Zoekresultaat: 18 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift Res Publica x Rubriek Article x
Article

Formele bestuurslaag of informele belangengroep?

Een literatuurstudie over de rol en invloed van lokale besturen in het Europese multilevel governance systeem

Tijdschrift Res Publica, Aflevering 3 2018
Trefwoorden local government, Europeanization, multilevel governance, interest group politics, European decision-making, literature review
Auteurs Tom Verhelst
SamenvattingAuteursinformatie

    Should we consider local authorities and their associations as a formal government layer when they interact with the European institutions in order to influence EU legislation, or should this be classified as informal territorial interest group behaviour? This paper discusses the role and the influence of local authorities in the European decision-making process. Based on a literature review, the paper contrasts both positions in terms of theoretical underpinning, practical implementation and academic state of affairs. The paper demonstrates that whilst the formal perspective has gained more leeway in the official European policy discourse and subsequent institutionalisation in recent decades, it is often insufficient to guarantee the effective inclusion of local authorities in EU policy-making. Interest group action, i.e. lobbying, might therefore still be a more practical and powerful way of promoting local political interests in the European policy arena.


Tom Verhelst
Tom Verhelst is als postdoctoraal onderzoeker verbonden aan het Centrum voor Lokale Politiek van de Universiteit Gent. Hij schreef een proefschrift over de rol en positie van de gemeenteraad en de gemeenteraadsleden in België. Zijn huidig onderzoek heeft hoofdzakelijk betrekking op de Europeanisering van lokale besturen en de functie van lokale besturen in het Europese multilevel governance systeem. In het bijzonder buigt hij zich over de vraag hoe lokale besturen invloed kunnen uitoefenen op Europese besluitvorming.
Article

Domineren Brussel en Den Haag ook de Dorpsstraat?

Nationale en lokale determinanten van het succes van nationale partijen bij de Nederlandse en Vlaamse gemeenteraadsverkiezingen

Tijdschrift Res Publica, Aflevering 3 2017
Trefwoorden second-order elections, municipal elections, local politics
Auteurs Sofie Hennau, Ramon van der Does en Johan Ackaert
SamenvattingAuteursinformatie

    This article investigates to what extent national and/or local factors influence the performance of national parties in the most recent Flemish and Dutch municipal elections of, respectively, 2012 and 2014.
    Our analyses underscore the impact of local factors on the municipal election results, both in Flanders and in the Netherlands. The number of parties and previous election results have a negative effect on the vote share of national political parties. Contrary to the expectations, participation in local government does not have any influence on the national lists’ elections results.
    Although local factors have to be taken into account to get a better estimation of the performance of national lists in municipal elections, national factors have significant effects as well. Parties doing well at the national elections, are less successful at the local level.


Sofie Hennau
Sofie Hennau is postdoctoraal onderzoeker aan de faculteit Rechten van de UHasselt. Zij doet onderzoek naar lokale institutionele hervormingen en lokale politiek.

Ramon van der Does
Ramon van der Does is werkzaam als onderwijs- en onderzoeksassistent aan de Universiteit Leiden. Ook doet hij zelfstandig onderzoek naar deliberatie, politieke participatie en lokale verkiezingen.

Johan Ackaert
Johan Ackaert is hoogleraar en decaan van de faculteit Rechten van de UHasselt. Zijn onderzoek richt zich op lokaal beleid en lokale politiek.
Article

De invloed van verkiezingen op politiek vertrouwen

Een analyse van een verkiezingspanel in België, 2009-2014

Tijdschrift Res Publica, Aflevering 3 2016
Trefwoorden procedural fairness theory, political trust, internal political efficacy, elections, Belgium
Auteurs Dieter Stiers en Marc Hooghe
SamenvattingAuteursinformatie

    Elections are routinely investigated with a focus on the way in which winners or losers of the elections are different in their attitudes towards the political system. There is no previous research on the general impact of participation in the electoral process on support for the political system. In this study, we hypothesize – based on the procedural fairness theory – that participating in elections raises the voter’s political trust, irrespective of the result of the party s/he voted for. Furthermore, we expect this impact to be largest for voters with the lowest level of internal political efficacy. These expectations are investigated using the Belgian election panel (2009-2014) study, observing political trust before and after the elections in two consecutive electoral cycles. The results provide support for all proposed hypotheses, highlighting the importance of general participation in elections for democratic legitimacy.


Dieter Stiers
Dieter Stiers is FWO-aspirant verbonden aan het Centre for Citizenship and Democracy van de KU Leuven. Zijn onderzoek richt zich op verkiezingsgedrag en in het bijzonder op de oorzaken en gevolgen van electorale volatiliteit.

Marc Hooghe
Marc Hooghe is gewoon hoogleraar politieke wetenschappen aan het Centrum voor Politicologisch Onderzoek van de KU Leuven. Hij is houder van een ERC Advanced Grant.
Article

Participeren jongeren anders?

Een contextspecifiek antwoord op basis van het Belgische Oosterweelreferendum

Tijdschrift Res Publica, Aflevering 1 2013
Trefwoorden political participation, young, New Politics, referendum, context
Auteurs Peter Thijssen
SamenvattingAuteursinformatie

    According to the advocates of the New Politics thesis youngsters are generally less interested in general elections, but are rather attracted by citizen-initiated referendums that are inspired by ecological, elite-challenging and pro-social motives. However, other scholars contend that the age-related differences that characterize participation in general elections are more or less universal because what really matters is how much is at stake. Yet, maybe a middle ground can be found between both perspectives if one explicitly takes into account the conditional nature of the New Politics theoretical framework. Based on exit-poll data regarding participation and vote choice in a Belgian citizen-initiated referendum in three different local contexts we test these conditional hypotheses. Our findings reveal that consistent with the New Politics thesis youngsters participate more and prefer pro-ecology, elite-challenging, and pro-social issue-frames, but only in ‘low stakes-contexts’ where no NIMBY-interests are at play.


Peter Thijssen
Peter Thijssen is hoofddocent aan het Departement Politieke Wetenschappen van de Universiteit Antwerpen. Hij is lid van de onderzoeksgroep Media, Middenveld en Politiek (M2P). Zijn onderzoek spitst zich toe op de wisselwerking tussen publieke opinie en politieke participatie.
Article

Politieke participatie: Wat doet dat met een mens?

Een panelstudie van Belgische lokale data

Tijdschrift Res Publica, Aflevering 2 2012
Trefwoorden political participation, political knowledge, political trust, emancipation process, local politics
Auteurs Peter Thijssen en Didier Dierckx
SamenvattingAuteursinformatie

    In this paper we study both long term and short term individual effects of political participation at the local level. Participatory theorists argue that political participation could lead to individual emancipation in terms of a rise of political knowledge and, in the long term, political trust. Indeed, in the short term the increased political knowledge associated with participation might enable citizens to better define their self-interest, which may be inconsistent with actual policies pursued by the local authorities and thus might be conductive to distrust. In the empirical part we will test these assertions using two-wave panel data for a random sample of 457 individuals in the district of Deurne (Antwerp – Belgium). Our results suggest that in the short term participation leads to more local political knowledge and distrust in the local administration. However, we do not find a significant increase in political trust in the long term.


Peter Thijssen
Peter Thijssen is hoofddocent aan het Departement Politieke Wetenschappen van de Universiteit Antwerpen. Hij is lid van de onderzoeksgroep Media, Middenveld en Politiek (M2P). Zijn onderzoek spitst zich toe op de wisselwerking tussen publieke opinie en politieke participatie.

Didier Dierckx
Didier Dierckx is wetenschappelijk medewerker aan het Departement Politieke Wetenschappen van de Universiteit Antwerpen. Hij werkt aan het beleidsondersteunend onderzoek ‘Focus op Deurne’, alsook aan een proefschrift waarin wordt gezocht naar contextuele verklaringen voor lokale politieke participatie.
Article

De impact van multi-level governance op de democratische input in het EU-handelsbeleid onder het Verdrag van Lissabon

Tijdschrift Res Publica, Aflevering 1 2012
Trefwoorden multi-level governance, subsidiarity, EU trade policy, legitimacy, participation
Auteurs Fabienne Bossuyt
SamenvattingAuteursinformatie

    This article examines the impact of multi-level governance (MLG) on the democratic input into European Union (EU) trade policy under the Lisbon Treaty. Focusing on two recently concluded EU trade agreements, i.e. the multi-party agreement with Colombia and Peru and the association agreement with Central America, the article traces several dangers and risks that MLG entails for democratic accountability and participation, which are closely tied to the strong output-oriented nature of MLG and its emphasis on technical effi ciency. These dangers of MLG – the article argues – are not accidental, but are fi rmly rooted within an underlying hegemonic social-economic trend, characterised by an intentional (neo-liberal dominated) attempt to de-politise, and even de-democratise, European political policy-making.


Fabienne Bossuyt
Fabienne Bossuyt is doctor-assistent aan het Departement Politieke Wetenschappen van de Universiteit Gent. Haar onderzoek richt zich op het extern beleid van de Europese Unie, waaronder de sociale dimensie van het EU-handelsbeleid.
Article

Stemrecht, stemplicht, opkomstplicht: inleiding tot het debat

Tijdschrift Res Publica, Aflevering 1 2010
Trefwoorden compulsory voting, turnout, electoral participation, electoral systems, types of democracy
Auteurs Arend Lijphart
SamenvattingAuteursinformatie

    Compulsory voting was abolished in the Netherlands in 1970 without a thorough debate about the likely consequences. On several occasions, I have recommended its retention in countries that have it and its introduction in countries that do not have it. Compulsory voting has a positive effect on turnout and is a guarantee for equal electoral participation by different groups in society. However, the debate is far from closed. In particular, the relationship between compulsory voting and type of democracy (majoritarian vs consensus democracy, majoritarian vs proportional electoral systems) requires further research.


Arend Lijphart
Arend Lijphart (1936) is als onderzoeksprofessor emeritus verbonden aan de Universiteit van Californië, San Diego, USA. In 1963 promoveerde hij aan Yale University. Hij is auteur van een groot aantal gezaghebbende boeken en artikelen in het bijzonder op het terrein van de vergelijkende politicologie. In 1995-1996 was hij president van de American Political Science Association. In 2001 ontving hij een eredoctoraat van de Universiteit Leiden, in 2009 van de Universiteit Gent.
Article

Opkomstplicht: stimulans of frustratie?

Een landenvergelijkende studie naar de gevolgen van opkomstplicht op politieke participatie

Tijdschrift Res Publica, Aflevering 1 2010
Trefwoorden compulsory voting, political participation, turnout, elections
Auteurs Tom van der Meer en Jan van Deth
SamenvattingAuteursinformatie

    Compulsory voting does not only increase voting turnout; it is also expected to have positive spill-over effects. Supposedly, citizens who are obliged to cast a vote will be more engaged in politics than citizens who are allowed to avoid politics. This article reviews the main arguments for this expectation. A rival expectation is formulated based on the idea that enforcements, duties and sanctions are likely to decrease the willingness of citizens to participate politically. A cross-national multi-level empirical test – covering turnout and political participation in twenty established democracies – shows that compulsory voting indeed increases voting turnout. Yet neither positive nor negative spill-over effects for other modes of political participation can be detected. Apparently, the consequences of compulsory voting are restricted to turnout.


Tom van der Meer
Tom van der Meer (1980) is verbonden aan de Universiteit van Amsterdam (IMES) en aan het Sociaal Cultureel Planbureau (onderzoeksgroep Participatie & Bestuur). In 2009 promoveerde hij aan de Radboud Universiteit Nijmegen op een vergelijkend onderzoek naar de relatie tussen staat en burgers, in het bijzonder de invloed van de staat op (vormen van) burgerparticipatie. In zijn onderzoek richt hij zich onder meer op vragen rondom burgerparticipatie, civil society, (etnische diversiteit en) sociale cohesie, politiek vertrouwen en politieke voorkeuren.

Jan van Deth
Jan van Deth (1950) bekleedt de Lehrstuhl für Politische Wissenschaft und International Vergleichende Sozialforschung aan de Universiteit van Mannheim, Duitsland. Hij promoveerde in 1984 aan de Universiteit Twente op een onderzoek naar politieke waarden. Zijn onderzoek richt zich in het bijzonder op politieke cultuur, maatschappelijke ontwikkelingen alsook vergelijkende onderzoeksmethoden.
Article

Subnationale overheden in governance voor duurzame ontwikkeling

Inter-subnationale netwerken als route voor Vlaanderen naar multilaterale besluitvorming?

Tijdschrift Res Publica, Aflevering 4 2009
Trefwoorden governance for sustainable development, Multi-Level Governance, networks, subnational entities, multilateral decision-making, Flanders
Auteurs Sander Happaerts, Karoline Van den Brande en Hans Bruyninckx
SamenvattingAuteursinformatie

    Although subnational entities play an important role in governance for sustainable development, they are often not recognized as decision-making actors in multilateral bodies, where an important part of the policy debate takes place. Adopting a Multi-Level Governance perspective, this article presents four alternative routes they can use to be involved in multilateral decision-making. It further zooms in on inter-subnational networks, an application of one particular route, called the direct route. Inter-subnational networks are associations between subnational entities based upon common interests. They have both external and internal objectives. On the one hand, they want to represent their members at multilateral organizations and influence decisionmaking. On the other hand, they are aimed at fostering cooperation between their members and at stimulating policy learning. This article focuses on the participation of Flanders in two networks in the area of sustainable development: nrg4SD and ENCORE. Flanders is an interesting case because of its exceptional degree of autonomy. The analysis concludes that Flanders is mainly (but not exclusively) interested in the internal dimension of the networks. It further reveals a low political involvement, which seems due to the subject of sustainable development itself.


Sander Happaerts
Sander Happaerts (1983) is doctoraatsonderzoeker aan de Katholieke Universiteit Leuven en onderzoeker bij het Steunpunt Duurzame Ontwikkeling (2007-2011). Hij onderzoekt het duurzameontwikkelingsbeleid van subnationale overheden en bekijkt daarbij het Vlaamse beleid in comparatief perspectief.

Karoline Van den Brande
Karoline Van den Brande (1983) is doctoraatsonderzoekster aan de Katholieke Universiteit Leuven en onderzoekster bij het Steunpunt Duurzame Ontwikkeling (2007-2011). Haar onderzoek focust op de betrokkenheid van Vlaanderen bij multilaterale besluitvorming inzake duurzame ontwikkeling in de VN, de OESO en de EU.

Hans Bruyninckx
Hans Bruyninckx (1964) doctoreerde aan Colorado State University met een specialiteit in International Environmental Politics. Daarna werkte hij aan het Hoger Instituut voor de Arbeid (Katholieke Universiteit Leuven) en aan de Wageningen Universiteit, Nederland. Sinds 2005 is hij professor internationale betrekkingen en internationaal milieubeleid aan de Faculteit Sociale Wetenschappen van de Katholieke Universiteit Leuven. Zijn huidig onderzoek focust op de invloed van globaliseringsprocessen op mondiaal milieubeleid en duurzame ontwikkeling, op de rol van de EU in internationaal milieubeleid en op het milieubeleid van China. Hans Bruyninckx is ook promotor-coördinator van het Steunpunt Duurzame Ontwikkeling (2007-2011).
Article

‘Handhaven’ of ‘herroepen’? De vraagstelling in twaalf gemeentelijke volksraadplegingen in Vlaanderen onderzocht

Tijdschrift Res Publica, Aflevering 1 2009
Trefwoorden local referenda, question wording, survey research
Auteurs Mieke Beckers en Jaak Billiet
SamenvattingAuteursinformatie

    Direct democratic participation through referenda is often contested, because one faces the problem of determining referendum questions which avoid confusion or subjectivity. However, detailed knowledge concerning socalled ‘question wording effects’ is available within the domain of survey research. In this body of literature, several wording effects such as the use of suggestive wordings, the ambiguity of yes/no questions etc., have been well documented. Yet, despite the similarities between referendum and survey questions, knowledge from survey methodology is rarely employed within the literature on referenda. The present study discusses a number of question wording effects studied in survey research and shows their relevance in referendum settings. In addition this article explores these effects in twelve local referenda in Flanders, Belgium. Building on this empirical evidence, we conclude with a number of precise guidelines regarding the quality of referendum questions.


Mieke Beckers
Mieke Beckers (°1983) is licentiaat sociologie en volgde de International Master in Social Policy Analysis. Zij was tot voor kort als aspirant van het FWO-Vlaanderen verbonden aan het Centrum voor Sociologisch Onderzoek (Katholieke Universiteit Leuven). Inmiddels is zij werkzaam als medewerker van de cel kwaliteitszorg bij de Vlaamse Hogescholenraad.

Jaak Billiet
Jaak Billiet (°1942) is socioloog en doctor in de sociale wetenschappen. Hij is momenteel emeritus met opdracht en als bijzonder gasthoogleraar verbonden aan het Centrum voor Sociologisch Onderzoek (CeSO) van de Katholieke Universiteit Leuven. Zijn onderzoeksgroep maakt deel uit van het Centraal Coördinatie Team van het European Social Survey. Hij speelt een centrale rol in de organisatie van het Europees Waardenonderzoek. Zijn onderzoek situeert zich in het domein van de kwaliteitsverbetering van het survey-onderzoek met speciale aandacht voor modelleren van meetfouten in het kader van cross-nationaal onderzoek. Inhoudelijk heeft zijn onderzoek binnen het Instituut voor Politiek en Sociaal Onderzoek (ISPO) betrekking op de relatie tussen stemgedrag en de verandering van waarden en politieke houdingen, onder meer het etnocentrisme.
Article

Waarom beleidsparticipatie door 'gewone' burgers meestal faalt

Een reconstructie van de oorzaken van participatieve verdamping

Tijdschrift Res Publica, Aflevering 3 2008
Trefwoorden policy participation, participatory evaporation, local politics
Auteurs Bas van Gool
SamenvattingAuteursinformatie

    Over the past decade many Western local governments have been experimenting with initiatives inviting the participation of ordinary citizens in public policy-making. However recurrently popular the idea of such participation, its practice is usually quite disappointing. Few ordinary citizens take an interest in participating in policy-affairs, and official policy-makers, anyhow, often seem to lack the will or means to contemplate or adopt their policy-suggestions. Hence, policy participation by ordinary citizens has a strong tendency to “evaporate”. In this article I address the question why this might be so. Drawing from the literature and qualitative interviews, I suggest five broad causal mechanisms to account for the phenomenon of participatory evaporation. This phenomenon seems, in fact, so overdetermined that it is hard to think of the conditions under which policy participation by ordinary citizens might work at all.


Bas van Gool
Bas van Gool is universitair docent aan de afdeling Bestuur en Organisatie van de Vrije Universiteit van Amsterdam.
Article

Belgian Politics in 2006

Tijdschrift Res Publica, Aflevering 2-3 2007
Auteurs Sam Depauw en Mark Deweerdt
Auteursinformatie

Sam Depauw
Postdoctoral Fellow of the Fund for Scientific Research – Flanders at the KU Leuven.

Mark Deweerdt
MA in Political Science.
Article

De gemeenteraadsverkiezingen van 8 oktober 2006

Evolutie sinds 1976

Tijdschrift Res Publica, Aflevering 2-3 2007
Auteurs Johan Ackaert, Herwig Reynaert, Koenraad De Ceuninck e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    The 2006 local elections in Belgium were the first one organised after the transfer of the local authorities competences from the federal to the regional level. This means by consequence that the different regions have as well the competence in designing the institutional framework of local government as the competence of changing electoral rules. The same elections were also the first ones after drastic reforms in the national political landscape (eg., the democratic Flemish nationalist party split in different groups, nearly all the parties changed their name and particularly in the Flemish part of the country, different kinds of alliances between parties emerged).
    All over the country, the Christian democrats made progress and the ecologists suffered a declining trend. For the other parties, results depend from one region to another.
    In the Flemish part of the country, the socialists and the extreme right wing joined the Christian democrats as winners of the elections. The other parties lost votes. This was particularly the case for the liberals and ecologists (the winners of the 2000 local elections). Liberals are however the winners in the Walloon part of the country, together with again the Christian democrats. In this region, socialists and ecologists were set back. In the Brussels region, we noticed progress for socialists and Christian democrats and declining figures for liberals and ecologists.
    Analyses of political competition, number of groups in local councils and single party majorities point out that the fragmentation of local politics is not growing. The local political landscape seems to be more stable in the Walloons compared with the Flemish region.


Johan Ackaert
Docent aan de Universiteit Hasselt.

Herwig Reynaert
Docent van de Vakgroep Politieke Wetenschappen, Universiteit Gent.

Koenraad De Ceuninck
Assistent van de Vakgroep Politieke Wetenschappen, Universiteit Gent.

Kristof Steyvers
Doctor-assistent van de Vakgroep Politieke Wetenschappen, Universiteit Gent.

Tony Valcke
Assistent van de Vakgroep Politieke Wetenschappen, Universiteit Gent.
Article

Op zoek naar de ‘monitorial citizen’

Een empirisch onderzoek naar de prevalentie van postmodern burgerschap in België

Tijdschrift Res Publica, Aflevering 4 2006
Auteurs Yves Dejaeghere en Marc Hooghe
SamenvattingAuteursinformatie

    Various authors have claimed that postmodern concepts of citizenship have become more important in contemporary Western societies. The new generation of citizens are said to be more critical toward the political system, less likely to participate in conventional politics, but they remain strongly interested in politics and social life (Norris, Inglehart, Dalton). Michael Schudson developed the concept of a ‘monitorial citizen’, who is interested in politics, with high levels of political efficacy and who turns to political action if needed, but does not participate in traditional political organizations. Based on the European Social Survey (2004) we investigate whether this type of citizenship actually occurs in Belgium, and found that approx. 9 per cent of all respondents can be labeled as ‘monitorial citizens’. In accordance with the theoretical expectations, most of them are young and highly-educated citizens. A multivariate analysis shows that, controlling for education, ‘monitorial citizens’ also score relatively high on political trust.


Yves Dejaeghere
Licentiaat politieke wetenschappen, Centrum voor Politicologie K.U.Leuven.

Marc Hooghe
Hoofddocent politieke wetenschappen, Centrum voor Politicologie K.U.Leuven.

    At least four criterions/methods to measure mechanical effects of electoral systems can be distinguished: measuring disproportionality, the reduction in number of parties, the party advantages and the threshold percentages. In this manuscript we focus on the thresholds. We first concentrate on a description of legal, theoretical, and empirical thresholds as measures of mechanical effects. Further, we analyse the relationship between (the natural logarithm) of district magnitude and the empirical threshold and between the empirical threshold and the effective number of parties. As starting point we take districts in Spain, Portugal and Hungary as the level of analysis. We clearly show that there is a negative causal connection between district magnitude and the threshold percentage and between threshold percentage and the number of parties.


Patrick Vander Weyden
Doctor-assistent aan de K.U.Brussel en Vice-directeur van het Instituut voor Politieke Sociologie en Methodologie (IPSoM).

    The article deals with the relationship between Islamic fundamentalism and the political participation of women. Firstly, it is discussed at length which political role women play in theories on Islamic fundamentalism. According to some scholars, it is indeed paramount to eliminate where possible, existing stereotypes which state that women are solely ‘placed’ in the private domain by fundamentalists. Secondly, the article examines the extent of actual political participation in a context of Islamic fundamentalism, more specifically the Islamic Republic of Iran. Models of political participation are often implicitly based on formal (electoral) forms of participation. However, women often remain invisible in these kinds of models. Consequently, the article centres on a possible broadening of the notion ‘political participation’ and the incorporation of new forms of informal political activities in the analysis of political participation.


Silvia Erzeel
Wetenschappelijk medewerkster aan de Vakgroep Politieke wetenschappen aan de Vrije Universiteit Brussel.
Article

Belgian Politics in 2004

Tijdschrift Res Publica, Aflevering 2-3 2005
Auteurs Sam Depauw en Mark Deweerdt
Auteursinformatie

Sam Depauw
Postdoctoral Fellow of the Fund for Scientific Research-Flanders at the University of Leuven.

Mark Deweerdt
Political Journalist of De Tijd.
Article

Partis politiques nationaux en crise?

Organisation des partis et décentralisation. Une comparaison de l’Espagne et du Royaume Uni

Tijdschrift Res Publica, Aflevering 1 2005
Auteurs Elodie Fabre, Bart Maddens, Wilfried Swenden e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    This article investigates the link between state decentralization and party decentralization. We study the impact of the type (dual, integrative, asymmetrical) and degree of decentralization on two dimensions of the relationship between a party’s central party organs and its regional branches: the autonomy of the regional branches to manage their regional affairs and the degree of participation of the regional branches in the central party. We compare the organization of five state-wide parties in two decentralized multi-national polities, Spain and the UK. Our analysis of their party statutes partly confirms the link between degree and asymmetry of decentralization and party organization. However, the impact of the type of distribution of powers between the state and its regions is much less clear. This article shows the need to investigate the influence of other factors such as regional party competition and electoral rules on the type of central-regional relationships within state-wide parties.


Elodie Fabre
Doctorante au Département de science politique à la Katholieke Universiteit de Leuven.

Bart Maddens
Professeur en science politique à la Katholieke Universiteit de Leuven.

Wilfried Swenden
Professeur en science politique à l’Université de Edimbourg, Ecosse.

Robertas Pogorelis
Collaborateur scientifique au Département de science politique à la Katholieke Universiteit de Leuven.
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.