit de gedragswetenschappen betreden steeds nadrukkelijker de beleidsscene. Gedragsinzichten en nudging beloven beleid te verrijken en te versterken. Het begin van deze gedragswetenschappelijke omslag of behavioural turn laat men doorgaans samenvallen met de publicatie van het boek Nudge van Richard Thaler en Cass Sunstein in 2008. In dit artikel plaatsen we nudging in perspectief en argumenteren we dat het concept zowel een zegen als een vloek betekent, en zowel een katalysator als een rem is voor de bredere toepassing en verankering van gedragsinzichten in beleid. Ondanks het aantrekkelijke narratief botst nudging op functionele limieten en ethische bezwaren. Om de gedragswetenschappelijke, experimentele en evidence-based beleidsbeloften alsnog in te lossen, zien we een strategie van steeds verdere verbreding. Het programma van de Behavioural Insights-beweging op basis van vijf pijlers leek in eerste instantie een oplossing te bieden, maar kampt door een eendimensionale interpretatie met interne spanningen. De nog bredere en ambitieuzere Behavioural Public Policy-agenda biedt nieuwe perspectieven, maar moet op functioneel en ethisch vlak nog verder onderbouwd worden.


Pieter Raymaekers
Pieter Raymaekers is onderzoeker en vormingscoördinator bij het KU Leuven Instituut voor de Overheid. Zijn onderzoek focust op de toepassing van gedragsinzichten en nudging in beleid.

Marleen Brans
Marleen Brans is gewoon hoogleraar aan het KU Leuven Instituut voor de Overheid en schatbewaarder van de International Public Policy Association. Ze verricht voornamelijk onderzoek over de productie en consumptie van beleidsadvies.

    Overheidsbeleid heeft steeds meer te maken met digitalisering en data-ificering van de samenleving en het menselijk gedrag. Dat betekent uitdagingen voor beleidsevaluatoren. In dit artikel gaat het om éen van de daarmee gepaard gaande verschijnselen: Big Data en Artificiële Intelligentie (BD/AI). Het artikel stelt, na erop gewezen te hebben dat de evaluatieprofessie langere tijd niet erg actief op digitaal gebied is geweest, ten eerste de vraag wat BD/AI te bieden hebben aan evaluatieonderzoek van (digitaal) beleid. Vijf toepassingsmogelijkheden worden besproken die de kwaliteit, bruikbaarheid en relevantie van evaluatieonderzoek kunnen bevorderen. De tweede vraag is wat evaluatieonderzoek te bieden heeft, als het gaat om het analyseren/onderzoeken van de betrouwbaarheid, validiteit en enkele andere aspecten van Big Data en AI. Ook daar worden verschillende mogelijkheden (en moeilijkheden) geschetst. Naar het oordeel van de schrijver is het enerzijds dienstig (meer) gebruik te maken van BD/AI in evaluatieonderzoek, maar doen onderzoekers er ook goed aan (meer) aandacht uit te laten gaan naar: de assumpties die aan BD/AI ten grondslag liggen (inclusief het ‘black box’-probleem); de validiteit, veiligheid en geloofwaardigheid van algoritmes; de bedoelde en onbedoelde consequenties van het gebruik ervan; én de vraag of de claims dat digitale interventies die mede gebaseerd zijn op BD/AI effectief (of effectiever zijn dan andere), onderbouwd en valide zijn.


Frans L. Leeuw
Frans L. Leeuw (socioloog) is hoogleraar Recht, Openbaar Bestuur en Sociaalwetenschappelijk onderzoek aan Maastricht University. Eerder was hij o.a. directeur WODC, Hoofdinspecteur Hoger Onderwijs Onderwijsinspectie, hoogleraar evaluatieonderzoek Universiteit Utrecht, directeur doelmatigheidsonderzoek Algemene Rekenkamer en decaan Humanities Open Universiteit. Hij bereidt een boekje voor over 125 jaar empirisch-juridisch onderzoek, inclusief de nieuwste loot: digitaal empirisch-juridisch onderzoek. Eerdere publicaties handelden over diverse onderwerpen met als rode draden evaluatieonderzoek, theorieën, gedragsmechanismen, benutting van onderzoek en juridische thema’s.

    Volgens de Marylandschaal is rct het best mogelijke type beleidsonderzoek. Rct is dan ook het boegbeeld van het evidence-based onderzoek. De kritiek op rct’s is echter in de loop van de jaren alleen maar groter geworden. Bovendien blijkt uit een recente meta-evaluatie dat de non-experimentele onderzoeken niet tot andere uitkomsten leidden dan de rct’s. Al met al wordt te veel geloof gehecht aan de evidence-based benadering in het algemeen en rct’s in het bijzonder. Vandaar de vraag: wordt het misschien tijd voor een Maryland Scientific Methods Scale 2.0?


Jos Mevissen
Jos Mevissen is partner bij Regioplan Beleidsonderzoek te Amsterdam en voorzitter van de redactie van Beleidsonderzoek Online.

    Een lerende evaluatie combineert leren en verantwoorden. Deze methode past bij complexe beleidsopgaven, waar meerdere actoren en overheden bij betrokken zijn die een behoefte hebben om te leren van elkaars ervaringen. In de evaluatie van het Natuurpact is deze methode op nationale schaal voor het gedecentraliseerde natuurbeleid toegepast. Uit deze casus blijkt dat een succesvolle toepassing vraagt om een voortdurende en zorgvuldige aansluiting van het onderzoek op de beleidspraktijk. Dit is nodig voor het betrekken van en interactie met stakeholders, het combineren van leren en verantwoorden, de wetenschappelijke onafhankelijkheid, het bestuurlijk mandaat en de beheersbaarheid van het onderzoek.


Rob Folkert
Rob Folkert is projectleider van het project lerende evaluatie van het Natuurpact bij het PBL.

Lisa Verwoerd
Lisa Verwoerd is onderzoeker bij de VU en is betrokken bij het uitwerken en toepassen van het procesontwerp van de lerende evaluatie Natuurpact. Ze onderzocht de waarde van deze methode.

Femke Verwest
Femke Verwest is supervisor van project lerende evaluatie van het Natuurpact bij PBL.
Artikel

Access_open Welke factoren bevorderen of belemmeren het gebruik van beleidsevaluaties?

Resultaten van een studie bij de Inspectie Ontwikkelingssamenwerking en Beleidsevaluatie

Tijdschrift Beleidsonderzoek Online, mei 2018
Auteurs Marjolein Bouterse en Valérie Pattyn
SamenvattingAuteursinformatie

    Alhoewel het gebruik van beleidsevaluaties (of het gebrek eraan) een van de meest besproken thema’s is in de evaluatieliteratuur, berust veel onderzoek over het thema enkel op anekdotisch bewijs, en zijn er nauwelijks studies beschikbaar die aandacht hebben voor de samenhang tussen verschillende factoren die impact kunnen hebben op het gebruik. In voorliggend artikel presenteren we de resultaten van een studie waarin we hebben getracht om op een systematische wijze inzicht te bieden in de combinaties van factoren die instrumenteel gebruik van beleidsevaluaties bevorderen of verhinderen. We onderzochten in dit verband alle evaluaties die in de periode 2013-2016 werden uitgevoerd bij de Inspectie Ontwikkelingssamenwerking en Beleidsevaluatie. Via Qualitative Comparative Analysis (QCA) bekeken we welke combinaties van de volgende factoren als noodzakelijk en/of voldoende bleken voor evaluatiegebruik: (1) politiek gehalte van het onderwerp, (2) interesse van de beleidsmakers, (3) aanwezigheid van nieuwe kennis in de evaluatie, en (4) de timing van de evaluatie.
    Voor de praktijk van beleidsmakers en evaluatoren benadrukken we het belang van tijdigheid en interesse voor een evaluatie. Onze analyse laat zien dat professionals die op deze factoren inzetten, een gunstig klimaat creëren voor het gebruik van evaluaties. Wat betreft tijdigheid lijkt het van belang de evaluatie te laten sporen met het schrijfwerk van een beleidsafdeling aan nieuw beleid of grote beleidsveranderingen. Goede anticipatie en een sterke institutionalisering van het evaluatieproces zijn hiertoe cruciaal. Of het thema van de evaluatie een sterke politieke gevoeligheid kent, is minder belangrijk. Mits sprake is van de juiste omgevingscondities, kunnen ook dergelijke evaluaties sterk instrumenteel worden benut.


Marjolein Bouterse
Marjolein Bouterse studeerde Political Science and Public Administration (research master) in Leiden. Dit onderzoek is uitgevoerd in het kader van haar scriptie. Inmiddels werkt zij als junior beleidsonderzoeker bij Regioplan Beleidsonderzoek.

Valérie Pattyn
Valérie Pattyn is universitair docent aan het Instituut Bestuurskunde van de Universiteit Leiden. Haar voornaamste onderzoeksexpertise situeert zich op het terrein van evidence-informed beleid, de politiek van beleidsevaluatie en beleidsadvisering. Daarnaast voert ze zelf ook geregeld evaluatiestudies uit binnen meerdere beleidsdomeinen.

    De digitalisering van de samenleving heeft verschillende gevolgen voor de overheid en overheidsbeleid. Eén daarvan heeft betrekking op de manier waarop beleidsanalyse kan worden gebruikt. In deze bijdrage worden de mogelijkheden van meer adaptieve vormen van beleidsanalyse verkend, waarbij beleidsvoerders stap voor stap en op basis van informatie uit het beleidsproces proberen meer over de beleidsuitvoering te leren. Die vorm van beleidsanalyse, die op een aantal punten afwijkt van eerdere vormen, heeft gevolgen voor de organisatie van de overheid maar ook voor de wijze waarop het toezicht moet worden ingericht. Dat levert interessante vragen en spanningen op voor de ‘digitale’ overheid.


Bernard Steunenberg
Bernard Steunenberg is als hoogleraar verbonden aan het Instituut Bestuurskunde, Universiteit Leiden.

    Er is de laatste tijd veel aandacht voor het omgaan met onzekerheid en dynamiek in beleid. Zo is er recent de roep om leren door doen, door een overheid die samen met de samenleving het experiment aan durft te gaan. Zo’n benadering van beleid als gezamenlijk experiment is veelbelovend, maar vergt ook passende methoden voor beleidsevaluaties. Adaptief beleid speelt hierop in. De laatste jaren is een belangrijke stap gezet in de ontwikkeling van methoden waarmee adaptief beleid ontwikkeld kan worden. Voor de evaluatie en de rol van evaluaties heeft dit belangrijke implicaties. In dit artikel wordt hierop verder ingegaan, op basis van ervaringen met adaptief beleid en beleidsevaluatie binnen het Nederlandse Deltaprogramma.


Leon Hermans
Leon Hermans is werkzaam aan de Technische Universiteit Delft, Faculteit Techniek, Bestuur en Management.

    De positieve benadering van evaluatie in relatie tot het bereiken van succes is een frisse wind. Het wordt inderdaad tijd dat evaluatoren gebruikers meer helpen en stimuleren om van (beleids)ervaringen te leren. En: dat geëvalueerden zich daarvoor vanaf het begin openstellen. Aandachtspunt is wel dat de evaluator daarbij zijn of haar waardevolle kritische (kennis)blik niet verliest.


Carolien Klein Haarhuis
Carolien Klein Haarhuis is onderzoeker bij het WODC (Ministerie van Veiligheid en Justitie), lid van de Werkgroep van het VIDE-Evaluatorennetwerk en bestuurslid van de European Evaluation Society (EES).

    Nationaal en internationaal staat onderzoek dat maatschappelijk relevant is, wetenschappelijk gezien hoge kwaliteit heeft, en zowel integer als efficiënt wordt uitgevoerd in de schijnwerpers. Het achterliggende idee is dat alleen zo de gewenste maatschappelijke impact kan worden bereikt. Door het bevorderen van verantwoorde onderzoekspraktijken, waarbij er onder andere expliciet aandacht is voor aspecten als stakeholderparticipatie, interdisciplinaire samenwerking, replicatie en systematische reviews, kunnen financiers of programmeurs van onderzoek hieraan bijdragen. In dit artikel wordt een overzicht gegeven van de wijze waarop ZonMw dat doet als kennisprogrammeur op het gebied van het gezondheidsonderzoek. Hiertoe is een toetsingskader ontwikkeld en toegepast op zestien lopende onderzoeksprogramma’s, dat ook voor andere domeinen en actoren betekenis heeft. Een belangrijke aanbeveling is dat ‘verantwoord programmeren’ een eigen kennisbasis behoeft om de toegevoegde waarde ervan te kunnen bepalen. Naast investeringen in metaonderzoek vraagt dat om een goede monitoring en informatievoorziening bij de kennisprogrammeur.


Wendy Reijmerink
Wendy Reijmerink is stafmedewerker Strategie en Innovatie bij ZonMw. Zij werkt aan een promotie over de maatschappelijke impact van publieke kennisprogrammering.

Wija Oortwijn
Wija Oortwijn is sectorleider Zorg bij Ecorys. Zij heeft jarenlange ervaring met evaluaties van beleid en onderzoeksprogramma’s alsmede impactanalyses op het terrein van de zorg.

    Een lerende overheid heeft behoefte aan beleidsevaluaties die niet alleen van betekenis zijn voor het onderwerp waarop deze primair gericht zijn, maar ook bijdragen aan bredere, systematische opbouw van kennis en ervaring. Het interdepartementaal verbinden van expertise verruimt daarbij het zicht op factoren die het leren bevorderen of belemmeren.
    Een centrale vraag is of de door het beleid beoogde publieke belangen inderdaad bevorderd worden. Beleidsevaluatie moet dan niet alleen gericht zijn op effectiviteit en doelmatigheid ten aanzien van relatief gemakkelijk meetbare indicatoren, maar ook op lastig te kwantificeren essentiële waarden zoals subjectief welzijn, rechtvaardigheid en maatschappelijke aanvaardbaarheid. Het verdient aanbeveling kostbare evaluatie-energie te concentreren op belangrijke kwesties waarover vooraf discussie of onzekerheid bestaat.
    Uit een oogpunt van doelmatige beleidsvoorbereiding, en omdat de uitwerking van wetgeving en beleid ex post niet altijd eenvoudig is vast te stellen, is veel aandacht nodig voor ex ante evaluatie. Van onderzoek naar werkingsmechanismen van beleidsmaatregelen wordt in dit verband terecht veel verwacht.
    Er is sprake van een paradoxaal spanningsveld tussen verwetenschappelijking en politisering van beleid. Daarom is stevig verankerde, onafhankelijke en onpartijdige beleidsevaluatie onmisbaar. Hoge methodologische kwaliteit biedt extra houvast om deze functie geloofwaardig te kunnen vervullen.
    In het streven naar systematische opbouw van kennis en ervaring naast dossier-specifieke doelbereiking kan het helpen als evaluaties zowel een specifiek als een breder geldend algemeen deel bevatten. Belangrijk is ook te sturen op een evenwichtige evaluatieportfolio per beleidsterrein, met aandacht voor ex ante en ex post methoden, uiteenlopende waarden, en verschillende informatiebronnen. Naast best practices moet daarbij ook minder geslaagd beleid in beeld worden gebracht. Voor de bruikbaarheid van evaluaties voor de praktijk is goede vertegenwoordiging van het bottom-up perspectief noodzakelijk.
    Evaluatie van beleid vereist gedegen inbedding binnen de nationale kennisinfrastructuur, effectieve samenwerking met kennisinstellingen en het up-to-date houden van het evalueren zelf. Dat is cruciaal voor het evaluatievermogen van de lerende overheid.


André Knottnerus
André Knottnerus is voorzitter van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid en hoogleraar Huisartsgeneeskunde aan de Universiteit Maastricht.

    De voorbije vier decennia werden er heel wat studies naar de implementatie van beleid uitgevoerd, maar deze hebben vier belangrijke tekortkomingen: (1) onduidelijke omschrijving van de afhankelijke variabele, (2) te weinig inzicht in de ‘kritieke’ onafhankelijke variabelen en te weinig aandacht voor de wijze waarop deze in combinatie met elkaar het beleidsimplementatieproces beïnvloeden, (3) te laag aantal cases en (4) te weinig aandacht voor hypothesetoetsing. Dit artikel geeft aan hoe het gebruik van Qualitative Comparative Analysis (QCA) (Ragin, 1987) een antwoord kan bieden op deze beperkingen. Deze analysemethode tracht de verschillende causale paden die het beleidsimplementatieproces beïnvloeden te identificeren en de condities of combinaties van condities die noodzakelijk of voldoende zijn in kaart te brengen. Hiervoor wordt gebruikgemaakt van Booleaanse algebra. Door deze en andere specifieke eigenschappen kan QCA leiden tot vernieuwende inzichten in beleidsimplementatieonderzoek.


Maud Stinckens
Maud Stinckens is doctoraatsstudente aan het Leuvens Instituut voor Criminologie, KU Leuven.

    De laatste jaren is de beleidsmatige en wetenschappelijke aandacht voor ex ante onderzoek toegenomen. De vraag is of dit ook is terug te zien in het aantal studies naar concrete plannen, en in het gebruik van de uitkomsten van ex ante studies in de beleidsontwikkeling. Om dit na te gaan verrichtten we een metastudie van ex ante onderzoeken over beleid op rijksniveau, verschenen in de periode 2005 tot en met 2011. In deze bijdrage beschrijven we eerst hoe vaak en met welk doel ex ante onderzoek wordt verricht en om wat voor typen studies het gaat. Daarna nemen we het gebruik in het beleidsontwikkelings- en besluitvormingsproces onder de loep door in te zoomen op vijf ex ante onderzoeken. Een eerste conclusie is dat er inmiddels een aanzienlijk aantal ex ante studies is verschenen; een tweede dat in alle vijf casus het onderzoek belangrijke actoren in het beleidsproces bereikt heeft, maar dat de uitkomsten niet altijd doorklinken in het uiteindelijke beleid.


Carolien Klein Haarhuis
Carolien Klein Haarhuis is onderzoeker bij de afdeling Rechtsbestel, Wetgeving en Internationale en vreemdelingenaangelegenheden (RWI) van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het ministerie van Veiligheid en Justitie.

Monika Smit
Monika Smit is afdelingshoofd bij de afdeling Rechtsbestel, Wetgeving en Internationale en vreemdelingenaangelegenheden (RWI) van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het ministerie van Veiligheid en Justitie.

Shelena Keulemans
Shelena Keulemans is als promovenda verbonden aan de vakgroep Bestuurskunde van de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Article

Access_open Beleidsonderzoek benutten

Tijdschrift Beleidsonderzoek Online, april 2014
Auteurs Prof. dr. A.F.A. Korsten en drs. Anne Douwe van der Meer AC
SamenvattingAuteursinformatie

    Achter opdrachtresearch gaat de veronderstelling schuil dat de tussen- en eindresultaten van beleidsonderzoek vroeg of laat ook benut worden en onderdeel worden van een proces van bezinning op beleid. Dit artikel handelt hierover. Diverse aspecten van benutting van onderzoek komen aan bod, zoals de definitie en vormen van benutting. Er worden vier richtingen onderscheiden om de omvang en vorm van benutting of onderbenutting op te sporen. Het artikel geeft voorts verklaringen voor achterblijvende benutting en bevat adviezen om te komen tot meer benutting. Voor ambtenaren, bestuurders en partners in beleidsnetwerken biedt deze beschouwing aanknopingspunten om researchresultaten desgewenst beter te benutten. En voor onderzoekers bevat dit artikel tal van aanzetten tot hypothesevorming voor verder onderzoek.


Prof. dr. A.F.A. Korsten
Prof. dr. A.F.A. Korsten is honorair hoogleraar Bestuurskunde van de lagere overheden aan de Universiteit Maastricht en emeritus hoogleraar Bestuurskunde aan de Open Universiteit.

drs. Anne Douwe van der Meer AC
Drs. Anne Douwe van der Meer AC is bedrijfseconoom en controller. Hij was werkzaam bij onder andere de Arbeidsvoorziening, het ministerie van Defensie, de gemeentelijke overheid en Deloitte.

    Dit artikel bevat een uitvoerige samenvatting en een beoordeling van een nieuw boek van Furubo, Rist en Speer met als (in het Nederlands vertaalde) titel: ‘Evaluatie in turbulente tijden. Reflecties op een discipline in verwarring’. De aanleiding voor dit boek is dus de opvatting dat de meeste politieke en bestuurlijke contexten voor beleidsevaluatie zo sterk in beweging zijn geraakt dat ex-post beleidsevaluatie als discipline en vanzelfsprekend onderdeel van het proces van beleidsondersteuning in crisis is geraakt en bedreigd wordt. In het kort geeft dit boek als antwoord op deze dreiging: relativeer het ideaal van ‘evidence-based’ beleid, en ga voor ‘real-time’ evaluatie; verleg uw aandacht van ex-post evaluatie ten behoeve van verantwoording achteraf naar ex-ante evaluatie tijdens de beleidsformulering en ex-durante evaluatie parallel aan de beleidsimplementatie, met als doelen: ‘early warning’, beleidsleren, en flexibel reageren op snel veranderende omstandigheden. Natuurlijk heeft dat gevolgen voor rolopvattingen en taakverdelingen in de procesarchitectuur van het beleidsproces.


Rob Hoppe
Rob Hoppe is hoogleraar kennis en beleid Universiteit van Twente, Faculteit Management en Bestuur (MB), Vakgroep Science, Technology and Policy Studies (STePS).
Toont 1 - 20 van 23 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.