Zoekresultaat: 9 artikelen

x
Artikel

De invloed van contractuele en relationele aspecten op stakeholdermanagement

Een casusstudie van de A9 en A16 DBFM-infrastructuurprojecten

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 1 2021
Trefwoorden infrastructure projects, public-private partnerships, contractual governance, relational governance, stakeholder management
Auteurs Sander Philips MSc, Ir. Bert de Groot en Dr. Stefan Verweij
SamenvattingAuteursinformatie

    In the past decade, large infrastructure projects in the Netherlands have often been implemented through Public-Private Partnerships (PPPs), specifically using Design-Build-Finance-Maintain (DBFM) contracts. While the decision to implement projects through PPPs is based on expected advantages for internal parties – the public and private partners in the PPP –, there is a call for more focus on the advantages and disadvantages of PPPs for external stakeholders. External stakeholder management in DBFM projects is based on a contractual division of risks and responsibilities between the partners. However, it is clear from the literature that the contract does not guarantee successful stakeholder management. Relational aspects are important. Little research has been done, however, into the interplay of contractual and relational aspects in achieving successful stakeholder management. This article addresses this research need. A comparative case study was conducted into the PPP projects A9 Gaasperdammerweg and A16 Rotterdam. The study first shows that sanctions, when combined with a relational approach, have a positive effect on the relationships with stakeholders. Second, external stakeholder management cannot be simply outsourced to the private partner and continuous involvement of the public partner is important for success.


Sander Philips MSc
Sander Philips MSc volgde op het moment van schrijven de double degree master Environmental and Infrastructure Planning (Rijksuniversiteit Groningen) en Water and Coastal Management (Universität Oldenburg). Inmiddels is hij afgestudeerd.

Ir. Bert de Groot
Ir. Bert de Groot is senior adviseur projectbeheersing bij Rijkswaterstaat, ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, en external PhD bij de Rijksuniversiteit Groningen, faculteit Ruimtelijke Wetenschappen, basiseenheid Planologie.

Dr. Stefan Verweij
Dr. Stefan Verweij is universitair docent infrastructuurplanning, governance en methodologie aan de Rijksuniversiteit Groningen, faculteit Ruimtelijke Wetenschappen, basiseenheid Planologie.
Artikel

Het prestatievoordeel van publiek-private samenwerking

Een analyse van transportinfrastructuurprojecten in Nederland

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 3 2020
Trefwoorden Public-Private Partnerships (PPPs), Cost Performance, Time Performance, Netherlands, Principal-Agent Relationships
Auteurs Dr. Stefan Verweij, Dr. Ingmar van Meerkerk en Prof. dr. ir. Wim Leendertse
SamenvattingAuteursinformatie

    Compared to regular contracts, infrastructure development and management through Public-Private Partnerships (PPPs) is expected to lead to better cost and time performance. However, the evidence for this performance advantage of PPPs is lacking. This article analyzes the performance differences of projects with a Design-Build-Finance-Maintain (DBFM) contract (a type of PPP) and a Design-and-Construct (D&C) contract. Project performance data were collected (N = 65) from the Project Database of Rijkswaterstaat and analyzed using non-parametric tests. Rijkswaterstaat is the executive agency of the Ministry of Infrastructure and Water Management. The results show that DBFM-projects have a significantly higher cost performance than D&C-projects. In particular, DBFM-projects have less additional costs related to technical necessities in the implementation phase. Regarding time performance, DBFM-projects seem to perform better although the difference with D&C-projects is not statistically significant. The article discusses explanations for the performance advantage of PPPs, rooted in principal-agent theory. From this discussion, an agenda is presented for further research into the performance advantage of Public-Private Partnerships.


Dr. Stefan Verweij
Dr. Stefan Verweij is universitair docent infrastructuurplanning, governance en methodologie aan de Rijksuniversiteit Groningen, faculteit Ruimtelijke Wetenschappen, basiseenheid Planologie.

Dr. Ingmar van Meerkerk
Dr. Ingmar van Meerkerk is universitair docent bestuurskunde aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, School of Social and Behavioural Sciences, afdeling Bestuurskunde.

Prof. dr. ir. Wim Leendertse
Prof. dr. ir. Wim Leendertse is bijzonder hoogleraar management in infrastructuurontwikkeling aan de Rijksuniversiteit Groningen, faculteit Ruimtelijke Wetenschappen, basiseenheid Planologie. Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, Rijkswaterstaat, Grote Projecten en Onderhoud.
Artikel

Slimme sturing van publiek-private samenwerking bij publieke infrastructuur

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 2 2018
Trefwoorden Public private partnership, DBFM(O)-contracts, Public infrastructure projects, Relational contracting
Auteurs Joop Koppenjan, Erik Hans Klijn, Rianne Warsen e.a.
Samenvatting

    In the Netherlands, the Dutch government public private partnerships (PPP) using DBFMO contracts has become the default option for realizing complex public infrastructures. DBFMO contracts imply the integrated outsourcing of the design (D), building (B), financing (F), the maintenance (M), and also often the exploitation (O) of projects to private actors. The general idea is that by bundling public and private resources, the increasing complexity of today’s public infrastructure projects can be tackled more easily. However, reality is contumacious. As a consequence of several problems related to DBFMO collaborations, the Dutch highway and water management agency Rijkswaterstaat and several private actors recently put forward a new market vision. This vision is a call to reinvent the dominant collaboration practice between public and private actors: relational aspects should be central. In managing projects, more attention should be given to the quality of relations, attitudes, openness and trust. Recent research confirms that the success of DBFMO projects is not only contingent on contractual aspects but also, and maybe even more importantly, on relational aspects. Smart governance involves a shift from the current dominant financial economic-oriented contractual approach to PPP towards a more sociologically inspired relational form of governance.


Joop Koppenjan

Erik Hans Klijn

Rianne Warsen

José Nederhand
Diversen: Rubrieken

Publiek-private samenwerking in Nederland en Vlaanderen: een review van veertien proefschriften

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 2 2016
Trefwoorden Flanders, Netherlands, public-private partnerships (PPP), review
Auteurs Dr. Marlies Hueskes, Prof. dr. Joop Koppenjan en Prof. dr. Stefan Verweij
Samenvatting

    Public-private partnerships (PPPs) have attracted considerable attention in the Netherlands and Flanders, as witnessed by the recent wave of doctoral theses on this topic. This article presents a review of fourteen Dutch and Flemish doctoral theses, published in the period 2012-2015. The main purpose of the review was to examine what the theses’ most important findings and conclusions are. We found that they mainly focus on themes related to effectiveness, transaction costs, and legitimacy. However, although PPPs are often part of a debate between opponents and proponents, none of the studies found convincing arguments for or against the use of PPPs. Instead, most studies stressed the importance of contextual factors for the success of PPPs. The doctoral theses provided various valuable recommendations for practitioners regarding, e.g., the optimization of PPP procurement and the importance of soft management aspects such as collaborative working and process management. We observed that most theses studied PPPs by applying traditional theories and methods and that the majority focused on the early project phases of planning, procurement, and contracting. More research is needed into the later project phases. Finally, since the generalizability of the theses is limited, more programmatic, quantitative, and (international) comparative research is required.


Dr. Marlies Hueskes

Prof. dr. Joop Koppenjan

Prof. dr. Stefan Verweij
Artikel

Access_open Publiek en privaat: een spannende relatie in de bouw- en infraketen

Reflectie op inrichten, aanbesteden en uitvoeren van DBFM(O)-projecten

Tijdschrift Beleidsonderzoek Online, oktober 2015
Auteurs Frits Verhees, Alfons van Marrewijk, Wim Leendertse e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    De Nederlandse rijksoverheid maakt steeds meer gebruik van DBFM(O)-contracten om grootschalige bouw- en infraprojecten te ontwikkelen en te realiseren (DBFM(O) staat voor Design, Build, Finance, Maintain en eventueel Operate). De organisatie en inrichting van deze contracten en projecten zijn ‘als vanzelfsprekend’ gegroeid en gestandaardiseerd, veelal gebaseerd op de internationale praktijk en buitenlandse voorbeelden. Dit artikel zet uiteen hoe DBFM(O)-projecten georganiseerd en gestructureerd worden door publieke en private partijen. Uit internationaal onderzoek blijkt dat de resultaten wisselend zijn, maar de potentiële voordelen van DBFM(O) zijn groot. Deze potentie blijkt uit de eerste praktijkervaringen in Nederland, maar we kennen inmiddels ook de eerste negatieve gevolgen voor betrokken risicodragende partijen. We onderscheiden bij DBFM(O) zes ‘conventies’ met onderliggende spanningen waar praktijk en wetenschap, in de Nederlandse verhoudingen, kritisch op zullen moeten reflecteren.


Frits Verhees
Frits Verhees is docent honorair Planologie aan de Rijksuniversiteit Groningen en tendermanager bij Heijmans.

Alfons van Marrewijk
Alfons van Marrewijk is bijzonder hoogleraar Bedrijfsantropologie, gericht op Publiek-Private Samenwerking, aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Wim Leendertse
Wim Leendertse is universitair hoofddocent Planologie aan de Rijksuniversiteit Groningen en projectmanager bij Rijkswaterstaat.

Jos Arts
Jos Arts is bijzonder hoogleraar Milieu- en Infrastructuurplanning aan de Rijksuniversiteit Groningen en topadviseur bij Rijkswaterstaat.

    Achterliggende motieven en overwegingen van Nederlandse overheidsbesturen om dan wel en dan weer niet te kiezen voor publiek-private samenwerking (PPS) bij infrastructurele projecten bleven tot voor kort onduidelijk. Diverse kabinetten predikten sinds het midden van de jaren tachtig uit de vorige eeuw weliswaar publiek-private samenwerking, maar daarmee was PPS nog geen feit. Wisselende (macro-)motieven werden in nota’s opgevoerd om PPS onvermijdelijk te maken, waarbij financiële meerwaarde een constante was, maar dat bleek niet genoeg. Per project wisselende (micro-)motieven moesten de gewenste PPS-keuze rechtvaardigen, waaronder ook niet-politieke motieven. Het bereiken van financiële meerwaarde bleek wel een officieel doel of motief, maar was in de praktische besluitvorming lang niet altijd de enige relevante factor. Dit betekent dat de stelling dat financiële meerwaarde juist bepalend is, niet volledig blijkt te sporen met de PPS-praktijk. Sterker gesteld, bestuurlijke afwegingen blijken vaak bepalender voor keuzen pro of contra PPS bij rijksinfrastructurele projecten, of ook van grote invloed.


Arno Eversdijk
Dr. A.W.W. (Arno) Eversdijk promoveerde in juni 2013 aan de Universiteit Maastricht op het onderwerp publieke besluitvorming over publiek-private samenwerking bij grote rijksinfrastructurele wegenprojecten. Hij is als inkoopmanager werkzaam bij Rijkswaterstaat.

Arno F.A. Korsten
Prof. dr. A.F.A. (Arno) Korsten is honorair hoogleraar Bestuurskunde van de lagere overheden aan de Universiteit Maastricht en emeritus hoogleraar Bestuurskunde aan de Open Universiteit.
Artikel

Publiek-Private Samenwerking

Een reparatiestrategie voor falende ordeningsvormen

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 3 2014
Trefwoorden Public-private partnerships, governance arrangements, public values
Auteurs Dr. Maurits Sanders
SamenvattingAuteursinformatie

    Government employs Public-Private Partnerships as a remedial strategy directed at compensating for failures that typically occur in pure market arrangements, networks or pure hierarchical government settings. It is then possible to engage in Public-Private Partnerships corresponding with the three basic forms of social organization: market, network and government. The distinction between: (1) market-PPP, (2) network-PPP and (3) public authority-PPP is elaborated.


Dr. Maurits Sanders
Dr. M.Ph.Th. Sanders is als hoofddocent bestuurskunde verbonden aan Saxion. Hij is tevens executive director van het Netherlands Institute of Government (NIG).
Artikel

Botsende publieke waarden bij publiek-private samenwerking

Dimensies en dilemma's van juridisch-bestuurskundige legitimiteit, in het bijzonder bij openbaar gezag

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 2 2011
Trefwoorden Good governance, public-private partnerships, legitimacy
Auteurs Michiel Heldeweg en Maurits Sanders
SamenvattingAuteursinformatie

    Public Private Partnerships (PPP), especially those geared to exercise public legal powers (‘Authoritative PPP’), are suggestive of tensions between private party involvement and public legitimacy. Hence, public legitimacy is analyzed primarily on the basis of work done by David Beetham, and complemented with Public Law legitimacy considerations concerning the exercise of legal powers and law on public organizations. The findings project that there is room to convincingly frame legitimate PPP involving public authority, but that the scope is restricted both in terms of legal constraints and of political sensitivity.As a result of this, truly wicked policy projects, which in theory stand to gain most by PPP, in practice seem to be considered less suited for Authoritative PPP (and probably more for Network PPP).


Michiel Heldeweg
Prof. mr. dr M.A. Heldeweg is hoogleraar Public Governance Law aan de Faculteit Management en Bestuur van de Universiteit Twente.

Maurits Sanders
Drs M.Ph.Th. Sanders is hoofddocent Bestuurskunde bij Saxion en promovendus aan de Faculteit Management en Bestuur van de Universiteit Twente.
Artikel

Hoe verkoop ik een spoorweg?

De lessen van het privatiseringsstreven bij de Betuweroute, HSL-Zuid en Zuiderzeelijn

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 3 2005
Auteurs Joop Koppenjan en Martijn Leijten
SamenvattingAuteursinformatie

    In December 2004, the report of the Dutch Parliamentary Investigation Committee on Infrastructural Projects was published. This committee investigated the budgets overruns of two large rail projects currently under construction in the Netherlands: the Betuwe Line and the High Speed Line (HSL)-South. The committee also looked at how mistakes that were made in the earlier projects had been avoided in the construction of the Zuiderzee Line, a project currently under preparation. The report provides a look inside the struggle of the Dutch national government from the beginning of the 1990s in their public-private partnership (PPP) efforts. In this contribution, we provide an analysis of the motives, approach and results of privatisation of these three projects on the bases of the detailed empirical analysis provided by the Committee. We seek explanations of how privatisation with these three projects evolved and what lessons can be drawn. It appears that practices have so far been far from good and instead of committing to the obligation to apply PPP in every large infrastructural project, the government should first find out how PPP in such projects should actually be carried out.


Joop Koppenjan
Joop Koppenjan is bestuurskundige en als universitair hoofddocent verbonden aan de faculteit Technologie, Bestuur en Management van de Technische Universiteit Delft. Hij doet onderzoek naar besluitvorming en sturing in beleidsnetwerken en publiek private samenwerking bij de totstandkoming en het beheer van publieke infrastructuur. In 2004 was hij als staflid betrokken bij de werkzaamheden van de Tijdelijke Commissie Infrastructuur en deed hij onderzoek naar de privatisering van de Betuweroute. Recente publicaties: Adres: Technische Universiteit Delft, sectie Beleidskunde/Organisatie en Management, Postbus 5015, 2600 GA Delft, e-mail: j.f.m.koppenjan@tbm.tudelft. nl

Martijn Leijten
Martijn Leijten is onderzoeker aan de Faculteit Techniek, Bestuur en Management van de Technische Universiteit Delft. Zijn onderzoek richt zich op organisatie en management van complexe infrastructuurprojecten. Hij maakt deel uit van het onderzoekscentrum Sustainable Urban Areas van de TU Delft. Martijn Leijten was in 2004 betrokken bij het onderzoek van de Tijdelijke Commissie Infrastructuurprojecten van de Tweede Kamer en droeg met name bij aan de reconstructie van de besluitvorming over de Zuiderzeelijn. Recente publicaties: Adres: Technische Universiteit Delft, sectie Beleidskunde/Organisatie en Management, Postbus 5015, 2600 GA Delft, e-mail: m.leijten@tbm.tudelft.nl
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.