Zoekresultaat: 23 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Jaar 2013 x Rubriek Article x

    Internationaal stijgt de aandacht voor evidence-based policy (EBP); de term duikt steeds vaker op in het beleidsdiscours. Het empirisch onderzoek naar kennisgebruik en doorwerking van wetenschappelijk onderzoek is evenwel eerder gelimiteerd, al bestaat er consensus dat de doorwerking van sociaalwetenschappelijk onderzoek beperkt is. De vraag stelt zich of het recente EBP-discours hierin verandering kan brengen. Kan EBP leiden tot meer doorwerking van sociaalwetenschappelijk onderzoek, gelet op de inherente kenmerken van beleid en wetenschappelijk onderzoek die belangrijke obstakels blijken te vormen voor kennisgebruik en doorwerking? Kunnen we in Vlaanderen reeds spreken over een EBP? Wat verstaan beleidsmakers onder ‘evidence-based’? Is een EBP überhaupt mogelijk? Wat zijn de belangrijkste obstakels voor kennisgebruik volgens beleidsmakers en wat zijn de belangrijkste gebruiksverhogende factoren? In dit artikel wordt aan de hand van een literatuurstudie, een bevraging van (Vlaamse) beleidsmakers en een citaats- en inhoudsanalyse van Vlaamse parlementaire bronnen gepoogd een antwoord te bieden op deze vragen.


Valérie Smet
Dr. Valérie Smet werkt als wetenschappelijk onderzoeker bij het IRCP (Institute for international Research on Criminal Policy), een onderzoeksinstituut van de vakgroep Strafrecht en Criminologie (Universiteit Gent).

    In dit artikel wordt het evaluatieonderzoek van overheidsbeleid kritisch onder de loep genomen. De auteur bespreekt vier alternatieven: responsieve en multipele evaluatie, argumentatieve evaluatie, netwerkgericht evalueren en lerend evalueren. De bevindingen kunnen positief inwerken op het ‘leren van evalueren’ in organisaties.


Prof. dr. A.F.A. Korsten
Prof. dr. A. (Arno) F.A. Korsten is honorair hoogleraar Bestuurskunde van de lagere overheden aan de Universiteit Maastricht en emeritus hoogleraar Bedrijfs- en bestuurswetenschappen, in het bijzonder bestuurskunde aan de Open Universiteit.

    Sinds een aantal jaren is het voor gemeenten en provincies verplicht om een lokale rekenkamerfunctie in te stellen. Nu de pioniersjaren voorbij zijn, worden veel lokale rekenkamers en rekenkamercommissies geëvalueerd. Gemeenteraden en provinciale staten vragen zich terecht af: wat is de meerwaarde van onze rekenkamer? Om die vraag te beantwoorden wordt in veel evaluaties de ‘doorwerking’ van rekenkameronderzoek gemeten. Op zich is dat een goede methode, maar in de praktijk wordt de doorwerking vaak te eenvoudig onderzocht. Met te eenvoudige conclusies als gevolg. In dit artikel wordt een model geïntroduceerd dat recht doet aan het meervoudige karakter van de doorwerking van rekenkameronderzoek.


Ronald Hoekstra
De auteur is bestuurskundige, werkzaam bij de Rekenkamer Oost-Nederland en actief binnen de Kring Secretarissen & Onderzoekers van de Nederlandse Vereniging van Rekenkamers en Rekenkamercommissies. Dit artikel is geschreven op persoonlijke titel.
Article

De wetgevende macht van de media?

Een kwantitatieve analyse van media-effecten op de behandeling van wetsvoorstellen

Tijdschrift Res Publica, Aflevering 4 2013
Trefwoorden media effects, legislation, policy process, lawmaking, Dutch politics, newspaper coverage
Auteurs Lotte Melenhorst
SamenvattingAuteursinformatie

    The media are a much-discussed subject in both the scientific and the public debate on the functioning of democracy. Nevertheless, there is relatively little empirical research on the effects of media on the most fundamental aspect of politics: the legislative process. However, this type of research is important because it helps us gain insight into the influence journalists exert. This study analyses the influence of media attention for bills on the legislative process in the Netherlands. A quantitative analysis of the newspaper coverage for recently discussed bills indicates that the parliamentary process is influenced by this coverage. This first study of media-effects on the Dutch legislative process suggests that more media-attention leads to the introduction of more amendments by both members of government and members of parliament.


Lotte Melenhorst
Lotte Melenhorst is promovenda bij het Instituut voor Politieke Wetenschap van de Universiteit Leiden. Haar onderzoek maakt deel uit van een door NWO gefinancierd VIDI-project over de relatie tussen media en politiek en concentreert zich op de rol van de media bij de totstandkoming van wetgeving.
Article

De substantiële vertegenwoordiging van moslimvrouwen

Vertegenwoordigende claims en responsiviteit in het Vlaamse hoofddoekendebat

Tijdschrift Res Publica, Aflevering 4 2013
Trefwoorden political representation, representative claims, responsiveness, women’s substantive representation, the headscarf debate, women’s interests
Auteurs Eline Severs, Karen Celis en Petra Meier
SamenvattingAuteursinformatie

    Recently, scholars have propagated a ‘claim-based’ approach towards the study of women’s substantive representation. In this article, we challenge the relativism of such a ‘claim-based’ approach and explore the relevance of the concept of ‘responsiveness’ as a democratic criterion. We do so, more specifically, through a study of Muslim women’s substantive representation in the Flemish headscarf debate. We identify claims to speak for Muslim women formulated by (1) political parties and (2) Muslim women and (minority) women’s associations and examine the congruence between their respective claims. The important incongruence found between the claims formulated by right-wing and liberal parties and those of Muslim women/women’s associations provides empirical backing to the acclaimed relevance of a relational evaluation of women’s substantive representation. We conclude that the criterion of responsiveness is invaluable because it allows us to evaluate if actors’ claims to speak for women account for women’s capacity to speak for themselves.


Eline Severs
Eline Severs is postdoctoraal onderzoeker aan de Vakgroep Politieke Wetenschappen van de Vrije Universiteit Brussel en lid van RHEA, het Centrum voor Gender & Diversiteit (VUB). Ze is ook de wetenschappelijk coördinator van het Steunpunt Gelijke Kansenbeleid. Haar onderzoek spitst zich toe op vraagstukken van politieke vertegenwoordiging en vertegenwoordigende democratie (inclusie, legitimiteit en representativiteit).

Karen Celis
Karen Celis is als onderzoeksprofessor verbonden aan de Vakgroep Politieke Wetenschappen van de Vrije Universiteit Brussel en lid van RHEA, het Centrum voor Gender & Diversiteit van de Vrije Universiteit Brussel. Ze verricht theoretisch en empirisch onderzoek naar de politieke vertegenwoordiging van groepen, gelijkekansenbeleid en ‘staatsfeminisme’.

Petra Meier
Petra Meier is hoofddocent aan het Departement Politieke Wetenschappen van de Universiteit Antwerpen en promotor-coördinator van het Steunpunt Gelijke Kansenbeleid, een consortium van de vijf Vlaamse universiteiten. Haar onderzoek concentreert zich voornamelijk op de (re)presentatie van gender in politiek en beleid.
Article

Een bijzonder meerderheidskabinet?

Parlementair gedrag tijdens het kabinet Rutte-I

Tijdschrift Res Publica, Aflevering 4 2013
Trefwoorden minority cabinet, majority cabinet, parliamentary behaviour, the Netherlands
Auteurs Simon Otjes en Tom Louwerse
SamenvattingAuteursinformatie

    This article studies how the presence of the supported minority government Rutte-I affected patterns of legislative behaviour. Based on the literature on minority cabinets one would expect that during supported minority cabinets parliamentary parties cooperate more often across the division between coalition and opposition than under multiparty majority cabinet rule. Examining almost 30,000 parliamentary votes between 1994 and 2012, this study finds that on a host of indicators of coalition-opposition-cooperation, there was less cooperation ‘across the aisle’ during the Rutte-I cabinet than during any cabinet before it. We explain this with reference to the comprehensive nature of the support agreement as well as the impact of the cabinets’ ideological composition.


Simon Otjes
Simon Otjes is onderzoeker bij het Documentatiecentrum Nederlandse Politieke Partijen van de Rijksuniversiteit Groningen. Zijn onderzoeksinteresse gaat met name uit naar partijen, partijsystemen en parlementair gedrag. Otjes is tevens werkzaam als onderzoeker bij het Landelijk Bureau van GroenLinks.

Tom Louwerse
Tom Louwerse is als universitair docent politicologie verbonden aan Trinity College Dublin, Ierland. Zijn onderzoeksinteresses omvatten politieke representatie, legitimiteit, politieke partijen en parlementaire politiek.

    De gemeente Groningen heeft met de inzet van burgerparticipatie nieuw armoedebeleid ontwikkeld. Daarbij is gebruikgemaakt van elementen van een nieuwe onderzoeksmethodiek: de ‘Deliberatieve Peiling’. Dit artikel beschrijft de door Onderzoek en Statistiek (O&S) Groningen ingezette vernieuwende onderzoeksmethode.

    Bij een dergelijke peiling wordt een representatief deel van de doelgroep (in dit geval minima) uitgenodigd mee te werken. Deze groep is zo goed mogelijk (objectief) voorgelicht over de voor- en nadelen die samenhangen met mogelijke keuzes voor nieuw armoedebeleid. We hebben gebruikgemaakt van filmfragmenten om informatie over armoedevraagstukken over te dragen. Op basis daarvan en van de eigen ervaringsdeskundigheid wordt samen met beleidsmakers het nieuwe armoedebeleid vastgesteld.

    Opvallend aan deze aanpak is dat we minima als experts bij de totstandkoming van nieuw armoedebeleid hebben ingezet. Deze experts hebben uiteindelijk onder leiding van speciaal getrainde gespreksleiders gezamenlijk gekozen voor vier thema's. Deze thema's zullen aan de basis liggen van het nieuwe armoedebeleid.


Klaas Kloosterman
Drs. Klaas Kloosterman studeerde psychologie en werkt sinds 1998 bij O&S Groningen, waarvan geruime tijd als senior onderzoeker. Hij doet onderzoek op de gebieden zorg, welzijn, werk en inkomen.
Article

Gender en etniciteit in de Tweede Kamer: streefcijfers en groepsvertegenwoordiging

Tijdschrift Res Publica, Aflevering 3 2013
Trefwoorden quotas, target numbers, political representation, affirmative action, ethnicity, gender
Auteurs Liza Mügge en Alyt Damstra
SamenvattingAuteursinformatie

    Women and ethnic minorities are underrepresented in national parliaments around the world. Interestingly, in the Netherlands ethnic minority women are better represented than ethnic minority men and ethnic majority women. The Netherlands did not adopt gender quotas, but some parties implemented target numbers. Drawing on document analysis and interviews, this article explores whether parties that encourage women’s representation are also likely to increase the number of ethnic minority representatives. It finds that party-specific factors such as a left or social democratic ideology, the institutionalization of gender and/or ethnicity within the party and the party’s vision on group representation are intertwined. Parties that actively encourage women’s representation are more inclined to openly acknowledge the importance of ethnic diversity. This especially favours ethnic minority women, who benefit from the strong embedding of gender. In the end gender determines the success of the ethnic card in political representation.


Liza Mügge
Liza Mügge is universitair docent aan de afdeling politicologie van de Universiteit van Amsterdam en Associate Director van het Amsterdam Research Center for Gender & Sexuality (ARC-GS).

Alyt Damstra
Alyt Damstra volgt de Research Master Social Sciences en is student-assistent aan de afdeling politicologie van de Universiteit van Amsterdam.
Article

Genderquota als een kieshervorming: terug naar de context, actoren en belangen

Tijdschrift Res Publica, Aflevering 3 2013
Trefwoorden gender quotas, electoral reform, women’s interests, strategic interests, Belgium
Auteurs Karen Celis en Petra Meier
SamenvattingAuteursinformatie

    This article returns to the meanwhile classic question of which factors explain the adoption of gender quotas, but approaches the issue through the literature on electoral reform. It argues that the latter offers two new issues to be studied when it comes to the adoption of gender quotas. Firstly, the definition of the political-institutional and socioeconomic context in which gender quotas are adopted should be broadened, and international institutions, much focused upon in research on gender quotas, should be integrated in this definition of the context in which gender quotas get adopted, so as to facilitate comparative research. Secondly, research needs to approach actors striving for gender quotas more critically. This implies paying more attention to the women/feminist stakeholders involved in campaigns for gender quotas, as well as to their strategic motivations and possible self-interest.


Karen Celis
Karen Celis is als onderzoeksprofessor verbonden aan de Vakgroep Politieke Wetenschappen van de Vrije Universiteit Brussel en is lid van het RHEA Centrum voor Gender & Diversiteit. Ze verricht theoretisch en empirisch onderzoek naar de politieke vertegenwoordiging van groepen.

Petra Meier
Petra Meier is hoofddocent aan het Departement Politieke Wetenschappen van de Universiteit Antwerpen. Haar onderzoek concentreert zich voornamelijk op de (re)presentatie van gender in politiek en beleid.
Article

“Won’t You Be My Number Two?”

De invloed van genderquota op het rekruteringsproces van vrouwelijke burgemeesters in het Vlaams Gewest van België (2012)

Tijdschrift Res Publica, Aflevering 3 2013
Trefwoorden gender inequality, quota laws, local elections, female mayors
Auteurs Joost de Moor, Sofie Marien en Marc Hooghe
SamenvattingAuteursinformatie

    The number of female councilors has increased significantly since the introduction of gender quotas for local elections in the Flemish Region of Belgium. However, a strong underrepresentation of women remains in the most important position in local politics: the mayoralty. Consequently, the underlying goal of the quota laws – equal representation of women and men in politics – has only been realized to a limited extent. In this article, we investigate which factors influence the inclusion or exclusion of women within three crucial stages of the recruitment process for mayors: 1) the composition of party-lists and the nomination of the first candidate on the list; 2) the acquirement of preferential votes; and 3) the appointment of the mayor. The findings of this study show that the position of first candidate on the list is crucial for the attainment of the mayoralty and that four out of five of these candidates are male. Hence, the nomination of the first candidate on this list constitutes an important exclusion mechanism in the recruitment of women as mayor.


Joost de Moor
Joost de Moor is doctoraal onderzoeker aan het Centre for Citizenship & Democracy aan de KU Leuven. Zijn onderzoek focust zich voornamelijk op sociale bewegingen, politieke participatie en political efficacy.

Sofie Marien
Sofie Marien is FWO postdoctoraal onderzoeker aan het Centre for Citizenship & Democracy aan de KU Leuven en gastdocent aan Åbo Akademi University. Haar voornaamste onderzoeksinteresses zijn politiek vertrouwen, publieke opinie en politieke participatie.

Marc Hooghe
Marc Hooghe is gewoon hoogleraar politieke wetenschappen aan het Centre for Citizenship and Democracy.
Article

Hoe parlementsleden denken over de legitimiteit van quota: een Europese vergelijking

Tijdschrift Res Publica, Aflevering 3 2013
Trefwoorden gender quotas, affirmative action, political representation, Members of Parliament, comparative research
Auteurs Silvia Erzeel en Didier Caluwaerts
SamenvattingAuteursinformatie

    Even though gender quotas are increasingly adopted, the legitimacy of such measures remains an issue of controversy. In this contribution, we ask how MPs, i.e. the key players in the implementation and adoption of quotas, think about affirmative action, and under which conditions they find quotas to be legitimate measures for improving gender equality. Our results reveal that much variation exists as to how MPs perceive the legitimacy of quotas. This variation plays out at both the individual and the macro level. Women and left-wing MPs consider quotas to be more legitimate than men and right-wing MPs. The openness of the parliamentary arena towards women’s movement proves to be an important condition for the positive evaluation of quotas. The broader electoral and parliamentary context only has a conditional effect: it influences female MPs’ assessment of quotas but not that of male legislators.


Silvia Erzeel
Silvia Erzeel is F.R.S.-FNRS postdoctoraal onderzoekster (chargée de recherche) aan het Institut de sciences politiques Louvain-Europe (ISPOLE) van de Université catholique de Louvain. Haar onderzoek handelt over politieke vertegenwoordiging, politieke partijen en gender.

Didier Caluwaerts
Didier Caluwaerts is als postdoctoraal onderzoeker van het FWO verbonden aan de vakgroep Politieke Wetenschappen van de Vrije Universiteit Brussel, en als Fulbright Frank Boas Fellow aan het Ash Center for Democracy van Harvard University. Zijn onderzoek gaat over participatieve en deliberatieve democratie.
Article

Genderquota in de wetenschap, het bedrijfsleven en de rechterlijke macht in België

Tijdschrift Res Publica, Aflevering 3 2013
Trefwoorden gender quotas, policy, science, business, judges
Auteurs Eva Schandevyl, Alison E. Woodward, Elke Valgaeren e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Belgium is an early adapter of gender quotas to increase the presence of women in decision-making, as quotas for advisory councils and electoral politics date from the 1990’s. The advisory commission regulations had effects for research and scientific bodies, while the boards of publically funded corporations recently came into view. Notwithstanding many attempts, gender quotas have not (yet) been introduced in the higher regions of the justice system. This article investigates the lively scene of debates on Belgian quotas and comparatively explores the process of adopting quotas in science, business and justice. It focuses on the intensity of the debates, the arguments constituting the debate and the main actors driving it. The analysis demonstrates rich variation with respect to these three elements, which points to the importance of nuanced and context specific analyses when implementation processes of quotas in various sectors are studied.


Eva Schandevyl
Eva Schandevyl is deeltijds onderzoeksprofessor aan RHEA Onderzoekscentrum Gender & Diversiteit en het Departement Metajuridica van de Vrije Universiteit Brussel. Haar onderzoek heeft onder meer betrekking op intellectuele geschiedenis, vrouwenrechten en de geschiedenis van justitie.

Alison E. Woodward
Alison E. Woodward is hoogleraar aan het Departement Politieke Wetenschappen van de Vrije Universiteit Brussel, co-voorzitter van RHEA en Senior Fellow van The Institute for European Studies. Haar recent onderzoek behandelt de rol van het transnationale middenveld in de EU-crisis en gender in de besluitvorming.

Elke Valgaeren
Elke Valgaeren was op het ogenblik van de redactie van deze bijdrage operationeel directeur van het onderzoekscentrum SEIN – Identity, Diversity & Inequality Research, Universiteit Hasselt. Ze verrichtte er onderzoek naar diversiteit in het bedrijfsleven. Momenteel is ze diensthoofd van de studiedienst van de Gezinsbond.

Machteld De Metsenaere
Machteld De Metsenaere is gewoon hoogleraar aan de Faculteit Recht en Criminologie van de VUB en sinds 1992 directeur van RHEA. Haar onderzoek concentreert zich op gender (geschiedenis), geschiedenis van collaboratie en repressie, gelijke kansen en diversiteit.

    In dit artikel wordt de effectiviteit van de WBSO-regeling (Wet Bevordering Speur- en Ontwikkelingswerk) kwantitatief onderzocht. Met de WBSO kunnen bedrijven hun loonkosten voor speur- en ontwikkelingswerk verlagen. De WBSO is een belangrijke pijler van het huidige Nederlandse innovatiebeleid en bestaat sinds 1994. Ze is bedoeld om de omvang van de S&O-uitgaven bij bedrijven in Nederland te stimuleren. De belangrijkste indicator voor de effectiviteit van de WBSO is de zogenoemde 'bang for the buck' (BFTB). De BFTB geeft weer welk bedrag bedrijven extra uitgeven aan speur- en ontwikkelingswerk, per euro genoten WBSO-ondersteuning. Onze analyses laten zien dat de BFTB door de jaren heen ruim hoger is dan 1. Bedrijven die WBSO gebruiken, investeren de genoten WBSO-ondersteuning terug in S&O en doen daar zelf nog iets bovenop. De WBSO-regeling doet daarmee wat het beoogt, namelijk het bevorderen van speur- en ontwikkelingswerk, en is daarom effectief te noemen.


Wim Verhoeven
Wim Verhoeven is senior onderzoeker en accountmanager bij Panteia/EIM.

André van Stel
André van Stel is senior onderzoeker bij Panteia/EIM.

    Samenvatting:
    Het artikel beschrijft een onderzoek dat de auteur heeft verricht naar de relatie tussen ongeschreven regels en de mate van openheid in de beleidsontwikkeling.
    Daarbij is openheid geoperationaliseerd in 'wie je betrekt' en 'hoe je partijen betrekt'.
    Belangrijke ongeschreven regels die werden gevonden, zijn:

    • Besef, we dienen hier de Minister (en de lijn)!

    • Wees zichtbaar naar de lijn toe.

    • Haal je tijdsplanning!

    • Je netwerk is cruciaal!


    Het effect op wie betrokken wordt bij de beleidsontwikkeling, vanuit deze ongeschreven regels is dat er een grens ligt bij de zogenaamde Usual Suspects en experts die geen Usual Suspects zijn. Deze worden geconsulteerd of spelen in voorkomende gevallen een meer volwaardige rol.
    Volgens de auteur van dit artikel is de conclusie gerechtvaardigd te stellen dat ongeschreven regels openheid belemmeren.
    Daarmee kan volgens de auteur ook worden geconcludeerd dat ongeschreven regels bestuurlijke vernieuwing remmen.


Max Herold
Max Herold is senior adviseur bij de Rijksoverheid.
Article

Access_open Doeltreffend en evenwichtig ontwerpen van wetten

Tijdschrift Beleidsonderzoek Online, mei 2013
Auteurs André Nijsen, Ab van den Burg en Jaap Stumphius
SamenvattingAuteursinformatie

    Wetten beantwoorden lang niet altijd aan hun primaire doel: het reguleren van een maatschappelijk probleem. In toenemende mate lijken wetten smeerolie voor politieke processen. Dat kan en moet anders, gelet op de grote maatschappelijke risico's. Daarom zou al in de voorbereidings- en ontwerpfase van een wet een Programma van Eisen (PvE) moeten worden opgesteld, waarin wordt vastgelegd waaraan een wet ten minste moet voldoen om de realisatie van het betrokken publieke doel te borgen. Een dergelijke aanpak noemen we doeltreffend en evenwichtig wetgeven. 'Den Haag' lijkt echter te berusten in de huidige eenzijdige praktijk in de politieke besluitvorming. Hoe is dat te veranderen? Hierover gaat dit artikel.


André Nijsen
dr. André Nijsen is zelfstandig adviseur en sociaal-economisch onderzoeker.

Ab van den Burg
ir. Ab van den Burg is partner bij Van de Geijn Partners.

Jaap Stumphius
drs. Jaap Stumphius is zelfstandig onderzoeker.
Article

‘Democratie gaat altijd voor’

Denkbeelden van Nederlandse jongeren over democratie en besluitvorming

Tijdschrift Res Publica, Aflevering 2 2013
Trefwoorden views on democracy, political socialization, models of democracy, adolescents
Auteurs Hessel Nieuwelink, Paul Dekker, Geert ten Dam e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Little is known about views on democracy of adolescents. In this article we describe results of our interview study with forty adolescents of fourteen years old on their views of democracy and decision making. The study focuses on the daily lives of adolescents and decision making within local contexts, such as the classroom. The adolescents’ views on decision making appear to correspond to the models of democracy as we know them, that is majoritarian democracy (the largest group), consensual democracy or deliberative democracy. However, only some of the adolescents have an explicit understanding of the concept of democracy and most have limited political knowledge. For these students, the experience or feeling of being part of a political democracy is still something ‘far away’ and not something of any relevance in their daily lives.


Hessel Nieuwelink
Hessel Nieuwelink doet promotieonderzoek naar democratische gezindheid van Nederlandse middelbare scholieren bij het Research Institute of Child Development and Education van de Universiteit van Amsterdam. Hij is daarbij verbonden aan het Amsterdam Centre for Inequality Studies (AMCIS) en werkt bij Kenniscentrum Onderwijs en Opvoeding, lectoraat Didactiek van de maatschappijvakken van de Hogeschool van Amsterdam.

Paul Dekker
Paul Dekker is hoogleraar Civil Society aan de Universiteit van Tilburg en hoofd van de sector Participatie, Cultuur en Leefomgeving van het Sociaal en Cultureel Planbureau. Hij doet onderzoek naar de publieke opinie en naar maatschappelijke en politieke participatie en betrokkenheid.

Geert ten Dam
Geert ten Dam is hoogleraar Onderwijskunde bij het Research Institute of Child Development and Education van de Universiteit van Amsterdam. Ze is tevens verbonden aan het Amsterdam Centre for Inequality Studies (AMCIS). Haar onderzoek richt zich in het bijzonder op burgerschapseducatie. Sinds 2011 is ze voorzitter van de Nederlandse Onderwijsraad.

Femke Geijsel
Femke Geijsel is senior onderzoeker bij het Research Institute of Child Development and Education en verbonden aan het Amsterdam Centre for Inequality Studies (AMCIS) van de Universiteit van Amsterdam. Daarnaast werkt zij als lector Pedagogische kwaliteit van het onderwijs bij Windesheim te Zwolle. Haar onderzoek richt zich op burgerschapsvorming, onderzoekend werken in scholen, schoolontwikkeling en leiderschap.
Article

Rawls en Regime Change

Een onderzoek naar de interne rechtvaardiging van de Amerikaanse inval in Irak van 2003

Tijdschrift Res Publica, Aflevering 2 2013
Trefwoorden United States, Iraq, democratic peace, regime change, Rawls
Auteurs Femke Avtalyon-Bakker
SamenvattingAuteursinformatie

    This article analyzes the US internal justification to invade Iraq in 2003 through a study of the ‘Bush Doctrine’ of 2002, several Congressional acts and resolutions on Iraq, and Presidential speeches before and during the mobilization of US forces. It argues that in order to find domestic support, regime change was one of the main goals, despite the references the US made to UN resolutions. Second, this paper uses Rawls’ ideas to analyze the US decision to democratize Iraq. The results of this study show how political philosophy can be used and abused to shape foreign policy. Rawls’ theory could have provided the US with a moral justification based on the liberal peace assumptions that were underlying their foreign policy. However, the US did not make a consistent appeal to those assumptions and acted like a Rawlsian ‘outlaw state’ instead. Therefore, this paper argues, the US lost the liberal justification to overthrow Saddam Hussein’s regime in favor of democracy.


Femke Avtalyon-Bakker
Femke Avtalyon-Bakker is werkzaam als werkgroepdocent aan het Instituut Politieke Wetenschap van de Universiteit Leiden. Zij rondde daar onlangs de researchmaster af en bereidt zich voor op het schrijven van een dissertatie over de democratische vrede. Haar onderzoeksinteresses zijn theorieën van de internationale betrekkingen, politiek gedrag en politieke cultuur.
Article

Politieke preferenties, breuklijnen en houdingen ten opzichte van politieke partijen

Een studie bij kiezers in Vlaanderen en Wallonië

Tijdschrift Res Publica, Aflevering 2 2013
Trefwoorden cleavages, political preferences, left-right, voting motives, propensity to vote
Auteurs Joris Boonen en Marc Hooghe
SamenvattingAuteursinformatie

    Within political science there is an ongoing discussion about the persistent or diminishing influence of social cleavages on voting behavior and the extent to which new voting motives have taken over the explanatory power of these predictors. We investigate the influence of religion, nationalism, ethical conservatism/progressivism and left-right orientations on the voters’ appreciation of political parties in Belgium. This method allows us to make a more qualified analysis on voting motives, in particular for smaller parties. We use data from the 2009 PartiRep election study, which show that traditional cleavages still have an important influence on political preferences. While the left-right-dimension has a limited influence on voting preferences in Flanders, it does play a major role in Wallonia. Contrary to expectations, the explanatory power of left-libertarian and right-authoritarian positions is rather weak, with one major exception: the preference for Vlaams Belang is almost entirely determined by ethnocentrism while this attitude is not relevant for other parties. In general, we find that both traditional and postmaterialist cleavages play a more important role in predicting party appreciations in Flanders than they do for French-speaking respondents.


Joris Boonen
Joris Boonen is doctoraatsstudent aan het Centrum voor Politicologie van de KU Leuven. Zijn onderzoek gaat over kiesgedrag en de transmissie van politieke voorkeuren.

Marc Hooghe
Marc Hooghe is gewoon hoogleraar politieke wetenschappen aan de KU Leuven en gastprofessor aan de Universiteit van Mannheim. Hij publiceert vooral over politieke participatie en politiek vertrouwen.
Article

Access_open Spanningen tussen bevolkingsgroepen in de buurt

Tijdschrift Beleidsonderzoek Online, februari 2013
Auteurs Jolijn Broekhuizen, Ron van Wonderen en Erik van Marissing
Samenvatting

    Onderzoek van Bureau Onderzoek en Statistiek van de gemeente Amsterdam en het Verwey-Jonker Instituut wijst uit dat het ervaren van overlast door kinderen en jongeren een van de belangrijkste oorzaken van spanningen tussen bevolkingsgroepen in buurten is. De mate van publieke familiariteit is bepalend voor de mate waarin deze overlast voor spanningen zorgt. In buurten met weinig publieke familiariteit (her)kennen bewoners elkaar niet en voelen ze zich niet vertrouwd. Ze durven jongeren en hun ouders niet aan te spreken, waardoor het ervaren van jeugdoverlast kan leiden tot opgekropte irritaties en spanningen. Hetzelfde geldt voor buurten waar bewoners weinig ruggensteun ervaren van instanties. Bewoners hebben het gevoel dat hun meldingen van overlast niet serieus genomen worden en dat ze er alleen voor staan, wat leidt tot frustraties en spanningen.


Jolijn Broekhuizen

Ron van Wonderen

Erik van Marissing
Article

Access_open De beleving van bestuurlijke drukte

Tijdschrift Beleidsonderzoek Online, januari 2013
Auteurs Rob van de Peppel, Helma Pol en Dick Hoek
SamenvattingAuteursinformatie

    Met een recent onderzoek onder Overijsselse bestuurders is voor het eerst kwantitatief gemeten hoe bestuurlijke drukte door bestuurders zelf wordt ervaren. De aanleiding voor dit onderzoek vormde het hoofdlijnenakkoord 'De Kracht van Overijssel', waarin terugdringing van bestuurlijke drukte in Overijssel expliciet wordt genoemd als middel om de kwaliteit van het openbaar bestuur in Overijssel verder te verhogen. De vraag die in het onderzoek naar bestuurlijke drukte in Overijssel centraal stond, was exploratief: hoe ervaren bestuurders zelf bestuurlijke drukte? En, hoeveel bestuurders ervaren bestuurlijke drukte als een probleem? Uit dit onderzoek komt naar voren dat bestuurlijke drukte als fenomeen bekend is bij vrijwel alle bestuurders en dat een substantieel deel het als een probleem beschouwt. Daarbij moeten we wel aantekenen dat van degenen die bestuurlijke drukte als een probleem zien, de meesten de omvang van het probleem 'beperkt' noemen.


Rob van de Peppel
De auteurs zijn bestuurskundigen die werkzaam zijn bij een onderzoeksafdeling van een overheidsorganisatie en bij een zelfstandig onderzoeksbureau.

Helma Pol
De auteurs zijn bestuurskundigen die werkzaam zijn bij een onderzoeksafdeling van een overheidsorganisatie en bij een zelfstandig onderzoeksbureau.

Dick Hoek
De auteurs zijn bestuurskundigen die werkzaam zijn bij een onderzoeksafdeling van een overheidsorganisatie en bij een zelfstandig onderzoeksbureau.
Toont 1 - 20 van 23 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.