Zoekresultaat: 47 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift Beleidsonderzoek Online x

    Volgens de auteurs van dit boek vertoont de huidige representatieve keuzedemocratie scheurtjes, om niet te zeggen barsten. Er is steeds minder dualisme tussen kabinet en Kamer. Keuzes worden gemaakt op basis van een relatief gesloten netwerk dat denkt in termen belangenuitruil en kleine stappen. Kennis uit onderzoek wordt in dat proces onderbenut. Besturen bestaat uit top-down processen. De politieke en ambtelijke top heeft een obsessie om altijd in control te willen zijn. Die regenteske en conservatieve benadering past volgens de auteurs echter steeds minder in een steeds complexere wereld. We moeten daarom streven naar een participatieve kennisdemocratie, waarin de beleidsambtenaar van de 21ste eeuw functioneert als een katalyserende spil in een proces van open en innovatieve beleidsontwikkeling.
    Het is een waardevol boek met een belangrijke boodschap: veel kan en moet inderdaad anders. Enkele belangrijke thema’s komen in het boek echter onvoldoende aan de orde. In deze boekbespreking wordt hier dieper op ingegaan.


Frans de Haan
Drs. Frans de Haan is als coördinator onderzoek werkzaam bij het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.
Artikel

Access_open Inzet op omgevingsbewust en kwaliteitsbewust werken in beleidsonderzoek

Illustraties uit de lerende evaluatie van het Natuurpact van het Planbureau voor de Leefomgeving

Tijdschrift Beleidsonderzoek Online, november 2020
Auteurs Eva Kunseler, Lisa Verwoerd en Femke Verwest
SamenvattingAuteursinformatie

    Een reflexieve kijk op beleidsonderzoek gaat uit van continue dynamiek tussen kennisontwikkeling en beleids- en uitvoeringspraktijken. Beleidsonderzoekers zoeken naar houvast om gedegen en relevant onderzoek te blijven doen, onderwijl inspelend op onzekerheden, onvoorspelbaarheid en kritische geluiden die kenmerkend zijn voor de huidige kennissamenleving. Via omgevingsbewust werken kunnen zij hun onderzoeksaanpak leren afstemmen op de kenmerken en maatschappelijke context van beleidsdossiers. Via kwaliteitsbewust werken kunnen zij leren inspelen op de verwachtingen rondom een bepaalde expertrol en onderzoeksaanpak binnen de eigen contexten van onafhankelijkheid en wetenschappelijke verantwoording.
    Aan de hand van een casus – de lerende evaluatie van het Natuurpact, een innovatieve evaluatiestudie bij het Planbureau voor de Leefomgeving – laten we zien hoe een reflexieve aanpak helpt om onderzoek in de nabijheid van de dynamische beleidspraktijk uit te voeren. Doordat deze aanpak buiten de comfortzone van onderzoekers ligt, is omgevingsbewust en kwaliteitsbewust werken voor onderzoekers geen vanzelfsprekendheid. We roepen beleidsonderzoekers zelf, de organisaties waar ze werkzaam zijn en beleidsmedewerkers op om hun reflexieve vaardigheden verder te ontwikkelen via het inrichten van lerende processen, effectieve kennisdeling via Communities of Practice en leerwerktrajecten, en open en adaptieve kennis-beleidsarrangementen.


Eva Kunseler
Eva Kunseler is wetenschappelijk medewerker bij het Planbureau voor de Leefomgeving.

Lisa Verwoerd
Lisa Verwoerd is wetenschappelijk medewerker bij het Planbureau voor de Leefomgeving en onderzoeker bij het Athena Instituut, Vrije Universiteit Amsterdam.

Femke Verwest
Femke Verwest is plaatsvervangend sectorhoofd Natuur en Landelijk Gebied bij het Planbureau voor de Leefomgeving.

    Het boek van voormalig topambtenaar Roel Bekker Dat had niet zo gemoeten! analyseert op scherpe wijze fouten en falen bij de overheid. Doordat de overheid allerlei steken laat vallen bij de voorbereiding van beleid en bovendien te weinig leert van beleidsevaluaties, ontstaat er beleid dat verre van optimaal functioneert, onder meer omdat de uitvoering wordt belast met (zeer) ingewikkelde procedures. Voor de overheid valt uit dit boek veel te leren over hoe het beter kan worden aangepakt. De vraag is wel of dat ook gaat gebeuren, want eerdere publicaties met waardevolle aanbevelingen op dit gebied hebben maar weinig effect gehad.


Peter van Hoesel
Peter van Hoesel is emeritus hoogleraar Toegepast beleidsonderzoek bij de Erasmus Universiteit Rotterdam. Hij was gedurende zijn gehele loopbaan actief als beleidsonderzoeker bij meerdere onderzoeksbureaus. Hij geeft regelmatig adviezen ten behoeve van beleidsevaluaties bij enkele ministeries. Hij is auteur en redacteur van diverse boeken over beleidsonderzoek.
Artikel

Access_open Nudging in perspectief

De verbreding van gedragsinzichten in beleid

Tijdschrift Beleidsonderzoek Online, juni 2020
Auteurs Pieter Raymaekers en Marleen Brans
SamenvattingAuteursinformatie

    Theorieën en methoden uit de gedragswetenschappen betreden steeds nadrukkelijker de beleidsscene. Gedragsinzichten en nudging beloven beleid te verrijken en te versterken. Het begin van deze gedragswetenschappelijke omslag of behavioural turn laat men doorgaans samenvallen met de publicatie van het boek Nudge van Richard Thaler en Cass Sunstein in 2008. In dit artikel plaatsen we nudging in perspectief en argumenteren we dat het concept zowel een zegen als een vloek betekent, en zowel een katalysator als een rem is voor de bredere toepassing en verankering van gedragsinzichten in beleid. Ondanks het aantrekkelijke narratief botst nudging op functionele limieten en ethische bezwaren. Om de gedragswetenschappelijke, experimentele en evidence-based beleidsbeloften alsnog in te lossen, zien we een strategie van steeds verdere verbreding. Het programma van de Behavioural Insights-beweging op basis van vijf pijlers leek in eerste instantie een oplossing te bieden, maar kampt door een eendimensionale interpretatie met interne spanningen. De nog bredere en ambitieuzere Behavioural Public Policy-agenda biedt nieuwe perspectieven, maar moet op functioneel en ethisch vlak nog verder onderbouwd worden.


Pieter Raymaekers
Pieter Raymaekers is onderzoeker en vormingscoördinator bij het KU Leuven Instituut voor de Overheid. Zijn onderzoek focust op de toepassing van gedragsinzichten en nudging in beleid.

Marleen Brans
Marleen Brans is gewoon hoogleraar aan het KU Leuven Instituut voor de Overheid en schatbewaarder van de International Public Policy Association. Ze verricht voornamelijk onderzoek over de productie en consumptie van beleidsadvies.

    Naar aanleiding van 25 jaar Vereniging voor Beleidsonderzoek staat dit artikel stil bij de rol van beleidsonderzoek. Het belang daarvan wordt nogal eens onderschat – zowel door beleidsmakers als onderzoekers zelf. Vanuit een wat breder perspectief bezien blijkt het voor de huidige samenleving – getypeerd als ‘een pragmacratie’ – echter een onmisbare functie te vervullen. Beleid en praktijk zijn vaak indirect gebaseerd op wetenschappelijke concepten, onderzoeksresultaten en toekomstverkenningen. Vooral de sociale wetenschappen maken zichtbaar wat mogelijk is, en beleidsonderzoek doet dat dan ook nog eens op een tijdige, oplossingsgerichte manier. Daarbij zijn er verschillende manieren om impact te hebben, waarbij de beleidsonderzoeker moet vasthouden aan zijn onafhankelijkheid en controleerbaarheid.
    Dit artikel is een uitwerking van de lezing van Hans Boutellier op het VBO-congres op 7 november 2019 en is gebaseerd op het gelijknamige hoofdstuk uit Het seculiere experiment: Over westerse waarden in radicale tijden (herziene versie, 2019). Zie ook het essay van Peter van Hoesel, Beleidsonderzoek in de periode 1970-1995, Beleidsonderzoek Online februari 2020.


Hans Boutellier
Hans Boutellier is wetenschappelijk adviseur van het Verwey-Jonker Instituut, alsmede bijzonder hoogleraar Polarisatie en veerkracht aan de VU Amsterdam.

    Beleidsonderzoek is een vak dat in de afgelopen vijftig jaar geleidelijk is ontwikkeld tot een echte professie. In dit essay wordt de eerste helft van deze periode beschreven en op diverse punten vergeleken met de huidige situatie. De terugblik bestaat uit drie onderdelen: professionalisering; relatie met opdrachtgevers; ambachtelijke aspecten.


Peter van Hoesel
Peter van Hoesel is emeritus hoogleraar toegepast beleidsonderzoek bij de Erasmus Universiteit Rotterdam. Hij was gedurende zijn gehele loopbaan actief als beleidsonderzoeker bij meerdere onderzoeksbureaus. Hij geeft regelmatig adviezen ten behoeve van beleidsevaluaties bij enkele ministeries. Hij is auteur en redacteur van diverse boeken over beleidsonderzoek.

    Q-methodologie is een nog relatief onbekende onderzoeksmethode, met veel potentieel voor beleidsonderzoek en -analyse. De benaderingen, doelen en onderzoeksvragen in verschillende toepassingen lopen uiteen, maar vertonen ook duidelijke overeenkomsten. In dit artikel beschrijven we de belangrijkste theoretische en analytische bouwstenen van de methode, en een praktijkgericht 10-stappenplan waarmee men snel zelf aan de slag kan met Q-methodologie. Op basis van een aantal toepassingen van Q-methodologie in Nederland en Vlaanderen laat dit artikel op inzichtelijke wijze zien wat Q-methodologie toevoegt aan de toolbox van beleidsonderzoekers. Naast de theoretische achtergrond van de methode biedt deze bijdrage een praktisch stappenplan voor het gebruik van de methode in de praktijk.


Ellen Minkman
Ellen Minkman is werkzaam aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Astrid Molenveld
Astrid Molenveld is verbonden aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en de Universiteit Antwerpen.

    Voor doeltreffend en doelmatig beleid is het essentieel om verantwoording af te leggen over de gemaakte keuzes en te leren van de lessen uit het verleden. Om dit te stimuleren verplicht de Regeling Periodiek Evaluatieonderzoek (RPE) de rijksoverheid om periodiek beleidsdoorlichtingen te (laten) verrichten. Een beleidsdoorlichting bundelt alle beschikbare kennis over de doeltreffendheid en doelmatigheid van een volledig beleidsterrein over een bepaalde periode. Daartoe worden alle tussentijds uitgevoerde beleidsevaluaties bestudeerd.
    Dit artikel beschrijft de kwaliteit van beleidsdoorlichtingen. Het artikel is gebaseerd op onderzoek van SEO Economisch Onderzoek in opdracht van het Ministerie van Financiën. Het gebruik van beleidsdoorlichtingen valt buiten de scope van dit artikel.
    Uit een steekproef van 49 beleidsdoorlichtingen blijkt dat de doeltreffendheid en doelmatigheid van het gevoerd beleid vaak niet goed in beeld komen. Dit komt onder meer omdat er te weinig goed evaluatieonderzoek wordt uitgevoerd en omdat beleidsdoelstellingen met enige regelmaat worden aangepast. Het gevolg hiervan is dat uitspraken over de doeltreffendheid van beleid meestal niet stevig onderbouwd zijn en de doelmatigheid van beleid onderbelicht blijft. Dit maakt het minder goed mogelijk om lessen uit het verleden te trekken.
    Er is ruimte voor verbetering. Zo kan (1) het lerend vermogen van ministeries intern versterkt worden, (2) kunnen departementen hun beleidsevaluaties systematischer uitvoeren om volledigheid te waarborgen, (3) dient er ex ante te worden vastgesteld hoe de doeltreffendheid en doelmatigheid van beleidsmaatregelen ex post (causaal) kunnen worden geëvalueerd, (4) kan de onafhankelijk deskundige die bij beleidsdoorlichtingen wordt ingezet tevens de kwaliteit van het beschikbare evaluatiemateriaal vaststellen, en (5) kan worden overwogen om beleidsdoorlichtingen strategisch te plannen aan het eind van een kabinetsperiode. Op deze manier neemt de toegevoegde waarde van de beleidsdoorlichting toe.


Nard Koeman
Nard Koeman is werkzaam bij SEO Economisch Onderzoek.

Carl Koopmans
Carl Koopmans is werkzaam bij SEO Economisch Onderzoek.

    Maar liefst drie onderzoekscommissies brachten een rapport uit over de vermeende politieke beïnvloeding en sturing van onderzoek op het WODC van het ministerie van Justitie en Veiligheid. Maar uit het rapport van de commissie-Hertogh, die de kwestie in een breder perspectief moest plaatsen, komt geen eenduidig beeld naar voren van de ernst, omvang en oorzaken van de problematiek. Deze commissie verzuimt om een grondige analyse te maken van de achtergronden van de kwestie. Ook de methodologie van het onderzoek van de commissie-Hertogh rammelt, op zijn zachtst gezegd. En de aanbevelingen van deze commissie gaan voorbij aan het belang van interactie tussen beleidsmakers en onderzoekers. Het rapport voldoet niet aan de kwaliteitseisen die je aan beleidsonderzoek kunt stellen. Dat is spijtig: de WODC-affaire had beter onderzoek verdiend.


Lennart de Ruig
Lennart de Ruig is mede-eigenaar en onderzoeker bij bureau De Beleidsonderzoekers. Hij voert beleidsgericht onderzoek uit naar sociaaleconomische vraagstukken.

    In Nederland komen tal van wicked problems (WP) voor. Ze worden ook wel aangeduid als weerbarstige problemen. Kenmerkend is het unieke karakter, het feit dat kennis over probleemaspecten beperkt is en verschillende perspectieven op een probleem en meerdere waardenoriëntaties een rol spelen. Naast cognitieve en normatieve complexiteit bestaat er ook nog sociale complexiteit. WPs zoals voetbalvandalisme spelen zich af in een beleidsnetwerk met tal van elkaar afhankelijke actoren. Kennis, preferenties, handelingsvermogen en middelen blijken gespreid en niet in de hand van één actor. Om toch tot een bevredigend resultaat te komen moeten de actoren gezamenlijk optrekken. Daarom is interorganisationeel netwerkmanagement en deliberatie met burgers een wenselijke responsestrategie. Bij WPs zijn actoren dus tot elkaar veroordeeld. Centralistische besluitvorming werkt niet. Een centrale actor kan overigens nog wel een rol vervullen als initiator, facilitator of regisseur van overleg en discussie; als arbiter bij botsende perspectieven; of beslisser na netwerkberaad en inbreng van burgers.


Arno Korsten
Arno Korsten is emeritus hoogleraar Bestuurskunde aan de Open Universiteit en aan de Universiteit Maastricht.

    Gemeenten ondersteunen, onder andere met subsidies, maatschappelijke initiatieven. Met die subsidies zijn landelijk miljoenen euro’s gemoeid. De maatschappelijke effecten van initiatieven worden niet of slechts globaal onderzocht. Een van de argumenten om dit te rechtvaardigen luidt: als er genoeg draagvlak in een wijk of dorp is, moet een initiatief wel maatschappelijke meerwaarde hebben.
    Een besluit om subsidie te verstrekken resulteert in een transactie tussen gemeente en initiatiefnemers. Met behulp van de transactiekostentheorie en de welvaartstheorie worden in deze bijdrage subsidievoorwaarden geanalyseerd. Hieruit blijkt dat de subsidievoorwaarden in de bestudeerde subsidieregelingen de transactiekosten voor partijen beperken, maar dat zelfs bij voldoende draagvlak een initiatief nog niet een maatschappelijke meerwaarde hoeft te hebben.


Willem Bokkes
Willem Bokkes heeft Algemene Economie gestudeerd aan de Erasmus Universiteit en is gepromoveerd aan de Universiteit Twente. Hij is docent-onderzoeker bij de Academie Economics & Logistics en de onderzoeksgroep Vitale Economie i.o. van NHL Stenden Hogeschool. Zijn onderzoek heeft betrekking op ex ante beleidsevaluaties.

    Een lerende evaluatie combineert leren en verantwoorden. Deze methode past bij complexe beleidsopgaven, waar meerdere actoren en overheden bij betrokken zijn die een behoefte hebben om te leren van elkaars ervaringen. In de evaluatie van het Natuurpact is deze methode op nationale schaal voor het gedecentraliseerde natuurbeleid toegepast. Uit deze casus blijkt dat een succesvolle toepassing vraagt om een voortdurende en zorgvuldige aansluiting van het onderzoek op de beleidspraktijk. Dit is nodig voor het betrekken van en interactie met stakeholders, het combineren van leren en verantwoorden, de wetenschappelijke onafhankelijkheid, het bestuurlijk mandaat en de beheersbaarheid van het onderzoek.


Rob Folkert
Rob Folkert is projectleider van het project lerende evaluatie van het Natuurpact bij het PBL.

Lisa Verwoerd
Lisa Verwoerd is onderzoeker bij de VU en is betrokken bij het uitwerken en toepassen van het procesontwerp van de lerende evaluatie Natuurpact. Ze onderzocht de waarde van deze methode.

Femke Verwest
Femke Verwest is supervisor van project lerende evaluatie van het Natuurpact bij PBL.

    In 2015 is de Regeling Periodiek Evaluatieonderzoek (RPE) ingevoerd, met vier methodologische kwaliteitscriteria waaraan beleidsdoorlichtingen moeten voldoen en waarop een onafhankelijk deskundige toetst. Uit een verkennende analyse van 164 beleidsdoorlichtingen van 2006 tot en met 2017 blijkt een kwart hieraan te voldoen. Sinds 2015 is de kwaliteit van beleidsdoorlichtingen niet verbeterd, noch is er meer inzicht in doelmatigheid en doeltreffendheid. De invoering van kwaliteitscriteria en de onafhankelijke toetsing daarop resulteren mogelijk, maar niet gegarandeerd in betere beleidsdoorlichtingen. De RPE blijkt geen werkbaar instrument om beleid door te lichten. Het beantwoorden van doorlichtingsvragen is onmogelijk bij gebrek aan onderliggend evaluatiemateriaal en resulteert in antwoorden die weinig inzicht geven in het beleid. Verruiming is nodig: de RPE moet stimuleren om via diverse wegen en soorten informatie te komen tot een gefundeerde onderbouwing van beleidseffecten. Richtinggevend, niet dwingend. Syntheseonderzoek volstaat niet, aanvullend onderzoek is nodig. De onafhankelijk deskundige moet vooral methodologisch expert zijn en vroegtijdiger worden betrokken bij de beleidsdoorlichting.


Meyken Houppermans
Meyken Houppermans is zelfstandig onderzoeker en adviseur, gepromoveerd op de relatie tussen de kwaliteit van de beleidsvoorbereiding en de effectiviteit van rijksbeleid. Zij is gespecialiseerd in complexe politiek-bestuurlijke vraagstukken, beleidsvoorbereiding en beleidsevaluatie.
Artikel

Access_open Welke factoren bevorderen of belemmeren het gebruik van beleidsevaluaties?

Resultaten van een studie bij de Inspectie Ontwikkelingssamenwerking en Beleidsevaluatie

Tijdschrift Beleidsonderzoek Online, mei 2018
Auteurs Marjolein Bouterse en Valérie Pattyn
SamenvattingAuteursinformatie

    Alhoewel het gebruik van beleidsevaluaties (of het gebrek eraan) een van de meest besproken thema’s is in de evaluatieliteratuur, berust veel onderzoek over het thema enkel op anekdotisch bewijs, en zijn er nauwelijks studies beschikbaar die aandacht hebben voor de samenhang tussen verschillende factoren die impact kunnen hebben op het gebruik. In voorliggend artikel presenteren we de resultaten van een studie waarin we hebben getracht om op een systematische wijze inzicht te bieden in de combinaties van factoren die instrumenteel gebruik van beleidsevaluaties bevorderen of verhinderen. We onderzochten in dit verband alle evaluaties die in de periode 2013-2016 werden uitgevoerd bij de Inspectie Ontwikkelingssamenwerking en Beleidsevaluatie. Via Qualitative Comparative Analysis (QCA) bekeken we welke combinaties van de volgende factoren als noodzakelijk en/of voldoende bleken voor evaluatiegebruik: (1) politiek gehalte van het onderwerp, (2) interesse van de beleidsmakers, (3) aanwezigheid van nieuwe kennis in de evaluatie, en (4) de timing van de evaluatie.
    Voor de praktijk van beleidsmakers en evaluatoren benadrukken we het belang van tijdigheid en interesse voor een evaluatie. Onze analyse laat zien dat professionals die op deze factoren inzetten, een gunstig klimaat creëren voor het gebruik van evaluaties. Wat betreft tijdigheid lijkt het van belang de evaluatie te laten sporen met het schrijfwerk van een beleidsafdeling aan nieuw beleid of grote beleidsveranderingen. Goede anticipatie en een sterke institutionalisering van het evaluatieproces zijn hiertoe cruciaal. Of het thema van de evaluatie een sterke politieke gevoeligheid kent, is minder belangrijk. Mits sprake is van de juiste omgevingscondities, kunnen ook dergelijke evaluaties sterk instrumenteel worden benut.


Marjolein Bouterse
Marjolein Bouterse studeerde Political Science and Public Administration (research master) in Leiden. Dit onderzoek is uitgevoerd in het kader van haar scriptie. Inmiddels werkt zij als junior beleidsonderzoeker bij Regioplan Beleidsonderzoek.

Valérie Pattyn
Valérie Pattyn is universitair docent aan het Instituut Bestuurskunde van de Universiteit Leiden. Haar voornaamste onderzoeksexpertise situeert zich op het terrein van evidence-informed beleid, de politiek van beleidsevaluatie en beleidsadvisering. Daarnaast voert ze zelf ook geregeld evaluatiestudies uit binnen meerdere beleidsdomeinen.

    De digitalisering van de samenleving heeft verschillende gevolgen voor de overheid en overheidsbeleid. Eén daarvan heeft betrekking op de manier waarop beleidsanalyse kan worden gebruikt. In deze bijdrage worden de mogelijkheden van meer adaptieve vormen van beleidsanalyse verkend, waarbij beleidsvoerders stap voor stap en op basis van informatie uit het beleidsproces proberen meer over de beleidsuitvoering te leren. Die vorm van beleidsanalyse, die op een aantal punten afwijkt van eerdere vormen, heeft gevolgen voor de organisatie van de overheid maar ook voor de wijze waarop het toezicht moet worden ingericht. Dat levert interessante vragen en spanningen op voor de ‘digitale’ overheid.


Bernard Steunenberg
Bernard Steunenberg is als hoogleraar verbonden aan het Instituut Bestuurskunde, Universiteit Leiden.

    De Operatie Inzicht in Kwaliteit van het kabinet-Rutte III moet leiden tot beter overheidsbeleid door de kennis over de doeltreffendheid en doelmatigheid te vergroten en het evaluatiestelsel te verbeteren. De Operatie moet een cultuuromslag realiseren, niet via verplichte voorschriften maar via intrinsieke betrokkenheid. Zo’n Operatie kost veel tijd en geld en kent een politiek risico. Zolang het uitgangspunt blijft dat effectiever overheidsbeleid te realiseren is door meer aandacht voor doelmatigheid en doeltreffendheid, is de kans op verbetering klein. De uitvoerbaarheid en aanvaardbaarheid van beleid in de praktijk blijven dan te veel uit het zicht, en daarmee ook de werkelijke effectiviteit van beleid. Het institutionaliseren van ook deze twee criteria via een vernieuwde Regeling Periodiek Evaluatieonderzoek (RPE) zal resulteren in beter beleid en politieke verantwoording. De cultuuromslag ontstaat vanzelf wanneer de vernieuwde RPE een vanzelfsprekende manier van werken wordt. Een cultuuromslag is wel degelijk te realiseren met een voorschrift. Eenvoudiger, sneller, goedkoper en met minder politiek risico.


Meyken Houppermans
Meyken Houppermans is zelfstandig onderzoeker en adviseur, gepromoveerd op de relatie tussen de kwaliteit van de beleidsvoorbereiding en de effectiviteit van rijksbeleid. Zij is gespecialiseerd in complexe politiek-bestuurlijke vraagstukken, beleidsvoorbereiding en beleidsevaluatie. Dit essay is gebaseerd op haar proefschrift.
Essay

Access_open Hoe verhogen we het rendement van kennis voor beleid?

Van beleidscontrol naar leerproces

Tijdschrift Beleidsonderzoek Online, december 2017
Auteurs Hans Peter Benschop
SamenvattingAuteursinformatie

    De preoccupatie met evidence based beleid miskent de exploratieve waarde van wetenschap voor beleid. In veel en de meest uitdagende beleidsprocessen, zoals de grote transities aangaande energie, zorg, landbouw en circulaire economie, moet de overheid beslissingen in onzekerheid nemen. Het beleidsonderzoek zou zich minder moeten bezighouden met wat zeker is en meer met wijs handelen in onzekerheid. Wetenschappers kunnen de besluitruimte voor politici duiden, en kunnen aangeven wat mogelijk effectieve maatregelen zijn. Dit bescheiden, voorzichtig aftasten van de werkelijkheid vereist arena’s waar wetenschap, bestuurders en volksvertegenwoordigers in gesprek zijn over de toepassing van wetenschappelijke inzichten in de praktijk van het hier en nu. Op diverse plekken in Nederland wordt geëxperimenteerd met dergelijke arena’s.


Hans Peter Benschop
Hans Peter Benschop (1960) leidt het Trendbureau Overijssel. Daarvoor was hij werkzaam voor de gemeente Apeldoorn en diverse ministeries. Hij studeerde filosofie in Utrecht en Parijs en is gepromoveerd in Leiden.
Essay

Access_open Beleidsevaluaties: meer dan een ritueel!

Tijdschrift Beleidsonderzoek Online, september 2017
Auteurs Frans de Haan en Jan-Maarten van Sonsbeek
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit essay is een reactie vanuit het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid op de column ‘Beleidsevaluatie als ritueel’ van Peter van Hoesel (BO januari 2017).


Frans de Haan
Frans de Haan is als onderzoekscoördinator werkzaam bij het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Jan-Maarten van Sonsbeek
Jan-Maarten van Sonsbeek is als Chief Science Officer werkzaam bij het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

    In dit essay biedt de auteur een handreiking voor creatieve samenwerking, niet als oplossing of regel, maar als creatief proces dat steeds per geval en situatie in elke fase van beleidsonderzoek kan worden ingericht. De auteur doet dit aan de hand van een aantal door de auteurs van Kennis voor beleid (2015) geformuleerde criteria.


Henrick Fabius
Henrick Fabius is jurist/consultant/onderhandelaar en ervaringsdeskundige op het terrein van nationaal en internationaal beleid en bestuur. Thans werkt hij als adviseur, is voorzitter van Nieuw Nederland Nu! en promoveert op het onderwerp ‘sturing op basis van waarden’ om te komen tussen partijen tot een vast patroon van ‘richting, ordening en bijstelling’ van handelen. Zijn specialisatie is het ordenen van samenwerking tussen de drie b’s: ‘burgers, bedrijven en bestuur’.
Artikel

Access_open Meer rendement halen uit investeringen in een betere beleidsvoorbereiding

Over samenspraak bij beleid en beleidsexperimenten bij het ontwikkelen van effectief rijksbeleid

Tijdschrift Beleidsonderzoek Online, juni 2017
Auteurs Meyken Houppermans
SamenvattingAuteursinformatie

    Een gedegen beleidsvoorbereiding kan beleidsfalen voorkomen. Hoewel deze thematiek al jaren aandacht krijgt in de politiek, lukt het de rijksoverheid nog niet hieraan structureel succesvol invulling te geven. In het licht van de recente Tweede Kamer verkiezingen is er hernieuwde aandacht voor samenspraak bij beleid en beleidsexperimenten om te komen tot beter beleid. Het rendement daarvan is naar verwachting beperkt. Ten eerste omdat samenspraak vaak zodanig ingeperkt is, dat de invloed van kennis voor beleid beperkt blijft. Ten tweede omdat wetenschappelijke kennis prevaleert boven de voor beleidseffectiviteit noodzakelijke tacit knowledge. De rijksoverheid kan meer rendement halen uit investeringen in een betere beleidsvoorbereiding, door de structurele afweging tot de inzet van samenspraak en beleidsexperimenten bij nieuw of gewijzigd beleid; verantwoording van deze afweging, alsmede onafhankelijke toetsing van de te verwachten beleidseffectiviteit. Investeringen in handreikingen zijn weinig zinvol. De gemeente Rotterdam geeft een goed voorbeeld.


Meyken Houppermans
Meyken Houppermans is bestuurskundig socioloog, gepromoveerd op de relatie tussen de kwaliteit van de beleidsvoorbereiding en de effectiviteit van rijksbeleid. Zij is zelfstandig adviseur/onderzoeker, gespecialiseerd in complexe politiek-bestuurlijke vraagstukken, beleidsvoorbereiding en beleidsevaluatie. Zij heeft diverse onderzoekscommissies ondersteund, begeleidt beleidsdoorlichtingen en publiceert.
Toont 1 - 20 van 47 gevonden teksten
« 1 3
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.