Zoekresultaat: 17 artikelen

x
Article

Access_open The Resilience of Democracy in the Midst of the COVID-19 Pandemic

Democratic Compensators in Belgium, the Netherlands and France

Tijdschrift Politics of the Low Countries, Aflevering 2 2021
Trefwoorden COVID-19, crisis-management, democratic compensators, exceptionalism
Auteurs Tom Massart, Thijs Vos, Clara Egger e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Since January 2020, European countries have implemented a wide range of restrictions to contain the COVID-19 pandemic. Yet governments have also implemented democratic compensators in order to offset the negative impacts of restrictions. This article aims to account for the variation of their use between Belgium, the Netherlands and France. We analyse three drivers: the strength of counterpowers, the ruling parties’ ideological leanings and political support. Building on an original data set, our results distinguish between embedded and ad hoc compensators. We find that ad hoc compensators are championed mainly by counterpowers, but also by ideology of the ruling coalitions in Belgium and the Netherlands and used strategically to maintain political support in France. Evidence on the link between embedded compensators and counterpowers is more ambiguous.


Tom Massart
Tom Massart is a PhD candidate at ULB / CEVIPOL. His research mainly focuses on European economic governance.

Thijs Vos
Thijs Vos is a political scientist and research assistant at Groningen University.

Clara Egger
Clara Egger is assistant professor in international relations at Groningen University. She is currently leading the Exceptius project on Covid19 containment policies in Europe.

Claire Dupuy
Claire Dupuy is professor of comparative politics at UCLouvain. She specializes in comparative public policy with a focus on multilevel governance, federalism and regionalization processes.

Constance Morel-Jean
Constance Morel-Jean is a master’s student at Grenoble-Alpes University. She specialises in the study of political behaviour.

Raul Magni-Berton
Raul Magni-Berton is professor of political science at Grenoble-Alpes University, PACTE research unit. His research mainly focuses on democracy, its institutions and norms.

Sébastian Roché
Sebastian Roché is CNRS Research Professor at Grenoble-Alpes University, PACTE research unit. He specializes in policing and legitimacy studies.

    Dutch social policies are aimed at the integration and participation of all people. This creates challenges for persons with a mental vulnerability and their neighbourhoods. Five municipalities in the province of Flevoland asked us to help them improve the move from protected living to living in the neighbourhood. We used an arts-based participatory action research design and we followed ‘hot topics’, topics that sparked people’s energy and emotion, and which led to empowerment and participation. Focusing on these topics, which initially might not seem to be closely connected to the main research topic, might produce more information, and energy to take action on it, rather than rigidly sticking with the initial research topics. In this article, we focus on the first phases of the project. The emotions that people with mental vulnerabilities expressed when talking about their dogs, led us to the core of what really mattered to them in terms of inclusive living and participation. The dog functioned as an unexpected ‘hot topic’. In a symbolic sense, ‘the dog’ stands for a diverse range of lifeworld topics that can act as a creative catalyst for social change.

    Vooraf

    Participatief actieonderzoek en responsieve evaluatie staan volop in de belangstelling bij beleidsmakers en onderzoekers. Dit type beleidsonderzoek en -evaluatie beoogt democratisch, inclusief én impactvol te zijn. Het gaat om onderzoek mét in plaats van óver mensen. En het is actiegericht: onderzoek wil bijdragen aan concrete oplossingen door met betrokkenen gezamenlijke (verbeter)acties te ontwikkelen in de praktijk, en daarop te reflecteren en van te leren. Dit alles met het oog op sociale inclusie. Het zijn mooie idealen, maar wat betekent dit in de alledaagse, vaak weerbarstige onderzoekspraktijk?

    Op 20 januari 2020 organiseerde prof. Abma daarover een symposium, getiteld ‘Responsive, Participatory Research: Past, Present and Future Perspectives’ (Vrije Universiteit, Amsterdam). De rode draad op het symposium was de vraag wat goed en ethisch verantwoord participatief onderzoek is, en wat dit vraagt van onderzoekers en beleidsmakers. Drie lezingen op deze conferentie zijn nadien omgewerkt tot essays om lezers van Beleidsonderzoek Online vanuit verschillende perspectieven beter kennis te laten maken met deze vorm van onderzoek:

    Prof. Weerman en haar team focussen in hun bijdrage op het zich in de praktijk ontwikkelende onderzoeksdesign en het inzetten van creatieve methoden om participatie te bevorderen. Ze gaan na welke kwaliteitscriteria aan participatief actieonderzoek worden gesteld en hechten daarbij met name aan eisen ten aanzien van participatie, samen leren en verschil maken (zie BoO juli 2021). Ze benadrukken het belang van creativiteit en flexibiliteit.

    Prof. Abma bespreekt in haar artikel de normatieve dimensies en de ethiek van participatief actieonderzoek (zie BoO september 2020). Ze illustreert met een voorbeeld uit de crisishulpverlening aan GGZ-cliënten dat participatief actieonderzoek niet slechts een methodisch-technische exercitie is, maar een sociaal-politiek proces waarbij bestaande machtsverhoudingen verschuiven om ruimte te geven aan nieuwe stemmen en kennis. Dit omvat het zien van en stilstaan bij ethisch saillante dilemma’s en morele reflectie.

    De bijdrage van prof. Cook (zie BoO februari 2021) gaat over de weerbarstige praktijk van participatief actieonderzoek. Het doel is samen leren en voorbij geijkte oplossingen komen. Zij laat zien dat dit uitdagend is voor professionals die geconfronteerd worden met burgers die feedback geven en vragen om het (deels) loslaten van vaststaande professionele kaders. Er ontstaat dan ongemak en onzekerheid, maar zo beoogt en laat Cook overtuigend zien, deze ‘mess’ (niet meer goed weten wat goed en nodig is) is productief om te komen tot hernieuwde inzichten en innovaties.

    (Introductietekst opgesteld door prof. T. Abma)


Alie Weerman
Alie Weerman is professor of Mental Health and Society at Windesheim University of Applied Sciences. Her PhD focused on the use of experiential knowledge of professional social workers and caretakers. She practices Participatory Health Research in several organizations in healthcare and social work. She always uses experiential knowledge as a valuable ‘third source of knowledge’ in the process and results of studies.

Rosalie Metze
Rosalie Metze is associate professor of Mental Health and Society at Windesheim University of Applied Sciences. Her expertise lies in topics such as outreach work, experiential knowledge, self-efficacy, and strengthening the voice of those less heard. Her goal is to always work according to the PAR principles, and gain the necessary acknowledgement for this type of research.

    Participatory research is increasingly being perceived as a democratic and transformative approach to social situations by both academics and policymakers. The article reflects on what it means to do participatory research, what it contributes to broader knowledge building, and why mess may not only need to be present in participatory research but encouraged. The purposes of participation and mess as nourishment for critical enquiry and more radical learning opportunities are considered and illuminated using case study material from the Family Based Positive Support Project.

    Vooraf

    Participatief actieonderzoek en responsieve evaluatie staan volop in de belangstelling bij beleidsmakers en onderzoekers. Dit type beleidsonderzoek en -evaluatie beoogt democratisch, inclusief én impactvol te zijn. Het gaat om onderzoek mét in plaats van óver mensen. En het is actiegericht: onderzoek wil bijdragen aan concrete oplossingen door met betrokkenen gezamenlijke (verbeter)acties te ontwikkelen in de praktijk, en daarop te reflecteren en van te leren. Dit alles met het oog op sociale inclusie. Het zijn mooie idealen, maar wat betekent dit in de alledaagse, vaak weerbarstige onderzoekspraktijk?

    Op 20 januari 2020 organiseerde prof. Abma daarover een symposium, getiteld ‘Responsive, Participatory Research: Past, Present and Future Perspectives’ (Vrije Universiteit, Amsterdam). De rode draad op het symposium was de vraag wat goed en ethisch verantwoord participatief onderzoek is, en wat dit vraagt van onderzoekers en beleidsmakers. Drie lezingen op deze conferentie zijn nadien omgewerkt tot essays om lezers van Beleidsonderzoek Online vanuit verschillende perspectieven beter kennis te laten maken met deze vorm van onderzoek:

    Prof. Weerman en haar team focussen in hun bijdrage op het zich in de praktijk ontwikkelende onderzoeksdesign en het inzetten van creatieve methoden om participatie te bevorderen. Ze gaan na welke kwaliteitscriteria aan participatief actieonderzoek worden gesteld en hechten daarbij met name aan eisen ten aanzien van participatie, samen leren en verschil maken (zie BoO juli 2021). Ze benadrukken het belang van creativiteit en flexibiliteit.

    Prof. Abma bespreekt in haar artikel de normatieve dimensies en de ethiek van participatief actieonderzoek (zie BoO september 2020). Ze illustreert met een voorbeeld uit de crisishulpverlening aan GGZ-cliënten dat participatief actieonderzoek niet slechts een methodisch-technische exercitie is, maar een sociaal-politiek proces waarbij bestaande machtsverhoudingen verschuiven om ruimte te geven aan nieuwe stemmen en kennis. Dit omvat het zien van en stilstaan bij ethisch saillante dilemma’s en morele reflectie.

    De bijdrage van prof. Cook (zie BoO februari 2021) gaat over de weerbarstige praktijk van participatief actieonderzoek. Het doel is samen leren en voorbij geijkte oplossingen komen. Zij laat zien dat dit uitdagend is voor professionals die geconfronteerd worden met burgers die feedback geven en vragen om het (deels) loslaten van vaststaande professionele kaders. Er ontstaat dan ongemak en onzekerheid, maar zo beoogt en laat Cook overtuigend zien, deze ‘mess’ (niet meer goed weten wat goed en nodig is) is productief om te komen tot hernieuwde inzichten en innovaties.

    (Introductietekst opgesteld door prof. T. Abma)


Tina Cook
Tina Cook is a professor of education at Liverpool Hope University. At the core of her work is a focus on inclusive practice in research and evaluation. She is an executive committee member of the ICPHR, an editor of the International Journal of Educational Action Research, and a founder member of the UK Participatory Research Network. Her own research focus is with people with learning disabilities and people with cognitive impairment.
Artikel

Access_open Ethics work for good participatory action research

Engaging in a commitment to epistemic justice

Tijdschrift Beleidsonderzoek Online, september 2020
Auteurs Tineke Abma
SamenvattingAuteursinformatie

    Participatory and responsive approaches to research strive to be democratic, inclusive and impactful. Participatory researchers share a commitment to epistemic justice and actively engage citizens and users as well as other stakeholders in the co-creation of knowledge for social change. While more and more researchers and policymakers feel attracted to these approaches in practice, the normative ideals of social inclusion and justice are sometimes hard to realize, because of established interests, power relations and system requirements. In this article I argue that participatory researchers and evaluators have a moral responsibility to do ‘ethics work’. This is more than just following ethical principles and codes of conduct. ‘Ethics work’ entails the labour and effort one puts into recognizing ethically salient aspects of situations, developing oneself as a reflexive practitioner, paying attention to emotions and relationships, collaboratively working out the right course of action and reflecting in the company of critical friends. In this article I present the theory and ethics of participatory approaches, illustrate ethical issues and ethics work related to collaboration, politics and power, and share lessons based on ten years of practice in the field of health and social well-being.

    Vooraf

    Participatief actieonderzoek en responsieve evaluatie staan volop in de belangstelling bij beleidsmakers en onderzoekers. Dit type beleidsonderzoek en -evaluatie beoogt democratisch, inclusief én impactvol te zijn. Het gaat om onderzoek mét in plaats van óver mensen. En het is actiegericht: onderzoek wil bijdragen aan concrete oplossingen door met betrokkenen gezamenlijke (verbeter)acties te ontwikkelen in de praktijk, en daarop te reflecteren en van te leren. Dit alles met het oog op sociale inclusie. Het zijn mooie idealen, maar wat betekent dit in de alledaagse, vaak weerbarstige onderzoekspraktijk?

    Op 20 januari 2020 organiseerde prof. Abma daarover een symposium, getiteld ‘Responsive, Participatory Research: Past, Present and Future Perspectives’ (Vrije Universiteit, Amsterdam). De rode draad op het symposium was de vraag wat goed en ethisch verantwoord participatief onderzoek is, en wat dit vraagt van onderzoekers en beleidsmakers. Drie lezingen op deze conferentie zijn nadien omgewerkt tot essays om lezers van Beleidsonderzoek Online vanuit verschillende perspectieven beter kennis te laten maken met deze vorm van onderzoek:

    Prof. Weerman en haar team focussen in hun bijdrage op het zich in de praktijk ontwikkelende onderzoeksdesign en het inzetten van creatieve methoden om participatie te bevorderen. Ze gaan na welke kwaliteitscriteria aan participatief actieonderzoek worden gesteld en hechten daarbij met name aan eisen ten aanzien van participatie, samen leren en verschil maken (zie BoO juli 2021). Ze benadrukken het belang van creativiteit en flexibiliteit.

    Prof. Abma bespreekt in haar artikel de normatieve dimensies en de ethiek van participatief actieonderzoek (zie BoO september 2020). Ze illustreert met een voorbeeld uit de crisishulpverlening aan GGZ-cliënten dat participatief actieonderzoek niet slechts een methodisch-technische exercitie is, maar een sociaal-politiek proces waarbij bestaande machtsverhoudingen verschuiven om ruimte te geven aan nieuwe stemmen en kennis. Dit omvat het zien van en stilstaan bij ethisch saillante dilemma’s en morele reflectie.

    De bijdrage van prof. Cook (zie BoO februari 2021) gaat over de weerbarstige praktijk van participatief actieonderzoek. Het doel is samen leren en voorbij geijkte oplossingen komen. Zij laat zien dat dit uitdagend is voor professionals die geconfronteerd worden met burgers die feedback geven en vragen om het (deels) loslaten van vaststaande professionele kaders. Er ontstaat dan ongemak en onzekerheid, maar zo beoogt en laat Cook overtuigend zien, deze ‘mess’ (niet meer goed weten wat goed en nodig is) is productief om te komen tot hernieuwde inzichten en innovaties.

    (Introductietekst opgesteld door prof. T. Abma)


Tineke Abma
Tineke A. Abma is Professor Participation & Diversity Amsterdam University Medical Centres, Amsterdam, and Executive Director of Leyden Academy on Vitality and Ageing, Leiden.
Article

Consensus Democracy and Bureaucracy in the Low Countries

Tijdschrift Politics of the Low Countries, Aflevering 1 2019
Trefwoorden consensus democracy, bureaucracy, governance system, Lijphart, policymaking
Auteurs Frits van der Meer, Caspar van den Berg, Charlotte van Dijck e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Taking Lijphart’s work on consensus democracies as our point of departure, we signal a major shortcoming in Lijphart’s focus being almost exclusively on the political hardware of the state structure, leaving little attention for the administrative and bureaucratic characteristics of governance systems. We propose to expand the Lijphart’s model which overviews structural aspects of the executive and the state with seven additional features of the bureaucratic system. We argue that these features are critical for understanding the processes of policymaking and service delivery. Next, in order to better understand the functioning of the Netherlands and Belgium as consensus democracies, we provide a short analysis of the historical context and current characteristics of the political-administrative systems in both countries.


Frits van der Meer
Frits van der Meer, Professor Institute Public Administration, Leiden University.

Caspar van den Berg
Caspar van den Berg, Campus Fryslân, University of Groningen.

Charlotte van Dijck
Charlotte van Dijck, PhD Fellow Research Foundation Flanders (FWO), KU Leuven Public Governance Institute.

Gerrit Dijkstra
Gerrit Dijkstra, Senior Lecturer, Leiden University.

Trui Steen
Trui Steen, Professor, KU Leuven Public Governance Institute.

    ‘The Netherlands is a country of commissions. Some are useful: they draw up an analysis that clarifies, declares success or denounces failure’, as the author wrote in his PhD-thesis ‘Looking with strange eyes’ in 2014. This essay also deals with commissions. In the three decentralization operations in the Netherlands, a so-called social affairs advisory council has made its appearance in the Dutch municipalities. Advisory committees or councils play an important role in our political system. For a long time discussions have been held about the position of these advisory bodies and their added value for policy and stakeholders. This fits in with municipalities that are in full development with concepts such as self-management, co-creation and vital communities. Advisory councils want to know if their work matters. There may be growing disappointment about the effects of their advice. That feeling of disappointment is understandable. In 1979 Carol Weiss was rather negative at the time about the degree of utilization of research. In 1983 Arno Korsten put this into perspective: ‘The view that there is underutilization on a large scale requires revision. An important reason is the fact that applying research results is often not immediately and easily visible, neither for researchers involved nor for policy makers.’ Research is something other than advice, but the insights are a source of inspiration for the use of advice. An advisory council wants to increase the effectiveness of its advice. For that reason, in this essay an approach is developed that provides insight into the factors that determine the way in which and the extent to which the advice is used in political decision-making. With this insight, an advisory council for the social domain can strengthen the influence of its advice, as is expected.


Dr. Jean Schutgens
Dr. J.M.L.R. Schutgens is bestuurskundige en bestuurlijk vrijwilliger van het provinciaal Huis voor de Zorg in Limburg. Hij was gemeentesecretaris van Landgraaf in de periode 1992-2008.

    Exploration of the future is about systematically exploring future developments and the possible consequences for an organization or issue. The demand for future explorations at local policy level has increased in recent years. This article focuses on the relationship between participatory future exportations and local strategic policy processes. On the basis of four case studies, the meaning of participatory foresight studies for local policy processes was investigated. The research, which was carried out as action research, shows that future explorations in local strategic policy processes can be significant in different ways: they provide new knowledge, they promote learning in an integral and future-oriented manner and they encourage social learning processes that are independent of the content, which is valuable for group dynamics. In addition, future explorations can be useful in different phases of the policy cycle. Despite the fact that participatory explorations of the future can be meaningful in local strategic policy processes, there is still a bridge between the method of future exploration on the one hand and policy processes and organizations on the other. The research shows that a demand-driven approach starting from the needs of the participants in the policy process and responding to the culture, structure and working method of the organization is a promising approach. At the same time, the research shows that there are several factors that need to be considered in order to achieve a stronger interrelatedness of future exploration and policy. The policy practice and the exploratory practice seem to be gradually evolving towards each other. On the one hand, policy practice is becoming more rational, transparent and analytical in nature through the use of future explorations, at least in policy preparation. The explorations promote substantive discussions on policy agendas and policy intentions. On the other hand, they are becoming more policy oriented through more reasoning from the policy practice in terms of process design and knowledge needs of the policy process.


Dr. Nicole Rijkens-Klomp
Dr. N. Rijkens-Klomp is in 2016 gepromoveerd aan de Universiteit Maastricht bij prof. Pim Martens, met dr. Ron Cörvers als haar co-promotor. Ze heeft sinds 2004 een eigen bedrijf in Antwerpen op het gebied van toekomstverkenning (foresight & design studio Panopticon). Daarnaast werkt ze aan het Scientific Institute for Sustainable Development (ICIS) van de Universiteit Maastricht.

Dr. Ron Cörvers
Dr. R.J.M. Cörvers is wetenschappelijk directeur van het Scientific Institute for Sustainable Development (ICIS) van de Universiteit Maastricht.
Artikel

De transformatie van kennis voor klimaatadaptatie

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 3 2017
Trefwoorden wicked problems, climate change adaptation, science-policy interface, knowledge production, mainstreaming
Auteurs Dr. Daan Boezeman
Samenvatting

    Scientific knowledge plays a pivotal yet problematic role in identifying, assessing and evaluating climate impacts, and hence in their governance. This raises questions of how knowledge for adaptation policy is made. This article studies the production of authoritative and meaningful knowledge claims in the Delta Committee, regional water management and urban warming. It is argued that the conventional supply-and-demand conceptualisation with its notion of ‘knowledge transfer’ has fundamental flaws. This study shows how the wicked issue of climate change is tamed and made tractable in climate adaptation. In these processes knowledge of climate change transforms. This article presents a conceptual apparatus to study transformation. Transformation has a Janus face. While transformation brings climate change in conversation with localised meaning to create concrete adaptation responses, it also closes down and becomes blind to particular climate risks. Transformations are affected by the goals and institutions of policy fields. To overcome problems of blindness and cognitive path dependencies, more institutional change is necessary than the current piggyback approach of mainstreaming and knowledge co-creation entails.


Dr. Daan Boezeman

    Nationaal en internationaal staat onderzoek dat maatschappelijk relevant is, wetenschappelijk gezien hoge kwaliteit heeft, en zowel integer als efficiënt wordt uitgevoerd in de schijnwerpers. Het achterliggende idee is dat alleen zo de gewenste maatschappelijke impact kan worden bereikt. Door het bevorderen van verantwoorde onderzoekspraktijken, waarbij er onder andere expliciet aandacht is voor aspecten als stakeholderparticipatie, interdisciplinaire samenwerking, replicatie en systematische reviews, kunnen financiers of programmeurs van onderzoek hieraan bijdragen. In dit artikel wordt een overzicht gegeven van de wijze waarop ZonMw dat doet als kennisprogrammeur op het gebied van het gezondheidsonderzoek. Hiertoe is een toetsingskader ontwikkeld en toegepast op zestien lopende onderzoeksprogramma’s, dat ook voor andere domeinen en actoren betekenis heeft. Een belangrijke aanbeveling is dat ‘verantwoord programmeren’ een eigen kennisbasis behoeft om de toegevoegde waarde ervan te kunnen bepalen. Naast investeringen in metaonderzoek vraagt dat om een goede monitoring en informatievoorziening bij de kennisprogrammeur.


Wendy Reijmerink
Wendy Reijmerink is stafmedewerker Strategie en Innovatie bij ZonMw. Zij werkt aan een promotie over de maatschappelijke impact van publieke kennisprogrammering.

Wija Oortwijn
Wija Oortwijn is sectorleider Zorg bij Ecorys. Zij heeft jarenlange ervaring met evaluaties van beleid en onderzoeksprogramma’s alsmede impactanalyses op het terrein van de zorg.
Artikel

Van project naar opgave

Samenwerking als motor van de planning van infrastructuur en ruimte

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 4 2016
Trefwoorden planning, cooperation, challenge-oriented approach, infrastructure and spatial development
Auteurs Wim Leendertse, Jos Arts, Tim Busscher e.a.
Samenvatting

    Infrastructure and adjacent areas represent extensive social value. However, infrastructure and areas are still often developed sectoral and independent. In the Netherlands, national spatial policies strive for combining infrastructure and area as one integrated approach as this is expected to result in more spatial quality. Taking this perspective, this article discusses trendy concepts in current Dutch planning, such as: adaptive planning, public and private cooperation and challenge-oriented approaches (‘opgave-gericht werken’ which focuses less on realising a project but more on the current and future issues and challenges in an area). This article argues that these concepts are closely related. Adaptive planning defines the rules of the game and the playing field, within which cooperation may develop. Cooperation is a means for creating spatial quality in interaction within this playing field. After all, generated quality can be considered as a contribution to the specific objectives and interest of the various partners. A challenge-oriented approach is the process for generating spatial quality from synergies in combined infrastructure and spatial development. This article aims to explore the relationships between adaptive planning, public and private cooperation and challenge-oriented approaches and to provide starting points for further research and discussion.


Wim Leendertse

Jos Arts

Tim Busscher

Frits Verhees
Artikel

Kenniscocreatie rond vernieuwing gebiedsontwikkeling is zinnig

NWO-programma Urban Regions in the Delta hanteerde navolgenswaardige aanpak

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 4 2015
Trefwoorden knowledge co-creation, area development, transdisciplinarity, boundary work
Auteurs Drs. Ymkje de Boer en Ir. Jan Klinkenberg
SamenvattingAuteursinformatie

    The research programme Urban Regions in the Delta (URD) wielded an approach worthy of emulation. Create ‘vital’ project consortia, crosslink the research project with on-going planning and policy making processes, give senior scientists a major role and engage expert process managers. These are four key success factors for knowledge co-creation in the field of area development, according to the programme (Netherlands Organisation for Scientific Research; URD, 2010-2014 http://urd.verdus.nl). Within URD scientists and practitioners were cooperating from the very beginning. The scientific insight and innovations generated are considered not very visible in traditional scientific publications, but the knowledge that was developed provides considerable added value to society.


Drs. Ymkje de Boer
Drs. Y. de Boer is zelfstandig adviseur in kenniscommunicatie en -overdracht, veelal werkzaam voor NWO-programma’s en het kennisinitiatief Verbinden van Duurzame Steden. Zij was als communicatieadviseur verbonden aan Urban Regions in the Delta. In 2013 was ze medeauteur van het boek ‘Kenniscocreatie’, naar productieve samenwerking tussen wetenschappers en beleidsmakers.

Ir. Jan Klinkenberg
Ir. J. Klinkenberg (Platform31) is als netwerkmanager sinds 2010 werkzaam voor het kennisinitiatief Verbinden van Duurzame Steden, en daarbinnen ook netwerkmanager van Urban Regions in the Delta. Hij richt zich op het opzetten en uitvoeren van praktijkgerichte onderzoeksprogramma’s en -projecten in het ruimtelijk domein, gebaseerd op ervaringen in diverse FES-programma’s.
Artikel

Over de werking en waardering van kennispraktijken

Of hoe een vraagstuk het onderzoek krijgt dat het verdient

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 4 2015
Trefwoorden boundary work, Integration & Implementation Sciences, practice approach, knowledge intermediary, knowledge transfer
Auteurs Drs. Robert Duiveman, Prof. dr John Grin, Prof. dr John Hafkamp e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    When scientific values like objectivity, validity and reliability are inadequate for designing research that enables society’s capacity for dealing with unstructured problems, which values or criteria should we use for designing adequate knowledge practices? Based on the articles in this special issue we answer this question by analysing the methods researchers have used for selecting stakeholders, knowledges, synthesis, context and outcome in new knowledge practices. Although a common language for comparison and documentation is lacking, the analysis provides recommendations for better designing interaction between scientific and other practices. The most important message however is that we need a designated platform for exchanging and evaluating experiences and discussing methods and the outcomes they yield.


Drs. Robert Duiveman
Drs. R.M. Duiveman is verbonden aan de Universiteit van Amsterdam.

Prof. dr John Grin
Prof. dr J. Grin is hoogleraar Beleidswetenschap, in het bijzonder systeeminnovaties, aan de Universiteit van Amsterdam.

Prof. dr John Hafkamp
Prof. dr. W. Hafkamp is verbonden aan de Erasmus Universiteit.

Dr. Tamara Metze
Dr. T.A.P. Metze is verbonden aan de Universiteit van Tilburg.
Artikel

Naar een oplossing voor het afwikkelen van massaclaims op de financiële markten: inzichten uit een responsieve evaluatie

Een reflectie op het toepassen van de methodiek voor responsieve evaluatie op een controversiële en juridisch complexe kwestie

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 4 2015
Trefwoorden Mass claim disputes, financial markets, collective settlement, responsive evaluation, constructivist inquiry
Auteurs Mr. Bonne van Hattum en Dr. Anne Loeber
SamenvattingAuteursinformatie

    The discussion on how to resolve mass disputes stemming from faulty financial products among banks, insurance companies and other stakeholders in the Netherlands ended in deadlock. While diligent action is considered imperative, parties shy away from discussing options for settling damages suffered by consumers for fear of triggering mass claims themselves. To contribute to a new framework for resolving mass disputes, a responsive evaluation was conducted between 2011 and 2015. In such evaluation, the way stakeholders make sense of the situation serves as an organizing principle in knowledge production. This article discusses the methodical challenges implied in adapting the methodological guidelines for such inquiry to fit the ill-structured, controversial and complex legal issue and its highly politicized context. Because of a careful handling of confidentiality in the inquiry and a focused selection of participants on the basis of their proximity to the issue, the evaluation resulted in insight in options for resolving mass disputes that are supported by various parties. Furthermore, the evaluation itself served, it is argued, as a vehicle to overcome the deadlock by sensitizing stakeholders to the fact that they all aspire similar practical objectives and all acknowledge the need for cooperation on the issue.


Mr. Bonne van Hattum
Mr. Bonne van Hattum is als onderzoeker verbonden aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit van Amsterdam (UvA). Daarnaast is zij als strategisch beleidsadviseur en jurist werkzaam bij de afdeling Strategie Beleid en Internationale Zaken (SBI) van de Autoriteit Financiële Markten (AFM).

Dr. Anne Loeber
Dr. Anne Loeber is verbonden aan de afdeling Politicologie van de Universiteit van Amsterdam. Haar onderzoek concentreert zich op de relatie tussen kennis en beleid, met in het bijzonder aandacht voor beleidsanalyse en -evaluatie ten aanzien van complexe en controversiële beleidskwesties.
Artikel

De opkomst van wooncoöperaties in Nederland?

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 2 2015
Trefwoorden housing, cooperatives, success factors
Auteurs Dr. Meike Bokhorst en Prof. dr. Jurian Edelenbos
SamenvattingAuteursinformatie

    There is a growing interest for cooperatives in housing. Recently a new housing law was signed that stimulates the rise and creation of citizen cooperatives in this sector. It is argued that in this way people, especially in the low- and middle-income category, get more opportunities to influence their own living situation. Some housing cooperatives have existed for years, but recently we have seen the rise of dozens of cooperatives. The knowledge network Platform31 has initiated an experimental program to facilitate the implementation of cooperatives in housing in the Netherlands. An important condition is that the cooperatives need to develop a strong business case. Cooperation with established housing corporations in the sector is also of vital importance. Moreover, a helping hand from municipalities is needed and some local governments have already developed policies and undertaken actions. Yet there are still bottlenecks in policy and law that needs to be solved. A paradigm shift is needed to make cooperatives in housing feasible.


Dr. Meike Bokhorst
Dr. A.M. (Meike) Bokhorst is senior wetenschappelijk medewerker van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid.

Prof. dr. Jurian Edelenbos
Prof. dr. J. Edelenbos is hoogleraar bestuurskunde aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Hij is vooral gespecialiseerd op het vlak van participatie, zelforganisatie, vertrouwen en verbindend leiderschap in de sectoren gebiedsontwikkeling, water en energie.

    Dutch Ministries differ in the manner in which they design and manage their steering relations with independent governing bodies. Based on six cases at four Dutch ministries the authors show these differences. They use two theoretical models (the principal-agent approach and the principal-steward approach) to clarify the kind of relationship. Ministries not only differ in their approach, they also differ in how far they have advanced in the development of their steering relations with independent governing bodies. Because there is no coordination or exchange of knowledge between ministries, ministries that are ‘lagging behind’ cannot learn from the experiences of ministries that have more experience. The authors do not propose one form of central coordination or one model, but they do propose more exchange of knowledge within and between Dutch ministries.


Prof. dr. Sandra van Thiel
Prof. dr. S. van Thiel is redacteur van Bestuurswetenschappen en hoogleraar bestuurskunde aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

Prof. dr. Ron van Hendriks
R.H.P. Hendriks MPA studeerde bestuurskunde aan de Radboud Universiteit Nijmegen en deed als stagiaire bij het ministerie van BZK onderzoek naar de aansturingsrelaties tussen departementen en zelfstandige bestuursorganen. Hij is sinds kort trainee bij AP Support.
Artikel

Fragmenterende feiten en polariserende politiek

Gebruik van sociaalwetenschappelijke kennis in het politieke debat over integratiebeleid

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 2 2012
Auteurs Wout Scholten en Albert Meijer
Auteursinformatie

Wout Scholten
W.M. Scholten MSc is afgestudeerd research master student aan de Utrechtse School voor Bestuurs- en Organisatiewetenschap.

Albert Meijer
Dr A.J. Meijer is universitair hoofd docent en onderzoeker aan de Utrechtse School voor Bestuurs- en Organisatiewetenschap.

    Urban government is expected to contribute to the solution of major urban problems. At the same time, urban government is riddled with problems itself, often denoted in terms of governing and democratic deficits. In this article, options for governance reform in the urban realm are being explored along five lines, following up on recent research in the Netherlands and abroad. Both more aggregative arrangements (electronic ‘straw polls’, knowledge polls, prediction markets, ‘dot gov’ competitions for ‘best solutions’) and more collaborative arrangements (electronic co-creation, wiki governance, vital coalitions, urban regimes) are being assessed. The conclusions is that there are good arguments for, at least, more experimentation along these lines - not only from a functionalistic, but also from a democratic and social-psychological point of view.


Frank Hendriks
Prof. dr F. Hendriks is hoogleraar Vergelijkende Bestuurskunde aan de Universiteit van Tilburg.
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.