Zoekresultaat: 25 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift Res Publica x Rubriek Article x
Article

Lobbybrieven en het regeerakkoord

Een verkennend onderzoek naar de belangenpolitiek in de kabinetsformatie

Tijdschrift Res Publica, Aflevering 3 2018
Trefwoorden lobby papers, coalition agreement, policy agenda, political attention
Auteurs Arco Timmermans
SamenvattingAuteursinformatie

    Lobbying by interest groups and the formation of governments both are established themes of empirical research, but not much is known about their linkage. This article presents an exploratory study of organizations and groups with interests seeking influence on the political agenda at the earliest stage of a governmental life cycle: its formation. From the theoretical perspective of the politics of attention, an empirical study is made of the lobby papers that government informateurs receive from business, non-profitorganizations and ngo’s, public organizations and citizens or citizen groups. By comparing the lobby agenda of these diverse organizations and groups to the coalition agreement, it is possible to draw some preliminary conclusions about whose issues and themes become visible and prominent on the governmental agenda, and whose topics obtain lower priority. This research is a basis for further analysis of the impact of lobbying on the policy agenda.


Arco Timmermans
Arco Timmermans is bijzonder hoogleraar public affairs aan de Haagse Faculteit Governance & Global Affairs van de Universiteit Leiden. Zijn onderzoek en onderwijs gaan over de dynamiek van de maatschappelijke en politieke agenda, issuemanagement, lobbycoalities en de professionalisering van public affairs als terrein van wetenschap en praktijk. Hij is mede-oprichter en leider van de Nederlandse deelname in het internationale Comparative Agendas Project. Naast onderzoek en onderwijs in reguliere academische programma’s zoals de masterspecialisatie public affairs aan de Universiteit Leiden is hij ook intensief betrokken bij cursussen voor werkende professionals op het terrein van public affairs.
Article

Van Volksunie (VU) naar Nieuw-Vlaamse Alliantie (N-VA)

Een analyse van de ideologische opvattingen van hun partijleden

Tijdschrift Res Publica, Aflevering 3 2016
Trefwoorden regionalist parties, party ideology, elections, party members, Belgium
Auteurs Bram Wauters en Nicolas Bouteca
SamenvattingAuteursinformatie

    The electoral rise of the Belgian regionalist party New-Flemish Alliance (N-VA) from scratch to the country’s largest party is remarkable. We explore here to what extent the party has shifted in ideological terms compared to its less successful predecessor VU. We make use of party member survey data (a dynamic indicator of a party’s position). We distinguish three factors that impact on parties’ positions: institutional reforms, the influx of new members and changes in the internal power distribution. The results show a clear change: on each of the five policy dimensions (centre-periphery, socio-economic, moral-ethical, post-materialist and migration issues), significant differences could be found.


Bram Wauters
Bram Wauters is professor aan het Departement Politieke Wetenschappen van de Universiteit Gent. Hij is hoofd van de Ghent Association for the Study of Parties and Representation (GASPAR).

Nicolas Bouteca
Nicolas Bouteca is professor aan de vakgroep Politieke Wetenschappen van de UGent en lid van de Ghent Association for the Study of Parties and Representation (GASPAR). Hij publiceerde eerder over ideologie, politieke partijen, electorale competitie en het Belgisch federalisme.
Article

De invloed van verkiezingen op politiek vertrouwen

Een analyse van een verkiezingspanel in België, 2009-2014

Tijdschrift Res Publica, Aflevering 3 2016
Trefwoorden procedural fairness theory, political trust, internal political efficacy, elections, Belgium
Auteurs Dieter Stiers en Marc Hooghe
SamenvattingAuteursinformatie

    Elections are routinely investigated with a focus on the way in which winners or losers of the elections are different in their attitudes towards the political system. There is no previous research on the general impact of participation in the electoral process on support for the political system. In this study, we hypothesize – based on the procedural fairness theory – that participating in elections raises the voter’s political trust, irrespective of the result of the party s/he voted for. Furthermore, we expect this impact to be largest for voters with the lowest level of internal political efficacy. These expectations are investigated using the Belgian election panel (2009-2014) study, observing political trust before and after the elections in two consecutive electoral cycles. The results provide support for all proposed hypotheses, highlighting the importance of general participation in elections for democratic legitimacy.


Dieter Stiers
Dieter Stiers is FWO-aspirant verbonden aan het Centre for Citizenship and Democracy van de KU Leuven. Zijn onderzoek richt zich op verkiezingsgedrag en in het bijzonder op de oorzaken en gevolgen van electorale volatiliteit.

Marc Hooghe
Marc Hooghe is gewoon hoogleraar politieke wetenschappen aan het Centrum voor Politicologisch Onderzoek van de KU Leuven. Hij is houder van een ERC Advanced Grant.
Article

Vragen naar de bekende weg?

Een analyse van informatiebronnen waarop schriftelijke vragen over Europese zaken in de Nederlandse Tweede Kamer zijn gebaseerd

Tijdschrift Res Publica, Aflevering 2 2016
Trefwoorden national parliaments, European Union, parliamentary questions, the Netherlands
Auteurs Rik de Ruiter, Jelmer Schalk en Yorick van Rijthoven
SamenvattingAuteursinformatie

    This paper analyses the information sources members of the Dutch Lower House base their questions on with regard to EU affairs in the period 1995-2013. Knowledge of the type of information sources to base questions on is vital for determining what the conditions are under which members of national parliaments can scrutinize the decisions taken by the national government at the EU level. The involvement of national parliaments in EU affairs is according to many scholars a necessary condition for closing the democratic deficit of the European Union, especially when the turnout in elections for the European Parliament remains low and for national parliaments remains stable and relatively high. An original dataset is constructed including all sets of written parliamentary questions on EU affairs asked by Dutch MPs in the period 1995-2013, categorized by different types of information sources on which the question is based. These different categories of information sources are regressed with a variable measuring the Treaty changes impacting on the intensity of contact between MPs of different national parliaments and several variables measuring the characteristics of Dutch MPs and their parties. The findings indicate that Dutch MPs base their written questions primarily on coverage on EU affairs by national newspapers. Moreover, MPs are more likely to use sources rooted in a national context for asking questions when they are a member of a party with a negative attitude towards European integration. These findings imply that parliamentary control via written questions over the decisions of the national executive at the EU level can be strengthened by increasing national media coverage on EU affairs, allowing the EU public sphere to develop further in the future.


Rik de Ruiter
Rik de Ruiter is als universitair docent Bestuurskunde verbonden aan het Instituut Bestuurskunde van de Universiteit Leiden. Zijn onderzoeksinteresse gaat uit naar politiek, beleid en bestuur van de Europese Unie.

Jelmer Schalk
Jelmer Schalk is als universitair docent bestuurskunde verbonden aan het Instituut Bestuurskunde van de Universiteit Leiden. Zijn onderzoeksinteresse gaat uit naar publiek management, interorganisationele netwerken en sociale netwerkanalyse.

Yorick van Rijthoven
Yorick van Rijthoven (MSc.) is een recent afgestudeerd bestuurskundige aan de Universiteit Leiden en heeft zich gespecialiseerd in internationale en Europese bestuurskunde. Zijn onderzoeksinteresse gaat uit naar o.a. interparlementaire samenwerking over EU-aangelegenheden, het EU-besluitvormingsproces en (internationaal) publiek management.
Article

Ideologische inertie op links, flexibiliteit op rechts?

Een onderzoek naar de mate van programmatische flexibiliteit bij liberalen en socialisten in België

Tijdschrift Res Publica, Aflevering 4 2015
Trefwoorden ideology, manifestos, party change, Belgium
Auteurs Nicolas Bouteca
SamenvattingAuteursinformatie

    In order to win elections political parties sometimes adapt their policy platforms to a changing society. But according to some scholars left-wing parties are in this regard more reluctant than right-wing parties. The former would show less programmatic flexibility than the latter. Other authors nuance this difference and state that leftist parties are ideologically more volatile at one moment and rightist parties at another time. In this article we empirically test whether rightist parties show more programmatic flexibility than leftist parties. We make use of an in depth quantitative analysis of the socio-economic policy proposals of the Belgian liberal and social-democratic parties between 1961 and 2010. We find that the right-wing liberal party indeed makes larger programmatic changes. The intensity of the ties with social groups such as trade unions is probably the most important variable to explain this difference.


Nicolas Bouteca
Nicolas Bouteca promoveerde in 2011 op een proefschrift over ideologische convergentie. Momenteel werkt hij als docent aan de vakgroep politieke wetenschappen van de Universiteit Gent en is hij lid van de onderzoeksgroep GASPAR. Zijn interesses zijn: ideologie, politieke partijen, electorale competitie en het Belgisch federalisme.
Article

Mondiale standaarden of race-to-the-bottom?

Een analyse van regelgevende samenwerking in de onderhandelingen over een Trans-Atlantisch Vrijhandels- en Investeringsakkoord (TTIP)

Tijdschrift Res Publica, Aflevering 3 2015
Trefwoorden trade, European Union, TTIP, regulatory convergence, global standards, race-to-the-bottom
Auteurs Ferdi De Ville en Niels Gheyle
SamenvattingAuteursinformatie

    Since the summer of 2013, the European Union (EU) and the United States (US) are negotiating the Transatlantic Trade and Investment Partnership (TTIP). Especially for the EU, this is one of the policy priorities for the present term. TTIP is supposed to bring much-needed growth and jobs and to enable the EU to remain a global standardsetter, all without lowering EU levels of regulatory protection. Opponents of the agreement, however, fear that TTIP would lead to a regulatory race-to-the-bottom. This article scrutinizes these claims through a detailed document analysis complemented with a number of interviews. It is embedded in the political-economic literature on the trade-regulation nexus as well as on exporting standards and secondary literature on past EU-US regulatory cooperation attempts. We argue that the effects of TTIP are dependent on the concrete mode of regulatory convergence chosen in the agreement. If, as seems presently most plausible, the negotiators opt for bilateral mutual recognition as their preferred mode for regulatory convergence, the plausibility that TTIP would lead to global standards is reduced. The risk of running into a regulatory race-to-the-bottom increases in that case, but will ultimately depend on the number of sectors where this mode is applicable and under which conditions this is applied. We conclude that the probability is low that the TTIP agreement being negotiated will lead either to a significant increase in global standards or to a direct large-scale race-to-the-bottom.


Ferdi De Ville
Ferdi De Ville is docent Europese Politiek aan het Centrum voor EU-Studies van de Universiteit Gent. Zijn onderzoeksbelangstelling gaat voornamelijk uit naar Europees handelsbeleid en de politiek-economische gevolgen van de eurocrisis.

Niels Gheyle
Niels Gheyle is als doctoraatsonderzoeker verbonden aan het Centrum voor EU-Studies. Zijn onderzoek richt zich op de politisering van Europees handelsbeleid, met een specifieke focus op het vrijhandelsverdrag tussen de VS en de EU (TTIP).
Article

Tussen politieke partijen en think tanks

Een verkennende analyse van de Vlaamse partijstudiediensten

Tijdschrift Res Publica, Aflevering 3 2014
Trefwoorden Political party, study centre, think tank, Flanders, policy advice
Auteurs Valérie Pattyn, Steven Van Hecke, Marleen Brans e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    In Flanders, every political party has its own political foundation or study centre. Although their importance for the party organisation is widely recognised, a systematic and comparative analysis of these study centres is still lacking. This article is the first attempt to address this empirical void. Based on document analysis, interviews and survey material, we analyse the basic characteristics of the study centres of seven Flemish parties, covering all major political families. We compare their size, internal structure and autonomy vis-à-vis the party, explore the advisors’ profile and background and discuss the generation and products of advice. We conclude that despite their heterogeneity Flemish study centres share a common but limited functionality, being more of an extension of political parties than classical think tanks.


Valérie Pattyn
Valérie Pattyn is postdoctoraal onderzoeker aan het Instituut voor de Overheid (KU Leuven) en coördinator van het Steunpunt Bestuurlijke Organisatie Vlaanderen. Haar onderzoek situeert zich op de thema’s evidence-based beleid, beleidsevaluatie, beleidsadviseurs intern en extern aan de overheid, instrumenten van beleidsadvisering, en comparatieve kwalitatieve methoden.

Steven Van Hecke
Steven Van Hecke is docent Europese en vergelijkende politiek aan de KU Leuven. Hij is verbonden aan het Instituut voor de Overheid, waar hij onderzoek verricht naar politieke partijen en EU-instellingen.

Marleen Brans
Marleen Brans is hoogleraar aan het KU Leuven, Instituut voor de Overheid, waar zij onderwijs verstrekt en onderzoek verricht over beleidsontwerp, beleidscapaciteit en beleidsadvisering.

Thijs Libeer
Thijs Libeer studeerde Politieke Wetenschappen en Overheidsmanagement aan de KU Leuven. In het kader van deze laatste opleiding heeft hij in 2012 een thesisonderzoek verricht naar partijstudiediensten.
Article

Het meten van discourscoalities met discoursnetwerkanalyse

Naar een formele analyse van het politieke vertoog

Tijdschrift Res Publica, Aflevering 3 2014
Trefwoorden Discourse analysis, social network analysis, discourse coalitions, policy conflict, methodology, public policy
Auteurs Allan Muller
SamenvattingAuteursinformatie

    Since the ‘argumentative turn’ in policy analysis scholars have increasingly focused on discourse as an explanatory factor for the analysis policy processes. This has resulted in a proliferation of rich and deep qualitative discourse-analytical studies on a vast range of policy controversies. However, these studies have two important shortcomings: firstly, they offer limited possibilities for comparative research, because they lack an objectified and standardized measuring instrument. Secondly, according to some critics, these studies do not live up to scientific standards.
    This article presents a method based on a combination of content analysis and social network analysis which can be complementary to qualitative approaches, in order to answer to these shortcomings. It is exemplified by a limited case study on two debates within the policy domain of transport-mobility in Flanders. The article concludes with a discussion of a number of possible applications of the method within the broader discipline of political science.


Allan Muller
Allan Muller is verbonden aan de Vrije Universiteit Brussel. Zijn onderzoek richt zich op de formele meting van beleidsposities en beleidscontroverse op basis van discours, alsook op de comparatieve analyse van beleidscontroverses.
Article

China’s uitgaande investeringen

Instituties, beperkingen en uitdagingen

Tijdschrift Res Publica, Aflevering 1 2014
Trefwoorden China, outward direct investment, investment policy, institutions
Auteurs Duncan Freeman
SamenvattingAuteursinformatie

    China’s outward investment policy has attracted attention not only for policy reasons, but also in academic debate on the role of source-country institutions in foreign investment. Formal institutions in the form of government policy and regulations have been central to China’s outward investment. This paper is based on a detailed analysis of Chinese policy and regulatory documents, which provide evidence of the motivations, substance and outcomes of investment policy. The paper argues that the factors determining investment policy are complex and evolving, and that elements of the policy may not be coherent and can be conflicting. It also argues that unintended outcomes are frequent, and that enterprises, including state-owned enterprises, attempt to escape the constraints of government policy and regulation. Thus, the relationship between institutions in China and enterprise behaviour is complex, and is not simply one of restriction or promotion of outward investment.


Duncan Freeman
Duncan Freeman is senior research fellow aan het Brussels Institute of Contemporary China Studies (BICCS), Vrije Universiteit Brussel (VUB). Hij doet onderzoek naar China’s uitgaande investeringen.
Article

De wetgevende macht van de media?

Een kwantitatieve analyse van media-effecten op de behandeling van wetsvoorstellen

Tijdschrift Res Publica, Aflevering 4 2013
Trefwoorden media effects, legislation, policy process, lawmaking, Dutch politics, newspaper coverage
Auteurs Lotte Melenhorst
SamenvattingAuteursinformatie

    The media are a much-discussed subject in both the scientific and the public debate on the functioning of democracy. Nevertheless, there is relatively little empirical research on the effects of media on the most fundamental aspect of politics: the legislative process. However, this type of research is important because it helps us gain insight into the influence journalists exert. This study analyses the influence of media attention for bills on the legislative process in the Netherlands. A quantitative analysis of the newspaper coverage for recently discussed bills indicates that the parliamentary process is influenced by this coverage. This first study of media-effects on the Dutch legislative process suggests that more media-attention leads to the introduction of more amendments by both members of government and members of parliament.


Lotte Melenhorst
Lotte Melenhorst is promovenda bij het Instituut voor Politieke Wetenschap van de Universiteit Leiden. Haar onderzoek maakt deel uit van een door NWO gefinancierd VIDI-project over de relatie tussen media en politiek en concentreert zich op de rol van de media bij de totstandkoming van wetgeving.
Article

Genderquota in de wetenschap, het bedrijfsleven en de rechterlijke macht in België

Tijdschrift Res Publica, Aflevering 3 2013
Trefwoorden gender quotas, policy, science, business, judges
Auteurs Eva Schandevyl, Alison E. Woodward, Elke Valgaeren e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Belgium is an early adapter of gender quotas to increase the presence of women in decision-making, as quotas for advisory councils and electoral politics date from the 1990’s. The advisory commission regulations had effects for research and scientific bodies, while the boards of publically funded corporations recently came into view. Notwithstanding many attempts, gender quotas have not (yet) been introduced in the higher regions of the justice system. This article investigates the lively scene of debates on Belgian quotas and comparatively explores the process of adopting quotas in science, business and justice. It focuses on the intensity of the debates, the arguments constituting the debate and the main actors driving it. The analysis demonstrates rich variation with respect to these three elements, which points to the importance of nuanced and context specific analyses when implementation processes of quotas in various sectors are studied.


Eva Schandevyl
Eva Schandevyl is deeltijds onderzoeksprofessor aan RHEA Onderzoekscentrum Gender & Diversiteit en het Departement Metajuridica van de Vrije Universiteit Brussel. Haar onderzoek heeft onder meer betrekking op intellectuele geschiedenis, vrouwenrechten en de geschiedenis van justitie.

Alison E. Woodward
Alison E. Woodward is hoogleraar aan het Departement Politieke Wetenschappen van de Vrije Universiteit Brussel, co-voorzitter van RHEA en Senior Fellow van The Institute for European Studies. Haar recent onderzoek behandelt de rol van het transnationale middenveld in de EU-crisis en gender in de besluitvorming.

Elke Valgaeren
Elke Valgaeren was op het ogenblik van de redactie van deze bijdrage operationeel directeur van het onderzoekscentrum SEIN – Identity, Diversity & Inequality Research, Universiteit Hasselt. Ze verrichtte er onderzoek naar diversiteit in het bedrijfsleven. Momenteel is ze diensthoofd van de studiedienst van de Gezinsbond.

Machteld De Metsenaere
Machteld De Metsenaere is gewoon hoogleraar aan de Faculteit Recht en Criminologie van de VUB en sinds 1992 directeur van RHEA. Haar onderzoek concentreert zich op gender (geschiedenis), geschiedenis van collaboratie en repressie, gelijke kansen en diversiteit.
Article

Het roterende Voorzitterschap na Lissabon: op zoek naar een nieuwe rol binnen het EU buitenlands beleid

Analyse van het Belgische Voorzitterschap van de Raad

Tijdschrift Res Publica, Aflevering 3 2011
Trefwoorden Belgium, EU foreign policy, rotating Presidency of the Council, Treaty of Lisbon
Auteurs Peter Debaere, Eline De Ridder en Skander Nasra
SamenvattingAuteursinformatie

    The Treaty of Lisbon has introduced major changes in the area of the European Union’s external relations. Aiming at establishing a unified representation and a stable leadership of EU foreign policy, the Treaty intends to reduce the role of the six-month rotating Presidency of the Council. This article reviews the literature regarding the roles of the rotating Presidency and examines in what ways and to what extent the Treaty of Lisbon may change these roles in the field of EU foreign policy. The empirical analysis looks at the experiences under the Belgian Presidency of the Council in 2010. It is argued that while the role of the country taking up the rotating Presidency is visually reduced, the Treaty of Lisbon has primarily transformed the role of the rotating Council Presidency in EU foreign policy.


Peter Debaere
Peter Debaere is doctoraal onderzoeker aan het Instituut voor Internationale Studies aan de Universiteit Gent. Hij doet onderzoek naar de rol van de Europese Unie in de G8 en G20 en de hervorming van het IMF.

Eline De Ridder
Eline De Ridder is werkzaam als postdoctoraal onderzoeker aan het Centrum voor EU-Studies van de Universiteit Gent. Haar onderzoek richt zich op het uitbreidingsproces van de Europese Unie, met een specifieke focus op de processen van europeanisering en democratisering in kandidaat-lidstaten.

Skander Nasra
Skander Nasra is verbonden aan het Instituut voor Internationale Studies van de Vakgroep Politieke Wetenschappen van de Universiteit Gent. Momenteel werkt hij voor de Belgische Federale Overheidsdienst Buitenlandse Zaken. Zijn onderzoek richt zich op de rol van kleine EU-lidstaten in het externe optreden van de EU.
Article

Negatieve verkiezingscampagnes en de gevolgen op kiesintenties

De Vlaamse regionale verkiezingen van juni 2009

Tijdschrift Res Publica, Aflevering 3 2010
Trefwoorden negative campaigning, Flemish regional elections 2009, voter preferences
Auteurs Ruth Dassonneville
SamenvattingAuteursinformatie

    In this article we address two questions considering the Flemish regional elections of June 2009. First we determine whether this campaign can be called a negative campaign and what amount of negativity it contained. Second, we want to know what the consequences of negativity were on voter preferences. Our research, based on a newspaper analysis, shows that the campaign contained an average amount of negative campaign messages compared to campaigns in other political systems (United States, the Netherlands and Denmark). We calculated effects on voter preferences by means of the PartiRep Belgian Voter Survey of 2009, a survey with a unique three wave panel design. The results demonstrate that negative campaigning seems to have been effective in 2009. Parties with negative campaigns attracted more attention from voters and also seemed to gain during the campaign. Personal attacks on opponents, on the other hand, did not have an effect on the electoral appeal of a party. Incumbent parties even lost votes when they launched personal attacks. The results suggest that, in the Flemish context, an attack on the opponent’s program or governmental record can be effective, but that personal attacks are not rewarded by the voters.


Ruth Dassonneville
Ruth Dassonneville (1987) behaalde een master in de geschiedenis en een master in de vergelijkende en internationale politiek aan de KULeuven. Ze schreef een masterproef over negatieve campagnes met een focus op de Vlaamse verkiezingen van juni 2009. Zij is nu als wetenschappelijk medewerkster verbonden aan het Centrum voor Politicologie van de KULeuven.
Article

Subnationale overheden in governance voor duurzame ontwikkeling

Inter-subnationale netwerken als route voor Vlaanderen naar multilaterale besluitvorming?

Tijdschrift Res Publica, Aflevering 4 2009
Trefwoorden governance for sustainable development, Multi-Level Governance, networks, subnational entities, multilateral decision-making, Flanders
Auteurs Sander Happaerts, Karoline Van den Brande en Hans Bruyninckx
SamenvattingAuteursinformatie

    Although subnational entities play an important role in governance for sustainable development, they are often not recognized as decision-making actors in multilateral bodies, where an important part of the policy debate takes place. Adopting a Multi-Level Governance perspective, this article presents four alternative routes they can use to be involved in multilateral decision-making. It further zooms in on inter-subnational networks, an application of one particular route, called the direct route. Inter-subnational networks are associations between subnational entities based upon common interests. They have both external and internal objectives. On the one hand, they want to represent their members at multilateral organizations and influence decisionmaking. On the other hand, they are aimed at fostering cooperation between their members and at stimulating policy learning. This article focuses on the participation of Flanders in two networks in the area of sustainable development: nrg4SD and ENCORE. Flanders is an interesting case because of its exceptional degree of autonomy. The analysis concludes that Flanders is mainly (but not exclusively) interested in the internal dimension of the networks. It further reveals a low political involvement, which seems due to the subject of sustainable development itself.


Sander Happaerts
Sander Happaerts (1983) is doctoraatsonderzoeker aan de Katholieke Universiteit Leuven en onderzoeker bij het Steunpunt Duurzame Ontwikkeling (2007-2011). Hij onderzoekt het duurzameontwikkelingsbeleid van subnationale overheden en bekijkt daarbij het Vlaamse beleid in comparatief perspectief.

Karoline Van den Brande
Karoline Van den Brande (1983) is doctoraatsonderzoekster aan de Katholieke Universiteit Leuven en onderzoekster bij het Steunpunt Duurzame Ontwikkeling (2007-2011). Haar onderzoek focust op de betrokkenheid van Vlaanderen bij multilaterale besluitvorming inzake duurzame ontwikkeling in de VN, de OESO en de EU.

Hans Bruyninckx
Hans Bruyninckx (1964) doctoreerde aan Colorado State University met een specialiteit in International Environmental Politics. Daarna werkte hij aan het Hoger Instituut voor de Arbeid (Katholieke Universiteit Leuven) en aan de Wageningen Universiteit, Nederland. Sinds 2005 is hij professor internationale betrekkingen en internationaal milieubeleid aan de Faculteit Sociale Wetenschappen van de Katholieke Universiteit Leuven. Zijn huidig onderzoek focust op de invloed van globaliseringsprocessen op mondiaal milieubeleid en duurzame ontwikkeling, op de rol van de EU in internationaal milieubeleid en op het milieubeleid van China. Hans Bruyninckx is ook promotor-coördinator van het Steunpunt Duurzame Ontwikkeling (2007-2011).
Article

Eén kloppend hart voor de EU?

Waarom twaalf lidstaten supranationale of intergouvernementele integratie prefereren voor het Europees Veiligheids- en Defensiebeleid

Tijdschrift Res Publica, Aflevering 2 2009
Trefwoorden ESDP, QCA, supranational or intergovernmental preferences
Auteurs Evi Roelen
SamenvattingAuteursinformatie

    This paper focuses on the European Security and Defense Policy and tries to answer the question why the member states have deviating deepening preferences in this field. After discovering the supranational-intergovernmental divide, we will determine its possible causes. The Qualitative Comparative Analysis helps us to distillate the most valuable independent variables and reveals ‘institutional culture’ and ‘balancing’ as most important. Finally, we match our findings with the initial theories, used to derive the causal variables, and verify their explanatory power.


Evi Roelen
Evi Roelen (°1986) is Master in de Internationale Politiek en volgt momenteel een Master en études européennes à finalité économie (Université Libre de Bruxelles). Haar voornaamste interessegebieden zijn Europese integratie, europeanisering en politieke economie.
Article

De Europese Unie: een strategische militaire actor?

Tsjaad als testcase

Tijdschrift Res Publica, Aflevering 2 2008
Trefwoorden EU, ESDP, Strategic Culture, Military Strategy, EUFOR Tchad/RCA
Auteurs Sven Biscop en Alexander Mattelaer
SamenvattingAuteursinformatie

    The EU is increasingly developing a grand strategy for framing its external policies in a coherent way. The European Security and Defence Policy offers the EU access to military instruments, enabling it to conduct civilian and military operations. This article investigates to what extent the EU can be qualified as a strategic actor, i.e. having a clear vision of how to act in the security domain and the will to do so. Furthermore, we evaluate whether past practices are leading to the framing of a EU strategic culture. As a test case we offer an in-depth analysis of the planning of EUFOR Tchad/RCA – the most recent and largest autonomous military operation the EU has conducted so far. This shows the progress the EU has made in developing its external posture, but also makes clear there exists a conceptual gap in terms of military strategy, where operational planning remains plagued by ad-hoccery.


Sven Biscop
Dr. Sven Biscop is senior research fellow in Egmont – Koninklijk Instituut voor Internationale Betrekkingen in Brussel en gastprofessor voor Europese veiligheid aan het Europacollege in Brugge.

Alexander Mattelaer
Alexander Mattelaer is als onderzoeker verbonden aan het Institute for European Studies van de Vrije Universiteit Brussel.
Article

Coalitiesteun in Antwerpen, Hasselt en Oostkamp

De invloed van politieke ontevredenheid, politiek wantrouwen en etnocentrisme vergeleken

Tijdschrift Res Publica, Aflevering 4 2007
Auteurs Marc Swyngedouw, Koen Abts en Jarl Kampen
SamenvattingAuteursinformatie

    In this paper we investigate the effects of political dissatisfaction, political distrust and ethnocentrism on support to the incumbent coalition in three different municipalities in Flanders. Theoretically, we define the concept of political trust, at which it is differentiated from political satisfaction and political alienation. At the same time, four dimensions of political distrust are disentangled: competence, integrity, responsiveness and justice. Empirically, four research questions may be distinguished. First, we investigate whether political satisfaction, political trust and ethnocentrism have an independent effect on support to the ruling majority. Second, we check whether there are differential effects of the dimensions of political trust on the dependent variable in the different municipalities.Third, we try to connect the micro-level data with macro-level, by linking the results with the characteristics of the local government and the party system. Fourth, we examine the influence of the presence of extreme right.


Marc Swyngedouw
Hoogleraar aan het Centrum voor Sociologisch Onderzoek (CeSO-K.U.Leuven).

Koen Abts
Wetenschappelijk medewerker aan het CeSO (K.U.Leuven).

Jarl Kampen
Postdoctoraal onderzoeker aan de Vakgroep Politieke Wetenschappen (V.U.Brussel).

    It is often suggested that the nationalization of local elections has increased. As a result, a hypothesis could be that the mutual differences between policy programs of local divisions of the same national party decrease. In this contribution, we focus on the local election of October 8th 2006 in order to analyse these mutual differences. The aim of this contribution is to measure the homogeneity or heterogeneity of the policy positions of the local divisions of national political parties, on a range of substantive issues on which they have the freedom to differ. Therefore, we compare the opinions of local party agents within the different party families. We use the results of a survey among the representatives of the local departments of the different political parties in the run-up to the local elections. Our research shows that, regarding to the selected questions, in general the local divisions speak with one voice. Our analysis does not indicate that there is a large mixture of visions between divisions of the same national party. Besides, this analysis shows that in general, the size of the municipality can seldom be used in indicating the relative disagreement within political families. This level of agreement is the largest within the green party and the smallest within the liberal family. Those are also the two parties of which the local agents say that the influence of supra-local party levels is small, compared to representatives of other political families.


Carl Devos
Carl Devos is docent aan de vakgroep Politieke Wetenschappen van de Universiteit Gent, voorzitter van het vakgebied Belgische binnenlandse politiek, directeur van het Instituut voor Politieke Besluitvorming en Conflictmanagement en lid van het Centrum voor Lokale Politiek van de Universiteit Gent. Hij doceert o.a. over politieke besluitvorming, federalisme en conflictmanagement.

Dries Verlet
Dries Verlet is doctor in de politieke wetenschappen, doctor-assistent aan de vakgroep Politieke Wetenschappen van de Universiteit Gent, lid van het Centrum voor Lokale Politiek, van het Instituut voor Politieke Besluitvorming en Conflictmanagement van de Universiteit Gent en van de Urban Policy Research Group van de Ghent University Association. Hij schreef een doctoraal proefschrift over tevredenheid en subjectief welzijn op lokaal vlak. Zijn onderzoek situeert zich in de domeinen lokale politiek, methodologie, statistiek, verkiezingen, tevredenheid en de studie van de kwaliteit van het leven.

Herwig Reynaert
Herwig Reynaert is hoogleraar aan de vakgroep Politieke Wetenschappen van de Universiteit Gent, voorzitter van het vakgebied lokale en regionale politiek en van het Centrum voor Lokale Politiek, lid van het Instituut voor Politieke Besluitvorming en Conflictmanagement van de Universiteit Gent en hoofd van de Urban Policy Research Group van de Ghent University Association. Hij publiceerde als auteur en/of coauteur talrijke boeken en is auteur van tientallen wetenschappelijke artikels en hoofdstukken in boeken over politieke rekrutering, politieke elites, verkiezingen en tevredenheid over lokaal beleid. Hij doceert o.a. de vakken lokale politiek, vergelijkende politiek, Belgische binnenlandse politiek. Hij is eveneens promotor van onderzoeksprojecten rond de provincies, de fusies van gemeenten, schepenen en gemeenteraadsleden, ...

    This article is based on a definition of political and civil servant leadership as a behavioral steering style towards the realization of organizational goals. By means of a grounded theory methodology we get some insights in the characteristics and the interaction between both leadership styles in Flemish cities. This two-faced leadership is depicted by means of a tandem metaphor. First, we identify the relevant dimensions to describe the leadership tandem. It becomes apparent that political leadership styles differ greatly both in time and in scope. Civil servant leadership is generally characterized by a weak but presumably growing impact. This combination results in considerable leadership tensions, which is reinforced by several contingency factors: i.e. the influence of the dominant alderman model, the financial situation, the number of staff, the tendency to professionalize, the dominant political and civil servant culture and the structure of central government (e.g. on a Flemish, Belgian and European level).


Nathalie Vallet
Docent aan het Departement Management van de Universiteit Antwerpen en aan de Master in Publiek Management van de Universiteit Antwerpen Management School (UAMS).

Filip De Rynck
Hoogleraar aan het Departement Handelswetenschappen en Bestuurskunde van de Hogeschool Gent en docent aan de Master in Publiek Management van de Universiteit Antwerpen Management School (UAMS).
Article

Stille revolutie, contra-revolutie of cultureel conflict?

Veranderingen in de politieke cultuur en hun invloed op het verband tussen klassenpositie en stemgedrag

Tijdschrift Res Publica, Aflevering 4 2006
Auteurs Jeroen Van der Waal en Peter Achterberg
SamenvattingAuteursinformatie

    This paper deals with the linkage between changes in the political culture and changes in class-party alignments. First, we investigate how the political culture in Western countries has changed over time. Three views are tested using data on party-manifestos. The first predicts that only new-leftist issues will increase in salience. The second predicts that both new-leftist and new-rightist issues will emerge at the same time. The third, which is empirically corroborated, predicts that first new-leftist issues will emerge followed by a rise in new rightist issues.
    Second, we investigate how the emergence of these new issues has affected the traditional class-party alignments. We show that the middle class increasingly votes left-wing as newleftist issues become more important and that the working class increasingly votes rightwing as new-rightist issues become more important. The middle class also appears to alienate from the traditional party of their class as new-rightist issues rise in salience.


Jeroen Van der Waal
Onderzoeker aan de vakgroep Sociologie, Erasmus Universiteit Rotterdam en aan de Amsterdam School for Social Research.

Peter Achterberg
Onderzoeker aan de vakgroep Sociologie, Erasmus Universiteit Rotterdam en aan de Amsterdam School for Social Research.
Toont 1 - 20 van 25 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.