Zoekresultaat: 35 artikelen

x
Vrij artikel

Weinig consistent, beperkt zelfkritisch

De uitwerking van de beleidsconclusie binnen de rijksverantwoording

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 4 2019
Trefwoorden accountability, policy evaluation, policy conclusion
Auteurs Bram Faber MA en Dr. Tjerk Budding
SamenvattingAuteursinformatie

    The Dutch central government has a long history in its search to meaningfully present policy effects. One of the instruments that was developed to this end is the Policy Conclusion (beleidsconclusie). This part of the annual report, which has been mandatory since 2013, should provide a judgement for every policy article on its results in the year 2017. To what extent has the Policy Conclusion been successful in its aims? And how do various governmental departments give substance to it? For this article, all policy conclusions that were composed for the most recent reporting year were examined. Among others, our analysis shows that departments differ greatly in their interpretation of what the Policy Conclusion should include, such as the usage of sources and the way in which intended results are (re)addressed. In addition, it was found in the Policy Conclusions that a tendency exists to put a strong focus on positive outcomes.


Bram Faber MA
A.S.C. Faber MA is promovendus bij het Zijlstra Center van de Vrije Universiteit Amsterdam.

Dr. Tjerk Budding
Dr. G.T. Budding is opleidingsdirecteur van de public controllersopleidingen van het Zijlstra Center van de Vrije Universiteit Amsterdam.
Thema-artikel

Van procedure naar praktijk

Inzet op effectieve onafhankelijkheidsborging bij het Planbureau voor de Leefomgeving

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 4 2019
Trefwoorden policy research organizations, research independence, political pressure, coping strategies, independence safeguards
Auteurs Dr. Femke Verwest, Dr. Eva Kunseler, Dr. Paul Diederen e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    If the stakes are high, policy researchers can find themselves under strong pressures from politicians or policy makers to compromise on issues like scope of a research project, research methodology, reporting, framing and interpretation of results, and timing of publication. Research organizations experiment with various formal and informal arrangements to cope with such pressures and guard their independence.
    This article describes six coping strategies that are being explored by the Netherlands Environmental Assessment Agency (PBL). These are: i) taking control in determining the project scope and the research questions; ii) making responsibilities explicit and guarding respective roles; iii) installing a broad based societal project advisory group; iv) having some researchers in a project that interact with stakeholders, while keeping others at a distance; v) having a differentiated communications strategy; vi) being fully transparent as to hypotheses and uncertainties regarding data and models.
    Safeguarding independence in research through formal rules and provisions is generally insufficient to protect research from undue stakeholder influence. Also changes in labor routines, relationship management and organizational cultures are needed, not only on the researcher side, but on the stakeholder side as well. This calls for dialogue and joint learning processes.


Dr. Femke Verwest
Dr. F. Verwest is plaatsvervangend sectorhoofd bij het Planbureau voor de Leefomgeving.

Dr. Eva Kunseler
Dr. E.M. Kunseler is wetenschappelijk medewerker bij het Planbureau voor de Leefomgeving.

Dr. Paul Diederen
Dr. P.J.M. Diederen is coördinator bij het Rathenau Instituut.

Dr. Patricia Faasse
Dr. P.E. Faasse is senior onderzoeker bij het Rathenau Instituut.
Thema-artikel

Positieve beleidsevaluatie: hoe evaluatieonderzoek kan bijdragen aan beter beleid

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 3 2019
Trefwoorden positive public administration, positive evaluation, positive psychology, success, policy oriented learning
Auteurs Dr. Peter van der Knaap en Dr. Rudi Turksema
Samenvatting

    New insights from the field of positive psychology led to the insight that people learn more effectively from positive feedback. Policy evaluation aims to improve public policy programmes through contributing to both accountability and learning. This ambiguous ambition has contributed to a considerable body of research into the impact of policy evaluation. Too often the conclusion is that the outcomes of policy evaluations – which are often negative by nature – are sparsely used by policy makers. This has led to series of improvements in the way we carry out evaluations. First through technical improvements and then by more responsive approaches. Both have not led to the desired breakthrough. Building on a number of positive evaluation studies, we advance a more positive approach in policy evaluation. Focussing on the successes in policy programmes rather than on its failures may contribute to evaluation impact. Consequently, we think a more positive, appreciative approach and using data to find success in policy making is necessary for policy evaluators to be more effective. This article presents practical examples of positive policy evaluations and successful use of data in the domain of policy evaluation.


Dr. Peter van der Knaap

Dr. Rudi Turksema
Thema-artikel

Positieve bestuurskunde: een Europese Minnowbrook (EPPA I)

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 3 2019
Trefwoorden Positive Public Administration, European research, research agenda, societal impact
Auteurs Prof. dr. Geert Bouckaert
Samenvatting

    Geert Bouckaert reflects on the ambitions of Positive Public Administration within the larger European research agenda for public administration.


Prof. dr. Geert Bouckaert

    Overheidsbeleid heeft steeds meer te maken met digitalisering en data-ificering van de samenleving en het menselijk gedrag. Dat betekent uitdagingen voor beleidsevaluatoren. In dit artikel gaat het om éen van de daarmee gepaard gaande verschijnselen: Big Data en Artificiële Intelligentie (BD/AI). Het artikel stelt, na erop gewezen te hebben dat de evaluatieprofessie langere tijd niet erg actief op digitaal gebied is geweest, ten eerste de vraag wat BD/AI te bieden hebben aan evaluatieonderzoek van (digitaal) beleid. Vijf toepassingsmogelijkheden worden besproken die de kwaliteit, bruikbaarheid en relevantie van evaluatieonderzoek kunnen bevorderen. De tweede vraag is wat evaluatieonderzoek te bieden heeft, als het gaat om het analyseren/onderzoeken van de betrouwbaarheid, validiteit en enkele andere aspecten van Big Data en AI. Ook daar worden verschillende mogelijkheden (en moeilijkheden) geschetst. Naar het oordeel van de schrijver is het enerzijds dienstig (meer) gebruik te maken van BD/AI in evaluatieonderzoek, maar doen onderzoekers er ook goed aan (meer) aandacht uit te laten gaan naar: de assumpties die aan BD/AI ten grondslag liggen (inclusief het ‘black box’-probleem); de validiteit, veiligheid en geloofwaardigheid van algoritmes; de bedoelde en onbedoelde consequenties van het gebruik ervan; én de vraag of de claims dat digitale interventies die mede gebaseerd zijn op BD/AI effectief (of effectiever zijn dan andere), onderbouwd en valide zijn.


Frans L. Leeuw
Frans L. Leeuw (socioloog) is hoogleraar Recht, Openbaar Bestuur en Sociaalwetenschappelijk onderzoek aan Maastricht University. Eerder was hij o.a. directeur WODC, Hoofdinspecteur Hoger Onderwijs Onderwijsinspectie, hoogleraar evaluatieonderzoek Universiteit Utrecht, directeur doelmatigheidsonderzoek Algemene Rekenkamer en decaan Humanities Open Universiteit. Hij bereidt een boekje voor over 125 jaar empirisch-juridisch onderzoek, inclusief de nieuwste loot: digitaal empirisch-juridisch onderzoek. Eerdere publicaties handelden over diverse onderwerpen met als rode draden evaluatieonderzoek, theorieën, gedragsmechanismen, benutting van onderzoek en juridische thema’s.

    Access to affordable, decent and secure housing is under increasing pressure in countries across the world, especially in burgeoning cities. This results in displacement, exclusion and increasing housing cost burdens. This theme issue consists of a collection of papers that approach inequality on urban housing markets from different angles. In this introduction to the special issue, we provide a framework to understand these various dimensions of inequality and their interconnectedness. We identify three scales of inequality: First, at the abstract level of housing systems, market developments and housing policies contribute to increasing housing costs and a reduction in affordable housing units. Second, at the urban level we identify increasing spatial segregation between populations as well as the intertwined trends of intensifying gentrification and suburbanization of poverty. Third, at the everyday level we can identify a loss of belonging among long-term residents of changing (gentrifying) neighbourhoods, while other residents may appreciate change. This also fosters the potential for conflict and poses new challenges to professionals dealing with families in situations of poverty. We argue that emerging inequalities at these different scales need to be considered as interconnected.


Dr. Cody Hochstenbach
Dr. Cody Hochstenbach is secretaris van de redactie van Beleid en Maatschappij.

Dr. Nanke Verloo
Dr. Nanke Verloo is lid van de redactie van Beleid en Maatschappij.
Artikel

Leren en werken voor vluchtelingen: beleid en interventies in drie grote gemeenten.

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 1 2019
Trefwoorden Refugees, Asylum seekers, Labour market integration, Participation, Local integration policies
Auteurs Dr. Jeanine Klaver, Prof. dr. Jaco Dagevos, Dr. Rianne Dekker e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Municipalities have increasingly adjusted their policies in order to better respond to the problematic social and economic participation of permit holders. The core elements within the chosen policies seem to consist of an early activation, combining language and professional training, and providing customization in the support of these newcomers. In this article, this policy change has been studied in the municipalities of Amsterdam, Rotterdam and Utrecht. It becomes clear that a more successful approach only succeeds when permit holders are offered additional and tailored support. For all three municipalities, this means that more permit holders are reached by the available support measures and that local policy makers can better respond to individual needs and possibilities. In addition, these municipalities pay more attention for sustainable labour market participation. At the same time, it is evident that no rapid successes are being made with this new course. In particular, more vulnerable permit holders, including those with low levels of education and women, are not always reached by municipalities. We also see that many of these newcomers must be supported for a long time, even if after have found a place on the labour market. Therefore, evidence suggests that without additional measures there is a good chance that the perspective on social and economic participation for many permit holders in the Netherlands will be extremely limited.


Dr. Jeanine Klaver
Dr. Jeanine Klaver werkt bij Regioplan Beleidsonderzoek.

Prof. dr. Jaco Dagevos
Prof. dr. Jaco Dagevos werkt bij de Erasmus Universiteit Rotterdam en het Sociaal en Cultureel Planbureau.

Dr. Rianne Dekker
Dr. Rianne Dekker werkt bij de Universiteit Utrecht.

Dr. Karin Geuijen
Dr. Karin Geuijen werkt bij de Universiteit Utrecht.

Dr. Arend Odé
Dr. Arend Odé werkt bij Regioplan Beleidsonderzoek.
Artikel

Het vernieuwde toezicht in het onderwijs

Hooggespannen verwachtingen van kwaliteitszorg, bestuurskracht en maatwerk

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 4 2018
Trefwoorden Inspectorate of Education, Renewed customized work approach, Policy Theory, Effects, Supervision
Auteurs Dr. Marlies Honingh, Prof. dr Melanie Ehren en Dr. Cor van Montfort
Samenvatting

    This paper presents the policy theory of the Dutch Inspectorate of Education’s 2017 framework. The framework includes a set of indicators and working methods for the inspections of school boards which are expected to lead to improved quality and organizational learning of the schools and colleges within each board’s portfolio. Inspection feedback, quality assurance, stakeholder involvement and governance are the key mechanisms through which customized inspections are assumed to affect change. These customized inspections start from a set of legal requirements schools and colleges have to meet, but add inspections modules which are agreed on with each school board at the start of an inspection visit. As these inspections are currently being implemented, there is no evidence yet on the validity of these assumptions.


Dr. Marlies Honingh

Prof. dr Melanie Ehren

Dr. Cor van Montfort
Artikel

Naar bestuursgericht toezicht in de zorg: een zoektocht naar passendheid

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 4 2018
Trefwoorden healthcare governance, management-oriented regulation, experimenting, recoupling, reflective regulation
Auteurs Dr. Annemiek Stoopendaal en Dr. Hester van de Bovenkamp
Samenvatting

    In this article, we discuss how regulation of governance in healthcare has been shaped over the past decade. We describe the presuppositions under this movement. Searching and balancing was needed to meet the complexity of care management. This has to do with the fact that the external pressure on the regulator after incidents is high. Due to this pressure, it is necessary to constantly ensure that management-oriented regulation does not narrow to the supervision on the actor with final responsibility. The regulation of good governance requires reflectivity of the inspectors and is aimed at stimulating recoupling between management and shop floors. This requires space for experimentation for both managers and inspectors. To provide this space, we do not only need a political and social debate about the quality of care and its management, but also attention and appreciation for the difficult considerations of organizing care.


Dr. Annemiek Stoopendaal

Dr. Hester van de Bovenkamp

    Exploration of the future is about systematically exploring future developments and the possible consequences for an organization or issue. The demand for future explorations at local policy level has increased in recent years. This article focuses on the relationship between participatory future exportations and local strategic policy processes. On the basis of four case studies, the meaning of participatory foresight studies for local policy processes was investigated. The research, which was carried out as action research, shows that future explorations in local strategic policy processes can be significant in different ways: they provide new knowledge, they promote learning in an integral and future-oriented manner and they encourage social learning processes that are independent of the content, which is valuable for group dynamics. In addition, future explorations can be useful in different phases of the policy cycle. Despite the fact that participatory explorations of the future can be meaningful in local strategic policy processes, there is still a bridge between the method of future exploration on the one hand and policy processes and organizations on the other. The research shows that a demand-driven approach starting from the needs of the participants in the policy process and responding to the culture, structure and working method of the organization is a promising approach. At the same time, the research shows that there are several factors that need to be considered in order to achieve a stronger interrelatedness of future exploration and policy. The policy practice and the exploratory practice seem to be gradually evolving towards each other. On the one hand, policy practice is becoming more rational, transparent and analytical in nature through the use of future explorations, at least in policy preparation. The explorations promote substantive discussions on policy agendas and policy intentions. On the other hand, they are becoming more policy oriented through more reasoning from the policy practice in terms of process design and knowledge needs of the policy process.


Dr. Nicole Rijkens-Klomp
Dr. N. Rijkens-Klomp is in 2016 gepromoveerd aan de Universiteit Maastricht bij prof. Pim Martens, met dr. Ron Cörvers als haar co-promotor. Ze heeft sinds 2004 een eigen bedrijf in Antwerpen op het gebied van toekomstverkenning (foresight & design studio Panopticon). Daarnaast werkt ze aan het Scientific Institute for Sustainable Development (ICIS) van de Universiteit Maastricht.

Dr. Ron Cörvers
Dr. R.J.M. Cörvers is wetenschappelijk directeur van het Scientific Institute for Sustainable Development (ICIS) van de Universiteit Maastricht.

    Een lerende evaluatie combineert leren en verantwoorden. Deze methode past bij complexe beleidsopgaven, waar meerdere actoren en overheden bij betrokken zijn die een behoefte hebben om te leren van elkaars ervaringen. In de evaluatie van het Natuurpact is deze methode op nationale schaal voor het gedecentraliseerde natuurbeleid toegepast. Uit deze casus blijkt dat een succesvolle toepassing vraagt om een voortdurende en zorgvuldige aansluiting van het onderzoek op de beleidspraktijk. Dit is nodig voor het betrekken van en interactie met stakeholders, het combineren van leren en verantwoorden, de wetenschappelijke onafhankelijkheid, het bestuurlijk mandaat en de beheersbaarheid van het onderzoek.


Rob Folkert
Rob Folkert is projectleider van het project lerende evaluatie van het Natuurpact bij het PBL.

Lisa Verwoerd
Lisa Verwoerd is onderzoeker bij de VU en is betrokken bij het uitwerken en toepassen van het procesontwerp van de lerende evaluatie Natuurpact. Ze onderzocht de waarde van deze methode.

Femke Verwest
Femke Verwest is supervisor van project lerende evaluatie van het Natuurpact bij PBL.
Artikel

Waarderen of veroordelen?

De betekenis van kritische burgers die niet meepraten voor lokale participatieprocessen

Tijdschrift Bestuurs­wetenschappen, Aflevering 2 2018
Auteurs Drs. Christine Bleijenberg, Prof. dr. Noëlle Aarts en Dr. Reint Jan Renes
SamenvattingAuteursinformatie

    To be able to realize the ambitions of citizen participation, diversity of participants is a crucial condition. At the same time excluding groups of citizens, amongst them critical citizens, is inextricably linked with citizen participation. In this article in the series ‘Local democratic audit’, the authors wonder what the exclusion of critical citizens means for the process and outcome of citizen participation. Through two empirical studies during a spatial intervention in different municipalities in the Netherlands, they investigated how people involved in a participation process spoke about critical citizens and their manifestations. The results show that the way these critical citizens are discussed either legitimizes exclusion or questions it critically. The legitimization of exclusion is detrimental to the support for spatial intervention. The problematization of exclusion results in a responsive approach to critical citizens, which is beneficial for both the course of the participation process and for the support for the spatial intervention.


Drs. Christine Bleijenberg
Drs. C. Bleijenberg is promovendus aan de Radboud Universiteit Nijmegen en is verbonden aan het lectoraat Crossmediale Communicatie in het Publieke Domein van de Hogeschool Utrecht.

Prof. dr. Noëlle Aarts
Prof. dr. M.N.C. Aarts is hoogleraar Socio-Ecological Interactions aan het Institute for Science in Society (ISiS) van de Radboud Universiteit Nijmegen.

Dr. Reint Jan Renes
Dr. R.J. Renes is lector Crossmediale Communicatie in het Publieke Domein aan de Hogeschool Utrecht en universitair hoofddocent aan de Wageningen Universiteit.

    Er is de laatste tijd veel aandacht voor het omgaan met onzekerheid en dynamiek in beleid. Zo is er recent de roep om leren door doen, door een overheid die samen met de samenleving het experiment aan durft te gaan. Zo’n benadering van beleid als gezamenlijk experiment is veelbelovend, maar vergt ook passende methoden voor beleidsevaluaties. Adaptief beleid speelt hierop in. De laatste jaren is een belangrijke stap gezet in de ontwikkeling van methoden waarmee adaptief beleid ontwikkeld kan worden. Voor de evaluatie en de rol van evaluaties heeft dit belangrijke implicaties. In dit artikel wordt hierop verder ingegaan, op basis van ervaringen met adaptief beleid en beleidsevaluatie binnen het Nederlandse Deltaprogramma.


Leon Hermans
Leon Hermans is werkzaam aan de Technische Universiteit Delft, Faculteit Techniek, Bestuur en Management.

    De positieve benadering van evaluatie in relatie tot het bereiken van succes is een frisse wind. Het wordt inderdaad tijd dat evaluatoren gebruikers meer helpen en stimuleren om van (beleids)ervaringen te leren. En: dat geëvalueerden zich daarvoor vanaf het begin openstellen. Aandachtspunt is wel dat de evaluator daarbij zijn of haar waardevolle kritische (kennis)blik niet verliest.


Carolien Klein Haarhuis
Carolien Klein Haarhuis is onderzoeker bij het WODC (Ministerie van Veiligheid en Justitie), lid van de Werkgroep van het VIDE-Evaluatorennetwerk en bestuurslid van de European Evaluation Society (EES).
Artikel

Waarden borgen, praktijken innoveren

Hoe pilots bijdragen aan een andere kijk op waterveiligheid

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 4 2016
Trefwoorden Flood Risk Management, Pilot, Learning evaluation, Path dependency, Policy innovation
Auteurs Prof. dr. Arwin van Buuren en Gerald Jan Ellen Msc.
Samenvatting

    In The Netherlands an innovative water safety policy is under development: multi-layered safety. This innovation is a move from a preventive approach (levees) towards a risk approach. Mitigation of consequences for spatial measures and disaster management too are considered in reducing flood risks. The theory of path dependence teaches us that many technical, financial and institutional factors keep the current policy system in its equilibrium. This complicates policy innovations. This article contains a case study that explains how pilots contribute to a process of policy innovation. It concludes that enshrining results in the ‘home organizations’ and synchronizing pilots with running policy processes is essential. The pilots also show that policy renewal concerns a process of ‘muddling through intelligently’.


Prof. dr. Arwin van Buuren

Gerald Jan Ellen Msc.
Artikel

Waarom evalueren beleidsmakers?

Een longitudinale analyse van motieven voor beleidsevaluatie in Vlaamse ministeriële beleidsnota’s

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 2 2016
Trefwoorden policy evaluation, evaluation purposes, Flanders, document analysis, evaluation discourse
Auteurs Drs. Bart De Peuter en Dr. Valérie Pattyn
Samenvatting

    The evaluation purpose is decisive for how a policy evaluation is eventually used and deserves more attention in policy evaluation studies. In the present article, we investigated the motives underpinning concrete evaluations, as outlined in four series of Flemish ministerial policy notes that altogether span a 20-year policy period. The most important key finding is that the evaluation purposes are not sensitive to certain modes, neither are they strongly influenced by reforms and corresponding discourse. Despite the introduction of New Public Management oriented reforms in the Flemish public sector and the financial crisis, the relative share of attention that each of the evaluation purposes get has remained relatively unchanged across time. There seems to be a stable demand for ex ante and ex post evaluations and associated evaluation purposes. The common perception of a trend towards ever more evidence-based policy can hence not be confirmed. Remarkable as well is the low share of attention given to ‘accountability’, at least in discourse.


Drs. Bart De Peuter

Dr. Valérie Pattyn
Artikel

Systematisch leren van evalueren

Waarden, effectiviteit, onafhankelijkheid en kwaliteit als pijlers voor de brug tussen wetenschap en politiek

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 2 2016
Trefwoorden Policy, Evaluation, Accountability, Learning, Values
Auteurs Prof. Dr. André Knottnerus, Dr. Peter de Goede en Dr. Peter van der Knaap
Samenvatting

    Policy evaluation has two main functions: it should lead to policy oriented learning and facilitate accountability. Rendering account is considered an important democratic duty but is not very popular with politicians and, hence, public officials. Learning is popular, but in practice it is often difficult to organize or, indeed, witness.
    This contribution addresses the question how, in both functions, policy evaluation could be better utilized. As a starting point we the tension between scientific and political rationality and the barriers associated with these different worlds to the development of knowledge.
    As indispensable for sound and productive knowledge management in government the article outlines the importance of societal values, policy effectiveness as a research angle, and the independence of researchers at major evaluations. In addition, relevant research questions, high methodological quality, responsiveness, good timing, and clear and accessible reporting are indispensable. It is argued that these are by no means abstract notions but can be brought into real day-to-day practice.
    The conclusion is that a knowledge agenda for policy evaluation that is based on the search for effective policy interventions and societal values can help to bridge politics and science.


Prof. Dr. André Knottnerus

Dr. Peter de Goede

Dr. Peter van der Knaap
Artikel

Evaluatievermogen bij beleidsdepartementen

Lessen uit praktijken rond planning, uitvoering en gebruik van beleidsevaluaties

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 2 2016
Trefwoorden evaluation capacity, policy evaluation, evaluation process, evaluation use
Auteurs Dr. Carolien M. Klein Haarhuis en Dr. Andreea Parapuf
Samenvatting

    In this article, we explore how evaluations are managed by Dutch policy departments in terms of six aspects of evaluation capacity: institutions, programming, budgeting, evaluation process and content, and finally, evaluation use. We also sketch how international organisations and a number of larger countries deal with these issues of evaluation capacity. Internationally, a variety of norms, checklists and procedures demonstrate that the commissioning party is considered to play a key role in the realisation of evaluations as well as their use. Here, evaluation and evaluation knowledge are often viewed as part of the policy process rather than as a separate exercise. Our description of evaluation practices in Dutch policy departments reveals that several capacity-enhancing initiatives were developed in the past few years, such as new evaluation institutions or structures and programs to promote the commissioning of effectiveness evaluations. It also suggests, however, that accountability is an important driving force behind evaluation, perhaps more powerful than learning.


Dr. Carolien M. Klein Haarhuis

Dr. Andreea Parapuf
Artikel

Oog voor succes: een pleidooi voor positieve beleidsevaluatie

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 2 2016
Trefwoorden public policy, evaluation, success, accountability, learning
Auteurs Dr. Peter van der Knaap en Dr. Rudi Turksema
Samenvatting

    One of the classic issues in literature on policy evaluation is that of utilization: how can we make sure the results of evaluative inquiry are used more and better? Traditionally, the answer to this question is often searched in improvement of evaluation quality (accuracy, reliability, independence of the researcher) or evaluation processes (more interaction and responsiveness). Although these are and remain crucial elements for any evaluation, the focus remains on the supply side of evaluation. The psychological insight that people tend to learn more from positive feedback and success is not taken into account.
    In this article, we ask whether and how a more positive form of evaluation may contribute to a more effective cycle of learning and accountability. What if – instead of failure, compliance, and accountability – the main focus of monitoring and evaluative inquiry would be to identify and foster achievements that were successful and effective? How would such a positive approach look like and how can it help the actual utilization and usefulness of evaluation? On the basis of theory and international case studies the article describes how focusing on the positive elements of policy and/or implementation may contribute to the demand for and utilization of evaluations.


Dr. Peter van der Knaap

Dr. Rudi Turksema

    Een lerende overheid heeft behoefte aan beleidsevaluaties die niet alleen van betekenis zijn voor het onderwerp waarop deze primair gericht zijn, maar ook bijdragen aan bredere, systematische opbouw van kennis en ervaring. Het interdepartementaal verbinden van expertise verruimt daarbij het zicht op factoren die het leren bevorderen of belemmeren.
    Een centrale vraag is of de door het beleid beoogde publieke belangen inderdaad bevorderd worden. Beleidsevaluatie moet dan niet alleen gericht zijn op effectiviteit en doelmatigheid ten aanzien van relatief gemakkelijk meetbare indicatoren, maar ook op lastig te kwantificeren essentiële waarden zoals subjectief welzijn, rechtvaardigheid en maatschappelijke aanvaardbaarheid. Het verdient aanbeveling kostbare evaluatie-energie te concentreren op belangrijke kwesties waarover vooraf discussie of onzekerheid bestaat.
    Uit een oogpunt van doelmatige beleidsvoorbereiding, en omdat de uitwerking van wetgeving en beleid ex post niet altijd eenvoudig is vast te stellen, is veel aandacht nodig voor ex ante evaluatie. Van onderzoek naar werkingsmechanismen van beleidsmaatregelen wordt in dit verband terecht veel verwacht.
    Er is sprake van een paradoxaal spanningsveld tussen verwetenschappelijking en politisering van beleid. Daarom is stevig verankerde, onafhankelijke en onpartijdige beleidsevaluatie onmisbaar. Hoge methodologische kwaliteit biedt extra houvast om deze functie geloofwaardig te kunnen vervullen.
    In het streven naar systematische opbouw van kennis en ervaring naast dossier-specifieke doelbereiking kan het helpen als evaluaties zowel een specifiek als een breder geldend algemeen deel bevatten. Belangrijk is ook te sturen op een evenwichtige evaluatieportfolio per beleidsterrein, met aandacht voor ex ante en ex post methoden, uiteenlopende waarden, en verschillende informatiebronnen. Naast best practices moet daarbij ook minder geslaagd beleid in beeld worden gebracht. Voor de bruikbaarheid van evaluaties voor de praktijk is goede vertegenwoordiging van het bottom-up perspectief noodzakelijk.
    Evaluatie van beleid vereist gedegen inbedding binnen de nationale kennisinfrastructuur, effectieve samenwerking met kennisinstellingen en het up-to-date houden van het evalueren zelf. Dat is cruciaal voor het evaluatievermogen van de lerende overheid.


André Knottnerus
André Knottnerus is voorzitter van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid en hoogleraar Huisartsgeneeskunde aan de Universiteit Maastricht.
Toont 1 - 20 van 35 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.