Zoekresultaat: 24 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift Res Publica x
Introduction

De macht van partijen in België sinds 1981 – particratie revisited

Tijdschrift Res Publica, Aflevering 4 2018
Auteurs Karel Van Nieuwenhuyse, Stefaan Fiers en Frederik Verleden
Auteursinformatie

Karel Van Nieuwenhuyse
Karel Van Nieuwenhuyse is professor verbonden aan de onderzoekseenheid Geschiedenis van de KU Leuven. Zijn historische expertise situeert zich op het domein van politiek en dagbladpers in België in de 20e eeuw.

Stefaan Fiers
Stefaan Fiers werkt als directeur Communicatie en Public Affairs in de privésector, en is deeltijds hoofddocent Politieke wetenschappen aan de KU.Leuven, Centrum voor Politicologie. Hij doceert er de vakken vergelijkende politiek en public affairs. Hij is ook voorzitter van Bepact, de Belgische vereniging van public affairs officials. Zijn wetenschappelijk onderzoek spitste zich eertijds toe op de carrières van parlementsleden en regeringsleden.

Frederik Verleden
Frederik Verleden is historicus en doctor in de Sociale Wetenschappen. Hij publiceerde een historische en politicologische analyse over het ontstaan van de particratie in België. Hij werkt bij de dienst Juridische Zaken en Parlementaire Documentatie van de Kamer van Volksvertegenwoordigers en is als gastdocent politieke geschiedenis verbonden aan de faculteit Sociale Wetenschappen van de KU Leuven.
Article

Ze halen hun slag wel thuis

Over particratie en het aanpassingsvermogen van Belgische partijen

Tijdschrift Res Publica, Aflevering 4 2018
Trefwoorden dealignment, electoral support, federalism, gender, particracy, personalisation
Auteurs Jean-Benoit Pilet en Petra Meier
SamenvattingAuteursinformatie

    Particracy has been widely used to describe Belgian politics after World War II. Yet, Belgian politics has changed. We examine five changes – the federalisation of the state architecture, diversification of the demos, erosion of political support, party’s dealignment and personalisation of politics – to evaluate how they have affected particracy in Belgium. The answer is twofold: particracy is still very strong, but it has changed. The three traditional party families that had institutionalised particracy in Belgium (Christian-democrats, socialists and liberals) had to face new challengers. They co-opted the most moderate ones (greens, regionalists), while excluding others (radical right/left). Intraparty democracy/participatory/transparency reforms, or changes to the electoral system, all of them opening the political system, were also implemented, but parties were able to overcome them. Yet, the ever-growing gap between traditional parties and citizens and the growth of new parties building upon voters’ dissatisfaction with traditional parties, may put particracy more radically into question.


Jean-Benoit Pilet
Jean-Benoit Pilet is hoogleraar in de Politieke Wetenschappen aan de Université Libre de Bruxelles (ULB). Hij doet onderzoek naar politieke partijen, kiessystemen, kiesgedrag, de personalisering van de politiek en democratische vernieuwing. Over die thema’s publiceerde hij boeken bij Oxford University Press en Routledge en artikels in wetenschappelijke tijdschriften zoals European Journal of Political Reform, West European Politics, Party Politics, Electoral Studies, Environmental Politics, Representation, Journal of Elections, Public Opinion and Parties, Res Publica, Revue Française de Science Politique en Comparative European Politics.

Petra Meier
Petra Meier, hoogleraar Politieke Wetenschappen aan de Universiteit Antwerpen, focust op de representatie van gender, de reproductie van ongelijkheid en de constructie van normativiteit in politiek/beleid. Zij publiceerde recent een aantal special issues over de ontwikkeling van gender beleid (Journal of Women, Politics and Policies; met Emanuela Lombardo en Mieke Verloo), symbolische vertegenwoordiging (Politics, Groups, and Identities; met Tania Verge) en een boek over de professionalisering van de strijd voor gelijkheid (Academia L’Harmattan; met David Paternotte).
Article

Verticale politieke cumul in de Lage Landen: evolutie en verklaringen

Tijdschrift Res Publica, Aflevering 3 2017
Trefwoorden Cumul des mandats, Multiple office-holding, Members of parliament, Local representatives, Central-local relations
Auteurs Nicolas Van de Voorde
SamenvattingAuteursinformatie

    Studies have shown that multiple office-holding, a practice that denotes the simultaneous exercise of any directly elected municipal mandate and parliamentary seat, is more commonplace in European national parliaments than expected. However, research in Belgium, and especially in the Netherlands, is scarce and extremely fragmented. Therefore, our analysis provides a systematic comparison between the Low Countries with a longitudinal focus. In the first part of the paper, the frequency of the practice is described and its evolution in the last two decades tracked. In the second part, we provide aggregated explanations for the identified discrepancy. Indeed, our results show that after the most recent elections, more than 80% of all Belgian members of parliament held a local mandate, and this percentage increased by 10% during our reference period. In contrast, 9 out of 150 members of the Dutch Second Chamber were combining several offices at the beginning of their national mandate, while the degree of cumulards remained stable. Unexpectedly, the legislative framework and the party regulations are not the source of this deviation, as they are almost identical in both countries. We argue that the difference can be attributed to the role and position of the local government, the political culture and the electoral system.


Nicolas Van de Voorde
Nicolas Van de Voorde is als FWO-aspirant verbonden aan het Centrum voor Lokale Politiek aan de Universiteit Gent. Zijn onderzoek is gericht op het fenomeen cumul des mandats in de Belgische context.
Article

Tussen partij en parlement: het profiel van de fractievoorzitter in België

Tijdschrift Res Publica, Aflevering 2 2015
Trefwoorden political party, parliament, parliamentary party, leader, political elites, Belgium
Auteurs Benjamin de Vet en Bram Wauters
SamenvattingAuteursinformatie

    The leader of the parliamentary party in Belgium occupies a very specific position, which differs from that of the political leader and that of the organizational leader of a party. This person acts as a crucial linking pin between ‘the party in central office’ and ‘the party in public office’. Owing to an increase in power of ‘the party in central office’ in modern ‘cartel parties’, we expect repercussions on the profile, selection and functioning of parliamentary party leaders. In this first, exploratory analysis based on a new dataset, we sketch the profile of these leaders in terms of experience and career, and based on these characteristics, we develop a typology. We also investigate whether these variables vary over time and by government status.
    Our results show for most of the indicators a weakening of the parliamentary party leader over time, whereas government parties appear to prefer a stronger parliamentary party leader than opposition parties.


Benjamin de Vet
Benjamin de Vet is masterstudent Politieke Wetenschappen (nationale politiek) aan de UGent, en schrijft zijn masterproef over de selectie van fractieleiders in het Belgisch federaal en Vlaams Parlement.

Bram Wauters
Bram Wauters is als docent verbonden aan de Faculteit Politieke en Sociale Wetenschappen van de UGent, waar hij de onderzoeksgroep GASPAR (www.gaspar.ugent.be) leidt. Zijn onderzoek gaat over verkiezingen, partijen en politieke representatie, met bijzondere aandacht voor ondervertegenwoordigde groepen.
Article

Van goudwaarde in verkiezingstijden?

Electorale presidentialisering van het burgemeesterschap in Vlaanderen

Tijdschrift Res Publica, Aflevering 1 2015
Trefwoorden mayor, elections, preference votes, personalization, presidentialization
Auteurs Johannes Rodenbach, Bram Wauters en Kristof Steyvers
SamenvattingAuteursinformatie

    Presidentialization involves a shift in focus from collective actors (such as parties) to one person, in this case the mayor. It is a specific form of personalization which focusses on one rather than on several individuals. Electoral presidentialization, which constitutes one of the diverse features of this phenomenon, was studied at the local level in Flanders (Belgium). By formulating hypotheses based on theoretical and empirical insights on personalization (referring to several politicians), we have tried to figure out whether presidentialization differs from personalization. From our results, it appears that mayors indeed attract a huge share of preferential votes, but also that most factors that influence personalization have an impact on presidentialization too. These include both individual variables (such as media attention and incumbency) and municipal variables (such as size of the municipality and number of parties). Although both trends differ in nature, the factors influencing them appear to be similar.


Johannes Rodenbach
Johannes Rodenbach is als doctoraal onderzoeker verbonden aan het Centrum voor Lokale Politiek, onderdeel van de Vakgroep Politieke Wetenschappen van de Universiteit Gent. Hij bereidt een scriptie voor rond de presidentialisering van het burgemeesterschap in Vlaanderen en werkt mee aan het ‘European Mayor’-project, een comparatief onderzoek naar burgemeesters in 28 Europese landen.

Bram Wauters
Bram Wauters is als docent verbonden aan de Faculteit Politieke en Sociale Wetenschappen van de UGent, waar hij de onderzoeksgroep GASPAR (www.gaspar.ugent.be) leidt. Zijn onderzoek gaat over verkiezingen, partijen en politieke representatie, met bijzondere aandacht voor ondervertegenwoordigde groepen.

Kristof Steyvers
Kristof Steyvers is hoofddocent aan de Vakgroep Politieke Wetenschappen van de Universiteit Gent. Zijn onderzoek situeert zich daar in de context van het Centrum voor Lokale Politiek. Het is gericht op lokaal politiek leiderschap, verkiezingen en partijen op lokaal niveau, hervormingen aan het lokaal bestuur, de democratische verankering van lokale netwerkverbanden, vergelijkende lokale politiek en stadspolitiek en stedenbeleid.
Article

“Won’t You Be My Number Two?”

De invloed van genderquota op het rekruteringsproces van vrouwelijke burgemeesters in het Vlaams Gewest van België (2012)

Tijdschrift Res Publica, Aflevering 3 2013
Trefwoorden gender inequality, quota laws, local elections, female mayors
Auteurs Joost de Moor, Sofie Marien en Marc Hooghe
SamenvattingAuteursinformatie

    The number of female councilors has increased significantly since the introduction of gender quotas for local elections in the Flemish Region of Belgium. However, a strong underrepresentation of women remains in the most important position in local politics: the mayoralty. Consequently, the underlying goal of the quota laws – equal representation of women and men in politics – has only been realized to a limited extent. In this article, we investigate which factors influence the inclusion or exclusion of women within three crucial stages of the recruitment process for mayors: 1) the composition of party-lists and the nomination of the first candidate on the list; 2) the acquirement of preferential votes; and 3) the appointment of the mayor. The findings of this study show that the position of first candidate on the list is crucial for the attainment of the mayoralty and that four out of five of these candidates are male. Hence, the nomination of the first candidate on this list constitutes an important exclusion mechanism in the recruitment of women as mayor.


Joost de Moor
Joost de Moor is doctoraal onderzoeker aan het Centre for Citizenship & Democracy aan de KU Leuven. Zijn onderzoek focust zich voornamelijk op sociale bewegingen, politieke participatie en political efficacy.

Sofie Marien
Sofie Marien is FWO postdoctoraal onderzoeker aan het Centre for Citizenship & Democracy aan de KU Leuven en gastdocent aan Åbo Akademi University. Haar voornaamste onderzoeksinteresses zijn politiek vertrouwen, publieke opinie en politieke participatie.

Marc Hooghe
Marc Hooghe is gewoon hoogleraar politieke wetenschappen aan het Centre for Citizenship and Democracy.
Article

De selectie van verkiesbare kandidaten

Een analyse van de Belgische Kamerverkiezingen 1999-2010

Tijdschrift Res Publica, Aflevering 3 2012
Trefwoorden candidate selection, representation, Belgium
Auteurs Gert-Jan Put en Bart Maddens
SamenvattingAuteursinformatie

    In a closed or semi-open PR-system, the designation of the MPs is primarily determined by their position on the list. In this paper, we attempt to find out on the basis of which criteria a party selects the candidates who are most likely to be elected, due to their high and/or visible position on the list. We do so by comparing these realistic candidates with the candidates on unrealistic positions on the list. A multi-level logistic regression analysis of the Flemish candidates in four subsequent federal elections in Belgium shows that the selectorates have a marked preference for incumbents and for mayors. Aldermen also stand a better chance of being elected, but only if they are from a larger communality. Women are strongly underrepresented amongst the realistic candidates, but this is only due to the fact that there are relatively few women mayors and incumbents.


Gert-Jan Put
Gert-Jan Put is als aspirant van het FWO verbonden aan het Centrum voor Politicologie van de KULeuven. Hij bereidt een proefschrift voor over de geografische strategie van partijen bij verkiezingen.

Bart Maddens
Bart Maddens is hoogleraar aan het Centrum voor Politicologie van de KULeuven. Hij doet onderzoek over partij- en campagnefinanciering en politieke partijen in multilevelsystemen.
Article

Is gender bias een mythe?

Op zoek naar verklaringen voor de beperkte aanwezigheid van vrouwelijke politici in het Vlaamse televisienieuws

Tijdschrift Res Publica, Aflevering 2 2012
Trefwoorden gender, mediated politics, news coverage, journalism, television news, Flanders
Auteurs Debby Vos
SamenvattingAuteursinformatie

    This study analyses the news coverage of female politicians in Flanders (Belgium). We investigate whether the deficiency of media attention for female politicians is due to structural factors or whether the news media themselves create a gender bias. For this purpose, we examine eleven possible explanations for the gender bias. On one hand the characteristics of the politicians, such as their function, can influence their news exposure and on the other hand the features of the news media, such as the broadcasting station, can be of importance. Overall, our evidence suggests that mainly the function determines the news exposure of female politicians and not their gender. Nevertheless, female politicians still get less speaking time, even when controlling for all other variables. We can conclude that a real gender bias exists in the Flemish television news: journalists and editors give significantly less attention to female politicians compared to their male colleagues.


Debby Vos
Debby Vos is als doctoraal onderzoeker verbonden aan de onderzoeksgroep Media, Middenveld en Politiek (M2P) binnen de Universiteit Antwerpen. Zij doet onderzoek naar de media-aandacht die politici krijgen en de determinanten daarvan.
Article

Tweede Orde Personalisering: Voorkeurstemmen in Nederland

Tijdschrift Res Publica, Aflevering 2 2012
Trefwoorden preference voting, personalization, Dutch national elections, expressive voting
Auteurs Joop J.M. Van Holsteyn en Rudy B. Andeweg
SamenvattingAuteursinformatie

    If the impact of party leaders on the electoral fate of their parties may be called first order personalization, this paper addresses second order personalization: a preference for an individual candidate having to do with that person embedded in a prior choice for the candidate’s party. Using survey data and election results with respect to intraparty preference voting in The Netherlands, this study explores the characteristics of both voters casting a vote for a candidate other than the party leader and candidates receiving preference votes. Given the increase in intraparty preference voting, second order personalization has increased considerably in recent decades. Moreover, the correlates of second order personalization differ from those identified for first order personalization: intraparty preference votes are cast more often by higher educated, politically interested and efficacious female voters. Intraparty preference voting also seems to be a form of expressive rather than instrumental electoral behaviour: female candidates, and to a lesser extent ethnic candidates, receive more preference votes, but such votes are cast predominantly for the highest placed female (or ethnic) candidate on the list – candidates who would be elected on the basis of their position on the party list anyway.


Joop J.M. Van Holsteyn
Joop van Holsteyn is als universitair hoofddocent en bijzonder hoogleraar Kiezersonderzoek verbonden aan het Instituut voor Politieke Wetenschap van de Universiteit Leiden. Zijn onderzoek is gericht op diverse aspecten van politieke houdingen, publieke opinie en politiek en electoraal gedrag.

Rudy B. Andeweg
Rudy Andeweg is als hoogleraar empirische politicologie verbonden aan het Instituut voor Politieke Wetenschap van de Universiteit Leiden. Zijn onderzoek is gericht op diverse aspecten van politieke representatie.
Article

De impact van party magnitude op het aantal vrouwelijke verkozenen

Gender quota in België kritisch bekeken

Tijdschrift Res Publica, Aflevering 2 2011
Trefwoorden gender quota, Belgium, impact, party magnitude, women in politics
Auteurs Sandra Sliwa, Petra Meier en Peter Thijssen
SamenvattingAuteursinformatie

    In the literature on the impact of gender quota party magnitude appears as one of the most critical explanatory variables. A high party magnitude has long been argued to be a necessary condition for quota to be effective. However, recently a number of studies have shown that gender quota can be equally effective in the case of low party magnitude. An analysis of the Belgian regional elections for the years 1999, 2004 and 2009 shows that for quota to be effective it is crucial that they are tailored to the electoral system in which they are applied. Quota prove to be particularly effective when party magnitude is high while a placement mandate is effective when it covers a substantial part of the eligible list positions. We therefore conclude that effective quota can be designed for both high and low party magnitude.


Sandra Sliwa
Sandra Sliwa was van november 2008 tot en met mei 2010 als wetenschappelijk medewerker verbonden aan de Universiteit Antwerpen. Haar onderzoek richtte zich op de impact van genderquota en de determinanten van voorkeurstemmen. Nu werkt ze als beleidsmedewerker voor de Milieu- en Natuurraad Vlaanderen.

Petra Meier
Petra Meier is docente aan het Departement Politieke Wetenschappen van de Universiteit Antwerpen en promotor coördinator van het Steunpunt Gelijke Kansenbeleid. Haar onderzoek spitst zich toe op vraagstukken van politieke vertegenwoordiging in politiek en beleid vanuit (o.a.) een genderperspectief.

Peter Thijssen
Peter Thijssen is hoofddocent aan het Departement Politieke Wetenschappen van de Universiteit Antwerpen. Zijn onderzoek spitst zich toe op de wisselwerking tussen publieke opinie en politieke participatie.
Article

Kandidaatkeuze in advertenties

Wat bepaalt wie aandacht krijgt?

Tijdschrift Res Publica, Aflevering 3 2010
Trefwoorden election campaigns, advertisements, agenda setting, content analysis
Auteurs Jonas Lefevere en Régis Dandoy
SamenvattingAuteursinformatie

    In the run up to the elections, parties have several ways of communicating with voters. In the current paper, we focus on one piece of the puzzle: advertisements of political parties in the mass media. More specifically, we are interested in the choice of candidates within these ads. In countries where parties are the dominant actor, they are faced with a choice: not all candidates can be promoted in the campaign, as this would be too costly and inefficient. Thus, the first question we want to answer is what factors determine candidate choice in political ads? Secondly, does candidate choice in political ads have an effect on the subsequent coverage in media as well? Agenda setting research has shown that as far as issues are concerned, ads do set the media agenda. We investigate whether this also holds for candidate choice. The results indicate that both internal party hierarchy, as well as external visibility of candidates determines candidate choice in political ads. Furthermore, the agenda setting effect of political ads is confirmed as well.


Jonas Lefevere
Jonas Lefevere (1981) is doctoraatsstudent en lid van de onderzoeksgroep Media, Middenveld en Politiek (M2P) aan de Universiteit Antwerpen. Zijn voornaamste onderzoeksinteresses zijn verkiezingscampagnes en hun effecten, en onderzoek naar publieke opinie.

Régis Dandoy
Régis Dandoy (1977) is onderzoeker aan de Université Libre de Bruxelles. Zijn voornaamste onderzoeksinteresses zijn Belgische en Europese politiek, agenda setting en federalisme.

Peter Van Aelst
Peter Van Aelst (1974) is verbonden aan het Instituut Politieke Wetenschappen van de Universiteit Leiden. Zijn onderwijs en onderzoek situeert zich in het domein van de politieke communicatie en de politieke psychologie.
Article

Het Verdrag van Lissabon in het nieuws

Een crossnationale analyse van nieuwsframes in de kwaliteitspers

Tijdschrift Res Publica, Aflevering 2 2009
Trefwoorden Framing, Treaty of Lisbon, newspapers, EU news, media analysis
Auteurs Anna Van Cauwenberge, Dave Gelders en Willem Joris
SamenvattingAuteursinformatie

    This article investigates the cross-national prevalence of five news frames in quality papers’ coverage of the Treaty of Lisbon (EU Constitution). Three frames were identified in earlier studies: economic consequences, conflict, and human interest. Two additional frames were identified and composed: power and nationalization. During the seven-month period leading up to the signing of the Treaty of Lisbon (December 2007), we analyzed 341 articles from four quality papers: Le Monde (France), De Volkskrant (The Netherlands), De Standaard (Dutch speaking community of Belgium), and Le Soir (French speaking community of Belgium). Our results show that although significant differences between newspapers were found in the amount of framing, overall they reflected a similar pattern in the adoption of the news frames. The economic consequences frame, followed by the power frame, appeared most prominently in all of the newspapers’ coverage. However, the conflict and nationalization frames recurred in a significantly lesser degree. These findings indicate that the meaning behind the Treaty of Lisbon as a symbol of supra-national unity could have led to a shift from a domesticated, conflict oriented coverage as found in previous studies to a more unified portrayal of the EU within and between the quality papers under study.


Anna Van Cauwenberge
Anna Van Cauwenberge (°1985) is als doctoraal onderzoeker verbonden aan het Centrum voor Mediacultuur & Communicatietechnologie van de Katholieke Universiteit Leuven en de sectie Communicatiewetenschap van de Radboud Universiteit Nijmegen. Haar onderzoeksinteresses omvatten nieuwsbeleving en -verwerking bij jongeren en jongvolwassenen, nationaal en Europees audiovisueel mediabeleid, en de beeldvorming van en berichtgeving over de Europese Unie.

Dave Gelders
Dave Gelders (°1978) is docent politieke marketing en overheidscommunicatie aan de School voor Massacommunicatieresearch aan de Katholieke Universiteit Leuven. Zijn onderzoeksinteresses omvatten beeldvorming van prestaties van de overheid, de rol van communicatie in beleidsprocessen en de rol van media in de marketing van politici en politieke partijen.

Willem Joris
Willem Joris (°1986) is Master in de Communicatiewetenschappen en volgt momenteel de Master Overheidsmanagement en -beleid. Zijn onderzoeksinteresses omvatten overheidscommunicatie, framing van de Europese Unie en toplonen.
Article

Parlementaire circulatie in de Belgische Kamer van volksvertegenwoordigers, 1831-2008

Tijdschrift Res Publica, Aflevering 4 2008
Trefwoorden Belgium, parliament, legislative careers, legislative turnover
Auteurs Frederik Verleden en Christophe Heyneman
SamenvattingAuteursinformatie

    This article examines legislative turnover and parliamentary career length in the Belgian Chamber of Representatives since Belgian independence in 1831. Early on a stable representative elite emerged, characterized by a relatively low turnover and an average parliamentary career of nearly ten years. This pattern has changed substantially in the second half of the twentieth century. The average career length in the Chamber is nowadays historically low, due to some extent to the practice of level-hopping. The distribution of career lengths is at the same time highly asymmetrical. The literature on parliamentary careers and turnover suggests three major explanatory variables: regime change, the evolution of political parties and of the institutional framework. In the Belgian case institutional reform and regime change generated merely temporary effects. The same goes for the rise of the organised mass party at the end of the 19th century. The drop in average career length after the Second World War corresponds with a tighter hold of political parties on the selection process of parliamentary candidates.


Frederik Verleden
Frederik Verleden (1980) werkt als assistent aan het Centrum voor Politicologie van de KULeuven. Zijn voornaamste onderzoeksthema’s zijn: Belgische parlementaire geschiedenis en fractiewerking.

Christophe Heyneman
Christophe Heyneman (1979) studeerde af als licentiaat Politieke Wetenschappen aan de KULeuven en werkt momenteel als attaché in het Brussels Hoofdstedelijk Parlement.
Editorial

Editoriaal

Tijdschrift Res Publica, Aflevering 4 2007
Auteurs Carl Devos
Auteursinformatie

Carl Devos
Hoofdredacteur.
Article

De provincieraadsverkiezingen van 8 oktober 2006

Electorale tendensen in Vlaanderen en Wallonië

Tijdschrift Res Publica, Aflevering 2-3 2007
Auteurs Tony Valcke, Herwig Reynaert, Kristof Steyvers e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    The 2006 provincial elections in Belgium were the first organised after the transfer of the bulk of competences on local and provincial government from the federal to the regional level. This means that the different regions have both the competence to redesign the institutional framework on provincial government and to change the electoral rules. The government has exercised its competence: some institutional and electoral rules are now different in the two regions. These elections were also the first after drastic reforms in the national political landscape (e.g., the democratic Flemish nationalist party split in different groups, nearly all the parties changed their name and different kinds of cartels and alliances between parties emerged, especially in the Flemish part of the country).
    All over the country, the Christian democrats and the extreme right parties were the winners of the elections, while the ecologists suffered from a declining trend. For the other parties, results differ according to region. In the Flemish part of the country, the socialists joined the Christian democrats as winners, where in the Walloon provinces they lost votes. The Liberals however noticed declining vote shares in the Flemish provinces, while winning in the Walloon part of the country.
    Because of the electoral design the evolution of the provincial political landscape offers an interesting electoral barometer of the upcoming federal elections. Provincial elections do not only ‘predict’ the political future of other levels however, they are path dependent in their own right as well. Historical, institutional, political and electoral forces all codetermine the actual outlook of current provincial events. The analysis for 2006 has once again confirmed this.


Tony Valcke
Assistent Vakgroep Politieke Wetenschappen, Universiteit Gent.

Herwig Reynaert
Docent Vakgroep Politieke Wetenschappen, Universiteit Gent.

Kristof Steyvers
Doctor-assistent Vakgroep Politieke Wetenschappen, Universiteit Gent.

Johan Ackaert
Docent Universiteit Hasselt.

    The article analyses the gender balance in local Belgian politics in the aftermath of the 2006 local elections. It offers a comparative perspective on the position of candidates, representatives elected and those holding office including data from the last three decades. The article also discusses the attitude of local party sections towards measures to foster a gender balance. The data show that local party sections more easily agree on parity at the level of candidates than that they support a real sharing of power at the level of the executive power. Local party sections do not support more than a guaranteed minimum presence of wo/men in the councils of eldermen. Furthermore, both at the level of candidates and at that of the executive the data reveal a final glass ceiling. Women have difficulties reaching the top positions on electoral lists as well as the top positions in the local executive power.


Petra Meier
Petra Meier is docente politieke wetenschappen aan de Universiteit Antwerpen. Haar onderzoek draait rond de relatie tussen democratie, vertegenwoordiging en gelijkheid, met een speciale klemtoon op de relatie tussen gender en politiek. Recent publiceerde zij ‘De macht van het geslacht. Gender, politiek en beleid’ (samen met Karen Celis, Acco, 2006).
Article

Doen (wijzigende) instituties ertoe?

De invloed van het gemeente(kies)decreet op de gemeenteraadsverkiezingen van 2006

Tijdschrift Res Publica, Aflevering 1 2007
Auteurs Johan Ackaert, Koenraad De Ceuninck, Herwig Reynaert e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    With the local elections in 2006, new organisational schemes have been applied by the Flemish government to the 308 municipalities. These schemes included institutional reform aimed to change the outset of local government. In this article we studied the influence of these reforms in practice. Are they actually carriers of change? We thereby focused on the direct aspects linked to these reforms. While many instruments of reform had indirect intended effects, acceptance and action among key decision-makers (both voters and local governors to the extent of their discretion) to use them directly becomes crucial. Our analysis has shown that, with some exceptions, direct autonomous space for action was only limitedly used, hence reducing the chances for indirect change. While it is still too early to fully assess the foreseen indirect effects, in our opinion it is crucial to understand the nature of these local reforms within the central (Flemish) bargaining arena. The latter seems to have transformed the new schemes of local governmental organisation to the path-dependent art of the political feasible.


Johan Ackaert
Johan Ackaert is docent aan de Universiteit Hasselt. Hij promoveerde tot doctor in de sociale wetenschappen aan de KU Leuven op een proefschrift over de rol van de burgemeester. Zijn onderzoek richt zich enerzijds op politieke en maatschappelijke participatie en anderzijds op het lokale bestuur, beleid en politiek.

Koenraad De Ceuninck
Koenraad De Ceuninck is Licentiaat in de Politieke Wetenschappen, wetenschappelijk medewerker aan de vakgroep Politieke Wetenschappen van de Universiteit Gent, lid van het Centrum voor Lokale Politiek van de Universiteit Gent en van de Urban Policy Research Group van de Ghent University Association. Hij bereidt een doctoraat voor over de gemeentelijke fusies in België. Zijn onderzoek en publicaties behandelen onder meer de besluitvorming en de hervormingen op lokaal vlak.

Herwig Reynaert
Herwig Reynaert is hoogleraar aan de vakgroep Politieke Wetenschappen van de Universiteit Gent, voorzitter van het vakgebied lokale en regionale politiek en van het Centrum voor Lokale Politiek, lid van het Instituut voor Politieke Besluitvorming en Conflictmanagement van de Universiteit Gent en hoofd van de Urban Policy Research Group van de Ghent University Association. Hij publiceerde als auteur en/of coauteur talrijke boeken en is auteur van tientallen wetenschappelijke artikels en hoofdstukken in boeken over politieke rekrutering, politieke elites, verkiezingen en tevredenheid over lokaal beleid. Hij doceert o.a. de vakken lokale politiek, vergelijkende politiek, Belgische binnenlandse politiek. Hij is eveneens promotor van onderzoeksprojecten rond de provincies, de fusies van gemeenten, schepenen en gemeenteraadsleden, ...

Kristof Steyvers
Kristof Steyvers is doctor in de politieke wetenschappen, doctor-assistent aan de vakgroep Politieke Wetenschappen van de Universiteit Gent, lid van het Centrum voor Lokale Politiek, van het Instituut voor Politieke Besluitvorming en Conflictmanagement van de Universiteit Gent en van de Urban Policy Research Group van de Ghent University Association. Hij schreef een doctoraal proefschrift over de politieke rekrutering van de Belgische burgemeesters. Zijn onderzoek situeert zich onder meer op het vlak van lokale politieke elites, de vergelijkende lokale politiek en de gemeenteraadsverkiezingen.

Tony Valcke
Tony Valcke is historicus, assistent aan de vakgroep Politieke Wetenschappen van de Universiteit Gent, lid van het Centrum voor Lokale Politiek van de Universiteit Gent en van de Urban Policy Research Group van de Ghent University Association. Hij bereidt een doctoraat voor over de gouverneurs in Vlaanderen en de commissarissen van de Koningin in Nederland. Zijn onderzoek en publicaties situeren zich op het vlak van politieke elites, (provincieraads-) verkiezingen en de geschiedenis van de (provinciale) politieke instellingen.
Conclusion

Hoe duurzaam is de heraangelegde Dorpsstraat?

Lessen uit 8 oktober 2006

Tijdschrift Res Publica, Aflevering 1 2007
Auteurs Johan Ackaert, Herwig Reynaert en Peter Van Aelst
SamenvattingAuteursinformatie

    Although the 2006 local elections can hardly be described as ‘historical’, there is sufficient evidence to distinguish remarkable characteristics associated with this elections. For the first time in decades, turnout has been growing. This evolution can be explained by several factors. This article emphasizes besides the impact of changes in the electoral rules, transformations in demographic structure of the population and the stake of the elections the importance of the media campaign surrounding the elections. However, in spite of this (national) campaigns, there are more than enough indications that local politics keeps its local ‘nature’. Secondly, the 2006 elections were the first ones organised after the transfer of the responsibility for municipality legislation from the federal state to the regions. This means that each region designed its own local government architecture and electoral rules. Yet, in practice, the consequences of this transformations seem to be very limited. Thirdly, and particular in the Flemish region, ‘strong mayors’ arose from the ballot stations (with the Antwerp mayor as the most spectacular case). The consequences of this trend will in the future be the issue of a new debate concerning the relations between council, board of alderman and mayor.


Johan Ackaert
Johan Ackaert is docent aan de Universiteit Hasselt. Hij promoveerde tot doctor in de sociale wetenschappen aan de KU Leuven op een proefschrift over de rol van de burgemeester. Zijn onderzoek richt zich enerzijds op politieke en maatschappelijke participatie en anderzijds op het lokale bestuur, beleid en politiek.

Herwig Reynaert
Herwig Reynaert is hoogleraar aan de vakgroep Politieke Wetenschappen van de Universiteit Gent, voorzitter van het vakgebied lokale en regionale politiek en van het Centrum voor Lokale Politiek, lid van het Instituut voor Politieke Besluitvorming en Conflictmanagement van de Universiteit Gent en hoofd van de Urban Policy Research Group van de Ghent University Association. Hij publiceerde als auteur en/of coauteur talrijke boeken en is auteur van tientallen wetenschappelijke artikels en hoofdstukken in boeken over politieke rekrutering, politieke elites, verkiezingen en tevredenheid over lokaal beleid. Hij doceert o.a. de vakken lokale politiek, vergelijkende politiek, Belgische binnenlandse politiek. Hij is eveneens promotor van onderzoeksprojecten rond de provincies, de fusies van gemeenten, schepenen en gemeenteraadsleden, ...

Peter Van Aelst
Peter Van Aelst is postdoctoraal assistent politieke wetenschappen en lid van de onderzoeksgroep ‘Media, Middenveld en Politiek’ (M2P) aan de Universiteit Antwerpen. Hij doctoreerde over de rol van de media tijdens de verkiezingscampagne van 2003 en publiceerde eerder in diverse tijdschriften over protestgedrag, nieuwe media, en agenda-setting.

    The number of preference votes for the candidates running in the October 2006 local elections in the thirteen main cities of Flanders is largely determined by the position on the list and the previous political mandate. A multivariate analysis shows that an executive function on the local level yields a comparable electoral bonus as a national mandate. The campaign expenditures also have a significant effect. There is a spending limit, but the candidates on average spend only 22% of what they are allowed to. Christian-democratic candidates generally spend the most, with the liberals ranked second. The gender, age and professional status of the candidates have at most a very marginal effect on their electoral score, controlling for the other relevant variables. Candidates with a foreign name obtain a somewhat better result on average, but this is particularly the case with candidates running for the socialist party.


Bart Maddens
Bart Maddens is hoofddocent aan het Centrum voor Politicologie van de K.U.Leuven. Hij doceert onder meer vergelijkende politiek en kiesstelsels. Zijn onderzoek betreft hoofdzakelijk verkiezingen en partijfinanciering.

Karolien Weekers
Karolien Weekers is wetenschappelijk medewerker aan het Centrum voor Politicologie van de K.U.Leuven. Ze werkt aan een doctoraatsonderzoek over partij- en campagnefinanciering en maakt sinds 2006 deel uit van het team dat de KANDI-gegevens inzamelt en analyseert.

Stefaan Fiers
Stefaan Fiers is docent aan het Centrum voor Politicologie van de K.U.Leuven en doceert politieke wetenschappen aan de Campus Kortrijk van de K.U.Leuven. Hij nam mee het initiatief tot de zogenaamde KANDI-onderzoeken, die voor elke verkiezing sinds 2003 de belangrijkste sociografische en electorale kenmerken van alle verkiezingskandidaten op Vlaamse lijsten verzamelt.

Ine Vanlangenakker
Ine Vanlangenakker is assistente aan de Faculteit Sociale wetenschappen van de K.U.Leuven en bereidt een doctoraat voor over het carrièreverloop van leden van regionale parlementen in comparatief perspectief. In 2006 maakte ze deel uit van het team dat de KANDI2006-gegevens inzamelde en analyseerde.
Toont 1 - 20 van 24 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.