Zoekresultaat: 15 artikelen

x
Article

Access_open What Is Left of the Radical Right?

The Economic Agenda of the Dutch Freedom Party 2006-2017

Tijdschrift Politics of the Low Countries, Aflevering 2 2019
Trefwoorden radical right-wing populist parties, economic policies, welfare chauvinism, populism, deserving poor
Auteurs Simon Otjes
SamenvattingAuteursinformatie

    This article examines the economic agenda of the Dutch Freedom Party. It finds that this party mixes left-wing and right-wing policy positions. This inconsistency can be understood through the group-based account of Ennser-Jedenastik (2016), which proposes that the welfare state agenda of radical right-wing populist parties can be understood in terms of populism, nativism and authoritarianism. Each of these elements is linked to a particular economic policy: economic nativism, which sees the economic interest of natives and foreigners as opposed; economic populism, which seeks to limit economic privileges for the elite; and economic authoritarianism, which sees the interests of deserving and undeserving poor as opposed. By using these different oppositions, radical right-wing populist parties can reconcile left-wing and right-wing positions.


Simon Otjes
Assistant professor of political science at Leiden University and researcher at the Documentation Centre Dutch Political Parties of Groningen University.
Article

Consensus Democracy and Bureaucracy in the Low Countries

Tijdschrift Politics of the Low Countries, Aflevering 1 2019
Trefwoorden consensus democracy, bureaucracy, governance system, Lijphart, policymaking
Auteurs Frits van der Meer, Caspar van den Berg, Charlotte van Dijck e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Taking Lijphart’s work on consensus democracies as our point of departure, we signal a major shortcoming in Lijphart’s focus being almost exclusively on the political hardware of the state structure, leaving little attention for the administrative and bureaucratic characteristics of governance systems. We propose to expand the Lijphart’s model which overviews structural aspects of the executive and the state with seven additional features of the bureaucratic system. We argue that these features are critical for understanding the processes of policymaking and service delivery. Next, in order to better understand the functioning of the Netherlands and Belgium as consensus democracies, we provide a short analysis of the historical context and current characteristics of the political-administrative systems in both countries.


Frits van der Meer
Frits van der Meer, Professor Institute Public Administration, Leiden University.

Caspar van den Berg
Caspar van den Berg, Campus Fryslân, University of Groningen.

Charlotte van Dijck
Charlotte van Dijck, PhD Fellow Research Foundation Flanders (FWO), KU Leuven Public Governance Institute.

Gerrit Dijkstra
Gerrit Dijkstra, Senior Lecturer, Leiden University.

Trui Steen
Trui Steen, Professor, KU Leuven Public Governance Institute.
Artikel

Access_open Welke factoren bevorderen of belemmeren het gebruik van beleidsevaluaties?

Resultaten van een studie bij de Inspectie Ontwikkelingssamenwerking en Beleidsevaluatie

Tijdschrift Beleidsonderzoek Online, maart 2018
Auteurs Marjolein Bouterse en Valérie Pattyn
SamenvattingAuteursinformatie

    Alhoewel het gebruik van beleidsevaluaties (of het gebrek eraan) een van de meest besproken thema’s is in de evaluatieliteratuur, berust veel onderzoek over het thema enkel op anekdotisch bewijs, en zijn er nauwelijks studies beschikbaar die aandacht hebben voor de samenhang tussen verschillende factoren die impact kunnen hebben op het gebruik. In voorliggend artikel presenteren we de resultaten van een studie waarin we hebben getracht om op een systematische wijze inzicht te bieden in de combinaties van factoren die instrumenteel gebruik van beleidsevaluaties bevorderen of verhinderen. We onderzochten in dit verband alle evaluaties die in de periode 2013-2016 werden uitgevoerd bij de Inspectie Ontwikkelingssamenwerking en Beleidsevaluatie. Via Qualitative Comparative Analysis (QCA) bekeken we welke combinaties van de volgende factoren als noodzakelijk en/of voldoende bleken voor evaluatiegebruik: (1) politiek gehalte van het onderwerp, (2) interesse van de beleidsmakers, (3) aanwezigheid van nieuwe kennis in de evaluatie, en (4) de timing van de evaluatie.
    Voor de praktijk van beleidsmakers en evaluatoren benadrukken we het belang van tijdigheid en interesse voor een evaluatie. Onze analyse laat zien dat professionals die op deze factoren inzetten, een gunstig klimaat creëren voor het gebruik van evaluaties. Wat betreft tijdigheid lijkt het van belang de evaluatie te laten sporen met het schrijfwerk van een beleidsafdeling aan nieuw beleid of grote beleidsveranderingen. Goede anticipatie en een sterke institutionalisering van het evaluatieproces zijn hiertoe cruciaal. Of het thema van de evaluatie een sterke politieke gevoeligheid kent, is minder belangrijk. Mits sprake is van de juiste omgevingscondities, kunnen ook dergelijke evaluaties sterk instrumenteel worden benut.


Marjolein Bouterse
Marjolein Bouterse studeerde Political Science and Public Administration (research master) in Leiden. Dit onderzoek is uitgevoerd in het kader van haar scriptie. Inmiddels werkt zij als junior beleidsonderzoeker bij Regioplan Beleidsonderzoek.

Valérie Pattyn
Valérie Pattyn is universitair docent aan het Instituut Bestuurskunde van de Universiteit Leiden. Haar voornaamste onderzoeksexpertise situeert zich op het terrein van evidence-informed beleid, de politiek van beleidsevaluatie en beleidsadvisering. Daarnaast voert ze zelf ook geregeld evaluatiestudies uit binnen meerdere beleidsdomeinen.
Artikel

Wie niet vraagt, die niet wint

Een literatuurverkenning naar de determinanten van vraagverlegenheid voor vrijwillige inzet

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 1 2017
Trefwoorden helping behavior, informal help, non-take-up, local government, bureaucratic factors
Auteurs Mark Reijnders MSc MA, Dr. Jelmer Schalk en Prof. dr. Trui Steen
Samenvatting

    A major issue confronting Dutch municipalities is that informal help is not being accepted. This concerns potential clients who avoid or are reluctant to ask for support that can be provided by friends, family, neighbours or volunteers. This phenomenon of non-acceptance is still underexplored and our theoretical understanding is fragmented at best. We explore various explanations for why people avoid seeking help, drawn from various and – until now – largely separate bodies of literature. From an extensive literature review across the disciplines of psychology, sociology and public administration, we distil four possible causes for refusing to accept help. We conclude with a discussion of the practical implications and possible future research avenues.


Mark Reijnders MSc MA

Dr. Jelmer Schalk

Prof. dr. Trui Steen

    This essay contains a short history of the municipal and other administrative sciences in the Netherlands. This history is divided into seven lives. Each life has its own specific characteristics and approaches. The story starts in 1914 with the dissertation of Gerrit van Poelje and the aldermanship of Floor Wibaut (for the Dutch Labour Party) in Amsterdam. Nevertheless, the authors make a plea to view 1921 as the actual starting point, because it is the year of the introduction to municipal administration written by Van Poelje and the first Dutch academic magazine on municipal administration (‘Gemeentebestuur’). This means that we can prepare for the celebration of 100 years of (municipal) administrative sciences in 2021. A great challenge for all universities, but certainly for the Public Administration programme of the University of Twente, which is now celebrating its 40th anniversary. The challenge is to work on current topics such as the relationship between public administration and technology in smart, sustainable and resilient cities.


Dr. Rik Reussing
Dr. G.H. Reussing is onderwijscoördinator van de opleiding European Public Administration aan de Universiteit Twente en redactiesecretaris van Bestuurswetenschappen.
Artikel

Access_open Quo vadis, Nederlandse Bestuurskunde?

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 4 2015
Trefwoorden Public administration
Auteurs Dr. Caelesta Braun, Dr. Menno Fenger, Prof. dr. Paul ’t Hart e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Forty years ago, Dutch Public Administration started as an independent academic discipline. The founding fathers considered empirical application and multidisciplinarity the most important characteristics of public administration. This article assesses the current state of the discipline in the Netherlands. The assessment is the result of a series of five debates throughout the country, focussing on different elements of the Public Administration discipline: education, academic research, consultancy and policy advice. In brief, the article argues that the discipline has reached maturity in these forty years. It has become an accepted academic discipline, on the verge of a mono-discipline. The Netherlands is considered as one of the leading countries in public administration research. However, these successes also create a gap between public administration as a successful academic discipline and its roots as a multi-disciplinary, applied science. Renewing the balance between these two will be the main challenge for the decades to come.


Dr. Caelesta Braun
Dr. C. Braun is universitair docent bestuurskunde aan de Universiteit Utrecht (USBO).

Dr. Menno Fenger
Dr. H.J.M. Fenger is universitair hoofddocent bestuurskunde aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Prof. dr. Paul ’t Hart
Prof. dr. P. ’t Hart is hoogleraar bestuurskunde aan de Universiteit Utrecht (USBO) en co-decaan bij de Nederlandse School voor Openbaar Bestuur (NSOB).

Dr. Judith van der Veer
Dr. J. van der Veer, postdoc bestuurskunde aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Drs. Tanja Verheij
Drs. A.J.M. Verheij is managing director bij Berenschot.
Artikel

Zijn eco-steden ook slim? En zijn slimme steden ook eco?

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 1 2015
Trefwoorden eco-city, knowledge city, smart city, Terminologische verschillen en overeenkomsten
Auteurs Dr. Martin de Jong, Dr. Simon Joss, Daan Schraven MSc e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Over the last couple of decades, metropolitan areas around the world have been engaged in a multitude of initiatives aimed at upgrading urban infrastructure and services, in an effort to create better environmental, social and economic conditions and to enhance cities’ attractiveness and competitiveness. Reflecting these developments, many new categories of ‘cities’ have entered the policy discourse: ‘sustainable cities’; ‘green cities’; ‘digital cities’; ‘intelligent cities’; ‘smart cities’; ‘information cities’; ‘knowledge cities’; ‘resilient cities’; ‘eco-cities’; ‘low carbon cities’; ‘liveable cities’; and even combinations, such as ‘low carbon eco-cities’ and ‘ubiquitous eco-cities’. Each of these terms apparently seeks to capture and conceptualize key aspects of ongoing urban sustainability efforts. Closer examination, however, reveals that the terms are often used interchangeably by policy makers, planners and developers alike. In this article we examine the reflection of the wider policy debate in academic discourse. By subjecting the twelve most frequently encountered categories mentioned above to bibliometric analysis, we aim to identify the distinct conceptual perspectives harbored by each of them.


Dr. Martin de Jong
Dr. W.M. de Jong is universitair hoofddocent beleidskunde aan de Faculteit Techniek, Bestuur en Management van de TU Delft en als toegevoegd hoogleraar verbonden aan Fudan University, Shanghai.

Dr. Simon Joss
Dr. S. Joss is directeur van de International Eco-Cities Initiative en als hoogleraar verbonden aan de University of Westminster in Londen.

Daan Schraven MSc
D. Schraven, MSc is onderzoeker bij de Faculteit Techniek, Bestuur en Management van de TU Delft.

Changjie Zhan
C. Zhan is promovendus bij de Faculteit Techniek, Bestuur en Management van de TU Delft.

Prof. dr. Margot Weijnen
Prof. dr. M.P.C. Weijnen is hoogleraar proces- en energienetwerken aan de Faculteit Techniek, Bestuur en Management van de TU Delft.

    Willem van Winden has done research about and has worked in several living labs at home and abroad. In this contribution he summarizes several practical lessons based on these experiences.


Dr. Willem van Winden
Dr. W. van Winden is stadseconoom en als lector Amsterdamse kenniseconomie verbonden aan de Hogeschool van Amsterdam, waar hij betrokken is bij het opzetten van een aantal living labs. Naast zijn lectoraat is Van Winden directeur van adviesbureau Urban IQ, is hij verbonden aan het European Institute for Comparative Urban Research (Euricur), en is hij werkzaam als adviseur voor URBACT, een Europees instituut gericht op het bevorderen van kennisuitwisseling tussen steden.
Casus

Een democratie kan niet zonder onderwijs

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 1 2011
Trefwoorden case, Diploma Democracy, levels of education, educational theory
Auteurs Sjoerd Karsten
SamenvattingAuteursinformatie

    In their book Diploma Democracy Mark Bovens and Anchrit Wille state that positions in the field of politics are dominantly held by people with higher levels of education. Because of diverging political preferences between citizens with a higher level of education and those with a lower one this results in a lack of representation of the latter, they argue. Karsten replies to this position from a perspective of educational theory.


Sjoerd Karsten
Sjoerd Karsten is bijzonder hoogleraar beleid en organisatie van beroepsonderwijs en volwasseneneducatie aan de Universiteit van Amsterdam en gasthoogleraar onderwijsvernieuwing en -samenwerking aan de Universiteit van Antwerpen. Correspondentiegegevens: prof. dr. S. Karsten, S.Karsten@uva.nl.

    Although long recognized as beneficial, a global language has not come to fruition despite considerable past efforts. A major reason is that many policy makers and citizens fear that such a universal language would undermine the particularistic, constituting primary languages of local and national communities. This dilemma can be greatly diminished by a two tier approach, in which efforts to protect the primary language will be intensified but all the nations involved would agree to use the same second language as the global one. Although theoretically the UN or some other such body could choose such a language, in effect English is increasingly occupying this position. However, policies that are in place slow down the development of a global language, often based on the mistaken assumption that people can readily gain fluency in several languages.


Amitai Etzioni
Amitai Etzioni is universiteitshoogleraar aan de George Washington University in Washington DC en directeur van het Insititute for Communitarian Policy Studies. Hij wordt beschouwd als een van de grondleggers van het communitarisme. Enkele van zijn meest bekende werken zijn The Active Society (1969), The Spirit of Community (1993) en The New Golden Rule (1996).

Jo Ritzen
Dr. ir. J.M.M. Ritzen is voorzitter van het College van Bestuur van de Maastricht University. Correspondentiegegevens: Dr. ir. J.M.M. Ritzen Universiteit Maastricht College van Bestuur Postbus 616 6200 MD Maastricht j.ritzen@maastrichtuniversity.nl
Article

Belgian Politics in 2004

Tijdschrift Res Publica, Aflevering 2-3 2005
Auteurs Sam Depauw en Mark Deweerdt
Auteursinformatie

Sam Depauw
Postdoctoral Fellow of the Fund for Scientific Research-Flanders at the University of Leuven.

Mark Deweerdt
Political Journalist of De Tijd.
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.