Zoekresultaat: 7 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Rubriek Article x
Artikel

Access_open Hogere waardering voor gemengde wijk

Bewoners in Rotterdam Zuidwijk over de instroom en ingreep in hun veranderende wijk

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 3 2019
Trefwoorden Perception of neighbourhood change, Diversity, Belonging, Social mix, Social housing
Auteurs Dr. ir. André Ouwehand
SamenvattingAuteursinformatie

    This paper investigates the effects of neighbourhood change caused by the inflow of new residents in the still existing social rental stock in a post-World War II district next to the effects of the changing population as the result of urban restructuring. All residents, native Dutch and residents that belong to an ethnic minority, are critical about the occurring concentration of the latter in the existing rental housing stock. Loss of respectability and of shared norms and values of how to live in the neighbourhood play an important role in the critical stance of mostly older Dutch native residents. Residents with a migrant background criticize the concentration as a negative influence for their integration in Dutch society. Most residents support the idea of a mixed neighbourhood based on income and ethnicity. Restructuring by demolition of old social rental dwellings and new housing development for owner-occupiers is supported by most residents, based on the positive impact on the liveability. Urban restructuring has however not decreased the share of non-Dutch-native residents but it did bring more middle-class households. In the view of the residents these are ‘decent people’ as they have to work in daytime and do not linger at night in the streets.


Dr. ir. André Ouwehand
Dr. ir. André Ouwehand is gastonderzoeker OTB – Onderzoek voor de gebouwde omgeving aan de faculteit Bouwkunde van de Technische Universiteit Delft.
Artikel

Copingstrategieën bij onderwijsbestuur: over hoe onderwijsbestuurders complexe vraagstukken of dilemma’s waarderen en hanteren

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 3 2017
Trefwoorden School boards, School board governance, Coping strategies, Proactive coping, Secondary education
Auteurs Hoogleraar Edith Hooge en Alumnus Nancy Plasmans
SamenvattingAuteursinformatie

    This article is about how education administrators value complex issues or dilemmas they are confronted with in their governance practices, and which strategies they adopt to cope with them. Professional governance of school organisations was introduced gradually over the past fifteen years, and at the same time governance in education has gained in complexity and raises considerable risks, requiring more time, knowledge and expertise of education administrators. We draw on the theoretical perspective of coping to investigate the potential of education administrators to deal with the complexity, impediments and social and regulatory pressure in their daily practice. Our study consists of a comparative case study of six education administrators in secondary education. Their agency has been researched qualitatively with the help of the hierarchical model of coping strategies of Skinner and colleagues. The results show that the issues and dilemmas education administrators find most complex are about educational innovation and numbers of students enrolled. Education administrators value these issues or dilemmas hardly as threatening, and they adopt various proactive coping strategies to deal with them, such as information seeking or bargaining.


Hoogleraar Edith Hooge
Edith Hooge is hoogleraar onderwijsbestuur bij TIAS, Universiteit van Tilburg.

Alumnus Nancy Plasmans
Nancy Plasmans is alumnus van de TIAS Executive Master Management in Education en teamleider bij Heerbeeck International College, scholengroep voor voortgezet onderwijs Best-Oirschot.

    This paper analyses ministerial expertise of senior ministers and junior ministers (in Dutch: staatssecretarissen) who held office in the Netherlands between 1967 and 2015. Expertise is differentiated between two independent dimensions: technical knowledge with respect to the subject matter of the portfolio, and political knowledge and skills. Results indicate that both types of ministers have considerable political and technical expertise, but junior ministers have relatively and significantly more often technical expertise and senior ministers more often have political expertise. Furthermore, the complete outsider (lacking both technical and political skills) is a rather rare phenomenon in both types of ministers. Besides, although it follows from the watchdog junior minister theory that political expertise is needed to function effectively as a watchdog, there is not a significantly higher frequency of political expertise in the junior ministers when the junior minister and the senior minister are from different parties than when they are from the same party.


Astrid Elfferich
Astrid Elfferich is researchmasterstudent Political Science and Public Administration aan de Universiteit Leiden. Haar onderzoek betreft naast parlementaire geschiedenis intergenerationele rechtvaardigheid en daaraan gekoppelde politieke vraagstukken, zoals de opslag van nucleair afval en het vergrijzingsprobleem.
Artikel

Waarden borgen, praktijken innoveren

Hoe pilots bijdragen aan een andere kijk op waterveiligheid

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 4 2016
Trefwoorden Flood Risk Management, Pilot, Learning evaluation, Path dependency, Policy innovation
Auteurs Prof. dr. Arwin van Buuren en Gerald Jan Ellen Msc.
Samenvatting

    In The Netherlands an innovative water safety policy is under development: multi-layered safety. This innovation is a move from a preventive approach (levees) towards a risk approach. Mitigation of consequences for spatial measures and disaster management too are considered in reducing flood risks. The theory of path dependence teaches us that many technical, financial and institutional factors keep the current policy system in its equilibrium. This complicates policy innovations. This article contains a case study that explains how pilots contribute to a process of policy innovation. It concludes that enshrining results in the ‘home organizations’ and synchronizing pilots with running policy processes is essential. The pilots also show that policy renewal concerns a process of ‘muddling through intelligently’.


Prof. dr. Arwin van Buuren

Gerald Jan Ellen Msc.

    Internationaal stijgt de aandacht voor evidence-based policy (EBP); de term duikt steeds vaker op in het beleidsdiscours. Het empirisch onderzoek naar kennisgebruik en doorwerking van wetenschappelijk onderzoek is evenwel eerder gelimiteerd, al bestaat er consensus dat de doorwerking van sociaalwetenschappelijk onderzoek beperkt is. De vraag stelt zich of het recente EBP-discours hierin verandering kan brengen. Kan EBP leiden tot meer doorwerking van sociaalwetenschappelijk onderzoek, gelet op de inherente kenmerken van beleid en wetenschappelijk onderzoek die belangrijke obstakels blijken te vormen voor kennisgebruik en doorwerking? Kunnen we in Vlaanderen reeds spreken over een EBP? Wat verstaan beleidsmakers onder ‘evidence-based’? Is een EBP überhaupt mogelijk? Wat zijn de belangrijkste obstakels voor kennisgebruik volgens beleidsmakers en wat zijn de belangrijkste gebruiksverhogende factoren? In dit artikel wordt aan de hand van een literatuurstudie, een bevraging van (Vlaamse) beleidsmakers en een citaats- en inhoudsanalyse van Vlaamse parlementaire bronnen gepoogd een antwoord te bieden op deze vragen.


Valérie Smet
Dr. Valérie Smet werkt als wetenschappelijk onderzoeker bij het IRCP (Institute for international Research on Criminal Policy), een onderzoeksinstituut van de vakgroep Strafrecht en Criminologie (Universiteit Gent).
Article

Bepalende factoren voor een succesvolle bevoegdheidsoverdracht

Een analyse van de overheveling van landbouw naar het Vlaams Gewest n.a.v. de vijfde staatshervorming

Tijdschrift Res Publica, Aflevering 4 2010
Auteurs Dieter Vanhee en Annie Hondeghem
SamenvattingAuteursinformatie

    This paper analyzes the way the Flemish administration dealt with the competence transfer in the field of agriculture it experienced in 2001-2002. The main research question goes as follows: “Which factors have an impact on a successful competence transfer in the context of a state reform”. This research shows that the decision-making process has a negative impact on that success because of the difficulties the administration experiences with the translation of the vague political compromises in the law. On the other hand, there is evidence that the change management willingness and capacity of the ‘receiving’ Flemish and ‘losing’ federal administration have a positive influence on that success.


Dieter Vanhee
Dieter Vanhee (1981) is Licentiaat Politieke Wetenschappen (K.U.Leuven) en Master in de Beleidseconomie (K.U.Leuven). Hij werkt sinds 2008 als wetenschappelijk medewerker aan het Instituut voor de Overheid, een onderzoekseenheid van de K.U.Leuven. Daar werkt hij aan het project ‘Impact van de staatshervorming op de Vlaamse administratie (2007-2011)’. Dit onderzoeksproject kadert in een onderzoeksprogramma van het Steunpunt Bestuurlijke Organisatie Vlaanderen (SBOV).

Annie Hondeghem
Annie Hondeghem (1960) is hoogleraar aan het Instituut voor de Overheid (Faculteit Sociale Wetenschappen, K.U.Leuven). Ze is verantwoordelijk voor de permanente vorming van het Instituut voor de Overheid, ze coördineert de Leuvense afdeling van het Steunpunt Bestuurlijke Organisatie Vlaanderen en is programmadirecteur van het postgraduaat diversiteitsmanagement. Haar onderzoeksdomeinen zijn: personeelsmanagement bij de overheid, veranderingsmanagement en beleid inzake gelijke kansen.

    This article explains Belgium’s European policy regarding the CAP reforms of 1992 (MacSharry Reforms) and 2003 (Mid Term Review). It addresses the question whether this policy has changed and, if so, what the conditions of policy change are. We argue that Belgium has a two-track policy regarding the CAP reforms. The first track has a conservatist content, stating that Belgium is not in favour of the proposed reforms. The second track is a the more reformist one, given the untenability of the CAP in the light of the simultaneous global GATT, WTO and/or enlargement negotiations. It is argued that the political colour of the Agriculture Minister influences partly the first track, while the relative importance of the global negotiations over the CAP reform negotiations affects the second track. Moreover, we conclude that the involvement of the Flemish and Walloon Region has not led to a deadlock in the internal policy-making process in Belgium.


Tom Delreux
Aspirant van het FWO-Vlaanderen, Instituut voor Internationaal en Europees Beleid, Katholieke Universiteit Leuven.
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.