Zoekresultaat: 5 artikelen

x

    Gemeenten ondersteunen, onder andere met subsidies, maatschappelijke initiatieven. Met die subsidies zijn landelijk miljoenen euro’s gemoeid. De maatschappelijke effecten van initiatieven worden niet of slechts globaal onderzocht. Een van de argumenten om dit te rechtvaardigen luidt: als er genoeg draagvlak in een wijk of dorp is, moet een initiatief wel maatschappelijke meerwaarde hebben.
    Een besluit om subsidie te verstrekken resulteert in een transactie tussen gemeente en initiatiefnemers. Met behulp van de transactiekostentheorie en de welvaartstheorie worden in deze bijdrage subsidievoorwaarden geanalyseerd. Hieruit blijkt dat de subsidievoorwaarden in de bestudeerde subsidieregelingen de transactiekosten voor partijen beperken, maar dat zelfs bij voldoende draagvlak een initiatief nog niet een maatschappelijke meerwaarde hoeft te hebben.


Willem Bokkes
Willem Bokkes heeft Algemene Economie gestudeerd aan de Erasmus Universiteit en is gepromoveerd aan de Universiteit Twente. Hij is docent-onderzoeker bij de Academie Economics & Logistics en de onderzoeksgroep Vitale Economie i.o. van NHL Stenden Hogeschool. Zijn onderzoek heeft betrekking op ex ante beleidsevaluaties.
Artikel

Slimme sturing van publiek-private samenwerking bij publieke infrastructuur

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 2 2018
Trefwoorden Public private partnership, DBFM(O)-contracts, Public infrastructure projects, Relational contracting
Auteurs Joop Koppenjan, Erik Hans Klijn, Rianne Warsen e.a.
Samenvatting

    In the Netherlands, the Dutch government public private partnerships (PPP) using DBFMO contracts has become the default option for realizing complex public infrastructures. DBFMO contracts imply the integrated outsourcing of the design (D), building (B), financing (F), the maintenance (M), and also often the exploitation (O) of projects to private actors. The general idea is that by bundling public and private resources, the increasing complexity of today’s public infrastructure projects can be tackled more easily. However, reality is contumacious. As a consequence of several problems related to DBFMO collaborations, the Dutch highway and water management agency Rijkswaterstaat and several private actors recently put forward a new market vision. This vision is a call to reinvent the dominant collaboration practice between public and private actors: relational aspects should be central. In managing projects, more attention should be given to the quality of relations, attitudes, openness and trust. Recent research confirms that the success of DBFMO projects is not only contingent on contractual aspects but also, and maybe even more importantly, on relational aspects. Smart governance involves a shift from the current dominant financial economic-oriented contractual approach to PPP towards a more sociologically inspired relational form of governance.


Joop Koppenjan

Erik Hans Klijn

Rianne Warsen

José Nederhand

    In the last few years, platform work and the so-called ‘gig economy’ have been growing across countries. While policy makers are debating the gig economy, there is no single agreed definition of this new type of work and systematic academic reviews are missing. This literature review provides main findings of relevant papers on working in the gig economy. The article shows that the growth of the gig economy fits well into the increasing hybridisation of work, which raises some political questions.


Fabian Dekker
Fabian Dekker is als arbeidssocioloog verbonden aan Regioplan Beleidsonderzoek en lid van de redactie van Beleid en Maatschappij.
Artikel

Slanker maar topzwaar, meer vrouwen maar vergrijsd: het veranderende gezicht van de rijksoverheid 2002-2015

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 1 2018
Trefwoorden Cutbacks, Government spending, Civil servants, Public service, Open data
Auteurs Dr. Dimiter Toshkov, Eduard Schmidt MSc en Prof. dr. Caspar van den Berg
SamenvattingAuteursinformatie

    This article analyses the transformations of the Dutch civil service over the last 15 years, during which numerous cutbacks and reorganizations took place. While existing research predominantly focused on changes in the total number of civil servants, we examine how the distribution of civil servants changed in terms of rank, gender and age. We theorize four methods for shrinking the government apparatus, and for each method, we identify the possible consequences for the composition of the central civil service in terms of hierarchical make-up and of age. Our results indicate that the total number of civil servants only slightly decreased, but the decrease affected differentially the various ranks of the civil service. While at the lower ranks the number of civil servants decreased strongly, at the upper ranks the number actually increased slightly. The number of women in the civil service increased, also in the higher echelons. Regarding the age distribution, we found considerable changes, with the modal age shifting upwards with up to ten years. Altogether, the civil service has become slightly smaller, more gender-balanced, and significantly more senior (both in terms of ranks and age). The results of this study show that it is important for researchers and practitioners to look beyond the trends in the total number of civil servants and explore the deeper changes within the civil service.


Dr. Dimiter Toshkov
Dr. Dimiter Toshkov is werkzaam bij het Instituut Bestuurskunde, Faculty of Governance and Global Affairs, Universiteit Leiden.

Eduard Schmidt MSc
Eduard Schmidt MSc is werkzaam bij het Instituut Bestuurskunde, Faculty of Governance and Global Affairs, Universiteit Leiden.

Prof. dr. Caspar van den Berg
Prof. dr. Caspar van den Berg is werkzaam bij de Campus Fryslan, Rijksuniversiteit Groningen.

    The increased complexity of multilevel democracies makes the evaluation of the performances of the government an increasingly difficult task for citizens. Multilevel governance involves information costs, which makes it more difficult for citizens to give clear responsibility for government tasks to the correct level of government. This article contains the first study that is focussing on the responsibility perceptions in the Netherlands. The authors do not just look at who citizens hold responsible for certain government tasks, but they also look at the consequences of these perceptions for the mechanism of accountability. The satisfaction of citizens are with the policy in a particular area should only influence the political support for the level of government they hold responsible. Results of the research are that in line with this perspective a strong correlation exists between satisfaction with the pursued policy and trust of the citizens in this government, in proportion as they hold a level of government more responsible. On the other hand there are large differences between citizens, that correlate with their level of education. So there are also large groups of citizens for whom it is not possible to keep governments responsible for the policy pursued, because they simply do not know which government is responsible.


Lisanne de Blok MSc
E.A. de Blok MSc is promovendus aan de Universiteit van Amsterdam. Hiervoor deed ze een research master sociale wetenschappen aan dezelfde universiteit en liep ze stage bij de Raad voor het openbaar bestuur (Rob).

Prof. dr. Wouter van der Brug
Prof. dr. W. van der Brug is hoogleraar Politicologie aan de Universiteit van Amsterdam.
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.