Zoekresultaat: 12 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Jaar 2011 x Rubriek Article x
Article

Vertegenwoordigende claims en de substantiële vertegenwoordiging van vrouwen in de Kamer

Tijdschrift Res Publica, Aflevering 4 2011
Trefwoorden political representation, representative claims, substantive representation of women, legislative behaviour
Auteurs Silvia Erzeel
SamenvattingAuteursinformatie

    Studies of women’s representation have often explored the link between women’s descriptive and women’s substantive representation in parliament, analyzing whether female representatives bring a unique – and often feminist – contribution to the representation of women’s interests. Doing so, however, these studies have failed to consider “how women’s substantive representation actually occurs” (Celis & Childs, 2008; Childs & Krook, 2009). Recent studies therefore propose to apply a claim-based framework, leaving open how, why and by whom women’s substantive representation occurs (Celis et al., 2008). In this article, we put this new claim-based approach to the empirical test. More in particular, we consider its added value by studying the variety of claims made about women in the Belgian Chamber of Representatives (1995-2007). We conclude that a claim-based framework indeed brings additional actors and perspectives to the fore, but that there are limits as to which claims are formulated and by whom.


Silvia Erzeel
Silvia Erzeel is doctoraatsstudente Politieke Wetenschappen aan de Vrije Universiteit Brussel. Haar onderzoek handelt over de descriptieve en substantiële vertegenwoordiging van vrouwen in parlementaire settings.
Article

Negen argumenten voor en tegen het verlagen van de kiesgerechtigde leeftijd

Tijdschrift Res Publica, Aflevering 4 2011
Trefwoorden voting age, political debate, enfranchisement
Auteurs Henk van der Kolk en Kees Aarts
SamenvattingAuteursinformatie

    Using literature, documents and parliamentary debates in Britain, Germany, The Netherlands, Austria, and Switzerland, nine arguments for and against lowering the voting age to sixteen are distinguished and critically assessed. The assessment is based on criteria such as logical consistency and empirical validity. It is argued that most arguments can hardly be defended with these criteria. However, this does not mean that the case for lowering the voting age is weak. This would only be the case if a voting age of eighteen is considered as valuable in its own right.


Henk van der Kolk
Henk van der Kolk is als universitair hoofddocent verbonden aan de faculteit Management en Bestuur van de Universiteit Twente. Hij geeft onderwijs in Methoden en Technieken en Politicologie. Hij publiceerde (samen met anderen) in onder meer PS, Electoral Studies en Local Government Studies. Hij is verder onder meer medeverantwoordelijk voor het Nationaal Kiezersonderzoek.

Kees Aarts
Kees Aarts is hoogleraar Politicologie aan de Universiteit Twente en wetenschappelijk directeur van het Institute for Innovation and Governance Studies (IGS). Zijn onderzoek richt zich op democratie, verkiezingen en kiesgedrag.
Article

Samen naar de kiezer

De vorming van pre-electorale allianties tussen CD&V en N-VA en tussen SP.a en Groen! bij de gemeenteraadsverkiezingen van 2006

Tijdschrift Res Publica, Aflevering 4 2011
Trefwoorden political parties, pre-electoral alliances, party strategies, local politics
Auteurs Tom Verthé en Kris Deschouwer
SamenvattingAuteursinformatie

    Political parties normally compete in elections individually. Yet, sometimes they join forces and form pre-electoral alliances. This rather unusual strategy contains both costs and benefits. In this article we try to identify those costs and benefits by opening up the black box of internal party decision making in considering pre-electoral alliance formation. We start by assuming that parties of different electoral sizes could have different motives to face the voter as one electoral list. Through in-depth interviews at the local level in Flanders, we have studied pre-electoral alliance formation for the municipal elections in 2006. We find that the arguments of large parties mainly focus on becoming the leading formation and thus claiming the initiative in coalition formation. Small parties have more varied motives for forming or failing to form a pre-electoral alliance.


Tom Verthé
Tom Verthé is aspirant van het Fonds Wetenschappelijk Onderzoek – Vlaanderen en doctoraatsstudent in de Vakgroep Politieke Wetenschappen van de Vrije Universiteit Brussel. Hij werkt over politieke partijen en verkiezingen en in het bijzonder over preelectorale alliantievorming.

Kris Deschouwer
Kris Deschouwer is onderzoeksprofessor in de Vakgroep Politieke Wetenschappen van de Vrije Universiteit Brussel. Hij werkt over politieke partijen, verkiezingen, federalisme en regionalisme en politieke besluitvorming in verdeelde samenlevingen.
Article

De verrassend effectieve interne coördinatie van het Belgisch Voorzitterschap van 2010

Algemene analyse en toepassing op de casus Milieubeleid

Tijdschrift Res Publica, Aflevering 3 2011
Trefwoorden Belgium, EU environmental policy, rotating Presidency of the Council, Treaty of Lisbon
Auteurs Ferdi De Ville, David Criekemans en Tom Delreux
SamenvattingAuteursinformatie

    The article analyses the internal coordination between the federal government, the Regions and the Communities in Belgium before and during the 2010 Belgian Presidency of the Council of Ministers. It starts from the observation that the absence of a federal government with full powers, the global financial-economic crisis as well as Belgium’s complex multi-level structure have, counterintuitively, not led to an ineffective internal coordination process. Based on interviews with people who were closely involved in the Belgian Presidency team, the article explains the effectiveness of the internal coordination by arguing that, on the one hand, the detailed and inclusive coordination before the Presidency semester has generated a culture of responsibility and joint ownership among the officials and diplomats and, on the other hand, the Belgian Presidency limited its role to being a facilitator of the European decision-making process in function of the rolling agenda of the Commission and the implementation of the Lisbon Treaty. Empirically illustrating these arguments with insights from the internal coordination in the environmental domain, this article demonstrates that an effective internal coordination, even in a difficult political context, can contribute to a successful Presidency.


Ferdi De Ville
Ferdi De Ville is wetenschappelijk medewerker aan het Steunpunt Buitenlands Beleid en aan het Centrum voor EU-Studies van de Vakgroep Politieke Wetenschappen van de Universiteit Gent. Zijn onderzoek richt zich op Europees Handelsbeleid en de verhouding ervan tot het interne marktbeleid van de EU in het bijzonder.

David Criekemans
David Criekemans is senior onderzoeker Europese en Mondiale Verhoudingen aan het Steunpunt Buitenlands Beleid en gastprofessor Belgisch en Vergelijkend Buitenlands Beleid aan het Departement Politieke Wetenschappen van de Universiteit Antwerpen. Hij doceert tevens aan het International Centre for Geopolitical Studies (ICGS) in Genève (Zwitserland). Zijn onderzoek richt zich op de buitenlandse betrekkingen van regio’s en kleine staten in vergelijkend perspectief, geopolitieke analyse (zowel theoretisch als toegepast) en de geopolitiek van energie (zowel conventioneel als hernieuwbaar). Hij is editor van Regional Sub-State Diplomacy Today (Martinus Nijhoff, 2010).

Tom Delreux
Tom Delreux is docent politieke wetenschappen aan het Institut de sciences politiques Louvain-Europe (ISPOLE) van de Université Catholique de Louvain. Zijn onderzoek richt zich in de eerste plaats op Europees milieubeleid en de EU als internationale actor. Hij is onder andere auteur van het recent verschenen The EU as International Environmental Negotiator (Ashgate, 2011).
Article

Het roterende Voorzitterschap na Lissabon: op zoek naar een nieuwe rol binnen het EU buitenlands beleid

Analyse van het Belgische Voorzitterschap van de Raad

Tijdschrift Res Publica, Aflevering 3 2011
Trefwoorden Belgium, EU foreign policy, rotating Presidency of the Council, Treaty of Lisbon
Auteurs Peter Debaere, Eline De Ridder en Skander Nasra
SamenvattingAuteursinformatie

    The Treaty of Lisbon has introduced major changes in the area of the European Union’s external relations. Aiming at establishing a unified representation and a stable leadership of EU foreign policy, the Treaty intends to reduce the role of the six-month rotating Presidency of the Council. This article reviews the literature regarding the roles of the rotating Presidency and examines in what ways and to what extent the Treaty of Lisbon may change these roles in the field of EU foreign policy. The empirical analysis looks at the experiences under the Belgian Presidency of the Council in 2010. It is argued that while the role of the country taking up the rotating Presidency is visually reduced, the Treaty of Lisbon has primarily transformed the role of the rotating Council Presidency in EU foreign policy.


Peter Debaere
Peter Debaere is doctoraal onderzoeker aan het Instituut voor Internationale Studies aan de Universiteit Gent. Hij doet onderzoek naar de rol van de Europese Unie in de G8 en G20 en de hervorming van het IMF.

Eline De Ridder
Eline De Ridder is werkzaam als postdoctoraal onderzoeker aan het Centrum voor EU-Studies van de Universiteit Gent. Haar onderzoek richt zich op het uitbreidingsproces van de Europese Unie, met een specifieke focus op de processen van europeanisering en democratisering in kandidaat-lidstaten.

Skander Nasra
Skander Nasra is verbonden aan het Instituut voor Internationale Studies van de Vakgroep Politieke Wetenschappen van de Universiteit Gent. Momenteel werkt hij voor de Belgische Federale Overheidsdienst Buitenlandse Zaken. Zijn onderzoek richt zich op de rol van kleine EU-lidstaten in het externe optreden van de EU.
Article

Weinig speelruimte, onmiskenbare invloed: het Belgisch EU-Voorzitterschap en de Europese sociale agenda

Tijdschrift Res Publica, Aflevering 3 2011
Trefwoorden EU Presidency, Belgium, social policy, agenda-shaping, influence
Auteurs Olivier Pintelon en Wim Van Lancker
SamenvattingAuteursinformatie

    Traditionally, Belgian EU Presidencies are characterized by an ambitious social agenda. It is, however, unclear to what extent these ambitions are translated into real policy accomplishments. In this article we aim to disentangle the genuine influence of the Belgian 2010 EU Presidency on the European social policy agenda by applying the agenda-shaping framework developed by Jonas Tallberg. Making use of elite interviews and by studying policy documents, we reach a twofold conclusion. First of all, the Belgian Presidency has left its footprints in some specific social policy topics, especially with regard to social impact assessment and child poverty. However, – in line with theoretical expectations – agenda-setting initiatives were less successful than agenda-structuring techniques. Secondly, our findings also shed preliminary light on the determinants of Presidency influence as identified by Simone Bunse. We find that the Belgian social ambitions were curtailed by political and economic constraints, policy preferences in the Council, the difficult inter-institutional dialogue (especially with the European Commission), and the limited Presidency skills of certain Belgian policy actors.


Olivier Pintelon
Olivier Pintelon is onderzoeker aan het Centrum voor Sociaal Beleid Herman Deleeck (CSB) van de Universiteit Antwerpen. Zijn onderzoek handelt over het verdelingsvraagstuk in de welvaartstaat, met bijzondere aandacht voor armoede en inkomensongelijkheid.

Wim Van Lancker
Wim Van Lancker is onderzoeker aan het Centrum voor Sociaal Beleid Herman Deleeck (CSB) van de Universiteit Antwerpen. Zijn onderzoek richt zich op de sociale verdeling van gezinsbeleid (kinderbijslag, ouderschapsverlof en kinderopvang) in een Europees vergelijkende context en de relatie van gezinsbeleid met armoede, ongelijkheid en vrouwelijke arbeidsmarktparticipatie.
Article

Stedelijke context en steun voor de PVV

Interetnische nabijheid, economische kansen en cultureel klimaat in 50 Nederlandse steden

Tijdschrift Res Publica, Aflevering 2 2011
Trefwoorden anti-immigrant voting, interethnic contact, ethnic competition, urban cultural atmosphere, bohemian index, gay-scene index
Auteurs Jeroen van der Waal, Willem de Koster en Peter Achterberg
SamenvattingAuteursinformatie

    Some studies find that interethnic propinquity leads to ethnic tolerance, while others conclude that it underlies ethnic conflict. Using data on 50 Dutch cities in 2006 and 2010, this article assesses whether the consequences of interethnic propinquity for votes for Wilders’s PVV – the Dutch anti-immigrant party par excellence – are conditional on the economic and cultural urban contexts in which these contacts take place. In line with the ‘conflict hypothesis’ it is found that a higher level of interethnic propinquity leads to more support for the PVV in cities with a high level of unemployment and an intolerant cultural climate (as measured by the bohemian index and the gay-scene index), whereas the relationship is reverse in cities with low unemployment levels and a tolerant cultural climate (corroborating the ‘contact hypothesis’).


Jeroen van der Waal
Jeroen van der Waal is als socioloog verbonden aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Daar verricht hij onderzoek naar 1) de gevolgen van economische mondialisering voor sociale ongelijkheid in geavanceerde economieën, en 2) de gevolgen van culturele veranderingen voor waardenpatronen en stemgedrag in westerse samenlevingen.

Willem de Koster
Willem de Koster is als cultuursocioloog verbonden aan het Centre for Rotterdam Cultural Sociology (CROCUS) van de Erasmus Universiteit Rotterdam, waar hij in december 2010 promoveerde op het proefschrift ‘Nowhere I Could Talk Like That’: Togetherness and Identity on Online Forums. Hij publiceerde eerder over verschillende vormen van tolerantie en de culturele conflicten die daarmee gepaard gaan, virtuele gemeenschapsvorming door rechts-extremisten, online participatie door orthodox-protestantse homoseksuelen, keuzestress, maatschappelijk omstreden cartoons, de opkomst van de strafstaat, de publieke rol van religie en verzorgingsstaatschauvinisme.

Peter Achterberg
Peter Achterberg is als cultuursocioloog verbonden aan het Centre for Rotterdam Cultural Sociology (CROCUS) van de Erasmus Universiteit Rotterdam. Hij publiceerde onder andere over veranderingen in de politieke cultuur, de legitimiteit van de verzorgingsstaat, culturele globalisering, en de acceptatie van nieuwe technologieën.
Article

Maken sterke lijsten een verschil?

Een analyse van de lijsten bij de federale en regionale verkiezingen in het Vlaams Gewest (2003-2010)

Tijdschrift Res Publica, Aflevering 2 2011
Auteurs Bart Maddens en Gert-Jan Put
SamenvattingAuteursinformatie

    Theories on ticket balancing assume that the success of a list in an open list PR system is related to the distribution of the candidates on the list according to variables such as age, gender, professional background and residence. To test these assumptions data were collected about 179 lists for the 2003, 2007 and 2010 federal and 2004 and 2009 regional elections, in the Flemish region of Belgium. A multivariate analysis shows that a list is more successful compared to the other lists of the party in the election if there are more incumbents and aldermen or majors on the list, and less young candidates. A similar analysis with the relative swing as dependent variable suggests that only the age and the number of aldermen or majors have a causal effect on the success. The success of a list does not seem to depend on the visibility of woman candidates, the professional profi les of the candidates, their geographical dispersion or the total campaign expenditures.


Bart Maddens
Bart Maddens is hoogleraar aan het Centrum voor Politicologie van de Katholieke Universiteit Leuven. Hij doet onderzoek over onder andere partij- en campagnefinanciering en politieke partijen in multi-level systemen.

Gert-Jan Put
Gert-Jan Put is assistent aan het Centrum voor Politicologie van de Katholieke Universiteit Leuven. Hij doet onderzoek over de geografische spreiding van kandidaten en de geopolitieke strategie van partijen.
Article

De impact van party magnitude op het aantal vrouwelijke verkozenen

Gender quota in België kritisch bekeken

Tijdschrift Res Publica, Aflevering 2 2011
Trefwoorden gender quota, Belgium, impact, party magnitude, women in politics
Auteurs Sandra Sliwa, Petra Meier en Peter Thijssen
SamenvattingAuteursinformatie

    In the literature on the impact of gender quota party magnitude appears as one of the most critical explanatory variables. A high party magnitude has long been argued to be a necessary condition for quota to be effective. However, recently a number of studies have shown that gender quota can be equally effective in the case of low party magnitude. An analysis of the Belgian regional elections for the years 1999, 2004 and 2009 shows that for quota to be effective it is crucial that they are tailored to the electoral system in which they are applied. Quota prove to be particularly effective when party magnitude is high while a placement mandate is effective when it covers a substantial part of the eligible list positions. We therefore conclude that effective quota can be designed for both high and low party magnitude.


Sandra Sliwa
Sandra Sliwa was van november 2008 tot en met mei 2010 als wetenschappelijk medewerker verbonden aan de Universiteit Antwerpen. Haar onderzoek richtte zich op de impact van genderquota en de determinanten van voorkeurstemmen. Nu werkt ze als beleidsmedewerker voor de Milieu- en Natuurraad Vlaanderen.

Petra Meier
Petra Meier is docente aan het Departement Politieke Wetenschappen van de Universiteit Antwerpen en promotor coördinator van het Steunpunt Gelijke Kansenbeleid. Haar onderzoek spitst zich toe op vraagstukken van politieke vertegenwoordiging in politiek en beleid vanuit (o.a.) een genderperspectief.

Peter Thijssen
Peter Thijssen is hoofddocent aan het Departement Politieke Wetenschappen van de Universiteit Antwerpen. Zijn onderzoek spitst zich toe op de wisselwerking tussen publieke opinie en politieke participatie.
Article

Een kosmopolitische wereldorde als realistische utopie?

Recente Angelsaksische politieke filosofie in het licht van de natiestaat

Tijdschrift Res Publica, Aflevering 1 2011
Trefwoorden political philosophy, global justice, cosmopolitanism, sovereignty, transnational democracy
Auteurs Ronald Tinnevelt
SamenvattingAuteursinformatie

    Although hotly debated, the idea of global justice is a relatively new topic within Anglo-Saxon and Continental political philosophy and theory. This paper discusses when and why Anglo-Saxon political theorists became interested in this field of research. The emergence of cosmopolitan norms of justice after the Second World War is one of these reasons. Subsequently, the paper explains some of the basic concepts that are being used within the field and explains why a political philosophical analysis of the ethical significance of boundaries has an added value for political scientists. The paper concludes by elaborating three different themes within the broad debate on global justice: humanitarian aid, global distributive justice, and democratic representation.


Ronald Tinnevelt
Ronald Tinnevelt (1971) is als universitair hoofddocent rechtsfilosofie verbonden aan de Faculteit Rechtsgeleerdheid van de Radboud Universiteit Nijmegen. Zijn voornaamste onderzoeksinteresses zijn: democratie, mensenrechten, kosmopolitisme en mondiale rechtvaardigheid. Hij is de co-redacteur van Global Democracy and Exclusion (Blackwell 2010) en Nationalism and Global Justice (Routledge 2010).
Article

De grenzen van de gemeenschap

Over immigratie en de hedendaagse democratie

Tijdschrift Res Publica, Aflevering 1 2011
Trefwoorden community, sovereignty, identity, hospitality, immigration, Nancy, Agamben
Auteurs Ignaas Devisch en Nanda Oudejans
SamenvattingAuteursinformatie

    Not a few continental philosophers are engaged with the debate on democracy, community and tolerance but also globalization, migration and human rights. They do not demand interpretation to get stopped in order to make action possible, as Marx demanded; every political action should start from a critical interpretation of what political acting demands. The work of philosophers such as Agamben, Benhabib, Honig or Nancy is deeply characterized by the challenge of the numerous difficulties and dilemmas our thinking of the other is confronted with, since the stranger or the other discloses limits by contesting who or what we are. He questions and deconstructs the identity of a given, particular community. The limits of community, that’s what it’s all about.


Ignaas Devisch
Ignaas Devisch (1970) is als filosoof verbonden aan de Arteveldehogeschool en de Universiteit Gent. Hij doceert er medische filosofie en ethiek, bio-ethiek en sociale filosofie. Hij studeerde aan de universiteiten van Gent en Brussel en promoveerde in 2002. Hij publiceert regelmatig in binnen- en buitenland over medische filosofie, sociale en politieke filosofie, sportfilosofie en cultuurfilosofie. Hij is tevens voorzitter van vzw De Maakbare Mens.

Nanda Oudejans
Nanda Oudejans (1978) bereidt een wijsgerig proefschrift voor over het vluchtelingenvraagstuk aan de Faculteit der Geesteswetenschappen, Universiteit van Tilburg. Haar onderzoeksinteresses zijn asiel, immigratie, mensenrechten, democratie, collectieve identiteit, soevereiniteit en de verhouding tussen (internationaal) recht en politiek.
Article

Because it is Normative, Stupid!

Over de rol van politieke theorie binnen de politicologie

Tijdschrift Res Publica, Aflevering 1 2011
Trefwoorden normative political theory, political science, methodology, Rawls
Auteurs Roland Pierik
SamenvattingAuteursinformatie

    This article presents a state-of-the-art description of political theory and analyses the role of political theory within the discipline of political science. It starts by describing two dominant approaches within the sub-discipline: conceptual political theory and normative political theory. Secondly, it situates political theory as separated from political science in general and from actual political debates. Thirdly, it analyses the role of methodology in normative political theory.
    I argue that the most important contribution of political theory to political science in general is its emphasis on the fact that politics is first and foremost a normative endeavor and that any political-scientific analysis should always be aware of this normative character.


Roland Pierik
Roland Pierik (1966) is universitair hoofddocent rechtstheorie en politieke theorie aan de Universiteit van Amsterdam. Hij publiceert vooral over hedendaagse analytische politieke filosofie en rechtstheorie. In zijn onderzoek gebruikt hij de hedendaagse normatieve politieke theorie en rechtstheorie om concrete maatschappelijke problemen te analyseren, met name problemen van de multiculturele samenleving en van globale rechtvaardigheid.
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.