Zoekresultaat: 22 artikelen

x
Van de redactie

Een jaar pandemie

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 1 2021
Auteurs Yvonne La Grouw MSc
Auteursinformatie

Yvonne La Grouw MSc
Yvonne La Grouw MSc is PhD-candidate bestuurskunde en politicologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam en redactielid van Beleid en Maatschappij.
Artikel

De invloed van contractuele en relationele aspecten op stakeholdermanagement

Een casusstudie van de A9 en A16 DBFM-infrastructuurprojecten

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 1 2021
Trefwoorden infrastructure projects, public-private partnerships, contractual governance, relational governance, stakeholder management
Auteurs Sander Philips MSc, Ir. Bert de Groot en Dr. Stefan Verweij
SamenvattingAuteursinformatie

    In the past decade, large infrastructure projects in the Netherlands have often been implemented through Public-Private Partnerships (PPPs), specifically using Design-Build-Finance-Maintain (DBFM) contracts. While the decision to implement projects through PPPs is based on expected advantages for internal parties – the public and private partners in the PPP –, there is a call for more focus on the advantages and disadvantages of PPPs for external stakeholders. External stakeholder management in DBFM projects is based on a contractual division of risks and responsibilities between the partners. However, it is clear from the literature that the contract does not guarantee successful stakeholder management. Relational aspects are important. Little research has been done, however, into the interplay of contractual and relational aspects in achieving successful stakeholder management. This article addresses this research need. A comparative case study was conducted into the PPP projects A9 Gaasperdammerweg and A16 Rotterdam. The study first shows that sanctions, when combined with a relational approach, have a positive effect on the relationships with stakeholders. Second, external stakeholder management cannot be simply outsourced to the private partner and continuous involvement of the public partner is important for success.


Sander Philips MSc
Sander Philips MSc volgde op het moment van schrijven de double degree master Environmental and Infrastructure Planning (Rijksuniversiteit Groningen) en Water and Coastal Management (Universität Oldenburg). Inmiddels is hij afgestudeerd.

Ir. Bert de Groot
Ir. Bert de Groot is senior adviseur projectbeheersing bij Rijkswaterstaat, ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, en external PhD bij de Rijksuniversiteit Groningen, faculteit Ruimtelijke Wetenschappen, basiseenheid Planologie.

Dr. Stefan Verweij
Dr. Stefan Verweij is universitair docent infrastructuurplanning, governance en methodologie aan de Rijksuniversiteit Groningen, faculteit Ruimtelijke Wetenschappen, basiseenheid Planologie.
Artikel

Het prestatievoordeel van publiek-private samenwerking

Een analyse van transportinfrastructuurprojecten in Nederland

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 3 2020
Trefwoorden Public-Private Partnerships (PPPs), Cost Performance, Time Performance, Netherlands, Principal-Agent Relationships
Auteurs Dr. Stefan Verweij, Dr. Ingmar van Meerkerk en Prof. dr. ir. Wim Leendertse
SamenvattingAuteursinformatie

    Compared to regular contracts, infrastructure development and management through Public-Private Partnerships (PPPs) is expected to lead to better cost and time performance. However, the evidence for this performance advantage of PPPs is lacking. This article analyzes the performance differences of projects with a Design-Build-Finance-Maintain (DBFM) contract (a type of PPP) and a Design-and-Construct (D&C) contract. Project performance data were collected (N = 65) from the Project Database of Rijkswaterstaat and analyzed using non-parametric tests. Rijkswaterstaat is the executive agency of the Ministry of Infrastructure and Water Management. The results show that DBFM-projects have a significantly higher cost performance than D&C-projects. In particular, DBFM-projects have less additional costs related to technical necessities in the implementation phase. Regarding time performance, DBFM-projects seem to perform better although the difference with D&C-projects is not statistically significant. The article discusses explanations for the performance advantage of PPPs, rooted in principal-agent theory. From this discussion, an agenda is presented for further research into the performance advantage of Public-Private Partnerships.


Dr. Stefan Verweij
Dr. Stefan Verweij is universitair docent infrastructuurplanning, governance en methodologie aan de Rijksuniversiteit Groningen, faculteit Ruimtelijke Wetenschappen, basiseenheid Planologie.

Dr. Ingmar van Meerkerk
Dr. Ingmar van Meerkerk is universitair docent bestuurskunde aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, School of Social and Behavioural Sciences, afdeling Bestuurskunde.

Prof. dr. ir. Wim Leendertse
Prof. dr. ir. Wim Leendertse is bijzonder hoogleraar management in infrastructuurontwikkeling aan de Rijksuniversiteit Groningen, faculteit Ruimtelijke Wetenschappen, basiseenheid Planologie. Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, Rijkswaterstaat, Grote Projecten en Onderhoud.

Prof. dr. Monique Kremer
Prof. dr. Monique Kremer is hoogleraar actief burgerschap aan de Universiteit van Amsterdam en per 1 april 2020 voorzitter van de Adviescommissie voor Vreemdelingenzaken (ACVZ).

    Beleidsevaluatie richt zich steeds naar informatiebehoeften en technische mogelijkheden. Hierdoor is het gebruik van cijfermatige informatie toegenomen. Met name bestaande data worden, met steeds betere analysetechnieken, ingezet omdat ze beschikbaar zijn en relatief goedkoop. Dit gaat echter ten koste van de validiteit en diepgang van onderzoek. Dat is in zekere zin een regressie, een achteruitgang. We zien echter ook progressie in het beleidsonderzoek. In de eerste plaats komt er steeds meer belangstelling voor de zogenoemde mixed methods-benadering. Ten tweede is er een groeiende belangstelling voor participerende, interactieve en responsieve vormen van onderzoek. Er ontstaat weer meer oog voor de wereld achter de cijfers, het hoe en waarom van beleid, en vooral voor de mensen in die wereld.


Jos Mevissen
Jos Mevissen is partner bij Regioplan Beleidsonderzoek te Amsterdam en voorzitter van de redactie van Beleidsonderzoek Online.
Artikel

Slimme sturing van publiek-private samenwerking bij publieke infrastructuur

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 2 2018
Trefwoorden Public private partnership, DBFM(O)-contracts, Public infrastructure projects, Relational contracting
Auteurs Joop Koppenjan, Erik Hans Klijn, Rianne Warsen e.a.
Samenvatting

    In the Netherlands, the Dutch government public private partnerships (PPP) using DBFMO contracts has become the default option for realizing complex public infrastructures. DBFMO contracts imply the integrated outsourcing of the design (D), building (B), financing (F), the maintenance (M), and also often the exploitation (O) of projects to private actors. The general idea is that by bundling public and private resources, the increasing complexity of today’s public infrastructure projects can be tackled more easily. However, reality is contumacious. As a consequence of several problems related to DBFMO collaborations, the Dutch highway and water management agency Rijkswaterstaat and several private actors recently put forward a new market vision. This vision is a call to reinvent the dominant collaboration practice between public and private actors: relational aspects should be central. In managing projects, more attention should be given to the quality of relations, attitudes, openness and trust. Recent research confirms that the success of DBFMO projects is not only contingent on contractual aspects but also, and maybe even more importantly, on relational aspects. Smart governance involves a shift from the current dominant financial economic-oriented contractual approach to PPP towards a more sociologically inspired relational form of governance.


Joop Koppenjan

Erik Hans Klijn

Rianne Warsen

José Nederhand
Essay

Access_open Beleidsevaluaties: meer dan een ritueel!

Tijdschrift Beleidsonderzoek Online, september 2017
Auteurs Frans de Haan en Jan-Maarten van Sonsbeek
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit essay is een reactie vanuit het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid op de column ‘Beleidsevaluatie als ritueel’ van Peter van Hoesel (BO januari 2017).


Frans de Haan
Frans de Haan is als onderzoekscoördinator werkzaam bij het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Jan-Maarten van Sonsbeek
Jan-Maarten van Sonsbeek is als Chief Science Officer werkzaam bij het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.
Diversen: Rubrieken

Publiek-private samenwerking in Nederland en Vlaanderen: een review van veertien proefschriften

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 2 2016
Trefwoorden Flanders, Netherlands, public-private partnerships (PPP), review
Auteurs Dr. Marlies Hueskes, Prof. dr. Joop Koppenjan en Prof. dr. Stefan Verweij
Samenvatting

    Public-private partnerships (PPPs) have attracted considerable attention in the Netherlands and Flanders, as witnessed by the recent wave of doctoral theses on this topic. This article presents a review of fourteen Dutch and Flemish doctoral theses, published in the period 2012-2015. The main purpose of the review was to examine what the theses’ most important findings and conclusions are. We found that they mainly focus on themes related to effectiveness, transaction costs, and legitimacy. However, although PPPs are often part of a debate between opponents and proponents, none of the studies found convincing arguments for or against the use of PPPs. Instead, most studies stressed the importance of contextual factors for the success of PPPs. The doctoral theses provided various valuable recommendations for practitioners regarding, e.g., the optimization of PPP procurement and the importance of soft management aspects such as collaborative working and process management. We observed that most theses studied PPPs by applying traditional theories and methods and that the majority focused on the early project phases of planning, procurement, and contracting. More research is needed into the later project phases. Finally, since the generalizability of the theses is limited, more programmatic, quantitative, and (international) comparative research is required.


Dr. Marlies Hueskes

Prof. dr. Joop Koppenjan

Prof. dr. Stefan Verweij
Artikel

Evaluatievermogen bij beleidsdepartementen

Lessen uit praktijken rond planning, uitvoering en gebruik van beleidsevaluaties

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 2 2016
Trefwoorden evaluation capacity, policy evaluation, evaluation process, evaluation use
Auteurs Dr. Carolien M. Klein Haarhuis en Dr. Andreea Parapuf
Samenvatting

    In this article, we explore how evaluations are managed by Dutch policy departments in terms of six aspects of evaluation capacity: institutions, programming, budgeting, evaluation process and content, and finally, evaluation use. We also sketch how international organisations and a number of larger countries deal with these issues of evaluation capacity. Internationally, a variety of norms, checklists and procedures demonstrate that the commissioning party is considered to play a key role in the realisation of evaluations as well as their use. Here, evaluation and evaluation knowledge are often viewed as part of the policy process rather than as a separate exercise. Our description of evaluation practices in Dutch policy departments reveals that several capacity-enhancing initiatives were developed in the past few years, such as new evaluation institutions or structures and programs to promote the commissioning of effectiveness evaluations. It also suggests, however, that accountability is an important driving force behind evaluation, perhaps more powerful than learning.


Dr. Carolien M. Klein Haarhuis

Dr. Andreea Parapuf

    De voorbije vier decennia werden er heel wat studies naar de implementatie van beleid uitgevoerd, maar deze hebben vier belangrijke tekortkomingen: (1) onduidelijke omschrijving van de afhankelijke variabele, (2) te weinig inzicht in de ‘kritieke’ onafhankelijke variabelen en te weinig aandacht voor de wijze waarop deze in combinatie met elkaar het beleidsimplementatieproces beïnvloeden, (3) te laag aantal cases en (4) te weinig aandacht voor hypothesetoetsing. Dit artikel geeft aan hoe het gebruik van Qualitative Comparative Analysis (QCA) (Ragin, 1987) een antwoord kan bieden op deze beperkingen. Deze analysemethode tracht de verschillende causale paden die het beleidsimplementatieproces beïnvloeden te identificeren en de condities of combinaties van condities die noodzakelijk of voldoende zijn in kaart te brengen. Hiervoor wordt gebruikgemaakt van Booleaanse algebra. Door deze en andere specifieke eigenschappen kan QCA leiden tot vernieuwende inzichten in beleidsimplementatieonderzoek.


Maud Stinckens
Maud Stinckens is doctoraatsstudente aan het Leuvens Instituut voor Criminologie, KU Leuven.
Artikel

Access_open Publiek en privaat: een spannende relatie in de bouw- en infraketen

Reflectie op inrichten, aanbesteden en uitvoeren van DBFM(O)-projecten

Tijdschrift Beleidsonderzoek Online, oktober 2015
Auteurs Frits Verhees, Alfons van Marrewijk, Wim Leendertse e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    De Nederlandse rijksoverheid maakt steeds meer gebruik van DBFM(O)-contracten om grootschalige bouw- en infraprojecten te ontwikkelen en te realiseren (DBFM(O) staat voor Design, Build, Finance, Maintain en eventueel Operate). De organisatie en inrichting van deze contracten en projecten zijn ‘als vanzelfsprekend’ gegroeid en gestandaardiseerd, veelal gebaseerd op de internationale praktijk en buitenlandse voorbeelden. Dit artikel zet uiteen hoe DBFM(O)-projecten georganiseerd en gestructureerd worden door publieke en private partijen. Uit internationaal onderzoek blijkt dat de resultaten wisselend zijn, maar de potentiële voordelen van DBFM(O) zijn groot. Deze potentie blijkt uit de eerste praktijkervaringen in Nederland, maar we kennen inmiddels ook de eerste negatieve gevolgen voor betrokken risicodragende partijen. We onderscheiden bij DBFM(O) zes ‘conventies’ met onderliggende spanningen waar praktijk en wetenschap, in de Nederlandse verhoudingen, kritisch op zullen moeten reflecteren.


Frits Verhees
Frits Verhees is docent honorair Planologie aan de Rijksuniversiteit Groningen en tendermanager bij Heijmans.

Alfons van Marrewijk
Alfons van Marrewijk is bijzonder hoogleraar Bedrijfsantropologie, gericht op Publiek-Private Samenwerking, aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Wim Leendertse
Wim Leendertse is universitair hoofddocent Planologie aan de Rijksuniversiteit Groningen en projectmanager bij Rijkswaterstaat.

Jos Arts
Jos Arts is bijzonder hoogleraar Milieu- en Infrastructuurplanning aan de Rijksuniversiteit Groningen en topadviseur bij Rijkswaterstaat.
Artikel

Access_open Monitoren en evalueren van integraal gezondheidsbeleid

Een practice-based verkenning

Tijdschrift Beleidsonderzoek Online, september 2014
Trefwoorden integraal gezondheidsbeleid, onderzoeksinstrumenten, monitoren en evalueren
Auteurs Ilse Storm, Marije van Koperen, Fons van der Lucht e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Integraal gezondheidsbeleid (IGB) kent in de lokale praktijk diverse verschijningsvormen en kenmerken waardoor het lastig is dit beleid te monitoren en evalueren. In een kennissynthese van Nederlandse kernpublicaties over IGB is gekeken wat op basis van ervaringen in de IGB-praktijk tot nu toe gezegd kan worden over monitoring en evaluatie. Bij deze practice-based verkenning naar IGB-kenmerken en bijbehorende praktische instrumenten is een indeling in drie categorieën gebruikt: context, processen en impact. Voorbeelden van relevante kenmerken zijn: type IGB en setting (context), verbinden beleid en activiteiten (proces), samenwerking sectoren (proces), draagvlak en verankering in organisatie (proces), en effecten op gezondheid of determinanten (impact). Op basis van de huidige IGB-praktijk lijkt het vooral haalbaar kennis te genereren over context en procesmaten, en minder over impactmaten. Uiteindelijk is een set kenmerken die meetbaar zijn met gevalideerde instrumenten wenselijk om grip te krijgen op de voortgang van IGB. Meer theoretische onderbouwing is dan wel noodzakelijk.


Ilse Storm
Ilse Storm is beleidsonderzoeker bij de afdeling Verkenningen Zorg en Preventie (VZP), centrum Gezondheid & Maatschappij (G&M), van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM).

Marije van Koperen
Marije van Koperen is onderzoeker bij de afdeling Gezondheidswetenschappen, Faculteit Aard- en Levenswetenschappen (FALW), van de Vrije Universiteit Amsterdam.

Fons van der Lucht
Fons van der Lucht is afdelingshoofd van de afdeling Verkenningen Volksgezondheid (VVG), centrum Gezondheid & Maatschappij, van het RIVM.

Hans van Oers
Hans van Oers is Chief Science Officer (CSO) Health System Assessment and Policy Support bij het RIVM en hoogleraar Public Health bij Universiteit van Tilburg (UvT)/Tranzo.

Jantine Schuit
Jantine Schuit is centrumhoofd Voeding, Preventie en Zorg bij het RIVM en hoogleraar Health Promotion and Policy bij de afdeling Gezondheidswetenschappen, Faculteit Aard- en Levenswetenschappen, van de Vrije Universiteit Amsterdam.

    De laatste jaren is de beleidsmatige en wetenschappelijke aandacht voor ex ante onderzoek toegenomen. De vraag is of dit ook is terug te zien in het aantal studies naar concrete plannen, en in het gebruik van de uitkomsten van ex ante studies in de beleidsontwikkeling. Om dit na te gaan verrichtten we een metastudie van ex ante onderzoeken over beleid op rijksniveau, verschenen in de periode 2005 tot en met 2011. In deze bijdrage beschrijven we eerst hoe vaak en met welk doel ex ante onderzoek wordt verricht en om wat voor typen studies het gaat. Daarna nemen we het gebruik in het beleidsontwikkelings- en besluitvormingsproces onder de loep door in te zoomen op vijf ex ante onderzoeken. Een eerste conclusie is dat er inmiddels een aanzienlijk aantal ex ante studies is verschenen; een tweede dat in alle vijf casus het onderzoek belangrijke actoren in het beleidsproces bereikt heeft, maar dat de uitkomsten niet altijd doorklinken in het uiteindelijke beleid.


Carolien Klein Haarhuis
Carolien Klein Haarhuis is onderzoeker bij de afdeling Rechtsbestel, Wetgeving en Internationale en vreemdelingenaangelegenheden (RWI) van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het ministerie van Veiligheid en Justitie.

Monika Smit
Monika Smit is afdelingshoofd bij de afdeling Rechtsbestel, Wetgeving en Internationale en vreemdelingenaangelegenheden (RWI) van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het ministerie van Veiligheid en Justitie.

Shelena Keulemans
Shelena Keulemans is als promovenda verbonden aan de vakgroep Bestuurskunde van de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Leo Huberts
Prof. dr L.W.J.C. Huberts is hoogleraar Bestuurskunde aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Boekbespreking

Bruggen bouwen

Bruggen bouwen of water naar de zee dragen? De gemiste kansen in het rapport van de commissie-Blok

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 2 2004
Auteurs Thomas Schillemans en Marion van San
Auteursinformatie

Thomas Schillemans
Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling

Marion van San
Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling

    Alfred Hirschman has analyzed consumers reactions of 'voice' and 'exit' with respect to the functioning of public and private organizations. He has argued that the value of 'voice' to articulate dissatisfaction with respect to public and private organisations is often misunderstood. Especially with respect to so-called complex goods, voice is far more fruitful to explore the norms for 'best practice' and to stimulate the improvement of the organisation than exit. Insurance might be seen as a complex good. From the perspective of Hirschman we analysed the exit- and voice options of citizens with respect to private and public health insurance. We argue that while private insurance offers more exit-options, the quality of the voice options in private insurance might be considered better. However, the opportunities to articulate disagreement or dissatisfaction on an individual level are few all together. Public health insurance does have formal channels for collective voice, but these do not result in real influence on relevant themes. With the reorganization of the Dutch welfare state, much has been invested, ideological and practical, in the increase of exit options. However, dissatisfaction often does develop when people have become ill and when they are dependent upon the insurance. In that situation they often are not able to walk out to a competing company or to perform voice. Against this background we argue that the organisation of collective voice in health insurance is very important.


Klasien Horstman
Prof.dr. Klasien Horstman is als universitair hoofddocent verbonden aan de sectie Gezondheidsethiek en Wijsbegeerte van de Universiteit Maastricht, en is bijzonder hoogleraar Filosofie en Ethiek van Bio-engi-neering aan de Technische Universiteit Eindhoven (Socrates-leerstoel) Zij publiceerde eerder over de omgang met risico's in moderne samenlevingen in Beleid en maatschappij, het Tijdschrift voor Sociale Geschiedenis, Science, Technology and Human Values, Theoretical Medicine and Bioethics en Sociology of Health and Illness. In 2001 verscheen van haar hand Public bodies, private lives. The historical construction of Life Insurance, Health Risks and Citizenship in the Netherlands 1880-1920 (Erasmus Publishing, Rotterdam). Adres: Universiteit Maastricht, faculteit der Gezondheidswetenschappen, capaciteitsgroep BEOZ, postbus 616, 6200 MD Maastricht, tel: 043 3881118, e-mail: k.horstman@zw.unimaas.nl

Jan van der Made
Drs. J.H. van der Made is als universitair docent Politicologie/Bestuurskunde verbonden aan de Capaciteitsgroep Beleid, Economie en Organisatie van Zorg van de faculteit der Gezondheidswetenschappen van de Universiteit Maastricht. Hij publiceerde onder meer over stelselwijzigingen in de zorg, privatisering en solidariteit in Bestuurskunde, International Journal of Social Welfare, Health Policy en European Journal of Public Health.

    Recently in The Netherlands, as in other countries, many have called for administrative and democratic reform. The perspectives implicated in the arguments for change differ, however. Some argue for a strengthening of mechanisms of control and accountability. Others opt for more – and more direct – citizen participation in governance. In effect, these perspectives often contradict. In this article we will look into J.S. Mill's effort to combine such different perspectives. It is shown that in his considerations on good government a third principle is active: administrative competence or quality. Mill, thus, makes us aware of a deficiency in many contemporary evaluations of administrative and democratic renewal.


Berry Tholen
Dr. Berry Tholen is als bestuurskundige verbonden aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Zijn onderwijs omvat de cursussen 'Binnenlands Bestuur' en 'Bestuurlijke Ethiek'. In zijn onderzoek concentreert hij zich op vragen van rechtvaardigheid en legitimiteit in bestuur en beleid. Hij publiceerde recentelijk onder meer in International Review of Administrative Sciences en in European Journal of Migration and Law. Adres: Afd. Bestuurskunde, Faculteit der Managementwetenschappen, Radboud Universiteit Nijmegen, Postbus 9108, 6500 HK Nijmegen, email: b.tholen@fm.ru.nl
Artikel

Het soortelijk gewicht van Europese wetgeving

De invloed van de EU nader bekeken1

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 1 2010
Auteurs Sjoerd Hogenbirk en Sebastiaan Princen
Auteursinformatie

Sjoerd Hogenbirk
S. Hogenbirk MBA is afgestudeerd in de Bestuurs- en Organisatiewetenschap aan de Universiteit Utrecht.

Sebastiaan Princen
Dr S. Princen is universitair hoofddocent aan het Departement Bestuurs- en Organisatiewetenschap van de Universiteit Utrecht.

Dennis de Kool
Dr Dennis de Kool is als onderzoeker verbonden aan het Center for Public Innovation van de Erasmus Universiteit Rotterdam (EUR).
Toont 1 - 20 van 22 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.