Zoekresultaat: 72 artikelen

x

    From 1964 (until around 1990), political science became the dominant approach within (local) administrative sciences in the Netherlands. This position was taken over from the legal approach. In this period, the concepts of politics, policy and decision-making were central to research and theory. In the period up to 1990, we still see a predominantly administration-centric or government-centric perspective among these political scientists, although we already see incentives from different authors for a broader perspective (the politics, policy and decision-making concepts remain relevant however) that will continue in the period thereafter. This broader perspective (on institutions, management and governance) took shape in the period after 1990, in which Public Administration would increasingly profile itself as an independent (inter)discipline. This essay tells the story of the (local) administrative sciences in this period as envisaged by twelve high-profile professors. The story starts in 1990 in Leiden with the (gradual) transition from classical to institutional Public administration, as is revealed in the inaugural lecture by Theo Toonen. This is followed by eleven other administrative scientists, who are divided into four ‘generations’ of three professors for convenience. In conclusion, the author of this essay argues that there is mainly a need for what he calls a (self-)critical Public Administration.


Rik Reussing
Dr. G.H. Reussing is onderwijscoördinator van de joint degree Public Governance across Borders aan de Universiteit Twente en redactiesecretaris van Bestuurswetenschappen.

    ‘The institutionalisation of evaluation in Europe’ is een lijvige, Engelstalige bundel over de institutionalisering van de beleidsevaluatie in Europa, onder redactie van drie Duitse evaluatiedeskundigen. Het boek bestaat uit een inleidend hoofdstuk over het analytisch begrippenkader en de gevolgde methode, zestien landenhoofdstukken, geschreven door nationale experts en twee internationale organisaties, en tot slot een synthesehoofdstuk van de hand van de drie redacteuren. Centraal thema is de verankering van de beleidsevaluatie in het politiek-bestuurlijk systeem, de civiele samenleving en de beroepsgroepen. De bundel is de eerste in een reeks van vier boeken, die samen een ‘wereldkaart van evaluatiesystemen’ moeten opleveren. Elk hoofdstuk bevat een uitgebreid notenapparaat, literatuurverwijzingen, figuren en tabellen.


Ben Hoetjes
Prof. dr. Ben Hoetjes is emeritus hoogleraar Regiobestuur-internationaal aan de Universiteit van Maastricht en was voorzitter van de provinciale rekenkamer van Noord-Brabant.

    Hoeveel nieuwe methoden en technieken van sociaalwetenschappelijk onderzoek zijn er sinds de jaren zestig van de vorige eeuw bij gekomen? Moderne ICT heeft het allemaal wel sneller en makkelijker gemaakt, maar in wezen gaat het nog steeds om dezelfde methoden, wellicht op een enkele uitzondering na. Maar misschien levert deze column reacties op die dit tegenspreken.


Peter van Hoesel
Peter van Hoesel is emeritus hoogleraar Toegepast beleidsonderzoek bij de Erasmus Universiteit Rotterdam. Hij was gedurende zijn gehele loopbaan actief als beleidsonderzoeker bij meerdere onderzoeksbureaus. Hij geeft regelmatig adviezen ten behoeve van beleidsevaluaties bij enkele ministeries. Hij is auteur en redacteur van diverse boeken over beleidsonderzoek.
Artikel

De energietransitie: wie kunnen, willen en mogen er meedoen?

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 4 2020
Trefwoorden renewable energy policies, energy poverty, environmental justice, social resilience
Auteurs Dr. Sylvia Breukers, Dr. Susanne Agterbosch en Dr. Ruth Mourik
SamenvattingAuteursinformatie

    In this article we discuss the role and position of different types of low income households in Dutch renewable energy transition processes using the concept of energy poverty. We explore which benefits and/or (dis)advantages (unintentionally) result from energy policies and regulations. And to what extent the distribution of these (dis)advantages benefit the position of different types of households. To this end we present an analytical perspective that enables us to evaluate renewable energy transition policies and governance on procedural and distributional aspects: paying attention to issues of recognition, equity and justice. The perspective draws on ideas in environmental justice literature and on ideas in social resilience literature. Combining these ideas in a new analytical framework proved to be useful in articulating some major policy challenges in relation to energy poverty in the Netherlands today.


Dr. Sylvia Breukers
Dr. Sylvia Breukers is onderzoeker en partner bij Duneworks. www.duneworks.nl/team-nl/dr-sylvia-breukers/

Dr. Susanne Agterbosch
Dr. Susanne Agterbosch is plaatsvervangend directeur van het PON&Telos. https://hetpon.nl/wie-we-zijn/dr-susanne-agterbosch-2/

Dr. Ruth Mourik
Dr. Ruth Mourik is onderzoeker en partner bij Duneworks. www.duneworks.nl/team-nl/dr-ruth-mourik/

    Nederland staat voor forse en complexe beleidsopgaven. Deze opgaven vragen om een bijzondere beleidsaanpak met een aansluitende wijze van beleidsevaluatie – namelijk één die leren ondersteunt om iteratief de kwaliteit van het beleid te verbeteren en de weg naar de beleidsambities te vinden. Beleidsonderzoekers en beleidsbetrokkenen werken in lerende evaluaties samen om kennis te produceren voor het gelijktijdig verantwoorden en leren van beleid. Verondersteld wordt dat de kwaliteit en bruikbaarheid van de geproduceerde kennis met deze benadering groter zijn dan bij reguliere, op verantwoording georiënteerde, evaluatiemethoden. Als gevolg daarvan zou lerend evalueren meer impact hebben op beleid voor complexe opgaven. In dit artikel wordt aandacht besteed aan de waarde van lerend evalueren vanuit het perspectief van beleidsbetrokkenen en beleidsonderzoekers van de lerende evaluatie van het Natuurpact (2014-2017), uitgevoerd door het PBL en de WUR. Geconcludeerd wordt dat lerend evalueren de kwaliteit, bruikbaarheid en impact (minder aantoonbaar) van de geproduceerde kennis vergroot, maar onder specifieke voorwaarden: namelijk wanneer onderzoekers erin slagen om leren en verantwoorden, met de bijbehorende rollen en kwaliteitsstandaarden, te benaderen als wederzijds versterkend in plaats van tegenstrijdig. Onderzoekers hebben voelsprieten nodig voor de wisselwerking tussen het proces van kennisproductie en de politiek-bestuurlijke context waarin deze kennis wordt gebruikt. Zowel in de beleids- als onderzoekspraktijk is ruimte nodig voor een verbrede kijk op de functie van beleidsevaluatie om lerend evalueren toe te kunnen passen.


Lisa Verwoerd
Lisa Verwoerd is werkzaam bij het Athena Instituut, Vrije Universiteit Amsterdam, en het Planbureau voor de Leefomgeving te Den Haag.

Pim Klaassen
Pim Klaassen is werkzaam bij het Athena Instituut, Vrije Universiteit Amsterdam.

Barbara J. Regeer
Barbara J. Regeer is werkzaam bij het Athena Instituut, Vrije Universiteit Amsterdam.

    Onder redactie van B. Guy Peters en Guillaume Fontaine verscheen in 2020 bij EE Publishers een handboek over vergelijkende beleidsanalyse. Dit terrein van onderzoek heeft stevige raakvlakken met beleidsevaluatie en beleidsanalyses (als die niet-vergelijkend zijn). Een breed en interessant spectrum van onderwerpen komt aan de orde, onder andere over methodologie(en), de rol van theorieën, diverse inhoudelijke onderwerpen en – voor wie het breed wil interpreteren – zelfs de groei van kennis op dit specialisme.


Frans L. Leeuw
Frans L. Leeuw is emeritus hoogleraar Recht, Openbaar Bestuur en Sociaalwetenschappelijk Onderzoek aan Maastricht University.

    In maart 2020 verscheen het boek Beleidsevaluatie in theorie en praktijk van Peter van der Knaap, Valérie Pattyn en Dick Hanemaayer. Joost Fledderus bespreekt de inhoud van het boek en geeft aan welke meerwaarde het biedt voor (aankomende) beleidsonderzoekers.


Joost Fledderus
Joost Fledderus is senior adviseur Onderzoek & Statistiek bij de gemeente Arnhem en is redactielid van Beleidsonderzoek Online.
Artikel

Access_open Nudging in perspectief

De verbreding van gedragsinzichten in beleid

Tijdschrift Beleidsonderzoek Online, juni 2020
Auteurs Pieter Raymaekers en Marleen Brans
SamenvattingAuteursinformatie

    Theorieën en methoden uit de gedragswetenschappen betreden steeds nadrukkelijker de beleidsscene. Gedragsinzichten en nudging beloven beleid te verrijken en te versterken. Het begin van deze gedragswetenschappelijke omslag of behavioural turn laat men doorgaans samenvallen met de publicatie van het boek Nudge van Richard Thaler en Cass Sunstein in 2008. In dit artikel plaatsen we nudging in perspectief en argumenteren we dat het concept zowel een zegen als een vloek betekent, en zowel een katalysator als een rem is voor de bredere toepassing en verankering van gedragsinzichten in beleid. Ondanks het aantrekkelijke narratief botst nudging op functionele limieten en ethische bezwaren. Om de gedragswetenschappelijke, experimentele en evidence-based beleidsbeloften alsnog in te lossen, zien we een strategie van steeds verdere verbreding. Het programma van de Behavioural Insights-beweging op basis van vijf pijlers leek in eerste instantie een oplossing te bieden, maar kampt door een eendimensionale interpretatie met interne spanningen. De nog bredere en ambitieuzere Behavioural Public Policy-agenda biedt nieuwe perspectieven, maar moet op functioneel en ethisch vlak nog verder onderbouwd worden.


Pieter Raymaekers
Pieter Raymaekers is onderzoeker en vormingscoördinator bij het KU Leuven Instituut voor de Overheid. Zijn onderzoek focust op de toepassing van gedragsinzichten en nudging in beleid.

Marleen Brans
Marleen Brans is gewoon hoogleraar aan het KU Leuven Instituut voor de Overheid en schatbewaarder van de International Public Policy Association. Ze verricht voornamelijk onderzoek over de productie en consumptie van beleidsadvies.

    From 1964 until roughly 1990, political science would become the dominant approach within the (local) administrative sciences in the Netherlands. This central position was taken over from the legal approach. Important impulses from political science for Public Administration came only from the second-generation political scientists: Gijs Kuypers at the Free University Amsterdam, Hans Daudt at the University of Amsterdam and Hans Daalder at the University of Leiden. In their footsteps, a political scientist emerged who, through his contribution to several universities (the Free University, the University of Nijmegen and the University of Twente), had a great deal of influence on the further development of Dutch Public Administration: Andries Hoogerwerf. Two other approaches emerged from political science that were important for the development of modern public administration in the Netherlands, namely policy science and the new political economy (public choice). In this essay the author outlines the input of the main figures from political science, policy science and public choice until 1990 in various stages that are most relevant to Public Administration. These stages take us to various cities and universities in the Netherlands. In addition, we see important cross-fertilization between the institutions through the transfer of people from one university to another. After 1990 however, Public Administration would increasingly profile itself as an independent inter-discipline.


Dr. Rik Reussing
Dr. G.H. Reussing is onderwijscoördinator van de joint degree Public Governance across Borders aan de Universiteit Twente en redactiesecretaris van Bestuurswetenschappen.

    Q-methodologie is een nog relatief onbekende onderzoeksmethode, met veel potentieel voor beleidsonderzoek en -analyse. De benaderingen, doelen en onderzoeksvragen in verschillende toepassingen lopen uiteen, maar vertonen ook duidelijke overeenkomsten. In dit artikel beschrijven we de belangrijkste theoretische en analytische bouwstenen van de methode, en een praktijkgericht 10-stappenplan waarmee men snel zelf aan de slag kan met Q-methodologie. Op basis van een aantal toepassingen van Q-methodologie in Nederland en Vlaanderen laat dit artikel op inzichtelijke wijze zien wat Q-methodologie toevoegt aan de toolbox van beleidsonderzoekers. Naast de theoretische achtergrond van de methode biedt deze bijdrage een praktisch stappenplan voor het gebruik van de methode in de praktijk.


Ellen Minkman
Ellen Minkman is werkzaam aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Astrid Molenveld
Astrid Molenveld is verbonden aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en de Universiteit Antwerpen.
Vrij artikel

Weinig consistent, beperkt zelfkritisch

De uitwerking van de beleidsconclusie binnen de rijksverantwoording

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 4 2019
Trefwoorden accountability, policy evaluation, policy conclusion
Auteurs Bram Faber MA en Dr. Tjerk Budding
SamenvattingAuteursinformatie

    The Dutch central government has a long history in its search to meaningfully present policy effects. One of the instruments that was developed to this end is the Policy Conclusion (beleidsconclusie). This part of the annual report, which has been mandatory since 2013, should provide a judgement for every policy article on its results in the year 2017. To what extent has the Policy Conclusion been successful in its aims? And how do various governmental departments give substance to it? For this article, all policy conclusions that were composed for the most recent reporting year were examined. Among others, our analysis shows that departments differ greatly in their interpretation of what the Policy Conclusion should include, such as the usage of sources and the way in which intended results are (re)addressed. In addition, it was found in the Policy Conclusions that a tendency exists to put a strong focus on positive outcomes.


Bram Faber MA
A.S.C. Faber MA is promovendus bij het Zijlstra Center van de Vrije Universiteit Amsterdam.

Dr. Tjerk Budding
Dr. G.T. Budding is opleidingsdirecteur van de public controllersopleidingen van het Zijlstra Center van de Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

Over Rousseau, goede burgers en de participatiesamenleving

Een normatieve analyse van het nieuwe contractdenken van de Nederlandse overheid door de ogen van een klassieke contractdenker

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 4 2019
Trefwoorden Beleidsevaluatie, Burgerschap, Participatiesamenleving, Rousseau, Sociaal contract
Auteurs Dr. Yvonne Kleistra
SamenvattingAuteursinformatie

    In the Netherlands good citizenship has become a topic of increased importance on the government agenda since the murder of Pim Fortuyn. The author assesses the effectiveness of the Dutch citizenship policies within the context of the broader policy framework of the so-called participatory society (participatiesamenleving) or do-democracy (doe-democratie). The evaluative analysis consists of two parts. In the first part the changing ideas concerning good citizenship are identified as well as the normative assumptions that are at the basis of Dutch citizenship policies. In the second part, the potential of current policies, and in particular the ideas that gave rise to creating a new social contract between government and society are assessed. To this end some key aspects of the new contract thinking of the Dutch government are contrasted with the ideas of Jean-Jacques Rousseau. The findings show that the current strive for tangible agreements on citizen behavior and civic duties is at odds with the main principles of classic contract theory. This leads to the conclusion that the new contractualism that is at the basis of the Dutch citizen policies should rather be seen as a threat to a stable society than as a building block for good citizenship.


Dr. Yvonne Kleistra
Dr. Yvonne Kleistra is werkzaam als universitair docent bij het Dual PhD Centre van de Universiteit Leiden.

    Voor doeltreffend en doelmatig beleid is het essentieel om verantwoording af te leggen over de gemaakte keuzes en te leren van de lessen uit het verleden. Om dit te stimuleren verplicht de Regeling Periodiek Evaluatieonderzoek (RPE) de rijksoverheid om periodiek beleidsdoorlichtingen te (laten) verrichten. Een beleidsdoorlichting bundelt alle beschikbare kennis over de doeltreffendheid en doelmatigheid van een volledig beleidsterrein over een bepaalde periode. Daartoe worden alle tussentijds uitgevoerde beleidsevaluaties bestudeerd.
    Dit artikel beschrijft de kwaliteit van beleidsdoorlichtingen. Het artikel is gebaseerd op onderzoek van SEO Economisch Onderzoek in opdracht van het Ministerie van Financiën. Het gebruik van beleidsdoorlichtingen valt buiten de scope van dit artikel.
    Uit een steekproef van 49 beleidsdoorlichtingen blijkt dat de doeltreffendheid en doelmatigheid van het gevoerd beleid vaak niet goed in beeld komen. Dit komt onder meer omdat er te weinig goed evaluatieonderzoek wordt uitgevoerd en omdat beleidsdoelstellingen met enige regelmaat worden aangepast. Het gevolg hiervan is dat uitspraken over de doeltreffendheid van beleid meestal niet stevig onderbouwd zijn en de doelmatigheid van beleid onderbelicht blijft. Dit maakt het minder goed mogelijk om lessen uit het verleden te trekken.
    Er is ruimte voor verbetering. Zo kan (1) het lerend vermogen van ministeries intern versterkt worden, (2) kunnen departementen hun beleidsevaluaties systematischer uitvoeren om volledigheid te waarborgen, (3) dient er ex ante te worden vastgesteld hoe de doeltreffendheid en doelmatigheid van beleidsmaatregelen ex post (causaal) kunnen worden geëvalueerd, (4) kan de onafhankelijk deskundige die bij beleidsdoorlichtingen wordt ingezet tevens de kwaliteit van het beschikbare evaluatiemateriaal vaststellen, en (5) kan worden overwogen om beleidsdoorlichtingen strategisch te plannen aan het eind van een kabinetsperiode. Op deze manier neemt de toegevoegde waarde van de beleidsdoorlichting toe.


Nard Koeman
Nard Koeman is werkzaam bij SEO Economisch Onderzoek.

Carl Koopmans
Carl Koopmans is werkzaam bij SEO Economisch Onderzoek.

    Beleidsevaluatie richt zich steeds naar informatiebehoeften en technische mogelijkheden. Hierdoor is het gebruik van cijfermatige informatie toegenomen. Met name bestaande data worden, met steeds betere analysetechnieken, ingezet omdat ze beschikbaar zijn en relatief goedkoop. Dit gaat echter ten koste van de validiteit en diepgang van onderzoek. Dat is in zekere zin een regressie, een achteruitgang. We zien echter ook progressie in het beleidsonderzoek. In de eerste plaats komt er steeds meer belangstelling voor de zogenoemde mixed methods-benadering. Ten tweede is er een groeiende belangstelling voor participerende, interactieve en responsieve vormen van onderzoek. Er ontstaat weer meer oog voor de wereld achter de cijfers, het hoe en waarom van beleid, en vooral voor de mensen in die wereld.


Jos Mevissen
Jos Mevissen is partner bij Regioplan Beleidsonderzoek te Amsterdam en voorzitter van de redactie van Beleidsonderzoek Online.
Thema-artikel

Positieve beleidsevaluatie: hoe evaluatieonderzoek kan bijdragen aan beter beleid

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 3 2019
Trefwoorden positive public administration, positive evaluation, positive psychology, success, policy oriented learning
Auteurs Dr. Peter van der Knaap en Dr. Rudi Turksema
Samenvatting

    New insights from the field of positive psychology led to the insight that people learn more effectively from positive feedback. Policy evaluation aims to improve public policy programmes through contributing to both accountability and learning. This ambiguous ambition has contributed to a considerable body of research into the impact of policy evaluation. Too often the conclusion is that the outcomes of policy evaluations – which are often negative by nature – are sparsely used by policy makers. This has led to series of improvements in the way we carry out evaluations. First through technical improvements and then by more responsive approaches. Both have not led to the desired breakthrough. Building on a number of positive evaluation studies, we advance a more positive approach in policy evaluation. Focussing on the successes in policy programmes rather than on its failures may contribute to evaluation impact. Consequently, we think a more positive, appreciative approach and using data to find success in policy making is necessary for policy evaluators to be more effective. This article presents practical examples of positive policy evaluations and successful use of data in the domain of policy evaluation.


Dr. Peter van der Knaap

Dr. Rudi Turksema
Thema-artikel

Wanneer worden gemeenten gezien als waardevol?

Lokale publieke waardecreatie door de ogen van lokale actoren

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 3 2019
Trefwoorden public value management, Positive Public Administration, local government, performance assessment
Auteurs Scott Douglas DPhil en Prof. dr. Paul ’t Hart
Samenvatting

    This article explores how we can gain insight into the quality of local government with the help of the public value perspective. The public value perspective does not evaluate government through generalised standards or benchmarks, but through the judgments of the actors involved in the policy. This approach could do better justice to the unique context of different governments, such as different local governments. The public value perspective, however, is hampered by the competing expectations that actors have of public policy and their generally negative bias towards the government. Based on 71 interviews with local actors in six municipalities, we show how the public value approach does indeed yields many different and critical perspectives, even within municipalities that are considered successful by national experts. However, we also show which connections exist between these seemingly competing perspectives and how sombre judgments about past governance are actually influenced by optimistic ambitions for the future.


Scott Douglas DPhil

Prof. dr. Paul ’t Hart
Vrij

Van transitie naar transformatie van de jeugdhulp

Biedt de transactiekostentheorie aanknopingspunten voor meer kwaliteit, minder uitvoeringskosten en lagere administratieve lasten?

Tijdschrift Bestuurs­wetenschappen, Aflevering 2 2019
Auteurs Drs. Nanko Boerma en Dr. Bert Bröcking
SamenvattingAuteursinformatie

    In the implementation of the Dutch Youth Act, since the so-called ‘transition’ of 2015 under the responsibility of the municipalities, there are three major problems: the municipalities are short of money, the implementation of youth aid is accompanied by high administrative burdens and there are serious quality concerns, especially where different care providers must work together for one client. This article deals with the possibilities of the economic transaction cost theory for realizing improvements through organizing more effective collaboration between municipalities and healthcare providers. Transactions are a ‘forgotten’ cost source. There are three sources of transaction costs: limited rationality, opportunistic behavior and ‘asset specificity.’ In this article the authors analyze twelve problems documented in the literature on youth care from this perspective. This creates a framework from which municipalities can tackle these problems in order to improve the quality of youth care, to keep costs under control and to reduce the administrative burden. In a number of sectors and large projects ‘linking zones’ appear to be a way to increase the trust between players in a chain, so that transaction costs fall. Where poor cooperation between chain partners in youth care is a major cause of the problems, municipalities can make significant gains by establishing linking zones with care providers contracted by them. This article outlines the method in a linking zone.


Drs. Nanko Boerma
Drs. N. Boerma is van huis uit politicoloog en is voorzitter/directeur van de stichting Transactieland, het kennisinstituut voor transactie-innovatie.

Dr. Bert Bröcking
Dr. B.C. Bröcking is adviseur op het terrein van de jeugdhulp. Hij schreef over de rollen van cliënt, hulpverlener en overheid in de jeugdhulp.

    Gemeenten ondersteunen, onder andere met subsidies, maatschappelijke initiatieven. Met die subsidies zijn landelijk miljoenen euro’s gemoeid. De maatschappelijke effecten van initiatieven worden niet of slechts globaal onderzocht. Een van de argumenten om dit te rechtvaardigen luidt: als er genoeg draagvlak in een wijk of dorp is, moet een initiatief wel maatschappelijke meerwaarde hebben.
    Een besluit om subsidie te verstrekken resulteert in een transactie tussen gemeente en initiatiefnemers. Met behulp van de transactiekostentheorie en de welvaartstheorie worden in deze bijdrage subsidievoorwaarden geanalyseerd. Hieruit blijkt dat de subsidievoorwaarden in de bestudeerde subsidieregelingen de transactiekosten voor partijen beperken, maar dat zelfs bij voldoende draagvlak een initiatief nog niet een maatschappelijke meerwaarde hoeft te hebben.


Willem Bokkes
Willem Bokkes heeft Algemene Economie gestudeerd aan de Erasmus Universiteit en is gepromoveerd aan de Universiteit Twente. Hij is docent-onderzoeker bij de Academie Economics & Logistics en de onderzoeksgroep Vitale Economie i.o. van NHL Stenden Hogeschool. Zijn onderzoek heeft betrekking op ex ante beleidsevaluaties.

    Volgens de Marylandschaal is rct het best mogelijke type beleidsonderzoek. Rct is dan ook het boegbeeld van het evidence-based onderzoek. De kritiek op rct’s is echter in de loop van de jaren alleen maar groter geworden. Bovendien blijkt uit een recente meta-evaluatie dat de non-experimentele onderzoeken niet tot andere uitkomsten leidden dan de rct’s. Al met al wordt te veel geloof gehecht aan de evidence-based benadering in het algemeen en rct’s in het bijzonder. Vandaar de vraag: wordt het misschien tijd voor een Maryland Scientific Methods Scale 2.0?


Jos Mevissen
Jos Mevissen is partner bij Regioplan Beleidsonderzoek te Amsterdam en voorzitter van de redactie van Beleidsonderzoek Online.

    Een lerende evaluatie combineert leren en verantwoorden. Deze methode past bij complexe beleidsopgaven, waar meerdere actoren en overheden bij betrokken zijn die een behoefte hebben om te leren van elkaars ervaringen. In de evaluatie van het Natuurpact is deze methode op nationale schaal voor het gedecentraliseerde natuurbeleid toegepast. Uit deze casus blijkt dat een succesvolle toepassing vraagt om een voortdurende en zorgvuldige aansluiting van het onderzoek op de beleidspraktijk. Dit is nodig voor het betrekken van en interactie met stakeholders, het combineren van leren en verantwoorden, de wetenschappelijke onafhankelijkheid, het bestuurlijk mandaat en de beheersbaarheid van het onderzoek.


Rob Folkert
Rob Folkert is projectleider van het project lerende evaluatie van het Natuurpact bij het PBL.

Lisa Verwoerd
Lisa Verwoerd is onderzoeker bij de VU en is betrokken bij het uitwerken en toepassen van het procesontwerp van de lerende evaluatie Natuurpact. Ze onderzocht de waarde van deze methode.

Femke Verwest
Femke Verwest is supervisor van project lerende evaluatie van het Natuurpact bij PBL.
Toont 1 - 20 van 72 gevonden teksten
« 1 3 4
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.