Zoekresultaat: 5 artikelen

x

    Participatory research is increasingly being perceived as a democratic and transformative approach to social situations by both academics and policymakers. The article reflects on what it means to do participatory research, what it contributes to broader knowledge building, and why mess may not only need to be present in participatory research but encouraged. The purposes of participation and mess as nourishment for critical enquiry and more radical learning opportunities are considered and illuminated using case study material from the Family Based Positive Support Project.

    Vooraf

    Participatief actieonderzoek en responsieve evaluatie staan volop in de belangstelling bij beleidsmakers en onderzoekers. Dit type beleidsonderzoek en -evaluatie beoogt democratisch, inclusief én impactvol te zijn. Het gaat om onderzoek mét in plaats van óver mensen. En het is actiegericht: onderzoek wil bijdragen aan concrete oplossingen door met betrokkenen gezamenlijke (verbeter)acties te ontwikkelen in de praktijk, en daarop te reflecteren en van te leren. Dit alles met het oog op sociale inclusie. Het zijn mooie idealen, maar wat betekent dit in de alledaagse, vaak weerbarstige onderzoekspraktijk?

    Op 20 januari 2020 organiseerde prof. Abma daarover een symposium, getiteld ‘Responsive, Participatory Research: Past, Present and Future Perspectives’ (Vrije Universiteit, Amsterdam). De rode draad op het symposium was de vraag wat goed en ethisch verantwoord participatief onderzoek is, en wat dit vraagt van onderzoekers en beleidsmakers. Drie lezingen op deze conferentie zijn nadien omgewerkt tot essays om lezers van Beleidsonderzoek Online vanuit verschillende perspectieven beter kennis te laten maken met deze vorm van onderzoek:

    Prof. Weerman en haar team focussen in hun bijdrage op het zich in de praktijk ontwikkelende onderzoeksdesign en het inzetten van creatieve methoden om participatie te bevorderen. Ze gaan na welke kwaliteitscriteria aan participatief actieonderzoek worden gesteld en hechten daarbij met name aan eisen ten aanzien van participatie, samen leren en verschil maken (zie BoO juli 2021). Ze benadrukken het belang van creativiteit en flexibiliteit.

    Prof. Abma bespreekt in haar artikel de normatieve dimensies en de ethiek van participatief actieonderzoek (zie BoO september 2020). Ze illustreert met een voorbeeld uit de crisishulpverlening aan GGZ-cliënten dat participatief actieonderzoek niet slechts een methodisch-technische exercitie is, maar een sociaal-politiek proces waarbij bestaande machtsverhoudingen verschuiven om ruimte te geven aan nieuwe stemmen en kennis. Dit omvat het zien van en stilstaan bij ethisch saillante dilemma’s en morele reflectie.

    De bijdrage van prof. Cook (zie BoO februari 2021) gaat over de weerbarstige praktijk van participatief actieonderzoek. Het doel is samen leren en voorbij geijkte oplossingen komen. Zij laat zien dat dit uitdagend is voor professionals die geconfronteerd worden met burgers die feedback geven en vragen om het (deels) loslaten van vaststaande professionele kaders. Er ontstaat dan ongemak en onzekerheid, maar zo beoogt en laat Cook overtuigend zien, deze ‘mess’ (niet meer goed weten wat goed en nodig is) is productief om te komen tot hernieuwde inzichten en innovaties.

    (Introductietekst opgesteld door prof. T. Abma)


Tina Cook
Tina Cook is a professor of education at Liverpool Hope University. At the core of her work is a focus on inclusive practice in research and evaluation. She is an executive committee member of the ICPHR, an editor of the International Journal of Educational Action Research, and a founder member of the UK Participatory Research Network. Her own research focus is with people with learning disabilities and people with cognitive impairment.
Artikel

Access_open Sociaal werk in stadswijken waar problemen zich opstapelen

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 3 2019
Trefwoorden Residualisering, Stedelijk sociaal werk, Concentratie van sociale problematiek, Link work, Geuzenveld
Auteurs Dr. Saskia Welschen en Dr. Lex Veldboer
SamenvattingAuteursinformatie

    The impact of residualisation on social work has so far hardly been explored. Based on existing literature and recently started empirical research in Amsterdam we analyze several consequences. Residualisation refers to the process whereby urban social housing is strictly allocated to the lowest income groups. What does this concentration of disadvantaged households mean for the role of social workers? Firstly, for community workers residualisation mostly implies a renewed role as instigators of residents’ participation in urban renewal trajectories for social mix. Furthermore community activities are increasingly used to offer safe havens for new and old groups of residents and also to prevent expensive treatments for several residential groups. For social workers focusing on individual support or casework residualisation results in an increasingly complex caseload. Residualisation does not imply extra formation for social work, but rather extra attention for the effortful coproduction of welfare between formal and informal actors. Within this playing field, we distinguish link work as vital for both formal and informal social work. Link work is about establishing vertical and horizontal connections between different worlds, across sectoral, professional or trust gaps. We expect that in areas of residualisation successful urban social work is dependent on strong linking skills.


Dr. Saskia Welschen
Dr. Saskia Welschen is senior onderzoeker aan de Hogeschool van Amsterdam en zelfstandig onderzoeker.

Dr. Lex Veldboer
Dr. Lex Veldboer is lector aan de Hogeschool van Amsterdam.
Thema-artikel ‘Uitgesproken Bestuurskunde’

Gedragen gedragsverandering

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 2 2019
Trefwoorden public administration, public management, psychology, behavioral public administration, behavior change, design science
Auteurs Prof. dr. Lars Tummers
Samenvatting

    Changing behavior is often necessary to tackle societal problems. Governments can change behavior via economic incentives (such as subsidies for electric cars), bans/mandates (such as prison sentences for drug smuggling), communication (for example information campaigns) and nudges (for example, being a donor by default). However, the government should not be a manipulator that applies the latest behavioral tricks without societal support. Public administration research shows that support cannot be taken for granted. If there is no support for behavioral change, well-intended interventions can even be counterproductive. I therefore develop a model for supported behavioral change. I provide five criteria that indicate when there is supported behavioral change: if the behavioral change is both effective (1) and efficient (2), and when there is support for behavioral change among politicians (3), among implementing organizations (4), and among citizens (5).


Prof. dr. Lars Tummers
Artikel

Wat is het effect van transparante toezichthouders op het vertrouwen van de burger? Een experimentele studie.

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 1 2017
Trefwoorden Trust, Transparency, Regulator, Randomised control trial, Experiment
Auteurs Prof. mr. dr. Femke de Vries, Dr. Wilte Zijlstra en Dr. Stephan Grimmelikhuijsen
SamenvattingAuteursinformatie

    Transparency is said to be paramount for citizen’s trust in (semi-)governmental organizations, such as regulators and supervisory bodies, yet there is little empirical research in this area.
    In an experiment we investigated the effect of different forms of transparency on citizen trust in a Dutch financial regulator. Our measure of trust consisted of three components: Competence, Benevolence and Integrity. Two types of transparency were used (rationale transparency and process transparency) in three different scenarios, one positive for the regulator and two negative.
    Transparency, and especially when focused on the ‘why’ (rationale) led to slightly more trust by citizens. This effect was most pronounced in the Competence-component of our trust-measure. Interestingly, even being transparent about negative news – i.e. admitting that mistakes were made and focusing on the ‘why’ – does not necessarily decrease trust. In contrast, negative information that focused on the ‘how’ (process transparency) yielded a negative effect on trust.
    We conclude that even when the message portrays negative information about the regulator, it pays to be transparent and communicate about it. Information should focus on explaining the rationale and underlying principles of a decision, and less on how the decision was taken.


Prof. mr. dr. Femke de Vries
Prof. mr. dr. Femke de Vries is bijzonder hoogleraar toezicht aan de faculteit Rechtsgeleerdheid, Universiteit van Groningen, en bestuurslid bij de Autoriteit Financiële Markten.

Dr. Wilte Zijlstra
Dr. Wilte Zijlstra is toezichthouder Expertisecentrum Consumentengedrag, Autoriteit Financiële Markten.

Dr. Stephan Grimmelikhuijsen
Dr. Stephan Grimmelikhuijsen is universitair docent aan de Utrechtse School voor Bestuurs- en Organisatiewetenschap, Universiteit Utrecht.

    Een lerende overheid heeft behoefte aan beleidsevaluaties die niet alleen van betekenis zijn voor het onderwerp waarop deze primair gericht zijn, maar ook bijdragen aan bredere, systematische opbouw van kennis en ervaring. Het interdepartementaal verbinden van expertise verruimt daarbij het zicht op factoren die het leren bevorderen of belemmeren.
    Een centrale vraag is of de door het beleid beoogde publieke belangen inderdaad bevorderd worden. Beleidsevaluatie moet dan niet alleen gericht zijn op effectiviteit en doelmatigheid ten aanzien van relatief gemakkelijk meetbare indicatoren, maar ook op lastig te kwantificeren essentiële waarden zoals subjectief welzijn, rechtvaardigheid en maatschappelijke aanvaardbaarheid. Het verdient aanbeveling kostbare evaluatie-energie te concentreren op belangrijke kwesties waarover vooraf discussie of onzekerheid bestaat.
    Uit een oogpunt van doelmatige beleidsvoorbereiding, en omdat de uitwerking van wetgeving en beleid ex post niet altijd eenvoudig is vast te stellen, is veel aandacht nodig voor ex ante evaluatie. Van onderzoek naar werkingsmechanismen van beleidsmaatregelen wordt in dit verband terecht veel verwacht.
    Er is sprake van een paradoxaal spanningsveld tussen verwetenschappelijking en politisering van beleid. Daarom is stevig verankerde, onafhankelijke en onpartijdige beleidsevaluatie onmisbaar. Hoge methodologische kwaliteit biedt extra houvast om deze functie geloofwaardig te kunnen vervullen.
    In het streven naar systematische opbouw van kennis en ervaring naast dossier-specifieke doelbereiking kan het helpen als evaluaties zowel een specifiek als een breder geldend algemeen deel bevatten. Belangrijk is ook te sturen op een evenwichtige evaluatieportfolio per beleidsterrein, met aandacht voor ex ante en ex post methoden, uiteenlopende waarden, en verschillende informatiebronnen. Naast best practices moet daarbij ook minder geslaagd beleid in beeld worden gebracht. Voor de bruikbaarheid van evaluaties voor de praktijk is goede vertegenwoordiging van het bottom-up perspectief noodzakelijk.
    Evaluatie van beleid vereist gedegen inbedding binnen de nationale kennisinfrastructuur, effectieve samenwerking met kennisinstellingen en het up-to-date houden van het evalueren zelf. Dat is cruciaal voor het evaluatievermogen van de lerende overheid.


André Knottnerus
André Knottnerus is voorzitter van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid en hoogleraar Huisartsgeneeskunde aan de Universiteit Maastricht.
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.