Zoekresultaat: 31 artikelen

x
Artikel

Diversiteit in bestuurskundig perspectief

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 4 2018
Trefwoorden diversity perspectives, interventions, public sector, business case, binding
Auteurs Dr. Saniye Çelik
Samenvatting

    In practice, diversity interventions do not always appear to be effective. One argument is that there is little or no match between the perspectives of public organizations on diversity and the interventions used. This article provides an overview of the underlying rationales for diversity policy and discusses the perspectives on diversity from the diversity literature, HRM, and management literature and how these overlap, complement each other and differ from each other. What these perspectives have in common is that they all emphasize the added value of diversity. In the diversity literature, the emphasis is on the four perspectives equality, legitimacy, creativity, and the labour market. HRM literature focusses on managing differences. In public administration, there is a shift from active representation by individuals to connecting by all employees. Furthermore, the binding perspective is gaining more and more importance in the public domain because it may be possible to close the gap between the government and its citizen. This perspective emphasizes the importance of the long-term relationship with citizens to strengthen the trust of citizens in the government for realizing social tasks and responsibilities. It makes diversity an issue for all employees. For Hassan and Havva, and also for Hans and Hanna.


Dr. Saniye Çelik

Dr. Rik Reussing
Dr. G.H. Reussing is onderwijscoördinator van de joint degree Public Governance across Borders aan de Universiteit Twente en redactiesecretaris van Bestuurswetenschappen.
Artikel

Access_open HASHTAG POLITIE

Hoe politieagenten omgaan met waardeconflicten die ontstaan door sociale media

Tijdschrift Bestuurs­wetenschappen, Aflevering 3 2018
Auteurs Prof. dr. Gjalt de Graaf en Prof. dr. Albert Meijer
SamenvattingAuteursinformatie

    Social media changes society and causes new dilemmas in local government. Little is known about the nature of these conflicts and the way government organizations deal with them. Therefore the authors of this article have carried out empirical research into the manner in which police officers deal with value conflicts concerning the use of social media. Their research shows that the well-known conflicts in the literature between effectiveness and efficiency and between effectiveness and legality were also dominant in this case, but that many more conflicts than are known from other studies concerned transparency and participation. In addition they discovered that the bias strategy was often used, which suggests that a conservative response is preferable in a situation with a lot of dynamics. In this way the research shows how government officials deal with the tension between a stable organization and a dynamic environment and look for appropriate forms of coping at this specific interface. The authors stress in their recommendations that the further strengthening of the learning ability of organizations deserves attention: not just to find the right way to deal with value conflicts, but to be able to find new ways to deal with the new conflicts that arise.


Prof. dr. Gjalt de Graaf
Prof. dr. G. de Graaf is hoogleraar Integriteit van Academisch Onderwijs aan de Faculteit der Sociale Wetenschappen van de Vrije Universiteit te Amsterdam en redacteur van Bestuurswetenschappen.

Prof. dr. Albert Meijer
Prof. dr. A.J. Meijer is hoogleraar Publieke Innovatie aan de Universiteit Utrecht en redacteur van Bestuurswetenschappen.
Artikel

Access_open Hybride stadsregionaal bestuur belicht: effectiviteit en legitimiteit in vier grootstedelijke gebieden

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 2 2018
Trefwoorden hybrid governance, city-region, effectiveness, legitimacy
Auteurs dr. Linze Schaap, dr. Carlo Colombo, dr. Maaike Damen e.a.
Samenvatting

    This article reports on an analysis of the effectiveness and legitimacy of modes of governance in four European regions that clearly show signs of hybridity, that is, they have private as well as public characteristics. Berlin, Eindhoven, Copenhagen-Malmö and Zurich thus aim to increase the problem-solving capacity of their regional governance and to govern ‘smartly’ in a complex and multi-level context. The individual cities search for effective links with private and societal actors, each in its own way. Legitimacy is an issue that is hardly reflected upon, though. Hybrid modes of governance may have negative impacts on both effectiveness and legitimacy, but also offer new opportunities for good governance. ‘Hybrid’ and ‘smart’ do not always go hand in hand, but they are not mutually exclusive either.


dr. Linze Schaap

dr. Carlo Colombo

dr. Maaike Damen

dr. Niels Karsten Msc MA

    In this essay, the author is looking for pioneering local administrators in the Netherlands who dared to push existing boundaries. However, the story starts in Great Britain where progressive liberals under the label ‘municipal socialism’ proceeded to provide public utilities through municipal governments rather than private enterprises. Their example was adopted by the so-called ‘radicals’ in Amsterdam led by Wim Treub. ‘Aldermen socialism’ with Floor Wibaut in Amsterdam as its most important representative, took it a step further. Their aim for a welfare municipality anticipated the later welfare state. After the Second World War we also saw some strong local administrators who in their own way strived for changes in their municipalities. After 1970 the phenomenon of ‘urban renewal’ led to a new flourishing of ‘aldermen socialism’ in the Netherlands with Jan Schaefer (in Amsterdam) as its most appealing figurehead. Since 2000, we have been in a new era of dualism, citizen participation and devolution that has produced new 'boundary pushers', which generated interest abroad (see the book on mayors by Benjamin Barber). At the end of the article, the author takes a look into the future. Current global problems also confront municipalities and they require local administrators with a good mix of political leadership, new civic leadership, inspiring commissioning and good stewardship. This essay is written for the ‘Across boundaries’ annual conference of the VNG (the Association of Netherlands Municipalities founded in 1912) held in Maastricht (in the far south of the Netherlands) in 2018.


Dr. Rik Reussing
Dr. G.H. Reussing is onderwijscoördinator van de joint degree Public Governance across Borders aan de Universiteit Twente en redactiesecretaris van Bestuurswetenschappen.
Artikel

Access_open Welke factoren bevorderen of belemmeren het gebruik van beleidsevaluaties?

Resultaten van een studie bij de Inspectie Ontwikkelingssamenwerking en Beleidsevaluatie

Tijdschrift Beleidsonderzoek Online, maart 2018
Auteurs Marjolein Bouterse en Valérie Pattyn
SamenvattingAuteursinformatie

    Alhoewel het gebruik van beleidsevaluaties (of het gebrek eraan) een van de meest besproken thema’s is in de evaluatieliteratuur, berust veel onderzoek over het thema enkel op anekdotisch bewijs, en zijn er nauwelijks studies beschikbaar die aandacht hebben voor de samenhang tussen verschillende factoren die impact kunnen hebben op het gebruik. In voorliggend artikel presenteren we de resultaten van een studie waarin we hebben getracht om op een systematische wijze inzicht te bieden in de combinaties van factoren die instrumenteel gebruik van beleidsevaluaties bevorderen of verhinderen. We onderzochten in dit verband alle evaluaties die in de periode 2013-2016 werden uitgevoerd bij de Inspectie Ontwikkelingssamenwerking en Beleidsevaluatie. Via Qualitative Comparative Analysis (QCA) bekeken we welke combinaties van de volgende factoren als noodzakelijk en/of voldoende bleken voor evaluatiegebruik: (1) politiek gehalte van het onderwerp, (2) interesse van de beleidsmakers, (3) aanwezigheid van nieuwe kennis in de evaluatie, en (4) de timing van de evaluatie.
    Voor de praktijk van beleidsmakers en evaluatoren benadrukken we het belang van tijdigheid en interesse voor een evaluatie. Onze analyse laat zien dat professionals die op deze factoren inzetten, een gunstig klimaat creëren voor het gebruik van evaluaties. Wat betreft tijdigheid lijkt het van belang de evaluatie te laten sporen met het schrijfwerk van een beleidsafdeling aan nieuw beleid of grote beleidsveranderingen. Goede anticipatie en een sterke institutionalisering van het evaluatieproces zijn hiertoe cruciaal. Of het thema van de evaluatie een sterke politieke gevoeligheid kent, is minder belangrijk. Mits sprake is van de juiste omgevingscondities, kunnen ook dergelijke evaluaties sterk instrumenteel worden benut.


Marjolein Bouterse
Marjolein Bouterse studeerde Political Science and Public Administration (research master) in Leiden. Dit onderzoek is uitgevoerd in het kader van haar scriptie. Inmiddels werkt zij als junior beleidsonderzoeker bij Regioplan Beleidsonderzoek.

Valérie Pattyn
Valérie Pattyn is universitair docent aan het Instituut Bestuurskunde van de Universiteit Leiden. Haar voornaamste onderzoeksexpertise situeert zich op het terrein van evidence-informed beleid, de politiek van beleidsevaluatie en beleidsadvisering. Daarnaast voert ze zelf ook geregeld evaluatiestudies uit binnen meerdere beleidsdomeinen.
Casus

De EMU heeft geen weeffouten

Een kritiek op de discussienota van de Europese Commissie over de verdieping van de EMU

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 4 2017
Auteurs Dr. Adriaan Schout
SamenvattingAuteursinformatie

    In this feature authors discuss recent research findings that are of interest to readers of Beleid en Maatschappij.


Dr. Adriaan Schout
Dr. Adriaan Schout is Senior Research Fellow and Coordinator Europe bij het Instituut Clingendael.
Artikel

Uitdagingen voor bestuur en politiek op gemeenteniveau: het burgerperspectief

Tijdschrift Bestuurs­wetenschappen, Aflevering 3 2017
Auteurs Dr. Jeroen van der Waal, Babs Broekema MSc en Dr. Eefje Steenvoorden
SamenvattingAuteursinformatie

    For the legitimacy and ability of governments it is crucial to have insight in the worries of citizens about society and politics. In the Netherlands these worries are at the national level systematically mapped by the Dutch Social and Cultural Planning Agency (SCP) through their Continuous Research Citizen Perspectives (COB) for almost ten years now. At the local level there is a lack of information about what worries citizens. Insight in locally experienced problems will probably become even more important in the coming years because of the recent decentralizations of national governmental tasks to the municipalities. This article investigates which problems citizens perceive in their municipalities based on an analysis of data from the Local Electoral Research (LKO). The authors find a number of striking differences with the problems that are perceived at the national level in the same period. The municipal issues citizens mention offer opportunities, but they also point to the limited impact force of the municipal level of government. All in all the research findings are indicative of a substantial added value of the LKO with respect to the already longer running COB.


Dr. Jeroen van der Waal
Dr. J. van der Waal is universitair hoofddocent politieke sociologie bij de vakgroep Sociologie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Babs Broekema MSc
B. Broekema MSc is promovendus aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Aan dezelfde universiteit deed ze een master Bestuurskunde, Beleid en Politiek.

Dr. Eefje Steenvoorden
Dr. E.H. Steenvoorden is universitair docent politieke sociologie bij de vakgroep Sociologie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

Copingstrategieën bij onderwijsbestuur: over hoe onderwijsbestuurders complexe vraagstukken of dilemma’s waarderen en hanteren

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 3 2017
Trefwoorden School boards, School board governance, Coping strategies, Proactive coping, Secondary education
Auteurs Hoogleraar Edith Hooge en Alumnus Nancy Plasmans
SamenvattingAuteursinformatie

    This article is about how education administrators value complex issues or dilemmas they are confronted with in their governance practices, and which strategies they adopt to cope with them. Professional governance of school organisations was introduced gradually over the past fifteen years, and at the same time governance in education has gained in complexity and raises considerable risks, requiring more time, knowledge and expertise of education administrators. We draw on the theoretical perspective of coping to investigate the potential of education administrators to deal with the complexity, impediments and social and regulatory pressure in their daily practice. Our study consists of a comparative case study of six education administrators in secondary education. Their agency has been researched qualitatively with the help of the hierarchical model of coping strategies of Skinner and colleagues. The results show that the issues and dilemmas education administrators find most complex are about educational innovation and numbers of students enrolled. Education administrators value these issues or dilemmas hardly as threatening, and they adopt various proactive coping strategies to deal with them, such as information seeking or bargaining.


Hoogleraar Edith Hooge
Edith Hooge is hoogleraar onderwijsbestuur bij TIAS, Universiteit van Tilburg.

Alumnus Nancy Plasmans
Nancy Plasmans is alumnus van de TIAS Executive Master Management in Education en teamleider bij Heerbeeck International College, scholengroep voor voortgezet onderwijs Best-Oirschot.
Artikel

Het aantal zelfstandige bestuursorganen in Nederland 1993-2013

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 1 2017
Trefwoorden Agencies, Organizational demography, Public management reform, Population ecology, Dutch government
Auteurs Prof. dr. Sandra van Thiel en Jesper Verheij MSc
SamenvattingAuteursinformatie

    In several countries the number of semi-autonomous agencies is under attack. The Dutch government has also presented plans to reduce the number of so-called ZBOs (zelfstandige bestuursorganen). But do public organizations like ZBOs actually die? Using population ecology theory we formulate a number of hypotheses on the survival and reform of ZBOs. These hypotheses are tested using secondary data on the number of ZBOs in The Netherlands in the past two decades. Results show that the absolute number of ZBOs has increased rather than decreased. Only seldom does a ZBO die. But ZBOs do experience many changes during their lifetime, such as mergers. The politicians’ plans seem targeted at improving their overview of all ZBOs. Whether the implementation of the plans will lead to that remains to be seen. Experiences in other countries do not confirm these expectations so far.


Prof. dr. Sandra van Thiel
Prof. dr. Sandra van Thiel is hoogleraar bestuurskunde aan de Radboud Universiteit.

Jesper Verheij MSc
Jesper Verheij MSc is beleidsmedewerker bij het ministerie van OCW.

    Reflection and debate initiates academically inspired discussions on issues that are on the current policy agenda.


Prof. Dr. Rens Vliegenthart
Dhr. Rens Vliegenthart is hoogleraar Communicatiewetenschap aan de Universiteit van Amsterdam.
Artikel

Probleemanalyse is het halve werk

Samenwerking en innovatie in de strijd tegen ondermijnende criminaliteit

Tijdschrift Bestuurs­wetenschappen, Aflevering 2 2016
Auteurs Maurits Waardenburg BSc, Bas Keijser BSc, Prof. dr. Martijn Groenleer e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Science and practice are largely agreed on the importance of interorganizational cooperation in the approach of tackling complex societal problems. Organization transcending innovation through this type of cooperation however appears to be complicated. Based on an analysis of the literature about partnerships, the authors distinguish three challenges: coping with the tension between old and new accountability structures, building good working relationships and developing capabilities for problem-oriented working. Starting from these insights they designed action research into problem-oriented partnerships in the safety domain (safety chain). Their main question was: what is the most important obstacle for innovation through problem-oriented interorganizational cooperation? Over a period of nine months, they watched eight teams of professionals from different organizations. Their task was to develop and implement innovative approaches to tackle persistent organized crime. Although all three challenges identified in the literature indeed played a prominent role, problem diagnosis and problem definition appeared to be the main obstacle for the teams. In this article the authors describe the action research and explore, on the basis of the results and the literature, how partnerships could cope in practice with the challenge of problem definition and problem analysis. They conclude the article with suggestions for the design of a follow-up round of the action research.


Maurits Waardenburg BSc
M. Waardenburg MPP is research fellow aan het Ash Center for Democratic Governance and Innovation van de Kennedy School of Government, Harvard University.

Bas Keijser BSc
B. Keijser BSc is bezig met de afronding van zijn master Systems Engineering, Policy Analysis and Management aan de Faculteit Techniek, Bestuur & Management van de Technische Universiteit Delft.

Prof. dr. Martijn Groenleer
Prof. dr. M.L.P. Groenleer is hoogleraar Regional Law and Governance aan Tilburg University en tevens directeur van het Tilburg Center for Regional Law and Governance (TiREG).

Dr. Jorrit de Jong
Dr. J. de Jong is lecturer in Public Policy and Management aan de Harvard Kennedy School en wetenschappelijk directeur van het Government Program bij het Ash Center for Democratic Governance and Innovation van de Kennedy School of Government, Harvard University.

Dr. Rik Reussing
Dr. G.H. Reussing is onderwijscoördinator van de opleiding European Public Administration aan de Universiteit Twente en redactiesecretaris van Bestuurswetenschappen.
Artikel

Het verband tussen publiek belang en ontwerp bij het internet der dingen

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 1 2016
Trefwoorden public economics, big data, Privacy, industrial design, agency theory
Auteurs Prof. dr. Frank Den Butter en Ir. Gijs Den Butter
SamenvattingAuteursinformatie

    The Internet of Things generates a wealth of data (big data) about personal behaviour, which can be used for marketing purposes. It brings about both benefits and costs in terms of societal welfare. Various forms of government intervention are needed to safeguard the public interests associated with these welfare effects. These public interest relate, on the one hand, to public availability of data and information, to repairing informational asymmetries, and on the other hand to providing personal security and privacy protection. This article discusses, from the perspective of the principal/agent approach to regulation, how the design of applications and systems in the Internet of Things can best be shaped. The example of the smart thermostat Toon® of the Dutch energy provider Eneco shows how an intensive collaboration between designers and software engineers may contribute to both proper data protection and to provide an incentive to save energy.


Prof. dr. Frank Den Butter
Prof. dr. Frank den Butter is hoogleraar algemene economie aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Ir. Gijs Den Butter
Ir. Gijs den Butter is MSc ‘Strategic Product Design’ aan de Technische Universiteit Delft en CEO van Adjuvo Motion, een start-up bij YesDelft! die een robotische brace voor revalidatie op de markt brengt.

Dr. Rik Reussing
Dr. G.H. Reussing is onderwijscoördinator van de opleiding European Public Administration aan de Universiteit Twente en redactiesecretaris van Bestuurswetenschappen.

    Dutch Ministries differ in the manner in which they design and manage their steering relations with independent governing bodies. Based on six cases at four Dutch ministries the authors show these differences. They use two theoretical models (the principal-agent approach and the principal-steward approach) to clarify the kind of relationship. Ministries not only differ in their approach, they also differ in how far they have advanced in the development of their steering relations with independent governing bodies. Because there is no coordination or exchange of knowledge between ministries, ministries that are ‘lagging behind’ cannot learn from the experiences of ministries that have more experience. The authors do not propose one form of central coordination or one model, but they do propose more exchange of knowledge within and between Dutch ministries.


Prof. dr. Sandra van Thiel
Prof. dr. S. van Thiel is redacteur van Bestuurswetenschappen en hoogleraar bestuurskunde aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

Prof. dr. Ron van Hendriks
R.H.P. Hendriks MPA studeerde bestuurskunde aan de Radboud Universiteit Nijmegen en deed als stagiaire bij het ministerie van BZK onderzoek naar de aansturingsrelaties tussen departementen en zelfstandige bestuursorganen. Hij is sinds kort trainee bij AP Support.
Artikel

De mythe van de terugtrekkende overheid: een verhaal over Europese idealen en erotische tekorten

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 3 2014
Trefwoorden discourse, liberalism, neoliberalism, radicalism, policy programs
Auteurs Dr. Ringo Ossewaarde
SamenvattingAuteursinformatie

    In this paper it is argued that the discourse on the retreating government is a story about mobilizing executive power deemed necessary for enforcing a neoliberal worldview. The intellectual discourse about the retreating government, the argument goes, develops as a radical and neoliberal critique of the Keynesian planning and organization of the enlightenment – an organization that is above all expressed in the postwar welfare state. The Dutch policy discourse, by contrast, is of a practical nature: it is about the organization of the government retreat. In the reconstruction of the policy discourse, as it is manifest in leading policy documents of the Dutch central government, it is observed that this discourse has emancipated from the intellectual discourse. The policy discourse of the retreating government has developed into a financial management discourse, free from European ideals.


Dr. Ringo Ossewaarde
Dr. M.R.R. Ossewaarde is universitair hoofddocent sociologie aan de Universiteit Twente.

    While the belief in a socially engineered society has been renounced to a large extent, in cities actors continue to struggle with the question how their plans can be steered on goal achievement. This article addresses a steering philosophy that is based on an emergent adaptive urban development process. This means that urban strategies adapt during the process by connecting to initiatives from the market and civil society. The central question of this article is how specific projects are ‘made’ in accordance with the intentions of the actors involved and how these projects are connected to larger policy stories for the city. In this article perspectives are explored that have replaced the old thinking in terms of ‘social engineering’. On the basis of two case studies in the Netherlands (Brainport Eindhoven and Mainport Rotterdam) an emergent adaptive strategy is explored as a perspective for action. This perspective is not only about ‘social engineering’, but also about ‘social connecting’. An emergent adaptive strategy is not designed on the drawing table, but it emerges during the practice of project development out of an attitude that is conscious of the environment, connective and reflective.


Dr. Wouter Jan Verheul
Dr. Wouter Jan Verheul is verbonden aan de Technische Universiteit Delft, Faculty of Architecture & Built Environment, sectie Urban Development Management.

Dr. ir. Tom Daamen
Dr. ir. Tom Daamen is verbonden aan de Technische Universiteit Delft, Faculty of Architecture & Built Environment, sectie Urban Development Management.
Artikel

Deliberatie over klimaatkennis

De publieke omgang van het PBL met IPCC-fouten en klimaatsceptici

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 2 2014
Trefwoorden IPCC, ClimateDialogueorg, deliberative assessment, wicked problems
Auteurs Willemijn Tuinstra en Maarten Hajer
SamenvattingAuteursinformatie

    Climate change is often referred to as exemplary for ‘wicked’ problems. Wicked problems are referred to in literature as being inherently political problems without a clear definition or solution for which top-down steering using scientific knowledge is not fitting. Paradoxically, international climate change policy is organized in a quite top down manner in which scientific findings have a prominent role. In this paper we explore the effects of a deliberative approach to knowledge generation. We discuss two cases: an assessment of the credibility of the 2007 Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) reports and the organization of a scientific dialogue on internet.


Willemijn Tuinstra
Dr. ir. W. Tuinstra is universitair docent milieubeleid aan de Open Universiteit.

Maarten Hajer
Prof. dr. M.A. Hajer is directeur van het Planbureau voor de Leefomgeving.
Article

Access_open Beleidsonderzoek benutten

Tijdschrift Beleidsonderzoek Online, april 2014
Auteurs Prof. dr. A.F.A. Korsten en drs. Anne Douwe van der Meer AC
SamenvattingAuteursinformatie

    Achter opdrachtresearch gaat de veronderstelling schuil dat de tussen- en eindresultaten van beleidsonderzoek vroeg of laat ook benut worden en onderdeel worden van een proces van bezinning op beleid. Dit artikel handelt hierover. Diverse aspecten van benutting van onderzoek komen aan bod, zoals de definitie en vormen van benutting. Er worden vier richtingen onderscheiden om de omvang en vorm van benutting of onderbenutting op te sporen. Het artikel geeft voorts verklaringen voor achterblijvende benutting en bevat adviezen om te komen tot meer benutting. Voor ambtenaren, bestuurders en partners in beleidsnetwerken biedt deze beschouwing aanknopingspunten om researchresultaten desgewenst beter te benutten. En voor onderzoekers bevat dit artikel tal van aanzetten tot hypothesevorming voor verder onderzoek.


Prof. dr. A.F.A. Korsten
Prof. dr. A.F.A. Korsten is honorair hoogleraar Bestuurskunde van de lagere overheden aan de Universiteit Maastricht en emeritus hoogleraar Bestuurskunde aan de Open Universiteit.

drs. Anne Douwe van der Meer AC
Drs. Anne Douwe van der Meer AC is bedrijfseconoom en controller. Hij was werkzaam bij onder andere de Arbeidsvoorziening, het ministerie van Defensie, de gemeentelijke overheid en Deloitte.
Toont 1 - 20 van 31 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.