Zoekresultaat: 13 artikelen

x
Artikel

Gedragsbestuurskunde

Combineren van inzichten uit de bestuurskunde en de psychologie

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 3 2016
Trefwoorden public administration, psychology, interdisciplinary
Auteurs Dr. Sebastian Jilke, Dr. Asmus Leth Olsen, Dr. Lars Tummers e.a.
Samenvatting

    In this article we show that theories and methods from psychology are valuable for public administration scholars and practitioners. We advocate the development of an interdisciplinary approach entitled ‘Behavioral Public Administration’. It is not the intention that Behavioral Public Administration replaces traditional public administration research. It is an addition. We start with an analysis of the background of Behavioral Public Administration research via a historical overview of the work of Herbert Simon among others. After that, we demonstrate that Behavioral Public Administration can be valuable (a) to test public administration theories and refine these; (b) to encourage methodological sophistication of public administration research; and (c) to improve the interaction between science and practice. We hope that this article contributes to a fruitful conversation that leads to a scientific and practical research area where public administration scholars and psychologists work together and learn from each other.


Dr. Sebastian Jilke

Dr. Asmus Leth Olsen

Dr. Lars Tummers

Dr. Stephan Grimmelikhuijsen
Diversen: Rubrieken

Publiek-private samenwerking in Nederland en Vlaanderen: een review van veertien proefschriften

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 2 2016
Trefwoorden Flanders, Netherlands, public-private partnerships (PPP), review
Auteurs Dr. Marlies Hueskes, Prof. dr. Joop Koppenjan en Prof. dr. Stefan Verweij
Samenvatting

    Public-private partnerships (PPPs) have attracted considerable attention in the Netherlands and Flanders, as witnessed by the recent wave of doctoral theses on this topic. This article presents a review of fourteen Dutch and Flemish doctoral theses, published in the period 2012-2015. The main purpose of the review was to examine what the theses’ most important findings and conclusions are. We found that they mainly focus on themes related to effectiveness, transaction costs, and legitimacy. However, although PPPs are often part of a debate between opponents and proponents, none of the studies found convincing arguments for or against the use of PPPs. Instead, most studies stressed the importance of contextual factors for the success of PPPs. The doctoral theses provided various valuable recommendations for practitioners regarding, e.g., the optimization of PPP procurement and the importance of soft management aspects such as collaborative working and process management. We observed that most theses studied PPPs by applying traditional theories and methods and that the majority focused on the early project phases of planning, procurement, and contracting. More research is needed into the later project phases. Finally, since the generalizability of the theses is limited, more programmatic, quantitative, and (international) comparative research is required.


Dr. Marlies Hueskes

Prof. dr. Joop Koppenjan

Prof. dr. Stefan Verweij

    De voorbije vier decennia werden er heel wat studies naar de implementatie van beleid uitgevoerd, maar deze hebben vier belangrijke tekortkomingen: (1) onduidelijke omschrijving van de afhankelijke variabele, (2) te weinig inzicht in de ‘kritieke’ onafhankelijke variabelen en te weinig aandacht voor de wijze waarop deze in combinatie met elkaar het beleidsimplementatieproces beïnvloeden, (3) te laag aantal cases en (4) te weinig aandacht voor hypothesetoetsing. Dit artikel geeft aan hoe het gebruik van Qualitative Comparative Analysis (QCA) (Ragin, 1987) een antwoord kan bieden op deze beperkingen. Deze analysemethode tracht de verschillende causale paden die het beleidsimplementatieproces beïnvloeden te identificeren en de condities of combinaties van condities die noodzakelijk of voldoende zijn in kaart te brengen. Hiervoor wordt gebruikgemaakt van Booleaanse algebra. Door deze en andere specifieke eigenschappen kan QCA leiden tot vernieuwende inzichten in beleidsimplementatieonderzoek.


Maud Stinckens
Maud Stinckens is doctoraatsstudente aan het Leuvens Instituut voor Criminologie, KU Leuven.
Artikel

De Verblijfsregeling Mensenhandel in de praktijk: over oneigenlijk gebruik en niet-gebruik

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 4 2014
Trefwoorden human trafficking, public policy, crime policy, policy misuse, non-take up
Auteurs Dr. Jeanine Klaver en Prof. dr. Joanne van der Leun
SamenvattingAuteursinformatie

    In line with international and national legislation, the Netherlands offers certain services, including a temporary residence permit, to third country nationals who have fallen prey to human traffickers. Over the years, concerns have been often expressed about the perceived misuse of this regulation by foreigners who aim at legalising their stay. Based on interviews and file analysis the present article seeks to provide insight into to what extent it is possible to measure this misuse and the policy implications of the findings. In addition, the authors take into account non-use of the programme. The article confirms existing worries about misuse, provides indicators for misuse, but also concludes that at the level of individual cases practitioners cannot discern misuse from rightful use. At the same time, there are also groups that fall outside the reach of the programme. The article concludes with some policy recommendations on the basis of the findings.


Dr. Jeanine Klaver
Dr. Jeanine Klaver is manager onderzoek bij Regioplan Beleidsonderzoek.

Prof. dr. Joanne van der Leun
Prof. dr. Joanne van der Leun is hoogleraar criminologie aan de Universiteit Leiden.
Article

Access_open Beleidsonderzoek benutten

Tijdschrift Beleidsonderzoek Online, april 2014
Auteurs Prof. dr. A.F.A. Korsten en drs. Anne Douwe van der Meer AC
SamenvattingAuteursinformatie

    Achter opdrachtresearch gaat de veronderstelling schuil dat de tussen- en eindresultaten van beleidsonderzoek vroeg of laat ook benut worden en onderdeel worden van een proces van bezinning op beleid. Dit artikel handelt hierover. Diverse aspecten van benutting van onderzoek komen aan bod, zoals de definitie en vormen van benutting. Er worden vier richtingen onderscheiden om de omvang en vorm van benutting of onderbenutting op te sporen. Het artikel geeft voorts verklaringen voor achterblijvende benutting en bevat adviezen om te komen tot meer benutting. Voor ambtenaren, bestuurders en partners in beleidsnetwerken biedt deze beschouwing aanknopingspunten om researchresultaten desgewenst beter te benutten. En voor onderzoekers bevat dit artikel tal van aanzetten tot hypothesevorming voor verder onderzoek.


Prof. dr. A.F.A. Korsten
Prof. dr. A.F.A. Korsten is honorair hoogleraar Bestuurskunde van de lagere overheden aan de Universiteit Maastricht en emeritus hoogleraar Bestuurskunde aan de Open Universiteit.

drs. Anne Douwe van der Meer AC
Drs. Anne Douwe van der Meer AC is bedrijfseconoom en controller. Hij was werkzaam bij onder andere de Arbeidsvoorziening, het ministerie van Defensie, de gemeentelijke overheid en Deloitte.
Artikel

Vastgeklonken aan de Fyra

Een pad-afhankelijkheidsanalyse van de onvermijdelijke keuze voor de falende flitstrein

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 1 2014
Trefwoorden complex decision-making, high-speed railways, megaprojects, path-dependency
Auteurs Lasse Gerrits en Peter Marks
SamenvattingAuteursinformatie

    In the spring of 2013, the Dutch railway operator, High Speed Alliance, cancelled the acceptance procedures for V250 high-speed train sets they ordered from Italian manufacturer AnsaldoBreda after numerous problems with the build quality and safety systems. It is the latest chapter in a series of failed attempts to build and run a high-speed railway link between Amsterdam and Paris. Inevitably, the question of who was responsible for the decision to order the V250 has become prominent. We study 20 years of public decision-making by analysing the content of over 1,200 documents. Using David’s and Arthur’s theory of path-dependency, we conclude that all the decisions that were taken during those two decades created a situation in which the choice for the V250 was nothing more than an inevitable gamble. It can therefore be concluded that all parties involved, from the railway operator to Parliament, have contributed to the current failure.


Lasse Gerrits
Dr. L.M. Gerrits is als universitair hoofddocent verbonden aan de vakgroep Bestuurskunde van de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Peter Marks
Dr. P.K. Marks is als universitair docent verbonden aan de vakgroep Bestuurskunde van de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

Watergovernance: het belang van ‘op tijd’ samenwerken

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 1 2013
Trefwoorden cooperation, time, water governance, management
Auteurs Dr. Jasper Eshuis en Dr. Arwin van Buuren
SamenvattingAuteursinformatie

    The factor time is an often neglected issue in the literature on network governance. In this article we analyze the differences in perceptions on time between actors involved in water governance and describe the managerial interventions aimed at synchronizing time horizons, managing the available amount of time and the tempo of the governance process. Two case studies of governance processes in the district of Water Board Delfland are included to provide insight in the question how the factor time influences the governance processes and how aspects of time are managed. The case studies show that different perceptions of time may cause tensions in collaborative relationships, and even cause the end of collaborations. This underscores the importance of time-sensitive governance.


Dr. Jasper Eshuis
Dr. Jasper Eshuis is universitair docent bestuurskunde aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, eshuis@fsw.eur.nl.

Dr. Arwin van Buuren
Dr. Arwin van Buuren is universitair hoofddocent bestuurskunde aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

Handelingsperspectieven in het politiek-financieel complex

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 4 2012
Trefwoorden financial crisis, action logics, decision-making theories, regulatory bodies, financial institutions
Auteurs Dr. Kutsal Yesilkagit
SamenvattingAuteursinformatie

    The world-wide meltdown of financial markets is one of the largest human-made crises in modern times. The question that trembles on the lips of many researcher is why the main actors, all considered as rational, have displayed such self-destructing behaviour. Answers have been sought and partially found in theories as varied as ‘regulatory capture’, ‘failed regulation’, and inadequate crisis management. In this special issue, an alternative view is suggested. The financial sector, like any other complex sector, is made up of loosely coupled actors and actor settings (i.e. financial institutions, regulatory bodies, political actors), each driven by different action logics. The studies in this special issue each deeply examine the action logic of one actor group. The purpose of this issue is hence to parcel out the various action logics and suggest directions for further research to combine better the various actors and their differing action logics.


Dr. Kutsal Yesilkagit
Kutsal Yesilkagit is universitair hoofddocent bestuurskunde aan de Universiteit Utrecht. Correspondentiegegevens: A.K.Yesilkagit@uu.nl.

    Horizontal governance arrangements potentially conflict with the very principles of representative democracy and, likewise, with the existing political institutions. This conflict manifests itself in the interaction between representatives and the executive power: although the former have the formal power, the latter participates in horizontal networks and therefore has the resources that are necessary to form good policy. This erodes the power position of representatives. Frame work setting is commonly suggested as an arrangement for representatives to enhance their grip on policy processes in network-settings. The authors of this contribution examine the effects of frame setting as coupling mechanism between horizontal networks and vertical politics in six policy processes in a Dutch Province. Based on both theory and research findings they redefine the concept of framework setting in order to make it more attuned to the complex, interdependent and dynamic nature of policy-making in networks.


Joop Koppenjan
Joop Koppenjan is bestuurskundige en als universitair hoofddocent verbonden aan de faculteit Techniek, Bestuur en Management van de Technische Universiteit Delft. Hij doet onderzoek naar besluitvorming en sturing in beleidsnetwerken. In 2004 publiceerde hij met Erik-Hans Klijn het boek Managing Uncertainties in Networks, Londen: Routledge. Recente publicatie: 'Conflict en consensus in beleidsnetwerken: teveel of te weinig?', Bestuurswetenschappen, 60/2 (2006): 86-113. Correspondentiegegevens: Technische Universiteit Delft Faculteit TBM Jaffalaan 5 2628 BX Delft 015-2788062 j.f.m.koppenjan@tudelft.nl

Mirjam Kars
Mirjam Kars is universitair docent bij de faculteit Techniek, Bestuur en Management van de Technische Universiteit Delft. Zij doet onderzoek naar governance van nutsectoren, in het bijzonder de telecommunicatiesector. In 2004 promoveerde zij aan de Radboud Universiteit Nijmegen op het proefschrift Globalisation and regional co-operation. The case of European telecommunications. Recente publicatie: 'The governance of cybersecurity: a framework for policy'. Journal of critical infrastructures, 2/4 (2006): 357-378, met M.J.G. van Eeten, J.A. de Bruijn, H.G. van der Voort en J. Till.

Haiko van der Voort
Haiko van der Voort is toegevoegd docent bij de faculteit Techniek, Bestuur en Management van de Technische Universiteit Delft. Zijn onderwijs en onderzoek richt zich op besluitvorming en normen in beleidsnetwerken. Hij bereidt een proefschrift voor over toezicht. Recente publicatie: 'Het verband tussen liberalisering en publieke waarden. Over de vraag waarom het kan vriezen en dooien'. Bestuurswetenschappen, 61/6 (2007), met W.M. Dicke, J.A. de Bruijn, M.L.C. de Bruijne, B.M. Steenhuisen en W.W. Veeneman.
Artikel

Naar een Europees corporatisme?

Een vergelijking van de sociale en civiele dialoog op Europees niveau

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 4 2007
Auteurs Inge Bleijenbergh en Taco Brandsen
SamenvattingAuteursinformatie

    The European Commission has attempted to incorporate non-state actors in European decision-making through the so-called 'social dialogue' and 'civil dialogue'. The actors involved in the two dialogues are, respectively, social partners and civil society organisations. In this article we compare the two dialogues in terms of theories on the development of corporatist governmental arrangements. Our analysis shows that, whereas the social dialogue can now be characterised as corporatist, the civil dialogue remains pluralist in nature. We account for this difference by considering the interests of the actors involved, windows of opportunity and internal responsiveness.


Inge Bleijenbergh
Inge Bleijenbergh is universitair docent Methodenleer aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. Tot haar recente publicaties horen 'Equality Machineries Matter. The impact of political pressure of women on European social-care policies', Social Politics, 2007, 4: 1-23, met Conny Roggeband; en 'Trading well-being for economic efficiency: the 1990 shift in EU childcare policies', Marriage & Family Review, 2006, met Jet Bussemaker en Jeanne de Bruijn. Correspondentiegegevens: Radboud Universiteit Nijmegen Faculteit der Managementwetenschappen Postbus 9108 6500 HV Nijmegen 024-3611474 i.bleijenbergh@fm.ru.nl

Taco Brandsen
Taco Brandsen is universitair hoofddocent bestuurskunde aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Tot zijn recente publicaties behoren The Dutch third sector and the European Union. Connecting citizens to Brussels?, Den Haag: WRR, 2007, met Esther van den Berg; Co-Production, the third sector and the delivery of public services, New York: Routledge, 2007, met Victor Pestoff; en Meervoudig Bestuur, Den Haag: Uitgeverij LEMMA, 2006, met Wim van de Donk en Patrick Kenis. Correspondentiegegevens: Radboud Universiteit Nijmegen Faculteit der Managementwetenschappen Postbus 9108 6500 HK Nijmegen 024-3611973 t.brandsen@fm.ru.nl
Artikel

Etatisme in de polder?

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 3 2008
Auteurs Berend Snijders en Femke van Esch
SamenvattingAuteursinformatie

    Decision-making in the Netherlands is generally characterised as (neo) corporatist. Whether stakeholders enjoy a similar level of access to, and influence on the formulation of the national position, which the Dutch government advocates in Brussels, remains however unclear. This article aims at providing a first tentative answer to this question by studying the formulation of the Dutch position on EU resolution 882/2004 concerning the official controls on compliance with feed and food law, animal health and animal welfare.

    In-depth analysis of this case reveals that the development process of the Dutch stance on 882/2004 was largely devoid of stakeholder-input. As such, this process may be characterised as essentially etatist rather than corporatist. Moreover, it was established – as expected – that specialised lobby groups – those that could offer additional information and expertise to the dossier team responsible for 882/2004 – were able to exert more influence than general advocacy groups. Finally, the hypothesis that openness leads to more stakeholder-influence was not confirmed in this case. To the contrary, only during private bilateral discussion did a selection of business organizations manage to convince the dossier team of the benefits of limited border controls.


Berend Snijders
Berend Snijders is promovendus aan de Utrechtse School voor Bestuurs- en Organisatiewetenschap (USBO) van de Universiteit Utrecht. Correspondentiegegevens: Drs. Berend Snijders Universiteit Utrecht Utrechtse School voor Bestuurs- en Organisatiewetenschap Bijlhouwerstraat 6 3511 ZC Utrecht B.J.B.Snijders@uu.nl

Femke van Esch
Femke van Esch is als universitair docent verbonden aan de Utrechtse School voor Bestuurs- en Organisatiewetenschap (USBO) van de Universiteit Utrecht.
Artikel

Afsluiting

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 4 2005
Auteurs René Torenvlied
Samenvatting

    This paper offers an introduction to the research theme of 'lobbyism'. Recent Scandinavian research shows that lobbyism is a modern mirror view of corporatism, which develops through changes in the structure of decision-making and implementation by interest groups and government. Three questions are put forward: (a) what is the empirical evidence for the phenomenon of lobbyism? (b) what potential contribution could the concept of lobbyism make to a better understanding of corporatism in the Netherlands? (c) what are, according to the theory of collective decision-making, the most important differences between influence strategies in corporatist negotiation structures, and those in lobby networks?


René Torenvlied

    This article distinguished between three fundamental processes of collective decision-making as collective production in social systems: (1) persuasion; (2) exchange and (3) coercion. The conditions under which these processes are dominant are described, as well as the type of network that is central to each of the processes. Corporatism and lobbyism appear to be two polarities of collective decision-making. In corporatism interest groups are directly involved in final decision making through formal and informal institutions whereas in lobbyism final decision making is delegated to independent persons. In corporatist decision-making, mutual interests dominate conflicting interests. Thus, a failure of reaching consensus becomes unattractive and consensus is guaranteed through the formal norm of majority decision-making and the informal norm of unanimity. When mutual interests dominate over conflicting interests, lobbyism is reflected by the interactions between lobby activists and civil servants and politicians who share the same position. Ad hoc lobbyism will arise when conflicts of interests dominate and a non-cooperative game exists in which (temporal) coalitions must be built.


Frans N. Stokman
Frans Stokman is als hoogleraar verbonden aan de capaciteitsgroep Sociologie van de Rijksuniversiteit Groningen en het Interuniversitair Centrum voor Sociaal-wetenschappelijke theorievorming en Methodenontwikkeling (ICS). Daarnaast is hij directeur van DECIDE B.V. Recente publicaties van zijn hand zijn: co-editor van The European Union Decides. Cambridge: Cambridge University Press (met Robert Thomson, Christopher Achen en Thomas König, te verschijnen in 2006), co-editor van Winners and Losers in the European Union, Special issue van European Union Politics Vol 5(1) (2004) en 'Frame Dependent Modeling of Influence Processes', in: Andreas Diekmann en Thomas Voss (Red.), Rational-Choice-Theorie in den Sozialwissenschaften. Anwendungen und Probleme. Festschrift für Rolf Ziegler, München: Oldenbourg (pp.113-127). Adres: Grote Rozenstraat 31, 9712 TG Groningen.
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.