Zoekresultaat: 32 artikelen

x

    Overheidsbeleid heeft steeds meer te maken met digitalisering en data-ificering van de samenleving en het menselijk gedrag. Dat betekent uitdagingen voor beleidsevaluatoren. In dit artikel gaat het om éen van de daarmee gepaard gaande verschijnselen: Big Data en Artificiële Intelligentie (BD/AI). Het artikel stelt, na erop gewezen te hebben dat de evaluatieprofessie langere tijd niet erg actief op digitaal gebied is geweest, ten eerste de vraag wat BD/AI te bieden hebben aan evaluatieonderzoek van (digitaal) beleid. Vijf toepassingsmogelijkheden worden besproken die de kwaliteit, bruikbaarheid en relevantie van evaluatieonderzoek kunnen bevorderen. De tweede vraag is wat evaluatieonderzoek te bieden heeft, als het gaat om het analyseren/onderzoeken van de betrouwbaarheid, validiteit en enkele andere aspecten van Big Data en AI. Ook daar worden verschillende mogelijkheden (en moeilijkheden) geschetst. Naar het oordeel van de schrijver is het enerzijds dienstig (meer) gebruik te maken van BD/AI in evaluatieonderzoek, maar doen onderzoekers er ook goed aan (meer) aandacht uit te laten gaan naar: de assumpties die aan BD/AI ten grondslag liggen (inclusief het ‘black box’-probleem); de validiteit, veiligheid en geloofwaardigheid van algoritmes; de bedoelde en onbedoelde consequenties van het gebruik ervan; én de vraag of de claims dat digitale interventies die mede gebaseerd zijn op BD/AI effectief (of effectiever zijn dan andere), onderbouwd en valide zijn.


Frans L. Leeuw
Frans L. Leeuw (socioloog) is hoogleraar Recht, Openbaar Bestuur en Sociaalwetenschappelijk onderzoek aan Maastricht University. Eerder was hij o.a. directeur WODC, Hoofdinspecteur Hoger Onderwijs Onderwijsinspectie, hoogleraar evaluatieonderzoek Universiteit Utrecht, directeur doelmatigheidsonderzoek Algemene Rekenkamer en decaan Humanities Open Universiteit. Hij bereidt een boekje voor over 125 jaar empirisch-juridisch onderzoek, inclusief de nieuwste loot: digitaal empirisch-juridisch onderzoek. Eerdere publicaties handelden over diverse onderwerpen met als rode draden evaluatieonderzoek, theorieën, gedragsmechanismen, benutting van onderzoek en juridische thema’s.
Artikel

Access_open Sociale cohesie in gentrificerende arbeiderswijken van Amsterdam-Noord

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 3 2019
Trefwoorden Gentrification, Bridging capital, Bonding capital, Amsterdam North, Public familiarity
Auteurs Dr. Linda van de Kamp en Dr. Saskia Welschen
SamenvattingAuteursinformatie

    We analyze how ‘original’ residents in different gentrifying working class areas in Amsterdam North experience and evaluate the changes in their neighborhood in terms of social cohesion – in other words, whether they feel at home in their changing neighborhood and whether they feel connected to other residents. Policy interventions often focus on establishing connections between residents with different socioeconomic or cultural backgrounds, in order to stimulate mutual understanding. An underlying policy aim is to uplift vulnerable original residents through contact with higher income groups. Based on our empirical data, we critically assess the concept of ‘bridging capital’ (Putnam, 2000) that underpins several of the social activities that are organized in areas such as the ones in our study. Subsequently, we discuss the importance of ‘bonding capital’ or the sense of interconnectedness and strong ties amongst original residents. Our empirical data – based on both interviews and participatory observation – suggest that activities within the ‘own’ community contribute importantly to feelings of belonging in the neighborhood. In the final section of the article, we discuss how different types of local meeting places offer opportunities for ‘lighter’ forms of interactions without aiming directly at strong connections between differently positioned neighborhood residents.


Dr. Linda van de Kamp
Dr. Linda van de Kamp is werkzaam aan de afdeling Sociologie van de Universiteit van Amsterdam.

Dr. Saskia Welschen
Dr. Saskia Welschen is senior onderzoeker aan de Hogeschool van Amsterdam en zelfstandig onderzoeker.
Article

Fiscal Consolidation in Federal Belgium

Collective Action Problem and Solutions

Tijdschrift Politics of the Low Countries, Aflevering 2 2019
Trefwoorden fiscal consolidation, fiscal policy, federalism, intergovernmental relations, High Council of Finance
Auteurs Johanna Schnabel
SamenvattingAuteursinformatie

    Fiscal consolidation confronts federal states with a collective action problem, especially in federations with a tightly coupled fiscal regime such as Belgium. However, the Belgian federation has successfully solved this collective action problem even though it lacks the political institutions that the literature on dynamic federalism has identified as the main mechanisms through which federal states achieve cooperation across levels of government. This article argues that the regionalization of the party system, on the one hand, and the rationalization of the deficit problem by the High Council of Finance, on the other, are crucial to understand how Belgium was able to solve the collective action problem despite its tightly coupled fiscal regime and particularly high levels of deficits and debts. The article thus emphasizes the importance of compromise and consensus in reducing deficits and debts in federal states.


Johanna Schnabel
School of Politics and International Relations, University of Kent, Rutherford College, Canterbury CT2 7NX, United Kingdom.
Thema-artikel ‘Uitgesproken Bestuurskunde’

Van wie is de verzorgingsstaat?

Bestuurskunde als zelfbestuurskunde

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 2 2019
Trefwoorden institutional analysis, common-pool resources, welfare state, self-governance
Auteurs Prof. dr. Menno Fenger
Samenvatting

    The work of Elinor Ostrom suggests that under certain conditions local communities are better able to sustainably manage so-called common pool resources than an external party such as government. In this article I explore whether and to what extent those conditions also apply to the governance of the Dutch welfare state. I show that in the current participation society there are numerous examples in which self-governance seems to be successful and in which Ostrom’s conditions seem to play an important role. On that basis, I come to the conclusion that citizens – under certain institutional conditions – may be better able to resolve social problems among themselves than through external interventions. This requires a shift from public administration to self-administration.


Prof. dr. Menno Fenger
Thema-artikel ‘Uitgesproken Bestuurskunde’

Gedragen gedragsverandering

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 2 2019
Trefwoorden public administration, public management, psychology, behavioral public administration, behavior change, design science
Auteurs Prof. dr. Lars Tummers
Samenvatting

    Changing behavior is often necessary to tackle societal problems. Governments can change behavior via economic incentives (such as subsidies for electric cars), bans/mandates (such as prison sentences for drug smuggling), communication (for example information campaigns) and nudges (for example, being a donor by default). However, the government should not be a manipulator that applies the latest behavioral tricks without societal support. Public administration research shows that support cannot be taken for granted. If there is no support for behavioral change, well-intended interventions can even be counterproductive. I therefore develop a model for supported behavioral change. I provide five criteria that indicate when there is supported behavioral change: if the behavioral change is both effective (1) and efficient (2), and when there is support for behavioral change among politicians (3), among implementing organizations (4), and among citizens (5).


Prof. dr. Lars Tummers
Artikel

Leren en werken voor vluchtelingen: beleid en interventies in drie grote gemeenten.

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 1 2019
Trefwoorden Refugees, Asylum seekers, Labour market integration, Participation, Local integration policies
Auteurs Dr. Jeanine Klaver, Prof. dr. Jaco Dagevos, Dr. Rianne Dekker e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Municipalities have increasingly adjusted their policies in order to better respond to the problematic social and economic participation of permit holders. The core elements within the chosen policies seem to consist of an early activation, combining language and professional training, and providing customization in the support of these newcomers. In this article, this policy change has been studied in the municipalities of Amsterdam, Rotterdam and Utrecht. It becomes clear that a more successful approach only succeeds when permit holders are offered additional and tailored support. For all three municipalities, this means that more permit holders are reached by the available support measures and that local policy makers can better respond to individual needs and possibilities. In addition, these municipalities pay more attention for sustainable labour market participation. At the same time, it is evident that no rapid successes are being made with this new course. In particular, more vulnerable permit holders, including those with low levels of education and women, are not always reached by municipalities. We also see that many of these newcomers must be supported for a long time, even if after have found a place on the labour market. Therefore, evidence suggests that without additional measures there is a good chance that the perspective on social and economic participation for many permit holders in the Netherlands will be extremely limited.


Dr. Jeanine Klaver
Dr. Jeanine Klaver werkt bij Regioplan Beleidsonderzoek.

Prof. dr. Jaco Dagevos
Prof. dr. Jaco Dagevos werkt bij de Erasmus Universiteit Rotterdam en het Sociaal en Cultureel Planbureau.

Dr. Rianne Dekker
Dr. Rianne Dekker werkt bij de Universiteit Utrecht.

Dr. Karin Geuijen
Dr. Karin Geuijen werkt bij de Universiteit Utrecht.

Dr. Arend Odé
Dr. Arend Odé werkt bij Regioplan Beleidsonderzoek.
Artikel

Stap voor stap

Statushouders over initiatieven voor arbeidstoeleiding in enkele Nederlandse gemeenten

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 1 2019
Trefwoorden Refugees, Refugees with residence permit, Trajectories to work, Job guidance, Labour market participation
Auteurs Dr. Monique Stavenuiter en Dr. Merel Kahmann
SamenvattingAuteursinformatie

    The groups studied for this article came to the Netherlands as asylum-seekers, mostly from Syria and Eritrea. After receiving a residence permit it has been difficult for them to find paid work. In recent years many municipalities in the Netherlands developed initiatives to support refugees seeking work. In this article we describe two of such interventions: Vluchtelingen Investeren in Participeren (Refugees Invest in Participation), a nationwide initiative of VluchtelingenWerk Nederland, and NVA Werktrajecten (Trajectories to Work), carried out by a local organisation for integration and participation of refugees. We studied VIP in nine municipalities in the eastern part of the Netherlands and NVA Werktrajecten in the Dutch municipality of Amersfoort. We have focused on the perspective of the participants taking part in the initiatives. The research questions addressed are: How did the participants experience the interventions and how did the interventions meet up to their needs in their search to paid work? We describe the experiences of the participants during several steps in the trajectories, such as obtaining practical skills, practising oral and written presentations, meeting employers during the training and in the workplace, and gaining work experience. The article is based on sixty in depth interviews with refugees.


Dr. Monique Stavenuiter
Dr. Monique Stavenuiter is hoofd van de onderzoeksgroep maatschappelijke participatie en senior onderzoeker aan het Verwey-Jonker Instituut.

Dr. Merel Kahmann
Dr. Merel Kahmann is zelfstandig onderzoeker, Vogelperspectief Onderzoek & Praktijk.

    Civil servants at the Dutch authorities increasingly make use of behavioural insights in the policy process. These insights are primarily put on the agenda at the level of the national government in the Netherlands. However, they also seem to be particularly useful at the local level. After all, behaviour-conscious policy focuses on behavioural change through the redesign of the direct environments of citizens, and local authorities have a clear view and control over these environments. In the light of this potential, this article explores the current rise and institutionalization of behavioural expertise in local government. The work practices of local behavioural experts are examined on the basis of three dimensions of local government: positioning, practices and politics. The findings show that local behavioural experts are still in an experimental and start-up phase, but at the same time are already working with a wealth of behavioural assignments. In doing so, they deal tactically with scarce resources, resistance and abrasive institutional logics. The article shows that behavioural insights and designs are also promising in local government, that a local administrative landscape of behavioural expertise is already being developed; and that making meters in the field of behavioural expertise calls for several forms of coordination.


Joram Feitsma MSc
J.N.P. Feitsma MSc is promovendus bij het Departement Bestuurs- en Organisatiewetenschap van de Universiteit Utrecht. Hij studeerde bestuurs- en organisatiewetenschap en filosofie aan de Universiteit Utrecht en de Washington University in Saint Louis.
Artikel

Diversiteit in bestuurskundig perspectief

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 4 2018
Trefwoorden diversity perspectives, interventions, public sector, business case, binding
Auteurs Dr. Saniye Çelik
Samenvatting

    In practice, diversity interventions do not always appear to be effective. One argument is that there is little or no match between the perspectives of public organizations on diversity and the interventions used. This article provides an overview of the underlying rationales for diversity policy and discusses the perspectives on diversity from the diversity literature, HRM, and management literature and how these overlap, complement each other and differ from each other. What these perspectives have in common is that they all emphasize the added value of diversity. In the diversity literature, the emphasis is on the four perspectives equality, legitimacy, creativity, and the labour market. HRM literature focusses on managing differences. In public administration, there is a shift from active representation by individuals to connecting by all employees. Furthermore, the binding perspective is gaining more and more importance in the public domain because it may be possible to close the gap between the government and its citizen. This perspective emphasizes the importance of the long-term relationship with citizens to strengthen the trust of citizens in the government for realizing social tasks and responsibilities. It makes diversity an issue for all employees. For Hassan and Havva, and also for Hans and Hanna.


Dr. Saniye Çelik
Research Note

Parlementarisering als tweerichtingsverkeer

Een verklaring voor voorafgaande parlementaire consultatie bij militaire operaties

Tijdschrift Res Publica, Aflevering 4 2018
Auteurs Daan Fonck en Yf Reykers
Auteursinformatie

Daan Fonck
Daan Fonck is doctoraatsonderzoeker aan het Leuven International and European Studies instituut (KU Leuven). Zijn onderzoek richt zich op de parlementaire diplomatie van het Europees Parlement, en bij uitbreiding de parlementaire controle van buitenlands en veiligheidsbeleid. Zijn werk werd gepubliceerd in tijdschriften als Cooperation and Conflict, Parliamentary Affairs, Contemporary Security Policy en Journal of Common Market Studies.

Yf Reykers
Yf Reykers is assistent-professor aan de faculty of Arts and Social Sciences van de Universiteit Maastricht. Hij is eveneens postdoctoraal onderzoeker van het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek (FWO) Vlaanderen, met een project getiteld ‘Political Oversight of EU Military Forces’. Voordien was hij postdoctoraal onderzoeker aan het Leuven International and European Studies instituut (KU Leuven), waar hij ook zijn doctoraat behaalde in 2017. Zijn onderzoek richt zich op multinationale militaire operaties, snelle responsmechanismen en interorganisationele relaties in vrede en veiligheid. Zijn werd werd onder andere gepubliceerd in tijdschriften als Contemporary Security Policy, European Security, International Peacekeeping en Parliamentary Affairs.
Artikel

Verkeer als stelsel met stelselverantwoordelijkheid voor veiligheid?

Naar een moderne governance opvatting van ‘co-responsibility’ bij stelsels

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 1 2018
Trefwoorden traffic safety, systems approach, governance, co-responsibility
Auteurs Dr. mr. Dick Ruimschotel
Samenvatting

    Lack of safety leading to death or injury has many aspects: personal violence, traffic, accidents at home or the work place, not to mention other external sources as radiation and fine dust or internal sources like diseases. In this paper we restrict ourselves to the lack of safety in traffic as a system, and address the following questions: (1) Is traffic a system with one dominant responsible actor (Ministry of Traffic)? (2) What explanations are offered for the lack of safety? (3) Who is responsible for safety? (4) What sort of interventions are suitable for enhancing safety? and (5) What type of process/consultancy is most appropriate for answer the preceding questions?
    The paper arrives at its conclusions via an indirect way, namely a short analysis of what a system comprises and what constitutes an explanation, responsibility and effectiveness. It appears that we are all causally involved in the lack of safety, and we are all responsible at all levels of society: micro-individual, meso-organizational and macro-societal. Therefore a promising route to maximize safety is a governance perspective comprising multiple stakeholder co-responsibility. It remains to be seen whether this perspective should replace the predominant command and control governance or complement it.


Dr. mr. Dick Ruimschotel
Artikel

Verantwoordelijkheid en voorzorg bij ‘de overgewichtepidemie’

Onzekerheid en transparantie bij preventief leefstijlbeleid

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 1 2018
Trefwoorden prevention, precaution, lifestyle policy, obesogenic society, obesity epidemic
Auteurs Dr. Roel Pieterman
Samenvatting

    Since the start of the 21st century, most nations have followed the lead of the World Health Organization and developed specific policies to tackle the ‘global obesity epidemic’. The medical reasoning is that non-contagious diseases are the most important causes of mortality and morbidity, especially in prosperous nations. As these diseases are conceptualized as ‘caused’ by ‘unhealthy lifestyle choices’, there is dire need for preventive lifestyle policies that help people make ‘the healthy choice’. Seen from this perspective the distribution of responsibilities between governments and their citizens is made in accordance to the ‘intervention ladder’, which has been developed from a stewardship model.
    Regarding the ‘obesity epidemic’, this contribution tests the basic medical claims behind this science policy complex. We find that the knowledge base for these claims is highly uncertain and that interventions lack efficacy. Furthermore, research points to increased levels of stigmatization of ‘fat people’, leading more discrimination. All this changes the status of the policies from preventive (i.e. proportionate) to precautionary (i.e. disproportionate). Further analysis of the preventive medical and policy paradigms shows both are by default biased towards precaution. Combined with the notion that citizens of democratic societies are entitled to trustworthy and transparent information, this contribution concludes that a reorientation of both paradigms is called for.


Dr. Roel Pieterman
Artikel

Monitoring van sociale media: op weg naar een Brave New Democracy?

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 2 2017
Trefwoorden social media monitoring, democracy, responsiveness, privacy
Auteurs Dr. Arthur Edwards en Dr. Dennis de Kool
Samenvatting

    Social media monitoring is a topical and relevant phenomenon. It enables civil servants and politicians to gauge the sentiments voiced on social media, on the basis of which they are in a better position to take into account the wishes and needs of citizens. Social media monitoring is primarily used for rational and strategic purposes. In terms of democratic legitimacy, it may enhance the quality of the processes on the output side of the political system, i.e. authorities can be more responsive and can fine tune public policies. There also threats for the relation between citizens and government. When citizens communicate on networks they perceive as private, social media monitoring can be seen as an intrusion into their private sphere. This not only concerns individual privacy but also an interpersonal private sphere in terms of the right that people have to define a domain within which they can exchange experiences with peers. Transparency and accountability are therefore important conditions for the application of this instrument.


Dr. Arthur Edwards

Dr. Dennis de Kool

    Nationaal en internationaal staat onderzoek dat maatschappelijk relevant is, wetenschappelijk gezien hoge kwaliteit heeft, en zowel integer als efficiënt wordt uitgevoerd in de schijnwerpers. Het achterliggende idee is dat alleen zo de gewenste maatschappelijke impact kan worden bereikt. Door het bevorderen van verantwoorde onderzoekspraktijken, waarbij er onder andere expliciet aandacht is voor aspecten als stakeholderparticipatie, interdisciplinaire samenwerking, replicatie en systematische reviews, kunnen financiers of programmeurs van onderzoek hieraan bijdragen. In dit artikel wordt een overzicht gegeven van de wijze waarop ZonMw dat doet als kennisprogrammeur op het gebied van het gezondheidsonderzoek. Hiertoe is een toetsingskader ontwikkeld en toegepast op zestien lopende onderzoeksprogramma’s, dat ook voor andere domeinen en actoren betekenis heeft. Een belangrijke aanbeveling is dat ‘verantwoord programmeren’ een eigen kennisbasis behoeft om de toegevoegde waarde ervan te kunnen bepalen. Naast investeringen in metaonderzoek vraagt dat om een goede monitoring en informatievoorziening bij de kennisprogrammeur.


Wendy Reijmerink
Wendy Reijmerink is stafmedewerker Strategie en Innovatie bij ZonMw. Zij werkt aan een promotie over de maatschappelijke impact van publieke kennisprogrammering.

Wija Oortwijn
Wija Oortwijn is sectorleider Zorg bij Ecorys. Zij heeft jarenlange ervaring met evaluaties van beleid en onderzoeksprogramma’s alsmede impactanalyses op het terrein van de zorg.
Artikel

Systematisch leren van evalueren

Waarden, effectiviteit, onafhankelijkheid en kwaliteit als pijlers voor de brug tussen wetenschap en politiek

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 2 2016
Trefwoorden Policy, Evaluation, Accountability, Learning, Values
Auteurs Prof. Dr. André Knottnerus, Dr. Peter de Goede en Dr. Peter van der Knaap
Samenvatting

    Policy evaluation has two main functions: it should lead to policy oriented learning and facilitate accountability. Rendering account is considered an important democratic duty but is not very popular with politicians and, hence, public officials. Learning is popular, but in practice it is often difficult to organize or, indeed, witness.
    This contribution addresses the question how, in both functions, policy evaluation could be better utilized. As a starting point we the tension between scientific and political rationality and the barriers associated with these different worlds to the development of knowledge.
    As indispensable for sound and productive knowledge management in government the article outlines the importance of societal values, policy effectiveness as a research angle, and the independence of researchers at major evaluations. In addition, relevant research questions, high methodological quality, responsiveness, good timing, and clear and accessible reporting are indispensable. It is argued that these are by no means abstract notions but can be brought into real day-to-day practice.
    The conclusion is that a knowledge agenda for policy evaluation that is based on the search for effective policy interventions and societal values can help to bridge politics and science.


Prof. Dr. André Knottnerus

Dr. Peter de Goede

Dr. Peter van der Knaap

    In the safety domain important developments are currently taking place concerning the way in which administrative and tactical operations are dealt with in crises. It is characteristic for the approach that cooperation in chains and networks is increasingly needed to arrive at a suitable approach. In this essay, the authors analyse two subdomains in two concrete cases on how cooperation between several parties takes shape and functions. For that purpose, they differentiate between acute and non-acute crises. In the subdomain ‘acute crises’, they have chosen the case of the Dutch town Moerdijk (the fire at the Chemie-Pack company in 2011). In the subdomain of non-acute crises, they focus on community safety partnerships (‘Veiligheidshuizen’), especially on the community safety partnership in the Dutch province of Friesland (‘Veiligheidshuis Friesland’). In both subdomains the establishment of a good basic cooperation and leadership structure appears to be of prime importance. From there it is necessary to respond in a flexible manner (to be able to execute custom-made work). Within that framework, the capacity may develop to arrange a well-structured and effective cooperation at the operational level (ad hoc in acute crises), to monitor progress properly and to carry out targeted interventions if the developments in the situation ask for these interventions. A good knowledge of each other’s frame of reference is necessary to make this work, so that a maximum level of integration in the approach is achieved.


Dr. Jelle Dijkstra
Dr. J.H. Dijkstra is lector Persoonlijk Leiderschap & Innovatiekracht aan het Instituut voor Economie & Management (ECMA) van de NHL Hogeschool te Leeuwarden.

Dr. Marc Jacobs
Dr. M.A. Jacobs is voormalig districtschef bij de politiekorpsen Utrecht en Leeuwarden, senior docent en onderzoeker Integrale Veiligheid aan de Thorbecke Academie te Leeuwarden.

    Een lerende overheid heeft behoefte aan beleidsevaluaties die niet alleen van betekenis zijn voor het onderwerp waarop deze primair gericht zijn, maar ook bijdragen aan bredere, systematische opbouw van kennis en ervaring. Het interdepartementaal verbinden van expertise verruimt daarbij het zicht op factoren die het leren bevorderen of belemmeren.
    Een centrale vraag is of de door het beleid beoogde publieke belangen inderdaad bevorderd worden. Beleidsevaluatie moet dan niet alleen gericht zijn op effectiviteit en doelmatigheid ten aanzien van relatief gemakkelijk meetbare indicatoren, maar ook op lastig te kwantificeren essentiële waarden zoals subjectief welzijn, rechtvaardigheid en maatschappelijke aanvaardbaarheid. Het verdient aanbeveling kostbare evaluatie-energie te concentreren op belangrijke kwesties waarover vooraf discussie of onzekerheid bestaat.
    Uit een oogpunt van doelmatige beleidsvoorbereiding, en omdat de uitwerking van wetgeving en beleid ex post niet altijd eenvoudig is vast te stellen, is veel aandacht nodig voor ex ante evaluatie. Van onderzoek naar werkingsmechanismen van beleidsmaatregelen wordt in dit verband terecht veel verwacht.
    Er is sprake van een paradoxaal spanningsveld tussen verwetenschappelijking en politisering van beleid. Daarom is stevig verankerde, onafhankelijke en onpartijdige beleidsevaluatie onmisbaar. Hoge methodologische kwaliteit biedt extra houvast om deze functie geloofwaardig te kunnen vervullen.
    In het streven naar systematische opbouw van kennis en ervaring naast dossier-specifieke doelbereiking kan het helpen als evaluaties zowel een specifiek als een breder geldend algemeen deel bevatten. Belangrijk is ook te sturen op een evenwichtige evaluatieportfolio per beleidsterrein, met aandacht voor ex ante en ex post methoden, uiteenlopende waarden, en verschillende informatiebronnen. Naast best practices moet daarbij ook minder geslaagd beleid in beeld worden gebracht. Voor de bruikbaarheid van evaluaties voor de praktijk is goede vertegenwoordiging van het bottom-up perspectief noodzakelijk.
    Evaluatie van beleid vereist gedegen inbedding binnen de nationale kennisinfrastructuur, effectieve samenwerking met kennisinstellingen en het up-to-date houden van het evalueren zelf. Dat is cruciaal voor het evaluatievermogen van de lerende overheid.


André Knottnerus
André Knottnerus is voorzitter van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid en hoogleraar Huisartsgeneeskunde aan de Universiteit Maastricht.
Artikel

De therapeutische werking van slachtofferdeelname aan het strafproces

Een kritische beschouwing vanuit een psychotraumaperspectief

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 1 2015
Trefwoorden crime, Victims, procedural rights, Psychotrauma, Therapeutic
Auteurs Dr. mr. Maarten Kunst
SamenvattingAuteursinformatie

    Under the influence of international law, procedural rights for crime victims have been enormously expanded in the Netherlands in the last decades. Legislators often assume that such rights may have a therapeutic impact on those who use them. This paper discusses the course and nature of psychological problems which may arise in the aftermath of crime victimization to nuance this assumption. The author argues that participation in criminal justice procedures is most likely to have a positive impact on crime victims’ emotional well-being during the first weeks post victimization. Positive experiences with the criminal justice system during this phase may prevent some victims from developing significant mental health problems, because the course of this period determines whether one returns to pre-victimization levels of psychological functioning or not. Victims who still suffer psychologically from the effects of the crime afterwards will only benefit from professional mental health interventions. The author substantiates his argumentation with findings from a recent systematic literature review.


Dr. mr. Maarten Kunst
Dr. mr. Maarten Kunst is universitair docent criminologie aan het Instituut voor Strafrecht & Criminologie, faculteit der Rechtsgeleerdheid, Universiteit Leiden.
Artikel

Door het glazen plafond

Naar effectieve maatregelen voor meer vrouwen in de top

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 1 2015
Trefwoorden gender equality, glass ceiling, diversity management, Interventions, organisational behavior
Auteurs Drs. Ans Merens, Drs. Wilma Henderikse en Dr. Babette Pouwels
SamenvattingAuteursinformatie

    Although in many Western European countries women have entered the workforce in large numbers this has not resulted in an equal representation in senior positions. Little is known about how organizational policies could be changed and what initiatives have proven to be effective in raising the number of women in the top of organizations. This article examines the effectiveness of measures taken by organizations to increase the number of women in senior management positions. We have reviewed literature regarding the effects of various types of measures on realizing more women in senior positions. The outcomes of this literature review have been used as a framework for an empirical analysis of the effectiveness of measures taken by companies. Data from the Charter Talent to the Top show that adopting a broad range of measures at the strategic level leads to a higher share of women in senior management positions. HR instruments and communication strategies also affect the proportion of women at the top. More specifically, facilitating flexible work options, external communication about the organization’s diversity goals, and increasing women’s visibility within the organization all have positive effects on the share of women in the top.


Drs. Ans Merens
Drs. Ans Merens is wetenschappelijk medewerker bij het Sociaal en Cultureel Planbureau.

Drs. Wilma Henderikse
Drs. Wilma Henderikse is directeur en partner bij VanDoorneHuiskes en partners.

Dr. Babette Pouwels
Dr. Babette Pouwels is senior onderzoeker bij VanDoorneHuiskes en partners.
Toont 1 - 20 van 32 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.