Zoekresultaat: 12 artikelen

x

    Dutch social policies are aimed at the integration and participation of all people. This creates challenges for persons with a mental vulnerability and their neighbourhoods. Five municipalities in the province of Flevoland asked us to help them improve the move from protected living to living in the neighbourhood. We used an arts-based participatory action research design and we followed ‘hot topics’, topics that sparked people’s energy and emotion, and which led to empowerment and participation. Focusing on these topics, which initially might not seem to be closely connected to the main research topic, might produce more information, and energy to take action on it, rather than rigidly sticking with the initial research topics. In this article, we focus on the first phases of the project. The emotions that people with mental vulnerabilities expressed when talking about their dogs, led us to the core of what really mattered to them in terms of inclusive living and participation. The dog functioned as an unexpected ‘hot topic’. In a symbolic sense, ‘the dog’ stands for a diverse range of lifeworld topics that can act as a creative catalyst for social change.

    Vooraf

    Participatief actieonderzoek en responsieve evaluatie staan volop in de belangstelling bij beleidsmakers en onderzoekers. Dit type beleidsonderzoek en -evaluatie beoogt democratisch, inclusief én impactvol te zijn. Het gaat om onderzoek mét in plaats van óver mensen. En het is actiegericht: onderzoek wil bijdragen aan concrete oplossingen door met betrokkenen gezamenlijke (verbeter)acties te ontwikkelen in de praktijk, en daarop te reflecteren en van te leren. Dit alles met het oog op sociale inclusie. Het zijn mooie idealen, maar wat betekent dit in de alledaagse, vaak weerbarstige onderzoekspraktijk?

    Op 20 januari 2020 organiseerde prof. Abma daarover een symposium, getiteld ‘Responsive, Participatory Research: Past, Present and Future Perspectives’ (Vrije Universiteit, Amsterdam). De rode draad op het symposium was de vraag wat goed en ethisch verantwoord participatief onderzoek is, en wat dit vraagt van onderzoekers en beleidsmakers. Drie lezingen op deze conferentie zijn nadien omgewerkt tot essays om lezers van Beleidsonderzoek Online vanuit verschillende perspectieven beter kennis te laten maken met deze vorm van onderzoek:

    Prof. Weerman en haar team focussen in hun bijdrage op het zich in de praktijk ontwikkelende onderzoeksdesign en het inzetten van creatieve methoden om participatie te bevorderen. Ze gaan na welke kwaliteitscriteria aan participatief actieonderzoek worden gesteld en hechten daarbij met name aan eisen ten aanzien van participatie, samen leren en verschil maken (zie BoO juli 2021). Ze benadrukken het belang van creativiteit en flexibiliteit.

    Prof. Abma bespreekt in haar artikel de normatieve dimensies en de ethiek van participatief actieonderzoek (zie BoO september 2020). Ze illustreert met een voorbeeld uit de crisishulpverlening aan GGZ-cliënten dat participatief actieonderzoek niet slechts een methodisch-technische exercitie is, maar een sociaal-politiek proces waarbij bestaande machtsverhoudingen verschuiven om ruimte te geven aan nieuwe stemmen en kennis. Dit omvat het zien van en stilstaan bij ethisch saillante dilemma’s en morele reflectie.

    De bijdrage van prof. Cook (zie BoO februari 2021) gaat over de weerbarstige praktijk van participatief actieonderzoek. Het doel is samen leren en voorbij geijkte oplossingen komen. Zij laat zien dat dit uitdagend is voor professionals die geconfronteerd worden met burgers die feedback geven en vragen om het (deels) loslaten van vaststaande professionele kaders. Er ontstaat dan ongemak en onzekerheid, maar zo beoogt en laat Cook overtuigend zien, deze ‘mess’ (niet meer goed weten wat goed en nodig is) is productief om te komen tot hernieuwde inzichten en innovaties.

    (Introductietekst opgesteld door prof. T. Abma)


Alie Weerman
Alie Weerman is professor of Mental Health and Society at Windesheim University of Applied Sciences. Her PhD focused on the use of experiential knowledge of professional social workers and caretakers. She practices Participatory Health Research in several organizations in healthcare and social work. She always uses experiential knowledge as a valuable ‘third source of knowledge’ in the process and results of studies.

Rosalie Metze
Rosalie Metze is associate professor of Mental Health and Society at Windesheim University of Applied Sciences. Her expertise lies in topics such as outreach work, experiential knowledge, self-efficacy, and strengthening the voice of those less heard. Her goal is to always work according to the PAR principles, and gain the necessary acknowledgement for this type of research.
Thema-artikel

In de schaduw van prestige

De noodzakelijke behoefte aan een volwassen vastgoedorganisatie

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 1 2021
Trefwoorden public real estate agency, prestigious projects, project fiascoes, fraud, business maturity model
Auteurs Dr. Wouter Jan Verheul en Ir. Wicher Schönau
SamenvattingAuteursinformatie

    Some prestigious urban projects demonstrate many forms of misfit, misfortune, or mismanagement. Without big plans and high ambitions large projects don’t get off the ground, however, with a lack of attention for a diligent implementation and organization, fiascoes will follow. In the city of Rotterdam, the realization of a pop music hall, failed completely. In this case, the municipal public real estate agency played a central role in the failure of this urban project, and even a huge fraud that wasted millions of euros came out in the open. The main question in this article is: what can we learn from projects that fail during the implementation phase, and how can we professionalize public real estate agencies to avoid mistakes, fraud and other fiascoes? Such questions are relevant for public agencies that have to deal with both high and ever changing political and managerial ambitions, as well as with several commercial actors. This article offers insights behind the scenes of a public real estate agency, based on an in-depth case study. The authors demonstrate mechanisms of organizational vulnerability during the implementation of urban projects, as well as critical success factors of a professional, mature public real estate agency.


Dr. Wouter Jan Verheul
Dr. W.J. Verheul is universitair docent en onderzoeker aan de Technische Universiteit Delft en bestuurskundig adviseur te Rotterdam.

Ir. Wicher Schönau
Ir. W. Schönau is vastgoedkundig adviseur en partner bij TwynstraGudde.
Thema-artikel

Het manische karakter van commerciële vastgoedprojecten in een kwetsbare publieke context

Gesprek met onderzoeksjournalist Vasco van der Boon

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 1 2021
Trefwoorden managerial mania, prestigious real estate projects, commercial real estate, integrity issues, vulnerable public context
Auteurs Dr. Meike Bokhorst en Dr. Wouter Jan Verheul
SamenvattingAuteursinformatie

    To get a better understanding of the maniac mechanism that can take place behind the scenes of prestigious projects, we need to further explore practices within the world of commercial real estate that are usually hidden from the public, including public administration. This article presents a conversation with a Dutch research journalist that became famous after his bestseller books about real estate fraud, and his hundreds of national newspaper articles about all kinds of integrity issues. This article delivers insights in the maniac character of commercial real estate within a vulnerable public context. The article demonstrates cases of fraudulent private entrepreneurs and public officials, examples of blind spots in the public management of urban projects that are developed in partnership with commercial real estate firms, and also cases of public failure in preventing integrity issues.


Dr. Meike Bokhorst
Dr. A.M. Bokhorst is senior onderzoeker bij de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) en is tevens verbonden aan de Universiteit Utrecht.

Dr. Wouter Jan Verheul
Dr. W.J. Verheul is universitair docent en onderzoeker aan de vakgroep Management in the Built Environment van de Technische Universiteit Delft en is tevens bestuurskundig adviseur te Rotterdam.
Artikel

Access_open Ethics work for good participatory action research

Engaging in a commitment to epistemic justice

Tijdschrift Beleidsonderzoek Online, september 2020
Auteurs Tineke Abma
SamenvattingAuteursinformatie

    Participatory and responsive approaches to research strive to be democratic, inclusive and impactful. Participatory researchers share a commitment to epistemic justice and actively engage citizens and users as well as other stakeholders in the co-creation of knowledge for social change. While more and more researchers and policymakers feel attracted to these approaches in practice, the normative ideals of social inclusion and justice are sometimes hard to realize, because of established interests, power relations and system requirements. In this article I argue that participatory researchers and evaluators have a moral responsibility to do ‘ethics work’. This is more than just following ethical principles and codes of conduct. ‘Ethics work’ entails the labour and effort one puts into recognizing ethically salient aspects of situations, developing oneself as a reflexive practitioner, paying attention to emotions and relationships, collaboratively working out the right course of action and reflecting in the company of critical friends. In this article I present the theory and ethics of participatory approaches, illustrate ethical issues and ethics work related to collaboration, politics and power, and share lessons based on ten years of practice in the field of health and social well-being.

    Vooraf

    Participatief actieonderzoek en responsieve evaluatie staan volop in de belangstelling bij beleidsmakers en onderzoekers. Dit type beleidsonderzoek en -evaluatie beoogt democratisch, inclusief én impactvol te zijn. Het gaat om onderzoek mét in plaats van óver mensen. En het is actiegericht: onderzoek wil bijdragen aan concrete oplossingen door met betrokkenen gezamenlijke (verbeter)acties te ontwikkelen in de praktijk, en daarop te reflecteren en van te leren. Dit alles met het oog op sociale inclusie. Het zijn mooie idealen, maar wat betekent dit in de alledaagse, vaak weerbarstige onderzoekspraktijk?

    Op 20 januari 2020 organiseerde prof. Abma daarover een symposium, getiteld ‘Responsive, Participatory Research: Past, Present and Future Perspectives’ (Vrije Universiteit, Amsterdam). De rode draad op het symposium was de vraag wat goed en ethisch verantwoord participatief onderzoek is, en wat dit vraagt van onderzoekers en beleidsmakers. Drie lezingen op deze conferentie zijn nadien omgewerkt tot essays om lezers van Beleidsonderzoek Online vanuit verschillende perspectieven beter kennis te laten maken met deze vorm van onderzoek:

    Prof. Weerman en haar team focussen in hun bijdrage op het zich in de praktijk ontwikkelende onderzoeksdesign en het inzetten van creatieve methoden om participatie te bevorderen. Ze gaan na welke kwaliteitscriteria aan participatief actieonderzoek worden gesteld en hechten daarbij met name aan eisen ten aanzien van participatie, samen leren en verschil maken (zie BoO juli 2021). Ze benadrukken het belang van creativiteit en flexibiliteit.

    Prof. Abma bespreekt in haar artikel de normatieve dimensies en de ethiek van participatief actieonderzoek (zie BoO september 2020). Ze illustreert met een voorbeeld uit de crisishulpverlening aan GGZ-cliënten dat participatief actieonderzoek niet slechts een methodisch-technische exercitie is, maar een sociaal-politiek proces waarbij bestaande machtsverhoudingen verschuiven om ruimte te geven aan nieuwe stemmen en kennis. Dit omvat het zien van en stilstaan bij ethisch saillante dilemma’s en morele reflectie.

    De bijdrage van prof. Cook (zie BoO februari 2021) gaat over de weerbarstige praktijk van participatief actieonderzoek. Het doel is samen leren en voorbij geijkte oplossingen komen. Zij laat zien dat dit uitdagend is voor professionals die geconfronteerd worden met burgers die feedback geven en vragen om het (deels) loslaten van vaststaande professionele kaders. Er ontstaat dan ongemak en onzekerheid, maar zo beoogt en laat Cook overtuigend zien, deze ‘mess’ (niet meer goed weten wat goed en nodig is) is productief om te komen tot hernieuwde inzichten en innovaties.

    (Introductietekst opgesteld door prof. T. Abma)


Tineke Abma
Tineke A. Abma is Professor Participation & Diversity Amsterdam University Medical Centres, Amsterdam, and Executive Director of Leyden Academy on Vitality and Ageing, Leiden.
Thema-artikel

Open (de) deuren

Bestuurskundig onderzoek naar de succesfactoren van de werkrelatie burgemeester-gemeentesecretaris

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 2 2020
Trefwoorden political, administrative, collaborative, relationship, success factors
Auteurs Drs. Frans-Willem van Gils MSc
SamenvattingAuteursinformatie

    The collaborative relationship between the appointed mayor and the non-political highest administrative official is a crucial one in Dutch local government. It aligns two different domains or spheres: the political, decision making domain on one hand, and the administrative, executive domain on the other. Since research points out that 25% of these collaborative relations fail, the need for insight in the factors that shape the relations and the success of it emerges. Non-successful collaboration between public top-officials usually results in financial, societal or personal costs or damage. In this research, 17 factors were indicated that influence the (perceived) collaborative success, divided in three levels: external factors, functional factors and personal factors. Within the success factors, several ‘critical’ factors were determined, without which a successful collaborative relationship never is possible. On the functional level the critical factors are trust, role convergence and shared understanding, and on the personal level consistency and integrity. Best guaranty for a successful collaborative relationship is when both actors adapt their roles to each other’s liking, reciprocally building trust and shared understanding by using open communication, while being consistent and maintaining their integrity.
    Finally, officials are being called upon to open their doors, and share valuable experiences.


Drs. Frans-Willem van Gils MSc
Drs. F.W. van Gils behaalde in 2019 de graad van Master of Science in Public Administration aan de Erasmus University Rotterdam met een onderzoek naar de succesfactoren van de werkrelatie tussen burgemeester en gemeentesecretaris. Hij is oud-burgemeester en thans directeur van Archon Consultancy. Hij adviseert en coacht topwerkrelaties in het openbaar bestuur, doet onderzoek naar politiek-ambtelijke samenwerkingsrelaties, en draagt met trainingen, lezingen en onderwijs bij aan deskundigheidsbevordering.
Artikel

Het spel en de knikkers: ervaren rechtvaardigheid in vier lokale participatieprocessen

Tijdschrift Bestuurs­wetenschappen, Aflevering 2 2020
Auteurs Drs. Christine Bleijenberg, Dr. Reint Jan Renes, Prof. dr. Noëlle Aarts e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Designing and implementing participation processes that are perceived as meaningful by both municipalities and citizens requires insight into the assessment by participants. In this study the theory of experienced procedural justice is applied in the context of citizen participation. To gain insight into the importance of the outcome and the course of the process in the assessment by participants, the authors have used survey research to collect data from four different participation processes in a Dutch municipality (Delft). The results of this explorative study show that the respondents rate the participation processes in which they have participated as reasonably fair. There is a fair process effect when respondents experienced the process as fair and their confidence in the municipality increases, even if the outcome is unfavourable for them. For practitioners, this study shows that the dimensions of procedural justice, namely respect, having a voice and explanation, are guiding principles for the design and implementation of participation processes. There is still much to be achieved, especially when it comes to being given an explanation, so information about the decision-making process and accountability for the substantive choices that have been made. Finally, regular evaluation research is needed to set up participation processes that tie in with what participants think is important.


Drs. Christine Bleijenberg
Drs. C. Bleijenberg is als onderzoeker en docent verbonden aan het lectoraat Crossmediale Communicatie in het Publieke Domein van de Hogeschool Utrecht en als promovendus aan de Radboud Universiteit in Nijmegen.

Dr. Reint Jan Renes
Dr. R.J. Renes is lector Psychologie voor een Duurzame Stad aan het Amsterdams Kenniscentrum voor Maatschappelijke Innovatie van de Hogeschool van Amsterdam.

Prof. dr. Noëlle Aarts
Prof. dr. M.N.C. Aarts is hoogleraar Socio-Ecologische Interacties aan het Instituut for Science in Society (ISiS) van de Radboud Universiteit in Nijmegen.

Jonas Moons MSc
J. Moons MSc is als onderzoeker en docent verbonden aan het lectoraat Crossmediale Communicatie in het Publieke Domein van de Hogeschool Utrecht.
Thema-artikel

Phronetische bestuurskunde

Een antwoord op bestuurskundig onderzoek zonder maatschappelijke bijdrage

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 1 2020
Trefwoorden phronetic public administration, critical and interpretive public administration, social relevance, perspectives, power process, imagination
Auteurs Yvonne La Grouw MSc
SamenvattingAuteursinformatie

    The discipline of public administration is critiqued for its lack of social relevance. Three issues prevent public administration scholars from social relevant research: (1) the assumption of universal knowledge; (2) the assumption of neutrality; and (3) distance from practice. These issues obscure the role of power processes in both the administrative practice under study and in conducting research, while paying attention to power processes is key to a more socially relevant public administration. I propose a phronetic research approach as an alternative to research that lacks social relevance. Phronetic public administration (1) acknowledges and deliberately uses the complexity of different perspectives of actors; (2) makes power processes visible; and (3) chooses a position in a dialogue about the problem under study by imagining alternative future scenarios. Phronetic research offers a promising, critical perspective on public administration by specifically aiming for a social contribution.


Yvonne La Grouw MSc
Y.M. La Grouw MSc is PhD-onderzoeker aan de afdeling Bestuurswetenschap & Politicologie van de Vrije Universiteit Amsterdam.
Article

Consensus Democracy and Bureaucracy in the Low Countries

Tijdschrift Politics of the Low Countries, Aflevering 1 2019
Trefwoorden consensus democracy, bureaucracy, governance system, Lijphart, policymaking
Auteurs Frits van der Meer, Caspar van den Berg, Charlotte van Dijck e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Taking Lijphart’s work on consensus democracies as our point of departure, we signal a major shortcoming in Lijphart’s focus being almost exclusively on the political hardware of the state structure, leaving little attention for the administrative and bureaucratic characteristics of governance systems. We propose to expand the Lijphart’s model which overviews structural aspects of the executive and the state with seven additional features of the bureaucratic system. We argue that these features are critical for understanding the processes of policymaking and service delivery. Next, in order to better understand the functioning of the Netherlands and Belgium as consensus democracies, we provide a short analysis of the historical context and current characteristics of the political-administrative systems in both countries.


Frits van der Meer
Frits van der Meer, Professor Institute Public Administration, Leiden University.

Caspar van den Berg
Caspar van den Berg, Campus Fryslân, University of Groningen.

Charlotte van Dijck
Charlotte van Dijck, PhD Fellow Research Foundation Flanders (FWO), KU Leuven Public Governance Institute.

Gerrit Dijkstra
Gerrit Dijkstra, Senior Lecturer, Leiden University.

Trui Steen
Trui Steen, Professor, KU Leuven Public Governance Institute.
Artikel

Cybersecurity: waar is de bestuurskunde?

Een schets van aangrijpingspunten voor toekomstig overheidsbeleid

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 1 2017
Trefwoorden cybersecurity, public administration, governance
Auteurs Drs. Michel van Leeuwen en Drs. Nelly Ghaoui
Samenvatting

    In this article the case is made that, unjustly, there is a lack of interest in the topic of cybersecurity of on the part of public administration scholars and professionals in the topic of cybersecurity. ICT has become persistent in society and so has cybercrime, cyber sabotage and cyberespionage. The threats are real and growing. There is market failure and consequently there is a need for government intervention. This poses new challenges to governments as jurisdiction problems and sovereignty-issues arise, together with the dominance of private actors. The authors argue that a multistakeholder approach in such a networked environment is crucial but not sufficient. The concepts of Lessig and Thaler/Sunstein are used to sketch new and broader potential policy strategies.


Drs. Michel van Leeuwen

Drs. Nelly Ghaoui

    For aldermen in Dutch municipalities, ‘integrity’ increasingly seems to be an important factor causing their downfall. A lot of aldermen have resigned in the recent years because of ‘integrity’ and invariably local and national media were actively involved in this process. This article deals with the question of the role of the media in integrity affairs involving aldermen that have to resign. To answer this question, the authors analysed ten affairs that occurred in 2014 in which an alderman had to resigned (forced or voluntarily) because of integrity issues. The analysis shows that local media, regardless of how small they may be and how limited their means, often report extensively about integrity issues. In some cases, local media even act as accountability forums that call these aldermen to account. In other cases, the coverage in local media leads to further questions and calls for political accountability in the municipal council. Sometimes the media ‘merely’ report on the debates between the municipal council and the municipal board, but by doing so magnify the impact of an affair in the local community. In this way, the media fulfil their democratic role as watchdogs of local democracy, a role in which they bark loudly, often persistently and sometimes venomously about (alleged) integrity affairs.


Peter Schokker LLM MA
P. Schokker LLM MA is onderzoeker en adviseur bij het Bureau Integriteit BING.

Dr. Thomas Schillemans
Dr. T. Schillemans is universitair hoofddocent aan de Universiteit Utrecht bij het departement Bestuurs- en Organisatiewetenschap (USBO).
Article

Coalitiesteun in Antwerpen, Hasselt en Oostkamp

De invloed van politieke ontevredenheid, politiek wantrouwen en etnocentrisme vergeleken

Tijdschrift Res Publica, Aflevering 4 2007
Auteurs Marc Swyngedouw, Koen Abts en Jarl Kampen
SamenvattingAuteursinformatie

    In this paper we investigate the effects of political dissatisfaction, political distrust and ethnocentrism on support to the incumbent coalition in three different municipalities in Flanders. Theoretically, we define the concept of political trust, at which it is differentiated from political satisfaction and political alienation. At the same time, four dimensions of political distrust are disentangled: competence, integrity, responsiveness and justice. Empirically, four research questions may be distinguished. First, we investigate whether political satisfaction, political trust and ethnocentrism have an independent effect on support to the ruling majority. Second, we check whether there are differential effects of the dimensions of political trust on the dependent variable in the different municipalities.Third, we try to connect the micro-level data with macro-level, by linking the results with the characteristics of the local government and the party system. Fourth, we examine the influence of the presence of extreme right.


Marc Swyngedouw
Hoogleraar aan het Centrum voor Sociologisch Onderzoek (CeSO-K.U.Leuven).

Koen Abts
Wetenschappelijk medewerker aan het CeSO (K.U.Leuven).

Jarl Kampen
Postdoctoraal onderzoeker aan de Vakgroep Politieke Wetenschappen (V.U.Brussel).

A. Drs. Hoekstra
Drs. A. Hoekstra is senior beleidsmedewerker binnen de Rijksoverheid. Dit artikel is op persoonlijke titel geschreven.
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.