Zoekresultaat: 1838 artikelen

x

    Volgens de auteurs van dit boek vertoont de huidige representatieve keuzedemocratie scheurtjes, om niet te zeggen barsten. Er is steeds minder dualisme tussen kabinet en Kamer. Keuzes worden gemaakt op basis van een relatief gesloten netwerk dat denkt in termen belangenuitruil en kleine stappen. Kennis uit onderzoek wordt in dat proces onderbenut. Besturen bestaat uit top-down processen. De politieke en ambtelijke top heeft een obsessie om altijd in control te willen zijn. Die regenteske en conservatieve benadering past volgens de auteurs echter steeds minder in een steeds complexere wereld. We moeten daarom streven naar een participatieve kennisdemocratie, waarin de beleidsambtenaar van de 21ste eeuw functioneert als een katalyserende spil in een proces van open en innovatieve beleidsontwikkeling.
    Het is een waardevol boek met een belangrijke boodschap: veel kan en moet inderdaad anders. Enkele belangrijke thema’s komen in het boek echter onvoldoende aan de orde. In deze boekbespreking wordt hier dieper op ingegaan.


Frans de Haan
Drs. Frans de Haan is als coördinator onderzoek werkzaam bij het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.
Kroniek

Kantelpunt: op naar een nieuwe aanpak van problemen in de uitvoering van beleid

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 4 2020
Trefwoorden executive agencies, policy implementation, blame, ministries, parliament
Auteurs Prof. dr. Sandra van Thiel
SamenvattingAuteursinformatie

    Over the past three years a number of reports and initiatives have emerged which seem to point to a different approach to solve problems in and with executive agencies. In the past, most problems were blamed on the agencies, by the media and politicians alike. However, these new reports and initiatives seem to allow room for a different, more realistic explanation. This article lists five of these reports and initiatives. First a letter on the results of the new coalition formation in 2017, concluding that executive agencies are under too much pressure and blame, and drawing more attention to the role of the legislature and the executive powers. Second, a report has been written by the Senior Civil Service – commissioned by a group of ministries – that offers a powerful analysis of the various causes of problems in and with executive agencies, leading to a number of prescriptions for all parties involved. Third, a ministerial committee has been established to discuss these problems and possible solutions on a regular basis. Fourth, the House of Representatives has launched a parliamentary inquiry into this topic. And finally, an unsolicited advisory report by the Council of State has been published on the dilemmas around ministerial accountability, stating that the blame for problems in and with executive agencies is often attributed in a false way. Together these five reports and initiatives call for a broader approach in handling such problems and hence more effective solutions.


Prof. dr. Sandra van Thiel
Prof. dr. S. van Thiel is hoogleraar Publiek Management aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en de Radboud Universiteit Nijmegen. Zij doet al 25 jaar onderzoek naar uitvoeringsorganisaties en schreef daarover ‘Leren loslaten’ met 10 lessen voor de sturingsrelaties tussen ministeries en uitvoeringsorganisaties (uitgegeven bij Boom bestuurskunde).
Dissertatie

The governance of self-organization

Analyzing the governance relationship between municipalities and community-based collectives

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 4 2020
Auteurs José Nederhand

José Nederhand
Thema-artikel

Verantwoorde algoritmisering: zorgen waardengevoeligheid en transparantie voor meer vertrouwen in algoritmische besluitvorming?

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 4 2020
Trefwoorden algorithms, algorithmization, value-sensitivity, transparency, trust
Auteurs Dr. Stephan Grimmelikhuijsen en Prof. dr. Albert Meijer
SamenvattingAuteursinformatie

    Algorithms are starting to play an increasingly prominent role in government organizations. The argument is that algorithms can make more objective and efficient decisions than humans. At the same time, recent scandals have highlighted that there are still many problems connected to algorithms in the public sector. There is an increasing emphasis on ethical requirements for algorithms and we aim to connect these requirements to insights from public administration on the use of technologies in the public sector. We stress the need for responsible algorithmization – responsible organizational practices around the use of algorithms – and argue that this is needed to maintain the trust of citizens. We present two key components of responsible algorithmization – value-sensitivity and transparency – and show how these components connect to algorithmization and can contribute to citizen trust. We end the article with an agenda for research into the relation between responsible algorithmization and trust.


Dr. Stephan Grimmelikhuijsen
Dr. S.G. Grimmelikhuijsen is universitair hoofddocent Publiek Management aan de Universiteit Utrecht, Departement Bestuurs- en Organisatiewetenschap.

Prof. dr. Albert Meijer
Prof. dr. A.J. Meijer is hoogleraar Publiek Management aan de Universiteit Utrecht, Departement Bestuurs- en Organisatiewetenschap.
Thema-artikel

Inzicht in transparantie

Een essay over trade-offs achter algoritmische besluitvorming

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 4 2020
Trefwoorden transparency, value conflict, algorithms, trade-offs, public values, ethics
Auteurs Joanna Strycharz Msc, Dr. ir. Bauke Steenhuisen en Dr. Haiko van der Voort
SamenvattingAuteursinformatie

    Algorithms applied in public administration are often criticized for lack of transparency. Lawmakers and citizens alike expect that automated decisions based on algorithmic recommendations to be explainable. The focus of this article is the organizational context behind the idea of transparent algorithms. Transparency is portrayed as one of numerous values that are at play when algorithms are applied in public administration. The article shows that applying algorithms may lead to conflicts between these values. Such conflicts often result in trade-off decisions. Looking from the organizational perspective, we describe how such trade-offs can be made both explicitly and implicitly. The article thus shows the complexity of algorithmic trade-offs. As a result of this complexity, we not only call for more transparency about algorithms, but also more transparency about trade-offs that take place in public administration. Finally, we present a research agenda focused on studying the organization of trade-offs.


Joanna Strycharz Msc
J. Strycharz, Msc is universitair docent Persuasive Communication aan de Universiteit van Amsterdam, Faculteit Maatschappij- en Gedragswetenschappen.

Dr. ir. Bauke Steenhuisen
Dr. ir. B.S. Steenhuisen is universitair docent Organisatie & Governance aan de TU Delft, Faculteit Techniek, Bestuur en Management.

Dr. Haiko van der Voort
Dr. H.G. van der Voort is universitair docent Organisatie & Governance aan de TU Delft, Faculteit Techniek, Bestuur en Management.
Titel

Transparantie en Explainable Artificial Intelligence: beperkingen en strategieën

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 4 2020
Trefwoorden transparency, Explainable artificial intelligence, Algorithms
Auteurs Prof. mr. dr. Hans de Bruijn, Prof. dr. ir. Marijn Janssen en Dr. Martijn Warnier
SamenvattingAuteursinformatie

    This article contains a critical reflection on eXplainable Artificial Intelligence (XAI): the idea that AI based decision-making using AI should be transparent to people faced with these decisions. We discuss the main objections to XAI. XAI focuses on a variety of explainees, with different expectations and values; XAI is not a neutral activity, but very value-sensitive; AI is dynamic and so XAI quickly becomes obsolete; many problems are ‘wicked’, which further complicates XAI. In addition, the context of XAI matters – a high level of politicization and a high perceived impact of AI-based decisions, will often result in much criticism of AI and will limit the opportunities of XAI. We also discuss a number of alternative or additional strategies – more attention to negotiated algorithms; to competing algorithms; or to value-sensitive algorithms, which may contribute to more trust in AI-based decision-making.


Prof. mr. dr. Hans de Bruijn
Prof. mr. dr. J.A. de Bruijn is hoogleraar Organisatie & Governance aan de TU Delft, Faculteit Techniek, Bestuur en Management.

Prof. dr. ir. Marijn Janssen
Prof. dr. ir. M.F.W.H.A. Janssen is hoogleraar ICT & Governance aan de TU Delft, Faculteit Techniek, Bestuur en Management.

Dr. Martijn Warnier
Dr. M.E. Warnier is universitair hoofddocent Systeemkunde aan de TU Delft, Faculteit Techniek, Bestuur en Management.
Thema-artikel

Access_open Transparantie van algoritmen: naar een empirische onderzoeksagenda

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 4 2020
Auteurs Dr. Haiko van der Voort en Joanna Strycharz Msc
Auteursinformatie

Dr. Haiko van der Voort
Dr. H.G. van der Voort is universitair docent Organisatie & Governance aan de TU Delft, Faculteit Techniek, Bestuur en Management.

Joanna Strycharz Msc
J. Strycharz, Msc is universitair docent Persuasive Communication aan de Universiteit van Amsterdam, Faculteit Maatschappij- en Gedragswetenschappen.
Thema-artikel

Een transparant debat over algoritmen

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 4 2020
Trefwoorden AI, ethics, Big Data, human rights, governance
Auteurs Dr. Oskar J. Gstrein en Prof. dr. Andrej Zwitter
SamenvattingAuteursinformatie

    The police use all sorts of information to fulfil their tasks. Whereas collection and interpretation of information traditionally could only be done by humans, the emergence of ‘Big Data’ creates new opportunities and dilemmas. On the one hand, large amounts of data can be used to train algorithms. This allows them to ‘predict’ offenses such as bicycle theft, burglary, or even serious crimes such as murder and terrorist attacks. On the other hand, highly relevant questions on purpose, effectiveness, and legitimacy of the application of machine learning/‘artificial intelligence’ drown all too often in the ocean of Big Data. This is particularly problematic if such systems are used in the public sector in democracies, where the rule of law applies, and where accountability, as well as the possibility for judicial review, are guaranteed. In this article, we explore the role transparency could play in reconciling these opportunities and dilemmas. While some propose making the systems and data they use themselves transparent, we submit that an open and broad discussion on purpose and objectives should be held during the design process. This might be a more effective way of embedding ethical and legal principles in the technology, and of ensuring legitimacy during application.


Dr. Oskar J. Gstrein
Dr. O.J. Gstrein is universitair docent Governance & Innovation aan de Rijksuniversiteit Groningen, Campus Fryslân, Data Research Centre.

Prof. dr. Andrej Zwitter
Prof. dr. A.J. Zwitter is hoogleraar Governance & Innovation aan de Rijksuniversiteit Groningen, Campus Fryslân, Data Research Centre.
Vrij artikel

Duwtjes of druk?

De percepties van zorgprofessionals aangaande ‘nudging’ in ziekenhuizen

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 4 2020
Trefwoorden nudging, ethics, autonomy, healthcare, professionals
Auteurs Nienke Maria Huis in ’t Veld MSc, Rosanna Nagtegaal MSc en Prof. dr. Mirko Noordegraaf
SamenvattingAuteursinformatie

    ‘Nudging’ has been introduced as a policy and management tool as a way to influence behaviour without limiting choice. Nudging is mainly used to influence citizens’ behaviour but can also be used to influence the behavior of healthcare professionals. Examples include posters used to improve hand-hygiene compliance, or ‘default’ options in systems to reduce excessive prescriptions of specific medication. However, using nudges raises major worries and ethical issues, also in relation to the independence of healthcare professionals. While the scientific discussion about the desirability of nudges is extensive, the voices of healthcare professionals, who are the subjects of nudges, remain unheard. In this qualitative research we explore the perceptions of nudging held by various healthcare professionals. The interviews reveal that healthcare professionals are generally unfamiliar with the concept of nudging, but they do recognize nudges in their own field of practice. Furthermore, while they are predominantly positive about nudging, they also express concerns about the pressure on their autonomy. These concerns are related to changing professionalism and regulatory pressures in healthcare.


Nienke Maria Huis in ’t Veld MSc
N.M. Huis in ’t Veld, MSc is alumna aan de Universiteit Utrecht, departement Bestuurs- en Organisatiewetenschap.

Rosanna Nagtegaal MSc
R. Nagtegaal, MSc is promovenda aan de Universiteit Utrecht, departement Bestuurs- en Organisatiewetenschap.

Prof. dr. Mirko Noordegraaf
Prof. dr. M. Noordegraaf is hoogleraar Publiek Management aan de Universiteit Utrecht, departement Bestuurs- en Organisatiewetenschap.
Artikel

De invloed van contractuele en relationele aspecten op stakeholdermanagement

Een casusstudie van de A9 en A16 DBFM-infrastructuurprojecten

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering Online First 2020
Trefwoorden infrastructure projects, public-private partnerships, contractual governance, relational governance, stakeholder management
Auteurs Sander Philips MSc, Ir. Bert de Groot en Dr. Stefan Verweij
SamenvattingAuteursinformatie

    In the past decade, large infrastructure projects in the Netherlands have often been implemented through Public-Private Partnerships (PPPs), specifically using Design-Build-Finance-Maintain (DBFM) contracts. While the decision to implement projects through PPPs is based on expected advantages for internal parties – the public and private partners in the PPP –, there is a call for more focus on the advantages and disadvantages of PPPs for external stakeholders. External stakeholder management in DBFM projects is based on a contractual division of risks and responsibilities between the partners. However, it is clear from the literature that the contract does not guarantee successful stakeholder management. Relational aspects are important. Little research has been done, however, into the interplay of contractual and relational aspects in achieving successful stakeholder management. This article addresses this research need. A comparative case study was conducted into the PPP projects A9 Gaasperdammerweg and A16 Rotterdam. The study first shows that sanctions, when combined with a relational approach, have a positive effect on the relationships with stakeholders. Second, external stakeholder management cannot be simply outsourced to the private partner and continuous involvement of the public partner is important for success.


Sander Philips MSc
Sander Philips MSc volgde op het moment van schrijven de double degree master Environmental and Infrastructure Planning (Rijksuniversiteit Groningen) en Water and Coastal Management (Universität Oldenburg). Inmiddels is hij afgestudeerd.

Ir. Bert de Groot
Ir. Bert de Groot is senior adviseur projectbeheersing bij Rijkswaterstaat, ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, en external PhD bij de Rijksuniversiteit Groningen, faculteit Ruimtelijke Wetenschappen, basiseenheid Planologie.

Dr. Stefan Verweij
Dr. Stefan Verweij is universitair docent infrastructuurplanning, governance en methodologie aan de Rijksuniversiteit Groningen, faculteit Ruimtelijke Wetenschappen, basiseenheid Planologie.

    Hoeveel nieuwe methoden en technieken van sociaalwetenschappelijk onderzoek zijn er sinds de jaren zestig van de vorige eeuw bij gekomen? Moderne ICT heeft het allemaal wel sneller en makkelijker gemaakt, maar in wezen gaat het nog steeds om dezelfde methoden, wellicht op een enkele uitzondering na. Maar misschien levert deze column reacties op die dit tegenspreken.


Peter van Hoesel
Peter van Hoesel is emeritus hoogleraar Toegepast beleidsonderzoek bij de Erasmus Universiteit Rotterdam. Hij was gedurende zijn gehele loopbaan actief als beleidsonderzoeker bij meerdere onderzoeksbureaus. Hij geeft regelmatig adviezen ten behoeve van beleidsevaluaties bij enkele ministeries. Hij is auteur en redacteur van diverse boeken over beleidsonderzoek.
Artikel

Access_open Inzet op omgevingsbewust en kwaliteitsbewust werken in beleidsonderzoek

Illustraties uit de lerende evaluatie van het Natuurpact van het Planbureau voor de Leefomgeving

Tijdschrift Beleidsonderzoek Online, november 2020
Auteurs Eva Kunseler, Lisa Verwoerd en Femke Verwest
SamenvattingAuteursinformatie

    Een reflexieve kijk op beleidsonderzoek gaat uit van continue dynamiek tussen kennisontwikkeling en beleids- en uitvoeringspraktijken. Beleidsonderzoekers zoeken naar houvast om gedegen en relevant onderzoek te blijven doen, onderwijl inspelend op onzekerheden, onvoorspelbaarheid en kritische geluiden die kenmerkend zijn voor de huidige kennissamenleving. Via omgevingsbewust werken kunnen zij hun onderzoeksaanpak leren afstemmen op de kenmerken en maatschappelijke context van beleidsdossiers. Via kwaliteitsbewust werken kunnen zij leren inspelen op de verwachtingen rondom een bepaalde expertrol en onderzoeksaanpak binnen de eigen contexten van onafhankelijkheid en wetenschappelijke verantwoording.
    Aan de hand van een casus – de lerende evaluatie van het Natuurpact, een innovatieve evaluatiestudie bij het Planbureau voor de Leefomgeving – laten we zien hoe een reflexieve aanpak helpt om onderzoek in de nabijheid van de dynamische beleidspraktijk uit te voeren. Doordat deze aanpak buiten de comfortzone van onderzoekers ligt, is omgevingsbewust en kwaliteitsbewust werken voor onderzoekers geen vanzelfsprekendheid. We roepen beleidsonderzoekers zelf, de organisaties waar ze werkzaam zijn en beleidsmedewerkers op om hun reflexieve vaardigheden verder te ontwikkelen via het inrichten van lerende processen, effectieve kennisdeling via Communities of Practice en leerwerktrajecten, en open en adaptieve kennis-beleidsarrangementen.


Eva Kunseler
Eva Kunseler is wetenschappelijk medewerker bij het Planbureau voor de Leefomgeving.

Lisa Verwoerd
Lisa Verwoerd is wetenschappelijk medewerker bij het Planbureau voor de Leefomgeving en onderzoeker bij het Athena Instituut, Vrije Universiteit Amsterdam.

Femke Verwest
Femke Verwest is plaatsvervangend sectorhoofd Natuur en Landelijk Gebied bij het Planbureau voor de Leefomgeving.

    Nederland staat voor forse en complexe beleidsopgaven. Deze opgaven vragen om een bijzondere beleidsaanpak met een aansluitende wijze van beleidsevaluatie – namelijk één die leren ondersteunt om iteratief de kwaliteit van het beleid te verbeteren en de weg naar de beleidsambities te vinden. Beleidsonderzoekers en beleidsbetrokkenen werken in lerende evaluaties samen om kennis te produceren voor het gelijktijdig verantwoorden en leren van beleid. Verondersteld wordt dat de kwaliteit en bruikbaarheid van de geproduceerde kennis met deze benadering groter zijn dan bij reguliere, op verantwoording georiënteerde, evaluatiemethoden. Als gevolg daarvan zou lerend evalueren meer impact hebben op beleid voor complexe opgaven. In dit artikel wordt aandacht besteed aan de waarde van lerend evalueren vanuit het perspectief van beleidsbetrokkenen en beleidsonderzoekers van de lerende evaluatie van het Natuurpact (2014-2017), uitgevoerd door het PBL en de WUR. Geconcludeerd wordt dat lerend evalueren de kwaliteit, bruikbaarheid en impact (minder aantoonbaar) van de geproduceerde kennis vergroot, maar onder specifieke voorwaarden: namelijk wanneer onderzoekers erin slagen om leren en verantwoorden, met de bijbehorende rollen en kwaliteitsstandaarden, te benaderen als wederzijds versterkend in plaats van tegenstrijdig. Onderzoekers hebben voelsprieten nodig voor de wisselwerking tussen het proces van kennisproductie en de politiek-bestuurlijke context waarin deze kennis wordt gebruikt. Zowel in de beleids- als onderzoekspraktijk is ruimte nodig voor een verbrede kijk op de functie van beleidsevaluatie om lerend evalueren toe te kunnen passen.


Lisa Verwoerd
Lisa Verwoerd is werkzaam bij het Athena Instituut, Vrije Universiteit Amsterdam, en het Planbureau voor de Leefomgeving te Den Haag.

Pim Klaassen
Pim Klaassen is werkzaam bij het Athena Instituut, Vrije Universiteit Amsterdam.

Barbara J. Regeer
Barbara J. Regeer is werkzaam bij het Athena Instituut, Vrije Universiteit Amsterdam.
Article

How Issue Salience Pushes Voters to the Left or to the Right

Tijdschrift Politics of the Low Countries, Aflevering 3 2020
Trefwoorden voting behaviour, salience, ideological dimensions, elections, Belgium
Auteurs Stefaan Walgrave, Patrick van Erkel, Isaïa Jennart e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Recent research demonstrates that political parties in western Europe are generally structured along one dimension – and often take more or less similar ideological positions on the economic and cultural dimension – whereas the policy preferences of voters are structured two dimensionally; a considerable part of the electorate combines left-wing stances on one dimension with right-wing stances on the other. These ideologically ‘unserved’ voters are the main focus of this study. Using data from a large-scale survey in Flanders and Wallonia, we demonstrate how the salience of the two dimensions explains whether these unserved voters ultimately end up voting for a right-wing or a left-wing party. Specifically, we show that these voters elect a party that is ideologically closest on the dimension that they deem most important at that time. To summarise, the findings of this study confirm that salience is a key driver of electoral choice, especially for cross-pressured voters.


Stefaan Walgrave
Stefaan Walgrave (Corresponding author), Department of Political Science, University of Antwerp,

Patrick van Erkel
Patrick van Erkel, Department of Political Science, University of Antwerp.

Isaïa Jennart
Isaïa Jennart, Department of Political Science, University of Antwerp.

Jonas Lefevere
Jonas Lefevere, Institute of European Studies, Vrije Universiteit Brussel.

Pierre Baudewyns
Pierre Baudewyns, Institut de Science Politique Louvain-Europe (SSH/SPLE) Department, UCLouvain.
Artikel

Digitaal leiderschap

Verkenning van de veranderende rol van gemeentesecretarissen in de informatiesamenleving

Tijdschrift Bestuurs­wetenschappen, Aflevering 4 2020
Auteurs Dr. Martiene Branderhorst
SamenvattingAuteursinformatie

    Rapid technological change and the information society have consequences for the role and duties of municipal clerks. To increase understanding of the implications of digital technologies for the role of municipal clerk (town clerk), this article presents an exploration of the ‘digital leadership’ of municipal clerks, i.e. leadership that suits a time when digital technologies are growing explosively. By using the four leadership perspectives of Bolman and Deal and the public value thinking of Moore, it was investigated which leadership themes are mentioned in the literature. In this way, this article aims to contribute to the leadership role of the municipal clerk so that he gives shape and direction to the organization from a vision on this change task and leads this transition instead of seeing it as a collection of smart gadgets or an issue concerning the IT department. This means that he will have to be aware of technological developments, can think critically about their significance and acquire the necessary knowledge and skills to be able to lead the municipal organization in the information society. This article shows practitioners that: (a) municipal clerks play an important role when it comes to the structure of the municipal organization in the information society; (b) the way in which municipalities innovate digitally has an impact on society and people’s lives; and (c) it is therefore important to shape the leadership of municipal clerks based on public values in order to realize legitimate applications of digital technologies with added social value.


Dr. Martiene Branderhorst
Dr. E.M. Branderhorst is gemeentesecretaris en algemeen directeur in de gemeente Gouda en lid van de Raad voor het openbaar bestuur (Rob).

    While authorities sometimes make it appear that the coronavirus outbreak in the first half of 2020 did not allow for policies other than those in place, we saw remarkable variations in policy approaches in Western Europe. Governments almost everywhere pushed for ‘social distancing’, but differences in wording and communication, and implementation and enforcement emerged that could not be entirely explained by differences in the manifestation of the coronavirus. In order to understand and explain such differences, this article points out the institutional filter that exists between the corona threat and policy action. The interaction between two central components of the institutional filter – national culture and state tradition – is elaborated in this article for six Western European countries in particular: the Netherlands, Sweden and the United Kingdom, on the one hand, and Belgium, France and Italy, on the one hand. Policy action in these countries is largely consistent with what could be expected given the combinations of national culture and state tradition in these countries. The institutional filter forms a comprehensive framework with which more specific explanations from social trust or manifest public leadership can be placed.


Prof. dr. Frank Hendriks
Prof. dr. F. Hendriks is hoogleraar bestuurskunde aan de Tilburgse School voor Politiek en Bestuur van de Universiteit van Tilburg.

    Adriaan Koelma fits in with the list of legal scholars who helped to shape the early history of the (local) administrative sciences in the Netherlands, which was dominated by a legal approach to local administration. In that respect, he was not only a follower of the first Dutch public administration scholar, Gerrit van Poelje, but also his successor. He held the chair in Public Administration in Rotterdam, which Van Poelje vacated in 1933, first as a lecturer and later as a professor (from 1946 onwards). Nowadays, Koelma is mainly remembered for the state commission named after him: he (in vain) advocated the introduction of districts (next to municipalities). He was chairman of this state commission that was installed by Minister Beel on 19 December 1946. He fulfilled his scientific activities in addition to a career in the Dutch civil service. Koelma was a typical ‘self-made man’ who worked his way up from junior employee at the municipal clerk’s office of Dordrecht to municipal clerk and, if only briefly, mayor of Alkmaar. His experiences in the Second World War had a great influence on his later life. Due to a war-related illness, he had to give up the chairmanship of the Koelma Commission in 1947 and in 1948 his professorship and role as mayor of Alkmaar. This war also gave him insight into the pernicious influence of Nazi ideology on governance theory and governance practice. He could not have suspected how hard the German occupier would put the Dutch administration and its servants to the test during his public lesson of 1934, because at that time the Nazi regime in Germany had not yet shown its true nature at the local level of government.


Dr. Rik Reussing
Dr. G.H. Reussing is onderwijscoördinator van de joint degree Public Governance across Borders aan de Universiteit Twente en redactiesecretaris van Bestuurswetenschappen.

Prof. dr. Marcel Boogers
Prof. dr. M.J.G.J.A. Boogers is hoogleraar Innovatie en Regionaal Bestuur aan de Universiteit Twente, senior adviseur Openbaar Bestuur bij BMC en hoofdredacteur van Bestuurswetenschappen.

Dr. Rik Reussing
Dr. G.H. Reussing is onderwijscoördinator van de joint degree Public Governance across Borders aan de Universiteit Twente en redactiesecretaris van Bestuurswetenschappen.
Toont 1 - 20 van 1838 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9 49 50
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.