Zoekresultaat: 182 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Rubriek Article x
Thema-artikel

Van waterschappen naar ‘klimaatschappen’? Kansen en belemmeringen voor strategische herpositionering in tijden van crisis

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 4 2021
Trefwoorden water boards, climate crisis, strategic repositioning, integrated planning, mission mystique
Auteurs Margo van den Brink en Britta Restemeyer
SamenvattingAuteursinformatie

    Dutch water boards are commonly viewed as important player in making the Netherlands climate-proof, resonating in calls to transform water boards into ‘climate boards’. Upcoming legislative changes (i.e. the Environment and Planning Act) stress the importance of integrated approaches, emphasizing spatial quality and collaboration. Dutch water boards are therefore in a strategic repositioning process, in which the relation to the spatial planning domain stands central. The institutions’ adaptation process started already in the 1990s, yet the urgency of the current climate crisis makes it more pressing. However, strategic repositioning might be hampered due to the corona crisis. An acute crisis can absorb all attention and thereby impede a long-term transition. The question is, though, if this also applies to the water boards, as they do not have a primary responsibility in combatting Covid-19. Based on a framing analysis of strategic position papers and interviews with water board employees, we shed light on this repositioning process by identifying the water boards’ new ‘mission mystique’ and accompanying opportunities and dilemmas. We conclude that water boards remain rather cautious in living up to their new mission of a proactive partner in integrated planning; they could use their strong reputation as water authorities to act more courageous in climate-related spatial planning decisions.


Margo van den Brink
Dr. M.A. van den Brink is universitair hoofddocent Water en Ruimte aan de Faculteit Ruimtelijke Wetenschappen van de Rijksuniversiteit Groningen.

Britta Restemeyer
Dr. B. Restemeyer is postdoc-onderzoeker aan de Faculteit Ruimtelijke Wetenschappen van de Rijksuniversiteit Groningen.

    Dutch social policies are aimed at the integration and participation of all people. This creates challenges for persons with a mental vulnerability and their neighbourhoods. Five municipalities in the province of Flevoland asked us to help them improve the move from protected living to living in the neighbourhood. We used an arts-based participatory action research design and we followed ‘hot topics’, topics that sparked people’s energy and emotion, and which led to empowerment and participation. Focusing on these topics, which initially might not seem to be closely connected to the main research topic, might produce more information, and energy to take action on it, rather than rigidly sticking with the initial research topics. In this article, we focus on the first phases of the project. The emotions that people with mental vulnerabilities expressed when talking about their dogs, led us to the core of what really mattered to them in terms of inclusive living and participation. The dog functioned as an unexpected ‘hot topic’. In a symbolic sense, ‘the dog’ stands for a diverse range of lifeworld topics that can act as a creative catalyst for social change.

    Vooraf

    Participatief actieonderzoek en responsieve evaluatie staan volop in de belangstelling bij beleidsmakers en onderzoekers. Dit type beleidsonderzoek en -evaluatie beoogt democratisch, inclusief én impactvol te zijn. Het gaat om onderzoek mét in plaats van óver mensen. En het is actiegericht: onderzoek wil bijdragen aan concrete oplossingen door met betrokkenen gezamenlijke (verbeter)acties te ontwikkelen in de praktijk, en daarop te reflecteren en van te leren. Dit alles met het oog op sociale inclusie. Het zijn mooie idealen, maar wat betekent dit in de alledaagse, vaak weerbarstige onderzoekspraktijk?

    Op 20 januari 2020 organiseerde prof. Abma daarover een symposium, getiteld ‘Responsive, Participatory Research: Past, Present and Future Perspectives’ (Vrije Universiteit, Amsterdam). De rode draad op het symposium was de vraag wat goed en ethisch verantwoord participatief onderzoek is, en wat dit vraagt van onderzoekers en beleidsmakers. Drie lezingen op deze conferentie zijn nadien omgewerkt tot essays om lezers van Beleidsonderzoek Online vanuit verschillende perspectieven beter kennis te laten maken met deze vorm van onderzoek:

    Prof. Weerman en haar team focussen in hun bijdrage op het zich in de praktijk ontwikkelende onderzoeksdesign en het inzetten van creatieve methoden om participatie te bevorderen. Ze gaan na welke kwaliteitscriteria aan participatief actieonderzoek worden gesteld en hechten daarbij met name aan eisen ten aanzien van participatie, samen leren en verschil maken (zie BoO juli 2021). Ze benadrukken het belang van creativiteit en flexibiliteit.

    Prof. Abma bespreekt in haar artikel de normatieve dimensies en de ethiek van participatief actieonderzoek (zie BoO september 2020). Ze illustreert met een voorbeeld uit de crisishulpverlening aan GGZ-cliënten dat participatief actieonderzoek niet slechts een methodisch-technische exercitie is, maar een sociaal-politiek proces waarbij bestaande machtsverhoudingen verschuiven om ruimte te geven aan nieuwe stemmen en kennis. Dit omvat het zien van en stilstaan bij ethisch saillante dilemma’s en morele reflectie.

    De bijdrage van prof. Cook (zie BoO februari 2021) gaat over de weerbarstige praktijk van participatief actieonderzoek. Het doel is samen leren en voorbij geijkte oplossingen komen. Zij laat zien dat dit uitdagend is voor professionals die geconfronteerd worden met burgers die feedback geven en vragen om het (deels) loslaten van vaststaande professionele kaders. Er ontstaat dan ongemak en onzekerheid, maar zo beoogt en laat Cook overtuigend zien, deze ‘mess’ (niet meer goed weten wat goed en nodig is) is productief om te komen tot hernieuwde inzichten en innovaties.

    (Introductietekst opgesteld door prof. T. Abma)


Alie Weerman
Alie Weerman is professor of Mental Health and Society at Windesheim University of Applied Sciences. Her PhD focused on the use of experiential knowledge of professional social workers and caretakers. She practices Participatory Health Research in several organizations in healthcare and social work. She always uses experiential knowledge as a valuable ‘third source of knowledge’ in the process and results of studies.

Rosalie Metze
Rosalie Metze is associate professor of Mental Health and Society at Windesheim University of Applied Sciences. Her expertise lies in topics such as outreach work, experiential knowledge, self-efficacy, and strengthening the voice of those less heard. Her goal is to always work according to the PAR principles, and gain the necessary acknowledgement for this type of research.

    Since 2003, decentralized audit offices in the Netherlands have been authorized to investigate the regularity of the administration conducted. The definition of ‘regularity’ and the scope of the regularity investigation is not described in the law or in the literature. In this article, a regularity investigation is defined as ‘testing whether the administration has complied with applicable law’. That applicable law consists of written and unwritten rules of law, and case law. Audit offices examine regularity less often than efficiency and effectiveness. However, they have started researching it more often than in the past, according to this article. Of the administrative audit office reports in 2019, 42% contained a regularity finding, conclusion or recommendation. Accountants also investigate the regularity. They do this in the context of the annual audit and limit themselves to financial regularity. The regularity audit carried out by decentralized audit offices is broader. In addition to written legal rules, it also focuses on unwritten legal rules and case law, it is not limited to financial subjects and the investigation period can be longer than one reporting year. The findings and conclusions of the audit offices regarding the lawful unlawful actions of the administration concern the consequences for citizens and companies and the consequences for the efficiency and effectiveness of the administration’s actions.


Arjan Kok
Mr. drs. A. Kok RA is sinds 2004 werkzaam bij de Rekenkamer Metropool Amsterdam, is medeauteur van de Handreiking juridische vraagstukken van de NVRR (juli 2020) en doceert het onderdeel rechtmatigheidsonderzoek binnen de postacademische cursus Rekenkameronderzoek (Erasmus Universiteit Rotterdam).

    In the more than 15 years that decentralized audit offices have existed in the Netherlands, little attention has been paid to the research methods they use. This article focuses on how the research methods used by decentralized audit offices have developed and to what extent they use new technology. New technology has changed a lot in 15 years, which offers new possibilities for research, but also raises new questions. Based on an empirical analysis of audit reports, it can be concluded that decentralized audit offices adopt a standard approach to document and file analysis and interviews, with only limited application of innovative technology. On the basis of a theoretical exploration of the relevant literature and a simple qualitative analysis of research by the Netherlands Court of Audit and the Rathenau Institute, a framework has been developed in which the opportunities and risks of the application of new technology in decentralized audit office research are described. This can provide a handle for future application. Decentralized audit offices can use this for (more) reflection on their research methods and innovation, in order to develop to maturity while remaining young.


Ard Schilder
Dr. N.A.C. Schilder is directeur-bestuurder van de Zuidelijke Rekenkamer.

Isabelle Fest
I. Fest MA is promovendus bij de Universiteit Utrecht, waar zij onderzoek uitvoert naar de toepassing van algoritmen bij de Nationale Politie.

Erik Schurer
E. Schurer MSc is als onderzoeker verbonden aan de Zuidelijke Rekenkamer.
Thema-artikel

Over inwoners en vliegtuigen, of waarom ‘survivor-bias’ in de overheid relevanter is dan ooit

Praktijkreflectie op ‘Waarom burgers coproducent willen zijn’ (2013)

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 2 2021
Trefwoorden Participatie, Ongelijkheid, Overlevingsbias, Citizen Science, Coproductie
Auteurs Jeroen Langeslag
Auteursinformatie

Jeroen Langeslag
J.B. Langeslag, MSc is projectleider bij de gemeente Rotterdam.
Thema-artikel

Continue kentering in politiek en bestuur

Praktijkreflectie op ‘Pacificatie en polarisatie’ (2008)

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 2 2021
Auteurs Annemarth Idenburg
Auteursinformatie

Annemarth Idenburg
Dr. ir. A.M. Idenburg is sinds mei 2019 directeur van Trendbureau Overijssel. In september 2008 werd ze wetenschappelijk medewerker bij de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid.
Thema-artikel

Waarom burgers coproducent willen zijn

Een theoretisch model om de motivaties van coproducerende burgers te verklaren

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 2 2021
Auteurs Carola van Eijk en Trui Steen
Auteursinformatie

Carola van Eijk
Ten tijde van publicatie werkte C.J.A. van Eijk MSc. (research) als promovenda bij het Instituut Bestuurskunde, Universiteit Leiden.

Trui Steen
Dr. T.P.S. Steen was universitair hoofddocent bij het Instituut Bestuurskunde, Universiteit Leiden en bij KU Leuven Instituut voor de Overheid.
Artikel

Gemeentelijke bestuurskracht in de energietransitie

Het operationaliseren en kwantificeren van een ongrijpbaar begrip

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 1 2021
Trefwoorden governing capacity, local energy policy, sustainability, climate governance
Auteurs Rick de Vries MSc, Dr. Kees Vringer en Dr. ir. Hans Visser
SamenvattingAuteursinformatie

    Municipalities play an important role in the Dutch energy transition. Therefore, they are expected to deal both sufficiently and timely with their tasks. The question is whether they have the capacity to do so (governing capacity). This study aims to assess whether improving governing capacity can be used to improve the policy performance. We operationalized governing capacity and built a model to assess the relation between several conditions for governing capacity and policy performance for three domains of the energy transition: built environment, mobility and renewables. We found no direct relationship between perceived governing capacity and energy transition policy output. However, we found relationships between conditions for governing capacity, and the policy output. About 25 percent of the total variance in policy performance could be attributed to population size. This percentage levels up to 55 to 60 percent if the motivation of the local administration, cooperation between municipalities and other governmental organisations and the participation of citizens and businesses are also taken into account. This contradicts the idea that enlarging municipalities is the most important way to achieve a higher policy performance.


Rick de Vries MSc
Rick de Vries MSc is onderzoeksmedewerker bij het Planbureau voor de Leefomgeving.

Dr. Kees Vringer
Dr. Kees Vringer is senior onderzoeker bij het Planbureau voor de Leefomgeving.

Dr. ir. Hans Visser
Dr. ir. Hans Visser is senior onderzoeker statistische analyses bij het Planbureau voor de Leefomgeving.
Thema-artikel

Op zoek naar een verbeeldend utilisme

Besluitvormingsinstrumenten voor bestuurders en burgers bij beeldbepalende projecten

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 1 2021
Trefwoorden Iconic projects, Utilitarianism, Imagination, Cost-Benefit Analysis, Participatory Value Evaluation
Auteurs Dr. mr. Niek Mouter en Dr. Peter Pelzer
SamenvattingAuteursinformatie

    Sometimes dreams become reality, but there are also many examples in which manic ideas for image-defining projects turn into fiascos. How do you find the right balance in the planning and decision-making of image-defining projects between taming manic mechanisms that cause these projects to fail and unleashing manic mechanisms that are necessary to make these projects happen? This article attempts to answer this question by exploring how the taming of mania (through welfare-economic analysis) and the unleashing of vision and ambition (through imagination) can be combined in a better way. We call this a search for an ‘imaginative utilitarianism’ and draw up three preconditions under which this approach can work: (1) more attention to incremental and less grotesque projects, (2) a different appreciation and historiography that places individuals less centrally and also appreciates what has not been built, and (3) a stronger interweaving between the design process and a welfare-economic approach.


Dr. mr. Niek Mouter
Dr. mr. N. Mouter is verbonden aan Faculteit Technische Bestuurskunde en Management van de Technische Universiteit Delft.

Dr. Peter Pelzer
Dr. P. Pelzer is verbonden aan de Urban Futures Studio en de afdeling Human Geography and Spatial Planning van de Faculteit Geowetenschappen van de Universiteit Utrecht.
Vrij artikel

Weerbarstige lokale inpassing van geo-energieprojecten

‘Localism’ en ‘soft power’ als handelingsperspectief voor gemeenten?

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 1 2021
Trefwoorden subsoil interventions, network management, Localism, Participation
Auteurs Dr. ir. Geert Roovers en Dr. Mike Duijn
SamenvattingAuteursinformatie

    Subsoil interventions in the Netherlands are crucial elements in the transition to a sustainable energy future. These subsoil interventions concern reduction of fossil energy mining, extraction of thermal energy, energy storage and CSS storage. These geo projects cause tensions. Planning under the mining law leads to local resistance, debate and often delay or cancelling of initiatives. The central characteristics of this planning are an important cause. As the transition to sustainable energy asks for more interventions in the subsoil, these tensions get problematic, and hinder the transition. In this article we investigate this problematic nature of planning under the mining law. In examples we show the problems, and accordingly we analyse them. We explore a more prominent role of local actors, using localism and soft power. With this article we want contribute to national and international discussions about the planning and governance of subsoil initiatives and strengthening of local involvement in these.


Dr. ir. Geert Roovers
Dr. ir. G. Roovers is lector Bodem en ondergrond aan de Saxion hogeschool en senior adviseur bij Antea Group.

Dr. Mike Duijn
Dr. M. Duijn is senior onderzoeker en managing director GovernEUR, Erasmus Universiteit Rotterdam.
Thema-artikel

Access_open Bestuurlijke manie bij prestigeprojecten: van maquette naar mislukking

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 1 2021
Trefwoorden managerial mania, prestigious projects, behavioural public administration, mega projects, checks and balances
Auteurs Dr. Wouter Jan Verheul en Dr. Meike Bokhorst
SamenvattingAuteursinformatie

    Prestigious urban projects demonstrate many insights in the functioning of public administration. Especially, prestigious urban projects can teach us about what we call ‘managerial mania’. Following the perspective of behavioural public administration, this article observes significant characteristics of managerial mania, such as elated behaviour, an exaggerated positive self-image, infectious enthusiasm, selective argumentation, tunnel vision, and an unsubstantiated faith that plans will succeed. As a consequence of managerial mania, prestigious projects are at risk of cost overruns, project fiascos, or underdelivering the expected outcomes promised by politicians or top-level managers. This article explores the phenomenon of managerial mania based on examples of large and controversial urban projects. Furthermore, this article describes and analyses the symptoms of managerial mania, its implications, and its mechanisms. Finally, the authors suggest some means of restraining the most extreme forms of managerial mania.


Dr. Wouter Jan Verheul
Dr. W.J. Verheul is als universitair docent en onderzoeker verbonden aan de afdeling Urban Development Management van de Technische Universiteit Delft en is daarnaast zelfstandig adviseur te Rotterdam.

Dr. Meike Bokhorst
Dr. A.M. Bokhorst is senior onderzoeker bij de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) en is tevens verbonden aan de Universiteit Utrecht.

    Participatory research is increasingly being perceived as a democratic and transformative approach to social situations by both academics and policymakers. The article reflects on what it means to do participatory research, what it contributes to broader knowledge building, and why mess may not only need to be present in participatory research but encouraged. The purposes of participation and mess as nourishment for critical enquiry and more radical learning opportunities are considered and illuminated using case study material from the Family Based Positive Support Project.

    Vooraf

    Participatief actieonderzoek en responsieve evaluatie staan volop in de belangstelling bij beleidsmakers en onderzoekers. Dit type beleidsonderzoek en -evaluatie beoogt democratisch, inclusief én impactvol te zijn. Het gaat om onderzoek mét in plaats van óver mensen. En het is actiegericht: onderzoek wil bijdragen aan concrete oplossingen door met betrokkenen gezamenlijke (verbeter)acties te ontwikkelen in de praktijk, en daarop te reflecteren en van te leren. Dit alles met het oog op sociale inclusie. Het zijn mooie idealen, maar wat betekent dit in de alledaagse, vaak weerbarstige onderzoekspraktijk?

    Op 20 januari 2020 organiseerde prof. Abma daarover een symposium, getiteld ‘Responsive, Participatory Research: Past, Present and Future Perspectives’ (Vrije Universiteit, Amsterdam). De rode draad op het symposium was de vraag wat goed en ethisch verantwoord participatief onderzoek is, en wat dit vraagt van onderzoekers en beleidsmakers. Drie lezingen op deze conferentie zijn nadien omgewerkt tot essays om lezers van Beleidsonderzoek Online vanuit verschillende perspectieven beter kennis te laten maken met deze vorm van onderzoek:

    Prof. Weerman en haar team focussen in hun bijdrage op het zich in de praktijk ontwikkelende onderzoeksdesign en het inzetten van creatieve methoden om participatie te bevorderen. Ze gaan na welke kwaliteitscriteria aan participatief actieonderzoek worden gesteld en hechten daarbij met name aan eisen ten aanzien van participatie, samen leren en verschil maken (zie BoO juli 2021). Ze benadrukken het belang van creativiteit en flexibiliteit.

    Prof. Abma bespreekt in haar artikel de normatieve dimensies en de ethiek van participatief actieonderzoek (zie BoO september 2020). Ze illustreert met een voorbeeld uit de crisishulpverlening aan GGZ-cliënten dat participatief actieonderzoek niet slechts een methodisch-technische exercitie is, maar een sociaal-politiek proces waarbij bestaande machtsverhoudingen verschuiven om ruimte te geven aan nieuwe stemmen en kennis. Dit omvat het zien van en stilstaan bij ethisch saillante dilemma’s en morele reflectie.

    De bijdrage van prof. Cook (zie BoO februari 2021) gaat over de weerbarstige praktijk van participatief actieonderzoek. Het doel is samen leren en voorbij geijkte oplossingen komen. Zij laat zien dat dit uitdagend is voor professionals die geconfronteerd worden met burgers die feedback geven en vragen om het (deels) loslaten van vaststaande professionele kaders. Er ontstaat dan ongemak en onzekerheid, maar zo beoogt en laat Cook overtuigend zien, deze ‘mess’ (niet meer goed weten wat goed en nodig is) is productief om te komen tot hernieuwde inzichten en innovaties.

    (Introductietekst opgesteld door prof. T. Abma)


Tina Cook
Tina Cook is a professor of education at Liverpool Hope University. At the core of her work is a focus on inclusive practice in research and evaluation. She is an executive committee member of the ICPHR, an editor of the International Journal of Educational Action Research, and a founder member of the UK Participatory Research Network. Her own research focus is with people with learning disabilities and people with cognitive impairment.
Artikel

Access_open Een ontspannen perspectief op residentiële segregatie

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 4 2020
Trefwoorden residential segregation, Framing, welfare regimes, structural factors, individual preferences
Auteurs Prof. dr. Sako Musterd
SamenvattingAuteursinformatie

    In the Netherlands and surrounding countries, there is reason to ask the question whether levels of segregation according to country of origin (mainly non-western) and in terms of socioeconomic position (mainly social arrears) are sufficiently high to legitimate anti-segregation policy. When will segregation become problematic? If segregation is regarded a problem, what, then, would be the best remedy? Spatial intervention? Or broader societal intervention? In this article developments and mechanisms will be discussed that lead to segregation; also political views on segregation and the framing of segregation will be scrutinized. A confrontation of knowledge, insights, visions, and framings offers material for new perspectives on residential segregation and is reason to argue for a more relaxed attitude towards segregation. We should acknowledge that the process of matching households to residential environments results in some – generally unproblematic – segregation. Only if segregation causes problems that pass certain intensity and/or a certain spatial range, non-spatial or spatial interventions are becoming a necessity. Levels of segregation are relatively moderate still. We ought to be more aware of the fact that strong negative framing actually stimulates segregation, social exclusion, division, discrimination, marginalisation, stigmatisation, fear, estrangement, and the development of first- and second-rate citizens.


Prof. dr. Sako Musterd
Prof. dr. Sako Musterd is hoogleraar stadsgeografie aan het Centre for Urban Studies, Universiteit van Amsterdam. www.uva.nl/profiel/s.musterd
Artikel

De energietransitie: wie kunnen, willen en mogen er meedoen?

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 4 2020
Trefwoorden renewable energy policies, energy poverty, environmental justice, social resilience
Auteurs Dr. Sylvia Breukers, Dr. Susanne Agterbosch en Dr. Ruth Mourik
SamenvattingAuteursinformatie

    In this article we discuss the role and position of different types of low income households in Dutch renewable energy transition processes using the concept of energy poverty. We explore which benefits and/or (dis)advantages (unintentionally) result from energy policies and regulations. And to what extent the distribution of these (dis)advantages benefit the position of different types of households. To this end we present an analytical perspective that enables us to evaluate renewable energy transition policies and governance on procedural and distributional aspects: paying attention to issues of recognition, equity and justice. The perspective draws on ideas in environmental justice literature and on ideas in social resilience literature. Combining these ideas in a new analytical framework proved to be useful in articulating some major policy challenges in relation to energy poverty in the Netherlands today.


Dr. Sylvia Breukers
Dr. Sylvia Breukers is onderzoeker en partner bij Duneworks. www.duneworks.nl/team-nl/dr-sylvia-breukers/

Dr. Susanne Agterbosch
Dr. Susanne Agterbosch is plaatsvervangend directeur van het PON&Telos. https://hetpon.nl/wie-we-zijn/dr-susanne-agterbosch-2/

Dr. Ruth Mourik
Dr. Ruth Mourik is onderzoeker en partner bij Duneworks. www.duneworks.nl/team-nl/dr-ruth-mourik/
Artikel

Access_open Inzet op omgevingsbewust en kwaliteitsbewust werken in beleidsonderzoek

Illustraties uit de lerende evaluatie van het Natuurpact van het Planbureau voor de Leefomgeving

Tijdschrift Beleidsonderzoek Online, november 2020
Auteurs Eva Kunseler, Lisa Verwoerd en Femke Verwest
SamenvattingAuteursinformatie

    Een reflexieve kijk op beleidsonderzoek gaat uit van continue dynamiek tussen kennisontwikkeling en beleids- en uitvoeringspraktijken. Beleidsonderzoekers zoeken naar houvast om gedegen en relevant onderzoek te blijven doen, onderwijl inspelend op onzekerheden, onvoorspelbaarheid en kritische geluiden die kenmerkend zijn voor de huidige kennissamenleving. Via omgevingsbewust werken kunnen zij hun onderzoeksaanpak leren afstemmen op de kenmerken en maatschappelijke context van beleidsdossiers. Via kwaliteitsbewust werken kunnen zij leren inspelen op de verwachtingen rondom een bepaalde expertrol en onderzoeksaanpak binnen de eigen contexten van onafhankelijkheid en wetenschappelijke verantwoording.
    Aan de hand van een casus – de lerende evaluatie van het Natuurpact, een innovatieve evaluatiestudie bij het Planbureau voor de Leefomgeving – laten we zien hoe een reflexieve aanpak helpt om onderzoek in de nabijheid van de dynamische beleidspraktijk uit te voeren. Doordat deze aanpak buiten de comfortzone van onderzoekers ligt, is omgevingsbewust en kwaliteitsbewust werken voor onderzoekers geen vanzelfsprekendheid. We roepen beleidsonderzoekers zelf, de organisaties waar ze werkzaam zijn en beleidsmedewerkers op om hun reflexieve vaardigheden verder te ontwikkelen via het inrichten van lerende processen, effectieve kennisdeling via Communities of Practice en leerwerktrajecten, en open en adaptieve kennis-beleidsarrangementen.


Eva Kunseler
Eva Kunseler is wetenschappelijk medewerker bij het Planbureau voor de Leefomgeving.

Lisa Verwoerd
Lisa Verwoerd is wetenschappelijk medewerker bij het Planbureau voor de Leefomgeving en onderzoeker bij het Athena Instituut, Vrije Universiteit Amsterdam.

Femke Verwest
Femke Verwest is plaatsvervangend sectorhoofd Natuur en Landelijk Gebied bij het Planbureau voor de Leefomgeving.

    This article is about how the number of downfalls of aldermen can be controlled or reduced. Behind this main question are two sub-questions: should the alderman, who is now filling his office increasingly professionally, professionalize even more? Or should the alderman take a pause for reflection by thinking about how to hold the office in a more politicizing way, so that it remains accessible to untrained administrators? The answers to these questions are based on the research conducted on the downfalls of aldermen in four consecutive board periods from 2002 to 2018 in the Netherlands. The investigation shows that, for at least half of the downfalls, the alderman directly influenced his fall through his own behaviour or omissions. Better preparation, sharper selection and more professional implementation and guidance during the aldermanship is desirable to reduce the large number of downfalls that are detrimental to the image, role and position of the office of alderman. At the same time, more professionalization of the office because of the desire for efficient and effective implementation, as well as simultaneous decentralization and regionalization, is turning the alderman more and more into a manager. That could mean the end of political aldermanship. The relevance for practitioners is that this article shows that (a) the early departure and the political downfall of aldermen in the period 2002-2018 shows a stable pattern; (b) for at least half of the downfalls the alderman fall through his own behaviour or neglect of influence; (c) better preparation, sharper selection and more professionalization may limit the number of political downfalls of aldermen.


Mr. Henk Bouwmans MPM
Mr. H.M.J. Bouwmans MPM is directeur van de Nederlandse Vereniging voor Raadsleden (NVvR) en zelfstandig onderzoeker en publicist voor De Collegetafel.
Thema-artikel

Samen wonen om te integreren

Hoe gemengde woonprojecten interactie stimuleren tussen vluchtelingen en Nederlandse bewoners

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 3 2020
Trefwoorden refugees, integration, mixed housing projects, collaborative housing, social connections
Auteurs Carla Huisman MSc en Dr. Darinka Czischke
SamenvattingAuteursinformatie

    The integration of refugees in the Netherlands has been suboptimal for years. After receiving a residence permit, refugees are distributed across the country and dispersed over neighborhoods. However, since the 2015 refugee crisis, the municipality of Amsterdam has adopted a different approach. Here, refugees that have been granted residence live together with Dutch young adults in projects where they share facilities and play a role in managing the project. To what extent can such mixed housing projects help the integration of refugees? The Startblok Riekerhaven, which was the first project, was studied for a year with qualitative research. The findings show that mixed housing projects can stimulate the formation of social connections. In this way they can contribute to the integration of refugees in the Netherlands. Given the suboptimal results of the current dispersal policy, this is relevant for science and policy.


Carla Huisman MSc
C.J. Huisman, MSc is postdoctoraal onderzoeker bij de afdeling MBE van de Faculteit Bouwkunde van de Technische Universiteit Delft. Ze doet onderzoek naar sociale ongelijkheid en maakt deel uit van de Co-Lab onderzoeksgroep.

Dr. Darinka Czischke
Dr. D. Czischke is universitair hoofddocent bij de afdeling MBE van de Faculteit Bouwkunde van de Technische Universiteit Delft en hoofd van de Co-Lab onderzoeksgroep, die zich richt op collectieve woonvormen.
Thema-artikel

Niet toegeven maar teruggeven bij protest

Effecten van beleid bij vestiging van een asielzoekerscentrum in Utrecht

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 3 2020
Trefwoorden asylum seeker centres, local opposition, policy effects, inter-group contact, Utrecht
Auteurs Dr. Rianne Dekker, Dr. Karin Geuijen en Dr. Caroline Oliver
SamenvattingAuteursinformatie

    The refugee crisis of 2015-2016 prompted European governments to quickly institute new asylum seeker centres. Often however, plans for opening new reception centres are met with protest in surrounding localities. Gaining public support for new ASCs has become a pressing governance issue facing local governments. This research looks at whether a policy strategy of ‘giving back’ to the neighbourhood rather than ‘giving in’ to the demands of protesters can minimise local opposition and alleviate negative attitudes . A door-to-door survey of N = 511 neighbourhood residents is combined with semi-structured interview data of N = 31 neighbourhood residents. We find that attitudes were already neutral to fairly positive shortly after the centre opened and fears of nuisance and crime did not materialise. Those who became involved in the ASCs’ courses and activities are a small and selective group who were already fairly accepting of the centre. Contact between asylum seekers and neighbours developing within and beyond the ASC was valued but did not develop into stronger ties due to frequent moves of asylum seekers and early closure of the ASC.


Dr. Rianne Dekker
Dr. R. Dekker is universitair docent en onderzoeker bij het departement Bestuurs- en Organisatiewetenschap van de Universiteit Utrecht. Zij doet onderzoek naar de invloed van nieuwe media in verschillende beleidsterreinen waaronder integratie en veiligheid.

Dr. Karin Geuijen
Dr. K. Geuijen is universitair docent en onderzoeker bij het departement Bestuurs- en Organisatiewetenschap van de Universiteit Utrecht. Zij doet onderzoek naar multi-sector en multi-level governance, voornamelijk op het terrein van asielmigratie.

Dr. Caroline Oliver
Dr. C. Oliver is universitair hoofddocent aan het Institute of Education van University College London. Zij doet onderzoek naar de gevolgen van migratiebeleid en instituties voor sociale rechtvaardigheid.
Thema-artikel

Access_open Decentraliseren en experimenteren

De ontwikkeling van sociaal beleid voor asielmigranten door gemeenten

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 3 2020
Trefwoorden decentralization, migrant integration, social contact, mainstreaming, living labs
Auteurs Dr. Rianne Dekker en Dr. Meike Bokhorst
SamenvattingAuteursinformatie

    After the European refugee crisis of 2015-2016, many Dutch municipalities took initiative in (re)shaping policies of asylum seeker reception and refugee integration in their own ways. We are witnessing a ‘local turn’ of integration policies with decentralization of responsibilities to the local level of governance. Besides civic integration and socioeconomic integration, social integration of asylum seekers and refugees has been a concern as these groups are often housed in superdiverse and vulnerable neighborhoods. How can municipalities best address the specific problems in their cities? This editorial introduces the four articles that are part of this special issue. We discuss three overarching topics. First, we argue that aside from targeting specific groups and issues, cities should develop mainstreamed policies and provisions to be able to handle future fluctuations and changes in their populations. Second, we observe that in policies aimed at enhancing inter-group contact, earlier immigrant groups are often overlooked. They can play a bridging role in establishing social connections. Third, we highlight the role of urban experiments and living labs in transfer and upscaling of innovative policies.


Dr. Rianne Dekker
Dr. R. Dekker is universitair docent en onderzoeker bij het departement Bestuurs- en Organisatiewetenschap van de Universiteit Utrecht. Zij doet onderzoek naar de invloed van nieuwe media in verschillende beleidsterreinen waaronder integratie en veiligheid.

Dr. Meike Bokhorst
Dr. A.M. Bokhorst is senior wetenschappelijk medewerker bij de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid en onderzoeker bij de Universiteit Utrecht. Zij is als projectcoördinator migratiediversiteit en auteur betrokken bij WRR-publicaties over de immigratiesamenleving.
Thema-artikel

Van diversiteitsagenda’s tot participatietrajecten

Een vergelijking van lokaal vluchtelingenbeleid in zestien Nederlandse gemeenten

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 3 2020
Trefwoorden local governance, decentralization, refugees, immigrant integration, mainstreaming
Auteurs Ilona van Breugel MSc
SamenvattingAuteursinformatie

    This article describes the main trends in refugee policies in sixteen Dutch cities, offering an overview of the local approaches to the reception, housing and integration of refugees that the cities rapidly had to develop in response to the increased refugee inflow in 2015. In contrast to other studies that often focus on capital and gateway cities, this article illustrates the variety of local approaches to migration diversity and refugee integration. By illustrating the different positions municipalities take, the article shows the local power to innovate. In this article clusters of cities with comparable approaches to refugee policies are identified to aid cooperation and knowledge exchange between cities, in which the big cities are not necessarily always the relevant partners.


Ilona van Breugel MSc
I. van Breugel, MSc is postdoctoraal onderzoeker bij het departement Bestuurskunde en Sociologie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en docent bij de opleiding Ruimtelijke Ontwikkeling aan de Hogeschool Rotterdam. Zij doet onderzoek naar (lokaal) integratiebeleid.
Toont 1 - 20 van 182 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9 10
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.