Zoekresultaat: 26 artikelen

x
Thema-artikel

De woningcrisis in Nederland vanuit een bestuurlijk perspectief: achtergronden en oplossingen

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 1 2022
Trefwoorden the Netherlands, housing policy, governance of the housing market, building production, spatial policy
Auteurs Peter Boelhouwer en Harry van der Heijden
SamenvattingAuteursinformatie

    Partly as a result of major problems on the housing market and in particular the large housing shortage, there is now a lot of attention for housing in both the press and politics. After many years of focus on more market forces and decentralization, the national government recently seems prepared to take more responsibility. In this contribution we try to interpret this turnaround by successively considering the main problems in the housing market, the development of government policy and possible solutions to the problems that have arisen. The emphasis is on the role of the national government. We conclude that, in view of the many spatial claims and the major investment tasks, it is important that the national government takes control and makes clear choices, which can then be worked out at regional and local level. By subsequently closely monitoring the developments and intervening if necessary, the central government can make adjustments on the intended housing policies.


Peter Boelhouwer
Prof. dr. P.J. Boelhouwer is hoogleraar huisvestingssystemenaan de Faculteit Bouwkunde van de Technische Universiteit Delft.

Harry van der Heijden
Dr. H.M.H. van der Heijden is universitair hoofddocent aan de Faculteit Bouwkunde van de Technische Universiteit Delft.
Thema-artikel

De versnelling van de woningbouwproductie: de rol van grondbeleid

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 1 2022
Trefwoorden Land policy for housebuilding, Delays in the building of new homes, Private developers’ monopoly powers, Interventions
Auteurs Erwin van der Krabben
SamenvattingAuteursinformatie

    What causes the delays in the building of sufficient new homes in the Netherlands? And why do housebuilding projects so often struggle with financial feasibility? The land market typically can be described as an imperfect market, while the performance of the land and housebuilding market are closely connected. This connection seems to cause, at least partially, delays in the building of new homes. To be able to build new houses, ownership of land is crucial. However, land does not always come available in time. Landownership also influences competition in the housebuilding market. Based on a review of scientific literature, policy documents and empirical research results, this paper discusses the performance of the land and housebuilding market and its possible impact on housing production. Additionally, the paper reviews recent proposals that have been suggested in the context of the on-going Dutch housing market debate that may improve the functioning of these markets. What might be the effects of these interventions on housebuilding production? The paper concludes with a couple of dilemmas governments face with regard to the functioning of the land and housebuilding market.


Erwin van der Krabben
Prof. dr. E. van der Krabben is hoogleraar Gebiedsontwikkeling aan de Radboud Universiteit Nijmegen, Faculteit Managementwetenschappen.
Essay

Een nieuwe weg naar Rome?

Alternatieve vorm van burgerparticipatie bij stadsverbetering

Tijdschrift Bestuurs­wetenschappen, Aflevering 1 2022
Auteurs Nico Nelissen en Wouter Jan Verheul
SamenvattingAuteursinformatie

    Municipalities are in a new phase of development. This requires rethinking how citizens can be involved in these developments. Instead of asking citizens to respond to municipal project initiatives, one of the (new) ways is to let citizens have their say about where, what and how urban improvements can be made. In this essay, the authors discuss what they mean by ‘areas for improvement’ and discuss two experiments – in two of the oldest Dutch cities: Maastricht and Nijmegen – of citizen participation that are intended to address such areas. In their view, in this way ‘a new, but obviously not the only, way to Rome is created’ in terms of citizen participation.


Nico Nelissen
Prof. dr. N.J.M. Nelissen is emeritus hoogleraar aan de Radboud Univer­siteit Nijmegen, redactielid en oud-hoofdredacteur van Bestuurs­wetenschappen.

Wouter Jan Verheul
Dr. W.J. Verheul is onderzoeker, adviseur en universitair docent aan de Technische Universiteit Delft bij de faculteit Bouwkunde. Hij houdt zich bezig met urban governance & leadership, grote iconische stadsprojecten, stedelijke gebiedstransformaties, place branding en place making.

    Dutch social policies are aimed at the integration and participation of all people. This creates challenges for persons with a mental vulnerability and their neighbourhoods. Five municipalities in the province of Flevoland asked us to help them improve the move from protected living to living in the neighbourhood. We used an arts-based participatory action research design and we followed ‘hot topics’, topics that sparked people’s energy and emotion, and which led to empowerment and participation. Focusing on these topics, which initially might not seem to be closely connected to the main research topic, might produce more information, and energy to take action on it, rather than rigidly sticking with the initial research topics. In this article, we focus on the first phases of the project. The emotions that people with mental vulnerabilities expressed when talking about their dogs, led us to the core of what really mattered to them in terms of inclusive living and participation. The dog functioned as an unexpected ‘hot topic’. In a symbolic sense, ‘the dog’ stands for a diverse range of lifeworld topics that can act as a creative catalyst for social change.

    Vooraf

    Participatief actieonderzoek en responsieve evaluatie staan volop in de belangstelling bij beleidsmakers en onderzoekers. Dit type beleidsonderzoek en -evaluatie beoogt democratisch, inclusief én impactvol te zijn. Het gaat om onderzoek mét in plaats van óver mensen. En het is actiegericht: onderzoek wil bijdragen aan concrete oplossingen door met betrokkenen gezamenlijke (verbeter)acties te ontwikkelen in de praktijk, en daarop te reflecteren en van te leren. Dit alles met het oog op sociale inclusie. Het zijn mooie idealen, maar wat betekent dit in de alledaagse, vaak weerbarstige onderzoekspraktijk?

    Op 20 januari 2020 organiseerde prof. Abma daarover een symposium, getiteld ‘Responsive, Participatory Research: Past, Present and Future Perspectives’ (Vrije Universiteit, Amsterdam). De rode draad op het symposium was de vraag wat goed en ethisch verantwoord participatief onderzoek is, en wat dit vraagt van onderzoekers en beleidsmakers. Drie lezingen op deze conferentie zijn nadien omgewerkt tot essays om lezers van Beleidsonderzoek Online vanuit verschillende perspectieven beter kennis te laten maken met deze vorm van onderzoek:

    Prof. Weerman en haar team focussen in hun bijdrage op het zich in de praktijk ontwikkelende onderzoeksdesign en het inzetten van creatieve methoden om participatie te bevorderen. Ze gaan na welke kwaliteitscriteria aan participatief actieonderzoek worden gesteld en hechten daarbij met name aan eisen ten aanzien van participatie, samen leren en verschil maken (zie BoO juli 2021). Ze benadrukken het belang van creativiteit en flexibiliteit.

    Prof. Abma bespreekt in haar artikel de normatieve dimensies en de ethiek van participatief actieonderzoek (zie BoO september 2020). Ze illustreert met een voorbeeld uit de crisishulpverlening aan GGZ-cliënten dat participatief actieonderzoek niet slechts een methodisch-technische exercitie is, maar een sociaal-politiek proces waarbij bestaande machtsverhoudingen verschuiven om ruimte te geven aan nieuwe stemmen en kennis. Dit omvat het zien van en stilstaan bij ethisch saillante dilemma’s en morele reflectie.

    De bijdrage van prof. Cook (zie BoO februari 2021) gaat over de weerbarstige praktijk van participatief actieonderzoek. Het doel is samen leren en voorbij geijkte oplossingen komen. Zij laat zien dat dit uitdagend is voor professionals die geconfronteerd worden met burgers die feedback geven en vragen om het (deels) loslaten van vaststaande professionele kaders. Er ontstaat dan ongemak en onzekerheid, maar zo beoogt en laat Cook overtuigend zien, deze ‘mess’ (niet meer goed weten wat goed en nodig is) is productief om te komen tot hernieuwde inzichten en innovaties.

    (Introductietekst opgesteld door prof. T. Abma)


Alie Weerman
Alie Weerman is professor of Mental Health and Society at Windesheim University of Applied Sciences. Her PhD focused on the use of experiential knowledge of professional social workers and caretakers. She practices Participatory Health Research in several organizations in healthcare and social work. She always uses experiential knowledge as a valuable ‘third source of knowledge’ in the process and results of studies.

Rosalie Metze
Rosalie Metze is associate professor of Mental Health and Society at Windesheim University of Applied Sciences. Her expertise lies in topics such as outreach work, experiential knowledge, self-efficacy, and strengthening the voice of those less heard. Her goal is to always work according to the PAR principles, and gain the necessary acknowledgement for this type of research.
Thema-artikel

Waarom burgers coproducent willen zijn

Een theoretisch model om de motivaties van coproducerende burgers te verklaren

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 2 2021
Auteurs Carola van Eijk en Trui Steen
Auteursinformatie

Carola van Eijk
Ten tijde van publicatie werkte C.J.A. van Eijk MSc. (research) als promovenda bij het Instituut Bestuurskunde, Universiteit Leiden.

Trui Steen
Dr. T.P.S. Steen was universitair hoofddocent bij het Instituut Bestuurskunde, Universiteit Leiden en bij KU Leuven Instituut voor de Overheid.

    Participatory research is increasingly being perceived as a democratic and transformative approach to social situations by both academics and policymakers. The article reflects on what it means to do participatory research, what it contributes to broader knowledge building, and why mess may not only need to be present in participatory research but encouraged. The purposes of participation and mess as nourishment for critical enquiry and more radical learning opportunities are considered and illuminated using case study material from the Family Based Positive Support Project.

    Vooraf

    Participatief actieonderzoek en responsieve evaluatie staan volop in de belangstelling bij beleidsmakers en onderzoekers. Dit type beleidsonderzoek en -evaluatie beoogt democratisch, inclusief én impactvol te zijn. Het gaat om onderzoek mét in plaats van óver mensen. En het is actiegericht: onderzoek wil bijdragen aan concrete oplossingen door met betrokkenen gezamenlijke (verbeter)acties te ontwikkelen in de praktijk, en daarop te reflecteren en van te leren. Dit alles met het oog op sociale inclusie. Het zijn mooie idealen, maar wat betekent dit in de alledaagse, vaak weerbarstige onderzoekspraktijk?

    Op 20 januari 2020 organiseerde prof. Abma daarover een symposium, getiteld ‘Responsive, Participatory Research: Past, Present and Future Perspectives’ (Vrije Universiteit, Amsterdam). De rode draad op het symposium was de vraag wat goed en ethisch verantwoord participatief onderzoek is, en wat dit vraagt van onderzoekers en beleidsmakers. Drie lezingen op deze conferentie zijn nadien omgewerkt tot essays om lezers van Beleidsonderzoek Online vanuit verschillende perspectieven beter kennis te laten maken met deze vorm van onderzoek:

    Prof. Weerman en haar team focussen in hun bijdrage op het zich in de praktijk ontwikkelende onderzoeksdesign en het inzetten van creatieve methoden om participatie te bevorderen. Ze gaan na welke kwaliteitscriteria aan participatief actieonderzoek worden gesteld en hechten daarbij met name aan eisen ten aanzien van participatie, samen leren en verschil maken (zie BoO juli 2021). Ze benadrukken het belang van creativiteit en flexibiliteit.

    Prof. Abma bespreekt in haar artikel de normatieve dimensies en de ethiek van participatief actieonderzoek (zie BoO september 2020). Ze illustreert met een voorbeeld uit de crisishulpverlening aan GGZ-cliënten dat participatief actieonderzoek niet slechts een methodisch-technische exercitie is, maar een sociaal-politiek proces waarbij bestaande machtsverhoudingen verschuiven om ruimte te geven aan nieuwe stemmen en kennis. Dit omvat het zien van en stilstaan bij ethisch saillante dilemma’s en morele reflectie.

    De bijdrage van prof. Cook (zie BoO februari 2021) gaat over de weerbarstige praktijk van participatief actieonderzoek. Het doel is samen leren en voorbij geijkte oplossingen komen. Zij laat zien dat dit uitdagend is voor professionals die geconfronteerd worden met burgers die feedback geven en vragen om het (deels) loslaten van vaststaande professionele kaders. Er ontstaat dan ongemak en onzekerheid, maar zo beoogt en laat Cook overtuigend zien, deze ‘mess’ (niet meer goed weten wat goed en nodig is) is productief om te komen tot hernieuwde inzichten en innovaties.

    (Introductietekst opgesteld door prof. T. Abma)


Tina Cook
Tina Cook is a professor of education at Liverpool Hope University. At the core of her work is a focus on inclusive practice in research and evaluation. She is an executive committee member of the ICPHR, an editor of the International Journal of Educational Action Research, and a founder member of the UK Participatory Research Network. Her own research focus is with people with learning disabilities and people with cognitive impairment.
Artikel

Access_open Inzet op omgevingsbewust en kwaliteitsbewust werken in beleidsonderzoek

Illustraties uit de lerende evaluatie van het Natuurpact van het Planbureau voor de Leefomgeving

Tijdschrift Beleidsonderzoek Online, november 2020
Auteurs Eva Kunseler, Lisa Verwoerd en Femke Verwest
SamenvattingAuteursinformatie

    Een reflexieve kijk op beleidsonderzoek gaat uit van continue dynamiek tussen kennisontwikkeling en beleids- en uitvoeringspraktijken. Beleidsonderzoekers zoeken naar houvast om gedegen en relevant onderzoek te blijven doen, onderwijl inspelend op onzekerheden, onvoorspelbaarheid en kritische geluiden die kenmerkend zijn voor de huidige kennissamenleving. Via omgevingsbewust werken kunnen zij hun onderzoeksaanpak leren afstemmen op de kenmerken en maatschappelijke context van beleidsdossiers. Via kwaliteitsbewust werken kunnen zij leren inspelen op de verwachtingen rondom een bepaalde expertrol en onderzoeksaanpak binnen de eigen contexten van onafhankelijkheid en wetenschappelijke verantwoording.
    Aan de hand van een casus – de lerende evaluatie van het Natuurpact, een innovatieve evaluatiestudie bij het Planbureau voor de Leefomgeving – laten we zien hoe een reflexieve aanpak helpt om onderzoek in de nabijheid van de dynamische beleidspraktijk uit te voeren. Doordat deze aanpak buiten de comfortzone van onderzoekers ligt, is omgevingsbewust en kwaliteitsbewust werken voor onderzoekers geen vanzelfsprekendheid. We roepen beleidsonderzoekers zelf, de organisaties waar ze werkzaam zijn en beleidsmedewerkers op om hun reflexieve vaardigheden verder te ontwikkelen via het inrichten van lerende processen, effectieve kennisdeling via Communities of Practice en leerwerktrajecten, en open en adaptieve kennis-beleidsarrangementen.


Eva Kunseler
Eva Kunseler is wetenschappelijk medewerker bij het Planbureau voor de Leefomgeving.

Lisa Verwoerd
Lisa Verwoerd is wetenschappelijk medewerker bij het Planbureau voor de Leefomgeving en onderzoeker bij het Athena Instituut, Vrije Universiteit Amsterdam.

Femke Verwest
Femke Verwest is plaatsvervangend sectorhoofd Natuur en Landelijk Gebied bij het Planbureau voor de Leefomgeving.
Artikel

Access_open Ethics work for good participatory action research

Engaging in a commitment to epistemic justice

Tijdschrift Beleidsonderzoek Online, september 2020
Auteurs Tineke Abma
SamenvattingAuteursinformatie

    Participatory and responsive approaches to research strive to be democratic, inclusive and impactful. Participatory researchers share a commitment to epistemic justice and actively engage citizens and users as well as other stakeholders in the co-creation of knowledge for social change. While more and more researchers and policymakers feel attracted to these approaches in practice, the normative ideals of social inclusion and justice are sometimes hard to realize, because of established interests, power relations and system requirements. In this article I argue that participatory researchers and evaluators have a moral responsibility to do ‘ethics work’. This is more than just following ethical principles and codes of conduct. ‘Ethics work’ entails the labour and effort one puts into recognizing ethically salient aspects of situations, developing oneself as a reflexive practitioner, paying attention to emotions and relationships, collaboratively working out the right course of action and reflecting in the company of critical friends. In this article I present the theory and ethics of participatory approaches, illustrate ethical issues and ethics work related to collaboration, politics and power, and share lessons based on ten years of practice in the field of health and social well-being.

    Vooraf

    Participatief actieonderzoek en responsieve evaluatie staan volop in de belangstelling bij beleidsmakers en onderzoekers. Dit type beleidsonderzoek en -evaluatie beoogt democratisch, inclusief én impactvol te zijn. Het gaat om onderzoek mét in plaats van óver mensen. En het is actiegericht: onderzoek wil bijdragen aan concrete oplossingen door met betrokkenen gezamenlijke (verbeter)acties te ontwikkelen in de praktijk, en daarop te reflecteren en van te leren. Dit alles met het oog op sociale inclusie. Het zijn mooie idealen, maar wat betekent dit in de alledaagse, vaak weerbarstige onderzoekspraktijk?

    Op 20 januari 2020 organiseerde prof. Abma daarover een symposium, getiteld ‘Responsive, Participatory Research: Past, Present and Future Perspectives’ (Vrije Universiteit, Amsterdam). De rode draad op het symposium was de vraag wat goed en ethisch verantwoord participatief onderzoek is, en wat dit vraagt van onderzoekers en beleidsmakers. Drie lezingen op deze conferentie zijn nadien omgewerkt tot essays om lezers van Beleidsonderzoek Online vanuit verschillende perspectieven beter kennis te laten maken met deze vorm van onderzoek:

    Prof. Weerman en haar team focussen in hun bijdrage op het zich in de praktijk ontwikkelende onderzoeksdesign en het inzetten van creatieve methoden om participatie te bevorderen. Ze gaan na welke kwaliteitscriteria aan participatief actieonderzoek worden gesteld en hechten daarbij met name aan eisen ten aanzien van participatie, samen leren en verschil maken (zie BoO juli 2021). Ze benadrukken het belang van creativiteit en flexibiliteit.

    Prof. Abma bespreekt in haar artikel de normatieve dimensies en de ethiek van participatief actieonderzoek (zie BoO september 2020). Ze illustreert met een voorbeeld uit de crisishulpverlening aan GGZ-cliënten dat participatief actieonderzoek niet slechts een methodisch-technische exercitie is, maar een sociaal-politiek proces waarbij bestaande machtsverhoudingen verschuiven om ruimte te geven aan nieuwe stemmen en kennis. Dit omvat het zien van en stilstaan bij ethisch saillante dilemma’s en morele reflectie.

    De bijdrage van prof. Cook (zie BoO februari 2021) gaat over de weerbarstige praktijk van participatief actieonderzoek. Het doel is samen leren en voorbij geijkte oplossingen komen. Zij laat zien dat dit uitdagend is voor professionals die geconfronteerd worden met burgers die feedback geven en vragen om het (deels) loslaten van vaststaande professionele kaders. Er ontstaat dan ongemak en onzekerheid, maar zo beoogt en laat Cook overtuigend zien, deze ‘mess’ (niet meer goed weten wat goed en nodig is) is productief om te komen tot hernieuwde inzichten en innovaties.

    (Introductietekst opgesteld door prof. T. Abma)


Tineke Abma
Tineke A. Abma is Professor Participation & Diversity Amsterdam University Medical Centres, Amsterdam, and Executive Director of Leyden Academy on Vitality and Ageing, Leiden.
Research Notes

Paid Digital Campaigning During the 2018 Local Elections in Flanders

Which Candidates Jumped on the Bandwagon?

Tijdschrift Politics of the Low Countries, Aflevering 3 2019
Trefwoorden local elections, candidates, campaign spending, digital campaigning
Auteurs Gunther Vanden Eynde, Gert-Jan Put, Bart Maddens e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    This research note investigates the role of paid digital campaigning in the 2018 local elections in Flanders. We make use of the official declarations which candidates are legally required to submit. In these declarations, candidates indicate whether and how much they invested in online campaigning tools during the four months preceding the elections. We collected data on a sample of 3,588 individual candidates running in the 30 municipalities of the Leuven Arrondissement. A multilevel logistic regression model shows that the odds of spending on digital campaigning increases among incumbent aldermen and local councillors. The latter finding supports the normalization thesis of digital campaigning. The results also show that scale is important – the more potential voters a candidate has, the higher the odds that the candidate invests in digital tools.


Gunther Vanden Eynde
Gunther Vanden Eynde is a doctoral researcher at the KU Leuven Public Governance Institute. His research interests include political finance, campaign spending and the social media campaigns of Belgian political parties and their candidates.

Gert-Jan Put
Gert-Jan Put is a Senior Researcher at the Research Center for Regional Economics, KU Leuven. His research focuses on candidate selection and intra-party competition, and has been published in Political Behavior, Party Politics and Electoral Studies.

Bart Maddens
Bart Maddens is a professor of political science at the KU Leuven Public Governance Institute His research interests include political finance, elections and multi-level systems. His work has been published in West European Politics, Party Politics and Electoral Studies.

Gertjan Muyters
Gertjan Muyters is a doctoral researcher at the KU Leuven Public Governance Institute. His research focuses on candidate turnover and political careers.
Research Notes

Sub-Constituency Campaigning in PR Systems

Evidence from the 2014 General Elections in Belgium

Tijdschrift Politics of the Low Countries, Aflevering 3 2019
Trefwoorden Sub-constituency campaigning, PR system, political advertisements, election campaign, content analysis
Auteurs Jonas Lefevere, Knut De Swert en Artemis Tsoulou-Malakoudi
SamenvattingAuteursinformatie

    Sub-constituency campaigning occurs when parties focus their campaign resources on specific geographical areas within an electoral district. This behaviour was traditionally thought to occur only in single-member plurality elections, but recent research demonstrates that proportional systems with multi-member districts can also elicit sub-constituency campaigning. However, most studies of sub-constituency campaigning rely on self-reported measures of campaigning, not direct measures of campaign intensity in different regions and communities. We present novel data on geographical variations in the intensity of Flemish parties’ campaign advertising during the 2014 general elections in Belgium, which provides a direct measure of sub-constituency campaigning. Our findings show clear evidence of sub-constituency campaigning: parties campaign more intensely in municipalities where they have stronger electoral support and in municipalities with greater population density.


Jonas Lefevere
Jonas Lefevere is assistant professor at Vesalius College and the Institute for European Studies (VUB). His research interests include the strategic communication of political elites, the effects of campaign communication on political attitudes and electoral choice and the role of issue perceptions in electoral behavior.

Knut De Swert
Knut De Swert is Assistant Professor, Political Communication and Journalism, at the Amsterdam School of Communication Research (University of Amsterdam, The Netherlands). His research is situated in the field of media and politics, and mainly focuses on the quality of (political) journalism and foreign news in a comparative perspective.

Artemis Tsoulou-Malakoudi
Artemis Tsoulou-Malakoudi is a student research assistant for the EOS research project RepResent which focuses on representation and democratic resentment. She is currently following a Research Master’s at the University of Amsterdam with an interest in political communication research.
Artikel

De redzaamheidsnotie als dekmantel

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 2 2018
Trefwoorden (zelf)redzaamheid, Participatiesamenleving, Maatschappelijke onzekerheden, Verzorgingsstaat, Morele strijd
Auteurs Sjouke Elsman MSc
SamenvattingAuteursinformatie

    In recent years few political ambitions enjoyed so much political support as the striving to let the welfare state become more of a ‘participation society’. This ‘participation society’ should be a society with self-reliant citizens; before turning to the state for support, citizens should first of all look at their own capacities, and only in the last case ask the state for help. The premise is promising: collective well-being. However, the fundamental assumptions behind this notion do raise questions. This article argues that the notion for citizens to be self-reliant easily builds on questionable assumptions; these assumptions on the one hand raise hope for collective well-being, but on the other hand easily catalyze citizens’ contemporary uncertainties. It indeed is desirable to restate the relation between state and citizens, but the contemporary focus on citizens’ self-reliance should watch for building on unstable foundations to easily.


Sjouke Elsman MSc
Sjouke Elsman MSc is werkzaam aan de Vrije Universiteit Amsterdam, afdeling Bestuurswetenschappen & Politicologie.
Artikel

Onbetaalbare huizen en onderbenutte gebieden

De institutionele leegte van woningbouw en gebiedstransformatie

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 3 2017
Trefwoorden institutional void, urban transformation, urban governance, housing policy, policy instruments
Auteurs Dr. Wouter Jan Verheul
Samenvatting

    In the Netherlands, as in many other countries, housing supply fails to meet the rapidly increasing housing demand in already densely urbanised areas, contributing to rising housing prices and possibly gentrification. The state and local governments aim to satisfy this demand by densifying urban areas and by transforming urban brownfields and vacant office parks into residential areas, thus containing urban sprawl. However, the private actors needed to redevelop these areas operate according to a different institutional logic and discourse: the market. According to this market logic, urban transform is too expensive, even when partly subsidized, and, to some extent, sprawl is unavoidable to satisfy housing demand. The two different logics fail to deliver the housing needed. Building discourse coalitions is suggested as a possible way out of this deadlocked debate, while government actors might also aim to influence the housing market with novel, market oriented policy instruments.


Dr. Wouter Jan Verheul
Artikel

Duurzame innovatie in industriële clusters

Rollenspel tussen ondernemers en publieke assembleurs

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 4 2016
Trefwoorden innovation, government, collaboration, industrial clusters
Auteurs Wouter Spekkink, Geert R. Teisman en Frank A.A. Boons
Samenvatting

    We study the role division between public and private actors in their search for sustainable innovation of industrial clusters. This search unfolds as a two-phase process. In the first phase, private parties develop different projects for sustainable innovation independently from each other. Without coordination, a common ground for the projects emerges. Through their involvement in several of these projects, public actors are able to take up a central place between the projects and their associated actor coalitions. From this position, they are able to act on the common ground, and mobilize other actors for collaboration. The common ground is translated to a vision, and the private projects are assembled into a program, in which synergetic connections between the different projects are established. This starts the second phase of the process, in which a regional collaboration unfolds, coordinated by the public actors. Thus, the crucial role of private actors is to create the building blocks for sustainable innovation in the early stages of the process. The public actors are crucial in acting on these private initiatives, assembling the building blocks into programmatic effort towards sustainable innovation of industrial clusters. The main strength of public actors lies in their betweenness centrality.


Wouter Spekkink

Geert R. Teisman

Frank A.A. Boons

    Local authorities know for some time from experience with partnerships with local communities in the area of sustainable development that the urgency of climate change increases and that citizens develop into an equal partner. The convergence of these two motivations asks for an innovative way of acting, in which the performance of local authorities is a crucial factor for the ultimate success of local sustainable energy projects in which citizens are actively involved or will be involved. This article exposes the ways in which local authorities innovate with policy for the support of active citizenship in the production of locally generated sustainable energy. The article also explores the barriers that arise. The authors analyse two cases on different levels of government; ‘The Energy-workplace’ (in the Dutch province Fryslân) and ‘The Armhoede sustainable energy landscape’ (in the Dutch municipality Lochem). The cases show that policy innovations crystallize as well at ‘arm’s length’ distance as in the direct sphere of influence of the (local) authority. However, innovation takes place by the grace of the space in the existing institutional framework and the political (and administrative) system. Formal guidelines (like policy or regulation), persons, and informal practices of the traditional policy implementation may hinder a productive interaction between (active) citizens and government.


Beau Warbroek MSc
W.D.B. Warbroek MSc is promovendus aan het Department of Governance and Technology for Sustainability (CSTM) van de Universiteit Twente en de stichting University Campus Fryslân (UCF).

Dr. Thomas Hoppe
Dr. T. Hoppe is als universitair hoofddocent verbonden aan de Multi-Actor Systems-vakgroep (MAS-POLG) van de Technische Universiteit Delft.
Artikel

Probleemanalyse is het halve werk

Samenwerking en innovatie in de strijd tegen ondermijnende criminaliteit

Tijdschrift Bestuurs­wetenschappen, Aflevering 2 2016
Auteurs Maurits Waardenburg BSc, Bas Keijser BSc, Prof. dr. Martijn Groenleer e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Science and practice are largely agreed on the importance of interorganizational cooperation in the approach of tackling complex societal problems. Organization transcending innovation through this type of cooperation however appears to be complicated. Based on an analysis of the literature about partnerships, the authors distinguish three challenges: coping with the tension between old and new accountability structures, building good working relationships and developing capabilities for problem-oriented working. Starting from these insights they designed action research into problem-oriented partnerships in the safety domain (safety chain). Their main question was: what is the most important obstacle for innovation through problem-oriented interorganizational cooperation? Over a period of nine months, they watched eight teams of professionals from different organizations. Their task was to develop and implement innovative approaches to tackle persistent organized crime. Although all three challenges identified in the literature indeed played a prominent role, problem diagnosis and problem definition appeared to be the main obstacle for the teams. In this article the authors describe the action research and explore, on the basis of the results and the literature, how partnerships could cope in practice with the challenge of problem definition and problem analysis. They conclude the article with suggestions for the design of a follow-up round of the action research.


Maurits Waardenburg BSc
M. Waardenburg MPP is research fellow aan het Ash Center for Democratic Governance and Innovation van de Kennedy School of Government, Harvard University.

Bas Keijser BSc
B. Keijser BSc is bezig met de afronding van zijn master Systems Engineering, Policy Analysis and Management aan de Faculteit Techniek, Bestuur & Management van de Technische Universiteit Delft.

Prof. dr. Martijn Groenleer
Prof. dr. M.L.P. Groenleer is hoogleraar Regional Law and Governance aan Tilburg University en tevens directeur van het Tilburg Center for Regional Law and Governance (TiREG).

Dr. Jorrit de Jong
Dr. J. de Jong is lecturer in Public Policy and Management aan de Harvard Kennedy School en wetenschappelijk directeur van het Government Program bij het Ash Center for Democratic Governance and Innovation van de Kennedy School of Government, Harvard University.
Artikel

Gezocht: Burgerparticipatie (voor vaste relatie)

Een vergelijkende gevalsstudie naar 26 lokale netwerken in het sociale domein in de regio Arnhem

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 1 2016
Trefwoorden citizen participation, co-production, local networks, decentralization, collaboration
Auteurs Rigtje Passchier MSc en Dr. Jelmer Schalk
SamenvattingAuteursinformatie

    In 2015, Dutch local governments have become responsible for youth care, social welfare, employment and income assistance programs, as a result of decentralization. Many municipalities have set up service delivery networks and community teams, in which they collaborate with healthcare providers and civic organizations to build integrated care services. It is assumed that these networks will improve outcomes in terms of enhanced people’s self-reliance and healthcare cost control; by operating close to citizens they are in a position to know the client, activate a client’s social network and mobilize specialized professional expertise if necessary. However, a comparative case study of 26 emerging local networks in the Arnhem area indicates that healthcare providers use the networks mainly for presentation purposes in an effort to secure business continuity, that the role of local governments is fuzzy, and that citizen participation only thrives when actively encouraged in a climate of trust.


Rigtje Passchier MSc
R. Passchier MSc is interim manager voor de publieke zaak en promovenda aan de Universiteit Leiden.

Dr. Jelmer Schalk
Dr. J. Schalk is universitair docent aan de Universiteit Leiden.
Artikel

Nieuwe kennispraktijken: grenzenwerk revisited

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 4 2015
Trefwoorden boundary work, knowledge brokering, intermediaries, problem structuring, unstructured problems
Auteurs Drs. Robert Duiveman, Prof. dr. John Grin, Prof. dr. Wim Hafkamp e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Given the scientific and social importance attached to productive interactions between science and policy practices, there is a striking lack of insight into current knowledge practices and the dilemmas they lead to. Our special issue can’t solve this deficiency but it can provide an impetus for opening up current knowledge practices, reflect on the role of science in them and instigate a more systematic exchange of methods. A warning is given for the reification of boundary work and Gabrielle Bammers’ Implementation and Integration Sciences is introduced as framework for the analyses.


Drs. Robert Duiveman
Drs. R.M. Duiveman is verbonden aan de Universiteit van Amsterdam.

Prof. dr. John Grin
Prof. dr. J. Grin is hoogleraar Beleidswetenschap, in het bijzonder systeeminnovaties, aan de Universiteit van Amsterdam.

Prof. dr. Wim Hafkamp
Prof. dr. W. Hafkamp is verbonden aan de Erasmus Universiteit.

Dr. Tamara Metze
Dr. T.A.P. Metze is verbonden aan de Universiteit van Tilburg.
Artikel

Bereikt coproductie kwetsbare burgers?

Een analyse van belemmeringen voor kwetsbare burgers in drie fasen

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 4 2015
Trefwoorden co-production, public services, vulnerable citizens, trust
Auteurs Joost Fledderus MSc
SamenvattingAuteursinformatie

    Co-production is regarded as a way to actively involve vulnerable citizens with public service delivery. However, there are several critical aspects that may lead to the unexpected exclusion of this group by public organizations, which have been insufficiently addressed hitherto. On the basis of a dissertation research, these critical aspects are analyzed for three phases of co-production. In the first phase, self-selection and organizational selection may lead to the exclusion of vulnerable citizens. In the second phase, a lack of commitment of the user and organizational support increase the chance of early discontinuation of co-production by vulnerable citizens. Finally, in the evaluation phase, it is likely that disadvantaged citizens attribute potential success of co-production to themselves and do not reward the public service provider for this. This has the possible consequence that there is no recognition for the added value of co-production, which may lead to less co-production that involves vulnerable citizens in the future.


Joost Fledderus MSc
J. Fledderus MSc studeerde sociologie in Nijmegen en bestuurskunde aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Zijn PhD-onderzoek aan de Radboud Universiteit Nijmegen richtte zich op de relatie tussen coproductie van publieke dienstverlening en vertrouwen in publieke dienstverlening, vertrouwen in de overheid en vertrouwen in de samenleving. Het empirische deel van zijn onderzoek is voornamelijk gebaseerd op ervaringen van deelnemers van werkcorporaties, een activeringsprogramma voor bijstandsgerechtigden in Nijmegen. Op dit moment is hij werkzaam als onderzoeker/adviseur bij Necker van Naem.
Artikel

Zijn eco-steden ook slim? En zijn slimme steden ook eco?

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 1 2015
Trefwoorden eco-city, knowledge city, smart city, Terminologische verschillen en overeenkomsten
Auteurs Dr. Martin de Jong, Dr. Simon Joss, Daan Schraven MSc e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Over the last couple of decades, metropolitan areas around the world have been engaged in a multitude of initiatives aimed at upgrading urban infrastructure and services, in an effort to create better environmental, social and economic conditions and to enhance cities’ attractiveness and competitiveness. Reflecting these developments, many new categories of ‘cities’ have entered the policy discourse: ‘sustainable cities’; ‘green cities’; ‘digital cities’; ‘intelligent cities’; ‘smart cities’; ‘information cities’; ‘knowledge cities’; ‘resilient cities’; ‘eco-cities’; ‘low carbon cities’; ‘liveable cities’; and even combinations, such as ‘low carbon eco-cities’ and ‘ubiquitous eco-cities’. Each of these terms apparently seeks to capture and conceptualize key aspects of ongoing urban sustainability efforts. Closer examination, however, reveals that the terms are often used interchangeably by policy makers, planners and developers alike. In this article we examine the reflection of the wider policy debate in academic discourse. By subjecting the twelve most frequently encountered categories mentioned above to bibliometric analysis, we aim to identify the distinct conceptual perspectives harbored by each of them.


Dr. Martin de Jong
Dr. W.M. de Jong is universitair hoofddocent beleidskunde aan de Faculteit Techniek, Bestuur en Management van de TU Delft en als toegevoegd hoogleraar verbonden aan Fudan University, Shanghai.

Dr. Simon Joss
Dr. S. Joss is directeur van de International Eco-Cities Initiative en als hoogleraar verbonden aan de University of Westminster in Londen.

Daan Schraven MSc
D. Schraven, MSc is onderzoeker bij de Faculteit Techniek, Bestuur en Management van de TU Delft.

Changjie Zhan
C. Zhan is promovendus bij de Faculteit Techniek, Bestuur en Management van de TU Delft.

Prof. dr. Margot Weijnen
Prof. dr. M.P.C. Weijnen is hoogleraar proces- en energienetwerken aan de Faculteit Techniek, Bestuur en Management van de TU Delft.
Artikel

Vastgeklonken aan de Fyra

Een pad-afhankelijkheidsanalyse van de onvermijdelijke keuze voor de falende flitstrein

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 1 2014
Trefwoorden complex decision-making, high-speed railways, megaprojects, path-dependency
Auteurs Lasse Gerrits en Peter Marks
SamenvattingAuteursinformatie

    In the spring of 2013, the Dutch railway operator, High Speed Alliance, cancelled the acceptance procedures for V250 high-speed train sets they ordered from Italian manufacturer AnsaldoBreda after numerous problems with the build quality and safety systems. It is the latest chapter in a series of failed attempts to build and run a high-speed railway link between Amsterdam and Paris. Inevitably, the question of who was responsible for the decision to order the V250 has become prominent. We study 20 years of public decision-making by analysing the content of over 1,200 documents. Using David’s and Arthur’s theory of path-dependency, we conclude that all the decisions that were taken during those two decades created a situation in which the choice for the V250 was nothing more than an inevitable gamble. It can therefore be concluded that all parties involved, from the railway operator to Parliament, have contributed to the current failure.


Lasse Gerrits
Dr. L.M. Gerrits is als universitair hoofddocent verbonden aan de vakgroep Bestuurskunde van de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Peter Marks
Dr. P.K. Marks is als universitair docent verbonden aan de vakgroep Bestuurskunde van de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Toont 1 - 20 van 26 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.