Zoekresultaat: 59 artikelen

x
Artikel

De invloed van contractuele en relationele aspecten op stakeholdermanagement

Een casusstudie van de A9 en A16 DBFM-infrastructuurprojecten

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 1 2021
Trefwoorden infrastructure projects, public-private partnerships, contractual governance, relational governance, stakeholder management
Auteurs Sander Philips MSc, Ir. Bert de Groot en Dr. Stefan Verweij
SamenvattingAuteursinformatie

    In the past decade, large infrastructure projects in the Netherlands have often been implemented through Public-Private Partnerships (PPPs), specifically using Design-Build-Finance-Maintain (DBFM) contracts. While the decision to implement projects through PPPs is based on expected advantages for internal parties – the public and private partners in the PPP –, there is a call for more focus on the advantages and disadvantages of PPPs for external stakeholders. External stakeholder management in DBFM projects is based on a contractual division of risks and responsibilities between the partners. However, it is clear from the literature that the contract does not guarantee successful stakeholder management. Relational aspects are important. Little research has been done, however, into the interplay of contractual and relational aspects in achieving successful stakeholder management. This article addresses this research need. A comparative case study was conducted into the PPP projects A9 Gaasperdammerweg and A16 Rotterdam. The study first shows that sanctions, when combined with a relational approach, have a positive effect on the relationships with stakeholders. Second, external stakeholder management cannot be simply outsourced to the private partner and continuous involvement of the public partner is important for success.


Sander Philips MSc
Sander Philips MSc volgde op het moment van schrijven de double degree master Environmental and Infrastructure Planning (Rijksuniversiteit Groningen) en Water and Coastal Management (Universität Oldenburg). Inmiddels is hij afgestudeerd.

Ir. Bert de Groot
Ir. Bert de Groot is senior adviseur projectbeheersing bij Rijkswaterstaat, ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, en external PhD bij de Rijksuniversiteit Groningen, faculteit Ruimtelijke Wetenschappen, basiseenheid Planologie.

Dr. Stefan Verweij
Dr. Stefan Verweij is universitair docent infrastructuurplanning, governance en methodologie aan de Rijksuniversiteit Groningen, faculteit Ruimtelijke Wetenschappen, basiseenheid Planologie.
Vrij artikel

Weerbarstige lokale inpassing van geo-energieprojecten

‘Localism’ en ‘soft power’ als handelingsperspectief voor gemeenten?

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 1 2021
Trefwoorden subsoil interventions, network management, Localism, Participation
Auteurs Dr. ir. Geert Roovers en Dr. Mike Duijn
SamenvattingAuteursinformatie

    Subsoil interventions in the Netherlands are crucial elements in the transition to a sustainable energy future. These subsoil interventions concern reduction of fossil energy mining, extraction of thermal energy, energy storage and CSS storage. These geo projects cause tensions. Planning under the mining law leads to local resistance, debate and often delay or cancelling of initiatives. The central characteristics of this planning are an important cause. As the transition to sustainable energy asks for more interventions in the subsoil, these tensions get problematic, and hinder the transition. In this article we investigate this problematic nature of planning under the mining law. In examples we show the problems, and accordingly we analyse them. We explore a more prominent role of local actors, using localism and soft power. With this article we want contribute to national and international discussions about the planning and governance of subsoil initiatives and strengthening of local involvement in these.


Dr. ir. Geert Roovers
Dr. ir. G. Roovers is lector Bodem en ondergrond aan de Saxion hogeschool en senior adviseur bij Antea Group.

Dr. Mike Duijn
Dr. M. Duijn is senior onderzoeker en managing director GovernEUR, Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

Access_open Inzet op omgevingsbewust en kwaliteitsbewust werken in beleidsonderzoek

Illustraties uit de lerende evaluatie van het Natuurpact van het Planbureau voor de Leefomgeving

Tijdschrift Beleidsonderzoek Online, november 2020
Auteurs Eva Kunseler, Lisa Verwoerd en Femke Verwest
SamenvattingAuteursinformatie

    Een reflexieve kijk op beleidsonderzoek gaat uit van continue dynamiek tussen kennisontwikkeling en beleids- en uitvoeringspraktijken. Beleidsonderzoekers zoeken naar houvast om gedegen en relevant onderzoek te blijven doen, onderwijl inspelend op onzekerheden, onvoorspelbaarheid en kritische geluiden die kenmerkend zijn voor de huidige kennissamenleving. Via omgevingsbewust werken kunnen zij hun onderzoeksaanpak leren afstemmen op de kenmerken en maatschappelijke context van beleidsdossiers. Via kwaliteitsbewust werken kunnen zij leren inspelen op de verwachtingen rondom een bepaalde expertrol en onderzoeksaanpak binnen de eigen contexten van onafhankelijkheid en wetenschappelijke verantwoording.
    Aan de hand van een casus – de lerende evaluatie van het Natuurpact, een innovatieve evaluatiestudie bij het Planbureau voor de Leefomgeving – laten we zien hoe een reflexieve aanpak helpt om onderzoek in de nabijheid van de dynamische beleidspraktijk uit te voeren. Doordat deze aanpak buiten de comfortzone van onderzoekers ligt, is omgevingsbewust en kwaliteitsbewust werken voor onderzoekers geen vanzelfsprekendheid. We roepen beleidsonderzoekers zelf, de organisaties waar ze werkzaam zijn en beleidsmedewerkers op om hun reflexieve vaardigheden verder te ontwikkelen via het inrichten van lerende processen, effectieve kennisdeling via Communities of Practice en leerwerktrajecten, en open en adaptieve kennis-beleidsarrangementen.


Eva Kunseler
Eva Kunseler is wetenschappelijk medewerker bij het Planbureau voor de Leefomgeving.

Lisa Verwoerd
Lisa Verwoerd is wetenschappelijk medewerker bij het Planbureau voor de Leefomgeving en onderzoeker bij het Athena Instituut, Vrije Universiteit Amsterdam.

Femke Verwest
Femke Verwest is plaatsvervangend sectorhoofd Natuur en Landelijk Gebied bij het Planbureau voor de Leefomgeving.
Thema-artikel

Een kritisch-pragmatische bestuurskunde

Oxymoron of gelukkig huwelijk?

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 1 2020
Trefwoorden critical pragmatism, public administration, energy justice, governance arrangements, regional energy strategies
Auteurs Dr. Tamara Metze
SamenvattingAuteursinformatie

    A pragmatic criticaster or a critical pragmatist is considered a schizophrenic in daily life: it seems impossible to be solution oriented and critical at the same time. You are either an optimist or a pessimist. This schism also seems to run between public administration and political scientists. Public administration is focused on (positive) problem solving, whereas political scientists – especially in a tradition of critical theory – examine the exertion of power. This essay proposes a combination of the two extremes: a critical-pragmatist approach for public administration.
    In this approach, critical political theory goes hand in hand with pragmatist reconstruction and design. This design is impossible without normative and procedural principles, for example ideas about sustainability, justice and democracy. This is illustrated with an example for designing just governance arrangements in the Dutch regional energy strategies. The article shows that public administration that is relevant, reflective and democratic builds on a critical-pragmatist approach.


Dr. Tamara Metze
Dr. T. Metze is universitair hoofddocent Bestuur en beleid aan de universiteit van Wageningen.

    Information platforms can facilitate data sharing and make new applications possible. It is essential to connect a wide range of both public and private parties to a platform if real data-based transformation is to get off the ground. However, organizations are reluctant to share data if they do not know exactly what it can be used for or if they have no direct interest in it. Achieving a good solution requires a lot from the innovation process itself and the way it is managed. This article uses three innovation perspectives for the analysis of a logistics information platform. This analysis shows that different stages in the development of an information platform can be distinguished, each with its own dynamic. For local government the involvement of and connection to local parties is important, while innovation as a whole benefits from the link with an overarching agenda that transcends the local level.


Prof. dr. Bram Klievink
Prof. dr. ing. A.J. Klievink is hoogleraar Bestuurskunde aan de Universiteit Leiden, met een speciale focus op digitalisering en publiek beleid.

Dr. Rik Reussing
Dr. G.H. Reussing is onderwijscoördinator van de joint degree Public Governance across Borders aan de Universiteit Twente en redactiesecretaris van Bestuurswetenschappen.
Vrij artikel

Burgerparticipatie: ontwikkelingstypen van bewonersverbanden

Interactie tussen participatieprofessionals en bewonersverbanden in beeld

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 3 2019
Trefwoorden citizen participation, self-organisation, public participation professionals, community enterprises, Amsterdam
Auteurs Dr. ir. Anna de Zeeuw, Eelco van Wijk MSc en Dr. Alex Straathof
Samenvatting

    Local authorities expect citizens to fulfil an increasing number of public services. In that context, citizen-based networks are emerging as means to fulfil a variety of public tasks, varying from supporting young entrepreneurs and strengthening social cohesion, to providing local care. In this article, we address the following questions: Which phases do community enterprises pass through in their efforts towards realising a sustainable contribution and how do participation professionals support these phases? To respond to this question, researchers followed seven community enterprises based in Amsterdam over a two-year period. We identified a typology of four development phases, with particular attention to the interaction between external participation professionals and the key persons of community enterprises. The study has practical relevance for governance of citizen participation and also raises important follow-up questions about the role of the local government.


Dr. ir. Anna de Zeeuw

Eelco van Wijk MSc

Dr. Alex Straathof

    Overheidsbeleid heeft steeds meer te maken met digitalisering en data-ificering van de samenleving en het menselijk gedrag. Dat betekent uitdagingen voor beleidsevaluatoren. In dit artikel gaat het om éen van de daarmee gepaard gaande verschijnselen: Big Data en Artificiële Intelligentie (BD/AI). Het artikel stelt, na erop gewezen te hebben dat de evaluatieprofessie langere tijd niet erg actief op digitaal gebied is geweest, ten eerste de vraag wat BD/AI te bieden hebben aan evaluatieonderzoek van (digitaal) beleid. Vijf toepassingsmogelijkheden worden besproken die de kwaliteit, bruikbaarheid en relevantie van evaluatieonderzoek kunnen bevorderen. De tweede vraag is wat evaluatieonderzoek te bieden heeft, als het gaat om het analyseren/onderzoeken van de betrouwbaarheid, validiteit en enkele andere aspecten van Big Data en AI. Ook daar worden verschillende mogelijkheden (en moeilijkheden) geschetst. Naar het oordeel van de schrijver is het enerzijds dienstig (meer) gebruik te maken van BD/AI in evaluatieonderzoek, maar doen onderzoekers er ook goed aan (meer) aandacht uit te laten gaan naar: de assumpties die aan BD/AI ten grondslag liggen (inclusief het ‘black box’-probleem); de validiteit, veiligheid en geloofwaardigheid van algoritmes; de bedoelde en onbedoelde consequenties van het gebruik ervan; én de vraag of de claims dat digitale interventies die mede gebaseerd zijn op BD/AI effectief (of effectiever zijn dan andere), onderbouwd en valide zijn.


Frans L. Leeuw
Frans L. Leeuw (socioloog) is hoogleraar Recht, Openbaar Bestuur en Sociaalwetenschappelijk onderzoek aan Maastricht University. Eerder was hij o.a. directeur WODC, Hoofdinspecteur Hoger Onderwijs Onderwijsinspectie, hoogleraar evaluatieonderzoek Universiteit Utrecht, directeur doelmatigheidsonderzoek Algemene Rekenkamer en decaan Humanities Open Universiteit. Hij bereidt een boekje voor over 125 jaar empirisch-juridisch onderzoek, inclusief de nieuwste loot: digitaal empirisch-juridisch onderzoek. Eerdere publicaties handelden over diverse onderwerpen met als rode draden evaluatieonderzoek, theorieën, gedragsmechanismen, benutting van onderzoek en juridische thema’s.
Artikel

Access_open Hogere waardering voor gemengde wijk

Bewoners in Rotterdam Zuidwijk over de instroom en ingreep in hun veranderende wijk

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 3 2019
Trefwoorden Perception of neighbourhood change, Diversity, Belonging, Social mix, Social housing
Auteurs Dr. ir. André Ouwehand
SamenvattingAuteursinformatie

    This paper investigates the effects of neighbourhood change caused by the inflow of new residents in the still existing social rental stock in a post-World War II district next to the effects of the changing population as the result of urban restructuring. All residents, native Dutch and residents that belong to an ethnic minority, are critical about the occurring concentration of the latter in the existing rental housing stock. Loss of respectability and of shared norms and values of how to live in the neighbourhood play an important role in the critical stance of mostly older Dutch native residents. Residents with a migrant background criticize the concentration as a negative influence for their integration in Dutch society. Most residents support the idea of a mixed neighbourhood based on income and ethnicity. Restructuring by demolition of old social rental dwellings and new housing development for owner-occupiers is supported by most residents, based on the positive impact on the liveability. Urban restructuring has however not decreased the share of non-Dutch-native residents but it did bring more middle-class households. In the view of the residents these are ‘decent people’ as they have to work in daytime and do not linger at night in the streets.


Dr. ir. André Ouwehand
Dr. ir. André Ouwehand is gastonderzoeker OTB – Onderzoek voor de gebouwde omgeving aan de faculteit Bouwkunde van de Technische Universiteit Delft.
Article

Fiscal Consolidation in Federal Belgium

Collective Action Problem and Solutions

Tijdschrift Politics of the Low Countries, Aflevering 2 2019
Trefwoorden fiscal consolidation, fiscal policy, federalism, intergovernmental relations, High Council of Finance
Auteurs Johanna Schnabel
SamenvattingAuteursinformatie

    Fiscal consolidation confronts federal states with a collective action problem, especially in federations with a tightly coupled fiscal regime such as Belgium. However, the Belgian federation has successfully solved this collective action problem even though it lacks the political institutions that the literature on dynamic federalism has identified as the main mechanisms through which federal states achieve cooperation across levels of government. This article argues that the regionalization of the party system, on the one hand, and the rationalization of the deficit problem by the High Council of Finance, on the other, are crucial to understand how Belgium was able to solve the collective action problem despite its tightly coupled fiscal regime and particularly high levels of deficits and debts. The article thus emphasizes the importance of compromise and consensus in reducing deficits and debts in federal states.


Johanna Schnabel
School of Politics and International Relations, University of Kent, Rutherford College, Canterbury CT2 7NX, United Kingdom.
Thema-artikel ‘Uitgesproken Bestuurskunde’

Management van stedelijke ontwikkeling

Beleid, sturing en institutionele veranderingen voor duurzame steden

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 2 2019
Trefwoorden sustainable urban development, governance, institutional innovation, socio-technical-ecological system
Auteurs Ellen van Bueren
Samenvatting

    With her chair in urban development management, Ellen van Bueren investigates policy, governance and management issues. Cities, as economic and cultural centres in our society, are major consumers of resources. They not only contribute to problems such as climate change, but also experience the risks and consequences thereof. Technological solutions to these problems are difficult to implement. They require larger-scale system changes, or encounter resistance. Making cities sustainable not only requires technical solutions, but also institutional innovation. A socio-technical-ecological system approach to cities shows the coherence and complexity of issues. Issues play on multiple scales, are cross-sectoral, and require an interaction of citizens, companies, and governments. Moreover, the playing field between these groups of actors is changing rapidly, technological empowerment in particular has made the citizen a much more equal player alongside the government and business. Existing instruments and approaches are not sufficient to approach sustainability issues. To identify and address these issues, cooperation between science and society is necessary. Multi- and transdisciplinary learning environments enable researchers and students to identify issues, to answer questions and to try out solutions together with stakeholders. Such environments are indispensable for the development of sustainable cities.


Ellen van Bueren
Thema-artikel ‘Uitgesproken Bestuurskunde’

Bestuurswetenschap in de kennissamenleving

Een pleidooi voor een transdisciplinaire en veelvormige wetenschapsbenadering

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 2 2019
Trefwoorden research program, knowledge society, transdisciplinarity, plural approach, technology
Auteurs Prof. dr. Albert Meijer
Samenvatting

    This article presents the research program into governance in a knowledge society of professor Albert Meijer and colleagues at Utrecht University. The knowledge society is a society in which (1) citizens are higher educated that ever before and their level of education largely determines their societal position, (2) knowledge plays a key role in administrative and policy processes and is increasingly contested and (3) technology plays a key role in every facet of societal life. Research into governance of and in the knowledge society requires a transdisciplinary and plural approach to scientific work. Transdisciplinarity entails combining insights from science with various forms of contextual and practical knowledge. A plural approach to scientific works means that we should not only do explanatory empirical work but also theoretical, normative and prescriptive research. The overall ambition of this research program is to contribute to a democratic debate about the governance of the future.


Prof. dr. Albert Meijer
Thema-artikel

‘Macho-meritocratie’ Singapore

Vijf lessen uit het genadeloze streven naar ambtelijke excellentie

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 1 2019
Trefwoorden Singapore, public service excellence, Performance, comparative public administration
Auteurs Prof. dr. Zeger van der Wal
Samenvatting

    Singapore and the Netherlands are small, export- and trade-dependent countries that perform excellently in many areas, such as good governance and integrity, policy effectiveness, liveability, innovation, and e-government. At the same time there are clear differences in political culture and history: Singapore has a more authoritarian governance style including limitations in press freedom, freedom of speech, and political activism. Within these contrasting contexts, both countries have introduced and implemented similar public management reforms since the 1990s. The aim of these reforms is to maintain public service excellence in a dynamic environment but the countries make contrasting choices in achieving this aim. This article describes how administrative excellence is organised and pursued in Singapore and identifies five lessons for the Netherlands: (1) Use positive narratives about government often; (2) be nuanced about capping top-level remuneration; (3) enhance the attractiveness of government as an employer; (4) invest in life-long learning; (5) be an authoritative expert amidst horizontalisation hypes.


Prof. dr. Zeger van der Wal
Article

Consensus Democracy and Bureaucracy in the Low Countries

Tijdschrift Politics of the Low Countries, Aflevering 1 2019
Trefwoorden consensus democracy, bureaucracy, governance system, Lijphart, policymaking
Auteurs Frits van der Meer, Caspar van den Berg, Charlotte van Dijck e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Taking Lijphart’s work on consensus democracies as our point of departure, we signal a major shortcoming in Lijphart’s focus being almost exclusively on the political hardware of the state structure, leaving little attention for the administrative and bureaucratic characteristics of governance systems. We propose to expand the Lijphart’s model which overviews structural aspects of the executive and the state with seven additional features of the bureaucratic system. We argue that these features are critical for understanding the processes of policymaking and service delivery. Next, in order to better understand the functioning of the Netherlands and Belgium as consensus democracies, we provide a short analysis of the historical context and current characteristics of the political-administrative systems in both countries.


Frits van der Meer
Frits van der Meer, Professor Institute Public Administration, Leiden University.

Caspar van den Berg
Caspar van den Berg, Campus Fryslân, University of Groningen.

Charlotte van Dijck
Charlotte van Dijck, PhD Fellow Research Foundation Flanders (FWO), KU Leuven Public Governance Institute.

Gerrit Dijkstra
Gerrit Dijkstra, Senior Lecturer, Leiden University.

Trui Steen
Trui Steen, Professor, KU Leuven Public Governance Institute.
Article

Transformative Welfare Reform in Consensus Democracies

Tijdschrift Politics of the Low Countries, Aflevering 1 2019
Trefwoorden consensus democracy, welfare state, social investment, transformative reform, Belgium and the Netherlands
Auteurs Anton Hemerijck en Kees van Kersbergen
SamenvattingAuteursinformatie

    This article takes up Lijphart’s claim that consensus democracy is a ‘kinder, gentler’ form of democracy than majoritarian democracy. We zoom in on contemporary welfare state change, particularly the shift towards social investment, and argue that the kinder, gentler hypothesis remains relevant. Consensus democracies stand out in regard to the extent to which their political institutions help to overcome the politically delicate intricacies of governing for the long term. We theorize the features that can help to solve the problem of temporal commitment in democracy through processual mechanisms and illustrate these with short case studies of the contrasting welfare state reform experiences in the Netherlands and Belgium.


Anton Hemerijck
Anton Hemerijck is Professor of Political Science and Sociology at the European University Institute (EUI) in Florence, Italy.

Kees van Kersbergen
Kees van Kersbergen is Professor of Comparative Politics at the Department of Political Science of Aarhus University, Denmark.

    In Nederland komen tal van wicked problems (WP) voor. Ze worden ook wel aangeduid als weerbarstige problemen. Kenmerkend is het unieke karakter, het feit dat kennis over probleemaspecten beperkt is en verschillende perspectieven op een probleem en meerdere waardenoriëntaties een rol spelen. Naast cognitieve en normatieve complexiteit bestaat er ook nog sociale complexiteit. WPs zoals voetbalvandalisme spelen zich af in een beleidsnetwerk met tal van elkaar afhankelijke actoren. Kennis, preferenties, handelingsvermogen en middelen blijken gespreid en niet in de hand van één actor. Om toch tot een bevredigend resultaat te komen moeten de actoren gezamenlijk optrekken. Daarom is interorganisationeel netwerkmanagement en deliberatie met burgers een wenselijke responsestrategie. Bij WPs zijn actoren dus tot elkaar veroordeeld. Centralistische besluitvorming werkt niet. Een centrale actor kan overigens nog wel een rol vervullen als initiator, facilitator of regisseur van overleg en discussie; als arbiter bij botsende perspectieven; of beslisser na netwerkberaad en inbreng van burgers.


Arno Korsten
Arno Korsten is emeritus hoogleraar Bestuurskunde aan de Open Universiteit en aan de Universiteit Maastricht.
Artikel

De opkomst van voedselbeleid: voorbij de tekentafel

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 4 2018
Trefwoorden Food policy, Food system, Agricultural policy, Policy integration, Policy instruments
Auteurs Dr. Jeroen Candel
SamenvattingAuteursinformatie

    To address a range of interconnected food-related challenges, Dutch policymakers have invested in the development of integrated food policy in recent years. This article discusses this development in two parts. The first part contains a detailed description of the main events and lines of thinking that characterized the food policy process. From this description it becomes clear that food policy has been gradually developing towards a separate institutionalized policy domain. In the second part, this development is analysed from a policy integration perspective. This analysis shows that although considerable steps towards strengthened policy integration have been made, the Dutch ‘Food agenda’ does not yet proceed beyond symbolic levels. This particularly shows in the absence of concrete policy goals and in a policy instrument mix that has not been adjusted to strengthen consistency and effectiveness. In addition, the involvement of relevant ministries gradually decreased after the initial stages. The article concludes that the food policy process has arrived at a critical juncture: the next steps of the new government will prove decisive for whether food policy integration intentions will advance beyond the drawing board. Political and administrative leadership are identified as key conditions for such further steps to occur.


Dr. Jeroen Candel
Dr. Jeroen Candel is universitair docent bij de Bestuurskundegroep van de Wageningen Universiteit.

Dr. Rik Reussing
Dr. G.H. Reussing is onderwijscoördinator van de joint degree Public Governance across Borders aan de Universiteit Twente en redactiesecretaris van Bestuurswetenschappen.

    Democracy means the voice of the people. Democratic renewal means that the voice of the people is not static. Look at ostracism among the Ancient Greeks: could one imagine that it would not exist forever? Still the voice of the people, men and women, would sound different and clearer than it would if it were based on ostracism. Over the centuries change always appears to be the constant, also in democracy, for example in the democratic renewal we have been calling ‘citizen participation’. Bottom-up citizen participation originated in the 1980s, mostly in urban renewal, and was legitimized top-down in 1993 in the Dutch parliament through the Willems motion. During the past decade increasingly more instruments for citizen participation have been developed from the bottom up. This development aims for self-management, with instruments like neighbourhood rights and the right to challenge. It goes down in history under the name of ‘localism’. In this essay the author is looking for localism on the special Scottish island Gigha, which is part of the Argyll and Bute Council.


Thea Messemaker
T.E.M. Messemaker deed een kopstudie Bedrijfskunde en Innovatiemanagement aan de Universiteit Twente en is innovatiedeskundige bewonersparticipatie.
Artikel

De dynamiek van slimme sturing voor de verduurzaming van handelsketens

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 2 2018
Trefwoorden smart governance, global value chains, Partnerships, voluntary sustainability standards
Auteurs Prof. dr. ir. Katrien Termeer, Dr. Hilde Toonen, Drs. Marcel Kok e.a.
Samenvatting

    Traditional state-centered governance systems have failed to effectively tackle the transnational problem of the sustainability of global value chains (GVCs). To fill this ‘institutional void’, industry and NGOs established a series of global partnerships that designed standards and certification schemes for global commodities. This paper uses different theoretical lenses to address the question as to what extent these arrangements can be evaluated as smart, and for what and for whom they are smart? Despite their relative success, these partnerships face some serious challenges. Consequently, smart governance also requires adaptiveness and the prevention of path dependencies.


Prof. dr. ir. Katrien Termeer

Dr. Hilde Toonen

Drs. Marcel Kok

Prof. dr. Esther Turnhout
Toont 1 - 20 van 59 gevonden teksten
« 1 3
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.