Zoekresultaat: 43 artikelen

x

    Dutch social policies are aimed at the integration and participation of all people. This creates challenges for persons with a mental vulnerability and their neighbourhoods. Five municipalities in the province of Flevoland asked us to help them improve the move from protected living to living in the neighbourhood. We used an arts-based participatory action research design and we followed ‘hot topics’, topics that sparked people’s energy and emotion, and which led to empowerment and participation. Focusing on these topics, which initially might not seem to be closely connected to the main research topic, might produce more information, and energy to take action on it, rather than rigidly sticking with the initial research topics. In this article, we focus on the first phases of the project. The emotions that people with mental vulnerabilities expressed when talking about their dogs, led us to the core of what really mattered to them in terms of inclusive living and participation. The dog functioned as an unexpected ‘hot topic’. In a symbolic sense, ‘the dog’ stands for a diverse range of lifeworld topics that can act as a creative catalyst for social change.

    Vooraf

    Participatief actieonderzoek en responsieve evaluatie staan volop in de belangstelling bij beleidsmakers en onderzoekers. Dit type beleidsonderzoek en -evaluatie beoogt democratisch, inclusief én impactvol te zijn. Het gaat om onderzoek mét in plaats van óver mensen. En het is actiegericht: onderzoek wil bijdragen aan concrete oplossingen door met betrokkenen gezamenlijke (verbeter)acties te ontwikkelen in de praktijk, en daarop te reflecteren en van te leren. Dit alles met het oog op sociale inclusie. Het zijn mooie idealen, maar wat betekent dit in de alledaagse, vaak weerbarstige onderzoekspraktijk?

    Op 20 januari 2020 organiseerde prof. Abma daarover een symposium, getiteld ‘Responsive, Participatory Research: Past, Present and Future Perspectives’ (Vrije Universiteit, Amsterdam). De rode draad op het symposium was de vraag wat goed en ethisch verantwoord participatief onderzoek is, en wat dit vraagt van onderzoekers en beleidsmakers. Drie lezingen op deze conferentie zijn nadien omgewerkt tot essays om lezers van Beleidsonderzoek Online vanuit verschillende perspectieven beter kennis te laten maken met deze vorm van onderzoek:

    Prof. Weerman en haar team focussen in hun bijdrage op het zich in de praktijk ontwikkelende onderzoeksdesign en het inzetten van creatieve methoden om participatie te bevorderen. Ze gaan na welke kwaliteitscriteria aan participatief actieonderzoek worden gesteld en hechten daarbij met name aan eisen ten aanzien van participatie, samen leren en verschil maken (zie BoO juli 2021). Ze benadrukken het belang van creativiteit en flexibiliteit.

    Prof. Abma bespreekt in haar artikel de normatieve dimensies en de ethiek van participatief actieonderzoek (zie BoO september 2020). Ze illustreert met een voorbeeld uit de crisishulpverlening aan GGZ-cliënten dat participatief actieonderzoek niet slechts een methodisch-technische exercitie is, maar een sociaal-politiek proces waarbij bestaande machtsverhoudingen verschuiven om ruimte te geven aan nieuwe stemmen en kennis. Dit omvat het zien van en stilstaan bij ethisch saillante dilemma’s en morele reflectie.

    De bijdrage van prof. Cook (zie BoO februari 2021) gaat over de weerbarstige praktijk van participatief actieonderzoek. Het doel is samen leren en voorbij geijkte oplossingen komen. Zij laat zien dat dit uitdagend is voor professionals die geconfronteerd worden met burgers die feedback geven en vragen om het (deels) loslaten van vaststaande professionele kaders. Er ontstaat dan ongemak en onzekerheid, maar zo beoogt en laat Cook overtuigend zien, deze ‘mess’ (niet meer goed weten wat goed en nodig is) is productief om te komen tot hernieuwde inzichten en innovaties.

    (Introductietekst opgesteld door prof. T. Abma)


Alie Weerman
Alie Weerman is professor of Mental Health and Society at Windesheim University of Applied Sciences. Her PhD focused on the use of experiential knowledge of professional social workers and caretakers. She practices Participatory Health Research in several organizations in healthcare and social work. She always uses experiential knowledge as a valuable ‘third source of knowledge’ in the process and results of studies.

Rosalie Metze
Rosalie Metze is associate professor of Mental Health and Society at Windesheim University of Applied Sciences. Her expertise lies in topics such as outreach work, experiential knowledge, self-efficacy, and strengthening the voice of those less heard. Her goal is to always work according to the PAR principles, and gain the necessary acknowledgement for this type of research.
Thema-artikel

Waarom burgers coproducent willen zijn

Een theoretisch model om de motivaties van coproducerende burgers te verklaren

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 2 2021
Auteurs Carola van Eijk en Trui Steen
Auteursinformatie

Carola van Eijk
Ten tijde van publicatie werkte C.J.A. van Eijk MSc. (research) als promovenda bij het Instituut Bestuurskunde, Universiteit Leiden.

Trui Steen
Dr. T.P.S. Steen was universitair hoofddocent bij het Instituut Bestuurskunde, Universiteit Leiden en bij KU Leuven Instituut voor de Overheid.
Thema-artikel

Wat motiveert burgers tot coproductie en burgerinitiatief?

Wetenschappelijke reflectie op ‘Waarom burgers coproducent willen zijn’ (2013)

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 2 2021
Auteurs Mirjan Oude Vrielink
Auteursinformatie

Mirjan Oude Vrielink
Dr. M.J. Oude Vrielink is onderzoeker bij Oude Vrielink Dienstverlening – Partner in kennis.

Rik Reussing
Dr. G.H. Reussing is onderwijscoördinator van de joint degree Public Governance across Borders aan de Universiteit Twente en redactiesecretaris van Bestuurswetenschappen.

    Participatory research is increasingly being perceived as a democratic and transformative approach to social situations by both academics and policymakers. The article reflects on what it means to do participatory research, what it contributes to broader knowledge building, and why mess may not only need to be present in participatory research but encouraged. The purposes of participation and mess as nourishment for critical enquiry and more radical learning opportunities are considered and illuminated using case study material from the Family Based Positive Support Project.

    Vooraf

    Participatief actieonderzoek en responsieve evaluatie staan volop in de belangstelling bij beleidsmakers en onderzoekers. Dit type beleidsonderzoek en -evaluatie beoogt democratisch, inclusief én impactvol te zijn. Het gaat om onderzoek mét in plaats van óver mensen. En het is actiegericht: onderzoek wil bijdragen aan concrete oplossingen door met betrokkenen gezamenlijke (verbeter)acties te ontwikkelen in de praktijk, en daarop te reflecteren en van te leren. Dit alles met het oog op sociale inclusie. Het zijn mooie idealen, maar wat betekent dit in de alledaagse, vaak weerbarstige onderzoekspraktijk?

    Op 20 januari 2020 organiseerde prof. Abma daarover een symposium, getiteld ‘Responsive, Participatory Research: Past, Present and Future Perspectives’ (Vrije Universiteit, Amsterdam). De rode draad op het symposium was de vraag wat goed en ethisch verantwoord participatief onderzoek is, en wat dit vraagt van onderzoekers en beleidsmakers. Drie lezingen op deze conferentie zijn nadien omgewerkt tot essays om lezers van Beleidsonderzoek Online vanuit verschillende perspectieven beter kennis te laten maken met deze vorm van onderzoek:

    Prof. Weerman en haar team focussen in hun bijdrage op het zich in de praktijk ontwikkelende onderzoeksdesign en het inzetten van creatieve methoden om participatie te bevorderen. Ze gaan na welke kwaliteitscriteria aan participatief actieonderzoek worden gesteld en hechten daarbij met name aan eisen ten aanzien van participatie, samen leren en verschil maken (zie BoO juli 2021). Ze benadrukken het belang van creativiteit en flexibiliteit.

    Prof. Abma bespreekt in haar artikel de normatieve dimensies en de ethiek van participatief actieonderzoek (zie BoO september 2020). Ze illustreert met een voorbeeld uit de crisishulpverlening aan GGZ-cliënten dat participatief actieonderzoek niet slechts een methodisch-technische exercitie is, maar een sociaal-politiek proces waarbij bestaande machtsverhoudingen verschuiven om ruimte te geven aan nieuwe stemmen en kennis. Dit omvat het zien van en stilstaan bij ethisch saillante dilemma’s en morele reflectie.

    De bijdrage van prof. Cook (zie BoO februari 2021) gaat over de weerbarstige praktijk van participatief actieonderzoek. Het doel is samen leren en voorbij geijkte oplossingen komen. Zij laat zien dat dit uitdagend is voor professionals die geconfronteerd worden met burgers die feedback geven en vragen om het (deels) loslaten van vaststaande professionele kaders. Er ontstaat dan ongemak en onzekerheid, maar zo beoogt en laat Cook overtuigend zien, deze ‘mess’ (niet meer goed weten wat goed en nodig is) is productief om te komen tot hernieuwde inzichten en innovaties.

    (Introductietekst opgesteld door prof. T. Abma)


Tina Cook
Tina Cook is a professor of education at Liverpool Hope University. At the core of her work is a focus on inclusive practice in research and evaluation. She is an executive committee member of the ICPHR, an editor of the International Journal of Educational Action Research, and a founder member of the UK Participatory Research Network. Her own research focus is with people with learning disabilities and people with cognitive impairment.
Artikel

Access_open Ethics work for good participatory action research

Engaging in a commitment to epistemic justice

Tijdschrift Beleidsonderzoek Online, september 2020
Auteurs Tineke Abma
SamenvattingAuteursinformatie

    Participatory and responsive approaches to research strive to be democratic, inclusive and impactful. Participatory researchers share a commitment to epistemic justice and actively engage citizens and users as well as other stakeholders in the co-creation of knowledge for social change. While more and more researchers and policymakers feel attracted to these approaches in practice, the normative ideals of social inclusion and justice are sometimes hard to realize, because of established interests, power relations and system requirements. In this article I argue that participatory researchers and evaluators have a moral responsibility to do ‘ethics work’. This is more than just following ethical principles and codes of conduct. ‘Ethics work’ entails the labour and effort one puts into recognizing ethically salient aspects of situations, developing oneself as a reflexive practitioner, paying attention to emotions and relationships, collaboratively working out the right course of action and reflecting in the company of critical friends. In this article I present the theory and ethics of participatory approaches, illustrate ethical issues and ethics work related to collaboration, politics and power, and share lessons based on ten years of practice in the field of health and social well-being.

    Vooraf

    Participatief actieonderzoek en responsieve evaluatie staan volop in de belangstelling bij beleidsmakers en onderzoekers. Dit type beleidsonderzoek en -evaluatie beoogt democratisch, inclusief én impactvol te zijn. Het gaat om onderzoek mét in plaats van óver mensen. En het is actiegericht: onderzoek wil bijdragen aan concrete oplossingen door met betrokkenen gezamenlijke (verbeter)acties te ontwikkelen in de praktijk, en daarop te reflecteren en van te leren. Dit alles met het oog op sociale inclusie. Het zijn mooie idealen, maar wat betekent dit in de alledaagse, vaak weerbarstige onderzoekspraktijk?

    Op 20 januari 2020 organiseerde prof. Abma daarover een symposium, getiteld ‘Responsive, Participatory Research: Past, Present and Future Perspectives’ (Vrije Universiteit, Amsterdam). De rode draad op het symposium was de vraag wat goed en ethisch verantwoord participatief onderzoek is, en wat dit vraagt van onderzoekers en beleidsmakers. Drie lezingen op deze conferentie zijn nadien omgewerkt tot essays om lezers van Beleidsonderzoek Online vanuit verschillende perspectieven beter kennis te laten maken met deze vorm van onderzoek:

    Prof. Weerman en haar team focussen in hun bijdrage op het zich in de praktijk ontwikkelende onderzoeksdesign en het inzetten van creatieve methoden om participatie te bevorderen. Ze gaan na welke kwaliteitscriteria aan participatief actieonderzoek worden gesteld en hechten daarbij met name aan eisen ten aanzien van participatie, samen leren en verschil maken (zie BoO juli 2021). Ze benadrukken het belang van creativiteit en flexibiliteit.

    Prof. Abma bespreekt in haar artikel de normatieve dimensies en de ethiek van participatief actieonderzoek (zie BoO september 2020). Ze illustreert met een voorbeeld uit de crisishulpverlening aan GGZ-cliënten dat participatief actieonderzoek niet slechts een methodisch-technische exercitie is, maar een sociaal-politiek proces waarbij bestaande machtsverhoudingen verschuiven om ruimte te geven aan nieuwe stemmen en kennis. Dit omvat het zien van en stilstaan bij ethisch saillante dilemma’s en morele reflectie.

    De bijdrage van prof. Cook (zie BoO februari 2021) gaat over de weerbarstige praktijk van participatief actieonderzoek. Het doel is samen leren en voorbij geijkte oplossingen komen. Zij laat zien dat dit uitdagend is voor professionals die geconfronteerd worden met burgers die feedback geven en vragen om het (deels) loslaten van vaststaande professionele kaders. Er ontstaat dan ongemak en onzekerheid, maar zo beoogt en laat Cook overtuigend zien, deze ‘mess’ (niet meer goed weten wat goed en nodig is) is productief om te komen tot hernieuwde inzichten en innovaties.

    (Introductietekst opgesteld door prof. T. Abma)


Tineke Abma
Tineke A. Abma is Professor Participation & Diversity Amsterdam University Medical Centres, Amsterdam, and Executive Director of Leyden Academy on Vitality and Ageing, Leiden.

    The technological dynamic has a major impact on all kinds of markets, but what does this dynamic mean for local and regional government? This special issue presents five articles about local and regional governance in the information society. The editors of this special issue have chosen to place two articles by practitioners (written by Marcel Thaens and Evert-Jan Mulder) and three articles by scientists, one of which is a co-production of scientists and a practitioner. The editors believe that for a platform such as Bestuurswetenschappen (Administrative Sciences), it is also important to make the different voices heard and thus feed a rich debate about local and regional governance in the digital society.


Prof. dr. Albert Meijer
Prof. dr. A.J. Meijer is hoogleraar Publieke Innovatie aan de Universiteit Utrecht en redacteur van Bestuurswetenschappen.

Dr. Erna Ruijer
Dr. E. Ruijer is universitair docent aan de Universiteit Utrecht bij het departement Bestuurs- en Organisatiewetenschap.
Reflectie & debat

Access_open Meer dan een zwarte bladzijde

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 2 2019
Auteurs Richard Kofi en Annemarie de Wildt
SamenvattingAuteursinformatie

    Reflection and debate initiates academically inspired discussions on issues that are on the current policy agenda.


Richard Kofi
Richard Kofi is kunstenaar en tentoonstellingsmaker bij het Tropenmuseum.

Annemarie de Wildt
Annemarie de Wildt is historica en conservator bij het Amsterdam Museum.

    Exploration of the future is about systematically exploring future developments and the possible consequences for an organization or issue. The demand for future explorations at local policy level has increased in recent years. This article focuses on the relationship between participatory future exportations and local strategic policy processes. On the basis of four case studies, the meaning of participatory foresight studies for local policy processes was investigated. The research, which was carried out as action research, shows that future explorations in local strategic policy processes can be significant in different ways: they provide new knowledge, they promote learning in an integral and future-oriented manner and they encourage social learning processes that are independent of the content, which is valuable for group dynamics. In addition, future explorations can be useful in different phases of the policy cycle. Despite the fact that participatory explorations of the future can be meaningful in local strategic policy processes, there is still a bridge between the method of future exploration on the one hand and policy processes and organizations on the other. The research shows that a demand-driven approach starting from the needs of the participants in the policy process and responding to the culture, structure and working method of the organization is a promising approach. At the same time, the research shows that there are several factors that need to be considered in order to achieve a stronger interrelatedness of future exploration and policy. The policy practice and the exploratory practice seem to be gradually evolving towards each other. On the one hand, policy practice is becoming more rational, transparent and analytical in nature through the use of future explorations, at least in policy preparation. The explorations promote substantive discussions on policy agendas and policy intentions. On the other hand, they are becoming more policy oriented through more reasoning from the policy practice in terms of process design and knowledge needs of the policy process.


Dr. Nicole Rijkens-Klomp
Dr. N. Rijkens-Klomp is in 2016 gepromoveerd aan de Universiteit Maastricht bij prof. Pim Martens, met dr. Ron Cörvers als haar co-promotor. Ze heeft sinds 2004 een eigen bedrijf in Antwerpen op het gebied van toekomstverkenning (foresight & design studio Panopticon). Daarnaast werkt ze aan het Scientific Institute for Sustainable Development (ICIS) van de Universiteit Maastricht.

Dr. Ron Cörvers
Dr. R.J.M. Cörvers is wetenschappelijk directeur van het Scientific Institute for Sustainable Development (ICIS) van de Universiteit Maastricht.

    Een lerende evaluatie combineert leren en verantwoorden. Deze methode past bij complexe beleidsopgaven, waar meerdere actoren en overheden bij betrokken zijn die een behoefte hebben om te leren van elkaars ervaringen. In de evaluatie van het Natuurpact is deze methode op nationale schaal voor het gedecentraliseerde natuurbeleid toegepast. Uit deze casus blijkt dat een succesvolle toepassing vraagt om een voortdurende en zorgvuldige aansluiting van het onderzoek op de beleidspraktijk. Dit is nodig voor het betrekken van en interactie met stakeholders, het combineren van leren en verantwoorden, de wetenschappelijke onafhankelijkheid, het bestuurlijk mandaat en de beheersbaarheid van het onderzoek.


Rob Folkert
Rob Folkert is projectleider van het project lerende evaluatie van het Natuurpact bij het PBL.

Lisa Verwoerd
Lisa Verwoerd is onderzoeker bij de VU en is betrokken bij het uitwerken en toepassen van het procesontwerp van de lerende evaluatie Natuurpact. Ze onderzocht de waarde van deze methode.

Femke Verwest
Femke Verwest is supervisor van project lerende evaluatie van het Natuurpact bij PBL.

Dr. Rik Reussing
Dr. G.H. Reussing is onderwijscoördinator van de joint degree Public Governance across Borders aan de Universiteit Twente en redactiesecretaris van Bestuurswetenschappen.

Joost Fledderus
Artikel

Onbetaalbare huizen en onderbenutte gebieden

De institutionele leegte van woningbouw en gebiedstransformatie

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 3 2017
Trefwoorden institutional void, urban transformation, urban governance, housing policy, policy instruments
Auteurs Dr. Wouter Jan Verheul
Samenvatting

    In the Netherlands, as in many other countries, housing supply fails to meet the rapidly increasing housing demand in already densely urbanised areas, contributing to rising housing prices and possibly gentrification. The state and local governments aim to satisfy this demand by densifying urban areas and by transforming urban brownfields and vacant office parks into residential areas, thus containing urban sprawl. However, the private actors needed to redevelop these areas operate according to a different institutional logic and discourse: the market. According to this market logic, urban transform is too expensive, even when partly subsidized, and, to some extent, sprawl is unavoidable to satisfy housing demand. The two different logics fail to deliver the housing needed. Building discourse coalitions is suggested as a possible way out of this deadlocked debate, while government actors might also aim to influence the housing market with novel, market oriented policy instruments.


Dr. Wouter Jan Verheul
Artikel

De transformatie van kennis voor klimaatadaptatie

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 3 2017
Trefwoorden wicked problems, climate change adaptation, science-policy interface, knowledge production, mainstreaming
Auteurs Dr. Daan Boezeman
Samenvatting

    Scientific knowledge plays a pivotal yet problematic role in identifying, assessing and evaluating climate impacts, and hence in their governance. This raises questions of how knowledge for adaptation policy is made. This article studies the production of authoritative and meaningful knowledge claims in the Delta Committee, regional water management and urban warming. It is argued that the conventional supply-and-demand conceptualisation with its notion of ‘knowledge transfer’ has fundamental flaws. This study shows how the wicked issue of climate change is tamed and made tractable in climate adaptation. In these processes knowledge of climate change transforms. This article presents a conceptual apparatus to study transformation. Transformation has a Janus face. While transformation brings climate change in conversation with localised meaning to create concrete adaptation responses, it also closes down and becomes blind to particular climate risks. Transformations are affected by the goals and institutions of policy fields. To overcome problems of blindness and cognitive path dependencies, more institutional change is necessary than the current piggyback approach of mainstreaming and knowledge co-creation entails.


Dr. Daan Boezeman
Artikel

Non-participatie in de doe-democratie

Tijdschrift Bestuurs­wetenschappen, Aflevering 2 2017
Auteurs Gideon Broekhuizen MSc LLB en Dr. Ank Michels
SamenvattingAuteursinformatie

    Research into citizens’ initiatives usually focuses on those who already participate. In this article the central question is how those who do not participate yet can be motivated to take part in citizens’ initiatives. To investigate this the authors used vignettes in which four key motives for participation in citizens’ initiatives are linked to three types of citizens’ initiatives. The results of this research show that people are more likely to take part in an initiative if a call is made to altruism. Usually it is also in general easier for small-scale, more applied citizens’ initiatives to motivate people. Non-participants will be more inclined, certainly in the presence of a specific local problem and if they are asked, to respond in a positive manner to an invitation to take part. For more abstract citizens’ initiatives, like a citizens summit in which not one single specific problem is addressed, it is much more difficult to motivate people to take part. Participation in citizens’ initiatives indeed increases the quality of local democracy, but only if the (local) government doesn’t take over these initiatives. Also those who do not yet take part in citizens’ initiatives have a positive and constructive attitude towards them.


Gideon Broekhuizen MSc LLB
G.R. Broekhuizen MSc LLB deed een onderzoeksmaster bestuurskunde en organisatiewetenschap aan de Universiteit Utrecht en een bachelor bestuurskunde en recht aan de Universiteit Leiden. Hij schreef zijn scriptie over non-participatie in de doe-democratie.

Dr. Ank Michels
Dr. A.M.B. Michels is universitair docent aan de Universiteit Utrecht bij het Departement Bestuurs- en Organisatiewetenschap (USBO).
Artikel

Duurzame innovatie in industriële clusters

Rollenspel tussen ondernemers en publieke assembleurs

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 4 2016
Trefwoorden innovation, government, collaboration, industrial clusters
Auteurs Wouter Spekkink, Geert R. Teisman en Frank A.A. Boons
Samenvatting

    We study the role division between public and private actors in their search for sustainable innovation of industrial clusters. This search unfolds as a two-phase process. In the first phase, private parties develop different projects for sustainable innovation independently from each other. Without coordination, a common ground for the projects emerges. Through their involvement in several of these projects, public actors are able to take up a central place between the projects and their associated actor coalitions. From this position, they are able to act on the common ground, and mobilize other actors for collaboration. The common ground is translated to a vision, and the private projects are assembled into a program, in which synergetic connections between the different projects are established. This starts the second phase of the process, in which a regional collaboration unfolds, coordinated by the public actors. Thus, the crucial role of private actors is to create the building blocks for sustainable innovation in the early stages of the process. The public actors are crucial in acting on these private initiatives, assembling the building blocks into programmatic effort towards sustainable innovation of industrial clusters. The main strength of public actors lies in their betweenness centrality.


Wouter Spekkink

Geert R. Teisman

Frank A.A. Boons
Artikel

Van project naar opgave

Samenwerking als motor van de planning van infrastructuur en ruimte

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 4 2016
Trefwoorden planning, cooperation, challenge-oriented approach, infrastructure and spatial development
Auteurs Wim Leendertse, Jos Arts, Tim Busscher e.a.
Samenvatting

    Infrastructure and adjacent areas represent extensive social value. However, infrastructure and areas are still often developed sectoral and independent. In the Netherlands, national spatial policies strive for combining infrastructure and area as one integrated approach as this is expected to result in more spatial quality. Taking this perspective, this article discusses trendy concepts in current Dutch planning, such as: adaptive planning, public and private cooperation and challenge-oriented approaches (‘opgave-gericht werken’ which focuses less on realising a project but more on the current and future issues and challenges in an area). This article argues that these concepts are closely related. Adaptive planning defines the rules of the game and the playing field, within which cooperation may develop. Cooperation is a means for creating spatial quality in interaction within this playing field. After all, generated quality can be considered as a contribution to the specific objectives and interest of the various partners. A challenge-oriented approach is the process for generating spatial quality from synergies in combined infrastructure and spatial development. This article aims to explore the relationships between adaptive planning, public and private cooperation and challenge-oriented approaches and to provide starting points for further research and discussion.


Wim Leendertse

Jos Arts

Tim Busscher

Frits Verhees

    Local authorities know for some time from experience with partnerships with local communities in the area of sustainable development that the urgency of climate change increases and that citizens develop into an equal partner. The convergence of these two motivations asks for an innovative way of acting, in which the performance of local authorities is a crucial factor for the ultimate success of local sustainable energy projects in which citizens are actively involved or will be involved. This article exposes the ways in which local authorities innovate with policy for the support of active citizenship in the production of locally generated sustainable energy. The article also explores the barriers that arise. The authors analyse two cases on different levels of government; ‘The Energy-workplace’ (in the Dutch province Fryslân) and ‘The Armhoede sustainable energy landscape’ (in the Dutch municipality Lochem). The cases show that policy innovations crystallize as well at ‘arm’s length’ distance as in the direct sphere of influence of the (local) authority. However, innovation takes place by the grace of the space in the existing institutional framework and the political (and administrative) system. Formal guidelines (like policy or regulation), persons, and informal practices of the traditional policy implementation may hinder a productive interaction between (active) citizens and government.


Beau Warbroek MSc
W.D.B. Warbroek MSc is promovendus aan het Department of Governance and Technology for Sustainability (CSTM) van de Universiteit Twente en de stichting University Campus Fryslân (UCF).

Dr. Thomas Hoppe
Dr. T. Hoppe is als universitair hoofddocent verbonden aan de Multi-Actor Systems-vakgroep (MAS-POLG) van de Technische Universiteit Delft.
Artikel

De slag om duurzaamheid in de polycentrische regio’s Randstad en Rijn-Roergebied

Tijdschrift Bestuurs­wetenschappen, Aflevering 3 2016
Auteurs Simon Goess MSc, Prof. dr. Ellen van Bueren en Prof. dr. Martin de Jong
SamenvattingAuteursinformatie

    In polycentric urban regions one can find different, mutually related cities without a clear centre. In these regions cities cooperate to attract inhabitants and employment, but at the same time they are each other’s competitors. The Randstad (Netherlands) and the Rhine-Ruhr area (Germany) both can be seen as polycentric regions. The authors explore to what extent these regions possess a common identity and common agenda and to what extent this promotes the sustainability and energy transition of these regions. In both regions identity appears to have grown especially at subregional level, by historically developed spatial-economic profiles of the different cities or suburban regions. In addition the cities in these regions more and more wish to distinguish themselves in the area of sustainability. Every city wants to be the smartest, greenest and healthiest, and to be at the forefront in energy transition and climate mitigation. In the Dutch Randstad this competitive drive especially seems to contribute to the realization of sustainability projects at the local level. And that is exactly why regional cooperation is important: to allocate resources as well as possible and to avoid transfer to others. This can be improved by the development of subregional or regional sustainability visions.


Simon Goess MSc
S. Goess MSc is werkzaam aan de Technische Universiteit Delft. Hij deed in Delft een master op het gebied van Sustainable Energy Technology.

Prof. dr. Ellen van Bueren
Prof. dr. E.M. van Bueren is als hoogleraar Urban Development Management verbonden aan de Technische Universiteit Delft.

Prof. dr. Martin de Jong
Prof. dr. W.M. de Jong is werkzaam als Antoni van Leeuwenhoek Research Professor aan de Technische Universiteit Delft en eveneens verbonden aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Toont 1 - 20 van 43 gevonden teksten
« 1 3
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.