Zoekresultaat: 10 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Rubriek Article x
Article

How to Improve Local Turnout

The Effect of Municipal Efforts to Improve Turnout in Dutch Local Elections

Tijdschrift Politics of the Low Countries, Aflevering 3 2019
Trefwoorden turnout, local elections, get out the vote, campaign, the Netherlands
Auteurs Julien van Ostaaijen, Sabine van Zuydam en Martijn Epskamp
SamenvattingAuteursinformatie

    Even though many municipalities use a variety of means to improve turnout in local elections, citizen participation in local elections is a point of concern in many Western countries, including the Netherlands. Our research question is therefore: How effective are municipal efforts to improve turnout in (Dutch) local elections? To this end, we collected data from three sources: (1) a survey sent to the municipal clerks of 389 Dutch municipalities to learn what they do to improve turnout; (2) data from Statistics Netherlands on municipalities’ socio-demographic characteristics; and (3) data on the turnout in local elections from the Dutch Electoral Council database. Using hierarchical multiple regression analysis, we found that the direct impact of local governments’ efforts to improve turnout is low. Nevertheless, some measures seem to be able to make a difference. The relative number of polling stations was especially found to impact turnout.


Julien van Ostaaijen
Julien van Ostaaijen is assistant professor of public administration at the Tilburg Institute of Governance (Tilburg University).

Sabine van Zuydam
Sabine van Zuydam is assistant professor of public administration at the Tilburg Institute of Governance (Tilburg University) and researcher at Necker van Naem.

Martijn Epskamp
Martijn Epskamp is a researcher of the municipality of Rotterdam (Research and Business Intelligence department)
Serie

Ambitieuze en ambivalente vernieuwing van de lokale democratie in Nederland

Tijdschrift Bestuurs­wetenschappen, Aflevering 2 2019
Auteurs Dr. Linze Schaap, Prof. dr. Frank Hendriks, Dr. Niels Karsten MA e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    In this article in the series on the local democratic audit, the authors argue that municipal democracy in the Netherlands has become a multiple democracy. Within the formal framework of representative democracy, numerous democratic arrangements have emerged that may be referred to as participatory, direct and also what the authors call ‘do-democracy’. Additions to representative democracy did not come without reason: representative democracy is not a perfect system, either in theory or in practice. Efforts have been made to improve the functioning of representative democracy in a number of ways. Three of these are discussed in this article. The authors note that these three reforms do not solve the problems in representative democracy. So the Dutch municipalities have started looking for additions to representative democracy. In this article various forms of participatory, do-it-yourself and direct democracy are discussed. Many effects of these reforms are still unknown and knowledge about them has crumbled, but one conclusion can be drawn: people with a low education are not inclined to take part, even with arrangements that are easily accessible. Striving for a more vital local democracy seems meaningful; the authors formulate a number of ways of thinking about this.


Dr. Linze Schaap
Dr. L. Schaap is universitair hoofddocent aan de Tilburgse School voor Politiek en Bestuur van de Universiteit van Tilburg.

Prof. dr. Frank Hendriks
Prof. dr. F. Hendriks is hoogleraar bestuurskunde aan de Tilburgse School voor Politiek en Bestuur van de Universiteit van Tilburg.

Dr. Niels Karsten MA
Dr. N. Karsten MA is universitair docent aan de Tilburgse School voor Politiek en Bestuur van de Universiteit van Tilburg.

Dr. Julien van Ostaaijen
Dr. J.J.C. van Ostaaijen is universitair docent aan de Tilburgse School voor Politiek en Bestuur van de Universiteit van Tilburg en voorzitter van de Rekenkamercommissie in de gemeente Zundert.

Charlotte Wagenaar MSc.
C.C.L. Wagenaar MSc is onderzoeker bij de Tilburgse School voor Politiek en Bestuur van de Universiteit van Tilburg.

    In Nederland komen tal van wicked problems (WP) voor. Ze worden ook wel aangeduid als weerbarstige problemen. Kenmerkend is het unieke karakter, het feit dat kennis over probleemaspecten beperkt is en verschillende perspectieven op een probleem en meerdere waardenoriëntaties een rol spelen. Naast cognitieve en normatieve complexiteit bestaat er ook nog sociale complexiteit. WPs zoals voetbalvandalisme spelen zich af in een beleidsnetwerk met tal van elkaar afhankelijke actoren. Kennis, preferenties, handelingsvermogen en middelen blijken gespreid en niet in de hand van één actor. Om toch tot een bevredigend resultaat te komen moeten de actoren gezamenlijk optrekken. Daarom is interorganisationeel netwerkmanagement en deliberatie met burgers een wenselijke responsestrategie. Bij WPs zijn actoren dus tot elkaar veroordeeld. Centralistische besluitvorming werkt niet. Een centrale actor kan overigens nog wel een rol vervullen als initiator, facilitator of regisseur van overleg en discussie; als arbiter bij botsende perspectieven; of beslisser na netwerkberaad en inbreng van burgers.


Arno Korsten
Arno Korsten is emeritus hoogleraar Bestuurskunde aan de Open Universiteit en aan de Universiteit Maastricht.

    De digitalisering van de samenleving heeft verschillende gevolgen voor de overheid en overheidsbeleid. Eén daarvan heeft betrekking op de manier waarop beleidsanalyse kan worden gebruikt. In deze bijdrage worden de mogelijkheden van meer adaptieve vormen van beleidsanalyse verkend, waarbij beleidsvoerders stap voor stap en op basis van informatie uit het beleidsproces proberen meer over de beleidsuitvoering te leren. Die vorm van beleidsanalyse, die op een aantal punten afwijkt van eerdere vormen, heeft gevolgen voor de organisatie van de overheid maar ook voor de wijze waarop het toezicht moet worden ingericht. Dat levert interessante vragen en spanningen op voor de ‘digitale’ overheid.


Bernard Steunenberg
Bernard Steunenberg is als hoogleraar verbonden aan het Instituut Bestuurskunde, Universiteit Leiden.

    Er is de laatste tijd veel aandacht voor het omgaan met onzekerheid en dynamiek in beleid. Zo is er recent de roep om leren door doen, door een overheid die samen met de samenleving het experiment aan durft te gaan. Zo’n benadering van beleid als gezamenlijk experiment is veelbelovend, maar vergt ook passende methoden voor beleidsevaluaties. Adaptief beleid speelt hierop in. De laatste jaren is een belangrijke stap gezet in de ontwikkeling van methoden waarmee adaptief beleid ontwikkeld kan worden. Voor de evaluatie en de rol van evaluaties heeft dit belangrijke implicaties. In dit artikel wordt hierop verder ingegaan, op basis van ervaringen met adaptief beleid en beleidsevaluatie binnen het Nederlandse Deltaprogramma.


Leon Hermans
Leon Hermans is werkzaam aan de Technische Universiteit Delft, Faculteit Techniek, Bestuur en Management.
Artikel

Probleemanalyse is het halve werk

Samenwerking en innovatie in de strijd tegen ondermijnende criminaliteit

Tijdschrift Bestuurs­wetenschappen, Aflevering 2 2016
Auteurs Maurits Waardenburg BSc, Bas Keijser BSc, Prof. dr. Martijn Groenleer e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Science and practice are largely agreed on the importance of interorganizational cooperation in the approach of tackling complex societal problems. Organization transcending innovation through this type of cooperation however appears to be complicated. Based on an analysis of the literature about partnerships, the authors distinguish three challenges: coping with the tension between old and new accountability structures, building good working relationships and developing capabilities for problem-oriented working. Starting from these insights they designed action research into problem-oriented partnerships in the safety domain (safety chain). Their main question was: what is the most important obstacle for innovation through problem-oriented interorganizational cooperation? Over a period of nine months, they watched eight teams of professionals from different organizations. Their task was to develop and implement innovative approaches to tackle persistent organized crime. Although all three challenges identified in the literature indeed played a prominent role, problem diagnosis and problem definition appeared to be the main obstacle for the teams. In this article the authors describe the action research and explore, on the basis of the results and the literature, how partnerships could cope in practice with the challenge of problem definition and problem analysis. They conclude the article with suggestions for the design of a follow-up round of the action research.


Maurits Waardenburg BSc
M. Waardenburg MPP is research fellow aan het Ash Center for Democratic Governance and Innovation van de Kennedy School of Government, Harvard University.

Bas Keijser BSc
B. Keijser BSc is bezig met de afronding van zijn master Systems Engineering, Policy Analysis and Management aan de Faculteit Techniek, Bestuur & Management van de Technische Universiteit Delft.

Prof. dr. Martijn Groenleer
Prof. dr. M.L.P. Groenleer is hoogleraar Regional Law and Governance aan Tilburg University en tevens directeur van het Tilburg Center for Regional Law and Governance (TiREG).

Dr. Jorrit de Jong
Dr. J. de Jong is lecturer in Public Policy and Management aan de Harvard Kennedy School en wetenschappelijk directeur van het Government Program bij het Ash Center for Democratic Governance and Innovation van de Kennedy School of Government, Harvard University.
Artikel

Door het glazen plafond

Naar effectieve maatregelen voor meer vrouwen in de top

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 1 2015
Trefwoorden gender equality, glass ceiling, diversity management, Interventions, organisational behavior
Auteurs Drs. Ans Merens, Drs. Wilma Henderikse en Dr. Babette Pouwels
SamenvattingAuteursinformatie

    Although in many Western European countries women have entered the workforce in large numbers this has not resulted in an equal representation in senior positions. Little is known about how organizational policies could be changed and what initiatives have proven to be effective in raising the number of women in the top of organizations. This article examines the effectiveness of measures taken by organizations to increase the number of women in senior management positions. We have reviewed literature regarding the effects of various types of measures on realizing more women in senior positions. The outcomes of this literature review have been used as a framework for an empirical analysis of the effectiveness of measures taken by companies. Data from the Charter Talent to the Top show that adopting a broad range of measures at the strategic level leads to a higher share of women in senior management positions. HR instruments and communication strategies also affect the proportion of women at the top. More specifically, facilitating flexible work options, external communication about the organization’s diversity goals, and increasing women’s visibility within the organization all have positive effects on the share of women in the top.


Drs. Ans Merens
Drs. Ans Merens is wetenschappelijk medewerker bij het Sociaal en Cultureel Planbureau.

Drs. Wilma Henderikse
Drs. Wilma Henderikse is directeur en partner bij VanDoorneHuiskes en partners.

Dr. Babette Pouwels
Dr. Babette Pouwels is senior onderzoeker bij VanDoorneHuiskes en partners.
Article

De impact van digitale campagnemiddelen op de personalisering van politieke partijen in Nederland (2010-2014)

Tijdschrift Res Publica, Aflevering 1 2015
Trefwoorden personalization, social media, election campaigns, party politics
Auteurs Kristof Jacobs en Niels Spierings
SamenvattingAuteursinformatie

    Politicians have started to use social media more often. As such media induce personal campaigning, one might expect more personalization to follow. We explore what type of personalization social media stimulate, whether this is different for Twitter and Facebook and analyze the role of parties. We make use of quantitative and qualitative data about the Netherlands (2010-2014). We find that while theoretically the impact of social media may be big, in practice it is fairly limited: more presidentialization but not more individualization (though Twitter might increase the focus on other candidates slightly). The difference between theory and practice seems largely due to the parties. They adopt a very ambiguous stance: though they often stimulate candidates to use social media, they want to keep control nonetheless.


Kristof Jacobs
Kristof Jacobs is als universitair docent verbonden aan de Vakgroep Politieke Wetenschappen van de Radboud Universiteit Nijmegen. Zijn onderzoek richt zich op politieke partijen, sociale media, kiesstelsels en uitdagingen van de democratie.

Niels Spierings
Niels Spierings is universitair docent bij de Afdeling Sociologie aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Zijn specialismen zijn politieke en gendersociologie en onderzoeksmethoden. Thematisch focust hij op sociale media, politieke participatie en democratisering, genderongelijkheid, de politieke en economische positie van vrouwen, migratie, islam, en intersectionaliteit. Samen met Kristof Jacobs coördineert hij het project VIRAL (www.ru.nl/VIRAL).
Article

Een gemiste kans? De rol van YouTube in de verkiezingscampagne van 2010

Tijdschrift Res Publica, Aflevering 4 2012
Trefwoorden YouTube, Web 2.0, election campaigns, political advertising, Obama, the Netherlands
Auteurs Annemarie S. Walter en Philip van Praag
SamenvattingAuteursinformatie

    This article is one of the first to systematically examine parties’ use of YouTube in Dutch election campaigns and to consider its effects. Content analysis of 406 YouTube ads and additional research show that nine political parties made use of this new campaign instrument in the 2010 Dutch parliamentary election campaign. However, unlike U.S. presidential candidate Obama, the parties did not really use YouTube to mobilize and involve voters. Instead, YouTube was used only as a means to broadcast advertisements for the party. These ads only reached a small audience and had little influence online as well as in the print media. Furthermore, this study examines which of these ads were more likely to reach a large number of viewers. The results demonstrate that short, comparative ads that contain the party leader, that are uploaded early on in the campaign, that stem from small or winning parties and that have numerous links on external websites are likely to reach more viewers.


Annemarie S. Walter
Annemarie Walter is als universitair docent verbonden aan de afdeling Communicatiewetenschap van de Vrije Universiteit van Amsterdam. Zij houdt zich vooral bezig met verkiezingscampagnes, politieke partijen en media.

Philip van Praag
Philip van Praag is universitair hoofddocent Politicologie bij de afdeling Politicologie van de Universteit van Amsterdam. Hij houdt zich met name bezig met politieke partijen, verkiezingscampagnes en de relatie tussen de media en politiek.
Article

Is gender bias een mythe?

Op zoek naar verklaringen voor de beperkte aanwezigheid van vrouwelijke politici in het Vlaamse televisienieuws

Tijdschrift Res Publica, Aflevering 2 2012
Trefwoorden gender, mediated politics, news coverage, journalism, television news, Flanders
Auteurs Debby Vos
SamenvattingAuteursinformatie

    This study analyses the news coverage of female politicians in Flanders (Belgium). We investigate whether the deficiency of media attention for female politicians is due to structural factors or whether the news media themselves create a gender bias. For this purpose, we examine eleven possible explanations for the gender bias. On one hand the characteristics of the politicians, such as their function, can influence their news exposure and on the other hand the features of the news media, such as the broadcasting station, can be of importance. Overall, our evidence suggests that mainly the function determines the news exposure of female politicians and not their gender. Nevertheless, female politicians still get less speaking time, even when controlling for all other variables. We can conclude that a real gender bias exists in the Flemish television news: journalists and editors give significantly less attention to female politicians compared to their male colleagues.


Debby Vos
Debby Vos is als doctoraal onderzoeker verbonden aan de onderzoeksgroep Media, Middenveld en Politiek (M2P) binnen de Universiteit Antwerpen. Zij doet onderzoek naar de media-aandacht die politici krijgen en de determinanten daarvan.
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.