Zoekresultaat: 23 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Jaar 2012 x Rubriek Article x

    Met de Atlas voor gemeenten en Beste gemeente beschikt Nederland over twee brede ranglijsten. Omgeven met een redelijke hoeveelheid publiciteit belanden ze elk jaar in de postbakjes van colleges van B en W en beleidsadviseurs. Wie beide lijsten met elkaar vergelijkt, wacht een flinke verrassing: de top tien van de één lijkt nauwelijks op die van de ander. Verschillen de lijsten ook verder nog van elkaar? Waar komen de verschillen vandaan? En kunnen we iets zeggen over de betrouwbaarheid en bruikbaarheid? Dit zijn enkele van de vragen die in het onderstaande artikel aan de orde komen.


Diederik Brouwer
Diederik Brouwer is zelfstandig beleidsonderzoeker en adviseur, hij is werkzaam voor lokale overheden, rekenkamers en maatschappelijke instellingen.
Article

Access_open Agent Based Modeling: het simuleren van nalevingsgedrag

Tijdschrift Beleidsonderzoek Online, november 2012
Auteurs Esther van Asselt, Sjoukje Osinga, Mariska Asselman e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Nalevingsgedrag wordt door een aantal factoren beïnvloed. Deze factoren zijn door het ministerie van Justitie samengevat in de Tafel van Elf, die zowel spontane nalevings- als handhavingsdimensies bevat. Elk individu gaat verschillend om met deze dimensies. Om overall iets te kunnen zeggen over het nalevingsgedrag van een doelgroep dienen de verschillende individuen/bedrijven en hun interacties beschreven te worden. Dit is mogelijk door gebruik te maken van Agent-Based Modeling (ABM). ABM is in het hier beschreven onderzoek toegepast in een casestudie naar correct gebruik van antibiotica door varkenshouders. Simulaties lieten zien dat een hoog nalevingsniveau bereikt kan worden door een hoge mate van acceptatie van de wetgeving, waarbij enige mate van inspectie nodig zal blijven. Verder bleek dat het gedrag van varkenshouders beïnvloed wordt door het nalevingsgedrag van varkenshouders in de omgeving. Voor zover ons bekend is dit de eerste toepassing van ABM op het gebied van naleving en toezicht.


Esther van Asselt
Esther van Asselt is werkzaam bij RIKILT - Institute of Food Savety, Universiteit Wageningen.

Sjoukje Osinga
Sjoukje Osinga is werkzaam bij Logistics Decision & Information Sciences, Universiteit Wageningen.

Mariska Asselman
Mariska Asselman is werkzaam bij RIKILT - Institute of Food Safety, Universiteit Wageningen.

Piet Sterrenburg
Piet Sterrenburg is werkzaam bij RIKILT - Institute of Food Safety, Universiteit Wageningen.

    Het aandeel van de industrie in de Nederlandse economie neemt structureel af. Deze ontwikkeling wordt versterkt door een tekort aan binnenlands aanbod van technici: de belangstelling voor technische opleidingen is sterk teruggelopen. In de toekomst dreigt het tekort aan technici verder op te lopen, waardoor de positie van de Nederlandse industrie verder onder druk komt te staan. Voor een open economie als die van Nederland is de industrie, die het overgrote deel van de export voor zijn rekening neemt, echter van grote betekenis. Ook biedt de industrie relatief goed betaalde banen voor werknemers die anders aangewezen zouden zijn op laag betaalde arbeid of geen baan zouden kunnen krijgen. Om de dalende trend te keren moeten meer jongeren geïnteresseerd worden in een technische opleiding. In het artikel komt uitvoerig aan de orde hoe dat kan.


Jaap de Koning
Jaap de Koning is gepromoveerd econometrist en doet beleidsonderzoek en wetenschappelijk onderzoek op het terrein van de arbeidsmarkt.

    Wij betogen dat er een aantal goede redenen is om rekening te houden met onzekerheid in het beleidsonderzoek. Centraal staat daarbij het uitgangspunt dat de toekomst open is, maar niet leeg. In beleidsonderzoek is het zaak om die open, maar niet lege toekomst voor beslissers in beeld te brengen. Door met verschillende mogelijke toekomstbeelden te werken kan het beleid robuuster worden vormgegeven. Is dit beleid nog steeds een goede keuze als zaken in de toekomst toch anders lopen dan we nu denken? Door onzekerheden zichtbaar te maken wordt de bestuurder bewust gemaakt van de keuzes die hij maakt, worden nieuwe alternatieven zichtbaar en daarmee zijn geest 'opgerekt'. Ook uit maatschappelijk oogpunt is het nadrukkelijker rekening houden met onzekerheid over de toekomst wenselijk: mogelijke overinvesteringen kunnen worden voorkomen. We presenteren niet alleen het 'klassieke' scenariodenken, maar ook relatief nieuwe ontwikkelingen als radicale onzekerheid ('black swans'), normatieve scenario's en adaptief beleid ('adaptive policymaking').


Hans Peter Benschop
Hans Peter Benschop leidt het Trendbureau Overijssel, een bureau dat toekomstverkenningen maakt voor de politieke besluitvorming.

Klaas Veenma
Klaas Veenma is senior beleidsonderzoeker bij de provincie Overijssel.
Article

Een gemiste kans? De rol van YouTube in de verkiezingscampagne van 2010

Tijdschrift Res Publica, Aflevering 4 2012
Trefwoorden YouTube, Web 2.0, election campaigns, political advertising, Obama, the Netherlands
Auteurs Annemarie S. Walter en Philip van Praag
SamenvattingAuteursinformatie

    This article is one of the first to systematically examine parties’ use of YouTube in Dutch election campaigns and to consider its effects. Content analysis of 406 YouTube ads and additional research show that nine political parties made use of this new campaign instrument in the 2010 Dutch parliamentary election campaign. However, unlike U.S. presidential candidate Obama, the parties did not really use YouTube to mobilize and involve voters. Instead, YouTube was used only as a means to broadcast advertisements for the party. These ads only reached a small audience and had little influence online as well as in the print media. Furthermore, this study examines which of these ads were more likely to reach a large number of viewers. The results demonstrate that short, comparative ads that contain the party leader, that are uploaded early on in the campaign, that stem from small or winning parties and that have numerous links on external websites are likely to reach more viewers.


Annemarie S. Walter
Annemarie Walter is als universitair docent verbonden aan de afdeling Communicatiewetenschap van de Vrije Universiteit van Amsterdam. Zij houdt zich vooral bezig met verkiezingscampagnes, politieke partijen en media.

Philip van Praag
Philip van Praag is universitair hoofddocent Politicologie bij de afdeling Politicologie van de Universteit van Amsterdam. Hij houdt zich met name bezig met politieke partijen, verkiezingscampagnes en de relatie tussen de media en politiek.
Article

Leidt meer kennis over de Europese Unie tot een sterkere Europese identiteit?

Een vergelijkend onderzoek bij adolescenten in 21 lidstaten

Tijdschrift Res Publica, Aflevering 4 2012
Trefwoorden European identity, European Union, ICCS 2009, political knowledge
Auteurs Soetkin Verhaegen, Marc Hooghe en Yves Dejaeghere
SamenvattingAuteursinformatie

    Strengthening European citizenship is often considered as a ‘cure’ for the democratic deficit and the lack of legitimacy of the European Union. The present article focuses on the identity component of European citizenship, which is a core component of European citizenship. We distinguish two possible ways to strengthen European identity: a cognitive one (more knowledge about the EU leads to a stronger identity) and a utilitarian one (living in a member state that benefits more from its EU-membership leads to a stronger European identity). We test both explanatory models using a multilevel analysis on the data of the International Civic and Citizenship Education Study. 70,502 adolescents from 21 European member states were questioned in this study. Results indicate that knowledge about the EU only has a limited effect on European identity. The degree in which a member state contributes to the European budget does not seem to have an effect on the strength of European identity at all.


Soetkin Verhaegen
Soetkin Verhaegen is onderzoeker aan het Center for Citizenship and Democracy van de KULeuven. Zij is verbonden aan de Parent Child Socialization Study en bereidt een doctoraat voor over de ontwikkeling van Europese identiteit.

Marc Hooghe
Marc Hooghe is gewoon hoogleraar aan de KULeuven en visiting professor aan de Université Lille-II en de Universität Mannheim. Hij bekleedt dit jaar de Francqui-leerstoel aan de Vrije Universiteit Brussel.

Yves Dejaeghere
Yves Dejaeghere is doctor in de politieke wetenschappen, verbonden aan het Center for Citizenship and Democracy van de KULeuven. Hij was medeverantwoordelijk voor de Belgian Political Panel Study (BPPS, 2006-2011).
Article

Het democratisch mandaat van Nederlandse politieke partijen: crisis of continuïteit?

Tijdschrift Res Publica, Aflevering 4 2012
Trefwoorden party mandate, political representation, political parties, Dutch national elections, parliamentary behaviour
Auteurs Tom Louwerse
SamenvattingAuteursinformatie

    This article studies the extent to which Dutch political parties fulfil their electoral mandates. The central question is how collective mandate fulfilment has developed over the last sixty years. Increasing electoral volatility, changes in party organizations and the rise of populist parties could have resulted in a decrease of party mandate fulfilment. Contrary to previous studies, this article studies the mandate in terms of congruence between the electoral and parliamentary party competition. This allows for the study of opposition parties’ mandate fulfilment. Election manifestos and parliamentary debates are studied for six elections and the subsequent parliaments (between 1950-2006). The structure of the party competition is rather congruent before and after elections for all of the cases, except 1972-1977. There is no evidence for a decline of the degree to which parties collectively fulfil their electoral mandates.


Tom Louwerse
Tom Louwerse is als postdoctoraal onderzoeker en docent verbonden aan het Instituut voor Politieke Wetenschap van de Universiteit Leiden. Zijn onderzoek richt zich voornamelijk op politieke representatie, politieke partijen en het parlement.

    Het overheidsveld en het maatschappelijk veld zijn sterk in beweging. Burgers en organisaties willen meer invloed uitoefenen op beleid en uitvoering. Er is een ontwikkeling naar pluriformiteit, bottom-up sturing, netwerken, met lokale initiatieven. Tegelijkertijd blijft er een grote kloof tussen overheid en burgers bestaan. Het is de vraag hoe gemeentelijke (beleids)onderzoekers het best kunnen reageren op deze ontwikkelingen. Blijven zij top-down werken of gaan ook zij de uitdaging aan en sluiten zij zich aan bij de bottom-up trend? In dit artikel worden ten aanzien van burgerparticipatie en onderzoek enkele ontwikkelingen in beeld gebracht. Nieuwe media en (online) instrumenten spelen een toenemende rol. Het gemeentelijke beleidsveld krijgt te maken met een andere manier van werken. Daaruit komen kansen voor de rol van onderzoek en onderzoekers. Een werkgroep van VSO-onderzoekers heeft verkend wat de consequenties en uitdagingen zijn van de geschetste ontwikkelingen op het gebied van burgerparticipatie en sociale media.


André Peters
Dit artikel is tot stand gekomen door samenwerking met de netwerkgroep van VSO. André Peters; Onderzoek en Informatie Breda.

Jan Schalk
Onderzoekcentrum Drechtsteden

Dymphna Meijneken
Onderzoek en Statistiek Amersfoort

Celina Mensinga
Onderzoek en Informatie Amstelveen

Hans Voutz
Onderzoek en Statistiek Nijmegen
Article

Electorale competitie en het contact met de bevolking

Tijdschrift Res Publica, Aflevering 3 2012
Trefwoorden electoral systems, constituency representation, Belgium and the Netherlands
Auteurs Audrey André en Sam Depauw
SamenvattingAuteursinformatie

    Electoral institutions shape the incentive that elected representatives have to cultivate a personal vote, a geographically-concentrated personal vote in particular. But are electoral institutions able to make representatives do what they would not do otherwise and to make them not do what they otherwise would have done? Using data from the cross-national PARTIREP MP Survey, it is demonstrated that electoral institutions shape elected representatives’ local orientation. Local orientation decreases as district magnitude grows – regardless of what representatives think about political representation. But representatives’ conceptions of representation do shape their uptake in the legislative arena from their contacts with individual constituents. The effect of the electoral incentive grows stronger as elected representatives think of representation as a bottom-up rather than a top-down process.


Audrey André
Audrey André is post-doctoraal onderzoeker aan de Vrije Universiteit Brussel. Haar doctoraat (als FWO-aspirant) onderzocht de effecten van electorale instituties op het gedrag van parlementsleden in het kiesdistrict.

Sam Depauw
Sam Depauw is post-doctoraal onderzoeker aan de Vrije Universiteit Brussel en coördineert de PARTIREP ‘Participation and Representation in Modern Democracies’-bevraging bij nationale en regionale parlementsleden (met de steun van BELSPO).
Article

De selectie van verkiesbare kandidaten

Een analyse van de Belgische Kamerverkiezingen 1999-2010

Tijdschrift Res Publica, Aflevering 3 2012
Trefwoorden candidate selection, representation, Belgium
Auteurs Gert-Jan Put en Bart Maddens
SamenvattingAuteursinformatie

    In a closed or semi-open PR-system, the designation of the MPs is primarily determined by their position on the list. In this paper, we attempt to find out on the basis of which criteria a party selects the candidates who are most likely to be elected, due to their high and/or visible position on the list. We do so by comparing these realistic candidates with the candidates on unrealistic positions on the list. A multi-level logistic regression analysis of the Flemish candidates in four subsequent federal elections in Belgium shows that the selectorates have a marked preference for incumbents and for mayors. Aldermen also stand a better chance of being elected, but only if they are from a larger communality. Women are strongly underrepresented amongst the realistic candidates, but this is only due to the fact that there are relatively few women mayors and incumbents.


Gert-Jan Put
Gert-Jan Put is als aspirant van het FWO verbonden aan het Centrum voor Politicologie van de KULeuven. Hij bereidt een proefschrift voor over de geografische strategie van partijen bij verkiezingen.

Bart Maddens
Bart Maddens is hoogleraar aan het Centrum voor Politicologie van de KULeuven. Hij doet onderzoek over partij- en campagnefinanciering en politieke partijen in multilevelsystemen.
Article

Vertegenwoordiging van oude en nieuwe breuklijnen in de Lage Landen

Tijdschrift Res Publica, Aflevering 3 2012
Trefwoorden group representation, members of parliament, Low Countries, class, gender, ethnicity
Auteurs Karen Celis en Bram Wauters
SamenvattingAuteursinformatie

    This article investigates whether group-based politics is still relevant in Belgian and Dutch politics. Based on the PARTIREP MP Survey it more precisely studies the extent to which Belgian and Dutch parliamentarians in comparison to other European countries attach importance to the representation of ‘old’ cleavage groups (class and religious groups) or new groups (age groups, women and ethnic minorities), and which strategies are considered most appropriate. Group representation of old and new groups is found to be of great importance in both countries. Class is not dead and age groups are also highly represented. In contrast, religious groups and ethnic minorities receive far less attention in the Low Countries. Notwithstanding these similarities, there is also cross-country variation regarding the level of importance (greater in the Netherlands), the represented groups and the strategies for representation.


Karen Celis
Karen Celis is als onderzoeksprofessor verbonden aan de Vakgroep Politieke Wetenschappen van de Vrije Universiteit Brussel. Zij verricht onderzoek naar de politieke representatie van groepen (vrouwen, etnische minderheden, LBGT, leeftijdsgroepen en sociale klassen).

Bram Wauters
Bram Wauters is docent aan de Faculteit Handelswetenschappen en Bestuurskunde van de Hogeschool Gent en gastdocent aan de Faculteit Politieke en Sociale Wetenschappen van de Universiteit Gent. Zijn onderzoek gaat over politieke vertegenwoordiging, electorale systemen en politieke partijen.
Article

Ontzuiling van kiesgedrag. Een proces van generationele vervanging gedreven door cognitieve mobilisatie?

Een age-period-cohort-analyse van stemmen voor CDA en PvdA in Nederland, 1971-2010

Tijdschrift Res Publica, Aflevering 3 2012
Trefwoorden generational replacement, age-period-cohort-analysis, composition effects, cognitive mobilization, the Netherlands, cleavage voting
Auteurs Ruth Dassonneville
SamenvattingAuteursinformatie

    Electoral behavior has changed considerably over the last few decades. The Netherlands are exemplary of how the cleavage structure has waned and how this has led to a weakening of the bonds between parties and voters and to higher levels of electoral volatility. Christian democratic and social democratic parties are most affected by these changes, because of their strong roots in the cleavage structure. The alterations in electoral behavior are generally assumed to be evolving gradually through a process of generational replacement. Composition effects on the one hand and a weakening of the impact of socio-structural factors, partly caused by cognitive mobilization on the other hand are considered to be the mechanisms behind this generational change. This paper tests these assumptions with regard to the Netherlands on the basis of the Dutch Parliamentary Election Surveys, 1971-2010. The findings indicate that while some variation between different birth cohorts is visible, most of the differences in voting for both of these parties, however, are situated at the level of election years. Furthermore, with regard to what drives change over time, the analyses indicate that while composition effects and changes in the effects of socio-structural variables are of some importance, cognitive mobilization is not causing the change observed.


Ruth Dassonneville
Ruth Dassonneville is als aspirant van het FWO verbonden aan het Departement Politieke Wetenschappen van de KULeuven. Ze bereidt een proefschrift voor over electorale volatiliteit in West-Europa.

    Om inzicht in te krijgen in de wijze waarop werkgevers kiezen tussen kandidaten voor het vervullen van vacatures, hebben we dit keuzeproces gesimuleerd, gebruikmakend van conjunctanalyse (ook bekend als de vignettenmethode). We hebben voor deze methode gekozen omdat hiermee het proces, dat werkgevers in de praktijk doorlopen bij dergelijke keuzes, dicht wordt benaderd. Verder is bij het gebruik van deze methode het risico van sociaal wenselijk antwoordgedrag kleiner dan bij directe bevraging van respondenten. Voor beleidsmakers is het belangrijk om te weten of het keuzeproces van werkgevers kan worden beïnvloed door de inzet van re-integratie-instrumenten zoals loonkostensubsidie. Op basis van de uitkomsten van de conjunctanalyse is het mogelijk voor een willekeurige kandidaat te schatten hoe aantrekkelijk hij of zij in het algemeen door werkgevers wordt gevonden, zowel zonder als met de inzet van instrumenten zoals loonkostensubsidie.


Maikel Groenewoud
Drs. Maikel Groenewoud is medior onderzoeker bij Regioplan Beleidsonderzoek.

Coen van Rij
Dr. Coen van Rij is manager Arbeid bij Regioplan Beleidsonderzoek.

    De opname van de rekenkamerfunctie in de Gemeentewet (medio jaren nul) betekende een belangrijke uitbreiding van de lokale en regionale onderzoeksinfrastructuur, bood perspectieven op versterking van de rol van de gemeenteraad respectievelijk Provinciale Staten, en bood perspectieven op meer evidence-based beleid. De missie van rekenkamers zou zijn om onderzoek te doen naar doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid. Wat nu blijkt, is dat rekenkamers onderzoek doen naar de beleidstechniek op basis van de beleidscyclus, en niet naar doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid. Onderzoek naar beleidstechniek is een enkele keer nuttig, maar zeker niet als voornaamste (of: enige) thema van rekenkameronderzoek. Een radicale koerswijziging wordt bepleit: één waarin de maatschappelijke effecten van beleid centraal staan.


Dick Hanemaayer
Dick Hanemaayer is zelfstandig evaluator en adviseur, en initiatiefnemer van beleidsevaluatie.info.

    In een veldexperiment worden gegevens over de kosten en effecten van een bepaalde interventie verzameld bij personen die onderwerp zijn van de interventie. Kenmerkend is dat het onderzoek bestaat uit ten minste twee groepen van deelnemers.


Tom Weijnen
Tom Weijnen is senior onderzoeker bij het Instituut voor Onderzoek van Overheidsuitgaven (IOO).
Article

Access_open Hoe beleidsmedewerkers zelf leren evalueren

Tijdschrift Beleidsonderzoek Online, april 2012
Auteurs Zwaantina van der Veen, Dymphna Meijneken en Marieke Boekenoogen
SamenvattingAuteursinformatie

    Onderzoekers van de gemeente Amersfoort geven workshops aan beleidsmedewerkers over hoe zij zelf hun projecten met inwoners kunnen evalueren. Waarom doen de onderzoekers dit en hoe ziet zo'n workshop eruit? Daarnaast wordt dieper ingegaan op de meerwaarde van zelf evalueren door beleidsmedewerkers, maar ook op de kanttekeningen die hierbij te maken zijn.


Zwaantina van der Veen
Zwaantina van der Veen werkt als senior onderzoeker bij de gemeente Amersfoort. Zij is hier werkzaam sinds 2007 en voert onder andere onderzoeken uit op het gebied van welzijn, zorg en integratie, cultuur, sport, verkeer en milieu.

Dymphna Meijneken
Dymphna Meijneken is sinds 2007 senior onderzoeker bij de gemeente Amersfoort. Haar aandachtsgebieden voor onderzoek zijn economie, sociale zekerheid en dienstverlening. Eerder werkte zij bij de gemeente Amsterdam, Nyfer en de Algemene Rekenkamer.

Marieke Boekenoogen
Marieke Boekenoogen is sinds 2007 hoofd van de afdeling O&S. Sinds 1999 werkt ze bij O&S Amersfoort. Daarvoor werkte ze als onderzoeker bij de vakgroep Onderwijskunde van de Universiteit Utrecht en bij de Algemene Rekenkamer.

    In deze bijdrage plaatsen we de gezagscrisis van de hedendaagse wetenschap in cultuur en politiek in een breder, cultuursociologisch perspectief.


Dick Houtman
Dick Houtman is als hoogleraar cultuursociologie verbonden aan het Centre for Rotterdam Cultural Sociology (CROCUS). Contact: www.dickhoutman.nl / houtman@fsw.eur.nl

Stef Aupers
Stef Aupers is als UHD verbonden aan het Centre for Rotterdam Cultural Sociology (CROCUS). Contact: / aupers@fsw.eur.nl

Peter Achterberg
Peter Achterberg is als UHD verbonden aan het Centre for Rotterdam Cultural Sociology (CROCUS). Contact: www.peterachterberg.com / p.achterberg@fsw.eur.nl
Article

Is gender bias een mythe?

Op zoek naar verklaringen voor de beperkte aanwezigheid van vrouwelijke politici in het Vlaamse televisienieuws

Tijdschrift Res Publica, Aflevering 2 2012
Trefwoorden gender, mediated politics, news coverage, journalism, television news, Flanders
Auteurs Debby Vos
SamenvattingAuteursinformatie

    This study analyses the news coverage of female politicians in Flanders (Belgium). We investigate whether the deficiency of media attention for female politicians is due to structural factors or whether the news media themselves create a gender bias. For this purpose, we examine eleven possible explanations for the gender bias. On one hand the characteristics of the politicians, such as their function, can influence their news exposure and on the other hand the features of the news media, such as the broadcasting station, can be of importance. Overall, our evidence suggests that mainly the function determines the news exposure of female politicians and not their gender. Nevertheless, female politicians still get less speaking time, even when controlling for all other variables. We can conclude that a real gender bias exists in the Flemish television news: journalists and editors give significantly less attention to female politicians compared to their male colleagues.


Debby Vos
Debby Vos is als doctoraal onderzoeker verbonden aan de onderzoeksgroep Media, Middenveld en Politiek (M2P) binnen de Universiteit Antwerpen. Zij doet onderzoek naar de media-aandacht die politici krijgen en de determinanten daarvan.
Article

Tweede Orde Personalisering: Voorkeurstemmen in Nederland

Tijdschrift Res Publica, Aflevering 2 2012
Trefwoorden preference voting, personalization, Dutch national elections, expressive voting
Auteurs Joop J.M. Van Holsteyn en Rudy B. Andeweg
SamenvattingAuteursinformatie

    If the impact of party leaders on the electoral fate of their parties may be called first order personalization, this paper addresses second order personalization: a preference for an individual candidate having to do with that person embedded in a prior choice for the candidate’s party. Using survey data and election results with respect to intraparty preference voting in The Netherlands, this study explores the characteristics of both voters casting a vote for a candidate other than the party leader and candidates receiving preference votes. Given the increase in intraparty preference voting, second order personalization has increased considerably in recent decades. Moreover, the correlates of second order personalization differ from those identified for first order personalization: intraparty preference votes are cast more often by higher educated, politically interested and efficacious female voters. Intraparty preference voting also seems to be a form of expressive rather than instrumental electoral behaviour: female candidates, and to a lesser extent ethnic candidates, receive more preference votes, but such votes are cast predominantly for the highest placed female (or ethnic) candidate on the list – candidates who would be elected on the basis of their position on the party list anyway.


Joop J.M. Van Holsteyn
Joop van Holsteyn is als universitair hoofddocent en bijzonder hoogleraar Kiezersonderzoek verbonden aan het Instituut voor Politieke Wetenschap van de Universiteit Leiden. Zijn onderzoek is gericht op diverse aspecten van politieke houdingen, publieke opinie en politiek en electoraal gedrag.

Rudy B. Andeweg
Rudy Andeweg is als hoogleraar empirische politicologie verbonden aan het Instituut voor Politieke Wetenschap van de Universiteit Leiden. Zijn onderzoek is gericht op diverse aspecten van politieke representatie.
Article

Politieke participatie: Wat doet dat met een mens?

Een panelstudie van Belgische lokale data

Tijdschrift Res Publica, Aflevering 2 2012
Trefwoorden political participation, political knowledge, political trust, emancipation process, local politics
Auteurs Peter Thijssen en Didier Dierckx
SamenvattingAuteursinformatie

    In this paper we study both long term and short term individual effects of political participation at the local level. Participatory theorists argue that political participation could lead to individual emancipation in terms of a rise of political knowledge and, in the long term, political trust. Indeed, in the short term the increased political knowledge associated with participation might enable citizens to better define their self-interest, which may be inconsistent with actual policies pursued by the local authorities and thus might be conductive to distrust. In the empirical part we will test these assertions using two-wave panel data for a random sample of 457 individuals in the district of Deurne (Antwerp – Belgium). Our results suggest that in the short term participation leads to more local political knowledge and distrust in the local administration. However, we do not find a significant increase in political trust in the long term.


Peter Thijssen
Peter Thijssen is hoofddocent aan het Departement Politieke Wetenschappen van de Universiteit Antwerpen. Hij is lid van de onderzoeksgroep Media, Middenveld en Politiek (M2P). Zijn onderzoek spitst zich toe op de wisselwerking tussen publieke opinie en politieke participatie.

Didier Dierckx
Didier Dierckx is wetenschappelijk medewerker aan het Departement Politieke Wetenschappen van de Universiteit Antwerpen. Hij werkt aan het beleidsondersteunend onderzoek ‘Focus op Deurne’, alsook aan een proefschrift waarin wordt gezocht naar contextuele verklaringen voor lokale politieke participatie.
Toont 1 - 20 van 23 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.