Zoekresultaat: 53 artikelen

x
Thema-artikel

De versnelling van de woningbouwproductie: de rol van grondbeleid

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 1 2022
Trefwoorden Land policy for housebuilding, Delays in the building of new homes, Private developers’ monopoly powers, Interventions
Auteurs Erwin van der Krabben
SamenvattingAuteursinformatie

    What causes the delays in the building of sufficient new homes in the Netherlands? And why do housebuilding projects so often struggle with financial feasibility? The land market typically can be described as an imperfect market, while the performance of the land and housebuilding market are closely connected. This connection seems to cause, at least partially, delays in the building of new homes. To be able to build new houses, ownership of land is crucial. However, land does not always come available in time. Landownership also influences competition in the housebuilding market. Based on a review of scientific literature, policy documents and empirical research results, this paper discusses the performance of the land and housebuilding market and its possible impact on housing production. Additionally, the paper reviews recent proposals that have been suggested in the context of the on-going Dutch housing market debate that may improve the functioning of these markets. What might be the effects of these interventions on housebuilding production? The paper concludes with a couple of dilemmas governments face with regard to the functioning of the land and housebuilding market.


Erwin van der Krabben
Prof. dr. E. van der Krabben is hoogleraar Gebiedsontwikkeling aan de Radboud Universiteit Nijmegen, Faculteit Managementwetenschappen.

    Het evalueren van maatschappelijke relevantie is niet altijd vanzelfsprekend voor financiers of onderzoekers. Dit lijkt vaak te abstract of verheven. Met name onderzoekers zijn gewend om de effectiviteit van een interventie op een bepaald doel of een bepaalde doelgroep te meten, maar breiden hun bevindingen niet uit naar hoe dit relevant kan zijn voor het veld. Aan de hand van een praktijkvoorbeeld, het ZonMw-onderzoeksprogramma Suïcidepreventie, wordt besproken hoe de maatschappelijke relevantie is geëvalueerd en welke uitdagingen dit met zich mee brengt. Zo is er geen eenduidige objectieve manier om maatschappelijke relevantie te evalueren. Ook waren de onderzoeksmethoden van de projecten binnen het onderzoeksprogramma erg verschillend. De aanbevelingen vanuit dit project kunnen toekomstige onderzoekers helpen om de maatschappelijke relevantie van hun onderzoek te evalueren. Verdere ontwikkeling en implementatie van gestandaardiseerde methoden of tools die de complexiteit binnen en tussen projecten vastleggen en maatschappelijke relevantie kunnen beoordelen, zijn nodig.


Vera Ramaker
Vera Ramaker is werkzaam als junior wetenschappelijk projectmedewerker bij het Trimbos-instituut, programma Mentale Gezondheid en Preventie.

Mandy Gijzen
Mandy Gijzen is werkzaam als promovenda bij het Trimbos-instituut, programma Mentale Gezondheid en Preventie, GGZ Oost Brabant en Erasmus Universiteit Rotterdam.

Stephanie Leone
Stephanie Leone is werkzaam als senior wetenschappelijk projectmedewerker bij het Trimbos-instituut, programma Mentale Gezondheid en Preventie.

Derek de Beurs
Derek de Beurs is werkzaam als programmahoofd Epidemiologie bij het Trimbos-instituut.

Laura Shields-Zeeman
Laura Shields-Zeeman is werkzaam als programmahoofd Mentale Gezondheid en Preventie bij het Trimbos-instituut.
Artikel

Access_open Experimenteren met basisbanen in Groningen en Rotterdam

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 1 2022
Trefwoorden basic jobs, active labour market policy, structural unemployment, job guarantee
Auteurs Kees Mosselman, Fabian Dekker en Elisa de Vleeschouwer
SamenvattingAuteursinformatie

    This article examines the experiences of Dutch municipalities with the so called ‘basic job’. Basic jobs are primarily meant for individuals lacking realistic prospects on the mainstream labour market. These jobs should provide good work on a permanent basis. In both Groningen and Rotterdam, the basic job is used to improve the labour market perspectives of long-term job seekers. These are still relatively small interventions, which show that the basic job contributes to an improvement in the participants’ chances of work, their health and well-being. At the same time, it’s a costly experiment, in which the municipalities are net contributors and scalability only seems possible through the introduction of a national room for experimentation with accompanying monitor research and by adopting a broader perspective on economic growth. Only then, a more definitive judgment can be made about the viability of the basic job.


Kees Mosselman
Drs. Kees Mosselman is verbonden aan de Hanzehogeschool Groningen, lectoraat Arbeidsparticipatie.

Fabian Dekker
Dr. Fabian Dekker is verbonden aan het onderzoeksbureau SEOR, gelieerd aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en redactielid van Beleid en Maatschappij.

Elisa de Vleeschouwer
Elisa de Vleeschouwer, MSc, is verbonden aan het onderzoeksbureau SEOR, gelieerd aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

    Welke kennis is nodig om zicht te krijgen op de te verwachten effecten van beleid? Hiervoor moet worden ingeschat of een beleidsinterventie effectief zal zijn en binnen een bepaalde context zal uitwerken zoals beoogd. Twee typen kennisclaims zijn hierbij van belang, namelijk die over de verklarende mechanismes tussen interventie en uitkomst, en die over de ondersteunende factoren die voorwaardelijk zijn voor de uitkomst. Dit standpunt wordt geïllustreerd aan de hand van twee voorbeelden van beleidsinterventies in de praktijk: de inzet van kleinere schoolklassen en de publieke registratie van zedendelinquenten.


Gerdien van Eersel
Gerdien van Eersel is universitair docent Interdisciplinaire Sociale Wetenschap aan de Universiteit Utrecht. Ze was daarvoor onderzoeker bij de lokale overheid en heeft een achtergrond in de wetenschapsfilosofie.
Artikel

Diversiteit en inclusie bij de rijksoverheid: met beleid vooruit

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 4 2021
Trefwoorden diversity, inclusion, culture, leadership, public sector
Auteurs Saniye Çelik
SamenvattingAuteursinformatie

    The Dutch public sector wants to become more diverse and inclusive, which seems necessary for the legitimacy and confidence of the government. This explorative study took place within two Dutch national government departments and shows how scientific insights into diversity and inclusion are reflected in government practice. Four results can be derived from this study: (1) The sense of urgency around diversity and inclusion has a stimulating effect, but the embedding of the theme into both departments deserves attention. (2) There is a wealth of perspectives and interventions, but hardly any attention to the connection with society. (3) The themes of leadership and inclusion should be higher on the agenda. (4) Psychological security determines an inclusive culture.
    Important conclusions and recommendations are:
    - Formulate a clear vision of diversity and inclusion, and involve the entire organisation in the approach.
    - Strengthen an inclusive culture, and invest in inclusive leadership.
    - Promote diversity at the top of the organisation.

    Notably, the influx of diversity in the workforce is still the priority of many public organisations. However, the flow and retention of these employees needs more attention. There lies an important task for executives. These conclusions and recommendations form a basis for organisations that want to move forward with policies and interventions on diversity and inclusion.


Saniye Çelik
Dr. Saniye Çelik is lector diversiteit aan de Hogeschool Leiden en opleider aan de Universiteit Leiden. www.hsleiden.nl/diversiteit.
Artikel

Transitietheorie in de beleidspraktijk

Van cherry picking naar robuuste onderbouwing

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 4 2021
Trefwoorden Transition policy, Social change theory, Sustainability, Normativity, Energy policy
Auteurs Albert Faber
SamenvattingAuteursinformatie

    Policy makers who work on sustainability transitions are well informed by transition science. As many scientific disciplines transition science comprises several theories and schools of thought, with distinct concepts and logical frames. The implication is that we can distinguish – subtle and implicit – different normative assumptions about, e.g., role of government, theory of social change, object of policy and issues of power. Such normative assumptions could then translate into policy, often without a proper assessment. This article aims to make such normative assumptions in transition theories more explicit. I explore how these normative elements translate into actual transition policy in a case of Dutch policy for ‘regional energy strategies’. Revealing normative elements in transition policy (or any policy field) can help policy makers to avoid pitfalls of conceptual cherry picking, thus contributing to transition policy that is scientifically and normatively robust.


Albert Faber
Ir. Albert Faber werkt als strateeg bij het ministerie van Economische Zaken en Klimaat. Deze bijdrage is op persoonlijke titel geschreven.
Thema-artikel

From National Lockdowns to Herd Immunity: Understanding the Spectrum of Government Responses to COVID-19 (2019-2021)

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 3 2021
Trefwoorden COVID-19, Health Policy, Policy Strategies, Policy Capacity, Leadership
Auteurs Michael Howlett
SamenvattingAuteursinformatie

    Governments around the world responded at roughly the same time but in several different ways to the emerging threat of COVID-19 in early 2020. This article sets out the nature of the different strategies that emerged over the course of the pandemic, focussing on the policy tools deployed. Some of these efforts were successful in containing the coronavirus while others were not, in some cases due to poor initial choices and in others due to poor implementation of the chosen strategy. Although the initial understanding each government had of the nature of the disease was the same, different state capacities and different levels of preparedness and effective leadership can be seen to have resulted over time in the emergence of six distinct approaches to the pandemic which, once deployed, proved difficult, although not impossible, to change as the pandemic unfolded.


Michael Howlett
Dr. M. Howlett is professor at the Simon Fraser University in Vancouver, Canada.
Thema-artikel

Naar een politiek-bestuurlijke herdefinitie van pandemische paraatheid

Sturing van de COVID-19-respons in Azië en Europa

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 3 2021
Trefwoorden pandemic preparedness, COVID-19 governance, welfare state failure, mitigation and control, political economy
Auteurs Marleen Bekker en Ivo ten Have
SamenvattingAuteursinformatie

    Despite the highest ranks on pandemic preparedness assessments European welfare states encounter great difficulty in responding effectively to the COVID-19 outbreak. In this article we compare the governance of COVID-19 response in 48 Eurasian countries and a selection of European and SARS (2003) exposed Asian countries during the first wave of the COVID-19 outbreak until 1 June 2020, using data from the COVID-19 Health System Response Monitor and the Oxford COVID-19 Government Response Tracker, recent scientific literature and policy documents.
    Pandemic preparedness during the first wave of COVID-19 evolved from specialist infectious disease control to a broad governance of population mitigation, which in at least half of Eurasian countries lacked appropriate authority and capacity. In the directly operational response in Asian countries, preparedness encompasses a whole of government approach, an engaged and active community and private actors. Preparedness requires and reflects both vertical and horizontal coordination as well as policies that fit with the political economy of a country and region.


Marleen Bekker
M.P.M. Bekker, PhD is universitair docent in de leerstoelgroep Health and Society (HSO), in het Center for Space, Place and Society (CSPS), aan Wageningen University and Research (WUR).

Ivo ten Have
I.L.F. ten Have, MSc heeft recent zijn master Communication and Health Sciences aan Wageningen University and Research afgerond met een thesis waarvan in dit artikel verslag wordt gedaan.
Article

Performing the COVID-19 Crisis in Flemish Populist Radical-Right Discourse

A Case Study of Vlaams Belang’s Coronablunderboek

Tijdschrift Politics of the Low Countries, Aflevering 2 2021
Trefwoorden populism, COVID-19, crisis, discourse
Auteurs Jens Meijen
SamenvattingAuteursinformatie

    In June 2020, the Flemish populist radical right party Vlaams Belang (VB) published the Corona Blunder Book (CBB; Coronablunderboek in Dutch), detailing the government’s mistakes in handling the COVID-19 crisis. Populist parties can ‘perform’ crisis by emphasising the mistakes made by opponents (Moffitt, 2015) and may use a specifically populist discursive style, consisting largely of aggressive and sarcastic language (Brubaker, 2017). This paper takes the CBB as a case study in the populist performance of crisis and the populist style, finding that the book is, first, a clear example of populist ‘everyman’ stylistics and the performance of crisis, and, second, that VB uses the book to shift the COVID-19 crisis from a public health crisis to a crisis of governance, seeking to blame Belgium’s federal structure for the government’s alleged mismanagement of the COVID-19 pandemic and hence arguing for Flemish independence, one of the party’s main agenda points.


Jens Meijen
Jens Meijen is a PhD candidate at Leuven International and European Studies (LINES) at KU Leuven. His research focuses on nationalism, populism, and diplomacy.

    Dutch social policies are aimed at the integration and participation of all people. This creates challenges for persons with a mental vulnerability and their neighbourhoods. Five municipalities in the province of Flevoland asked us to help them improve the move from protected living to living in the neighbourhood. We used an arts-based participatory action research design and we followed ‘hot topics’, topics that sparked people’s energy and emotion, and which led to empowerment and participation. Focusing on these topics, which initially might not seem to be closely connected to the main research topic, might produce more information, and energy to take action on it, rather than rigidly sticking with the initial research topics. In this article, we focus on the first phases of the project. The emotions that people with mental vulnerabilities expressed when talking about their dogs, led us to the core of what really mattered to them in terms of inclusive living and participation. The dog functioned as an unexpected ‘hot topic’. In a symbolic sense, ‘the dog’ stands for a diverse range of lifeworld topics that can act as a creative catalyst for social change.

    Vooraf

    Participatief actieonderzoek en responsieve evaluatie staan volop in de belangstelling bij beleidsmakers en onderzoekers. Dit type beleidsonderzoek en -evaluatie beoogt democratisch, inclusief én impactvol te zijn. Het gaat om onderzoek mét in plaats van óver mensen. En het is actiegericht: onderzoek wil bijdragen aan concrete oplossingen door met betrokkenen gezamenlijke (verbeter)acties te ontwikkelen in de praktijk, en daarop te reflecteren en van te leren. Dit alles met het oog op sociale inclusie. Het zijn mooie idealen, maar wat betekent dit in de alledaagse, vaak weerbarstige onderzoekspraktijk?

    Op 20 januari 2020 organiseerde prof. Abma daarover een symposium, getiteld ‘Responsive, Participatory Research: Past, Present and Future Perspectives’ (Vrije Universiteit, Amsterdam). De rode draad op het symposium was de vraag wat goed en ethisch verantwoord participatief onderzoek is, en wat dit vraagt van onderzoekers en beleidsmakers. Drie lezingen op deze conferentie zijn nadien omgewerkt tot essays om lezers van Beleidsonderzoek Online vanuit verschillende perspectieven beter kennis te laten maken met deze vorm van onderzoek:

    Prof. Weerman en haar team focussen in hun bijdrage op het zich in de praktijk ontwikkelende onderzoeksdesign en het inzetten van creatieve methoden om participatie te bevorderen. Ze gaan na welke kwaliteitscriteria aan participatief actieonderzoek worden gesteld en hechten daarbij met name aan eisen ten aanzien van participatie, samen leren en verschil maken (zie BoO juli 2021). Ze benadrukken het belang van creativiteit en flexibiliteit.

    Prof. Abma bespreekt in haar artikel de normatieve dimensies en de ethiek van participatief actieonderzoek (zie BoO september 2020). Ze illustreert met een voorbeeld uit de crisishulpverlening aan GGZ-cliënten dat participatief actieonderzoek niet slechts een methodisch-technische exercitie is, maar een sociaal-politiek proces waarbij bestaande machtsverhoudingen verschuiven om ruimte te geven aan nieuwe stemmen en kennis. Dit omvat het zien van en stilstaan bij ethisch saillante dilemma’s en morele reflectie.

    De bijdrage van prof. Cook (zie BoO februari 2021) gaat over de weerbarstige praktijk van participatief actieonderzoek. Het doel is samen leren en voorbij geijkte oplossingen komen. Zij laat zien dat dit uitdagend is voor professionals die geconfronteerd worden met burgers die feedback geven en vragen om het (deels) loslaten van vaststaande professionele kaders. Er ontstaat dan ongemak en onzekerheid, maar zo beoogt en laat Cook overtuigend zien, deze ‘mess’ (niet meer goed weten wat goed en nodig is) is productief om te komen tot hernieuwde inzichten en innovaties.

    (Introductietekst opgesteld door prof. T. Abma)


Alie Weerman
Alie Weerman is professor of Mental Health and Society at Windesheim University of Applied Sciences. Her PhD focused on the use of experiential knowledge of professional social workers and caretakers. She practices Participatory Health Research in several organizations in healthcare and social work. She always uses experiential knowledge as a valuable ‘third source of knowledge’ in the process and results of studies.

Rosalie Metze
Rosalie Metze is associate professor of Mental Health and Society at Windesheim University of Applied Sciences. Her expertise lies in topics such as outreach work, experiential knowledge, self-efficacy, and strengthening the voice of those less heard. Her goal is to always work according to the PAR principles, and gain the necessary acknowledgement for this type of research.
Vrij artikel

Weerbarstige lokale inpassing van geo-energieprojecten

‘Localism’ en ‘soft power’ als handelingsperspectief voor gemeenten?

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 1 2021
Trefwoorden subsoil interventions, network management, Localism, Participation
Auteurs Dr. ir. Geert Roovers en Dr. Mike Duijn
SamenvattingAuteursinformatie

    Subsoil interventions in the Netherlands are crucial elements in the transition to a sustainable energy future. These subsoil interventions concern reduction of fossil energy mining, extraction of thermal energy, energy storage and CSS storage. These geo projects cause tensions. Planning under the mining law leads to local resistance, debate and often delay or cancelling of initiatives. The central characteristics of this planning are an important cause. As the transition to sustainable energy asks for more interventions in the subsoil, these tensions get problematic, and hinder the transition. In this article we investigate this problematic nature of planning under the mining law. In examples we show the problems, and accordingly we analyse them. We explore a more prominent role of local actors, using localism and soft power. With this article we want contribute to national and international discussions about the planning and governance of subsoil initiatives and strengthening of local involvement in these.


Dr. ir. Geert Roovers
Dr. ir. G. Roovers is lector Bodem en ondergrond aan de Saxion hogeschool en senior adviseur bij Antea Group.

Dr. Mike Duijn
Dr. M. Duijn is senior onderzoeker en managing director GovernEUR, Erasmus Universiteit Rotterdam.
Vrij artikel

Duwtjes of druk?

De percepties van zorgprofessionals aangaande ‘nudging’ in ziekenhuizen

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 4 2020
Trefwoorden nudging, ethics, autonomy, healthcare, professionals
Auteurs Nienke Maria Huis in ’t Veld MSc, Rosanna Nagtegaal MSc en Prof. dr. Mirko Noordegraaf
SamenvattingAuteursinformatie

    ‘Nudging’ has been introduced as a policy and management tool as a way to influence behaviour without limiting choice. Nudging is mainly used to influence citizens’ behaviour but can also be used to influence the behavior of healthcare professionals. Examples include posters used to improve hand-hygiene compliance, or ‘default’ options in systems to reduce excessive prescriptions of specific medication. However, using nudges raises major worries and ethical issues, also in relation to the independence of healthcare professionals. While the scientific discussion about the desirability of nudges is extensive, the voices of healthcare professionals, who are the subjects of nudges, remain unheard. In this qualitative research we explore the perceptions of nudging held by various healthcare professionals. The interviews reveal that healthcare professionals are generally unfamiliar with the concept of nudging, but they do recognize nudges in their own field of practice. Furthermore, while they are predominantly positive about nudging, they also express concerns about the pressure on their autonomy. These concerns are related to changing professionalism and regulatory pressures in healthcare.


Nienke Maria Huis in ’t Veld MSc
N.M. Huis in ’t Veld, MSc is alumna aan de Universiteit Utrecht, departement Bestuurs- en Organisatiewetenschap.

Rosanna Nagtegaal MSc
R. Nagtegaal, MSc is promovenda aan de Universiteit Utrecht, departement Bestuurs- en Organisatiewetenschap.

Prof. dr. Mirko Noordegraaf
Prof. dr. M. Noordegraaf is hoogleraar Publiek Management aan de Universiteit Utrecht, departement Bestuurs- en Organisatiewetenschap.

Dr. Cody Hochstenbach
Dr. Cody Hochstenbach is lid van de redactie van Beleid en Maatschappij.
Artikel

Access_open Een ontspannen perspectief op residentiële segregatie

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 4 2020
Trefwoorden residential segregation, Framing, welfare regimes, structural factors, individual preferences
Auteurs Prof. dr. Sako Musterd
SamenvattingAuteursinformatie

    In the Netherlands and surrounding countries, there is reason to ask the question whether levels of segregation according to country of origin (mainly non-western) and in terms of socioeconomic position (mainly social arrears) are sufficiently high to legitimate anti-segregation policy. When will segregation become problematic? If segregation is regarded a problem, what, then, would be the best remedy? Spatial intervention? Or broader societal intervention? In this article developments and mechanisms will be discussed that lead to segregation; also political views on segregation and the framing of segregation will be scrutinized. A confrontation of knowledge, insights, visions, and framings offers material for new perspectives on residential segregation and is reason to argue for a more relaxed attitude towards segregation. We should acknowledge that the process of matching households to residential environments results in some – generally unproblematic – segregation. Only if segregation causes problems that pass certain intensity and/or a certain spatial range, non-spatial or spatial interventions are becoming a necessity. Levels of segregation are relatively moderate still. We ought to be more aware of the fact that strong negative framing actually stimulates segregation, social exclusion, division, discrimination, marginalisation, stigmatisation, fear, estrangement, and the development of first- and second-rate citizens.


Prof. dr. Sako Musterd
Prof. dr. Sako Musterd is hoogleraar stadsgeografie aan het Centre for Urban Studies, Universiteit van Amsterdam. www.uva.nl/profiel/s.musterd
Article

Between Party Democracy and Citizen Democracy

Explaining Attitudes of Flemish Local Chairs Towards Democratic Innovations

Tijdschrift Politics of the Low Countries, Aflevering 2 2020
Trefwoorden democratic innovations, citizen participation, local politics, Flanders, Belgium
Auteurs Didier Caluwaerts, Anna Kern, Min Reuchamps e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    As a response to the perceived legitimacy crisis that threatens modern democracies, local government has increasingly become a laboratory for democratic renewal and citizen participation. This article studies whether and why local party chairs support democratic innovations fostering more citizen participation. More specifically, we analyse the relative weight of ideas, interests and institutions in explaining their support for citizen-centred democracy. Based on the Belgian Local Chairs Survey in 2018 (albeit restricting our analysis to Flanders), the central finding is that ideas matter more than interests and institutions. Ideology is alive and kicking with regard to democratic innovation, with socialist and ecologist parties and populist parties being most supportive of participatory arrangements. By contrast, interests and institutions play, at this stage, a minor role in explaining support for participatory innovations.


Didier Caluwaerts
Didier Caluwaerts is Assistant Professor of Political Science at the Vrije Universiteit Brussel. His research and teaching deal with Belgian and comparative politics and democratic governance in deeply divided societies. His work has been published in various journals, including European Political Science Review, West European Politics, the Journal of Legislative Studies and Acta Politica.

Anna Kern
Anna Kern is Assistant Professor at research group GASPAR at the Department of Political Science of Ghent University. Her main research interests include political participation, political equality and political legitimacy. Her work has been published in international peer-reviewed journals such as West European Politics, Local Government Studies, Social Science Research and Political Behavior.

Min Reuchamps
Min Reuchamps is Professor of Political science at the Université catholique de Louvain (UCLouvain). His teaching and research interests are federalism and multilevel governance, democracy and its different dimensions, relations between language(s) and politics and, in particular, the role of metaphors, as well as participatory and deliberative methods.

Tony Valcke
Tony Valcke is Associate Professor at the Faculty of Political and Social Sciences of Ghent University. He is a member of the Centre for Local Politics (CLP) and coordinator of the Teacher Training Department. His research, publications and educational activities focus on elections and democratic participation/innovation, citizenship (education), (the history of) political institutions and (local) government reform, political elites and leadership.
Vrij artikel

Evalueren en leren van ICT-projecten

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 2 2020
Trefwoorden evaluation, evaluation methods, IT-projects, learning, content analysis
Auteurs Dr. Wouter Bronsgeest en Prof. dr. ir. Rex Arendsen
SamenvattingAuteursinformatie

    Governmental IT-projects regularly make the news due to issues about the quality of end results, planning or costs. The Elias report, which is based upon a Parliamentary Inquiry, recommends to evaluate more and learn from the outcomes of these evaluations. However, the report does not give guidance on how to evaluate. The question thus remains: what constitutes a good evaluation of governmental ICT-projects, and what characteristics should be addresses in evaluation research. After careful study of various scientific disciplines, the researchers developed an extensive reference model, including additional suggestions for defining methods, the evaluation process, and criteria on how to evaluate an evaluation. After using this reference model in a content-analytical document analysis, it became clear that many evaluation reports are not being shared with other professionals or practitioners, that reports often lack a specifically formulated research question, and that conclusions and additional reflections are limited. There is room for considerable improvement in the evaluation of ICT-projects.


Dr. Wouter Bronsgeest
Dr. W.L. Bronsgeest is verbonden aan het Center for eGovernment Studies (CFES) van de Universiteit Twente, en duovoorzitter van de Koninklijke Nederlandse Vereniging van ICT- en Informatieprofessionals (KNVI). Hij is tevens werkzaam als lid van het managementteam van de Directie IV van de Belastingdienst.

Prof. dr. ir. Rex Arendsen
Prof. dr. ir. R. Arendsen is als hoogleraar Maatschappelijke en historische context van belastingrecht verbonden aan de Universiteit Leiden. Hij is tevens werkzaam als adviseur bij het Centre for Tax Policy and Administration bij de OESO in Parijs.
Artikel

Access_open Nudging in perspectief

De verbreding van gedragsinzichten in beleid

Tijdschrift Beleidsonderzoek Online, juni 2020
Auteurs Pieter Raymaekers en Marleen Brans
SamenvattingAuteursinformatie

    Theorieën en methoden uit de gedragswetenschappen betreden steeds nadrukkelijker de beleidsscene. Gedragsinzichten en nudging beloven beleid te verrijken en te versterken. Het begin van deze gedragswetenschappelijke omslag of behavioural turn laat men doorgaans samenvallen met de publicatie van het boek Nudge van Richard Thaler en Cass Sunstein in 2008. In dit artikel plaatsen we nudging in perspectief en argumenteren we dat het concept zowel een zegen als een vloek betekent, en zowel een katalysator als een rem is voor de bredere toepassing en verankering van gedragsinzichten in beleid. Ondanks het aantrekkelijke narratief botst nudging op functionele limieten en ethische bezwaren. Om de gedragswetenschappelijke, experimentele en evidence-based beleidsbeloften alsnog in te lossen, zien we een strategie van steeds verdere verbreding. Het programma van de Behavioural Insights-beweging op basis van vijf pijlers leek in eerste instantie een oplossing te bieden, maar kampt door een eendimensionale interpretatie met interne spanningen. De nog bredere en ambitieuzere Behavioural Public Policy-agenda biedt nieuwe perspectieven, maar moet op functioneel en ethisch vlak nog verder onderbouwd worden.


Pieter Raymaekers
Pieter Raymaekers is onderzoeker en vormingscoördinator bij het KU Leuven Instituut voor de Overheid. Zijn onderzoek focust op de toepassing van gedragsinzichten en nudging in beleid.

Marleen Brans
Marleen Brans is gewoon hoogleraar aan het KU Leuven Instituut voor de Overheid en schatbewaarder van de International Public Policy Association. Ze verricht voornamelijk onderzoek over de productie en consumptie van beleidsadvies.

    Overheidsbeleid heeft steeds meer te maken met digitalisering en data-ificering van de samenleving en het menselijk gedrag. Dat betekent uitdagingen voor beleidsevaluatoren. In dit artikel gaat het om éen van de daarmee gepaard gaande verschijnselen: Big Data en Artificiële Intelligentie (BD/AI). Het artikel stelt, na erop gewezen te hebben dat de evaluatieprofessie langere tijd niet erg actief op digitaal gebied is geweest, ten eerste de vraag wat BD/AI te bieden hebben aan evaluatieonderzoek van (digitaal) beleid. Vijf toepassingsmogelijkheden worden besproken die de kwaliteit, bruikbaarheid en relevantie van evaluatieonderzoek kunnen bevorderen. De tweede vraag is wat evaluatieonderzoek te bieden heeft, als het gaat om het analyseren/onderzoeken van de betrouwbaarheid, validiteit en enkele andere aspecten van Big Data en AI. Ook daar worden verschillende mogelijkheden (en moeilijkheden) geschetst. Naar het oordeel van de schrijver is het enerzijds dienstig (meer) gebruik te maken van BD/AI in evaluatieonderzoek, maar doen onderzoekers er ook goed aan (meer) aandacht uit te laten gaan naar: de assumpties die aan BD/AI ten grondslag liggen (inclusief het ‘black box’-probleem); de validiteit, veiligheid en geloofwaardigheid van algoritmes; de bedoelde en onbedoelde consequenties van het gebruik ervan; én de vraag of de claims dat digitale interventies die mede gebaseerd zijn op BD/AI effectief (of effectiever zijn dan andere), onderbouwd en valide zijn.


Frans L. Leeuw
Frans L. Leeuw (socioloog) is hoogleraar Recht, Openbaar Bestuur en Sociaalwetenschappelijk onderzoek aan Maastricht University. Eerder was hij o.a. directeur WODC, Hoofdinspecteur Hoger Onderwijs Onderwijsinspectie, hoogleraar evaluatieonderzoek Universiteit Utrecht, directeur doelmatigheidsonderzoek Algemene Rekenkamer en decaan Humanities Open Universiteit. Hij bereidt een boekje voor over 125 jaar empirisch-juridisch onderzoek, inclusief de nieuwste loot: digitaal empirisch-juridisch onderzoek. Eerdere publicaties handelden over diverse onderwerpen met als rode draden evaluatieonderzoek, theorieën, gedragsmechanismen, benutting van onderzoek en juridische thema’s.
Artikel

Access_open Sociale cohesie in gentrificerende arbeiderswijken van Amsterdam-Noord

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 3 2019
Trefwoorden Gentrification, Bridging capital, Bonding capital, Amsterdam North, Public familiarity
Auteurs Dr. Linda van de Kamp en Dr. Saskia Welschen
SamenvattingAuteursinformatie

    We analyze how ‘original’ residents in different gentrifying working class areas in Amsterdam North experience and evaluate the changes in their neighborhood in terms of social cohesion – in other words, whether they feel at home in their changing neighborhood and whether they feel connected to other residents. Policy interventions often focus on establishing connections between residents with different socioeconomic or cultural backgrounds, in order to stimulate mutual understanding. An underlying policy aim is to uplift vulnerable original residents through contact with higher income groups. Based on our empirical data, we critically assess the concept of ‘bridging capital’ (Putnam, 2000) that underpins several of the social activities that are organized in areas such as the ones in our study. Subsequently, we discuss the importance of ‘bonding capital’ or the sense of interconnectedness and strong ties amongst original residents. Our empirical data – based on both interviews and participatory observation – suggest that activities within the ‘own’ community contribute importantly to feelings of belonging in the neighborhood. In the final section of the article, we discuss how different types of local meeting places offer opportunities for ‘lighter’ forms of interactions without aiming directly at strong connections between differently positioned neighborhood residents.


Dr. Linda van de Kamp
Dr. Linda van de Kamp is werkzaam aan de afdeling Sociologie van de Universiteit van Amsterdam.

Dr. Saskia Welschen
Dr. Saskia Welschen is senior onderzoeker aan de Hogeschool van Amsterdam en zelfstandig onderzoeker.
Article

Fiscal Consolidation in Federal Belgium

Collective Action Problem and Solutions

Tijdschrift Politics of the Low Countries, Aflevering 2 2019
Trefwoorden fiscal consolidation, fiscal policy, federalism, intergovernmental relations, High Council of Finance
Auteurs Johanna Schnabel
SamenvattingAuteursinformatie

    Fiscal consolidation confronts federal states with a collective action problem, especially in federations with a tightly coupled fiscal regime such as Belgium. However, the Belgian federation has successfully solved this collective action problem even though it lacks the political institutions that the literature on dynamic federalism has identified as the main mechanisms through which federal states achieve cooperation across levels of government. This article argues that the regionalization of the party system, on the one hand, and the rationalization of the deficit problem by the High Council of Finance, on the other, are crucial to understand how Belgium was able to solve the collective action problem despite its tightly coupled fiscal regime and particularly high levels of deficits and debts. The article thus emphasizes the importance of compromise and consensus in reducing deficits and debts in federal states.


Johanna Schnabel
School of Politics and International Relations, University of Kent, Rutherford College, Canterbury CT2 7NX, United Kingdom.
Toont 1 - 20 van 53 gevonden teksten
« 1 3
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.