Zoekresultaat: 144 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Rubriek Article x

    Dutch social policies are aimed at the integration and participation of all people. This creates challenges for persons with a mental vulnerability and their neighbourhoods. Five municipalities in the province of Flevoland asked us to help them improve the move from protected living to living in the neighbourhood. We used an arts-based participatory action research design and we followed ‘hot topics’, topics that sparked people’s energy and emotion, and which led to empowerment and participation. Focusing on these topics, which initially might not seem to be closely connected to the main research topic, might produce more information, and energy to take action on it, rather than rigidly sticking with the initial research topics. In this article, we focus on the first phases of the project. The emotions that people with mental vulnerabilities expressed when talking about their dogs, led us to the core of what really mattered to them in terms of inclusive living and participation. The dog functioned as an unexpected ‘hot topic’. In a symbolic sense, ‘the dog’ stands for a diverse range of lifeworld topics that can act as a creative catalyst for social change.

    Vooraf

    Participatief actieonderzoek en responsieve evaluatie staan volop in de belangstelling bij beleidsmakers en onderzoekers. Dit type beleidsonderzoek en -evaluatie beoogt democratisch, inclusief én impactvol te zijn. Het gaat om onderzoek mét in plaats van óver mensen. En het is actiegericht: onderzoek wil bijdragen aan concrete oplossingen door met betrokkenen gezamenlijke (verbeter)acties te ontwikkelen in de praktijk, en daarop te reflecteren en van te leren. Dit alles met het oog op sociale inclusie. Het zijn mooie idealen, maar wat betekent dit in de alledaagse, vaak weerbarstige onderzoekspraktijk?

    Op 20 januari 2020 organiseerde prof. Abma daarover een symposium, getiteld ‘Responsive, Participatory Research: Past, Present and Future Perspectives’ (Vrije Universiteit, Amsterdam). De rode draad op het symposium was de vraag wat goed en ethisch verantwoord participatief onderzoek is, en wat dit vraagt van onderzoekers en beleidsmakers. Drie lezingen op deze conferentie zijn nadien omgewerkt tot essays om lezers van Beleidsonderzoek Online vanuit verschillende perspectieven beter kennis te laten maken met deze vorm van onderzoek:

    Prof. Weerman en haar team focussen in hun bijdrage op het zich in de praktijk ontwikkelende onderzoeksdesign en het inzetten van creatieve methoden om participatie te bevorderen. Ze gaan na welke kwaliteitscriteria aan participatief actieonderzoek worden gesteld en hechten daarbij met name aan eisen ten aanzien van participatie, samen leren en verschil maken (zie BoO juli 2021). Ze benadrukken het belang van creativiteit en flexibiliteit.

    Prof. Abma bespreekt in haar artikel de normatieve dimensies en de ethiek van participatief actieonderzoek (zie BoO september 2020). Ze illustreert met een voorbeeld uit de crisishulpverlening aan GGZ-cliënten dat participatief actieonderzoek niet slechts een methodisch-technische exercitie is, maar een sociaal-politiek proces waarbij bestaande machtsverhoudingen verschuiven om ruimte te geven aan nieuwe stemmen en kennis. Dit omvat het zien van en stilstaan bij ethisch saillante dilemma’s en morele reflectie.

    De bijdrage van prof. Cook (zie BoO februari 2021) gaat over de weerbarstige praktijk van participatief actieonderzoek. Het doel is samen leren en voorbij geijkte oplossingen komen. Zij laat zien dat dit uitdagend is voor professionals die geconfronteerd worden met burgers die feedback geven en vragen om het (deels) loslaten van vaststaande professionele kaders. Er ontstaat dan ongemak en onzekerheid, maar zo beoogt en laat Cook overtuigend zien, deze ‘mess’ (niet meer goed weten wat goed en nodig is) is productief om te komen tot hernieuwde inzichten en innovaties.

    (Introductietekst opgesteld door prof. T. Abma)


Alie Weerman
Alie Weerman is professor of Mental Health and Society at Windesheim University of Applied Sciences. Her PhD focused on the use of experiential knowledge of professional social workers and caretakers. She practices Participatory Health Research in several organizations in healthcare and social work. She always uses experiential knowledge as a valuable ‘third source of knowledge’ in the process and results of studies

Rosalie Metze
Rosalie Metze is associate professor of Mental Health and Society at Windesheim University of Applied Sciences. Her expertise lies in topics such as outreach work, experiential knowledge, self-efficacy, and strengthening the voice of those less heard. Her goal is to always work according to the PAR principles, and gain the necessary acknowledgement for this type of research.
Thema-artikel

Waarom burgers coproducent willen zijn

Een theoretisch model om de motivaties van coproducerende burgers te verklaren

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 2 2021
Auteurs Carola van Eijk en Trui Steen
Auteursinformatie

Carola van Eijk
Ten tijde van publicatie werkte C.J.A. van Eijk MSc. (research) als promovenda bij het Instituut Bestuurskunde, Universiteit Leiden.

Trui Steen
Dr. T.P.S. Steen was universitair hoofddocent bij het Instituut Bestuurskunde, Universiteit Leiden en bij KU Leuven Instituut voor de Overheid.
Thema-artikel

Wat motiveert burgers tot coproductie en burgerinitiatief?

Wetenschappelijke reflectie op ‘Waarom burgers coproducent willen zijn’ (2013)

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 2 2021
Auteurs Mirjan Oude Vrielink
Auteursinformatie

Mirjan Oude Vrielink
Dr. M.J. Oude Vrielink is onderzoeker bij Oude Vrielink Dienstverlening – Partner in kennis.
Article

Interest Representation in Belgium

Mapping the Size and Diversity of an Interest Group Population in a Multi-layered Neo-corporatist Polity

Tijdschrift Politics of the Low Countries, Aflevering 1 2021
Trefwoorden interest groups, advocacy, access, advisory councils, media attention
Auteurs Evelien Willems, Jan Beyers en Frederik Heylen
SamenvattingAuteursinformatie

    This article assesses the size and diversity of Belgium’s interest group population by triangulating four data sources. Combining various sources allows us to describe which societal interests get mobilised, which interest organisations become politically active and who gains access to the policy process and obtains news media attention. Unique about the project is the systematic data collection, enabling us to compare interest representation at the national, Flemish and Francophone-Walloon government levels. We find that: (1) the national government level remains an important venue for interest groups, despite the continuous transfer of competences to the subnational and European levels, (2) neo-corporatist mobilisation patterns are a persistent feature of interest representation, despite substantial interest group diversity and (3) interest mobilisation substantially varies across government levels and political-administrative arenas.


Evelien Willems
Evelien Willems is a postdoctoral researcher at the Department of Political Science, University of Antwerp. Her research focuses on the interplay between interest groups, public opinion and public policy.

Jan Beyers
Jan Beyers is Full Professor of Political Science at the University of Antwerp. His current research projects focus on how interest groups represent citizens interests and to what extent the politicization of public opinion affects processes of organized interest representation in public policymaking.

Frederik Heylen
Frederik Heylen holds a PhD in Political Science from the University of Antwerp. His doctoral dissertation addresses the organizational development of civil society organizations and its internal and external consequences for interest representation. He is co-founder and CEO of Datamarinier.
Artikel

Rebel-leren: hoe een rebelse sector tot lerend verantwoorden komt

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 2 2021
Trefwoorden quality of care, rebels, accountability, organization/sector learning
Auteurs Annemiek Stoopendaal en Wilma van der Scheer
SamenvattingAuteursinformatie

    Healthcare is often dominated by the curative domain. Yet, for a new way of improving of and accounting for quality of care, we have to shift our focus to the care for people with disabilities. Since long, quality of care is translated into performance indicators and standards. This reductive way of measuring quality was pursued for the entire healthcare sector. Where this might fit in with hospital care, it was experienced as constraining in care for the disabled. In this sector it was seen as a poor representation of the plurality of healthcare provision. A number of ‘quality rebels’ aimed to create a more suitable and rich Quality Framework for the sector, with attention for objective, subjective and intersubjective dimensions of care. In this article, we analyze the way in which the sector has realized this aim, and we show how this rebellious sector succeeded in transforming the idea of accountability for quality of care, by emphasizing on the reflection and learning processes that take place at all levels of the sector, and beyond. A new approach which requires a continuous cycle of disrupting, creating, and maintaining institutionalized patterns of thinking and doing. It requires ‘rebel learning’.


Annemiek Stoopendaal
Dr. Annemiek Stoopendaal is organisatieantropoloog en universitair docent/senior onderzoeker, Erasmus School of Health Policy & Management, sectie Health Care Governance aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Wilma van der Scheer
Dr. Wilma van der Scheer is gezondheidswetenschapper, directeur van het Erasmus Centrum voor Zorgbestuur en leider van de academische werkplaats zorgbestuur, Erasmus Centrum voor Zorgbestuur aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

Regels breken in het belang van de burger

Van rebelse leidinggevende naar rebelse professional?

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 2 2021
Trefwoorden leadership, pro-social rule breaking, red tape, purpose-driven work, professionals
Auteurs Bernard Bernards en Eduard Schmidt
SamenvattingAuteursinformatie

    The recent decentralization of many healthcare and welfare responsibilities from the national to the municipal level in the Netherlands was aimed at reducing unnecessary bureaucracy and giving discretion to the professional. However, this is not (yet) fully achieved. Therefore, calls have been made for more purpose-driven organizations. Pro-social rule breaking, which refers to acts of rule breaking motivated by the benefits that this creates for citizens, might be a way to make organizations more focused on their organizational purpose. Since little is known about the antecedents of pro-social rule breaking, this article looks at the possible effects of red tape and supportive leadership on pro-social rule breaking behavior of professionals. Based on a quantitative large-n study of professionals in the social domain, the results show that red tape significantly affects pro-social rule breaking. Stimulating leadership does not affect pro-social rule breaking behavior, which may be caused by the fact that intended leader support is not be perceived that way by the professional. The article concludes with a discussion on the desirability of rule breaking in a public sector context, followed by practical implications and further avenues for researchers.


Bernard Bernards
Bernard Bernards, MSc MA is promovendus bij het Instituut Bestuurskunde, Universiteit Leiden.

Eduard Schmidt
Dr. Eduard Schmidt is universitair docent bij het Instituut Bestuurskunde, Universiteit Leiden.
Artikel

Rebellerende zorgprofessionals

Improviseren met regels, passie en verantwoording

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 2 2021
Trefwoorden healthcare rebels, administrative burden, quality of care, etnography, accountability
Auteurs Iris Wallenburg, Hester van de Bovenkamp, Anne Marie Weggelaar-Jansen e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Bureaucracy and ‘red tape’ are seen as a main annoyance in healthcare practice. ‘Rules’ like guidelines and performance indicators would withdraw professionals from their real work, that is, helping patients. However, rules may also improve quality of care if they foster high quality practices. In this research, we explore how healthcare rebels deal with rules in their everyday work: how rebels ignore, engender and bend rules to build new environments for doing good care. Drawing on ethnographic research in three hospitals in the Netherlands (2017-2018), we reveal how rebels build and care for clinical microsystems containing their own clinical unit and related contexts (e.g. pharmaceutical suppliers, ICT companies, primary care) to evoke alternative and situated practices of good care delivery – i.e. focusing on quality of life and person-centred care. Rebels enact mechanisms of decoupling and recoupling to disconnect rules that embark on good care in specific patient situations, and build new routines that foster good care. However, such caring practices are hard to generalize as they often occur ‘under the radar’ and hence remain hardly noticed to the outside world. We argue that through revising accounting processes, and paying more attention to narratives of good care, more convenient quality systems could be found.


Iris Wallenburg
Dr. Iris Wallenburg is universitair hoofddocent, sectie Health Care Governance, Erasmus School of Health Policy & Management aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Hester van de Bovenkamp
Dr. Hester van de Bovenkamp is universitair hoofddocent, sectie Health Care Governance, Erasmus School of Health Policy & Management aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Anne Marie Weggelaar-Jansen
Dr. Anne Marie Weggelaar-Jansen, MCM is universitair docent, sectie Health Services Management and Organization, Erasmus School of Health Policy & Management aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Roland Bal
Prof.dr. Roland Bal is hoogleraar beleid en bestuur van de gezondheidszorg, sectie Health Care Governance, Erasmus School of Health Policy & Management aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Marianne van Bochove
Dr. Marianne van Bochove is universitair docent, sectie Health Care Governance, Erasmus School of Health Policy & Management aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en senior onderzoeker aan De Haagse Hogeschool.

Katja Rusinovic
Dr. Katja Rusinovic is lector grootstedelijke ontwikkeling, faculteit Bestuurskunde, Recht & Veiligheid aan De Haagse Hogeschool.

Suzanna Koops-Boelaars
Suzanna Koops-Boelaars, MSc, is promovendus, sectie Health Care Governance, Erasmus School of Health Policy & Management aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Thema-artikel

De depressieve nasleep van bestuurlijke manie en verval bij corporatiebestuurders

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 1 2021
Trefwoorden managerial mania and decline, corporation directors, internal and external supervisors, weak signals, countervailing power
Auteurs Dr. Meike Bokhorst
SamenvattingAuteursinformatie

    Incidents in the semi-public sector regularly reveal the underlying problems of managerial mania and decline. Since the Parliamentary Committee of Inquiry into Housing Associations and the new Housing Act, there have been fewer incidents involving managerial hubris and risky projects. However, in the event of incidents, the share of administrative decline of often long-serving directors of small corporations in particular is still considerable. The question in this article is what forms of managerial mania and decline occur among corporation directors and what internal and external supervisors can do to identify and mitigate this in a timely manner. To answer that question, this article examines the theory and practice of managerial mania and decline. Case analysis shows which manifestations of managerial mania and decline there were in the housing association sector. Internal and external supervisors can counter managerial mania and decline by exchanging knowledge with each other about the weak signals of decline and effective forms of countervailing power.


Dr. Meike Bokhorst
Dr. A.M. Bokhorst is senior onderzoeker bij de Universiteit Utrecht en senior wetenschappelijk medewerker bij de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid.

    Participatory research is increasingly being perceived as a democratic and transformative approach to social situations by both academics and policymakers. The article reflects on what it means to do participatory research, what it contributes to broader knowledge building, and why mess may not only need to be present in participatory research but encouraged. The purposes of participation and mess as nourishment for critical enquiry and more radical learning opportunities are considered and illuminated using case study material from the Family Based Positive Support Project.

    Vooraf

    Participatief actieonderzoek en responsieve evaluatie staan volop in de belangstelling bij beleidsmakers en onderzoekers. Dit type beleidsonderzoek en -evaluatie beoogt democratisch, inclusief én impactvol te zijn. Het gaat om onderzoek mét in plaats van óver mensen. En het is actiegericht: onderzoek wil bijdragen aan concrete oplossingen door met betrokkenen gezamenlijke (verbeter)acties te ontwikkelen in de praktijk, en daarop te reflecteren en van te leren. Dit alles met het oog op sociale inclusie. Het zijn mooie idealen, maar wat betekent dit in de alledaagse, vaak weerbarstige onderzoekspraktijk?

    Op 20 januari 2020 organiseerde prof. Abma daarover een symposium, getiteld ‘Responsive, Participatory Research: Past, Present and Future Perspectives’ (Vrije Universiteit, Amsterdam). De rode draad op het symposium was de vraag wat goed en ethisch verantwoord participatief onderzoek is, en wat dit vraagt van onderzoekers en beleidsmakers. Drie lezingen op deze conferentie zijn nadien omgewerkt tot essays om lezers van Beleidsonderzoek Online vanuit verschillende perspectieven beter kennis te laten maken met deze vorm van onderzoek:

    Prof. Weerman en haar team focussen in hun bijdrage op het zich in de praktijk ontwikkelende onderzoeksdesign en het inzetten van creatieve methoden om participatie te bevorderen. Ze gaan na welke kwaliteitscriteria aan participatief actieonderzoek worden gesteld en hechten daarbij met name aan eisen ten aanzien van participatie, samen leren en verschil maken (zie BoO juli 2021). Ze benadrukken het belang van creativiteit en flexibiliteit.

    Prof. Abma bespreekt in haar artikel de normatieve dimensies en de ethiek van participatief actieonderzoek (zie BoO september 2020). Ze illustreert met een voorbeeld uit de crisishulpverlening aan GGZ-cliënten dat participatief actieonderzoek niet slechts een methodisch-technische exercitie is, maar een sociaal-politiek proces waarbij bestaande machtsverhoudingen verschuiven om ruimte te geven aan nieuwe stemmen en kennis. Dit omvat het zien van en stilstaan bij ethisch saillante dilemma’s en morele reflectie.

    De bijdrage van prof. Cook (zie BoO februari 2021) gaat over de weerbarstige praktijk van participatief actieonderzoek. Het doel is samen leren en voorbij geijkte oplossingen komen. Zij laat zien dat dit uitdagend is voor professionals die geconfronteerd worden met burgers die feedback geven en vragen om het (deels) loslaten van vaststaande professionele kaders. Er ontstaat dan ongemak en onzekerheid, maar zo beoogt en laat Cook overtuigend zien, deze ‘mess’ (niet meer goed weten wat goed en nodig is) is productief om te komen tot hernieuwde inzichten en innovaties.

    (Introductietekst opgesteld door prof. T. Abma)


Tina Cook
Tina Cook is a professor of education at Liverpool Hope University. At the core of her work is a focus on inclusive practice in research and evaluation. She is an executive committee member of the ICPHR, an editor of the International Journal of Educational Action Research, and a founder member of the UK Participatory Research Network. Her own research focus is with people with learning disabilities and people with cognitive impairment.
Thema-artikel

Inzicht in transparantie

Een essay over trade-offs achter algoritmische besluitvorming

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 4 2020
Trefwoorden transparency, value conflict, algorithms, trade-offs, public values, ethics
Auteurs Joanna Strycharz Msc, Dr. ir. Bauke Steenhuisen en Dr. Haiko van der Voort
SamenvattingAuteursinformatie

    Algorithms applied in public administration are often criticized for lack of transparency. Lawmakers and citizens alike expect that automated decisions based on algorithmic recommendations to be explainable. The focus of this article is the organizational context behind the idea of transparent algorithms. Transparency is portrayed as one of numerous values that are at play when algorithms are applied in public administration. The article shows that applying algorithms may lead to conflicts between these values. Such conflicts often result in trade-off decisions. Looking from the organizational perspective, we describe how such trade-offs can be made both explicitly and implicitly. The article thus shows the complexity of algorithmic trade-offs. As a result of this complexity, we not only call for more transparency about algorithms, but also more transparency about trade-offs that take place in public administration. Finally, we present a research agenda focused on studying the organization of trade-offs.


Joanna Strycharz Msc
J. Strycharz, Msc is universitair docent Persuasive Communication aan de Universiteit van Amsterdam, Faculteit Maatschappij- en Gedragswetenschappen.

Dr. ir. Bauke Steenhuisen
Dr. ir. B.S. Steenhuisen is universitair docent Organisatie & Governance aan de TU Delft, Faculteit Techniek, Bestuur en Management.

Dr. Haiko van der Voort
Dr. H.G. van der Voort is universitair docent Organisatie & Governance aan de TU Delft, Faculteit Techniek, Bestuur en Management.
Vrij artikel

Duwtjes of druk?

De percepties van zorgprofessionals aangaande ‘nudging’ in ziekenhuizen

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 4 2020
Trefwoorden nudging, ethics, autonomy, healthcare, professionals
Auteurs Nienke Maria Huis in ’t Veld MSc, Rosanna Nagtegaal MSc en Prof. dr. Mirko Noordegraaf
SamenvattingAuteursinformatie

    ‘Nudging’ has been introduced as a policy and management tool as a way to influence behaviour without limiting choice. Nudging is mainly used to influence citizens’ behaviour but can also be used to influence the behavior of healthcare professionals. Examples include posters used to improve hand-hygiene compliance, or ‘default’ options in systems to reduce excessive prescriptions of specific medication. However, using nudges raises major worries and ethical issues, also in relation to the independence of healthcare professionals. While the scientific discussion about the desirability of nudges is extensive, the voices of healthcare professionals, who are the subjects of nudges, remain unheard. In this qualitative research we explore the perceptions of nudging held by various healthcare professionals. The interviews reveal that healthcare professionals are generally unfamiliar with the concept of nudging, but they do recognize nudges in their own field of practice. Furthermore, while they are predominantly positive about nudging, they also express concerns about the pressure on their autonomy. These concerns are related to changing professionalism and regulatory pressures in healthcare.


Nienke Maria Huis in ’t Veld MSc
N.M. Huis in ’t Veld, MSc is alumna aan de Universiteit Utrecht, departement Bestuurs- en Organisatiewetenschap.

Rosanna Nagtegaal MSc
R. Nagtegaal, MSc is promovenda aan de Universiteit Utrecht, departement Bestuurs- en Organisatiewetenschap.

Prof. dr. Mirko Noordegraaf
Prof. dr. M. Noordegraaf is hoogleraar Publiek Management aan de Universiteit Utrecht, departement Bestuurs- en Organisatiewetenschap.
Artikel

De energietransitie: wie kunnen, willen en mogen er meedoen?

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 4 2020
Trefwoorden renewable energy policies, energy poverty, environmental justice, social resilience
Auteurs Dr. Sylvia Breukers, Dr. Susanne Agterbosch en Dr. Ruth Mourik
SamenvattingAuteursinformatie

    In this article we discuss the role and position of different types of low income households in Dutch renewable energy transition processes using the concept of energy poverty. We explore which benefits and/or (dis)advantages (unintentionally) result from energy policies and regulations. And to what extent the distribution of these (dis)advantages benefit the position of different types of households. To this end we present an analytical perspective that enables us to evaluate renewable energy transition policies and governance on procedural and distributional aspects: paying attention to issues of recognition, equity and justice. The perspective draws on ideas in environmental justice literature and on ideas in social resilience literature. Combining these ideas in a new analytical framework proved to be useful in articulating some major policy challenges in relation to energy poverty in the Netherlands today.


Dr. Sylvia Breukers
Dr. Sylvia Breukers is onderzoeker en partner bij Duneworks. www.duneworks.nl/team-nl/dr-sylvia-breukers/

Dr. Susanne Agterbosch
Dr. Susanne Agterbosch is plaatsvervangend directeur van het PON&Telos. https://hetpon.nl/wie-we-zijn/dr-susanne-agterbosch-2/

Dr. Ruth Mourik
Dr. Ruth Mourik is onderzoeker en partner bij Duneworks. www.duneworks.nl/team-nl/dr-ruth-mourik/
Artikel

Kleine teksten, grootse verwachtingen

De toename van eisen aan bestuurders in non-profitorganisaties

Tijdschrift Bestuurs­wetenschappen, Aflevering 4 2020
Auteurs Dr. Morris Oosterling en Prof. dr. Theo Camps
SamenvattingAuteursinformatie

    Changes in views on the management of non-profit organizations have implications for the role expected of administrators. This also has an important influence on the requirements placed on these administrators. In the Dutch context, it has not previously been investigated whether and how the requirements for administrators change, and to what extent this occurs in conjunction with changes in the views on the management of non-profit organizations. This is central to this study. By means of a content analysis, in which 363 recruitment texts from the period 1980-2010 were analyzed, the authors show that more and more divergent demands are made on administrators in non-profit organizations. With our study we also show that this accumulation is closely related to views on management. Regulators are advised to focus on optimizing requirements, rather than maximizing them. This allows for more targeted and more adequate recruitment. The study also shows that accountability has not previously been a specific requirement in recruitment texts, whereas this is desirable in the light of previous incidents. Our recommendation to supervisors is to pay more specific attention to this when drawing up job profiles. The relevance for practitioners is (a) that the study provides insight into the relationship between views on the management of non-profit organizations and the demands placed on directors by supervisors; (b) this also clarifies that there are or may be blind spots, as becomes clear with regard to accountability requirements; and finally (c) our study provides food for thought about the role of recruitment texts in the selection process, and whether the requirements set are really relevant to the organization.


Dr. Morris Oosterling
Dr. M. Oosterling is onderzoeker, adviseur en coach bij Aizen Wetenschap in Bedrijf en adviseur werving, selectie en onderwijs bij BeteoR, Mens en Organisatie. Hij promoveerde in juli 2019 in Tilburg op het proefschrift Op zoek naar leiderschap. De top in non-profit organisaties bezien vanuit selectie.

Prof. dr. Theo Camps
Prof. dr. T.W.A. Camps is geassocieerd consultant bij de Berenschot Groep BV en hoogleraar Organisatiekunde en Bestuurskunde aan de TIAS School for Business and Society.
Vrij artikel

Verantwoorden met gevoel

Taalkundige analyse van de impact van verantwoordingsrapporten in het openbaar bestuur

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 3 2020
Auteurs Prof. dr. Thomas Schillemans en Marija Aleksovska Msc
SamenvattingAuteursinformatie

    This paper analyzes the impact of linguistic characteristics of accountability reports on public sector organizations. It does so by analysing hundreds of accountability reports by four public sector bodies using the linguistic tool LIWC. The research question is: what linguistic characteristics of accountability reports are related to a bigger impact on the evaluated organization? The impact of three strategic choices is assessed. First of all, the impact of strategic positioning. Authors of texts can maintain a position of power in the choice of language (high clout) and speak top down to the recipient or they can take a more egalitarian, face to face, position. Secondly, authors can choose to use many complex linguistic phrasings, with causal reasoning for instance, or they can opt for simpler texts. Finally, the text can be littered with emotional, positive and negative, wordings or can be set in a neutral tone. Our analyses suggest that more emotional accountability reports are consistently related to a better reception and seem to have more impact. This has important consequences both theoretically and practically, which are discussed in the paper.


Prof. dr. Thomas Schillemans
Prof. dr. T. Schillemans is hoogleraar Bestuur en beleid aan de Universiteit Utrecht, Departement Bestuurs- en Organisatiewetenschap. Daarnaast is hij als co-decaan verbonden aan de Nederlandse School voor Openbaar Bestuur.

Marija Aleksovska Msc
M. Aleksovska, Msc is promovenda aan de Universiteit Utrecht, Departement Bestuurs- en Organisatiewetenschap.
Artikel

Access_open Ethics work for good participatory action research

Engaging in a commitment to epistemic justice

Tijdschrift Beleidsonderzoek Online, september 2020
Auteurs Tineke Abma
SamenvattingAuteursinformatie

    Participatory and responsive approaches to research strive to be democratic, inclusive and impactful. Participatory researchers share a commitment to epistemic justice and actively engage citizens and users as well as other stakeholders in the co-creation of knowledge for social change. While more and more researchers and policymakers feel attracted to these approaches in practice, the normative ideals of social inclusion and justice are sometimes hard to realize, because of established interests, power relations and system requirements. In this article I argue that participatory researchers and evaluators have a moral responsibility to do ‘ethics work’. This is more than just following ethical principles and codes of conduct. ‘Ethics work’ entails the labour and effort one puts into recognizing ethically salient aspects of situations, developing oneself as a reflexive practitioner, paying attention to emotions and relationships, collaboratively working out the right course of action and reflecting in the company of critical friends. In this article I present the theory and ethics of participatory approaches, illustrate ethical issues and ethics work related to collaboration, politics and power, and share lessons based on ten years of practice in the field of health and social well-being.

    Participatief actieonderzoek en responsieve evaluatie staan volop in de belangstelling bij beleidsmakers en onderzoekers. Dit type beleidsonderzoek en -evaluatie beoogt democratisch, inclusief én impactvol te zijn. Het gaat om onderzoek mét in plaats van óver mensen. En het is actiegericht: onderzoek wil bijdragen aan concrete oplossingen door met betrokkenen gezamenlijke (verbeter)acties te ontwikkelen in de praktijk, en daarop te reflecteren en van te leren. Dit alles met het oog op sociale inclusie. Het zijn mooie idealen, maar wat betekent dit in de alledaagse, vaak weerbarstige onderzoekspraktijk?

    Op 20 januari 2020 organiseerde prof. Abma daarover een symposium, getiteld ‘Responsive, Participatory Research: Past, Present and Future Perspectives’ (Vrije Universiteit, Amsterdam). De rode draad op het symposium was de vraag wat goed en ethisch verantwoord participatief onderzoek is, en wat dit vraagt van onderzoekers en beleidsmakers. Drie lezingen op deze conferentie zijn nadien omgewerkt tot essays om lezers van Beleidsonderzoek Online vanuit verschillende perspectieven beter kennis te laten maken met deze vorm van onderzoek:

    Prof. Weerman en haar team focussen in hun bijdrage op het zich in de praktijk ontwikkelende onderzoeksdesign en het inzetten van creatieve methoden om participatie te bevorderen. Ze gaan na welke kwaliteitscriteria aan participatief actieonderzoek worden gesteld en hechten daarbij met name aan eisen ten aanzien van participatie, samen leren en verschil maken (zie BoO juli 2021). Ze benadrukken het belang van creativiteit en flexibiliteit.

    Prof. Abma bespreekt in haar artikel de normatieve dimensies en de ethiek van participatief actieonderzoek (zie BoO september 2020). Ze illustreert met een voorbeeld uit de crisishulpverlening aan GGZ-cliënten dat participatief actieonderzoek niet slechts een methodisch-technische exercitie is, maar een sociaal-politiek proces waarbij bestaande machtsverhoudingen verschuiven om ruimte te geven aan nieuwe stemmen en kennis. Dit omvat het zien van en stilstaan bij ethisch saillante dilemma’s en morele reflectie.

    De bijdrage van prof. Cook (zie BoO februari 2021) gaat over de weerbarstige praktijk van participatief actieonderzoek. Het doel is samen leren en voorbij geijkte oplossingen komen. Zij laat zien dat dit uitdagend is voor professionals die geconfronteerd worden met burgers die feedback geven en vragen om het (deels) loslaten van vaststaande professionele kaders. Er ontstaat dan ongemak en onzekerheid, maar zo beoogt en laat Cook overtuigend zien, deze ‘mess’ (niet meer goed weten wat goed en nodig is) is productief om te komen tot hernieuwde inzichten en innovaties.

    (Introductietekst opgesteld door prof. T. Abma)


Tineke Abma
Tineke A. Abma is Professor Participation & Diversity Amsterdam University Medical Centres, Amsterdam, and Executive Director of Leyden Academy on Vitality and Ageing, Leiden.
Vrij artikel

Evalueren en leren van ICT-projecten

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 2 2020
Trefwoorden evaluation, evaluation methods, IT-projects, learning, content analysis
Auteurs Dr. Wouter Bronsgeest en Prof. dr. ir. Rex Arendsen
SamenvattingAuteursinformatie

    Governmental IT-projects regularly make the news due to issues about the quality of end results, planning or costs. The Elias report, which is based upon a Parliamentary Inquiry, recommends to evaluate more and learn from the outcomes of these evaluations. However, the report does not give guidance on how to evaluate. The question thus remains: what constitutes a good evaluation of governmental ICT-projects, and what characteristics should be addresses in evaluation research. After careful study of various scientific disciplines, the researchers developed an extensive reference model, including additional suggestions for defining methods, the evaluation process, and criteria on how to evaluate an evaluation. After using this reference model in a content-analytical document analysis, it became clear that many evaluation reports are not being shared with other professionals or practitioners, that reports often lack a specifically formulated research question, and that conclusions and additional reflections are limited. There is room for considerable improvement in the evaluation of ICT-projects.


Dr. Wouter Bronsgeest
Dr. W.L. Bronsgeest is verbonden aan het Center for eGovernment Studies (CFES) van de Universiteit Twente, en duovoorzitter van de Koninklijke Nederlandse Vereniging van ICT- en Informatieprofessionals (KNVI). Hij is tevens werkzaam als lid van het managementteam van de Directie IV van de Belastingdienst.

Prof. dr. ir. Rex Arendsen
Prof. dr. ir. R. Arendsen is als hoogleraar Maatschappelijke en historische context van belastingrecht verbonden aan de Universiteit Leiden. Hij is tevens werkzaam als adviseur bij het Centre for Tax Policy and Administration bij de OESO in Parijs.
Artikel

Het spel en de knikkers: ervaren rechtvaardigheid in vier lokale participatieprocessen

Tijdschrift Bestuurs­wetenschappen, Aflevering 2 2020
Auteurs Drs. Christine Bleijenberg, Dr. Reint Jan Renes, Prof. dr. Noëlle Aarts e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Designing and implementing participation processes that are perceived as meaningful by both municipalities and citizens requires insight into the assessment by participants. In this study the theory of experienced procedural justice is applied in the context of citizen participation. To gain insight into the importance of the outcome and the course of the process in the assessment by participants, the authors have used survey research to collect data from four different participation processes in a Dutch municipality (Delft). The results of this explorative study show that the respondents rate the participation processes in which they have participated as reasonably fair. There is a fair process effect when respondents experienced the process as fair and their confidence in the municipality increases, even if the outcome is unfavourable for them. For practitioners, this study shows that the dimensions of procedural justice, namely respect, having a voice and explanation, are guiding principles for the design and implementation of participation processes. There is still much to be achieved, especially when it comes to being given an explanation, so information about the decision-making process and accountability for the substantive choices that have been made. Finally, regular evaluation research is needed to set up participation processes that tie in with what participants think is important.


Drs. Christine Bleijenberg
Drs. C. Bleijenberg is als onderzoeker en docent verbonden aan het lectoraat Crossmediale Communicatie in het Publieke Domein van de Hogeschool Utrecht en als promovendus aan de Radboud Universiteit in Nijmegen.

Dr. Reint Jan Renes
Dr. R.J. Renes is lector Psychologie voor een Duurzame Stad aan het Amsterdams Kenniscentrum voor Maatschappelijke Innovatie van de Hogeschool van Amsterdam.

Prof. dr. Noëlle Aarts
Prof. dr. M.N.C. Aarts is hoogleraar Socio-Ecologische Interacties aan het Instituut for Science in Society (ISiS) van de Radboud Universiteit in Nijmegen.

Jonas Moons MSc
J. Moons MSc is als onderzoeker en docent verbonden aan het lectoraat Crossmediale Communicatie in het Publieke Domein van de Hogeschool Utrecht.
Artikel

Diversiteit en inclusie in verschillende typen kindercentra

Ervaringen van managers en medewerkers

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 2 2020
Trefwoorden Diversity, Inclusion, Privatization, Organizational climate, Childcare centers
Auteurs Drs. Willeke van der Werf, Dr. Pauline Slot, Prof. dr. Patrick Kenis e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Childcare centers are organizations that differ in structural and cultural characteristics. The present comparative case study examined how Dutch childcare centers match different organization types and related the identified organization types to the implementation of diversity and inclusion policy. Diversity and inclusion in organizations concerns climate-dimensions, such as providing equal opportunities, allowing influence on decision-making and stimulating professional development for all staff. Semi-structured interviews were conducted with 13 managers and 24 pedagogical practitioners in 13 childcare centers. Content-analysis of the interviews showed that employees in all centers experience equal opportunities, however the content and form of these opportunities differed according to the type of organization. Employees in childcare centers with a comparatively strong orientation on professional performance reported positive experiences with group-collaboration, team-professionalization and collective decision-making. Employees in childcare centers with a comparatively strong market orientation reported positive experiences with possibilities for individual development and autonomy in their daily work. The experiences of the employees match the differences in organizational climate as reported by the location managers, emphasizing either collaboration in teams or employees’ individual responsibility, depending on the type of organization.


Drs. Willeke van der Werf
Drs. Willeke van der Werf, promovendus, is werkzaam bij het departement Educatie en Pedagogiek van de Universiteit Utrecht. www.uu.nl/medewerkers/WMvanderWerf

Dr. Pauline Slot
Dr. Pauline Slot is universitair docent en onderzoeksprojectleider bij het departement Educatie en Pedagogiek van de Universiteit Utrecht. www.uu.nl/medewerkers/PLSlot

Prof. dr. Patrick Kenis
Prof. dr. Patrick Kenis is hoogleraar public governance aan Tilburg University, Tilburg School of Economics and Management. www.tilburguniversity.edu/nl/medewerkers/p-n-kenis

Prof. dr. Paul Leseman
Prof. dr. Paul Leseman is hoogleraar orthopedagogiek bij het departement Educatie en Pedagogiek van de Universiteit Utrecht. www.uu.nl/staff/PPMLeseman
Thema-artikel

De Frankfurter Schule en algoritmisch bestuur

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 1 2020
Trefwoorden algorithmic governance, enlightenment, Frankfurter Schule, public administration, technology critique
Auteurs Dr. Ringo Ossewaarde
SamenvattingAuteursinformatie

    The Frankfurter Schule offers an interesting intellectual orientation for critical public administration that seeks to unmask problematic political-administrative power structures. It compels public administration scholars to reflect on the policy processes and bureaucratic structures of a technological society, and the legitimizing or criticizing role of public administration scholars in this. A critical public administration that is inspired by the Frankfurter Schule does not accept existing processes and structures. On the contrary, it contests them and uncovers them as a critique of domination, repression, reification, one-dimensionality, bias, erotic deficit and lack of creativity. It is focussed on identifying alternative, more humanizing and democratizing, futures. In this essay the significance of the Frankfurter Schule for critical public administration in technological society is explored. The development of algorithmic governance serves as a case to illustrate critical analysis, to reveal the essence of the Frankfurter Schule, and to show some of its contemporary relevance for critical public administration. Algorithmic governance is portrayed as a type of governance that reinforces existing policy processes and bureaucratic structures of technological society, and is unmasked by critical public administration scholars as a force of reification.


Dr. Ringo Ossewaarde
Dr. Ringo Ossewaarde is als universitair hoofddocent Bestuur, Samenleving en Technologie verbonden aan de Universiteit Twente.
Toont 1 - 20 van 144 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.