Zoekresultaat: 46 artikelen

x

    The impact of audit office reports has received little attention in the scientific literature. In this article, various forms of impact have been distinguished with the help of Public Administration literature and factors that promote the use of evaluations have been distinguished. This theoretical framework was subsequently used for empirical research into the effect of audit office research. The extent to which the recommendations have had an impact was investigated in 20 Dutch municipalities with the aid of impact reports from audit institutions. Out of 176 publications, 94% of the 1216 recommendations were adopted by the city council. This means that the procedural impact is high. Of the 731 recommendations that could be checked at 17 municipalities, the local audit offices report that 58% had been fully implemented, 19% partially and 15% not or not tackled differently. The three categories of success factors from the scientific literature were visible in the practice of the audit offices. This applies most strongly to impact factors related to evaluation quality, in particular the factors related to communications standards, clear recommendations, timeliness and relevance to the decision maker. As far as research and decision-making factors are concerned, the commitment of the organization and the political climate are the most important factors for audit institutions. Finally, the involvement of stakeholders promotes the impact as a catalyst. The article concludes with practical lessons for promoting the processing of audit reports.


Sjoerd Keulen
Dr. S.J. Keulen is specialistisch adviseur bij de Algemene Rekenkamer. Daarnaast is hij extern lid van de Rekenkamer Utrecht.
Artikel

Rebel-leren: hoe een rebelse sector tot lerend verantwoorden komt

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 2 2021
Trefwoorden quality of care, rebels, accountability, organization/sector learning
Auteurs Annemiek Stoopendaal en Wilma van der Scheer
SamenvattingAuteursinformatie

    Healthcare is often dominated by the curative domain. Yet, for a new way of improving of and accounting for quality of care, we have to shift our focus to the care for people with disabilities. Since long, quality of care is translated into performance indicators and standards. This reductive way of measuring quality was pursued for the entire healthcare sector. Where this might fit in with hospital care, it was experienced as constraining in care for the disabled. In this sector it was seen as a poor representation of the plurality of healthcare provision. A number of ‘quality rebels’ aimed to create a more suitable and rich Quality Framework for the sector, with attention for objective, subjective and intersubjective dimensions of care. In this article, we analyze the way in which the sector has realized this aim, and we show how this rebellious sector succeeded in transforming the idea of accountability for quality of care, by emphasizing on the reflection and learning processes that take place at all levels of the sector, and beyond. A new approach which requires a continuous cycle of disrupting, creating, and maintaining institutionalized patterns of thinking and doing. It requires ‘rebel learning’.


Annemiek Stoopendaal
Dr. Annemiek Stoopendaal is organisatieantropoloog en universitair docent/senior onderzoeker, Erasmus School of Health Policy & Management, sectie Health Care Governance aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Wilma van der Scheer
Dr. Wilma van der Scheer is gezondheidswetenschapper, directeur van het Erasmus Centrum voor Zorgbestuur en leider van de academische werkplaats zorgbestuur, Erasmus Centrum voor Zorgbestuur aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

Hoe SyRI het belang van transparantie ­onderstreept

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 3 2021
Trefwoorden SyRI, digitisation, transparency, trust, ICT
Auteurs Tosja Selbach en Barbara Brink
SamenvattingAuteursinformatie

    The Dutch digital fraud detection system SyRI was announced to set up to detect social security fraud quickly and effectively and by doing so, maintain support for the social security system. It was the formal position that for the sake of effectiveness, no information about the algorithm and very limited information about the application of the system should be shared. The authors argue on the basis of a policy analysis, a legal exploration and a literature study that the lack of transparency about the chosen method and the application of the digital fraud detection system in social security can have far-reaching consequences for both the individual and society . The information sharing and the use of algorithms can lead to suspicion of and declining confidence in the government, and a reduced motivation to comply with the prevailing rules. This could undermine the original purpose.


Tosja Selbach
Mr. Tosja Selbach is voormalig LLM-student governance and law in digital society, Rijksuniversiteit Groningen.

Barbara Brink
Dr. Barbara Brink is postdoc-onderzoeker socialezekerheidsbeleid, vakgroep Staatsrecht, Bestuursrecht en Bestuurskunde aan de Rijksuniversiteit Groningen.

    Participatory research is increasingly being perceived as a democratic and transformative approach to social situations by both academics and policymakers. The article reflects on what it means to do participatory research, what it contributes to broader knowledge building, and why mess may not only need to be present in participatory research but encouraged. The purposes of participation and mess as nourishment for critical enquiry and more radical learning opportunities are considered and illuminated using case study material from the Family Based Positive Support Project.

    Vooraf

    Participatief actieonderzoek en responsieve evaluatie staan volop in de belangstelling bij beleidsmakers en onderzoekers. Dit type beleidsonderzoek en -evaluatie beoogt democratisch, inclusief én impactvol te zijn. Het gaat om onderzoek mét in plaats van óver mensen. En het is actiegericht: onderzoek wil bijdragen aan concrete oplossingen door met betrokkenen gezamenlijke (verbeter)acties te ontwikkelen in de praktijk, en daarop te reflecteren en van te leren. Dit alles met het oog op sociale inclusie. Het zijn mooie idealen, maar wat betekent dit in de alledaagse, vaak weerbarstige onderzoekspraktijk?

    Op 20 januari 2020 organiseerde prof. Abma daarover een symposium, getiteld ‘Responsive, Participatory Research: Past, Present and Future Perspectives’ (Vrije Universiteit, Amsterdam). De rode draad op het symposium was de vraag wat goed en ethisch verantwoord participatief onderzoek is, en wat dit vraagt van onderzoekers en beleidsmakers. Drie lezingen op deze conferentie zijn nadien omgewerkt tot essays om lezers van Beleidsonderzoek Online vanuit verschillende perspectieven beter kennis te laten maken met deze vorm van onderzoek:

    Prof. Weerman en haar team focussen in hun bijdrage op het zich in de praktijk ontwikkelende onderzoeksdesign en het inzetten van creatieve methoden om participatie te bevorderen. Ze gaan na welke kwaliteitscriteria aan participatief actieonderzoek worden gesteld en hechten daarbij met name aan eisen ten aanzien van participatie, samen leren en verschil maken (zie BoO juli 2021). Ze benadrukken het belang van creativiteit en flexibiliteit.

    Prof. Abma bespreekt in haar artikel de normatieve dimensies en de ethiek van participatief actieonderzoek (zie BoO september 2020). Ze illustreert met een voorbeeld uit de crisishulpverlening aan GGZ-cliënten dat participatief actieonderzoek niet slechts een methodisch-technische exercitie is, maar een sociaal-politiek proces waarbij bestaande machtsverhoudingen verschuiven om ruimte te geven aan nieuwe stemmen en kennis. Dit omvat het zien van en stilstaan bij ethisch saillante dilemma’s en morele reflectie.

    De bijdrage van prof. Cook (zie BoO februari 2021) gaat over de weerbarstige praktijk van participatief actieonderzoek. Het doel is samen leren en voorbij geijkte oplossingen komen. Zij laat zien dat dit uitdagend is voor professionals die geconfronteerd worden met burgers die feedback geven en vragen om het (deels) loslaten van vaststaande professionele kaders. Er ontstaat dan ongemak en onzekerheid, maar zo beoogt en laat Cook overtuigend zien, deze ‘mess’ (niet meer goed weten wat goed en nodig is) is productief om te komen tot hernieuwde inzichten en innovaties.

    (Introductietekst opgesteld door prof. T. Abma)


Tina Cook
Tina Cook is a professor of education at Liverpool Hope University. At the core of her work is a focus on inclusive practice in research and evaluation. She is an executive committee member of the ICPHR, an editor of the International Journal of Educational Action Research, and a founder member of the UK Participatory Research Network. Her own research focus is with people with learning disabilities and people with cognitive impairment.
Artikel

Access_open Inzet op omgevingsbewust en kwaliteitsbewust werken in beleidsonderzoek

Illustraties uit de lerende evaluatie van het Natuurpact van het Planbureau voor de Leefomgeving

Tijdschrift Beleidsonderzoek Online, november 2020
Auteurs Eva Kunseler, Lisa Verwoerd en Femke Verwest
SamenvattingAuteursinformatie

    Een reflexieve kijk op beleidsonderzoek gaat uit van continue dynamiek tussen kennisontwikkeling en beleids- en uitvoeringspraktijken. Beleidsonderzoekers zoeken naar houvast om gedegen en relevant onderzoek te blijven doen, onderwijl inspelend op onzekerheden, onvoorspelbaarheid en kritische geluiden die kenmerkend zijn voor de huidige kennissamenleving. Via omgevingsbewust werken kunnen zij hun onderzoeksaanpak leren afstemmen op de kenmerken en maatschappelijke context van beleidsdossiers. Via kwaliteitsbewust werken kunnen zij leren inspelen op de verwachtingen rondom een bepaalde expertrol en onderzoeksaanpak binnen de eigen contexten van onafhankelijkheid en wetenschappelijke verantwoording.
    Aan de hand van een casus – de lerende evaluatie van het Natuurpact, een innovatieve evaluatiestudie bij het Planbureau voor de Leefomgeving – laten we zien hoe een reflexieve aanpak helpt om onderzoek in de nabijheid van de dynamische beleidspraktijk uit te voeren. Doordat deze aanpak buiten de comfortzone van onderzoekers ligt, is omgevingsbewust en kwaliteitsbewust werken voor onderzoekers geen vanzelfsprekendheid. We roepen beleidsonderzoekers zelf, de organisaties waar ze werkzaam zijn en beleidsmedewerkers op om hun reflexieve vaardigheden verder te ontwikkelen via het inrichten van lerende processen, effectieve kennisdeling via Communities of Practice en leerwerktrajecten, en open en adaptieve kennis-beleidsarrangementen.


Eva Kunseler
Eva Kunseler is wetenschappelijk medewerker bij het Planbureau voor de Leefomgeving.

Lisa Verwoerd
Lisa Verwoerd is wetenschappelijk medewerker bij het Planbureau voor de Leefomgeving en onderzoeker bij het Athena Instituut, Vrije Universiteit Amsterdam.

Femke Verwest
Femke Verwest is plaatsvervangend sectorhoofd Natuur en Landelijk Gebied bij het Planbureau voor de Leefomgeving.

    Nederland staat voor forse en complexe beleidsopgaven. Deze opgaven vragen om een bijzondere beleidsaanpak met een aansluitende wijze van beleidsevaluatie – namelijk één die leren ondersteunt om iteratief de kwaliteit van het beleid te verbeteren en de weg naar de beleidsambities te vinden. Beleidsonderzoekers en beleidsbetrokkenen werken in lerende evaluaties samen om kennis te produceren voor het gelijktijdig verantwoorden en leren van beleid. Verondersteld wordt dat de kwaliteit en bruikbaarheid van de geproduceerde kennis met deze benadering groter zijn dan bij reguliere, op verantwoording georiënteerde, evaluatiemethoden. Als gevolg daarvan zou lerend evalueren meer impact hebben op beleid voor complexe opgaven. In dit artikel wordt aandacht besteed aan de waarde van lerend evalueren vanuit het perspectief van beleidsbetrokkenen en beleidsonderzoekers van de lerende evaluatie van het Natuurpact (2014-2017), uitgevoerd door het PBL en de WUR. Geconcludeerd wordt dat lerend evalueren de kwaliteit, bruikbaarheid en impact (minder aantoonbaar) van de geproduceerde kennis vergroot, maar onder specifieke voorwaarden: namelijk wanneer onderzoekers erin slagen om leren en verantwoorden, met de bijbehorende rollen en kwaliteitsstandaarden, te benaderen als wederzijds versterkend in plaats van tegenstrijdig. Onderzoekers hebben voelsprieten nodig voor de wisselwerking tussen het proces van kennisproductie en de politiek-bestuurlijke context waarin deze kennis wordt gebruikt. Zowel in de beleids- als onderzoekspraktijk is ruimte nodig voor een verbrede kijk op de functie van beleidsevaluatie om lerend evalueren toe te kunnen passen.


Lisa Verwoerd
Lisa Verwoerd is werkzaam bij het Athena Instituut, Vrije Universiteit Amsterdam, en het Planbureau voor de Leefomgeving te Den Haag.

Pim Klaassen
Pim Klaassen is werkzaam bij het Athena Instituut, Vrije Universiteit Amsterdam.

Barbara J. Regeer
Barbara J. Regeer is werkzaam bij het Athena Instituut, Vrije Universiteit Amsterdam.
Article

Emotions and Vote Choice

An Analysis of the 2019 Belgian Elections

Tijdschrift Politics of the Low Countries, Aflevering 3 2020
Trefwoorden Belgium, elections, emotions, voting behaviour
Auteurs Caroline Close en Emilie van Haute
SamenvattingAuteursinformatie

    This article digs into the relationship between voters’ political resentment and their electoral choice in 2019 by focusing on the respondents’ emotions towards politics. Using the RepResent 2019 voter survey, eight emotions are analysed in their relation to voting behaviour: four negative (anger, bitterness, worry and fear) and four positive (hope, relief, joy and satisfaction). We confirm that voters’ emotional register is at least two-dimensional, with one positive and one negative dimension, opening the possibility for different combinations of emotions towards politics. We also find different emotional patterns across party choices, and more crucially, we uncover a significant effect of emotions (especially negative ones) on vote choice, even when controlling for other determinants. Finally, we look at the effect of election results on emotions and we observe a potential winner vs. loser effect with distinctive dynamics in Flanders and in Wallonia.


Caroline Close
Caroline Close is Assistant Professor at the Université libre de Bruxelles (Charleroi campus). Her research and teaching interests include party politics, representation and political participation from a comparative perspective. She has published her work in Party Politics, Political Studies, Parliamentary Affairs, The Journal of Legislative Studies, Representation, Acta Politica and the Journal of European Integration. She regularly contributes to research and publications on Belgian politics.

Emilie van Haute
Emilie van Haute is Chair of the Department of Political Science at the Université libre de Bruxelles (ULB) and researcher at the Centre d’étude de la vie politique (Cevipol). Her research interests focus on party membership, intra-party dynamics, elections, and voting behaviour. Her research has appeared in West European Politics, Party Politics, Electoral Studies, Political Studies, European Political Science and Acta Politica. She is co-editor of Acta Politica.
Artikel

Access_open Ethics work for good participatory action research

Engaging in a commitment to epistemic justice

Tijdschrift Beleidsonderzoek Online, september 2020
Auteurs Tineke Abma
SamenvattingAuteursinformatie

    Participatory and responsive approaches to research strive to be democratic, inclusive and impactful. Participatory researchers share a commitment to epistemic justice and actively engage citizens and users as well as other stakeholders in the co-creation of knowledge for social change. While more and more researchers and policymakers feel attracted to these approaches in practice, the normative ideals of social inclusion and justice are sometimes hard to realize, because of established interests, power relations and system requirements. In this article I argue that participatory researchers and evaluators have a moral responsibility to do ‘ethics work’. This is more than just following ethical principles and codes of conduct. ‘Ethics work’ entails the labour and effort one puts into recognizing ethically salient aspects of situations, developing oneself as a reflexive practitioner, paying attention to emotions and relationships, collaboratively working out the right course of action and reflecting in the company of critical friends. In this article I present the theory and ethics of participatory approaches, illustrate ethical issues and ethics work related to collaboration, politics and power, and share lessons based on ten years of practice in the field of health and social well-being.

    Vooraf

    Participatief actieonderzoek en responsieve evaluatie staan volop in de belangstelling bij beleidsmakers en onderzoekers. Dit type beleidsonderzoek en -evaluatie beoogt democratisch, inclusief én impactvol te zijn. Het gaat om onderzoek mét in plaats van óver mensen. En het is actiegericht: onderzoek wil bijdragen aan concrete oplossingen door met betrokkenen gezamenlijke (verbeter)acties te ontwikkelen in de praktijk, en daarop te reflecteren en van te leren. Dit alles met het oog op sociale inclusie. Het zijn mooie idealen, maar wat betekent dit in de alledaagse, vaak weerbarstige onderzoekspraktijk?

    Op 20 januari 2020 organiseerde prof. Abma daarover een symposium, getiteld ‘Responsive, Participatory Research: Past, Present and Future Perspectives’ (Vrije Universiteit, Amsterdam). De rode draad op het symposium was de vraag wat goed en ethisch verantwoord participatief onderzoek is, en wat dit vraagt van onderzoekers en beleidsmakers. Drie lezingen op deze conferentie zijn nadien omgewerkt tot essays om lezers van Beleidsonderzoek Online vanuit verschillende perspectieven beter kennis te laten maken met deze vorm van onderzoek:

    Prof. Weerman en haar team focussen in hun bijdrage op het zich in de praktijk ontwikkelende onderzoeksdesign en het inzetten van creatieve methoden om participatie te bevorderen. Ze gaan na welke kwaliteitscriteria aan participatief actieonderzoek worden gesteld en hechten daarbij met name aan eisen ten aanzien van participatie, samen leren en verschil maken (zie BoO juli 2021). Ze benadrukken het belang van creativiteit en flexibiliteit.

    Prof. Abma bespreekt in haar artikel de normatieve dimensies en de ethiek van participatief actieonderzoek (zie BoO september 2020). Ze illustreert met een voorbeeld uit de crisishulpverlening aan GGZ-cliënten dat participatief actieonderzoek niet slechts een methodisch-technische exercitie is, maar een sociaal-politiek proces waarbij bestaande machtsverhoudingen verschuiven om ruimte te geven aan nieuwe stemmen en kennis. Dit omvat het zien van en stilstaan bij ethisch saillante dilemma’s en morele reflectie.

    De bijdrage van prof. Cook (zie BoO februari 2021) gaat over de weerbarstige praktijk van participatief actieonderzoek. Het doel is samen leren en voorbij geijkte oplossingen komen. Zij laat zien dat dit uitdagend is voor professionals die geconfronteerd worden met burgers die feedback geven en vragen om het (deels) loslaten van vaststaande professionele kaders. Er ontstaat dan ongemak en onzekerheid, maar zo beoogt en laat Cook overtuigend zien, deze ‘mess’ (niet meer goed weten wat goed en nodig is) is productief om te komen tot hernieuwde inzichten en innovaties.

    (Introductietekst opgesteld door prof. T. Abma)


Tineke Abma
Tineke A. Abma is Professor Participation & Diversity Amsterdam University Medical Centres, Amsterdam, and Executive Director of Leyden Academy on Vitality and Ageing, Leiden.
Vrij artikel

Evalueren en leren van ICT-projecten

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 2 2020
Trefwoorden evaluation, evaluation methods, IT-projects, learning, content analysis
Auteurs Dr. Wouter Bronsgeest en Prof. dr. ir. Rex Arendsen
SamenvattingAuteursinformatie

    Governmental IT-projects regularly make the news due to issues about the quality of end results, planning or costs. The Elias report, which is based upon a Parliamentary Inquiry, recommends to evaluate more and learn from the outcomes of these evaluations. However, the report does not give guidance on how to evaluate. The question thus remains: what constitutes a good evaluation of governmental ICT-projects, and what characteristics should be addresses in evaluation research. After careful study of various scientific disciplines, the researchers developed an extensive reference model, including additional suggestions for defining methods, the evaluation process, and criteria on how to evaluate an evaluation. After using this reference model in a content-analytical document analysis, it became clear that many evaluation reports are not being shared with other professionals or practitioners, that reports often lack a specifically formulated research question, and that conclusions and additional reflections are limited. There is room for considerable improvement in the evaluation of ICT-projects.


Dr. Wouter Bronsgeest
Dr. W.L. Bronsgeest is verbonden aan het Center for eGovernment Studies (CFES) van de Universiteit Twente, en duovoorzitter van de Koninklijke Nederlandse Vereniging van ICT- en Informatieprofessionals (KNVI). Hij is tevens werkzaam als lid van het managementteam van de Directie IV van de Belastingdienst.

Prof. dr. ir. Rex Arendsen
Prof. dr. ir. R. Arendsen is als hoogleraar Maatschappelijke en historische context van belastingrecht verbonden aan de Universiteit Leiden. Hij is tevens werkzaam als adviseur bij het Centre for Tax Policy and Administration bij de OESO in Parijs.
Dossier

Access_open Waarde van werk in Nederland: de rol van de organisatie

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 2 2020
Trefwoorden Employers, job quality, Organisations, Satisfaction, value of work
Auteurs Dr. Wieteke Conen en Prof. dr. Paul de Beer
SamenvattingAuteursinformatie

    In recent scientific and policy discourses, the centre of attention is increasingly geared towards the value and quality of work – as opposed to a prior occupation with the quantity of work. Whereas the dominant focus seems to be on (aspects of) the individual job, this contribution aims to embed the worker into the organisational context and highlight the (potential) role of organisations. We examine whether the value of work – beyond individual and job characteristics – is affected by (a) characteristics of the organisation, (b) mutual investments or the relation between employees and employers and (c) the extent to which employees can realise their values within an organisation. To that end, we analyse survey data from the Value of Work Monitor 2019. Our findings show that not only the characteristics of the employment relationship, but also the organisational context and realisation of workers’ values have a significant effect on the evaluation of one’s job. Amongst others, the composition of the workforce, autonomy and intensity, facilities for lifelong learning and workers’ embeddedness in the organisation all have a significant effect on outcomes. We conclude that the discussion on value and quality of work deserves a more active role from the side of employers.


Dr. Wieteke Conen
Dr. Wieteke Conen is werkzaam als onderzoeker bij AIAS-HSI, Universiteit van Amsterdam.

Prof. dr. Paul de Beer
Prof. dr. Paul de Beer is hoogleraar arbeidsverhoudingen bij AIAS-HSI, Universiteit van Amsterdam.
Vrij artikel

20 jaar Verantwoordingsdag: Inzicht voor Kamercommissies

Hoe inhoudsanalyse inzicht geeft in prestatiegegevensgebruik door Kamerleden

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 1 2020
Trefwoorden performance information, accountability, Parliament, annual reports, Performance-based Budgeting
Auteurs Dr. Sjoerd Keulen
SamenvattingAuteursinformatie

    The 20th Accountability Day of the Netherlands House of Representatives is a fitting occasion to investigate whether Dutch Members of Parliament use performance information (PI). Performance information used by managers and politicians is a basic assumption for managing and guiding Performance-based Budgeting. Ironically, based on a literature review on performance use, we know that politicians and especially parliamentarians do not use performance information for decision making or scrutiny. This is specifically so when PI reports are long. Using the framework of accountability of Bovens (2007) and using content analysis of the questions, motions and debates of the Standing Committees on the annual reports, this article shows that MPs use performance information in all phases (informing, debating, sanctions). Contradicting earlier research on parliamentarians, we found that they use annual reports and reports of the Court of Audit as their main sources in the debates. This article shows that the use of PI in parliament is steadily rising. The growing importance of performance information for accountability is further illustrated by the strengthening of the accountability forum.


Dr. Sjoerd Keulen
Dr. S.J. Keulen is onderzoeker bij de Algemene Rekenkamer en universitair docent Bestuurskunde aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Vrij artikel

Weinig consistent, beperkt zelfkritisch

De uitwerking van de beleidsconclusie binnen de rijksverantwoording

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 4 2019
Trefwoorden accountability, policy evaluation, policy conclusion
Auteurs Bram Faber MA en Dr. Tjerk Budding
SamenvattingAuteursinformatie

    The Dutch central government has a long history in its search to meaningfully present policy effects. One of the instruments that was developed to this end is the Policy Conclusion (beleidsconclusie). This part of the annual report, which has been mandatory since 2013, should provide a judgement for every policy article on its results in the year 2017. To what extent has the Policy Conclusion been successful in its aims? And how do various governmental departments give substance to it? For this article, all policy conclusions that were composed for the most recent reporting year were examined. Among others, our analysis shows that departments differ greatly in their interpretation of what the Policy Conclusion should include, such as the usage of sources and the way in which intended results are (re)addressed. In addition, it was found in the Policy Conclusions that a tendency exists to put a strong focus on positive outcomes.


Bram Faber MA
A.S.C. Faber MA is promovendus bij het Zijlstra Center van de Vrije Universiteit Amsterdam.

Dr. Tjerk Budding
Dr. G.T. Budding is opleidingsdirecteur van de public controllersopleidingen van het Zijlstra Center van de Vrije Universiteit Amsterdam.
Thema-artikel

Van procedure naar praktijk

Inzet op effectieve onafhankelijkheidsborging bij het Planbureau voor de Leefomgeving

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 4 2019
Trefwoorden policy research organizations, research independence, political pressure, coping strategies, independence safeguards
Auteurs Dr. Femke Verwest, Dr. Eva Kunseler, Dr. Paul Diederen e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    If the stakes are high, policy researchers can find themselves under strong pressures from politicians or policy makers to compromise on issues like scope of a research project, research methodology, reporting, framing and interpretation of results, and timing of publication. Research organizations experiment with various formal and informal arrangements to cope with such pressures and guard their independence.
    This article describes six coping strategies that are being explored by the Netherlands Environmental Assessment Agency (PBL). These are: i) taking control in determining the project scope and the research questions; ii) making responsibilities explicit and guarding respective roles; iii) installing a broad based societal project advisory group; iv) having some researchers in a project that interact with stakeholders, while keeping others at a distance; v) having a differentiated communications strategy; vi) being fully transparent as to hypotheses and uncertainties regarding data and models.
    Safeguarding independence in research through formal rules and provisions is generally insufficient to protect research from undue stakeholder influence. Also changes in labor routines, relationship management and organizational cultures are needed, not only on the researcher side, but on the stakeholder side as well. This calls for dialogue and joint learning processes.


Dr. Femke Verwest
Dr. F. Verwest is plaatsvervangend sectorhoofd bij het Planbureau voor de Leefomgeving.

Dr. Eva Kunseler
Dr. E.M. Kunseler is wetenschappelijk medewerker bij het Planbureau voor de Leefomgeving.

Dr. Paul Diederen
Dr. P.J.M. Diederen is coördinator bij het Rathenau Instituut.

Dr. Patricia Faasse
Dr. P.E. Faasse is senior onderzoeker bij het Rathenau Instituut.
Thema-artikel

Positieve beleidsevaluatie: hoe evaluatieonderzoek kan bijdragen aan beter beleid

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 3 2019
Trefwoorden positive public administration, positive evaluation, positive psychology, success, policy oriented learning
Auteurs Dr. Peter van der Knaap en Dr. Rudi Turksema
Samenvatting

    New insights from the field of positive psychology led to the insight that people learn more effectively from positive feedback. Policy evaluation aims to improve public policy programmes through contributing to both accountability and learning. This ambiguous ambition has contributed to a considerable body of research into the impact of policy evaluation. Too often the conclusion is that the outcomes of policy evaluations – which are often negative by nature – are sparsely used by policy makers. This has led to series of improvements in the way we carry out evaluations. First through technical improvements and then by more responsive approaches. Both have not led to the desired breakthrough. Building on a number of positive evaluation studies, we advance a more positive approach in policy evaluation. Focussing on the successes in policy programmes rather than on its failures may contribute to evaluation impact. Consequently, we think a more positive, appreciative approach and using data to find success in policy making is necessary for policy evaluators to be more effective. This article presents practical examples of positive policy evaluations and successful use of data in the domain of policy evaluation.


Dr. Peter van der Knaap

Dr. Rudi Turksema
Thema-artikel

Positieve bestuurskunde: een Europese Minnowbrook (EPPA I)

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 3 2019
Trefwoorden Positive Public Administration, European research, research agenda, societal impact
Auteurs Prof. dr. Geert Bouckaert
Samenvatting

    Geert Bouckaert reflects on the ambitions of Positive Public Administration within the larger European research agenda for public administration.


Prof. dr. Geert Bouckaert

    Overheidsbeleid heeft steeds meer te maken met digitalisering en data-ificering van de samenleving en het menselijk gedrag. Dat betekent uitdagingen voor beleidsevaluatoren. In dit artikel gaat het om éen van de daarmee gepaard gaande verschijnselen: Big Data en Artificiële Intelligentie (BD/AI). Het artikel stelt, na erop gewezen te hebben dat de evaluatieprofessie langere tijd niet erg actief op digitaal gebied is geweest, ten eerste de vraag wat BD/AI te bieden hebben aan evaluatieonderzoek van (digitaal) beleid. Vijf toepassingsmogelijkheden worden besproken die de kwaliteit, bruikbaarheid en relevantie van evaluatieonderzoek kunnen bevorderen. De tweede vraag is wat evaluatieonderzoek te bieden heeft, als het gaat om het analyseren/onderzoeken van de betrouwbaarheid, validiteit en enkele andere aspecten van Big Data en AI. Ook daar worden verschillende mogelijkheden (en moeilijkheden) geschetst. Naar het oordeel van de schrijver is het enerzijds dienstig (meer) gebruik te maken van BD/AI in evaluatieonderzoek, maar doen onderzoekers er ook goed aan (meer) aandacht uit te laten gaan naar: de assumpties die aan BD/AI ten grondslag liggen (inclusief het ‘black box’-probleem); de validiteit, veiligheid en geloofwaardigheid van algoritmes; de bedoelde en onbedoelde consequenties van het gebruik ervan; én de vraag of de claims dat digitale interventies die mede gebaseerd zijn op BD/AI effectief (of effectiever zijn dan andere), onderbouwd en valide zijn.


Frans L. Leeuw
Frans L. Leeuw (socioloog) is hoogleraar Recht, Openbaar Bestuur en Sociaalwetenschappelijk onderzoek aan Maastricht University. Eerder was hij o.a. directeur WODC, Hoofdinspecteur Hoger Onderwijs Onderwijsinspectie, hoogleraar evaluatieonderzoek Universiteit Utrecht, directeur doelmatigheidsonderzoek Algemene Rekenkamer en decaan Humanities Open Universiteit. Hij bereidt een boekje voor over 125 jaar empirisch-juridisch onderzoek, inclusief de nieuwste loot: digitaal empirisch-juridisch onderzoek. Eerdere publicaties handelden over diverse onderwerpen met als rode draden evaluatieonderzoek, theorieën, gedragsmechanismen, benutting van onderzoek en juridische thema’s.

    Access to affordable, decent and secure housing is under increasing pressure in countries across the world, especially in burgeoning cities. This results in displacement, exclusion and increasing housing cost burdens. This theme issue consists of a collection of papers that approach inequality on urban housing markets from different angles. In this introduction to the special issue, we provide a framework to understand these various dimensions of inequality and their interconnectedness. We identify three scales of inequality: First, at the abstract level of housing systems, market developments and housing policies contribute to increasing housing costs and a reduction in affordable housing units. Second, at the urban level we identify increasing spatial segregation between populations as well as the intertwined trends of intensifying gentrification and suburbanization of poverty. Third, at the everyday level we can identify a loss of belonging among long-term residents of changing (gentrifying) neighbourhoods, while other residents may appreciate change. This also fosters the potential for conflict and poses new challenges to professionals dealing with families in situations of poverty. We argue that emerging inequalities at these different scales need to be considered as interconnected.


Dr. Cody Hochstenbach
Dr. Cody Hochstenbach is secretaris van de redactie van Beleid en Maatschappij.

Dr. Nanke Verloo
Dr. Nanke Verloo is lid van de redactie van Beleid en Maatschappij.
Artikel

Leren en werken voor vluchtelingen: beleid en interventies in drie grote gemeenten.

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 1 2019
Trefwoorden Refugees, Asylum seekers, Labour market integration, Participation, Local integration policies
Auteurs Dr. Jeanine Klaver, Prof. dr. Jaco Dagevos, Dr. Rianne Dekker e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Municipalities have increasingly adjusted their policies in order to better respond to the problematic social and economic participation of permit holders. The core elements within the chosen policies seem to consist of an early activation, combining language and professional training, and providing customization in the support of these newcomers. In this article, this policy change has been studied in the municipalities of Amsterdam, Rotterdam and Utrecht. It becomes clear that a more successful approach only succeeds when permit holders are offered additional and tailored support. For all three municipalities, this means that more permit holders are reached by the available support measures and that local policy makers can better respond to individual needs and possibilities. In addition, these municipalities pay more attention for sustainable labour market participation. At the same time, it is evident that no rapid successes are being made with this new course. In particular, more vulnerable permit holders, including those with low levels of education and women, are not always reached by municipalities. We also see that many of these newcomers must be supported for a long time, even if after have found a place on the labour market. Therefore, evidence suggests that without additional measures there is a good chance that the perspective on social and economic participation for many permit holders in the Netherlands will be extremely limited.


Dr. Jeanine Klaver
Dr. Jeanine Klaver werkt bij Regioplan Beleidsonderzoek.

Prof. dr. Jaco Dagevos
Prof. dr. Jaco Dagevos werkt bij de Erasmus Universiteit Rotterdam en het Sociaal en Cultureel Planbureau.

Dr. Rianne Dekker
Dr. Rianne Dekker werkt bij de Universiteit Utrecht.

Dr. Karin Geuijen
Dr. Karin Geuijen werkt bij de Universiteit Utrecht.

Dr. Arend Odé
Dr. Arend Odé werkt bij Regioplan Beleidsonderzoek.
Artikel

Het vernieuwde toezicht in het onderwijs

Hooggespannen verwachtingen van kwaliteitszorg, bestuurskracht en maatwerk

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 4 2018
Trefwoorden Inspectorate of Education, Renewed customized work approach, Policy Theory, Effects, Supervision
Auteurs Dr. Marlies Honingh, Prof. dr Melanie Ehren en Dr. Cor van Montfort
Samenvatting

    This paper presents the policy theory of the Dutch Inspectorate of Education’s 2017 framework. The framework includes a set of indicators and working methods for the inspections of school boards which are expected to lead to improved quality and organizational learning of the schools and colleges within each board’s portfolio. Inspection feedback, quality assurance, stakeholder involvement and governance are the key mechanisms through which customized inspections are assumed to affect change. These customized inspections start from a set of legal requirements schools and colleges have to meet, but add inspections modules which are agreed on with each school board at the start of an inspection visit. As these inspections are currently being implemented, there is no evidence yet on the validity of these assumptions.


Dr. Marlies Honingh

Prof. dr Melanie Ehren

Dr. Cor van Montfort
Artikel

Naar bestuursgericht toezicht in de zorg: een zoektocht naar passendheid

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 4 2018
Trefwoorden healthcare governance, management-oriented regulation, experimenting, recoupling, reflective regulation
Auteurs Dr. Annemiek Stoopendaal en Dr. Hester van de Bovenkamp
Samenvatting

    In this article, we discuss how regulation of governance in healthcare has been shaped over the past decade. We describe the presuppositions under this movement. Searching and balancing was needed to meet the complexity of care management. This has to do with the fact that the external pressure on the regulator after incidents is high. Due to this pressure, it is necessary to constantly ensure that management-oriented regulation does not narrow to the supervision on the actor with final responsibility. The regulation of good governance requires reflectivity of the inspectors and is aimed at stimulating recoupling between management and shop floors. This requires space for experimentation for both managers and inspectors. To provide this space, we do not only need a political and social debate about the quality of care and its management, but also attention and appreciation for the difficult considerations of organizing care.


Dr. Annemiek Stoopendaal

Dr. Hester van de Bovenkamp
Toont 1 - 20 van 46 gevonden teksten
« 1 3
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.