Zoekresultaat: 26 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Rubriek Article x
Artikel

Access_open Inzet op omgevingsbewust en kwaliteitsbewust werken in beleidsonderzoek

Illustraties uit de lerende evaluatie van het Natuurpact van het Planbureau voor de Leefomgeving

Tijdschrift Beleidsonderzoek Online, november 2020
Auteurs Eva Kunseler, Lisa Verwoerd en Femke Verwest
SamenvattingAuteursinformatie

    Een reflexieve kijk op beleidsonderzoek gaat uit van continue dynamiek tussen kennisontwikkeling en beleids- en uitvoeringspraktijken. Beleidsonderzoekers zoeken naar houvast om gedegen en relevant onderzoek te blijven doen, onderwijl inspelend op onzekerheden, onvoorspelbaarheid en kritische geluiden die kenmerkend zijn voor de huidige kennissamenleving. Via omgevingsbewust werken kunnen zij hun onderzoeksaanpak leren afstemmen op de kenmerken en maatschappelijke context van beleidsdossiers. Via kwaliteitsbewust werken kunnen zij leren inspelen op de verwachtingen rondom een bepaalde expertrol en onderzoeksaanpak binnen de eigen contexten van onafhankelijkheid en wetenschappelijke verantwoording.
    Aan de hand van een casus – de lerende evaluatie van het Natuurpact, een innovatieve evaluatiestudie bij het Planbureau voor de Leefomgeving – laten we zien hoe een reflexieve aanpak helpt om onderzoek in de nabijheid van de dynamische beleidspraktijk uit te voeren. Doordat deze aanpak buiten de comfortzone van onderzoekers ligt, is omgevingsbewust en kwaliteitsbewust werken voor onderzoekers geen vanzelfsprekendheid. We roepen beleidsonderzoekers zelf, de organisaties waar ze werkzaam zijn en beleidsmedewerkers op om hun reflexieve vaardigheden verder te ontwikkelen via het inrichten van lerende processen, effectieve kennisdeling via Communities of Practice en leerwerktrajecten, en open en adaptieve kennis-beleidsarrangementen.


Eva Kunseler
Eva Kunseler is wetenschappelijk medewerker bij het Planbureau voor de Leefomgeving.

Lisa Verwoerd
Lisa Verwoerd is wetenschappelijk medewerker bij het Planbureau voor de Leefomgeving en onderzoeker bij het Athena Instituut, Vrije Universiteit Amsterdam.

Femke Verwest
Femke Verwest is plaatsvervangend sectorhoofd Natuur en Landelijk Gebied bij het Planbureau voor de Leefomgeving.

    Large government investments are regularly preceded by an ex-ante evaluation. This article examines the quality of two ex-ante studies and considers the use made by administrators and representatives of the people of these ex-ante studies. In both cases it concerned qualitatively sound ex-ante studies. In both cases, these studies also demonstrably affected the debate about these investment plans in the people’s representations. But there was no question of power-free decision making. In both cases, the representatives of the people were put under great pressure. Not only was there time pressure. The public debate came late. The use of sound ex-ante studies is not only an investment in rationality, but is also accompanied by political-strategic manoeuvring. The relevance of this article to practitioners is that it (a) contains four reasonable requirements that the representative may make of each ex-ante study offered by the executive board; (b) also shows that an ex-ante analysis on which important decisions are based should not be characterised by secret parts or by undefined assumptions and an ex-ante analysis must be transparent; and (c) demonstrates it is important as a representative to be tenacious, to keep a firm hand and not to decide before all questions have been answered and a full list of safeguards is on the table.


Prof. dr. Michiel Herweijer
Prof. dr. M. Herweijer is bijzonder hoogleraar Bestuurskunde aan de Radboud Universiteit Nijmegen en redacteur van Bestuurswetenschappen. Hij was tot 1 januari 2019 directeur van de Noordelijke Rekenkamer. Sinds 1 november 2018 is hij docent publiek management aan de Universitaire Campus Fryslân te Leeuwarden (een nevenvestiging van de Rijksuniversiteit Groningen).
Artikel

Naoorlogs universalisme in het huidige socialezekerheidsdebat

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 2 2020
Trefwoorden Social security system, welfare state, Universalism, public advisory agencies, working poor
Auteurs Dr. Barbara Brink en Prof. dr. Gijsbert Vonk
SamenvattingAuteursinformatie

    The Western European social security systems are founded on the need to offer universal social protection, as was for example advocated in the Beveridge report of 1942. The universalistic endeavour has led to the development of the all-embracing welfare states of today, but already for many decades dissatisfaction with the direction of the welfare state has led to a diversion of the universalistic pretention. In the current debate, universalism seems to be on the rise again. The Dutch think tanks CPB, WRR and SCP increasingly pay attention to the divide that is becoming manifest between those with better chances in the society and who are left behind. The think tanks have all formulated policy options in order to address this divide by offering better social security protection for excluded groups. In this article we discuss whether the options presented fall back upon the post-war notion of universality.


Dr. Barbara Brink
Dr. Barbara Brink is postdoc onderzoeker socialezekerheidsbeleid bij de Rijksuniversiteit Groningen

Prof. dr. Gijsbert Vonk
Prof. dr. Gijsbert Vonk is hoogleraar socialezekerheidsrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Thema-artikel

Access_open Kritische bestuurskunde

Naar een reflexief perspectief op bestuur en beleid

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 1 2020
Trefwoorden Critical Public Administration, Reflexive knowledge, Instrumental knowledge, Public Values
Auteurs Robert van Putten MSc MA, Lars Dorren MA MSc en Prof. dr. Willem Trommel
SamenvattingAuteursinformatie

    Over the past four decades of its existence, Dutch public administration has developed into a science which mainly produces knowledge that either caters to a very specific scientific niche or aims to optimize policy processes in an instrumental fashion. This type of knowledge is not well equipped to provide answers or improve understanding of the challenges of our time. We argue that public administration needs to shift its focus more towards producing reflexive knowledge in the form of what we would call critical public administration. Based on the contributions in this special issue, this article outlines what the contribution of such a critical public administration could be. The article shows that, even though it is theory driven, critical public administration is close to policy practice and can fuel a productive public debate by imagining alternative futures.


Robert van Putten MSc MA
R.J. van Putten MSc MA is promovendus aan de afdeling Bestuurswetenschappen en Politicologie, Vrije Universiteit Amsterdam.

Lars Dorren MA MSc
L. Dorren MA MSc is promovendus aan de onderzoeksgroep Politics & Public Governance, Universiteit Antwerpen.

Prof. dr. Willem Trommel
Prof. dr. W.A. Trommel is hoogleraar Bestuur en beleid aan de afdeling Bestuurswetenschappen en Politicologie, Vrije Universiteit Amsterdam.
Thema-artikel

Van procedure naar praktijk

Inzet op effectieve onafhankelijkheidsborging bij het Planbureau voor de Leefomgeving

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 4 2019
Trefwoorden policy research organizations, research independence, political pressure, coping strategies, independence safeguards
Auteurs Dr. Femke Verwest, Dr. Eva Kunseler, Dr. Paul Diederen e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    If the stakes are high, policy researchers can find themselves under strong pressures from politicians or policy makers to compromise on issues like scope of a research project, research methodology, reporting, framing and interpretation of results, and timing of publication. Research organizations experiment with various formal and informal arrangements to cope with such pressures and guard their independence.
    This article describes six coping strategies that are being explored by the Netherlands Environmental Assessment Agency (PBL). These are: i) taking control in determining the project scope and the research questions; ii) making responsibilities explicit and guarding respective roles; iii) installing a broad based societal project advisory group; iv) having some researchers in a project that interact with stakeholders, while keeping others at a distance; v) having a differentiated communications strategy; vi) being fully transparent as to hypotheses and uncertainties regarding data and models.
    Safeguarding independence in research through formal rules and provisions is generally insufficient to protect research from undue stakeholder influence. Also changes in labor routines, relationship management and organizational cultures are needed, not only on the researcher side, but on the stakeholder side as well. This calls for dialogue and joint learning processes.


Dr. Femke Verwest
Dr. F. Verwest is plaatsvervangend sectorhoofd bij het Planbureau voor de Leefomgeving.

Dr. Eva Kunseler
Dr. E.M. Kunseler is wetenschappelijk medewerker bij het Planbureau voor de Leefomgeving.

Dr. Paul Diederen
Dr. P.J.M. Diederen is coördinator bij het Rathenau Instituut.

Dr. Patricia Faasse
Dr. P.E. Faasse is senior onderzoeker bij het Rathenau Instituut.
Artikel

Access_open Hogere waardering voor gemengde wijk

Bewoners in Rotterdam Zuidwijk over de instroom en ingreep in hun veranderende wijk

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 3 2019
Trefwoorden Perception of neighbourhood change, Diversity, Belonging, Social mix, Social housing
Auteurs Dr. ir. André Ouwehand
SamenvattingAuteursinformatie

    This paper investigates the effects of neighbourhood change caused by the inflow of new residents in the still existing social rental stock in a post-World War II district next to the effects of the changing population as the result of urban restructuring. All residents, native Dutch and residents that belong to an ethnic minority, are critical about the occurring concentration of the latter in the existing rental housing stock. Loss of respectability and of shared norms and values of how to live in the neighbourhood play an important role in the critical stance of mostly older Dutch native residents. Residents with a migrant background criticize the concentration as a negative influence for their integration in Dutch society. Most residents support the idea of a mixed neighbourhood based on income and ethnicity. Restructuring by demolition of old social rental dwellings and new housing development for owner-occupiers is supported by most residents, based on the positive impact on the liveability. Urban restructuring has however not decreased the share of non-Dutch-native residents but it did bring more middle-class households. In the view of the residents these are ‘decent people’ as they have to work in daytime and do not linger at night in the streets.


Dr. ir. André Ouwehand
Dr. ir. André Ouwehand is gastonderzoeker OTB – Onderzoek voor de gebouwde omgeving aan de faculteit Bouwkunde van de Technische Universiteit Delft.
Thema-artikel ‘Uitgesproken Bestuurskunde’

Globalisering, consensusbestuur en de regio: naar een nieuwe maatschappelijke en bestuurlijke ordening?

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 2 2019
Trefwoorden globalisation, consensus governance, regionalism, representation, decision-making
Auteurs Prof. dr. Caspar van den Berg
Samenvatting

    In his inaugural lecture entitled ‘From Pillars to Bubbles: The future of consensus governance in a globalized society’, Caspar van den Berg examines the consequences of economic and cultural globalization for the model of consensus governance that defined Dutch public administration for most of the 20th century. In doing so he presents an expansion and refinement of the Lijphartian model of consociationalism, and indicates which four factors supported consensus governance in the pillarized period, and how each of them has suffered erosion as globalization proceeded. It has become increasingly visible that globalization has differentiated effects for different groups in society, but also for different types of regions: booming regions benefit greatly from globalization, shrinking regions face major challenges. By combining recent insights from public administration, sociology, political science, economics and social geography, a new social order emerges, consisting of bubbles that are distinguished along socio-economic and territorial lines. These developments cause friction with regard to representation and decision-making at national, regional and local level. These are the themes on which the research within the Chair of Global and Local Governance will focus in the coming years.


Prof. dr. Caspar van den Berg

    In this article in the series on the local democratic audit, the authors discuss the relationship between decentralization, scaling-up and local democracy. Decentralizations and scaling-up operations have changed the face of local government in the Netherlands considerably in recent decades. What have the consequences for the functioning of local democracy been? Although decentralizations aim to increase democratic control of government tasks, decentralizations appear to have weakened local democracy in two ways. First of all, they have led to a substantial scaling-up of the local government, through municipal amalgamations and especially through the formation of regional partnerships. Regionalization in particular has had all kinds of negative consequences for the functioning of local democracy. Decentralization policy itself has also weakened the steering and controlling role of the city council – certainly in the short term – while decentralization presupposes that the city council has a strong role in coordinating decentralized policy with local wishes and circumstances. We can speak of a ‘double decentralization paradox’ that entails both bottlenecks and opportunities. From the legislator’s side, therefore, an integral vision for the organization of domestic governance is needed.


Prof. dr. Marcel Boogers
Prof. dr. M.J.G.J.A. Boogers is hoogleraar Innovatie en Regionaal Bestuur aan de Universiteit Twente, senior adviseur Openbaar Bestuur bij BMC en tevens redacteur van Bestuurswetenschappen.

Dr. Rik Reussing
Dr. G.H. Reussing is onderwijscoördinator van de joint degree Public Governance across Borders aan de Universiteit Twente en redactiesecretaris van Bestuurswetenschappen.

    Governance is a human activity and is therefore unquestionably about relationships. Relationships between public and private parties. Relationships in existing steering-oriented structures (the political administrator as guardian, magistrate) and also relationships in new forms of cooperation that are often focused on good relationships (government participation). Public-private partnerships are inevitably accompanied by conflicting interests that place different demands on interactions. One-size-fits-all does not fit there, but customization is required, with constant alignment with what is – and what is not (yet). And so the ability to make contact requires much more attention, and from there to explore and grasp perspectives. How do you work on the tensions that you find on your way? It is there that the method of communication influences how the process of cooperation and steering proceeds. This is not a matter of whether-or, but and-and. Both perspectives are characterized by a different relationship with those involved and a different way of contact and interaction. This article focuses on contact from a collaborative perspective. The classical administrative side already has a rich history, while the cooperation side is often still an unknown and unexplored territory. The central question is: how can you, as a director and public professional, deliver tailor-made solutions and therefore adapt to complex tasks? The authors look at complex situations from a communicative perspective and they introduce ‘appreciative communication’ as the art of aligning with what really moves people, as a frame of view of the inconvenience caused by the differences present. They highlight a number of generic tensions that can arise in cooperation situations. A case study into the approach to regional innovation in the field of mobility serves as an illustration.


Dr. Els van der Pool
Dr. E.M.C. van der Pool is lector Human Communication Development bij de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN).

Dr. Guido Rijnja
Dr. G.W. Rijnja is adviseur communicatiebeleid bij de Rijksvoorlichtingsdienst, Ministerie van Algemene Zaken.
Vrij

Van transitie naar transformatie van de jeugdhulp

Biedt de transactiekostentheorie aanknopingspunten voor meer kwaliteit, minder uitvoeringskosten en lagere administratieve lasten?

Tijdschrift Bestuurs­wetenschappen, Aflevering 2 2019
Auteurs Drs. Nanko Boerma en Dr. Bert Bröcking
SamenvattingAuteursinformatie

    In the implementation of the Dutch Youth Act, since the so-called ‘transition’ of 2015 under the responsibility of the municipalities, there are three major problems: the municipalities are short of money, the implementation of youth aid is accompanied by high administrative burdens and there are serious quality concerns, especially where different care providers must work together for one client. This article deals with the possibilities of the economic transaction cost theory for realizing improvements through organizing more effective collaboration between municipalities and healthcare providers. Transactions are a ‘forgotten’ cost source. There are three sources of transaction costs: limited rationality, opportunistic behavior and ‘asset specificity.’ In this article the authors analyze twelve problems documented in the literature on youth care from this perspective. This creates a framework from which municipalities can tackle these problems in order to improve the quality of youth care, to keep costs under control and to reduce the administrative burden. In a number of sectors and large projects ‘linking zones’ appear to be a way to increase the trust between players in a chain, so that transaction costs fall. Where poor cooperation between chain partners in youth care is a major cause of the problems, municipalities can make significant gains by establishing linking zones with care providers contracted by them. This article outlines the method in a linking zone.


Drs. Nanko Boerma
Drs. N. Boerma is van huis uit politicoloog en is voorzitter/directeur van de stichting Transactieland, het kennisinstituut voor transactie-innovatie.

Dr. Bert Bröcking
Dr. B.C. Bröcking is adviseur op het terrein van de jeugdhulp. Hij schreef over de rollen van cliënt, hulpverlener en overheid in de jeugdhulp.

    Het ontwikkelen van succesvol overheidsbeleid vraagt om een systematische benutting van kennis uit wetenschap én praktijk. In dit artikel wordt beschreven op welke manier die systematische benutting kan worden bewerkstelligd. Als de afstand tussen kennis en beleidsontwikkeling kan worden verkleind en tevens wordt gekozen voor een proces van open beleidsontwikkeling, zal de benutting van kennis tijdens het beleidsproces beter verlopen. Daarbij dienen tegelijkertijd diverse voorwaarden te worden gesteld aan een adequate programmering van het corresponderende beleidsonderzoek.


Peter van Hoesel
Peter van Hoesel is emeritus hoogleraar toegepast beleidsonderzoek bij de Erasmus Universiteit Rotterdam. Hij was gedurende zijn gehele loopbaan actief als beleidsonderzoeker bij meerdere onderzoeksbureaus. Hij geeft regelmatig adviezen ten behoeve van beleidsevaluaties bij enkele ministeries. Hij is auteur en redacteur van diverse boeken over beleidsonderzoek.

Max Herold
Max Herold is expert op het gebied van open beleidsvorming en is werkzaam bij de rijksoverheid als senior organisatieadviseur ‘leren en ontwikkelen’. Hij promoveerde in 2017 bij de Erasmus Universiteit Rotterdam op ‘ongeschreven regels’ bij beleidsprocessen van de overheid en de wijze waarop die de omgang met de samenleving beïnvloeden.
Artikel

De redzaamheidsnotie als dekmantel

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 2 2018
Trefwoorden (zelf)redzaamheid, Participatiesamenleving, Maatschappelijke onzekerheden, Verzorgingsstaat, Morele strijd
Auteurs Sjouke Elsman MSc
SamenvattingAuteursinformatie

    In recent years few political ambitions enjoyed so much political support as the striving to let the welfare state become more of a ‘participation society’. This ‘participation society’ should be a society with self-reliant citizens; before turning to the state for support, citizens should first of all look at their own capacities, and only in the last case ask the state for help. The premise is promising: collective well-being. However, the fundamental assumptions behind this notion do raise questions. This article argues that the notion for citizens to be self-reliant easily builds on questionable assumptions; these assumptions on the one hand raise hope for collective well-being, but on the other hand easily catalyze citizens’ contemporary uncertainties. It indeed is desirable to restate the relation between state and citizens, but the contemporary focus on citizens’ self-reliance should watch for building on unstable foundations to easily.


Sjouke Elsman MSc
Sjouke Elsman MSc is werkzaam aan de Vrije Universiteit Amsterdam, afdeling Bestuurswetenschappen & Politicologie.
Artikel

De participatiemythe; een drieluik over dubieuze beleidsassumpties

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 2 2018
Trefwoorden politics of participation, policy assumptions,, societal resilience, Neoliberalism
Auteurs Prof. Willem Trommel
SamenvattingAuteursinformatie

    This article argues that the politics of participation, as it is currently implemented in Dutch society, departs from dubious policy assumptions. The main problems relate to a controversial idea of what societal resilience is about, which in turn is a side-effect of the neoliberal conception of man and society. In particular three policy assumptions seem contested, regarding respectively the self-governance norm, the required levels of trust, and the presence of a ‘loving culture’. While discussing these three topics, the article also introduces three contributions to this special issue, which will focus in more detail on the poverty of the assumptions underlying the participation paradigm.


Prof. Willem Trommel
Prof. Willem Trommel is hoogleraar Beleid en bestuur aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

Specifieke of generieke institutionalisering van beleid voor de lange termijn

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 4 2017
Trefwoorden future, Policy, short term, long term
Auteurs Albert Faber MSc, Dylan van Dijk en Dr. Peter de Goede
Samenvatting

    Policy decisions taken now can determine the room for manoeuvre of future generations for a very long term. Politicians and civil servants often only seem to be interested in short-term implications, however. A major focus on the short term does not provide sufficient stability and impetus for long-term structural measures. This is primarily an institutional issue. In this article, the authors discuss how to instil a long-term focus in day-to-day processes of policymaking.


Albert Faber MSc

Dylan van Dijk

Dr. Peter de Goede

    Er is de laatste tijd veel aandacht voor het omgaan met onzekerheid en dynamiek in beleid. Zo is er recent de roep om leren door doen, door een overheid die samen met de samenleving het experiment aan durft te gaan. Zo’n benadering van beleid als gezamenlijk experiment is veelbelovend, maar vergt ook passende methoden voor beleidsevaluaties. Adaptief beleid speelt hierop in. De laatste jaren is een belangrijke stap gezet in de ontwikkeling van methoden waarmee adaptief beleid ontwikkeld kan worden. Voor de evaluatie en de rol van evaluaties heeft dit belangrijke implicaties. In dit artikel wordt hierop verder ingegaan, op basis van ervaringen met adaptief beleid en beleidsevaluatie binnen het Nederlandse Deltaprogramma.


Leon Hermans
Leon Hermans is werkzaam aan de Technische Universiteit Delft, Faculteit Techniek, Bestuur en Management.
Artikel

Institutionele leegte: nieuwe bronnen, nieuwe uitdagingen

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 3 2017
Trefwoorden Institutional void, Literature review, Societal change, Technical innovation, Governance
Auteurs Prof.dr. Ellen van Bueren en Dr.ing. Bram Klievink
Samenvatting

    Societal and technological developments (such as the digital and energy revolutions) move faster than existing institutions can keep up with. The developments may lead to a metaphorical institutional void, which brings questions about the nature of the void, the changing rules, practices and responsibilities, and about the strategies to deal with the void. The concept has been around for a while but (again) seems relevant to understand current socio-technological innovations and challenges, that also allow us to further conceptualise the institutional void. In this introduction to the issue, we discuss the concept of an institutional void and explore how it is used in various domains of study, including public administration. We argue for how the concept is relevant today and therein also introduce the topics that are discussed in this special issue.


Prof.dr. Ellen van Bueren

Dr.ing. Bram Klievink
Artikel

Van project naar opgave

Samenwerking als motor van de planning van infrastructuur en ruimte

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 4 2016
Trefwoorden planning, cooperation, challenge-oriented approach, infrastructure and spatial development
Auteurs Wim Leendertse, Jos Arts, Tim Busscher e.a.
Samenvatting

    Infrastructure and adjacent areas represent extensive social value. However, infrastructure and areas are still often developed sectoral and independent. In the Netherlands, national spatial policies strive for combining infrastructure and area as one integrated approach as this is expected to result in more spatial quality. Taking this perspective, this article discusses trendy concepts in current Dutch planning, such as: adaptive planning, public and private cooperation and challenge-oriented approaches (‘opgave-gericht werken’ which focuses less on realising a project but more on the current and future issues and challenges in an area). This article argues that these concepts are closely related. Adaptive planning defines the rules of the game and the playing field, within which cooperation may develop. Cooperation is a means for creating spatial quality in interaction within this playing field. After all, generated quality can be considered as a contribution to the specific objectives and interest of the various partners. A challenge-oriented approach is the process for generating spatial quality from synergies in combined infrastructure and spatial development. This article aims to explore the relationships between adaptive planning, public and private cooperation and challenge-oriented approaches and to provide starting points for further research and discussion.


Wim Leendertse

Jos Arts

Tim Busscher

Frits Verhees
Artikel

Systematisch leren van evalueren

Waarden, effectiviteit, onafhankelijkheid en kwaliteit als pijlers voor de brug tussen wetenschap en politiek

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 2 2016
Trefwoorden Policy, Evaluation, Accountability, Learning, Values
Auteurs Prof. Dr. André Knottnerus, Dr. Peter de Goede en Dr. Peter van der Knaap
Samenvatting

    Policy evaluation has two main functions: it should lead to policy oriented learning and facilitate accountability. Rendering account is considered an important democratic duty but is not very popular with politicians and, hence, public officials. Learning is popular, but in practice it is often difficult to organize or, indeed, witness.
    This contribution addresses the question how, in both functions, policy evaluation could be better utilized. As a starting point we the tension between scientific and political rationality and the barriers associated with these different worlds to the development of knowledge.
    As indispensable for sound and productive knowledge management in government the article outlines the importance of societal values, policy effectiveness as a research angle, and the independence of researchers at major evaluations. In addition, relevant research questions, high methodological quality, responsiveness, good timing, and clear and accessible reporting are indispensable. It is argued that these are by no means abstract notions but can be brought into real day-to-day practice.
    The conclusion is that a knowledge agenda for policy evaluation that is based on the search for effective policy interventions and societal values can help to bridge politics and science.


Prof. Dr. André Knottnerus

Dr. Peter de Goede

Dr. Peter van der Knaap

    Een lerende overheid heeft behoefte aan beleidsevaluaties die niet alleen van betekenis zijn voor het onderwerp waarop deze primair gericht zijn, maar ook bijdragen aan bredere, systematische opbouw van kennis en ervaring. Het interdepartementaal verbinden van expertise verruimt daarbij het zicht op factoren die het leren bevorderen of belemmeren.
    Een centrale vraag is of de door het beleid beoogde publieke belangen inderdaad bevorderd worden. Beleidsevaluatie moet dan niet alleen gericht zijn op effectiviteit en doelmatigheid ten aanzien van relatief gemakkelijk meetbare indicatoren, maar ook op lastig te kwantificeren essentiële waarden zoals subjectief welzijn, rechtvaardigheid en maatschappelijke aanvaardbaarheid. Het verdient aanbeveling kostbare evaluatie-energie te concentreren op belangrijke kwesties waarover vooraf discussie of onzekerheid bestaat.
    Uit een oogpunt van doelmatige beleidsvoorbereiding, en omdat de uitwerking van wetgeving en beleid ex post niet altijd eenvoudig is vast te stellen, is veel aandacht nodig voor ex ante evaluatie. Van onderzoek naar werkingsmechanismen van beleidsmaatregelen wordt in dit verband terecht veel verwacht.
    Er is sprake van een paradoxaal spanningsveld tussen verwetenschappelijking en politisering van beleid. Daarom is stevig verankerde, onafhankelijke en onpartijdige beleidsevaluatie onmisbaar. Hoge methodologische kwaliteit biedt extra houvast om deze functie geloofwaardig te kunnen vervullen.
    In het streven naar systematische opbouw van kennis en ervaring naast dossier-specifieke doelbereiking kan het helpen als evaluaties zowel een specifiek als een breder geldend algemeen deel bevatten. Belangrijk is ook te sturen op een evenwichtige evaluatieportfolio per beleidsterrein, met aandacht voor ex ante en ex post methoden, uiteenlopende waarden, en verschillende informatiebronnen. Naast best practices moet daarbij ook minder geslaagd beleid in beeld worden gebracht. Voor de bruikbaarheid van evaluaties voor de praktijk is goede vertegenwoordiging van het bottom-up perspectief noodzakelijk.
    Evaluatie van beleid vereist gedegen inbedding binnen de nationale kennisinfrastructuur, effectieve samenwerking met kennisinstellingen en het up-to-date houden van het evalueren zelf. Dat is cruciaal voor het evaluatievermogen van de lerende overheid.


André Knottnerus
André Knottnerus is voorzitter van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid en hoogleraar Huisartsgeneeskunde aan de Universiteit Maastricht.
Artikel

Politieke fragmentatie in Nederlandse gemeenten

Tijdschrift Bestuurs­wetenschappen, Aflevering 1 2016
Auteurs Mr. dr. Jan Lunsing en Prof. dr. Michiel Herweijer
SamenvattingAuteursinformatie

    A gradual process of fragmentation is going on in the Dutch political landscape. This article first describes the political fragmentation (the number of parties in the parliament, the popularly elected body) of the Dutch municipalities after the local elections of march 2014. Next the authors address the background factors of political fragmentation. These factors are the task heaviness, the municipal size, the turnout at local elections and the administrative instability. Then they take up the consequences of political fragmentation. A high level of political fragmentation is accompanied by a somewhat higher absenteeism (so there is a little less ‘civil service power’), a somewhat higher debt per capita (so there are somewhat less financial reserves) and lower performance in the area of separate waste collection (an indication of a somewhat lower level of ‘civil society power’). The absence of an above average political fragmentation can be seen as an administrative resource. The hypothesis that municipalities with a higher level of political fragmentation are characterized by a higher number of administrative crises (early retiring administrators) could not be statistically accepted, nor (not yet) rejected.


Mr. dr. Jan Lunsing
Mr. dr. J.R. Lunsing is als onderzoeker en secretaris verbonden aan StiBaBo (Winsum). In mei 2015 promoveerde hij aan de Universiteit Twente bij Bas Denters en Michiel Herweijer op een proefschrift over de kloof tussen de burgers en het bestuur.

Prof. dr. Michiel Herweijer
Prof. dr. M. Herweijer is sinds 2011 als bijzonder hoogleraar verbonden aan de vakgroep bestuurskunde van de Radboud Universiteit Nijmegen. Hij is directeur van de Noordelijke Rekenkamer en redacteur van Bestuurswetenschappen.
Toont 1 - 20 van 26 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.