Zoekresultaat: 121 artikelen

x
Vrij artikel

Access_open Bestuurlijke geloofwaardigheid in het primair onderwijs

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 1 2022
Trefwoorden credibility, educational governance, educational law, schoolboards, school leaders, governing capacity
Auteurs Marlies Honingh, Martijn Nolen en Margriet van der Sluis
SamenvattingAuteursinformatie

    Both in a legal and in a practical sense, the tasks of executives in school boards are difficult to delineate. Consequently, credibility of boards and their members has become topical. What makes an executive board credible? How do executives become and remain credible? In this article we address these questions and present the results of our qualitative analysis of the way in which executives in primary education give meaning and substance to their efforts. Based on the empirical results, it appears that executives of the board are well aware of the need to be perceived credible. It also appears that they take this into account in their daily behavior and interactions.


Marlies Honingh
Dr. M.E. Honingh is universitair hoofddocent bestuurskunde aan het Institute for Management Research van de Radboud Universiteit.

Martijn Nolen
Mr. dr. M.F. Nolen is hoofd juridische zaken aan Tilburg University.

Margriet van der Sluis
Dr. M.E. van der Sluis is universitair docent aan de TIAS School for Business and Society.

    Het evalueren van maatschappelijke relevantie is niet altijd vanzelfsprekend voor financiers of onderzoekers. Dit lijkt vaak te abstract of verheven. Met name onderzoekers zijn gewend om de effectiviteit van een interventie op een bepaald doel of een bepaalde doelgroep te meten, maar breiden hun bevindingen niet uit naar hoe dit relevant kan zijn voor het veld. Aan de hand van een praktijkvoorbeeld, het ZonMw-onderzoeksprogramma Suïcidepreventie, wordt besproken hoe de maatschappelijke relevantie is geëvalueerd en welke uitdagingen dit met zich mee brengt. Zo is er geen eenduidige objectieve manier om maatschappelijke relevantie te evalueren. Ook waren de onderzoeksmethoden van de projecten binnen het onderzoeksprogramma erg verschillend. De aanbevelingen vanuit dit project kunnen toekomstige onderzoekers helpen om de maatschappelijke relevantie van hun onderzoek te evalueren. Verdere ontwikkeling en implementatie van gestandaardiseerde methoden of tools die de complexiteit binnen en tussen projecten vastleggen en maatschappelijke relevantie kunnen beoordelen, zijn nodig.


Vera Ramaker
Vera Ramaker is werkzaam als junior wetenschappelijk projectmedewerker bij het Trimbos-instituut, programma Mentale Gezondheid en Preventie.

Mandy Gijzen
Mandy Gijzen is werkzaam als promovenda bij het Trimbos-instituut, programma Mentale Gezondheid en Preventie, GGZ Oost Brabant en Erasmus Universiteit Rotterdam.

Stephanie Leone
Stephanie Leone is werkzaam als senior wetenschappelijk projectmedewerker bij het Trimbos-instituut, programma Mentale Gezondheid en Preventie.

Derek de Beurs
Derek de Beurs is werkzaam als programmahoofd Epidemiologie bij het Trimbos-instituut.

Laura Shields-Zeeman
Laura Shields-Zeeman is werkzaam als programmahoofd Mentale Gezondheid en Preventie bij het Trimbos-instituut.
Artikel

De veranderende rol van provincies bij de ­uitvoering van hun beleid voor maatschappelijke betrokkenheid bij natuur

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering Online First 2022
Trefwoorden nature policy, governance strategies, Province, social engagement, Grants
Auteurs Tineke de Boer, Didi van Doren, Dana Kamphorst e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Promoting societal engagement with nature is an important policy ambition of Dutch nature policy. This article provides an overview of how the provinces together with stakeholders have shaped their policy to increase the societal engagement of citizens with nature in recent years. The goals and governance modes embedded in the policy programs were analyzed, and results and experiences of the various involved parties with the policy were reviewed. Based on a national review and in dept study of three cases, this article describes different regional approaches for increasing societal engagement. In addition it discusses the recent developments within this policy field.
    The analysis shows that provinces pursue different goals with societal engagement. It is both a policy goal in itself – provinces would like to increase the number of citizens involved – as well as a means of achieving a broader range of other goals (welfare, health, quality of life, shared responsibility, funding, support for nature policy). Provinces use different governance modes; they act as responsive and increasingly networking government. They use various policy instruments; financial support for initiatives and intermediaries, network building and communication. Furthermore, the analysis shows that past experiences have shaped provinces’ governance mode and that these are adapted accordingly. A shift is noted from leaving the initiative with communities to more direct facilitation by the government. Also governing based on performance, linked to new public management, is on the rise, as there is increasing demand for accountability of provincial expenditure.


Tineke de Boer
Tineke de Boer is onderzoeker aan het onderzoeksinstituut Wageningen Environmental Research van de Wageningen University & Research.

Didi van Doren
Dr. Didi van Doren is wetenschappelijk onderzoeker bij het Planbureau voor de Leefomgeving, Sector Natuur en landelijk gebied.

Dana Kamphorst
Dr. ir. Dana Kamphorst is onderzoeker aan het onderzoeksinstituut Wageningen Environmental Research van de Wageningen University & Research.

Irene Bouwma
Dr. ir. Irene Bouwma is onderzoeker aan het onderzoeksinstituut Wageningen Environmental Research van de Wageningen University & Research.
Thema-artikel

Van waterschappen naar ‘klimaatschappen’? Kansen en belemmeringen voor strategische herpositionering in tijden van crisis

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 4 2021
Trefwoorden water boards, climate crisis, strategic repositioning, integrated planning, mission mystique
Auteurs Margo van den Brink en Britta Restemeyer
SamenvattingAuteursinformatie

    Dutch water boards are commonly viewed as important player in making the Netherlands climate-proof, resonating in calls to transform water boards into ‘climate boards’. Upcoming legislative changes (i.e. the Environment and Planning Act) stress the importance of integrated approaches, emphasizing spatial quality and collaboration. Dutch water boards are therefore in a strategic repositioning process, in which the relation to the spatial planning domain stands central. The institutions’ adaptation process started already in the 1990s, yet the urgency of the current climate crisis makes it more pressing. However, strategic repositioning might be hampered due to the corona crisis. An acute crisis can absorb all attention and thereby impede a long-term transition. The question is, though, if this also applies to the water boards, as they do not have a primary responsibility in combatting Covid-19. Based on a framing analysis of strategic position papers and interviews with water board employees, we shed light on this repositioning process by identifying the water boards’ new ‘mission mystique’ and accompanying opportunities and dilemmas. We conclude that water boards remain rather cautious in living up to their new mission of a proactive partner in integrated planning; they could use their strong reputation as water authorities to act more courageous in climate-related spatial planning decisions.


Margo van den Brink
Dr. M.A. van den Brink is universitair hoofddocent Water en Ruimte aan de Faculteit Ruimtelijke Wetenschappen van de Rijksuniversiteit Groningen.

Britta Restemeyer
Dr. B. Restemeyer is postdoc-onderzoeker aan de Faculteit Ruimtelijke Wetenschappen van de Rijksuniversiteit Groningen.
Artikel

Transitietheorie in de beleidspraktijk

Van cherry picking naar robuuste onderbouwing

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 4 2021
Trefwoorden Transition policy, Social change theory, Sustainability, Normativity, Energy policy
Auteurs Albert Faber
SamenvattingAuteursinformatie

    Policy makers who work on sustainability transitions are well informed by transition science. As many scientific disciplines transition science comprises several theories and schools of thought, with distinct concepts and logical frames. The implication is that we can distinguish – subtle and implicit – different normative assumptions about, e.g., role of government, theory of social change, object of policy and issues of power. Such normative assumptions could then translate into policy, often without a proper assessment. This article aims to make such normative assumptions in transition theories more explicit. I explore how these normative elements translate into actual transition policy in a case of Dutch policy for ‘regional energy strategies’. Revealing normative elements in transition policy (or any policy field) can help policy makers to avoid pitfalls of conceptual cherry picking, thus contributing to transition policy that is scientifically and normatively robust.


Albert Faber
Ir. Albert Faber werkt als strateeg bij het ministerie van Economische Zaken en Klimaat. Deze bijdrage is op persoonlijke titel geschreven.
Thema-artikel

Naar een politiek-bestuurlijke herdefinitie van pandemische paraatheid

Sturing van de COVID-19-respons in Azië en Europa

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 3 2021
Trefwoorden pandemic preparedness, COVID-19 governance, welfare state failure, mitigation and control, political economy
Auteurs Marleen Bekker en Ivo ten Have
SamenvattingAuteursinformatie

    Despite the highest ranks on pandemic preparedness assessments European welfare states encounter great difficulty in responding effectively to the COVID-19 outbreak. In this article we compare the governance of COVID-19 response in 48 Eurasian countries and a selection of European and SARS (2003) exposed Asian countries during the first wave of the COVID-19 outbreak until 1 June 2020, using data from the COVID-19 Health System Response Monitor and the Oxford COVID-19 Government Response Tracker, recent scientific literature and policy documents.
    Pandemic preparedness during the first wave of COVID-19 evolved from specialist infectious disease control to a broad governance of population mitigation, which in at least half of Eurasian countries lacked appropriate authority and capacity. In the directly operational response in Asian countries, preparedness encompasses a whole of government approach, an engaged and active community and private actors. Preparedness requires and reflects both vertical and horizontal coordination as well as policies that fit with the political economy of a country and region.


Marleen Bekker
M.P.M. Bekker, PhD is universitair docent in de leerstoelgroep Health and Society (HSO), in het Center for Space, Place and Society (CSPS), aan Wageningen University and Research (WUR).

Ivo ten Have
I.L.F. ten Have, MSc heeft recent zijn master Communication and Health Sciences aan Wageningen University and Research afgerond met een thesis waarvan in dit artikel verslag wordt gedaan.
Vrij artikel

Permanent falen

Het (niet-)gebruik van kwaliteitssystemen in de GGZ

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 3 2021
Trefwoorden performance measurement, quality control, mental health care, institutional theory
Auteurs Marieke Van Geffen, Taco Brandsen, Christiaan J. Lako e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    In this article we present the results of research into quality control systems in Dutch mental health care (GGZ). So far, little is known about the efficacy of quality control systems in this sector. A mix of qualitative and quantitative research methods has been applied (interviews, focus groups, questionnaires and document analysis) to find out how these systems were applied in mental health care and how their use could be explained.
    The findings show that the implementation of quality control systems was limited and highly selective. The system appears to be permanently failing, a fact recognized by most parties, yet mistrust prevents change. This confirms the assumption from institutional theory that some parts of organizations can have a symbolic rather than a real effect. In this case, it seems that the presence of quality control systems is valued over the actual improvement of quality.


Marieke Van Geffen
Dr. M. van Geffen is gastonderzoeker aan de Radboud Universiteit, manager innovatie bij de Viersprong en specialist in persoonlijkheid, gedrag en gezin.

Taco Brandsen
Prof. dr. T. Brandsen is hoogleraar bestuurskunde aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

Christiaan J. Lako
Dr. C.J. Lako is hoofddocent bestuurskunde aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

Odette M. Brand-de Wilde
Dr. O.M. Brand-de Wilde is klinisch psycholoog en psychotherapeut aan de Universiteit van Amsterdam, afdeling klinische psychologie.
Thema-artikel

Tweebenig besturen binnen zorgnetwerken

Besturen tijdens de ‘hamer’ en de ‘dans’ in zorgregio west

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 3 2021
Trefwoorden network management, health care managers, innovation, consolidation, health care networks, COVID-19, crisis management
Auteurs Jelmer Schalk, Eduard Schmidt, Suzan van der Pas e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Crisis management requires health care managers to simultaneously innovate, i.e. to adjust – and to consolidate, i.e. to provide stability. COVID-19 was no exception in this respect. In this study, we ask to what extent multi-actor and multi-level health care networks stimulate or hinder balancing innovation and consolidation. We present the results of a qualitative case study, drawing upon 29 interviews with health care managers in one region in the Netherlands. Our analysis chronologically follows the crisis management response and differentiates between ‘the hammer’ phase (the ‘lockdown’) and the ‘dance’ phase (learning to live with the virus). We show that, especially in the hammer phase, formal networks can contribute to consolidation, yet innovation comes mostly from informal and personal networks. While the hammer phase should help organizations prepare to live and dance with the virus, we show that multi-actor and multi-level networks focus more on idiosyncratic organizational interests, although some of these are in fact productive. We conclude with recommendations for practice.


Jelmer Schalk
Dr. J. Schalk is universitair hoofddocent bij het LUMC.

Eduard Schmidt
Dr. J.E.T. Schmidt is universitair docent bij de Universiteit Leiden.

Suzan van der Pas
Dr. S. van der Pas is universitair hoofddocent bij het LUMC.

Sietse Wieringa
Dr. S. Wieringa is huisarts bij het LUMC.

Sandra Groeneveld
Prof. dr. S.M. Groeneveld is hoogleraar Publiek Management bij de Universiteit Leiden.

Jet Bussemaker
Prof. dr. M. Bussemaker is hoogleraar Wetenschap, beleid en maatschappelijke impact bij het LUMC.
Research Note

Peer Assessment in Parliament

Promises and Pitfalls of a Marginalised Method in Parliamentary Research

Tijdschrift Politics of the Low Countries, Aflevering 3 2021
Auteurs Richard Schobess
SamenvattingAuteursinformatie

    Peer assessment is a rather marginalised method in political research. This research note argues that the collective expertise of MPs can complement other data to contribute to more comprehensive evaluations of MPs’ parliamentary work. Yet, this method is potentially flawed by low survey participation and rater bias among MPs. The experience with a peer assessment survey among members of three Belgian parliaments shows that participation does not necessarily need to be problematic. However, the empirical analysis suggests that scholars should control for various forms of rater bias.


Richard Schobess
Richard Schobess is a PhD candidate at the Department of Political Science of Ghent University. His research focuses on parliaments and elections.
Article

Access_open The Resilience of Democracy in the Midst of the COVID-19 Pandemic

Democratic Compensators in Belgium, the Netherlands and France

Tijdschrift Politics of the Low Countries, Aflevering 2 2021
Trefwoorden COVID-19, crisis-management, democratic compensators, exceptionalism
Auteurs Tom Massart, Thijs Vos, Clara Egger e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Since January 2020, European countries have implemented a wide range of restrictions to contain the COVID-19 pandemic. Yet governments have also implemented democratic compensators in order to offset the negative impacts of restrictions. This article aims to account for the variation of their use between Belgium, the Netherlands and France. We analyse three drivers: the strength of counterpowers, the ruling parties’ ideological leanings and political support. Building on an original data set, our results distinguish between embedded and ad hoc compensators. We find that ad hoc compensators are championed mainly by counterpowers, but also by ideology of the ruling coalitions in Belgium and the Netherlands and used strategically to maintain political support in France. Evidence on the link between embedded compensators and counterpowers is more ambiguous.


Tom Massart
Tom Massart is a PhD candidate at ULB / CEVIPOL. His research mainly focuses on European economic governance.

Thijs Vos
Thijs Vos is a political scientist and research assistant at Groningen University.

Clara Egger
Clara Egger is assistant professor in international relations at Groningen University. She is currently leading the Exceptius project on Covid19 containment policies in Europe.

Claire Dupuy
Claire Dupuy is professor of comparative politics at UCLouvain. She specializes in comparative public policy with a focus on multilevel governance, federalism and regionalization processes.

Constance Morel-Jean
Constance Morel-Jean is a master’s student at Grenoble-Alpes University. She specialises in the study of political behaviour.

Raul Magni-Berton
Raul Magni-Berton is professor of political science at Grenoble-Alpes University, PACTE research unit. His research mainly focuses on democracy, its institutions and norms.

Sébastian Roché
Sebastian Roché is CNRS Research Professor at Grenoble-Alpes University, PACTE research unit. He specializes in policing and legitimacy studies.
Article

Interest Representation in Belgium

Mapping the Size and Diversity of an Interest Group Population in a Multi-layered Neo-corporatist Polity

Tijdschrift Politics of the Low Countries, Aflevering 1 2021
Trefwoorden interest groups, advocacy, access, advisory councils, media attention
Auteurs Evelien Willems, Jan Beyers en Frederik Heylen
SamenvattingAuteursinformatie

    This article assesses the size and diversity of Belgium’s interest group population by triangulating four data sources. Combining various sources allows us to describe which societal interests get mobilised, which interest organisations become politically active and who gains access to the policy process and obtains news media attention. Unique about the project is the systematic data collection, enabling us to compare interest representation at the national, Flemish and Francophone-Walloon government levels. We find that: (1) the national government level remains an important venue for interest groups, despite the continuous transfer of competences to the subnational and European levels, (2) neo-corporatist mobilisation patterns are a persistent feature of interest representation, despite substantial interest group diversity and (3) interest mobilisation substantially varies across government levels and political-administrative arenas.


Evelien Willems
Evelien Willems is a postdoctoral researcher at the Department of Political Science, University of Antwerp. Her research focuses on the interplay between interest groups, public opinion and public policy.

Jan Beyers
Jan Beyers is Full Professor of Political Science at the University of Antwerp. His current research projects focus on how interest groups represent citizens interests and to what extent the politicization of public opinion affects processes of organized interest representation in public policymaking.

Frederik Heylen
Frederik Heylen holds a PhD in Political Science from the University of Antwerp. His doctoral dissertation addresses the organizational development of civil society organizations and its internal and external consequences for interest representation. He is co-founder and CEO of Datamarinier.
Artikel

Rebellerende zorgprofessionals

Improviseren met regels, passie en verantwoording

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 2 2021
Trefwoorden healthcare rebels, administrative burden, quality of care, etnography, accountability
Auteurs Iris Wallenburg, Hester van de Bovenkamp, Anne Marie Weggelaar-Jansen e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Bureaucracy and ‘red tape’ are seen as a main annoyance in healthcare practice. ‘Rules’ like guidelines and performance indicators would withdraw professionals from their real work, that is, helping patients. However, rules may also improve quality of care if they foster high quality practices. In this research, we explore how healthcare rebels deal with rules in their everyday work: how rebels ignore, engender and bend rules to build new environments for doing good care. Drawing on ethnographic research in three hospitals in the Netherlands (2017-2018), we reveal how rebels build and care for clinical microsystems containing their own clinical unit and related contexts (e.g. pharmaceutical suppliers, ICT companies, primary care) to evoke alternative and situated practices of good care delivery – i.e. focusing on quality of life and person-centred care. Rebels enact mechanisms of decoupling and recoupling to disconnect rules that embark on good care in specific patient situations, and build new routines that foster good care. However, such caring practices are hard to generalize as they often occur ‘under the radar’ and hence remain hardly noticed to the outside world. We argue that through revising accounting processes, and paying more attention to narratives of good care, more convenient quality systems could be found.


Iris Wallenburg
Dr. Iris Wallenburg is universitair hoofddocent, sectie Health Care Governance, Erasmus School of Health Policy & Management aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Hester van de Bovenkamp
Dr. Hester van de Bovenkamp is universitair hoofddocent, sectie Health Care Governance, Erasmus School of Health Policy & Management aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Anne Marie Weggelaar-Jansen
Dr. Anne Marie Weggelaar-Jansen, MCM is universitair docent, sectie Health Services Management and Organization, Erasmus School of Health Policy & Management aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Roland Bal
Prof.dr. Roland Bal is hoogleraar beleid en bestuur van de gezondheidszorg, sectie Health Care Governance, Erasmus School of Health Policy & Management aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

Hoe SyRI het belang van transparantie ­onderstreept

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 3 2021
Trefwoorden SyRI, digitisation, transparency, trust, ICT
Auteurs Tosja Selbach en Barbara Brink
SamenvattingAuteursinformatie

    The Dutch digital fraud detection system SyRI was announced to set up to detect social security fraud quickly and effectively and by doing so, maintain support for the social security system. It was the formal position that for the sake of effectiveness, no information about the algorithm and very limited information about the application of the system should be shared. The authors argue on the basis of a policy analysis, a legal exploration and a literature study that the lack of transparency about the chosen method and the application of the digital fraud detection system in social security can have far-reaching consequences for both the individual and society . The information sharing and the use of algorithms can lead to suspicion of and declining confidence in the government, and a reduced motivation to comply with the prevailing rules. This could undermine the original purpose.


Tosja Selbach
Mr. Tosja Selbach is voormalig LLM-student governance and law in digital society, Rijksuniversiteit Groningen.

Barbara Brink
Dr. Barbara Brink is postdoc-onderzoeker socialezekerheidsbeleid, vakgroep Staatsrecht, Bestuursrecht en Bestuurskunde aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Artikel

De invloed van contractuele en relationele aspecten op stakeholdermanagement

Een casusstudie van de A9 en A16 DBFM-infrastructuurprojecten

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 1 2021
Trefwoorden infrastructure projects, public-private partnerships, contractual governance, relational governance, stakeholder management
Auteurs Sander Philips MSc, Ir. Bert de Groot en Dr. Stefan Verweij
SamenvattingAuteursinformatie

    In the past decade, large infrastructure projects in the Netherlands have often been implemented through Public-Private Partnerships (PPPs), specifically using Design-Build-Finance-Maintain (DBFM) contracts. While the decision to implement projects through PPPs is based on expected advantages for internal parties – the public and private partners in the PPP –, there is a call for more focus on the advantages and disadvantages of PPPs for external stakeholders. External stakeholder management in DBFM projects is based on a contractual division of risks and responsibilities between the partners. However, it is clear from the literature that the contract does not guarantee successful stakeholder management. Relational aspects are important. Little research has been done, however, into the interplay of contractual and relational aspects in achieving successful stakeholder management. This article addresses this research need. A comparative case study was conducted into the PPP projects A9 Gaasperdammerweg and A16 Rotterdam. The study first shows that sanctions, when combined with a relational approach, have a positive effect on the relationships with stakeholders. Second, external stakeholder management cannot be simply outsourced to the private partner and continuous involvement of the public partner is important for success.


Sander Philips MSc
Sander Philips MSc volgde op het moment van schrijven de double degree master Environmental and Infrastructure Planning (Rijksuniversiteit Groningen) en Water and Coastal Management (Universität Oldenburg). Inmiddels is hij afgestudeerd.

Ir. Bert de Groot
Ir. Bert de Groot is senior adviseur projectbeheersing bij Rijkswaterstaat, ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, en external PhD bij de Rijksuniversiteit Groningen, faculteit Ruimtelijke Wetenschappen, basiseenheid Planologie.

Dr. Stefan Verweij
Dr. Stefan Verweij is universitair docent infrastructuurplanning, governance en methodologie aan de Rijksuniversiteit Groningen, faculteit Ruimtelijke Wetenschappen, basiseenheid Planologie.
Thema-artikel

Op zoek naar een verbeeldend utilisme

Besluitvormingsinstrumenten voor bestuurders en burgers bij beeldbepalende projecten

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 1 2021
Trefwoorden Iconic projects, Utilitarianism, Imagination, Cost-Benefit Analysis, Participatory Value Evaluation
Auteurs Dr. mr. Niek Mouter en Dr. Peter Pelzer
SamenvattingAuteursinformatie

    Sometimes dreams become reality, but there are also many examples in which manic ideas for image-defining projects turn into fiascos. How do you find the right balance in the planning and decision-making of image-defining projects between taming manic mechanisms that cause these projects to fail and unleashing manic mechanisms that are necessary to make these projects happen? This article attempts to answer this question by exploring how the taming of mania (through welfare-economic analysis) and the unleashing of vision and ambition (through imagination) can be combined in a better way. We call this a search for an ‘imaginative utilitarianism’ and draw up three preconditions under which this approach can work: (1) more attention to incremental and less grotesque projects, (2) a different appreciation and historiography that places individuals less centrally and also appreciates what has not been built, and (3) a stronger interweaving between the design process and a welfare-economic approach.


Dr. mr. Niek Mouter
Dr. mr. N. Mouter is verbonden aan Faculteit Technische Bestuurskunde en Management van de Technische Universiteit Delft.

Dr. Peter Pelzer
Dr. P. Pelzer is verbonden aan de Urban Futures Studio en de afdeling Human Geography and Spatial Planning van de Faculteit Geowetenschappen van de Universiteit Utrecht.
Artikel

Access_open Uitvoeringsorganisaties tussen staat en straat

De relevantie van maatschappelijke verantwoording voor directeuren van ZBO’s en agentschappen

Tijdschrift Bestuurs­wetenschappen, Aflevering 1 2021
Auteurs Lars Brummel, Sjors Overman en Thomas Schillemans
SamenvattingAuteursinformatie

    This contribution analyzes the degree of relevance that administrators of independent administrative bodies (ZBOs) and agencies assign to their accountability relationships with social stakeholders. Although there is a lot of attention for social forms of accountability in the scientific literature, no large-scale quantitative research has been conducted into how administrators of implementing organizations experience this accountability. This study fills this gap on the basis of survey research by: (1) mapping the importance of forms and practices of social accountability for implementing organizations; and (2) weighing potential explanations for differences in the importance of social accountability in implementing organizations. The authors show that administrators of ZBOs and agencies in the Netherlands attach great importance to accountability towards their broad public environment, also compared to other countries with similar types of implementing organizations. This observation is in line with the Dutch reputation of consensual and interactive governance. Differences in the importance of social accountability between implementing organizations cannot be explained by the vertical accountability relationship with the parent department or other institutional organizational characteristics. The analysis shows that social orientation is greater among ZBOs and agencies where the media has more influence over administrators. Social accountability is associated with greater perceived media pressure.


Lars Brummel
L. Brummel MSc is promovendus aan de Utrecht School of Governance (USG) van de Universiteit Utrecht. In 2018 rondde hij zijn researchmaster bestuurskunde en organisatiewetenschap af in Utrecht.

Sjors Overman
Dr. S.P. Overman MSc is universitair docent aan de Utrecht School of Governance (USG) van de Universiteit Utrecht. Hij is in 2016 gepromoveerd aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

Thomas Schillemans
Prof. dr. T. Schillemans is hoogleraar Verantwoording, gedrag en instituties aan de Utrecht School of Governance (USG) van de Universiteit Utrecht.
Titel

Transparantie en Explainable Artificial Intelligence: beperkingen en strategieën

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 4 2020
Trefwoorden transparency, Explainable artificial intelligence, Algorithms
Auteurs Prof. mr. dr. Hans de Bruijn, Prof. dr. ir. Marijn Janssen en Dr. Martijn Warnier
SamenvattingAuteursinformatie

    This article contains a critical reflection on eXplainable Artificial Intelligence (XAI): the idea that AI based decision-making using AI should be transparent to people faced with these decisions. We discuss the main objections to XAI. XAI focuses on a variety of explainees, with different expectations and values; XAI is not a neutral activity, but very value-sensitive; AI is dynamic and so XAI quickly becomes obsolete; many problems are ‘wicked’, which further complicates XAI. In addition, the context of XAI matters – a high level of politicization and a high perceived impact of AI-based decisions, will often result in much criticism of AI and will limit the opportunities of XAI. We also discuss a number of alternative or additional strategies – more attention to negotiated algorithms; to competing algorithms; or to value-sensitive algorithms, which may contribute to more trust in AI-based decision-making.


Prof. mr. dr. Hans de Bruijn
Prof. mr. dr. J.A. de Bruijn is hoogleraar Organisatie & Governance aan de TU Delft, Faculteit Techniek, Bestuur en Management.

Prof. dr. ir. Marijn Janssen
Prof. dr. ir. M.F.W.H.A. Janssen is hoogleraar ICT & Governance aan de TU Delft, Faculteit Techniek, Bestuur en Management.

Dr. Martijn Warnier
Dr. M.E. Warnier is universitair hoofddocent Systeemkunde aan de TU Delft, Faculteit Techniek, Bestuur en Management.
Artikel

Access_open Inzet op omgevingsbewust en kwaliteitsbewust werken in beleidsonderzoek

Illustraties uit de lerende evaluatie van het Natuurpact van het Planbureau voor de Leefomgeving

Tijdschrift Beleidsonderzoek Online, november 2020
Auteurs Eva Kunseler, Lisa Verwoerd en Femke Verwest
SamenvattingAuteursinformatie

    Een reflexieve kijk op beleidsonderzoek gaat uit van continue dynamiek tussen kennisontwikkeling en beleids- en uitvoeringspraktijken. Beleidsonderzoekers zoeken naar houvast om gedegen en relevant onderzoek te blijven doen, onderwijl inspelend op onzekerheden, onvoorspelbaarheid en kritische geluiden die kenmerkend zijn voor de huidige kennissamenleving. Via omgevingsbewust werken kunnen zij hun onderzoeksaanpak leren afstemmen op de kenmerken en maatschappelijke context van beleidsdossiers. Via kwaliteitsbewust werken kunnen zij leren inspelen op de verwachtingen rondom een bepaalde expertrol en onderzoeksaanpak binnen de eigen contexten van onafhankelijkheid en wetenschappelijke verantwoording.
    Aan de hand van een casus – de lerende evaluatie van het Natuurpact, een innovatieve evaluatiestudie bij het Planbureau voor de Leefomgeving – laten we zien hoe een reflexieve aanpak helpt om onderzoek in de nabijheid van de dynamische beleidspraktijk uit te voeren. Doordat deze aanpak buiten de comfortzone van onderzoekers ligt, is omgevingsbewust en kwaliteitsbewust werken voor onderzoekers geen vanzelfsprekendheid. We roepen beleidsonderzoekers zelf, de organisaties waar ze werkzaam zijn en beleidsmedewerkers op om hun reflexieve vaardigheden verder te ontwikkelen via het inrichten van lerende processen, effectieve kennisdeling via Communities of Practice en leerwerktrajecten, en open en adaptieve kennis-beleidsarrangementen.


Eva Kunseler
Eva Kunseler is wetenschappelijk medewerker bij het Planbureau voor de Leefomgeving.

Lisa Verwoerd
Lisa Verwoerd is wetenschappelijk medewerker bij het Planbureau voor de Leefomgeving en onderzoeker bij het Athena Instituut, Vrije Universiteit Amsterdam.

Femke Verwest
Femke Verwest is plaatsvervangend sectorhoofd Natuur en Landelijk Gebied bij het Planbureau voor de Leefomgeving.

    Nederland staat voor forse en complexe beleidsopgaven. Deze opgaven vragen om een bijzondere beleidsaanpak met een aansluitende wijze van beleidsevaluatie – namelijk één die leren ondersteunt om iteratief de kwaliteit van het beleid te verbeteren en de weg naar de beleidsambities te vinden. Beleidsonderzoekers en beleidsbetrokkenen werken in lerende evaluaties samen om kennis te produceren voor het gelijktijdig verantwoorden en leren van beleid. Verondersteld wordt dat de kwaliteit en bruikbaarheid van de geproduceerde kennis met deze benadering groter zijn dan bij reguliere, op verantwoording georiënteerde, evaluatiemethoden. Als gevolg daarvan zou lerend evalueren meer impact hebben op beleid voor complexe opgaven. In dit artikel wordt aandacht besteed aan de waarde van lerend evalueren vanuit het perspectief van beleidsbetrokkenen en beleidsonderzoekers van de lerende evaluatie van het Natuurpact (2014-2017), uitgevoerd door het PBL en de WUR. Geconcludeerd wordt dat lerend evalueren de kwaliteit, bruikbaarheid en impact (minder aantoonbaar) van de geproduceerde kennis vergroot, maar onder specifieke voorwaarden: namelijk wanneer onderzoekers erin slagen om leren en verantwoorden, met de bijbehorende rollen en kwaliteitsstandaarden, te benaderen als wederzijds versterkend in plaats van tegenstrijdig. Onderzoekers hebben voelsprieten nodig voor de wisselwerking tussen het proces van kennisproductie en de politiek-bestuurlijke context waarin deze kennis wordt gebruikt. Zowel in de beleids- als onderzoekspraktijk is ruimte nodig voor een verbrede kijk op de functie van beleidsevaluatie om lerend evalueren toe te kunnen passen.


Lisa Verwoerd
Lisa Verwoerd is werkzaam bij het Athena Instituut, Vrije Universiteit Amsterdam, en het Planbureau voor de Leefomgeving te Den Haag.

Pim Klaassen
Pim Klaassen is werkzaam bij het Athena Instituut, Vrije Universiteit Amsterdam.

Barbara J. Regeer
Barbara J. Regeer is werkzaam bij het Athena Instituut, Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

Digitaal leiderschap

Verkenning van de veranderende rol van gemeentesecretarissen in de informatiesamenleving

Tijdschrift Bestuurs­wetenschappen, Aflevering 4 2020
Auteurs Dr. Martiene Branderhorst
SamenvattingAuteursinformatie

    Rapid technological change and the information society have consequences for the role and duties of municipal clerks. To increase understanding of the implications of digital technologies for the role of municipal clerk (town clerk), this article presents an exploration of the ‘digital leadership’ of municipal clerks, i.e. leadership that suits a time when digital technologies are growing explosively. By using the four leadership perspectives of Bolman and Deal and the public value thinking of Moore, it was investigated which leadership themes are mentioned in the literature. In this way, this article aims to contribute to the leadership role of the municipal clerk so that he gives shape and direction to the organization from a vision on this change task and leads this transition instead of seeing it as a collection of smart gadgets or an issue concerning the IT department. This means that he will have to be aware of technological developments, can think critically about their significance and acquire the necessary knowledge and skills to be able to lead the municipal organization in the information society. This article shows practitioners that: (a) municipal clerks play an important role when it comes to the structure of the municipal organization in the information society; (b) the way in which municipalities innovate digitally has an impact on society and people’s lives; and (c) it is therefore important to shape the leadership of municipal clerks based on public values in order to realize legitimate applications of digital technologies with added social value.


Dr. Martiene Branderhorst
Dr. E.M. Branderhorst is gemeentesecretaris en algemeen directeur in de gemeente Gouda en lid van de Raad voor het openbaar bestuur (Rob).
Toont 1 - 20 van 121 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.